ib

Samenwerkingsverband dga met eigen bv fiscaal aangepakt

Als dga kunt u een samenwerkingsverband met de eigen bv aangaan. Voor deze belastingconstructie werkt het kabinet op dit moment een aanpak uit.

Samenwerking bv en dga als IB-ondernemer

Belastingdienst

Als dga bestaat de mogelijkheid om als IB-ondernemer een samenwerkingsverband aan te gaan met de eigen bv. Dit gebeurt dan in de vorm van een vof, cv of maatschap tussen de dga en de bv. De bv brengt in het samenwerkingsverband dan de onderneming in en/of het gebruik/genot van bepaalde activa. De dga brengt zijn arbeid in.

Let op! Zo eenvoudig als hierboven beschreven is het uiteraard niet. Aan een dergelijke samenwerking zitten verschillende haken en ogen. Daarbij moeten naast de fiscale aspecten ook de civiele aspecten, zoals bijvoorbeeld de aansprakelijkheid, niet uit het oog verloren worden.

Gebruikelijkloonregeling

Het kabinet vindt dit een ongewenste belastingconstructie . De gebruikelijkloonregeling wordt dan namelijk ontweken door alle arbeid buiten de bv te houden. De aandeelhouder maakt daarnaast als IB-ondernemer gebruik van fiscale ondernemersfaciliteiten in de IB die daar, naar het oordeel van het kabinet, niet voor bedoeld zijn.

Onderzoek aanpak constructie

Het kabinet bekijkt momenteel daarom hoe ze deze in hun ogen ongewenste belastingconstructie kunnen aanpakken. Daarbij wordt gedacht aan het niet kunnen toepassen van de fiscale ondernemersfaciliteiten in de IB in dit soort situaties. Het kabinet onderzoekt nog welke ongewenste neveneffecten een dergelijke maatregel kan hebben. De maatregel moet namelijk wel proportioneel zijn en bovendien uitvoerbaar.

Let op! Meer dan de mogelijke aanpak zoals hierboven beschreven is op dit moment nog niet bekend. Houd er echter rekening mee dat het kabinet van plan is om de fiscale voordelen van een dergelijk samenwerkingsverband hoe dan ook aan te pakken.

Door |2025-04-29T13:27:31+02:0029 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Samenwerkingsverband dga met eigen bv fiscaal aangepakt

Voorkom belastingrente IB 2024 met aangifte/VA vóór 1 mei 2025

Als de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag IB 2024 oplegt, berekent de Belastingdienst ook 6,5% belastingrente. Dit kunt u voorkomen door vóór 1 mei 2025 een correcte aangifte in te dienen of een correcte voorlopige aanslag aan te vragen.

Belastingrente

Euro

De Belastingrente voor de inkomstenbelasting bedraagt in 2025 6,5%. Als de Belastingdienst met dagtekening vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag IB 2024 oplegt, wordt belastingrente berekend over de periode die begint op 1 juli 2025 en eindigt zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag.

Let op! Als de Belastingdienst te lang doet over het opleggen van de (voorlopige) aanslag, kan het zijn dat de periode eerder eindigt. De periode eindigt namelijk altijd uiterlijk 14 weken na een verzoek om een voorlopige aanslag en 19 weken na ontvangst van de aangifte.

Voorkomen belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 mei 2025 uw aangifte IB 2024 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2025 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag IB 2024. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente berekenen.

Let op! Dit is anders als de aanslag afwijkt van het verzoek om een voorlopige aanslag of de ingediende aangifte. In die gevallen zal de Belastingdienst namelijk wel belastingrente berekenen vanaf 1 juli 2025. Het is daarom belangrijk dat uw aangifte juist en volledig is en het verzoek om een voorlopige aanslag zo goed mogelijk is ingeschat.

Heeft de (voorlopige) aanslag een dagtekening vóór 1 juli 2025, dan berekent de Belastingdienst ook geen belastingrente. Dit geldt dus ook als de aangifte is ingediend vanaf 1 mei 2025 of de voorlopige aanslag is aangevraagd vanaf 1 mei 2025.

