gerechtshof

  • Nieuwsbrief februari 2023

Nieuwsbrief februari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 februari 2023, 20:00 uur.


1. Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een passende rentevergoeding moet geven aan een belastingplichtige die te veel box 3-heffing betaalde over de jaren vanaf 2017.

Kerstarrest box 3
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 (hierna het Kerstarrest) dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Om die reden werd in dat geval geoordeeld dat het box 3-inkomen moest worden verlaagd en moest worden uitgegaan van het werkelijke lagere inkomen.

Voor degenen die tijdig bezwaar maakten tegen de box 3-heffing en voor degenen van wie de aanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden, is op basis van de massaalbezwaarprocedure rechtsherstel verleend voor de jaren 2017 tot en met 2021. Dit proces is inmiddels in gang gezet.

Rentevergoeding
In de door het gerechtshof besliste zaak was de vraag of ook recht op rentevergoeding bestaat als de Belastingdienst naar aanleiding van het Kerstarrest de box 3-heffing vermindert. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze vraag positief beantwoord.

In deze zaak werd de grondslag box 3 verminderd tot nihil. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat zij ook recht had op een rentevergoeding over de periode dat de Belastingdienst over de te veel betaalde box 3-heffing heeft beschikt. Hoewel volgens de Nederlandse wetgeving geen recht bestaat op een rentevergoeding, is dat volgens het gerechtshof wel het geval op basis van het Europese recht: indien sprake is van schending van het EVRM, wordt door het EHRM (Europese Hof voor de rechten van de mens) een rentevergoeding toegekend. Voor de berekening van die rentevergoeding moet dan worden aangesloten bij de Nederlandse wetgeving, aldus het gerechtshof. Daarom had de belastingplichtige wel recht op een rentevergoeding.

Berekening rente
Het gerechtshof sluit voor de berekening (en de hoogte van het rentepercentage) in dit geval aan bij de belastingrenteregeling. Volgens het gerechtshof volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat rente moet worden vergoed vanaf de dag na betaling van de onverschuldigde box 3-heffing tot en met de dag voorafgaand aan terugbetaling.

Verzoek om rente
Krijg of kreeg je rechtsherstel box 3 voor de jaren vanaf 2017 en is de verschuldigde belasting daarom verminderd? Verzoek de Belastingdienst dan om een rentevergoeding. Wij kunnen je hierbij van dienst zijn. De verwachting dat de staatssecretaris beroep in cassatie instelt om het oordeel van de Hoge Raad te vernemen, wordt inmiddels door diverse bronnen bevestigd. Of je daadwerkelijk recht hebt op rentevergoeding, is op dit moment daarom nog afwachten.

Let op!
Het is nog niet duidelijk of voor aanslagen die al onherroepelijk vaststaan, in een verzoek om ambtshalve vermindering alsnog om rente verzocht kan worden. Ook is niet duidelijk of voor onherroepelijk vaststaande aanslagen over het jaar 2017 nog om rente verzocht kan worden. Voor die aanslagen is het inmiddels, vanwege het verstrijken van de vijfjaarstermijn, in ieder geval niet meer mogelijk om een verzoek om ambtshalve vermindering te doen.


2. Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers in Nederland laten werken, moeten dit melden. Dit geldt ook voor buitenlandse zelfstandigen die tijdelijk in Nederland werken. Nederlandse opdrachtgevers zijn verplicht om te controleren of er gemeld is en of de melding juist is.

EU, EER of Zwitserland
De meldingsplicht geldt voor buitenlandse werkgevers of zelfstandigen uit de EU, EER of Zwitserland. Als zij tijdelijk een dienst of opdracht uitvoeren in Nederland moeten zij dit melden via het Nederlandse online meldloket.

Let op!
De dienstontvanger of opdrachtgever moet controleren of de dienstverrichter of zelfstandige aan zijn meldplicht heeft voldaan en of de melding juist is.

