NBC

Wijzigingen gedifferentieerde Awf-premie van de baan

Een aantal voorgenomen wijzigingen in de gedifferentieerde premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) gaat na uitgebreid onderzoek niet door. Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer daarover onlangs geïnformeerd.

Waarom een gedifferentieerde Awf-premie?
Sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is sprake van een hoge en lage Awf-premie. U mag als werkgever een lage Awf-premie toepassen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Voldoet u daar niet aan, dan betaalt u een hoge Awf-premie. De voorwaarden betreffen de arbeidsovereenkomsten van uw werknemers en zijn bedoeld om vergaande flexibele contracten tegen te gaan en vaste contracten te beschermen.

Welke wijzigingen gaan niet door?
De wijzigingen die niet doorgaan betreffen drie gebieden:

* Wijziging Besluit Wet financiering sociale verzekeringen en Besluit nadere regels oproepovereenkomsten
Al eerder was goedgekeurd dat een tijdelijke urenuitbreiding niet standaard wordt aangemerkt als een tweede tijdelijke arbeidsovereenkomst waarvoor de hoge Awf-premie geldt. Ook was al eerder goedgekeurd dat een arbeidsovereenkomst waarin met een werknemer meerdere arbeidsomvangen zijn afgesproken (met een aantal uren per dag/per week/per maand met een gelijkmatige loonspreiding) niet als een oproepovereenkomst wordt beschouwd. Oorspronkelijk zou deze goedkeuringen alleen voor de jaren 2020 tot en met 2023 gelden. De aangekondigde wijziging gaat echter niet door, waardoor u in deze situaties ook vanaf 2024 de lage premie kunt blijven toepassen.

* Herzieningssituaties waarbij de lage Awf-premie moet worden afgedragen
In de WAB worden vier herzieningssituaties beschreven, situaties waarin door de feiten achteraf alsnog de hoge AWF-premie gaat gelden. Deze zijn bedacht om te voorkomen dat vaste contracten flexibel kunnen worden ingezet. Twee zijn er inmiddels ingevoerd. De lage Awf-premie moet namelijk worden herzien als de arbeidsovereenkomst binnen twee maanden na aanvang eindigt en ook wanneer de parttime werknemer in een kalenderjaar meer dan 30% extra uren werkt dan contractueel is overeengekomen.

De derde herzieningssituatie, waarin de werknemer binnen een jaar na aanvang van de arbeidsovereenkomst een werkloosheidsuitkering krijgt door urenverlies, is nog niet ingevoerd en wordt ook (nog) niet ingevoerd. Deze blijkt na onderzoek te complex en komt niet op grote schaal voor. Wel zal gemonitord worden of deze later alsnog moet worden ingevoerd. U hoeft dan op dit moment nog niet te beoordelen of de werknemer in de WW terecht is gekomen en u op grond van dit onderzoek zelf de AWF-premie dient te verhogen.

De vierde herzieningssituatie, waarin de werknemer opnieuw een werkloosheidsuitkering krijgt nadat de derde situatie heeft plaatsgevonden, zal definitief niet ingevoerd worden. Deze is te complex en komt nauwelijks voor.

* Seizoensarbeid
Een lage Awf-premie voor seizoensarbeid blijkt na onderzoek niet te realiseren. Dat betekent dat bij seizoensarbeiders de hoge Awf-premie van toepassing blijft.

Er is onderzocht of een subsidieregeling ontwikkeld zou kunnen worden om de hoge Awf-premie te compenseren, maar dat bleek niet mogelijk. Het begrip ‘seizoensarbeid’ is namelijk niet eenduidig te definiëren. Daarbij is een subsidie staatssteun, die gericht moet zijn op stimulering van activiteiten. Dat is hier niet het geval en dat ligt juridisch heel moeilijk.