Bezwaar belastingrente

Over de vraag of de Belastingdienst een dergelijk hoge belastingrente mag opleggen, loopt voor de vennootschapsbelasting inmiddels een massaalbezwaarprocedure. Als u op tijd bezwaar maakt tegen de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting, kunt u aansluiten bij deze procedure. Dit betekent dat de Belastingdienst nog geen uitspraak doet, maar wacht op het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad.

Deze massaalbezwaarprocedure geldt momenteel niet voor bezwaren tegen de belastingrente op aanslagen inkomstenbelasting. De Belastingdienst zal dergelijke bezwaren daarom afwijzen. Mogelijk dat nog besloten wordt om deze bezwaren toch op te nemen in een massaal bezwaar procedure. Daar is op dit moment echter nog niets over bekendgemaakt.

Door |2025-04-04T19:41:00+02:004 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorkom belastingrente IB 2024 met aangifte/VA vóór 1 mei 2025

Lagere aftrek extra kleding en beddengoed in 2025

Maak je gebruik van de aftrek van extra kleding en beddengoed in jouw aangifte inkomstenbelasting? De vaste bedragen die hiervoor gelden zijn in 2025 lager dan in 2024.

Aftrek extra kleding en beddengoed

Detailhandel

Als je door ziekte of invaliditeit meer kosten voor (het wassen van) kleding en beddengoed maakt dan mensen in vergelijkbare (financiële) omstandigheden, kun je hiervoor mogelijk kosten in aftrek brengen in jouw aangifte inkomstenbelasting. Deze extra kosten moeten dan wel een rechtstreeks gevolg zijn van jouw ziekte of invaliditeit die minimaal een jaar duurt of waarschijnlijk minimaal een jaar gaat duren.

Vast bedrag

Omdat voor beddengoed sprake is van een negatieve prijsmutatie, vallen de vaste bedragen in 2025 lager uit. De aftrek bestaat uit een vast bedrag dat in 2024 nog € 350 bedroeg. Voor  2025 is dit vaste bedrag verlaagd naar € 340.

Had je in 2024 extra kosten voor kleding en beddengoed die hoger waren dan € 700, dan bedroeg de aftrek in dat jaar geen € 350 maar € 875. Ook deze vaste bedragen zijn in 2025 lager. Zijn in 2025 jouw extra kosten voor kleding en beddengoed hoger dan € 680, dan bedraagt de aftrek geen  € 340 maar € 850.

Let op! De vaste bedragen worden elk jaar opnieuw geactualiseerd en zijn afhankelijk van de consumentenprijsontwikkeling.

Door |2025-01-17T08:52:26+01:0017 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Lagere aftrek extra kleding en beddengoed in 2025

Aanwijzingen bij jouw laatste btw-aangifte 2024

In januari 2025 moet je jouw laatste btw-aangifte over 2024 indienen. De laatste btw-aangifte kan een aantal bijzonderheden kennen.

Btw privégebruik auto

Geld

De btw-afdracht die verschuldigd is over het privégebruik van auto’s van de zaak moet je aangeven in jouw laatste btw-aangifte van het jaar bij vraag 1d. De btw die je gedurende heel 2024 betaalde voor deze auto’s van de zaak kon je namelijk in 2024 in aftrek brengen in jouw btw-aangiften. In de laatste btw-aangifte corrigeer je dit voor het privégebruik.

Let op! Dit moet je voor personenauto’s én voor bestelauto’s van de zaak toepassen: ook voor auto’s waarvoor je in de loonbelasting of inkomstenbelasting geen bijtelling toepast omdat met de auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden is. Voor de btw is het woon-werkverkeer namelijk niet zakelijk, maar privé. Dit in tegenstelling tot de loonbelasting en de inkomstenbelasting, waar deze kilometers als zakelijk worden gezien.

Je berekent de btw-afdracht over het privégebruik auto op basis van de verhouding tussen het zakelijke en het privégebruik. Heb je daar geen beschikking over, dan is de btw-afdracht 2,7% van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip! In bepaalde gevallen bedraagt de btw-afdracht 1,5 in plaats van 2,7%. Bijvoorbeeld als je bij de aankoop van de auto de btw niet in aftrek bracht. Voor de btw-afdracht van het privégebruik in 2024 pas je ook 1,5% toe voor auto’s die je in 2019 of eerder in gebruik nam.