Dienstverrichter
De dienstverrichter voor wie de meldplicht geldt, is een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland die tijdelijk:

  • in Nederland met eigen werknemers een dienst of opdracht komt uitvoeren, of
  • vanuit een multinationale onderneming werknemers detacheert naar een vestiging van hetzelfde bedrijf of concern in Nederland, of
  • als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt voor werkzaamheden in Nederland.

Zelfstandige
Voor zelfstandigen geldt de meldplicht alleen als zij werkzaam zijn in een aantal aangewezen sectoren in onder meer de bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij en land- en tuinbouw. Meer informatie hierover vindt je op de website postedworkers.nl op de pagina zelfstandigen.

Tip!
De transportsector kent enkele uitzonderingen op de meldingsregels.

Melden
De melding moet plaatsvinden vóór de start van de werkzaamheden in Nederland. De gegevens die nodig zijn voor de melding zijn opgenomen in de checklist buitenlandse werkgevers en de checklist buitenlandse zelfstandigen.

Tip!
Soms geldt een beperkte meldingsplicht en hoeft maar één keer per jaar een melding plaats te vinden (jaarmelding).

Tip!
Voor bepaalde incidentele werkzaamheden hoeft niet gemeld te worden. Voorbeelden zijn zakelijke besprekingen, dringend onderhoud en reparaties of het bijwonen van congressen. Deze uitzondering geldt niet voor zelfstandigen of bij detachering van een werknemer met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

Toezicht en boete
De Nederlandse arbeidsinspectie controleert of voldaan wordt aan de meld- en controleplicht. Als blijkt dat niet voldaan is aan de meldingsplicht, kan zowel de dienstverrichter/zelfstandige als de dienstontvanger/opdrachtgever een boete krijgen.

Tip!
Ben je meldings- of controleplichtige of twijfel je hierover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs voor meer informatie.


3. Duidelijkheid over loonbelastingtabel voor vluchteling uit Oekraïne

Als je een vluchteling uit de Oekraïne in dienst wilt nemen, moet je ook weten welke loonbelastingtabel je moet toepassen. Hiervoor moet je weten wat de fiscale woonplaats is. Wat te doen als hierover onzekerheid bestaat? De Belastingdienst heeft hier nu duidelijkheid over gegeven.

Wat is de fiscale woonplaats?
Als iemand een verblijfplaats in Nederland heeft, betekent dit nog niet dat Nederland zijn fiscale woonplaats is. Daarvoor is bepalend of de werknemer een duurzame, persoonlijke band met Nederland heeft. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt.

Feiten en omstandigheden
Waar een werknemer woont, bepaal je op basis van alle feiten en omstandigheden die bij jou bekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de woonplaats die hij jou aanlevert en de reiskostenvergoedingen die je hem betaalt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan kan je aannemen dat hij geen inwoner van Nederland is.

Vluchteling uit Oekraïne
Voor een vluchteling uit de Oekraïne kan het zijn dat de fiscale woonplaats op basis van de feiten en omstandigheden Oekraïne blijkt te zijn. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van een derde land. Ook kan het zijn dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat Nederland de fiscale woonplaats is. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van Nederland.

Wat nu als de woonplaats niet is vast te stellen?
Kan je de woonplaats niet vaststellen, verblijft de werknemer al ten minste zes maanden in Nederland en beschik je over zijn volledige verblijfsadres in Nederland, dan mag je er voor de loonheffingen van uitgaan dat het verblijfsadres de fiscale woonplaats is. Je past dan de loonbelastingtabel toe voor een inwoner van Nederland. In alle andere gevallen pas je het anoniementarief toe.

Let op!
Als je de tabel voor een inwoner van een derde land moet toepassen, heeft de werknemer geen recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Om die reden is het voor de werknemer financieel aantrekkelijk als je gebruik kan maken van de aanname dat na zes maanden de fiscale woonplaats Nederland is. Je kan dan de tabel voor een inwoner van Nederland toepassen, zodat de werknemer ook recht heeft op het belastingdeel van de loonheffingskorting.


4. Aanvragen ISDE-subsidie gestart

Ook dit jaar kunnen woningeigenaren en zakelijke gebruikers de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) aanvragen. De aanvraagperiode is inmiddels gestart. Aanvragen moet digitaal via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), voor bedrijven is eHerkenning verplicht.

ISDE-regeling
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hun hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor onder meer isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet. Zakelijke gebruikers kunnen subsidie krijgen voor een (hybride) warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en kleinschalige windturbines.

Let op!
Voorkom dat de ISDE-subsidie niet wordt toegekend en beoordeel daarom altijd of je wel aan alle voorwaarden voldoet. Zo kan een woningeigenaar de subsidie pas aanvragen als de energiebesparende maatregel is geïnstalleerd, terwijl de zakelijke gebruiker eerst de subsidie moet aanvragen en daarna pas de koopovereenkomst kan sluiten. Meer informatie over de ISDE-subsidie en de voorwaarden vindt je op de website van RVO.

Meer budget beschikbaar
Er is dit jaar, 2023, meer budget beschikbaar. Vorig jaar was dit €325 miljoen, dit jaar €350 miljoen. De ISDE-regeling loopt tot 2030.

Verruiming regeling
Er zijn dit jaar enkele wijzigingen in de subsidieregeling ten opzichte van vorig jaar. Zo kunnen woningeigenaren vanaf dit jaar ook voor één isolerende maatregel subsidie aanvragen. Vorig jaar moesten dit er minstens twee zijn. Ook is de termijn voor de aanvraag verlengd naar 24 maanden.

Let op!
De ISDE-subsidie voor kleinschalige turbines en zonnepanelen is alleen nog in 2023 beschikbaar.


5. Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

In 2022 bedroeg de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, 1,7% over de eerste €400.000 van de totale fiscale loonsom van jouw werknemers en 1,18% over het meerdere. Was het bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen die je ten laste van de vrije ruimte bracht meer dan de vrije ruimte? Dan ben je over het meerdere 80% eindheffing (belasting) verschuldigd. Deze eindheffing moet je uiterlijk in jouw tweede aangifte loonheffingen 2023 aangeven en betalen. Doe je per maand aangifte, dan moet je dit dus bij jouw aangifte februari 2023 doen. Deze aangifte moet je uiterlijk 31 maart 2023 indienen en betalen.


6. Schenking gehad in 2022? Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2022

Kreeg je in 2022 een of meerdere schenkingen? Vergeet dan niet aangifte schenkbelasting 2022 te doen. Je moet dit doen als je in 2022 een of meer schenkingen van jouw ouder(s) kreeg met een totale waarde hoger dan €5.677. Je moet dit ook doen als je in 2022 een of meer schenkingen van dezelfde schenker (niet jouw ouders) kreeg met een totale waarde hoger dan €2.274. Ook bij toepassing van een eenmalig verhoogde vrijstelling (bijvoorbeeld voor de eigen woning) moet je aangifte schenkbelasting doen. De aangifte schenkbelasting 2022 moet voor 1 maart 2023 door de Belastingdienst ontvangen zijn. Lukt het niet om op tijd aangifte schenkbelasting 2022 te doen, dan kan je uitstel aanvragen. Je krijgt dan vijf maanden uitstel.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0013 februari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2023
  • Aftrek vrije ruimte in de inkomstenbelasting

Aftrek vrije ruimte in de inkomstenbelasting

Een inwoner van Nederland die werkt voor een werkgever die in Nederland niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, kan in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag ter grootte van de vrije ruimte in aftrek brengen.

Vrije ruimte werkkostenregeling in de loonbelasting
Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen geven door deze aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze vrije ruimte bedraagt in 2023 3% over de eerste €400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Aftrek vrije ruimte in inkomstenbelasting
Om inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, is in de inkomstenbelasting een vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. De Hoge Raad oordeelde in 2022 dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting.

