hogeraad

  • Advocaat-generaal vraagt mening Hoge Raad over eHerkenning

Advocaat-generaal vraagt mening Hoge Raad over eHerkenning

De adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal, heeft de Hoge Raad gevraagd uitspraak te doen over de plicht om voor de aangiftes loon- en vennootschapsbelasting eHerkenning te gebruiken.

EHerkenning
EHerkenning is een veilig gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties gecommuniceerd kan worden. Het gebruik ervan is echter niet kosteloos en moet worden aangeschaft bij een commerciële partij.

Let op! EHerkenning is verplicht voor bedrijven voor de aangifte loon- en/of vennootschapsbelasting en voor de BV die BTW-aangifte moet doen.

Uitspraak rechtbank Arnhem
De rechtbank in Arnhem oordeelde onlangs echter dat er geen wettelijke basis is voor de verplichting om eHerkenning te gebruiken voor de loonaangifte. Een belastingplichtige die geweigerd had hiervoor eHerkenning te gebruiken, werd dan ook in het gelijk gesteld. Omdat deze belastingplichtige geen loonheffing verschuldigd bleek te zijn, kon de Belastingdienst niet tegen de uitspraak in beroep gaan.

Mening Hoge Raad
Volgens de advocaat-generaal is het van belang om te weten of de Hoge Raad de mening van de rechtbank deelt. Daarom heeft hij de zaak ‘in het belang der wet’ zelf aan de Hoge Raad voorgelegd. Dit is uitsluitend bedoeld om duidelijkheid te verkrijgen over de al dan niet wettelijke status van het verplichte gebruik van eHerkenning. De uitspraak van de Hoge Raad heeft dan ook geen gevolgen voor de betrokken partij.

Let op! Zolang er geen uitspraak is van de Hoge Raad, adviseren wij je om eHerkenning te gebruiken voor jouw aangiftes.
Wij houden je op de hoogte van de ontwikkelingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-11T09:51:18+02:0011 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Advocaat-generaal vraagt mening Hoge Raad over eHerkenning

  • Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Als je jouw woning tijdelijk verhuurt, bijvoorbeeld tijdens vakantie, zijn de huurinkomsten belast. Maar wat nu als je de woning deels tijdelijk verhuurt en zelf in het andere deel blijft wonen. Maakt dat nog verschil?

Gehele woning verhuurd
Dat de huurinkomsten van jouw tijdelijk verhuurde eigen woning belast zijn, volgt uit de wet. Hierin is bepaald dat van de huurinkomsten 70% belast is in box 1.

Woning deels verhuurd
Dat ook de huurinkomsten van een gedeeltelijk verhuurde woning belast zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2020. Omdat de lagere rechters in eerste instantie hadden beslist dat deze verhuur onbelast was, deed het arrest destijds nogal wat stof opwaaien. Met name omdat het verhuren van een deel van de eigen woning via bijvoorbeeld Airbnb de laatste jaren flink was toegenomen.

Zelfbewoning van invloed?
Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter waarbij hij stelde dat genoemd arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is als de verhuurder zelf tijdens de verhuur van het deel van zijn woning in het andere deel aanwezig blijft. Het arrest zou met name betrekking hebben op verhuur van de hele of gedeeltelijke woning bij afwezigheid van de woningeigenaar, wegens bijvoorbeeld verblijf in het buitenland.

Intentie wetgever?
Het Hof ging in deze redenering echter niet mee. Deze intentie blijkt niet uit het arrest en dus is het volgens het Hof niet van belang of de verhuurder tijdens de tijdelijke verhuur ook zelf nog in de woning aanwezig is. De correctie van de inspecteur bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-23T10:39:44+02:0023 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

  • Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Ontvangt een werknemer een vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht van zijn werkgever? Dan zal deze vaak belastingvrij zijn.

Letselschadevergoeding door werkgever
Een werknemer die in dienst was bij een Veiligheidsregio werd door zijn werkgever aangesteld als vrijwilliger bij de brandweer. Tijdens die werkzaamheden raakte hij betrokken bij een ongeval. Hij hield daaraan blijvend letsel en bewegingsbeperking over. Zijn werkgever had een ongevallenverzekering afgesloten.
Deze ongevallenverzekering betaalde een letselschadevergoeding van circa €33.000 uit. De werkgever hield daarop circa € 13.000 belasting in en betaalde circa €20.000 aan de werknemer door.

Belast of belastvrij
De werkgever hield belasting in omdat hij meende dat de letselschadevergoeding voortkwam uit de dienstbetrekking en dus loon vormde. De werknemer was echter van mening dat de vergoeding geen loon vormde en dus belastingvrij was. De werknemer meende dat de volle €33.000 aan hem uitbetaald had moeten worden.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad was het, tot op zekere hoogte, eens met de werknemer. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in principe geen loon vormen en dus belastingvrij zijn. Dit is alleen anders als de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit.
Was de aansprakelijkheid van de werkgever bijvoorbeeld beperkt tot €25.000? Dan had de werkgever alleen over het meerdere (€8.000) belasting in moeten houden.