Let op! Is er een normale eigen bijdrage betaald voor het privégebruik van de auto, dan vindt voorgaande btw-afdracht vanwege privégebruik niet plaats. Wel moet je dan de btw die begrepen is in de eigen bijdrage (21/121 x de eigen bijdrage) in jouw btw-aangifte aangeven en afdragen bij vraag 1a. Deze regel geldt niet als de eigen bijdrage lager is dan een normale waarde.

BUA-correctie

Verstrekte je in 2024 aan relaties of personeel goederen of diensten (bijvoorbeeld relatiegeschenken, fitness, ontspanning of bijvoorbeeld een kerstpakket of jubileumgeschenk), dan moet je in de laatste btw-aangifte een btw-correctie toepassen als dit in totaal meer dan € 227 (exclusief btw) per relatie/werknemer per (boek)jaar bedroeg.

Tip! Deze zogenaamde BUA-correctie vul je in bij vraag 5b. Het berekenen van deze correctie is niet voor iedereen even duidelijk. Neem voor meer informatie over de BUA daarom contact op met een van onze adviseurs.

Btw-correctie i.v.m. btw-belaste en btw-vrijgestelde activiteiten 2024

In de laatste btw-aangifte moet je wellicht ook nog een correctie maken op de btw die je in 2024 in aftrek bracht. De btw die rechtstreeks toerekenbaar is aan btw-vrijgestelde verkoop van goederen en diensten mag je namelijk niet in aftrek brengen. Voor de algemene kosten wordt die btw in aftrek gebracht op basis van een pro-ratapercentage. Gedurende 2024 maakte je een inschatting van de pro rata niet-aftrekbare btw (meestal gebaseerd op de pro rata van 2023). In jouw laatste btw-aangifte van 2024 bereken je het juiste pro-ratapercentage en moet je wellicht nog een correctie toepassen op de in aftrek gebrachte btw bij vraag 5b.

Btw-privégebruik goederen en diensten

Gebruikte je bepaalde goederen en diensten deels privé, dan moet je ook daarvoor een correctie toepassen op de in aftrek gebrachte btw (bij vraag 1d).

Tip! Voor het eigen gebruik van de gangbaarste agrarische producten en richtlijnen voor het privégedeelte van de kosten van energie en water heeft de Belastingdienst weer de Landbouwnormen 2024 gepubliceerd.

Investeringsgoederen

Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken (bijvoorbeeld een bedrijfspand) en roerende zaken (bijvoorbeeld een computer) waarop je afschrijft.

Let op! Heb je in 2015 of latere jaren een onroerende zaak gekocht of heb je in 2020 of latere jaren een roerende zaak gekocht én daarbij btw in aftrek gebracht? Dan moet je deze btw mogelijk in jouw laatste btw-aangifte van 2024 herzien bij vraag 5b als de verhouding btw-belast en btw-vrijgesteld in 2024 anders is dan aan het einde van het jaar van aankoop. Dit moet ook als je de onroerende zaak of de roerende zaak anders privé gebruikte. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Tip! Voor zogenaamde kostbare diensten geldt nu nog geen herzieningsregeling. Vanaf volgend jaar komt daar verandering in en gaat er een herzieningsregeling van vijf jaar gelden.

Door |2025-01-17T08:39:15+01:0017 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanwijzingen bij jouw laatste btw-aangifte 2024

Informatiebrief over verder rechtsherstel box 3

De Belastingdienst is gestart met het versturen van een informatiebrief aan iedereen die mogelijk in aanmerking komt voor verder rechtsherstel in box 3. Het gaat om in totaal 2,6 miljoen brieven, waarvan de laatsten begin november verzonden worden.

Box 3-arresten Hoge Raad juni 2024

Euro

In juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat je in box 3 het werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij aanwijzingen over hoe het werkelijke rendement berekend moet worden. Zo oordeelde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat het gaat om het nominale werkelijke gerealiseerde én ongerealiseerde rendement zonder rekening te houden met inflatie en zonder aftrek van kosten.