Verder zou een subsidieregeling op zo’n grote schaal risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik met zich meebrengen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:35:30+02:007 juli 2023|Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijzigingen gedifferentieerde Awf-premie van de baan

Vakantiewerk of bijbaantje in de zomer

In de vakantie zijn er veel scholieren en studenten die een centje willen bijverdienen met een vakantiebaantje. Welke speciale regels zijn dan van toepassing? Belangrijke informatie voor jongeren én werkgevers op een rij.

Informatie voor jongeren
Studenten met studiefinanciering ‘oude regeling’
Voor mbo’ers en studenten in het hoger en universitair onderwijs die zich voor 1 september 2015 hebben ingeschreven én studiefinanciering ontvangen of ontvingen (het oude stelsel), geldt tot en met 2023 een beperking wat betreft de bijverdiensten. Deze grens ligt voor 2023 op ongeveer € 16.000 (bruto per jaar).

Bijverdiensten studenten
Voor hbo- en wo-studenten zijn na de ‘oude regeling’ geen beperkingen meer met betrekking tot het bedrag dat zij mogen bijverdienen. Mbo’ers mochten dat niet, voor hen gold nog steeds dat zij ongeveer € 16.000,- mochten bijverdienen per kalenderjaar. Echter, de bijverdiensten over 2022 en 2023 worden voor hen in de praktijk al niet meer gecontroleerd. Deze verruiming is al goedgekeurd door de Tweede Kamer, maar moet ook nog door de Eerste Kamer worden geaccordeerd.

Nieuwe studiefinancieringsregeling 2023-2024
Ook met de nieuwe studiefinanciering, die ingaat voor het studiejaar 2023-2024, geldt dat er onbeperkt mag worden bijverdiend mét behoud van basisbeurs en een eventuele aanvullende beurs.

Tip!
Ook studenten in het mbo mogen vanaf het studiejaar 2023-2024 onbeperkt bijverdienen.

Kinderbijslag
Bijverdiensten van thuiswonende scholieren of studenten hebben geen gevolgen voor de kinderbijslag.

Informatie voor de werkgever
Scholieren- en studentenregeling
Werkgevers kunnen voor vakantiewerkers gebruikmaken van de zogenaamde scholieren- en studentenregeling. Dit betekent dat voor de loonheffing de kwartaaltabel gebruikt kan worden. Hierdoor hoeft minder of soms geen loonheffing te worden ingehouden. De premies werknemersverzekeringen mogen daarnaast ook berekend worden met het kwartaalmaximum. In sommige gevallen betaal je hierdoor minder premie.

Geen aangifte meer doen
Het voordeel van de regeling voor de student of scholier is dat in veel gevallen geen aangifte meer hoeft te worden gedaan en ze ook niet meer tot het volgende jaar hoeven te wachten totdat ze de te veel afgedragen loonheffing terugkrijgen. In plaats daarvan is het loon in de gewerkte periode netto hoger.

Extra regels jongeren wat betreft aantal uren werk
Ben je werkgever en werk je met jongeren, dan gelden er extra, beperkende regels. Die zijn strenger naarmate het kind jonger is. Zo mogen kinderen van 13 en 14 jaar oud op vakantiedagen werken tussen 7.00 uur en 19.00 uur, met een maximum van 7 uur per dag en 5 dagen per week. In de vakantie mogen ze niet meer dan 4 weken werken, waarvan 3 aaneengesloten. Op schooldagen is werken niet toegestaan.

Jongeren van 15 jaar mogen tussen 7.00 uur en 19.00 uur maximaal 8 uur werken, maximaal 5 dagen per week. Het maximumaantal weken in de vakantie ligt nu op 6, waarvan 4 aaneengesloten.

Voor 16- en 17-jarigen zijn de eisen nog iets soepeler. Ze mogen tussen 6.00 uur en 22.00 uur werken of tussen 7.00 uur en 23.00 uur. Ze mogen maximaal 45 uur per week werken met een maximum van 160 uur in 4 weken.

Let op!
Voor jongeren gelden ook aparte regels over het te verrichten soort werk. Zo mogen kinderen onder de 16 jaar bijvoorbeeld niet in de horeca werken als daar alcohol wordt verstrekt.


Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:44:35+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vakantiewerk of bijbaantje in de zomer

Denk na over uw fiscaal vriendelijke bedrijfsopvolging

Het kabinet heeft eerder al aanpassingen in de fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen aangekondigd. De exacte details zijn nog niet bekend, maar deze zijn onlangs wel weer iets meer ingevuld. De voorgenomen aanpassingen zullen waarschijnlijk in drie etappes worden doorgevoerd.

Bedrijfsopvolgingsregelingen
Voor het fiscaal vriendelijk schenken of vererven van een onderneming bestaan verschillende bedrijfsopvolgingsregelingen. Zo geldt er in de schenk- en erfbelasting een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde hiervan niet meer bedraagt dan € 1.205.871 (bedrag 2023). Over het meerdere bedraagt de vrijstelling 83%. Deze vrijstelling wordt in de praktijk ook wel de BOR genoemd.

In de inkomstenbelasting is een doorschuifregeling opgenomen, in de praktijk ook wel DSR genoemd. Deze regeling voorziet in de mogelijkheid om de winst die bij schenken of vererven van een onderneming ontstaat, door te schuiven naar de opvolgers.

Voorgestelde aanpassingen
Het kabinet stelt verschillende aanpassingen van de huidige regelingen voor. Deze aanpassingen kunnen voor jou betekenen dat je straks minder of geen recht meer heeft op een vrijstelling of een doorschuifregeling. De verschillende aanpassingen gelden niet allemaal vanaf 1 januari 2024, maar zijn ook gepland vanaf 1 januari 2025 of 1 januari 2026.

Vanaf 2024
Vanaf 1 januari 2024 komen aan derden verhuurde onroerende zaken niet langer in aanmerking voor de BOR en de DSR.

Vanaf 2025
Vanaf 1 januari 2025:

gaat het maximum van de 100% vrijstelling van € 1.205.871 in 2023 naar € 1.500.000. De vrijstelling van 83% over het meerdere wordt verlaagd naar 70%;
wordt de mogelijkheid om een deel van het beleggingsvermogen ook onder de BOR te brengen, afgeschaft (de zogenaamde 5% doelmatigheidsmarge verdwijnt);
komen bedrijfsmiddelen van € 100.000 of meer die meer dan 10% ook buiten jouw onderneming (bijvoorbeeld voor privédoeleinden) worden gebruikt, niet meer volledig in aanmerking voor de BOR en de DSR, maar slechts voor het deel dat in de onderneming gebruikt wordt;
hoeven degenen die jouw onderneming overnemen niet al in dienstbetrekking te zijn om gebruik te kunnen maken van de DSR;
gaat voor een schenking in de BOR en DSR een minimumleeftijd van de voortzetter van uw onderneming gelden van 21 jaar.

Vanaf 2026
Vanaf 1 januari 2026:

gelden de BOR en de DSR alleen nog voor reguliere aandelen met een minimaal belang van 5%;
komen er versoepelingen in de termijnen waarin u de onderneming al moet drijven en de termijnen waarin de overnemer de onderneming moet voortzetten (de zogenaamde bezit- en voortzettingseis). Mogelijk wordt de vijfjaarstermijn – die in veel gevallen geldt – ook verkort;
wordt oneigenlijk gebruik van de BOR, zoals dubbel gebruik en constructies met personen van met name hoge leeftijd (de ‘rollatorinvesteringen’), aangepakt.

Let op!
De voorgenomen ingangsdata van de verschillende maatregelen staan nog niet vast. Aankomende augustus besluit het kabinet hierover definitief. Daarna moeten de verschillende maatregelen nog in de Belastingplannen voor 2024 en 2025 worden opgenomen. Deze plannen worden op Prinsjesdag dit jaar, respectievelijk Prinsjesdag volgend jaar, aan de Tweede Kamer aangeboden. Vervolgens moeten ze ook nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, voordat ze definitief zijn.

Tip!
Niet alle aanpassingen hoeven een nadeel te zijn voor uw situatie. Zo kan de verhoging van de 100% vrijstelling en het afschaffen van de dienstbetrekkingseis in uw voordeel zijn.

Wil je nog gebruikmaken van de huidige regelingen, wacht dan niet te lang en maak een afspraak met (een van) onze adviseurs over de mogelijke gevolgen van de aangekondigde aanpassingen voor jouw situatie.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:50:25+02:007 juli 2023|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Denk na over uw fiscaal vriendelijke bedrijfsopvolging

Belastingdienst trekt uitstel coronabelastingschulden niet-betalers in

Tijdens de coronacrisis kon je ervoor kiezen om de betaling van jouw belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moet je deze coronabelastingschulden aflossen en aan de overige voorwaarden van de betalingsregeling voldoen. Als je hier niet aan voldoet, ontvang je in juli 2023 een brief waarin staat dat de Belastingdienst de betalingsregeling intrekt.

Voorwaarden betalingsregeling coronabelastingschulden
De opgebouwde coronabelastingschulden moeten sinds oktober 2022 in beginsel in maandelijkse, gelijke termijnen worden afgelost. Uje hebt hiervoor vijf jaar de tijd. Voorwaarde voor de betalingsregeling is dat je je ook aan die maandelijkse aflossing houdt.

Andere voorwaarden zijn dat u tijdig de juiste belastingaangiften – onder meer btw en loonheffing – indient voor belastingen vanaf 1 oktober 2022 en dat u tijdig en volledig de betalingen doet die daaruit voortvloeien.

Brieven Belastingdienst
Als je een betalingsachterstand hebt op de coronabelastingschulden en/of de lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022, ontving je daarover al meerdere brieven van de Belastingdienst. In deze brieven werd jje gemaand om jouw betalingsachterstand in te lopen.

Let op!
De betalingsachterstand kan bestaan uit niet betaalde nieuwe betalingsverplichtingen vanaf 1 oktober 2022, niet betaalde aflossingen op jouw coronabelastingschulden of uit een combinatie van beide.


Intrekken betalingsregeling

Reageerde je niet op de laatste brief uit april 2023, dan ontvang je in juli 2023 een brief van de Belastingdienst waarin de betalingsregeling wordt ingetrokken. De datum van de brief is 15 augustus 2023. Om invorderingsmaatregelen en bijkomende (veelal hoge) kosten te voorkomen, heb je nog tot en met 28 augustus 2023 de tijd om in één keer het hele bedrag van jouw coronabelastingschulden te betalen.

Tip!
Loop je maximaal één termijn achter in de coronabetalingsregeling, dan trekt de Belastingdienst niet meteen de betalingsregeling in. Het gaat dus om ondernemers die meer dan één termijn achterlopen en/of een structurele achterstand hebben op de nieuwe betalingsverplichtingen vanaf 1 oktober 2022.

Voorkomen intrekken betalingsregeling
Wil je voorkomen dat de betalingsregeling wordt ingetrokken, dan moet je in ieder geval zorgen dat je aan alle nieuwe betalingsverplichtingen vanaf 1 oktober 2022 voldoet. Alleen dan kun je nog vragen om aanpassing van de betalingsregeling van jouw coronabelastingschulden.

Tip!
Je kunt dan onder meer verzoeken de schuld in zeven in plaats van vijf jaar af te lossen. Ook kun je verzoeken niet maandelijks, maar per kwartaal af te mogen lossen. Tot slot kunt u ook eenmalig verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden. Het gevolg van zo’n verzoek is wel dat uw af te lossen maandbedragen die daarna nog volgen, hoger worden.

Niet eens met intrekken betalingsregeling?
De staatssecretaris heeft toegezegd dat het intrekken van de betalingsregeling met de grootste zorgvuldigheid gebeurt. Is de intrekking niet terecht naar uw mening, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de Belastingdienst. De Belastingdienst kan de intrekking dan mogelijk nog ongedaan maken.

