fysiotherapeut

Valpreventie door fysiotherapeut vrijgesteld van btw?

Ouderen lopen een verhoogd risico op vallen. Dit vanwege zichtproblemen, medicatie of andere oorzaken. De vraag is gesteld of trainingen die ten doel hebben om vallen te voorkomen, kunnen delen in de btw-vrijstelling voor medische diensten. Een Kennisgroep van de Belastingdienst heeft deze vraag ontkennend beantwoord.

Verhoogd valrisico

Medisch

De Kennisgroep gaat in op de situatie waarbij een fysiotherapeut in groepsverband valtrainingen organiseert voor ouderen met een verhoogd risico op vallen. De training gaat in op het herkennen van valgevaarlijke situaties, het verminderen van valangst en op het verbeteren van het activiteitenniveau en de balans.

Rol huisarts

De huisarts beoordeelt of een persoon voor de training in aanmerking komt. Daarna doet de fysiotherapeut een uitgebreide intake, screening en metingen. De training bestaat uit een hindernisbaan waarbij verder geoefend wordt op de techniek van het vallen en ook spelvormen aan bod komen. De trainingen zijn voor ieder gelijk, maar kunnen desgewenst individueel worden aangepast.

Gezondheidskundige verzorging van de mens?

De Kennisgroep komt tot de conclusie dat bovenomschreven valtrainingen niet in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling inzake medische diensten. Voor die vrijstelling komen namelijk in het algemeen therapeutische handelingen in aanmerking met als doel het stellen van een diagnose, op basis hiervan te behandelen en zo mogelijk genezen van ziekten. Maar ook als preventie de doelstelling is, kan een dienst soms toch onder de vrijstelling vallen. Er moet dan wel een concreet risico van aantasting van de gezondheid bestaan.

Concreet risico afwezig

Volgens de Kennisgroep bestaat er bij genoemde valtrainingen geen concreet risico op aantasting van de gezondheid. Dat het preventieve doel verband houdt met de gezondheid, is onvoldoende.

Let op! De Kennisgroep geeft nog aan dat de btw-vrijstelling alleen van toepassing is als een gezondheidskundige dienst persoonlijk en rechtstreeks aan een individu wordt verricht. Om die reden zijn groepsbehandelingen ook uitgesloten van de btw-vrijstelling. Dit kan alleen anders zijn als binnen een groepsbehandeling elke persoon behandeld wordt voor zijn of haar specifieke stoornis of beperking. Een individuele aanpassing, zoals bij genoemde groepstrainingen, is daarvoor echter niet voldoende.

Door |2024-06-14T15:39:13+02:0014 juni 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Valpreventie door fysiotherapeut vrijgesteld van btw?
  • Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

Als je een pand zowel voor belaste als vrijgestelde prestaties gebruikt, kun je de aftrek van BTW alleen baseren op het werkelijke gebruik als de ruimtes in het pand zijn afgescheiden. Hoe zit dit?

Voorbelasting
Als ondernemer mag je de door jou betaalde BTW op zakelijke uitgaven, de voorbelasting, in beginsel in aftrek brengen als je zelf ook belaste prestaties verricht. Verricht je ook vrijgestelde prestaties, dan mag dit maar ten dele.

Omzet als uitgangspunt
Jouw omzetverhouding is voor wat betreft de verdeling in ‘aftrekbaar’ en ‘niet-aftrekbaar’ het uitgangspunt. Is het werkelijke gebruik aantoonbaar een betere indicatie, dan wordt de aftrek gebaseerd op het werkelijke gebruik.

Ruimtes niet afgescheiden
In een rechtszaak die speelde bij de rechtbank Zeeland West-Brabant wilde een fysiotherapeut de aftrek van BTW op zijn pand berekenen op basis van het werkelijke gebruik van de ruimtes voor belaste en vrijgestelde prestaties. De betreffende ruimtes waren echter niet afgescheiden door deuren, zodat de inspecteur de berekening niet volgde. De rechtbank steunde de inspecteur hierin.

Niet objectief en nauwkeurig te bepalen
Volgens de rechtbank was het exacte gebruik van de ruimtes voor belaste en vrijgestelde prestaties niet objectief en nauwkeurig te bepalen. De fysiotherapeut had tijdens het hoorgesprek zelf toegegeven dat bepaalde ruimtes gemengd werden gebruikt, hoewel hiervoor de BTW volledig was teruggevraagd. Ook bleek uit de bouwtekeningen dat bepaalde ruimtes niet met deuren konden worden afgesloten, zodat niet te bepalen was of deze voor belaste dan wel vrijgestelde prestaties werden gebruikt. De teruggaafbeschikking bleef dan ook in stand.

Tip! Heb je vragen over jouw werkruimte en de fiscale mogelijkheden? Neem dan contact met ons op voor advies.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-05T09:00:14+01:002 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

  • Studiekostenbeding: wat verandert er?

Studiekostenbeding: wat verandert er?

Vanaf augustus verandert de regelgeving rondom het overeenkomen van een studiekostenbeding. Dit is het gevolg van de implementatie van de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wetgeving. Wat verandert er voor jou als werkgever?