Tegenbewijsregeling

De staatssecretaris gaf nadien een nadere invulling aan de wijze waarop het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de aanwijzingen van de Hoge Raad. Deze invulling wordt in een wetsvoorstel opgenomen, waarmee in feite een wettelijke tegenbewijsregeling ontstaat. Op die wettelijke tegenbewijsregeling kun je een beroep doen als jouw wettelijke rendement – berekend volgens de nadere invulling van de staatssecretaris – lager is dan het forfaitaire rendement.

Let op! Als je in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling, betekent dit niet dat straks per definitie jouw box 3-aanslag verminderd wordt. Hiervoor moet jouw werkelijke rendement lager zijn dan het forfaitaire rendement. Houd er daarbij rekening mee dat wat je wellicht verstaat onder werkelijk rendement anders is dan de invulling die de Hoge Raad daaraan gaf. 

Brief Belastingdienst

In september maakte de staatssecretaris de doelgroep bekend die in aanmerking komt voor de wettelijke tegenbewijsregeling. Tot en met begin november 2024 stuurt de Belastingdienst deze doelgroep een brief. Het gaat om de periode vanaf 2017.

Let op! Denk je dat je in aanmerking komt voor de wettelijke tegenbewijsregeling, maar heb je medio november 2024 nog geen brief van de Belastingdienst ontvangen? Neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met jou bepalen of je terecht geen brief heeft ontvangen.

Geen actie?

De Belastingdienst geeft in de brief aan dat je nu nog niet in actie hoeft te komen. Dat klopt over het algemeen, behalve als je een definitieve aanslag met box 3-inkomen ontvangt óf als je een definitieve aanslag IB 2019 met box 3-inkomen heeft die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. In die gevallen is het mogelijk verstandig om wel in actie te komen.

Definitieve aanslag IB met box 3-inkomen

Ontvang je een definitieve aanslag IB met box 3-inkomen, neem dan zo snel mogelijk contact op met een van onze adviseurs. Als een voorlopige berekening van jouw werkelijke inkomen lager is dan het wettelijke forfaitaire inkomen in box 3, kan het namelijk verstandig zijn om jouw rechten veilig te stellen en tijdig bezwaar te maken tegen de definitieve aanslag IB. Tijdig wil zeggen binnen zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag.

Definitieve aanslag IB 2019 met box 3- inkomen

Heb je een definitieve aanslag IB 2019 met box 3-inkomen en stond deze op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vast? Dan ontvang je een andere brief van de Belastingdienst. In deze brief staat dat je vóór 31 december 2024 een verzoek om ambtshalve vermindering in moet dienen, als je dat niet al eerder heeft gedaan. Alleen dan houd je recht op de tegenbewijsregeling voor de IB 2019.

Let op! Ontvang je zo’n brief, overleg dan met onze adviseurs of een verzoek om ambtshalve vermindering verstandig is. Heb je medio november 2024 nog niet zo’n brief ontvangen en denk je dat je voor jouw IB 2019 wel in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling? Neem dan ook contact op. Zij kunnen dan samen met jou bepalen of je terecht geen brief heeft ontvangen en nadere actie ondernemen.

Vervolg

Het wetsvoorstel met daarin de wettelijke tegenbewijsregeling wordt naar verwachting in het eerste kwartaal 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Beoogd is om de wet per 1 juni 2025 in te laten gaan. Het aan het tegenbewijs gekoppelde Formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) is naar verwachting ook medio 2025 gereed. Pas vanaf dat moment kun je met behulp van dit Formulier OWR jouw werkelijke rendement aan de Belastingdienst doorgeven. Je ontvangt daarvoor vanaf de zomer van 2025 van de Belastingdienst een uitnodiging met details over de benodigde stappen die je moet nemen.