Is dat niet mogelijk, dan kun je in beroep tegen de intrekking van de betalingsregeling. Doe dit wel snel, want uw beroep moet vóór 25 augustus 2023 bij de Belastingdienst binnen zijn!

Uw beroep stuurt u naar:

Belastingdienst
T.a.v. de directeur
Postbus 100
6400 AC Heerlen

Invorderingsmaatregelen
Doe je niets, dan start de Belastingdienst met de invorderingsmaatregelen vanaf 1 september 2023. Je ontvangt dan eerst een aanmaning. Als je dan nog niet betaalt, ontvang je een dwangbevel. Betaal je dan nog steeds niet, dan neemt de Belastingdienst verdere maatregelen. Dit kan betekenen dat de Belastingdienst beslag legt op bijvoorbeeld jouw inventaris, auto of bankrekening en deze daarna verkoopt. De Belastingdienst kan ook uw faillissement aanvragen.

Let op!
Aan een dwangbevel kunnen hoge kosten verbonden zijn. De hoogte van deze kosten hangt namelijk af van de hoogte van jouw belastingschulden. Ook de kosten van een beslaglegging kunnen flink in de papieren lopen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T21:07:05+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingdienst trekt uitstel coronabelastingschulden niet-betalers in

Vraag voor 1 oktober in EU betaalde btw terug

Heb je vorig jaar btw betaald in een ander EU-land en betreft het een zakelijke aankoop, dan kun je onder voorwaarden deze btw digitaal terugvragen. Doe dit vóór 1 oktober 2023.

Voorwaarden voor het terugvragen van btw
Om btw terug te kunnen vragen die u in een ander EU-land heeft betaald, gelden in ieder geval drie voorwaarden:

1. Jouw onderneming is gevestigd in Nederland;
2. Je doet geen btw-aangifte in het EU-land; en
3. Je gebruikt de goederen of diensten voor bedrijfsactiviteiten die met btw belast zijn.
Om zeker te weten dat u in aanmerking komt om btw terug te vragen, kunt u ook gebruikmaken van een tool van de Belastingdienst.

Welke btw betreft het?
De terug te vragen btw betreft btw op aankopen in een ander EU-land, zoals btw op getankte brandstof. Het dient te gaan om zakelijke goederen of diensten die u gedeeltelijk of geheel gebruikt voor bedrijfsactiviteiten die met btw belast zijn.

Inloggegevens
Als je de btw digitaal terug wilt vragen, dan kan dat via deze site. Je hebt hiervoor inloggegevens nodig. Heb je al eerder btw uit een EU-land teruggevraagd, dan gebruik je de destijds verstrekte inloggegevens. Ben je deze eerder verstrekte inloggegevens kwijt, neem dan contact op met de Belastingtelefoon. Heb je nog niet eerder btw uit een EU-land teruggevraagd, vraag dan inloggegevens aan via de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl zoekterm ‘btw buitenland aftrekken’).

Let op!
Vraag de inloggegevens op tijd aan, want het verstrekken van deze gegevens kan maximaal vier weken duren. Zorg dus dat je hierdoor de termijn van 1 oktober niet overschrijdt.


Voorwaarden

Als je btw terugvraagt die je in een ander EU-land hebt betaald, gelden er voorwaarden die per land kunnen verschillen. Zo moet je in veel gevallen de facturen meesturen van de zaken waarvoor je de btw terugvraagt. Ook dit moet digitaal, dus zul je de facturen moeten scannen als je deze op papier hebt. Op een speciale site van de Belastingdienst vindt je alle informatie. Voor brandstof geldt voor de meeste landen de verplichting een factuur mee te sturen vanaf een bedrag van € 250 excl. btw. Voor overige goederen dien je in de meeste landen een factuur mee te sturen vanaf een bedrag van € 1.000 excl. btw.

Minimumteruggave
Het minimum terug te vragen bedrag aan btw bedraagt per land per kalenderjaar € 50. Bij een lager bedrag beslist het betreffende land zelf of men de btw restitueert. Ook als je jouw verzoek te laat indient, beslist het betreffende EU-land zelf of je jouw btw al dan niet terugkrijgt. Overigens mag je ook al in de loop van het jaar de btw terugvragen, als het bedrag aan btw minstens € 400 per kwartaal betreft.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T21:14:26+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vraag voor 1 oktober in EU betaalde btw terug

Zijn zonnepanelen zelfstandig bedrijfsmiddel?

Als je als ondernemer investeert in zonnepanelen, kun je hierop afschrijven. Maar kun je op de zonnepanelen afschrijven als zelfstandig bedrijfsmiddel, of als onderdeel van het gebouw waarop ze geplaatst zijn? Welke factoren zijn daarvoor van belang?

Zelfstandig of niet?
Of zonnepanelen als zelfstandig bedrijfsmiddel zijn aan te merken, is volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant afhankelijk van het antwoord op de vraag of de zonnepanelen naar de opvattingen die leven in de maatschappij onderdeel uitmaken van de woning. Hierbij moeten alle omstandigheden van het geval in ogenschouw genomen worden. De rechtbank leidt dit af uit een arrest van de Hoge Raad. In de zaak die onlangs speelde had een woningcorporatie op door haar verhuurde woningen zonnepanelen laten plaatsen. De woningcorporatie wilde op de zonnepanelen zelfstandig afschrijven, maar hier ging de Belastingdienst niet mee akkoord.

Zonnepanelen zijn onderdeel van woning
Volgens de rechtbank zijn de zonnepanelen geen zelfstandig bedrijfsmiddel maar maken ze onderdeel uit van de woningen. De rechtbank overwoog dat de zonnepanelen gemonteerd zijn op de daken, maar zonder schade op andere daken kunnen worden gelegd. De zonnepaneleninstallatie is gekoppeld aan de stroomvoorziening van die woningen en voor het laten functioneren ervan zijn er aanpassingen nodig aan de elektrotechnische installatie van de woning. Daarnaast kwam de met de zonnepanelen opgewekte stroom ten goede aan de huurder van de woning. Op grond hiervan maken de zonnepanelen volgens de rechtbank naar de opvattingen die leven in de maatschappij deel uit van de woningen.

Geen werktuig
Werktuigen kunnen wel als zelfstandig bedrijfsmiddel worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt echter dat de zonnepanelen ook niet als werktuig kunnen worden aangemerkt en dus deel uitmaken van de woningen. Om voor de werktuigenvrijstelling in aanmerking te komen, moet er met betrekking tot de werktuigen in hoofdzaak sprake zijn van dienstbaarheid aan het (productie)proces dat in het gebouw plaatsvindt. Een werktuig dat een gebouw slechts beter geschikt maakt voor gebruik, valt niet onder de vrijstelling.

Let op!
Het is nog niet bekend of tegen de uitspraak nog hoger beroep wordt aangetekend. Bovendien betekent deze uitspraak niet dat zonnepanelen per definitie in alle gevallen onderdeel zijn van het gebouw waarop zij geplaatst zijn. Andere feiten en omstandigheden kunnen tot een andere beoordeling leiden. In een eerdere uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, met andere feiten en omstandigheden, lijkt de rechtbank in ieder geval niet tot het oordeel te komen dat de zonnepanelen onderdeel zijn van de schuur waarop zij geplaatst zijn.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:39:09+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zijn zonnepanelen zelfstandig bedrijfsmiddel?

Te late melding betalingsonmacht blijft geldig voor Belastingdienst

Als bestuurder van een bv kun je in bepaalde gevallen door de Belastingdienst in privé aansprakelijk gesteld worden als jouw bv verschuldigde belasting niet betaalt. Het betreft met name de loon- en omzetbelasting. Aansprakelijk stellen wordt voor de Belastingdienst een stuk moeilijker als je betalingsproblemen tijdig meldt.

Melding betalingsproblemen belastingen
Als je als bestuurder voorziet dat jouw bv niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen bij de Belastingdienst, kun je dit melden bij de Belastingdienst. Doe dit wel tijdig. Tijdig melden betekent binnen twee weken nadat betaald had moeten worden.

Let op! Als jouw bv ook de premies voor het bedrijfstakpensioenfonds niet kan betalen, moet je dit ook melden bij het bedrijfstakpensioenfonds. Besteedt jouw bedrijfstakpensioenfonds de administratie uit aan een uitvoeringsinstituut, dan meld je dit hier.

Te late melding
Onlangs kwam een zaak voor Hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij een dga de betalingsonmacht van zijn bv te laat bij de Belastingdienst had gemeld. De betreffende aanslagen waarvoor werd gemeld, werden later alsnog betaald, maar de bv bleef al die tijd door nieuwe onbetaalde aanslagen in een positie van betalingsachterstand verblijven. De bv ging op een later moment, dus nadat de eerdere betalingen wel waren gedaan, alsnog failliet. De Belastingdienst stelde daarop de dga in privé aansprakelijk voor een aantal belastingschulden.

Hof: melding blijft geldig

Het Hof was het met de dga eens dat de melding van betalingsonmacht nog steeds geldig was. De melding was destijds weliswaar te laat geweest en de betreffende belastingen waren wel betaald. De melding bleef echter van kracht voor de daaropvolgende aanslagen.

Let op! Dit is alleen anders als de Belastingdienst na betaling van de aanslagen waarover oorspronkelijk betalingsonmacht is gemeld, laat weten de betalingsonmacht niet meer aanwezig te achten. Dit was in deze zaak niet gebeurd.

Geen onbehoorlijk bestuur

Nu de melding betalingsonmacht nog steeds van kracht was, kon de Belastingdienst de dga alleen nog aansprakelijk stellen in privé als er sprake zou zijn geweest van onbehoorlijk bestuur. De Belastingdienst kon dit echter niet hard maken en dus kwam de bestuursaansprakelijkheid te vervallen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-30T17:04:41+02:0030 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Te late melding betalingsonmacht blijft geldig voor Belastingdienst

Te betalen belastingrente inzake toeslagen blijft voorlopig 4%

De te betalen belastingrente inzake toeslagen blijft voorlopig gehandhaafd op 4%. Daarmee wijkt deze belastingrente af van de belastingrente op overige belastingen, die per 1 juli van dit jaar stijgt naar 6%.

Belastingrente op toeslagen

Belastingrente wordt in rekening gebracht als toeslagen terugbetaald moeten worden. U betaalt belastingrente vanaf 1 juli volgend op het toeslagjaar, totdat de toeslag definitief is vastgesteld.

Nabetaling wel 6%!

Als te weinig toeslag is uitgekeerd en een nabetaling volgt, wordt vanaf 1 juli 2023 wel 6% belastingrente vergoed. Het aparte tarief belastingrente voor toeslagen moet namelijk per wet worden geregeld en zal terugwerkende kracht krijgen. Op deze manier wordt voorkomen dat ontvangers van toeslagen met terugwerkende kracht worden benadeeld.

Let op! Het is de bedoeling dat vanaf 1 januari 2024 de te vergoeden belastingrente inzake toeslagen ook 4% zal gaan bedragen.


Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-30T17:01:52+02:0030 juni 2023|Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor

Te betalen belastingrente inzake toeslagen blijft voorlopig 4%

Nieuwe regeling thuiswerkende grensarbeiders per 1 juli 2023

Werknemers die in België of Duitsland werken maar in Nederland wonen, betalen in beginsel premies sociale zekerheid in de werkstaat. Dit geldt ook voor werknemers die in België of Duitsland wonen, maar in Nederland werken. Omdat tijdens de coronacrisis veel thuis werd gewerkt, was hiervoor een regeling getroffen. De overgangsregeling die hiermee samenhangt, eindigt per 1 juli 2023.