Tot nu toe
Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het mogelijk is om een studiekostenbeding met de werknemer overeen te komen als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1. je moet als werkgever duidelijk aangeven over welke periode je baat hebt bij de opleiding en de terugbetalingsplicht moet tot die periode worden beperkt;
2. gedurende genoemde periode wordt de terugbetalingsverplichting evenredig verminderd op grond van de glijdende schaal;
3. je moet de werknemer duidelijk vooraf informeren over de inhoud en omvang van de terugbetalingsverplichting.

Beperking bij verplichte scholing
Vanaf augustus 2022 wordt de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding overeen te komen aan banden gelegd.
Als je verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, is de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. Die verplichting kan er zijn op grond van de wet of de cao; denk aan opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid. Tot de wettelijk verplichte scholing behoort ook de scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie en de scholing die noodzakelijk is voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Denk aan een training of opleiding in het kader van een verbetertraject, als bijvoorbeeld jouw werknemer over te weinig ICT-vaardigheden beschikt om zijn werk goed uit te kunnen voeren. In deze situaties is een studiekostenbeding niet toegestaan.

Let op! Reeds lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen te vervallen.
Let op! De verplichting om scholing aan te bieden, kan voortvloeien uit nationale wetgeving, Europese regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten of uit rechtspositieregelingen.

Alle kosten
Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de scholing, komen voor jouw rekening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reiskosten, boeken en ander studiemateriaal en examengelden. Bij voorkeur moet, indien mogelijk, de scholing onder werktijd worden aangeboden.

Gereglementeerd beroep
Er bestaat een lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, waarin uiteenlopende beroepen staan, zoals registerloods, deskundige asbestverwijderaar, duiker, beëdigde tolk, sportarts of fysiotherapeut. Als het beroep van de werknemer op de lijst staat, is een studiekostenbeding nog mogelijk, tenzij de opleiding alsnog in een cao verplicht wordt gesteld. In die laatste situatie is een studiekostenbeding niet langer geldig.

Wanneer nog meer niet?
Bij scholing gaat het dus niet om beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unierecht, het nationale recht of een cao.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-04T08:58:02+02:004 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Studiekostenbeding: wat verandert er?

  • Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

Huisartsen kenden een goed 2020, alternatieve zorg en tandartsen hadden het moeilijk
De Coronapandemie heeft in 2020 een gigantische druk gelegd op de medische zorg. Er waren echter ook positieve effecten, zoals een versnelde digitalisering en innovatie in de branche. Per saldo zijn de omzet en de winst vorig jaar gegroeid, maar door de lockdowns lopen de cijfers binnen de medische zorg nogal uiteen.
Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Grote verschillen in omzet en winst
De medische zorg heeft in 2020 een verdere groei laten zien, maar per saldo iets minder sterk dan in de voorgaande vier jaren. De omzetgroei kwam uit op bijna 6 procent, tegenover 0,6 procent voor het MKB als geheel. De groei werd iets minder breed gedragen dan in eerdere jaren: 63,8 procent van de zorgondernemers zag de omzet stabiliseren of toenemen (in 2019 was dit bijna 72 procent). De winstgroei bedroeg per saldo bijna 11 procent, maar de verschillen waren groot. Ruim 45 procent van de zorgondernemers zag de winst afnemen en 14 procent zelfs met 50 procent of meer. Daar stond tegenover dat bijna een kwart de winst met 50 procent of meer zag stijgen.

Omzet en winst over de jaren
Over de afgelopen vijf jaar zien we een redelijk stabiel verloop van de omzetontwikkeling. De jaarlijkse winststijgingen liggen elk jaar beneden het MKB-gemiddelde, met uitzondering van het Coronajaar 2020 waarin de toename van de winst met 10,5% juist iets sterker was dan MKB-gemiddeld (zie de grafiek).

Huisartsen doen het goed
Binnen de branche valt op dat vooral alternatieve zorgverleners achterblijven. Ook tandartsen presteren minder goed. Beide deelbranches moesten hun behandelingen afgelopen jaar tijdelijk staken in verband met de Coronamaatregelen. Huisartsen kenden over het algemeen juist een goed jaar, net als praktijken van fysiotherapeuten. Huisartsen hebben in april 2020 een vergoeding van 10 euro per patiënt gekregen als compensatie voor de extra kosten die huisartsenpraktijken hebben moeten maken. De extra kosten lijken hiermee veelal gedekt.

Personeelskosten relatief sterk omhoog
Net als in voorgaande jaren liepen de personeelskosten, met afstand de grootste kostenpost van een zorgorganisatie, op. De stijging van 8 procent lag ongeveer in lijn met 2019 en ook duidelijk boven het MKB-gemiddelde (lichte daling). Hierbij tekenen we wel aan dat in veel andere branches een forse NOW-steun in mindering is gebracht op de personeelskosten, waardoor het beeld enigszins vertekend is.

In de medische zorg zijn de loonkosten vorig jaar met ruim 10 procent gestegen, ten opzichte van een stijging van 3 procent voor het MKB als geheel. De post overige personeelskosten, waaronder ook de inzet van uitzendkrachten valt, is met 19 procent gedaald, na behoorlijke stijgingen in de voorgaande vier jaren.

Financiële gezondheid stabiel
De financiële positie van bedrijven in de medische zorg is vrijwel onveranderd gebleven. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating < 1 procent), is uitgekomen op 89,4. De branche doet het daarmee duidelijk beter dan het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar 83,2 procent. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche aanzienlijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-10T09:16:33+02:0010 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen