hogeraad

  • Reikwijdte terugwerkende kracht sectorindeling bekend

Reikwijdte terugwerkende kracht sectorindeling bekend

Betaalde een werkgever te veel premies omdat hij in een verkeerde sector was ingedeeld? Dan was het volgens de Belastingdienst vanaf 29 juni 2018 niet meer mogelijk om met terugwerkende kracht ingedeeld te worden in de juiste sector. De Hoge Raad zette daar in september 2021 een streep doorheen.

De Belastingdienst heeft nu bekendgemaakt welke reikwijdte de terugwerkende kracht volgens haar heeft.

Sectorindeling
Werkgevers worden van rechtswege ingedeeld in een bepaalde sector op basis van hun activiteiten. De inhoudingsplichtige, ofwel de werkgever, kan met goede argumenten de Belastingdienst verzoeken tot aanpassing van de sectorindeling.

Vanaf 29 juni 2018 17.00 uur was het echter niet meer mogelijk dit met terugwerkende kracht te doen.

Te veel betaalde premies
Het niet verlenen van terugwerkende kracht van de sectorindeling heeft tot gevolg dat als een inhoudingsplichtige te veel premie betaalde door de onjuiste sectorindeling, het niet mogelijk is om de te veel betaalde premies achteraf terug te vorderen.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde dat het op 19 juni 2019 invoeren van de wettelijke maatregel met terugwerkende kracht tot 29 juni 2018 in strijd is met Europees recht. Dit betekent dat voor herzieningsverzoeken die na 29 juni 2018 17.00 uur bij de Belastingdienst zijn binnengekomen toch sectorindeling met terugwerkende kracht mogelijk is.

Tussen 29 juni 2018 én 20 juni 2019
De reikwijdte van het oordeel van de Hoge Raad is volgens de Belastingdienst echter minder groot dan gedacht. Alleen verzoeken om indeling in de juiste sector die zijn ingediend tussen 29 juni 2018 17.00 uur en 20 juni 2019 zullen alsnog leiden tot een sectorindeling met terugwerkende kracht.

Let op! De Belastingdienst geeft aan verzoeken alleen nog in behandeling te nemen als nog niet eerder al definitief en onherroepelijk op het verzoek om indeling in de juiste sector is beslist. Diende je een verzoek in, wees de Belastingdienst dit af en ging je niet in bezwaar/beroep? Dan gaat de Belastingdienst dus niet alsnog terugwerkende kracht verlenen aan de sectorindeling.

De Belastingdienst verleent ook geen terugwerkende kracht aan de sectorindeling als het verzoek vanaf 20 juni 2019 bij de Belastingdienst binnenkwam.

Let op! Voor de Belastingdienst is het wel altijd mogelijk om de sectorindeling met terugwerkende kracht aan te passen wanneer de onjuiste sectorindeling in het verleden gepaard ging met een te lage premieafdracht.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T20:45:31+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Reikwijdte terugwerkende kracht sectorindeling bekend

  • Adviseur Hoge Raad geeft nadere invulling arrest box 3

Adviseur Hoge Raad geeft nadere invulling arrest box 3

De Hoge Raad heeft eind december 2021 aangegeven dat de huidige belasting op sparen en beleggen via een forfaitair rendement in strijd is met het recht. De adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal, heeft in een advies rond een vergelijkbare zaak nader aangegeven hoe dit arrest in de praktijk kan worden toegepast.

Alleen vanaf 2017
De advocaat-generaal (AG) geeft aan dat het stelsel zoals dat sinds 2017 bestaat, niet door de beugel kan. Tot die tijd was het forfaitaire rendement voor iedereen gelijk. Vanaf 2017 is dit afhankelijk van de omvang van het vermogen.

Alleen indien forfaitaire rendement te hoog is
De AG geeft verder aan dat de huidige heffing in box 3 alleen in strijd is met het recht als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. In alle overige gevallen is een forfaitair rendement wel bruikbaar.

Rechtsherstel
Er moet volgens de AG dan ook rechtsherstel volgen voor degenen die aantonen dat het werkelijke rendement duidelijk minder bedraagt dan het forfaitaire rendement. Bij geschillen kan dit worden voorgelegd aan de rechter, waarbij de Hoge Raad marginaal kan toetsen of de feiten correct zijn toegepast.

Mogelijke oplossing
Volgens de AG zou voor de belastingheffing in box 3 uitgegaan kunnen worden van het werkelijk behaalde rendement, zoals netto dividend, rente en huur. Het werkelijke rendement zou ook in onderling overleg vastgesteld kunnen worden. Een andere mogelijkheid is de wettelijke forfaits los te laten op spaargeld en overig vermogen.

Met betrekking tot de zaak zelf adviseert de AG deze naar het gerechtshof te verwijzen en alleen voor de jaren vanaf 2017 te onderzoeken hoe het werkelijk behaalde rendement het beste belast kan worden.

Hoge Raad beslist
Net zoals in alle andere zaken is het advies van de advocaat-generaal niet bindend. De Hoge Raad kan er dus van afwijken en beslist uiteindelijk zelf hoe het arrest betreffende de heffing van box 3 dient te worden toegepast.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-21T19:17:05+01:0021 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Adviseur Hoge Raad geeft nadere invulling arrest box 3

  • Fiscus maakt normen verpachting landbouwgrond 2021 bekend

Fiscus maakt normen verpachting landbouwgrond 2021 bekend

Particulieren die landbouwgrond verpachten, moeten de waarde van deze grond aangeven in box 3. Deze waardering valt voor het jaar 2021 gemiddeld hoger uit, zo blijkt uit cijfers die door de Belastingdienst eerder bekend zijn gemaakt.

Verpachte grond
De Belastingdienst publiceert jaarlijks de cijfers inzake de waardering van landbouwgrond. De cijfers hebben betrekking op verpachte landbouwgrond – dat wil zeggen op grasland en akkerland – dat ten behoeve van de landbouw wordt gebruikt.

Let op! De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals glastuinbouw en boomgaarden.

Verpachte grond
De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. Het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60% van de waarde in onverpachte staat.

Verschillen
De waarde van de grond en de wijzigingen in prijs verschillen per regio enorm. Zo is de waarde van een hectare grond in Groningen zuidelijk Westerkwartier in 2021 €49.800 (-13,4%) en in de Zuidelijke IJsselmeerpolders €136.800 (+24,9%).

Invloed heffing box 3?
De hogere waardering leidde tot nu toe voor de eigenaren van de grond tot meer te betalen belasting in box 3. Omdat de Hoge Raad eerder heeft beslist dat het werkelijk behaalde rendement op vermogen bepalend moet zijn voor de te betalen belasting, zal dit ook voor eigenaren van verpachte grond tot een wijziging van de belastingheffing in box 3 leiden.

Let op! Ben je het niet eens met de standaardwaardering volgens de normen van de Belastingdienst, dan kun je hiervan afwijken. Je dient dan wel te motiveren waarom naar jouw mening de standaardwaardering op jouw grond niet van toepassing is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-21T09:33:50+01:0021 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Fiscus maakt normen verpachting landbouwgrond 2021 bekend

  • Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

De Belastingdienst heeft alle bezwaarschriften toegewezen met betrekking tot de massaal bezwaarprocedure inzake box 3. Het betreft ruim 200.000 bezwaarschriften.

Arrest Hoge Raad
Eind december vorig jaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de heffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Europese recht. Die heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad is van mening dat het werkelijke rendement hiervoor doorslaggevend moet zijn.

Massaal bezwaar
De heffing in box 3 is via zogenaamde massaal bezwaarprocedures aangevochten. Na het arrest van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst beslist dat alle bezwaren via die procedures voor de jaren 2017 tot en met 2020 worden toegewezen.

Uitvoering laat op zich wachten
Degenen die door het arrest minder belasting hoeven te betalen, moeten nog wel even op hun geld wachten. Hierover wordt pas begin mei beslist. Dan wil het kabinet ook knopen doorhakken over de vraag hoeveel geld men terugkrijgt. De Hoge Raad heeft namelijk niet aangegeven hoe het werkelijk behaalde rendement moet worden berekend.