Nog even geduld
De werknemer moet nog even geduld hebben. De Hoge Raad heeft een gerechtshof gevraagd om uit te zoeken hoe hoog de vergoeding is die rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. Is dat een bedrag hoger of gelijk aan de circa €33.000? Dan is de gehele letselschadevergoeding onbelast.

Tip! Voordat de Hoge Raad het betreffende oordeel uitsprak, werd aangenomen dat een vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht belast was als deze zou rusten op bepaalde afspraken daarover in de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft nu uitgelegd dat dit anders ligt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T13:55:28+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

  • Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de DGA’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de DGA van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De DGA van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de DGA veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen omdat de DGA het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de DGA van de holding.

Tip! Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de DGA, loon aan de DGA en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de DGA? Dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de DGA en de werkmaatschappij gemaakt maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De DGA is dan zelf geen contractpartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de DGA’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de DGA en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de DGA’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De DGA heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:50:27+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

  • Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Als je tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020 tijdig bezwaar maakte, beoordeelt de Belastingdienst vóór 4 augustus of en zo ja welk rechtsherstel je krijgt. Wat kun je nog doen als je het niet eens bent met dat rechtsherstel?

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Verweer tegen rechtsherstel
Na dit automatisch rechtsherstel bestaat in principe geen mogelijkheid meer om daartegen in beroep te gaan. De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 echter uitgelegd wat je nog wel kunt doen.
Als je je niet kunt vinden in de berekening van het rechtsherstel kun je een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de Belastingdienst. Wijst de Belastingdienst dit af, dan kun je daartegen in bezwaar en eventueel in beroep bij de belastingrechter. Op deze manier kun je, via een omweg, alsnog het rechtsherstel voorleggen aan de rechter.

Lopende rechtsprocedures
Op 4 februari verklaarde de staatssecretaris van Financiën alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften over de box 3-heffing gegrond. De Hoge Raad oordeelde op 20 mei 2022 ook dat rechtbanken en gerechtshoven zich in procedures vanaf 4 februari 2022 ook mogen uitspreken over de gevolgen voor box 3 van de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021. Hierdoor kunnen rechtbanken en gerechtshoven vanaf 4 februari 2022 bij de behandeling van een individueel beroep ook het rechtsherstel naar aanleiding van de uitspraak van 24 december 2021 meenemen. Heb je dus al een zaak lopen bij een rechtbank of een gerechtshof over box 3, dan is gesplitste behandeling niet langer nodig.

Let op! Lag jouw zaak voor 4 februari 2022 al bij de Hoge Raad? Dan is deze gezamenlijke behandeling helaas niet mogelijk en moet je alsnog twee procedures doorlopen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-24T16:18:00+02:0024 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

  • Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.
De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die recent openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op! Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kun je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.
Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:52:41+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

  • Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

De waarde van een pand mag met behulp van modellen worden vastgesteld. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.

Waardebepaling WOZ
Gemeentes stellen jaarlijks opnieuw de WOZ-waarde van panden in hun gemeente vast. Niet alle panden worden jaarlijks opnieuw getaxeerd, meestal wordt uitgegaan van recente verkoopcijfers.

Onvoldoende marktgegevens
In de betreffende zaak beschikte de gemeente slechts over de actuele verkoopcijfers van één vergelijkbaar pand. De gemeente besloot daarop de waarde van het pand te berekenen met behulp van een modelwaarde, op basis van 80 verkoopcijfers en op basis van een internationaal erkende waarderingswijze.

Uitvoeringsregeling niet heilig
De rechter acht bovengenoemde methode in dit geval aanvaardbaar voor de waardevaststelling. Weliswaar bevat de uitvoeringsregeling een instructie waardebepaling inzake de Wet WOZ-richtlijnen voor de waardevaststelling, maar deze waarde kan ook op andere wijze worden bepaald. Ook de Hoge Raad heeft in eerdere uitspraken dit standpunt ingenomen.

Onvoldoende tegenargumentatie
Bij het bepalen van de WOZ-waarde dient de gemeente aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde klopt. De rechter stelde vast dat de gemeente op basis van de modelmatige benadering hierin was geslaagd. Bovendien bracht de eigenaar van het pand onvoldoende tegenargumenten naar voren, zodat de vastgestelde waarde in stand bleef.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T12:44:32+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

  • Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

In een brief aan het parlement heeft het kabinet aangegeven hoe het om wil gaan met de belastingheffing over inkomen in box 3 in de periode 2017 tot en met 2022. Het kabinet geeft verder ook aan hoe het de komende jaren vermogensinkomsten in box 3 wil belasten.

Arrest Hoge Raad
De voornemens van het kabinet vloeien voort uit een arrest van de Hoge Raad van eind 2021. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met de wet.

Overleg Tweede Kamer
Het kabinet wil, alvorens beslissingen te nemen, eerst in overleg met de Tweede Kamer. Op het arrest van de Hoge Raad kan namelijk op verschillende manieren worden ingespeeld. De kosten zijn onder meer afhankelijk van de vraag of alleen rechtsherstel plaatsvindt voor degenen die in het verleden bezwaar hebben gemaakt tegen hun aanslagen over vermogen in box 3, of dat rechtsherstel ook breder wordt toegepast. Rechtsherstel kost de schatkist vervolgens, afhankelijk van de gekozen variant en de gekozen doelgroep, tussen de €2,4 en €11,7 miljard.

Werkelijke verdeling vermogen
In de twee varianten voor rechtsherstel die in de brief beschreven worden, wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. In de huidige wetgeving is dit anders, omdat daarin wordt uitgegaan van een fictieve verdeling op basis van de omvang van het vermogen.

Varianten
De twee varianten bestaan uit een spaarvariant en een forfaitaire variant. In de eerste variant wordt het spaargeld belast op basis van de actuele spaarrente, de schulden op basis van de hypotheekrente en de beleggingen op basis van het nu ook al geldende meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen. Bij de forfaitaire variant worden de huidige forfaits aangepast aan de gemiddelde rendementen voor de vermogenscategorieën in een jaar.

Let op! Op 20 april 2022 ging de staatssecretaris in discussie met de Tweede Kamer. Daarna zal het kabinet bij de voorjaarsnota (uiterlijk 1 juni 2022) een beslissing nemen over de wijze waarop rechtsherstel geboden gaat worden. De Belastingdienst kan dan rond 1 juli 2022 starten met het rechtsherstel. Het streven is dan om uiterlijk 4 augustus de belastingaanslagen van iedereen die tijdig bezwaar maakte beoordeeld en eventueel verminderd te hebben.

Spoedwetgeving voor 2023 en 2024
Het kabinet wil de uiteindelijk gekozen variant voor de periode 2017 tot en met 2022 ook gebruiken voor de belastingheffing in box 3 voor de periode 2023 en 2024. Dit zal via spoedwetgeving worden ingevoerd.

Werkelijk rendement belast vanaf 2025
Het kabinet streeft ernaar vanaf 2025 het werkelijke rendement van vermogen te belasten in box 3. Hierbij worden niet alleen de reguliere inkomsten belast, maar ook vermogenstoenames, zoals koerswinsten en waardestijgingen van onroerend goed.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:44:58+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

  • Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Verenigingen en stichtingen met een relatief geringe winst kunnen vrijgesteld worden van het betalen van vennootschapsbelasting. Onder meer deze vrijstelling is in een recent arrest van de Hoge Raad verruimd voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan.

Hoe is de winstvrijstelling geregeld?
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld als deze minder dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, samen met de winsten van de vier voorafgaande jaren, niet meer bedraagt dan €75.000.

Twee zaken uit bovengenoemd arrest zijn onlangs in een Besluit verwerkt. Wat verandert er?

Minder dan vijf jaar bestaan?
In genoemd arrest van de Hoge Raad is besloten dat de winstgrens van €75.000 niet tijdsevenredig hoeft te worden toegepast voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan. Bij een bestaan van bijvoorbeeld drie jaar hoort nog steeds een winstgrens van €75.000 en niet van 3/5 x €75.000 = €45.000.

Winstgrens maar één keer per jaar beoordelen
Het Besluit geeft ook aan dat de winstgrenzen maar één keer per jaar worden beoordeeld. Als een stichting of vereniging belastingplichtig is en vervolgens vanaf enig jaar wordt vrijgesteld, betekent dit dat er stakingswinst kan ontstaan. Deze moet worden opgenomen in de winst van het jaar dat aan het vrijgestelde jaar voorafgaat. Dit is echter niet meer van invloed op de hoogte van de winstgrenzen, aldus het Besluit.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:31:47+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

  • Geen invorderingsmaatregelen vanwege box 3

Geen invorderingsmaatregelen vanwege box 3

Er worden geen invorderingsmaatregelen getroffen als belastingplichtigen met inkomen in box 3 de laatste betaaltermijn van hun voorlopige aanslag voor 2022 overschrijden. Hierover ontvangen betrokkenen op korte termijn een brief.

Arrest box 3
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar in een arrest beslist dat de huidige belastingheffing over inkomen in box 3 niet door de beugel kan. Het kabinet denkt nog na over reparatiewetgeving.

Box 3-inkomen mogelijk te hoog
Het arrest betekent dat het box 3-inkomen van belastingplichtigen in de voorlopige aanslag van 2022 te hoog kan zijn vastgesteld. Daarom worden voorlopig geen invorderingsmaatregelen genomen en wordt ook geen invorderingsrente berekend als belastingplichtigen met box 3-inkomen niet op tijd betalen.

Brief
De betrokken belastingplichtigen ontvangen hierover op korte termijn een brief. Hierin worden ze ook geïnformeerd dat de invordering gepauzeerd blijft tot het box 3-inkomen correct is vastgesteld, dus tot een nieuwe correcte voorlopige of definitieve aanslag over 2022 is opgelegd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-20T12:27:27+02:0020 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen invorderingsmaatregelen vanwege box 3