Tip! Deze werknemers kunnen dus in 2023 in principe zonder nadere voorwaarden 3% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon (tot een maximum van €400.000, voor het deel van het brutoloon daarboven 1,18%) aftrekken in de inkomstenbelasting.

Let op! Dit geldt alleen als de buitenlandse werkgever niet-inhoudingsplichtig voor de loonbelasting is in Nederland. Of dat wel of niet het geval is, volgt uit de wet op de loonbelasting. Onze adviseurs kunnen je hier meer over vertellen.

Aftrek gerichte vrijstellingen?
In de loonbelasting gelden voor bepaalde vergoedingen ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht vrijgesteld is, kan dit onder voorwaarden onbelast vergoed worden aan een werknemer. Zo is bijvoorbeeld in 2023 de vergoeding van zakelijke reiskosten met een vervoermiddel van de werknemer onbelast tot een bedrag van €0,21 per kilometer.
Een gerechtshof oordeelde in 2022 dat de inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting.

Tip! Deze zaak ligt nog voor bij de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof bevestigt, betekent dit dat deze werknemers ook bijvoorbeeld hun zakelijke kilometers tegen €0,21 per kilometer in aftrek kunnen brengen in hun aangifte inkomstenbelasting.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T12:41:54+01:008 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrek vrije ruimte in de inkomstenbelasting

  • Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een passende rentevergoeding moet geven aan een belastingplichtige die te veel box 3-heffing betaalde over de jaren 2017 en 2018.

Kerstavondarrest box 3
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 (hierna het Kerstavondarrest) dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Vanwege die strijdigheid moest in dat geval het inkomen uit sparen en beleggen op het lagere werkelijke rendement worden gesteld.
Voor degenen die tijdig bezwaar maakten tegen de box 3-heffing en voor degenen van wie de aanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden, is op basis van de massaalbezwaarprocedure rechtsherstel verleend voor de jaren 2017 tot en met 2021. Dit proces is inmiddels in gang gezet.

Rentevergoeding
In de door het gerechtshof besliste zaak was de vraag of ook recht op rentevergoeding bestaat als de Belastingdienst naar aanleiding van het Kerstavondarrest de box 3-heffing vermindert. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze vraag positief beantwoord.
In deze zaak werd de grondslag box 3 verminderd tot nihil. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat zij ook recht had op een rentevergoeding over de periode dat de Belastingdienst over de te veel betaalde box 3-heffing heeft beschikt. Hoewel volgens de Nederlandse wetgeving geen recht bestaat op een rentevergoeding, is dat volgens het gerechtshof wel het geval op basis van het Europese recht: indien sprake is van schending van het EVRM, wordt door het EHRM (Europese Hof voor de rechten van de mens) een rentevergoeding toegekend. Voor de berekening van die rentevergoeding moet dan worden aangesloten bij de Nederlandse wetgeving, aldus het gerechtshof. Daarom had de belastingplichtige wel recht op een rentevergoeding.

Berekening rente
Het gerechtshof sluit voor de berekening (en de hoogte van het rentepercentage) in dit geval aan bij de belastingrenteregeling. Volgens het gerechtshof volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat rente moet worden vergoed vanaf de dag na betaling van de onverschuldigde box 3-heffing tot en met de dag voorafgaand aan terugbetaling.

Verzoek om rente
Krijg of kreeg je rechtsherstel box 3 voor de jaren vanaf 2017 en is de verschuldigde belasting daarom verminderd? Verzoek de Belastingdienst dan om een rentevergoeding. Wij kunnen je hierbij van dienst zijn. De verwachting dat de staatssecretaris beroep in cassatie instelt om het oordeel van de Hoge Raad te vernemen, wordt inmiddels door diverse bronnen bevestigd. Of je daadwerkelijk recht hebt op rentevergoeding, is op dit moment daarom nog afwachten.

Let op! Het is nog niet duidelijk of voor aanslagen die al onherroepelijk vaststaan, in een verzoek om ambtshalve vermindering alsnog om rente verzocht kan worden. Ook is niet duidelijk of voor onherroepelijk vaststaande aanslagen over het jaar 2017 nog om rente verzocht kan worden. Voor die aanslagen is het inmiddels, vanwege het verstrijken van de vijfjaarstermijn, in ieder geval niet meer mogelijk om een verzoek om ambtshalve vermindering te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-03T07:04:01+01:003 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

  • DGA: pas op pensioen bij forse lening bij jouw BV

DGA: pas op pensioen bij forse lening bij jouw BV

Als je als DGA bij jouw BV een forse lening afsluit, kan dat verregaande fiscale gevolgen hebben. Die gevolgen kunnen ook betrekking hebben op jouw pensioen.

Onzakelijke lening
In een zaak die speelde bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had een DGA bij zijn BV ruim €2,3 miljoen aan schulden staan. De inspecteur was van mening dat de lening onzakelijk was. Onder meer omdat er aandelen verpand zouden worden als zekerheid, maar dit was niet gebeurd. Ook was het kredietplafond van €2 miljoen ruim overschreden. Bovendien was het nog maar zeer de vraag of de DGA de lening ooit af zou kunnen lossen, gelet op zijn financiële reserves.

Pensioen afgekocht?
De inspecteur ging er daarom vanuit dat het pensioen van de DGA met een waarde van ruim €1,4 miljoen in feite was afgekocht. De rechter was het hiermee echter niet eens, want de opgebouwde schuld zou altijd nog verrekend kunnen worden met het pensioen. Dit betekende dan wel dat het pensioen voorwerp van zekerheid was geworden. Dit leidde tot belastingheffing over de waarde van het pensioen, zodat de navordering in stand bleef.

Excessief lenen
De uitspraak maakt duidelijk dat DGA’s moeten oppassen met het afsluiten van al te grote leningen bij de eigen BV, zeker als men over onvoldoende financiële reserves beschikt.

Let op! De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap. Een DGA kan dan in beginsel nog maximaal €700.000 bij zijn BV lenen, of betaalt over het meerdere belasting.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-09T09:14:02+01:0010 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

DGA: pas op pensioen bij forse lening bij jouw BV

  • Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

Als je tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020 tijdig bezwaar maakte, beoordeelt de Belastingdienst vóór 4 augustus of en zo ja welk rechtsherstel je krijgt. Wat kun je nog doen als je het niet eens bent met dat rechtsherstel?

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Verweer tegen rechtsherstel
Na dit automatisch rechtsherstel bestaat in principe geen mogelijkheid meer om daartegen in beroep te gaan. De Hoge Raad heeft op 20 mei 2022 echter uitgelegd wat je nog wel kunt doen.
Als je je niet kunt vinden in de berekening van het rechtsherstel kun je een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de Belastingdienst. Wijst de Belastingdienst dit af, dan kun je daartegen in bezwaar en eventueel in beroep bij de belastingrechter. Op deze manier kun je, via een omweg, alsnog het rechtsherstel voorleggen aan de rechter.

Lopende rechtsprocedures
Op 4 februari verklaarde de staatssecretaris van Financiën alle als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften over de box 3-heffing gegrond. De Hoge Raad oordeelde op 20 mei 2022 ook dat rechtbanken en gerechtshoven zich in procedures vanaf 4 februari 2022 ook mogen uitspreken over de gevolgen voor box 3 van de uitspraak van de Hoge Raad van 24 december 2021. Hierdoor kunnen rechtbanken en gerechtshoven vanaf 4 februari 2022 bij de behandeling van een individueel beroep ook het rechtsherstel naar aanleiding van de uitspraak van 24 december 2021 meenemen. Heb je dus al een zaak lopen bij een rechtbank of een gerechtshof over box 3, dan is gesplitste behandeling niet langer nodig.