Reikwijdte
Verder is nog niet duidelijk wat de reikwijdte van het arrest is. Er gaan in Den Haag stemmen op om ook belastingplichtigen geld terug te geven die geen bezwaar hebben gemaakt. De politiek moet hierover nog beslissen.

Geen definitieve aanslagen
Omdat het arrest uitvoeringstechnisch enorm complex is, worden voorlopig geen definitieve aanslagen opgelegd als er inkomen in box 3 in het spel is. Dit is alleen anders als verjaring dreigt of als een belastingplichtige er belang bij heeft de aanslag wel op te leggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-11T10:03:34+01:0010 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

  • Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Zelfstandige ondernemers die vanwege hun werkzaamheden een computerbril aanschaffen, kunnen de kosten ervan niet ten laste van de winst brengen. Dit heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist.

Computerbril
Een computerbril is speciaal gemaakt voor de afstand tussen ogen en toetsenbord en beeldscherm. Dit voorkomt onder meer nekklachten die ontstaan als je zonder deze bril een foute werkhouding aanneemt.

Eerdere rechtspraak
In genoemde uitspraak verwijst de rechtbank naar eerdere rechtspraak waarin werd beslist dat een bril een te persoonlijk karakter heeft om tot aftrek te kunnen leiden. Volgens de Hoge Raad is dit niet anders voor een computerbril.

Rechtsongelijkheid
De Hoge Raad wijst ook het beroep op rechtsongelijkheid af. De accountant had namelijk aangevoerd dat een werkgever zijn personeel onder voorwaarden een computerbril wel belastingvrij kan vergoeden of verstrekken. Volgens de Hoge Raad kan een zelfstandig ondernemer fiscaal gezien echter niet vergeleken worden met een werknemer. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.

Wel voor de DGA
Een BV mag de kosten van een computerbril aan een DGA wel belastingvrij vergoeden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-07T09:43:06+01:007 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

  • Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Het kabinet bekijkt of de heffing over vermogen in box 3 sneller kan worden aangepast dan gepland. Oorspronkelijk wilde het nieuwe kabinet dit in 2025 realiseren, maar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 dwingt het kabinet min of meer dit eerder te doen.

Arrest Hoge Raad
In het arrest van de Hoge Raad besliste onze hoogste rechter dat het huidige systeem van belastingheffing in box 3 met forfaitaire rendementen in strijd is met het Europese recht. Het systeem gaat er namelijk vanuit dat met meer vermogen automatisch een hoger rendement wordt behaald en hierover meer belasting moet worden betaald.

Kamervragen
In antwoord op Kamervragen deelt de staatssecretaris van Financiën mee dat bekeken wordt hoe het systeem van belastingheffing in box 3 al vóór 2025 kan worden gewijzigd. Daarbij wil het kabinet, in navolging van het arrest, uitgaan van het werkelijk behaalde rendement in plaats van het huidige forfaitaire rendement.

Let op! Een uitvoeringstechnisch probleem is dat onderzocht moet worden hoe het werkelijk behaalde rendement vastgesteld moet worden. Daarbij is het kabinet ook afhankelijk van derde partijen.

Rechtsherstel vanaf 2017
Degenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de heffing in box 3 vanaf het jaar 2017, al dan niet via de ‘massaal bezwaarprocedure’, kunnen rechtsherstel tegemoet zien. Datzelfde geldt voor alle aanslagen vanaf het jaar 2017 die op 24 december 2021 nog niet definitief waren of nog niet onherroepelijk vast stonden.

Tip! De reikwijdte van de groep belastingplichtigen die in aanmerking komt voor rechtsherstel is nog niet bepaald. De staatssecretaris geeft aan ‘zeer serieus te overwegen’ of rechtsherstel ook mogelijk is voor degenen die niet of niet geheel volgens de voorschriften inzake de ‘massaal bezwaarprocedure’ bezwaar hebben gemaakt.

Geen aanpassingen vóór 2017
De staatssecretaris wil op dit moment niet terugkomen op het systeem van heffing van vóór 2017. Toen werd het rendement ook vastgesteld op basis van een verondersteld rendement, maar werd dit niet hoger geacht naarmate het vermogen toenam.

Tip! Op 2 februari aanstaande is een debat met de Tweede Kamer ingepland over de hersteloperatie van de box 3-heffing. De staatssecretaris informeert vervolgens op 4 februari de Tweede Kamer over de contouren van deze hersteloperatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-03T16:23:52+01:003 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

  • Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Een startende stichting of vereniging zal eerder gebruik kunnen maken van de vrijstelling vennootschapsbelasting (VPB-vrijstelling) voor geringe winsten dan de Belastingdienst voor ogen had. Dit volgt uit een recent oordeel van de Hoge Raad.

VPB-vrijstelling geringe winsten
Voor stichtingen en verenigingen bestaat een VPB-vrijstelling voor geringe winsten. Deze vrijstelling is van toepassing als de winst in een jaar niet hoger is dan €15.000. Is de winst in een jaar wel hoger dan €15.000 dan is de vrijstelling alsnog van toepassing als de winst van het jaar plus de winsten van de vier voorafgaande jaren tezamen niet hoger zijn dan €75.000.

Let op! Stichtingen en verenigingen betalen alleen vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. Verricht de stichting of vereniging ook andere activiteiten, dan is hierover geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De eventuele resultaten van deze andere activiteiten tellen ook niet mee voor de winstgrenzen van €15.000 en €75.000.

Winstgrens tijdens opstart ook €75.000
De Belastingdienst was van mening dat de winstgrens van €75.000 tijdens de opstartfase naar evenredigheid moest worden toegepast. Bestond een stichting bijvoorbeeld 3 jaar, dan bedroeg deze grens volgens de Belastingdienst 3/5 van €75.000 = €45.000. De Hoge Raad was het echter niet eens met deze uitleg. Volgens de Hoge Raad geldt de winstgrens van €75.000 gewoon ten volle, ook als een stichting of vereniging nog geen 5 jaar bestaat.

Voorbeeld
Een stichting maakt in jaar 1 €12.000 winst, in jaar 2 €14.000 winst en in jaar 3 €30.000 winst. Volgens de Belastingdienst kon de stichting over jaar 3 de VPB-vrijstelling niet meer toepassen omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 hoger is dan €45.000. Volgens de Hoge Raad kan deze stichting echter ook in jaar 3 nog gebruikmaken van de VPB-vrijstelling omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 niet hoger is dan €75.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-02T11:02:34+01:002 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

  • Voorlopige aanslag IB 2022 nog met volledige box 3-heffing

Voorlopige aanslag IB 2022 nog met volledige box 3-heffing

De Belastingdienst laat weten dat de gevolgen van het oordeel van de Hoge raad eind 2021 inzake de box 3-heffing niet verwerkt zijn in de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 die momenteel worden opgelegd.

Oordeel box 3-heffing
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het huidige systeem van de box 3-heffing in strijd is met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Belastingheffing over werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement
De box 3-heffing gaat uit van een zogenaamd forfaitair rendement. Dit rendement wordt geacht hoger te zijn naarmate het box 3-vermogen hoger is. De Hoge Raad acht dit systeem in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod. De Hoge Raad biedt daarom rechtsherstel door voor in ieder geval de jaren 2017 en 2018 alleen belasting te heffen over het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.

Voor particulieren met een lager werkelijk rendement dan het forfaitair rendement betekent het oordeel van de Hoge Raad dat de box 3-heffing lager wordt dan volgens het wettelijke systeem.

Nog niet in voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022
De Belastingdienst denkt momenteel na over hoe zij de gevolgen van het oordeel van de Hoge Raad moet gaan verwerken. Deze gevolgen zijn in ieder geval nog niet verwerkt in de voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting 2022 die de Belastingdienst momenteel verzendt. In deze aanslagen houdt de Belastingdienst daarom nog rekening met het forfaitaire rendement.

De Belastingdienst laat op een later moment weten wat de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad zijn voor het belastingjaar 2022.

Tip! Als later blijkt dat de voorlopige aanslag te hoog was omdat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dan kan om een verlaging van de voorlopige aanslag verzocht worden. Verzoekt een belastingplichtige niet om verlaging van de voorlopige aanslag, dan vindt herstel in ieder geval plaats bij het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2022.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-21T09:51:54+01:0021 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorlopige aanslag IB 2022 nog met volledige box 3-heffing

  • Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

De huidige belastingheffing over vermogen in box 3, de zogenaamde vermogensrendementsheffing, kan niet door de beugel. De Hoge Raad heeft in een zaak bepaald dat in box 3 het werkelijk behaalde rendement dient te worden belast en niet het fictieve rendement.

Heffing box 3
De heffing over vermogen in box 3 gaat sinds 2017 uit van een systeem waarbij belasting wordt geheven over een verondersteld rendement. Dit rendement wordt hoger geacht naarmate een belastingplichtige over meer vermogen beschikt. Volgens de wetgever zal iemand met meer vermogen eerder gaan beleggen en waarschijnlijk dus meer rendement behalen.

Onredelijke verhouding
De Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, is van mening dat er door dit systeem een onredelijke verhouding bestaat tussen de belangen van de wetgever en het verschil dat ontstaat tussen degenen die een positief dan wel negatief rendement hebben ervaren van hun beleggingen. Belastingplichtigen met een negatief rendement ervaren hierdoor namelijk een relatief zware belastingschuld.

Rechtsherstel
De Hoge Raad corrigeert in zijn uitspraak de belastingheffing in box 3 door niet uit te gaan van het veronderstelde rendement op het vermogen, maar van het werkelijk behaalde rendement. In plaats van belastingheffing over een verondersteld rendement van ruim €24.000 werd in de betreffende zaak uitgegaan van het werkelijke rendement van ruim €10.000.

Massaal bezwaar
De uitspraak van de Hoge Raad komt voort uit een zogenaamde massaal bezwaarprocedure. Dit heeft tot gevolg dat de Belastingdienst nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Dit betreft degenen die op dezelfde gronden bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-29T09:45:54+01:0029 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

  • Terugwerkende kracht juiste sectorindeling mogelijk

Terugwerkende kracht juiste sectorindeling mogelijk

Betaalde een werkgever te veel premies omdat hij in een verkeerde sector was ingedeeld, dan was het niet mogelijk om ingedeeld te worden in de juiste sector. De Hoge Raad heeft daar nu een streep doorheen gezet en de mogelijkheid heropend naar een wijziging van de sectorindeling met terugwerkende kracht.

Werkgevers worden van rechtswege ingedeeld in een bepaalde sector op basis van hun activiteiten. De inhoudingsplichtige, ofwel de werkgever, kan met goede argumenten de Belastingdienst verzoeken tot aanpassing van de sectorindeling. Vanaf 29 juni 2018 is het echter niet langer mogelijk met terugwerkende kracht om een gewijzigde sectorindeling te verzoeken. Het belangrijkste argument hiervoor was het capaciteitsgebrek bij de Belastingdienst.

Te veel betaalde premies
Dit had tot gevolg dat als een inhoudingsplichtige te veel premie betaalde door een onjuiste sectorindeling, het niet langer mogelijk was om de te veel betaalde premies achteraf terug te vorderen. Er was echter geen sprake van een eerlijk speelveld omdat het voor de Belastingdienst wel mogelijk was over te gaan tot aanpassing met terugwerkende kracht van de sectorindeling, wanneer de onjuiste sectorindeling in een te lage premieafdracht resulteerde.

Beoordeling Hoge Raad
De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat dit een aantasting van het eigendomsrecht betreft die niet kan worden gerechtvaardigd door de aangevoerde redenen van capaciteitsgebrek. Het wettelijk systeem houdt in dat de sectoraansluiting van rechtswege plaatsvindt.

Herstellen
Dit betekent dat de belastinginspecteur foutieve sectorindelingen zoveel als mogelijk moet herstellen. Ook moet hij de gevolgen van een onjuiste sectorindeling zoveel mogelijk ongedaan maken. Het genoemde risico dat mogelijk veel werkgevers een wijziging met terugwerkende kracht gaan aanvragen, vormt geen reden voor de eigendomsaantasting. Het feit dat een werkgever al eerder op de hoogte kon zijn van de onjuiste sectorindeling en dus op een eerder moment om wijziging van de sectorindeling had kunnen verzoeken, maakt dat niet anders.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-08T09:03:17+02:008 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Terugwerkende kracht juiste sectorindeling mogelijk