Door |2024-10-23T11:16:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Informatiebrief over verder rechtsherstel box 3

Belastingdienst stuurt weer brieven definitieve aanslag 2021 en box 3

De Belastingdienst legt vanaf augustus 2024 definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar 2021 met box 3-vermogen op. Deze aangiften werden in eerste instantie nog aangehouden. De aanslagen worden voorafgegaan door een brief waarin onder meer wordt toegelicht dat de definitieve aanslag wellicht nog onjuist is.

De eerste brieven werden in augustus 2024 verstuurd aan een eerste groep belastingplichtigen. In september 2024 verstuurt de Belastingdienst opnieuw dergelijke brieven aan een volgende groep belastingplichtigen.

Aanslag wellicht onjuist

Euro

De Belastingdienst legt de aanslagen over 2021 de komende tijd op, omdat dit binnen de wettelijke termijn van drie jaar moet gebeuren. De aanslagen kunnen echter nog onjuist zijn, omdat er nog geen rekening kan worden gehouden met het feit dat in box 3 het werkelijke rendement in aanmerking mag worden genomen als dit lager is dan het forfaitaire rendement.

Duidelijkheid over arresten Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 dat in box 3, ook onder de Wet rechtsherstel box 3 en de Overbruggingswet box 3, het werkelijke rendement in aanmerking mag worden genomen als dit lager is dan het forfaitaire rendement. De Belastingdienst onderzoekt momenteel nog de gevolgen van deze arresten, onder meer de vraag hoe het werkelijke rendement moet worden berekend. De Belastingdienst kan daarom bij het opleggen van de definitieve aanslagen over 2021 nog geen rekening houden met de arresten van 6 juni 2024.

Berekening werkelijk rendement

De Belastingdienst werkt aan een formulier waarmee het werkelijke rendement kan worden doorgegeven. Dit formulier is naar verwachting echter pas in de zomer van 2025 beschikbaar. Ook hierover ontvangen genoemde belastingplichtigen nog een brief.

Betaal definitieve aanslag op tijd!

Moet er belasting betaald worden op de definitieve aanslag IB/PVV 2021, betaal deze dan op tijd. Dit moet ook alsnog niet zeker is of het box 3-inkomen juist is en de aanslag wellicht in 2025 achteraf alsnog lager wordt vastgesteld.

Te veel betaald?

Blijkt achteraf in de zomer van 2025, na het indienen van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR), dat er te veel belasting is betaald op de definitieve aanslag IB/PVV 2021, dan wordt dit terugbetaald of het wordt verrekend met nog te betalen belasting.

Let op! Op jouw definitieve aanslag staat aangegeven hoe je bezwaar kunt maken, als je het niet eens bent met de aanslag. Overleg met een van onze adviseurs of bezwaar maken in jouw geval verstandig is.

Door |2024-09-04T15:42:28+02:004 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst stuurt weer brieven definitieve aanslag 2021 en box 3

Bezwaar tegen definitieve aanslag IB 2023 met box 3

Ook als je alleen bank- en spaartegoeden in box 3 heeft kan het verstandig zijn om tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2023 in bezwaar te komen. Bijvoorbeeld omdat je werkelijke rendement (veel) lager is dan het forfaitaire rendement of vanwege een beroep op strijd met Europees recht.

Definitieve aanslag IB 2023

Sparen

Eerder lieten wij je al weten dat de Belastingdienst definitieve aanslagen inkomstenbelasting (IB) 2023 met box 3 vermogen dat alleen bestaat uit bank- en spaartegoeden niet aanhoudt. Dit betekent dat je mogelijk al een definitieve aanslag IB 2023 heeft ontvangen of binnenkort ontvangt.

Bezwaar vanwege lager werkelijk rendement?

De Hoge Raad doet waarschijnlijk in augustus/september 2024 een belangrijke uitspraak. De kans bestaat dat de Hoge Raad gaat beslissen dat de box 3-heffing moet plaatsvinden op basis van jouw werkelijke rendement uit jouw vermogen als dit lager is dan het rendement dat volgt uit de wettelijke bepalingen.

Om die reden is het verstandig om bij ontvangst van een definitieve aanslag jouw werkelijke rendement te (laten) vergelijken met het rendement in jouw aanslag. Is dit werkelijke rendement (veel) lager, dan kan je alleen jouw rechten veilig stellen als je binnen zes weken na ontvangst van de definitieve aanslag IB 2023 in bezwaar komt.