Let op! Lag jouw zaak voor 4 februari 2022 al bij de Hoge Raad? Dan is deze gezamenlijke behandeling helaas niet mogelijk en moet je alsnog twee procedures doorlopen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-24T16:18:00+02:0024 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat als u het niet eens bent met het geboden rechtsherstel box 3?

  • Onderscheid mogelijk bij heffing reclamebelasting?

Onderscheid mogelijk bij heffing reclamebelasting?

Een gemeente mag bij ondernemers reclamebelasting heffen. Het beleid hieromtrent moet worden vastgelegd in een verordening. Mag een gemeente daarbij onderscheid maken tussen verschillende ondernemers?

Voorwaarden
Volgens een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is dit onderscheid inderdaad mogelijk, mits hiervoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Ook mag de te betalen reclamebelasting niet afhankelijk zijn van het inkomen, de winst of het vermogen.

Kernwinkelgebied en aanloopgebied
Voor het heffen van reclamebelasting maakt de gemeente Ede een onderscheid in kernwinkelgebied en aanloopgebied. Een pand behoort tot het aanloopgebied als vanuit de kern van Ede een straat overgestoken moet worden waar auto’s over mogen rijden. Zo niet, dan behoort een pand tot het kernwinkelgebied. Het pand in deze rechtszaak behoorde tot het kernwinkelgebied omdat geen straat overgestoken hoefde te worden, maar alleen de uitrit van een parkeergarage.

Baat is niet relevant
De ondernemer in deze zaak voerde ook aan dat hij geen detailhandel uitoefende en daarom geen baat had van de opbrengst. De reclamebelasting werd namelijk besteed aan activiteiten erop gericht om het centrum aantrekkelijker te maken voor bezoekers. Volgens de rechter is dit voor de heffing niet relevant.

Verordening
Gemeentes kunnen alleen reclamebelasting heffen als men dit in een verordening heeft vastgelegd. Heb je bezwaar tegen de invoering van reclamebelasting, dan kun je in het voortraject proberen dit tegen te houden door de ondernemersvereniging en de politiek te beïnvloeden. Staat de verordening eenmaal vast, dan is hiertegen weinig meer te doen.

Let op! Dit is dus anders als de verordening niet aan de hierboven vermelde voorwaarden van objectieve en redelijke rechtvaardiging voldoet. Ook dient een verordening altijd gepubliceerd te worden, in beginsel digitaal en vrij toegankelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-13T10:14:49+01:0013 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onderscheid mogelijk bij heffing reclamebelasting?

  • Belastingtelefoon zit ernaast, wat zijn de gevolgen?

Belastingtelefoon zit ernaast, wat zijn de gevolgen?

Tijdens de aangifteperiode doen met name particulieren massaal een beroep op de Belastingtelefoon. Wanneer kun je je beroepen op de voorlichting of adviezen van de betreffende ambtenaar als deze fout blijken te zijn?

Reiskosten aftrekbaar?
In een zaak die speelde voor het gerechtshof in Den Bosch, had een belastingplichtige de zakelijke kilometers die hij maakte voor zijn baas afgetrokken tegen €0,19/km. Wettelijk is dit niet toegestaan, maar de Belastingtelefoon had hem hierover fout voorgelicht.

Inspecteur bestrijdt fout niet
Dat de Belastingtelefoon kennelijk een fout had gemaakt, stond voor het gerechtshof niet ter discussie. Wel de vraag welke gevolgen dit moest hebben. Volgens de inspecteur was er sprake van voorlichting waaraan men geen rechten kan ontlenen. De belastingplichtige zag dit anders.

Niet gebonden, tenzij
Het gerechtshof stelde dat de fiscus in beginsel niet gebonden is aan een uitlating van de Belastingtelefoon. Deze moet immers zijn voorlichtende taak zo onbelemmerd mogelijk kunnen uitoefenen. Dit is alleen bij uitzondering anders.

Wanneer wel gebonden?
Het gerechtshof stelde dat de fiscus wel aan het standpunt van de Belastingtelefoon gebonden is als om te beginnen niet zonder meer duidelijk is dat de betreffende informatie niet juist is. Bovendien moet de belastingplichtige schade hebben opgelopen door de foutieve informatie. En die schade mag niet beperkt zijn tot de te betalen belasting.

Leaseauto of niet?
In de betreffende zaak was niet zonder meer duidelijk dat de verschafte info onjuist was. Ook had de belastingplichtige door de foutieve voorlichting schade geleden. Hij had van zijn werkgever immers de beschikking over een leaseauto kunnen krijgen. Hiervan had hij afgezien toen hem via de Belastingtelefoon duidelijk werd dat hij bij gebruik van eigen vervoer €0,19/km in aftrek op zijn inkomen kon brengen. Omdat hij dus zijn eigen auto had aangehouden voor het werk, had hij een andere auto aangeschaft voor zijn partner.

Aftrek blijft in stand
Nu er sprake was van een fout die voor deze belastingplichtige niet direct duidelijk was geweest én er sprake was van geleden schade, bleef de aftrek in stand. Dit dus ondanks het feit dat voor de aftrek geen wettelijke grondslag bestaat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-06T10:01:12+01:006 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingtelefoon zit ernaast, wat zijn de gevolgen?

  • Geen BOR bij weinig actief beleggen in vastgoed

Geen BOR bij weinig actief beleggen in vastgoed

In de schenkbelasting bestaat een belangrijke faciliteit voor het schenken van een onderneming, de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Eén van de vereisten is dat het gaat om een zogeheten materiële onderneming. Als er alleen beleggingsactiviteiten verricht worden, is er geen sprake van een materiële onderneming.

Inhoud BOR
Volgens de BOR wordt de schenking van een onderneming onder voorwaarden tot een bedrag van €1.119.845 (2021) vrijgesteld van belastingheffing. Is de waarde hoger, dan is van het meerdere nog 83% vrijgesteld.

Verhuur garageboxen en bedrijfsruimtes
In een zaak die eerder speelde voor de Hoge Raad, was de vraag aan de orde of het verhuren van garageboxen en bedrijfsruimtes kan worden aangemerkt als een materiële onderneming. Met het voeren van een materiële onderneming wordt met zoveel woorden bedoeld dat de eigenaar en werknemers arbeid verrichten die normaal vermogensbeheer te boven gaan. Ook moet het doel zijn om meer rendement te behalen dan bij normaal vermogensbeheer. De Hoge Raad vond dat er in deze casus geen sprake was van een materiële onderneming.

Alle werkzaamheden van belang
De belastingplichtigen stelden nog dat het aankopen van garageboxen, het opknappen en weer verhuren ervan, geen normaal vermogensbeheer is. De Hoge Raad is echter van mening dat voor het trekken van deze conclusie gekeken moet worden naar alle verrichte werkzaamheden. Eén specifieke activiteit is daarvoor dus niet bepalend.

In lijn met het gerechtshof
Volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de zaak vóór de Hoge Raad onder handen had, waren de werkzaamheden van de BV, waaronder het voeren van een actief huurdersbeleid, gebruikelijk voor beheerders van beleggingsportefeuilles in vastgoed met een vergelijkbare omvang. Ook achtte het hof niet bewezen dat een bovengemiddeld rendement werd behaald en dus werd de vrijstelling niet toegepast. De Hoge Raad deelt dus deze mening.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-10T14:13:26+01:0010 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen BOR bij weinig actief beleggen in vastgoed

  • Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen

Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen

Een gerechtshof heeft eerder geoordeeld dat er geen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de aankoop van aandelen in een opslagbedrijf. Het gerechtshof vond dat niet was voldaan aan alle voorwaarden om overdrachtsbelasting te heffen. Dat biedt mogelijkheden voor bezwaar.

Gebruik in eigen bedrijfsproces
De aankoop van aandelen in een rechtspersoon met onroerende zaken kan worden belast in de overdrachtsbelasting. Het gerechtshof oordeelde dat het gebruik van de onroerende zaken plaatsvindt in het eigen bedrijfsproces en het bedrijf is gericht op een ander doel dan alleen de exploitatie van de onroerende zaken. Het ging namelijk om een opslagbedrijf dat daarbij aanvullende dienstverlening biedt. Over de aankoop van de aandelen in het opslagbedrijf was daarom geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Tegen de uitspraak van het gerechtshof ging de staatssecretaris in cassatie bij de Hoge Raad.

Laat tijdig beoordelen of aan voorwaarden is voldaan
De Hoge Raad oordeelde in cassatie dat het gerechtshof de zaak niet duidelijk heeft gemotiveerd. Het was niet duidelijk genoeg waarom sprake is van de uitzondering. De zaak is verwezen naar een ander gerechtshof dat de zaak opnieuw moet beoordelen.

Mogelijk komt dat andere gerechtshof tot hetzelfde oordeel. Laat daarom tijdig beoordelen of in jouw geval sprake is van een ander doel dan alleen de exploitatie van de onroerende zaken om zo eventueel overdrachtsbelasting te voorkomen.

Tip! Heeft de aandelenoverdracht al plaatsgevonden en is de overdrachtsbelasting al betaald? Maak dan in afwachting van de uitspraak van het andere gerechtshof alvast bezwaar tegen die betaling. De termijn daarvoor is zes weken nadat de overdrachtsbelasting op aangifte is voldaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-20T10:55:10+02:0020 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen
  • Opzegtermijn valt ook onder transitievergoeding

Opzegtermijn valt ook onder transitievergoeding

Wil je afscheid nemen van een werknemer? Dan is het is van belang goed te kijken naar de van toepassing zijnde opzegtermijn in het arbeidscontract voor het berekenen van de transitievergoeding.

Hanteer je geen of een kortere opzegtermijn dan is afgesproken in het arbeidscontract – ook wel onregelmatig opzeggen genoemd –, dan dien je toch de afgesproken opzegtermijn aan te houden bij de vaststelling van de transitievergoeding. Onregelmatig opzeggen om betaling van een hogere transitievergoeding te vermijden, is niet toelaatbaar, aldus de Hoge Raad.

Opzegtermijn van zes maanden
Het ging om een werkgever die bij de opzegging van de arbeidsovereenkomst met zijn werknemer een te korte opzegtermijn had gehanteerd. De werkgever had de arbeidsovereenkomst op 12 oktober 2017 opgezegd per 1 december 2017. Daarbij had de werkgever niet de contractueel overeengekomen opzegtermijn van zes maanden in acht genomen. Als de werkgever de juiste opzegtermijn in acht zou hebben genomen, zou de werknemer tien jaar in dienst zijn geweest en zou hij als oudere werknemer dus recht hebben gehad op de hogere transitievergoeding. Het gerechtshof stelde de werknemer in het gelijk, waarop de werkgever in cassatie ging. De werknemer kreeg van de Hoge Raad alsnog recht op een hogere transitievergoeding.

Schadevergoeding?
De werknemer kan daarnaast ook altijd nog aanspraak maken op de zogenaamde gefixeerde schadevergoeding, bestaande uit het loon over de niet in acht genomen opzegtermijn als compensatie voor de overige nadelige gevolgen van het hanteren van een onjuiste opzegtermijn.

Let op! Alhoewel dit arrest valt onder het recht dat tot 1 januari 2020 gold, overweegt de Hoge Raad uitdrukkelijk dat dezelfde uitleg van de wet ook geldt na die datum, onder de Wet arbeidsmarkt in balans.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-10-26T09:50:17+01:0026 oktober 2020|Lonen, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Opzegtermijn valt ook onder transitievergoeding