Waar nu sociaal verzekerd?
Als een werknemer in meerdere lidstaten binnen de EU werkt, is de werknemer sociaal verzekerd in het woonland als hier minstens 25% van de totale werktijd gewerkt wordt. Deze regeling gaat per 1 juli 2023 weer in.

Uitzondering?
Vanwege het feit dat vele grensarbeiders nog steeds meer dan 25% vanuit huis werken, wordt het in bepaalde situaties mogelijk om sociaal verzekerd te blijven in de werkstaat. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden.

Werk je in Nederland, maar woon je in België of Duitsland?

Werknemers die buiten Nederland wonen én alleen voor één of meer Nederlandse werkgevers werken, kunnen in Nederland sociaal verzekerd blijven als ze minder dan 50% én met behulp van informatietechnologie (telewerken) thuiswerken.

Let op! Deze uitzonderingsregel geldt omgekeerd in ieder geval ook voor Duitse en Belgische werknemers die in Nederland wonen én in het land van herkomst, dus Duitsland of België, werken.

Terugwerkende kracht
Degenen die gebruiken willen maken van de uitzonderingsregel, moeten hiertoe een verzoek indienen. Dit kan vanaf 1 juli 2023 via de site van de Sociale Verzekeringsbank (svb.nl).
In de periode van 1 juli 2023 tot 1 juli 2024 kun je het verzoek met terugwerkende kracht tot 1 juli 2023 aanvragen. Vanaf 1 juli 2024 kan dit nog maar met een terugwerkende kracht van drie maanden. Voorwaarde is dat je in die periodes alleen in Nederland premies sociale zekerheid heeft betaald.

Let op! Voor sommige werknemers die niet aan de voorwaarden voldoen, volgt nog aanvullend beleid. Meer hierover wordt binnenkort gepubliceerd op de site van de SVB.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-30T16:59:45+02:0030 juni 2023|Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe regeling thuiswerkende grensarbeiders per 1 juli 2023

Kosten voor lijfrente wel of niet aftrekbaar?

Je betaalt een vergoeding aan een adviseur voor het afsluiten van een lijfrente. De Belastingdienst geeft aan dat je deze kosten in aftrek kunt brengen in jouw aangifte inkomstenbelasting als je de adviseur inhuurt voor het afsluiten van een direct ingaande lijfrente.

Het antwoord op de vraag of de kosten van de adviseur aftrekbaar zijn, is afhankelijk van de fase waarin de lijfrente zich bevindt, zo lijkt in ieder geval uit een vraag en antwoord van de Belastingdienst te volgen.

Opbouwfase niet
Betaalt je advieskosten voor een lijfrente die zich nog in de opbouwfase bevindt? Dat wil zeggen dat je premies betaalt of gaat betalen die aftrekbaar kunnen zijn (mits voldaan wordt aan de voorwaarden daarvoor). Dan zijn de advieskosten niet aftrekbaar. De advieskosten worden dan namelijk aangemerkt als kosten tot verwerving van een bron van inkomen.

Uitkeringsfase wel

Kosten die je maakt voor verwerving, inning en behoud van de uitkeringen die voortkomen uit de bron van inkomen, zijn volgens de Belastingdienst echter wel aftrekbaar. Heb je  bijvoorbeeld een adviseur nodig om een direct ingaande lijfrente af te kunnen sluiten? Dan zijn de bemiddelingskosten die je aan de adviseur betaalt wel aftrekbaar in uw aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst geeft aan dat dit namelijk kosten zijn die je maakt ter verwerving van de lijfrente-uitkeringen.

Let op! De kosten zijn volgens de Belastingdienst alleen aftrekbaar als zij gebruikelijk zijn. Zijn de kosten hoger dan gebruikelijk, dan is het meerdere niet aftrekbaar.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-30T16:57:11+02:0030 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kosten voor lijfrente wel of niet aftrekbaar?