Bezwaar vanwege mogelijke strijd met Europees recht

Het forfaitaire rendement voor bank- en spaartegoeden in box 3 voor het jaar 2023 is in 2024 met terugwerkende kracht naar 1 januari 2023 vastgesteld op 0,92%. Mogelijk is deze vaststelling achteraf in strijd met Europees recht.

Het zou kunnen dat de Hoge Raad in de toekomst beslist dat het forfaitaire rendementspercentage over 2023 niet hoger mag zijn dan 0,01%. De kansen hierop zijn moeilijk in te schatten. Als de Hoge Raad tot zo’n oordeel komt, kan je waarschijnlijk alleen nog een beroep daarop doen als u binnen zes weken na ontvangst van de definitieve aanslag IB 2023 in bezwaar komt.

Bezwaar?

Of het daadwerkelijk zin heeft om in bezwaar te gaan tegen jouw definitieve aanslag IB 2023 is afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. Hoe groot is bijvoorbeeld het verschil tussen jouw werkelijke rendement en het wettelijke rendement? En hoe groot is het verschil in rendement berekend tegen 0,92% en tegen 0,01%? Wat betekent dit voor de hoogte van jouw aanslag IB 2023?

Aan de hand van onder meer deze vragen kan je beoordelen of in bezwaar gaan zinvol is. Neem contact op met een van onze adviseurs voor overleg over jouw persoonlijke situatie.

Door |2024-05-28T16:00:55+02:0028 mei 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bezwaar tegen definitieve aanslag IB 2023 met box 3

Controleer jouw definitieve aanslag IB 2023 op box 3

Heeft u box 3-vermogen en ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2023? Onderzoek dan of het verstandig is om hier tegen in bezwaar te komen.

Controle definitieve aanslag

Euro

Diende je al jouw aangifte inkomstenbelasting (IB) 2023 in? Dan bestaat de kans dat je binnenkort al een definitieve aanslag IB 2023 van de Belastingdienst ontvangt. Het is verstandig om een definitieve aanslag IB altijd goed te (laten) controleren. Is deze bijvoorbeeld wel in overeenstemming met de door jouw ingediende aangifte? Of is per abuis in jouw aangifte iets niet goed ingevuld? Dan kan je dat nog corrigeren door tijdig een bezwaarschift in te (laten) dienen.

Let op! Een bezwaarschrift is tijdig ingediend als dit binnen zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag door de Belastingdienst is ontvangen. Wacht daarom na ontvangst van de definitieve aanslag niet te lang.

Extra aandacht voor box 3

Heb je box 3-vermogen, dan moet je extra aandacht (laten) besteden aan jouw definitieve aanslag IB 2023. Momenteel loopt er namelijk een aantal rechtszaken bij de Hoge Raad over box 3. De rechtszaken gaan over de jaren tot en met 2022, maar zullen ook gelden voor de box 3-heffing in 2023. De kans bestaat dat de Hoge Raad gaat beslissen dat de box 3-heffing moet plaatsvinden op basis van jouw werkelijke rendement uit jouw vermogen als dit lager is dan het rendement dat volgt uit de wettelijke bepalingen.

Controleer definitieve aanslag

Zo’n oordeel van de Hoge Raad zou voor je een gunstige ontwikkeling kunnen zijn als jouw werkelijke rendement inderdaad lager is dan het rendement dat in jouw definitieve aanslag IB 2023 is opgenomen. Om die reden is het verstandig om bij ontvangst van een definitieve aanslag jouw werkelijke rendement te (laten) vergelijken met het rendement in jouw aanslag. Is dit werkelijke rendement lager, kom dan binnen zes weken na ontvangst van de definitieve aanslag IB 2023 in bezwaar!

Let op! Als je niet tijdig in bezwaar komt, kan je straks geen gebruikmaken van een gunstige uitspraak van de Hoge Raad. 

Nog geen definitieve aanslag?

Bestaat jouw box 3-vermogen uit meer dan alleen bank- en spaartegoeden, maar bijvoorbeeld ook uit beleggingen, dan legt de Belastingdienst nog geen definitieve aanslag IB 2023 aan je op. De Belastingdienst wacht daarmee tot de Hoge Raad beslist heeft in de rechtszaken rondom box 3. Deze beslissingen worden in augustus/september van dit jaar verwacht.

Let op! Dit geldt dus niet als jouw box 3-vermogen alleen uit bank- en spaartegoeden bestaat. In dat geval wacht de Belastingdienst in principe niet de beslissing van de Hoge Raad af. Omdat ook in het geval van bank- en spaartegoeden het werkelijke rendement weleens lager zou kunnen zijn dan het wettelijke rendement, is het verstandig om alert te zijn bij ontvangst van jouw definitieve aanslag IB 2023.

Definitieve aanslagen van vóór 2023

Het voorgaande geldt niet alleen voor de definitieve aanslagen IB 2023, maar ook voor eerdere jaren. In principe legt de Belastingdienst ook voor de jaren 2021 en 2022 nog geen definitieve aanslag IB op als jouw box 3-vermogen uit meer bestaat dan alleen bank- en spaartegoeden. Maar blijf alert en overleg met jouw adviseur als je toch een definitieve aanslag IB 2021 of 2022 ontvangt.

Let op! De Belastingdienst heeft wettelijk een termijn van in beginsel drie jaar waarbinnen een definitieve aanslag IB moet worden opgelegd. Voor de definitieve aanslagen IB 2021 verloopt deze termijn in beginsel op 31 december 2024. Om die reden zal de Belastingdienst op termijn waarschijnlijk besluiten om toch al definitieve aanslagen IB 2021 op te gaan leggen, ook als daarin box 3-vermogen is opgenomen. Houd daar rekening mee.

Door |2024-05-16T15:45:31+02:0016 mei 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Controleer jouw definitieve aanslag IB 2023 op box 3

Aftrekpost in 2023 meestal naar partner met laagste inkomen

Fiscale partners kunnen in de inkomstenbelasting bepaalde aftrekposten naar eigen keuze aan elkaar toedelen. Vanaf 2023 is toedeling aan de partner met het laagste inkomen meestal het voordeligst.

Aftrekposten tegen 36,93%
De volgende aftrekposten zijn in 2023 nog maar aftrekbaar tegen maximaal 36,93%:
• aftrekbare kosten (waaronder hypotheekrente) voor de eigen woning,
• aftrek van alimentatie, van ziektekosten en van giften.

Tip!Het aftrektarief is maximaal 36,93%. Dit betekent dat de aftrek tegen 36.93% gaat als jouw inkomen in 2023 onder het 49,50%-of het 36,93%-tarief valt. Een AOW-gerechtigde betaalt tot een inkomen van € 37.149 echter een tarief van 19,03%. De aftrek gaat bij een AOW-gerechtigde daarom tot een inkomen van € 37.149 tegen 19,03% en dus niet tegen 36,93%.


Geen tariefvoordeel meer

Voor AOW-gerechtigde zou in 2023 nog een tariefvoordeel behaald kunnen worden bij toedeling van een aftrekpost aan het hoogste inkomen (mits dat inkomen hoger is dan € 37.149). Voor mensen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, is dit voordeel vanaf 2023 verdwenen.

Tariefstructuur

Door de complexe tariefstructuur in de inkomstenbelasting, is het vanaf 2023 meestal het voordeligst om de aftrekpost toe te delen aan de partner met het laagste inkomen. In die tariefstructuur is de te betalen belasting namelijk niet alleen afhankelijk van het toegepaste tarief (in 2023 voor een niet-AOW-gerechtigde 36,93% tot € 73.031 en 49,50% vanaf € 73.031), maar ook van de heffingskortingen.
Heffingskortingen kunnen hoger zijn bij een lager inkomen. Zo daalt de algemene heffingskorting van maximaal € 3.070 vanaf een inkomen uit werk en woning van € 22.660 in 2023 met 6,095%. Vanaf een inkomen van € 73.031 bestaat dan geen recht meer op algemene heffingskorting. Voor AOW-gerechtigden daalt de ouderenkorting van maximaal € 1.835 vanaf een verzamelinkomen van € 40.888 in 2023 met 15%. Vanaf een inkomen van € 53.122 bestaat dan geen recht meer op ouderenkorting.

Meest gunstige verdeling
De afbouw van de heffingskortingen zorgen ervoor dat het meestal voordeliger kan zijn om de aftrekpost aan de partner met het laagste inkomen toe te delen. Voor AOW-gerechtigde kan dit anders als de minstverdienende partner belast wordt tegen het tarief van 19,03% (bij een inkomen tot € 37.149). De berekening welke toedeling het meest gunstig is, is niet eenvoudig. Onze adviseur zullen bij het verzorgen van uw aangifte inkomstenbelasting 2023 uiteraard de meest voordelige verdeling toepassen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T15:48:28+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrekpost in 2023 meestal naar partner met laagste inkomen

  • Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

Als de Belastingdienst niet binnen drie jaar een definitieve aanslag inkomstenbelasting oplegt, dan vervalt het recht om dat alsnog te doen. Bij twijfel over de termijn moet de Belastingdienst bewijzen dat de definitieve aanslag inkomstenbelasting op tijd ter post bezorgd is.

Termijn opleggen definitieve aanslag
Als de Belastingdienst een definitieve aanslag inkomstenbelasting wil opleggen, moet dit binnen drie jaar na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. Zo moest een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018 uiterlijk 31 december 2021 zijn opgelegd.

Let op! Als je uitstel hebt aangevraagd voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting, wordt de termijn van drie jaar met de termijn van dit uitstel verlengd. Vroeg je bijvoorbeeld uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2018 en kreeg je dat voor 4 maanden, dan is de uiterste termijn niet 31 december 2021 maar 30 april 2022.

Bewijs tijdige verzending
Als je een definitieve aanslag na afloop van de termijn van drie jaar ontvangt, moet de Belastingdienst bewijzen dat het aanslagbiljet op tijd ter post is bezorgd, dat wil zeggen op of vóór het einde van de termijn van drie jaar. Kan de Belastingdienst dat niet, dan komt de aanslag te vervallen.

Zo liet een rechtbank de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014 van een belastingplichtige vervallen. De belastingplichtige stelde dat zijn definitieve aanslagbiljet inkomstenbelasting 2014 te laat was toegezonden. De Belastingdienst kon aan de rechtbank geen enkel stuk laten zien waaruit aannemelijk werd dat het aanslagbiljet wel op tijd was toegezonden. De rechtbank vond het onvoldoende dat de Belastingdienst alleen stelde dat de aanslag per reguliere post op tijd aan de belastingplichtige was verzonden.

Gevolg was dat de rechtbank het aannemelijk vond dat het aanslagbiljet niet op tijd was verzonden. De rechtbank liet daarom de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014 vervallen.

Bewijs aanvraag uitstel aangifte?
De rechtbank achtte ook aannemelijk dat de belastingplichtige niet om uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2015 had verzocht. De Belastingdienst was van mening dat de termijn voor het opleggen van de definitieve aanslag afliep op 30 april 2019, omdat voor vier maanden uitstel voor het indienen van de aangifte was verleend.

De belastingplichtige stelde echter dat hij nooit om dat uitstel had verzocht. De Belastingdienst kon alleen een uitdraai uit het automatiseringssysteem laten zien waaruit bleek dat uitstel was verleend. De Belastingdienst kon echter geen officieel uitstelverzoek, of een kopie hiervan, laten zien of op andere wijze aannemelijk maken dat de belastingplichtige ook verzocht had om uitstel.

De rechtbank vond daarom dat niet aannemelijk was dat de belastingplichtige om uitstel had verzocht. Het was onvoldoende dat de Belastingdienst dit uitstel klaarblijkelijk wel had verleend.

Belastingaanslag vervallen
Gevolg was dat de termijn voor het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 volgens de rechtbank afliep op 31 december 2018. De definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 die pas in 2019 ter post was bezorgd, was daarom niet op tijd verzonden. De rechtbank liet daarom ook de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-23T08:44:33+02:0023 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn