belastingdienst

  • Diverse landbouwnormen 2022 bekend

Diverse landbouwnormen 2022 bekend

Personen die landbouwgrond verpachten, moeten de waarde van deze grond aangeven in box 3. De Belastingdienst publiceert jaarlijks de cijfers inzake de waardering ervan. Ook zijn de landbouwnormen 2022 voor de BTW-aangifte bekend.

Landbouwnormen BTW-aangifte
De Belastingdienst heeft de landbouwnormen voor onttrekkingen voor eigen gebruik en de richtlijnen voor het bepalen van het privégebruik voor het jaar 2022 bekendgemaakt. Het gaat om de normen voor het eigen verbruik van de meest gangbare agrarische producten en richtlijnen voor het privégedeelte van de kosten van energie en water. De cijfers zijn nodig voor de laatste BTW-aangifte over 2022.

Soms geen normbedragen
Bij sommige producten zijn geen normbedragen opgenomen, zoals bij vleeskalkoenen. Agrariërs moeten dan zelf hun verbruik berekenen met behulp van een dagprijs.

Verpachting
De cijfers inzake verpachting hebben betrekking op verpacht grasland en akkerland die ten behoeve van de landbouw worden gebruikt. De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals voor tuinland of boomgaarden en voor grond bestemd voor recreatie.

Verpachte grond
De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. De hoogte van het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60% en maximaal 98% van de waarde in onverpachte staat.

Uiteenlopende waardes
De waarde van de grond verschilt per regio enorm. Zo bedraagt de normwaarde van een hectare grond op de Waddeneilanden €37.300, terwijl deze in de zuidelijke IJsselmeerpolders €147.900 is.

Tip! Je vindt alle waarden hier.

Heffing box 3
Verpachte gronden moeten voor de belastingheffing in box 3 aangemerkt worden als beleggingen/andere bezittingen. Hiervoor wordt een rendement verondersteld dat voor 2023 waarschijnlijk 6,17% bedraagt. Dit percentage wordt nog definitief vastgesteld. Over dit veronderstelde rendement betaal je 32% belasting.

Lagere waarde?
Ben je van mening dat de waarde van jouw grond lager is, dan kun je hiervan afwijken. Je dient dan wel te onderbouwen waarom naar jouw mening de standaardwaardering op jouw grond niet van toepassing is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-07T08:44:01+01:009 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Diverse landbouwnormen 2022 bekend

  • Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betaalde je in 2022 bedragen aan iemand die niet bij jou in dienstbetrekking is of als ondernemer bij jou werkt? Dan moet je die bedragen deze maand, dus in januari 2023, aan de Belastingdienst doorgeven.

Renseigneringsverplichting
Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren tot en met 2021 hoefde je alleen bedragen door te geven als de Belastingdienst daarom vroeg. Voor de jaren vanaf 2022 ben je verplicht dit uit eigen beweging te doen. De verplichting geldt voor twee groepen administratieplichtigen:

• inhoudingsplichtigen, ofwel (rechts)personen met een loonheffingennummer, en
• bepaalde collectieve beheersorganisaties (CBO’s).

Uitgesloten betalingen
Bepaalde betalingen hoef je niet door te geven. Het gaat hier onder meer om betalingen voor werkzaamheden die zijn verricht als vrijwilliger, werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met omzetbelasting, de werkzaamheden en diensten die zijn verricht als werknemer en de vergoedingen voor een auteursrecht.

Tip! De renseigneringsverplichting geldt niet voor een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever die in Nederland geen inhoudingsplichtige is.

Aan te leveren gegevens
Het aanleveren van de gegevens moet digitaal. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

• naam, adres, BSN en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
• de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief eventuele kostenvergoedingen;
• datum waarop je de uitbetaling hebt gedaan.

Uiterste datum 31 januari 2023
De in 2022 aan derde betaalde bedragen moet je in de maand januari 2023 (uiterlijk 31 januari 2023!) aan de Belastingdienst doorgeven. Dit moet je dus uit eigen beweging doen, je kunt niet wachten tot de Belastingdienst hierom vraagt.

Let op! Naast betalingen in geld moet je ook betalingen in natura doorgeven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-04T15:35:47+01:006 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

  • Hoofdelijke aansprakelijkheid fiscale eenheid voor BTW reikt ver

Hoofdelijke aansprakelijkheid fiscale eenheid voor BTW reikt ver

Onder voorwaarden kunnen ondernemers voor de omzetbelasting een fiscale eenheid vormen. Dit heeft voordelen, maar ook het nadeel dat men hoofdelijk aansprakelijk gesteld kan worden voor de BTW-schulden van de fiscale eenheid. En die aansprakelijkheid reikt ver.

Fiscale eenheid BTW
Een fiscale eenheid voor de BTW is een automatisme als bedrijven in financieel, organisatorisch en economisch opzicht met elkaar verweven zijn. Dit betekent dat meer dan 50% van de aandelen van elk van de ondernemingen in dezelfde handen is, dat er één overkoepelende leiding is en dat de ondernemingen in hoofdzaak hetzelfde economische doel hebben of de ene onderneming voor meer dan 50% aanvullende activiteiten uitoefent voor de andere.

Voor- en nadelen
Het voordeel van een fiscale eenheid is dat er maar één keer aangifte voor de BTW hoeft te worden gedaan. Ook wordt er geen BTW betaald over leveringen van goederen en diensten tussen de ondernemingen in de fiscale eenheid. Daar staat het nadeel tegenover dat men hoofdelijk aansprakelijk gesteld kan worden voor de BTW-schulden van de fiscale eenheid.

Aansprakelijkheid
In een zaak die onlangs speelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant maakte een onderneming deel uit van een fiscale eenheid van 1 maart 2011 tot 1 juni 2016. Het uittreden was vastgelegd in een brief van de Belastingdienst. In 2019 wordt het bedrijf aansprakelijk gesteld voor BTW-schulden over de jaren 2021, 2014 en 2015. Het bedrijf bestrijdt de aansprakelijkstelling omdat niet aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid zou zijn voldaan.

Beschikking
De rechtbank acht het bedrijf echter wel aansprakelijk. De aansprakelijkstelling betreft een periode waarin het bedrijf deel uitmaakte van de fiscale eenheid. Nu hieromtrent een beschikking is afgegeven, blijft deze van kracht totdat de fiscus is geïnformeerd dat men van de fiscale eenheid geen deel meer uitmaakt. Dit is zelfs zo als men niet meer aan de voorwaarden voor een fiscale eenheid voldoet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-04T15:36:25+01:005 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoofdelijke aansprakelijkheid fiscale eenheid voor BTW reikt ver

  • Kan een renteloze lening aan een werknemer onbelast?

Kan een renteloze lening aan een werknemer onbelast?

Wil je een renteloze lening aan een werknemer verstrekken? Dan kan dat onder voorwaarden belastingvrij.

Rentevoordeel in principe belast
Bij een lening aan een werknemer is het rentevoordeel in beginsel belast met loonbelasting. Is bijvoorbeeld het marktconforme rentepercentage op een lening van €10.000 3% en bereken je geen rente? Dan moet je over het rentevoordeel van €300 per jaar loonbelasting inhouden op het loon van jouw werknemer.

Lening aan werknemer voor (elektrische) fiets of elektrische scooter
Dit geldt niet voor leningen die je verstrekt voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter. Het rentevoordeel voor deze leningen wordt op nul gesteld. Je hoeft dan geen loonbelasting in te houden op het loon van jouw werknemer. Jouw werknemer geniet dit rentevoordeel dus belastingvrij.

Aanwijzen in de vrije ruimte
Als je het rentevoordeel aanwijst in de vrije ruimte van de werkkostenregeling hoef je ook geen loonbelasting in te houden op het loon van jouw werknemer. Ook in zo’n geval geniet jouw werknemer dus het rentevoordeel belastingvrij.
Zolang het totaal aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar de vrije ruimte niet overschrijdt, betaal je ook geen belasting. Vindt wel een overschrijding plaats, dan betaal je over het meerdere 80% eindheffing.

Tip! Ook een (gedeeltelijke) kwijtschelding van een lening aan een werknemer, kun je aanwijzen in de vrije ruimte.

Geen aanwijzing voor lening eigen woning
Een rentevoordeel op een lening voor een eigen woning waarvoor de rente in aftrek kan worden gebracht in de aangifte inkomstenbelasting, kun je nooit aanwijzen in de vrije ruimte. In dat geval moet je dus altijd over het rentevoordeel loonbelasting inhouden op het loon van jouw werknemer.

Tip! Jouw werknemer kan in zo’n geval het rentevoordeel wel als rente voor de eigen woning in aftrek brengen onder de voorwaarden die voor die aftrek gelden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T15:13:12+01:005 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kan een renteloze lening aan een werknemer onbelast?

  • Lage AWf-premie corrigeren?

Lage AWf-premie corrigeren?

De Belastingdienst attendeert werkgevers op het herzien van de lage AWf-premie over 2022. De premie moet worden herzien als je werknemers in 2022 meer dan 30% meer uren hebt betaald dan het aantal contracturen voor dit jaar. Dit staat bekend als de zogenaamde 30%-herzieningsregeling. Je kunt de premie herzien door de aangiften loonheffingen over 2022 te corrigeren.

Premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf)
De AWf kent een lage AWf-premie van 2,7% en een hoge AWf-premie van 7,7% (cijfers 2022). Welke premie je als werkgever betaalt, is afhankelijk van het soort arbeidscontract dat je met jouw werknemer hebt gesloten.

Wanneer lage of hoge AWf-premie?
Je betaalt voor jouw werknemer de lage AWf-premie wanneer de arbeidsovereenkomst aan de volgende voorwaarden voldoet:

• het gaat om een arbeidscontract voor onbepaalde tijd;
• het contract is schriftelijk vastgelegd, én
• het arbeidscontract is geen oproepcontract.

Let op! Voldoet het contract niet aan alle voorwaarden, dan betaal je de hoge AWf-premie, tenzij er sprake is van een uitzondering.

Wanneer herzien?
Als dat kan met jouw salarissoftware, mag je de lage AWf-premie ook herzien bij de aangifte loonheffingen over het laatste tijdvak van 2022 (december of 13e vierwekenperiode). Wie de herzieningsberekening pas na de laatste aangifte van het jaar maakt, kan in januari of februari 2023 eerdere aangiften loonheffingen over 2022 corrigeren. Dat kan met zogenoemde losse correcties.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T14:53:11+01:004 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lage AWf-premie corrigeren?

  • Zonder rentenadeel geen belastingrente

Zonder rentenadeel geen belastingrente

Als de Belastingdienst geen rentenadeel leidt, dient bij het opleggen van een aanslag ook geen belastingrente te kunnen worden berekend. Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2023 bevat hiertoe een bepaling die inspeelt op een eerder arrest van de Hoge Raad hierover.

Belastingrente
In het genoemde arrest gaat de Hoge Raad ervan uit dat door een belastingplichtige belastingrente moet worden betaald als, als gevolg van zijn handelen, het vaststellen van een aanslag te lang op zich heeft laten wachten. Andersom moet de Belastingdienst belastingrente vergoeden als de schuld bij de Belastingdienst ligt.

Geen rentenadeel
In hetzelfde arrest acht de Hoge Raad het onaanvaardbaar als ook belastingrente in rekening wordt gebracht als de Belastingdienst geen rentenadeel heeft geleden. Dit kan zich voordoen, zoals in genoemd arrest, als meerdere voorlopige aanslagen worden opgelegd. In de betreffende rechtszaak moest een belastingplichtige daardoor €1.553 belastingrente betalen.

Wetsvoorstel
In bovengenoemd wetsvoorstel wordt geregeld dat de inspecteur de te betalen belastingrente kan verminderen in situaties waarin belastingrente in rekening wordt gebracht over een tijdvak waarin de belasting al is geheven, voldaan of afgedragen. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2023 van kracht is.

Let op! Mocht een inspecteur tot die tijd in soortgelijke situaties toch belastingrente in rekening brengen, dan kunnen belastingplichtigen zich altijd beroepen op het arrest van de Hoge Raad.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T14:29:52+01:004 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zonder rentenadeel geen belastingrente

  • Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

Als aan jou een auto van de zaak ter beschikking staat, is in beginsel bijtelling voor privégebruik van toepassing. Alleen als je overtuigend kunt aantonen dat je niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden, krijg je geen bijtelling. Een exacte rittenregistratie is hiervoor niet vereist.

Belastingdienst in de fout
In een zaak voor de rechtbank Noord-Nederland ging de Belastingdienst bij de beoordeling van een rittenregistratie meermaals in de fout. Zo constateerde de Belastingdienst verschillen in de opgegeven aantallen kilometers van verschillende routes aan de hand van Google Maps. Deze verschillen bestonden in werkelijkheid niet.

Exacte aantallen niet vereist
Ook ging de Belastingdienst de fout in door ritten op honderden meters nauwkeurig te berekenen. Ook dit is volgens de rechter niet de bedoeling. Van belang is slechts dat overtuigend wordt aangetoond dat het aantal kilometers dat privé is gereden niet meer dan 500 bedraagt.

Vrije bewijsleer
Hoe je aantoont dat je daadwerkelijk niet meer kilometers gereden hebt, is niet van belang. Een rittenregistratie is namelijk niet vereist en bewijs kan dus ook op andere wijze worden geleverd.

Zware aanhanger
De rechtbank achtte ook van belang dat er gereden is met een grote auto met zware aanhanger om hiermee onder andere metaal te vervoeren. Om deze reden was er dan ook regelmatig over hoofdwegen gereden om zo ritten door dorpen te vermijden.

Heel klein verschil is niet van belang
De rechtbank stelt ook letterlijk ‘niet warm of koud te worden’ van een verschil van één kilometer, omdat zo’n verschil logisch is en nu eenmaal van tijd tot tijd voorkomt als er op hele kilometers wordt afgerond en geregistreerd. Van belang is slechts dat de 500 km privé niet wordt overschreden. De rechtbank verminderde dan ook de navorderingen en schrapte hierin de bijtellingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-02T09:36:19+01:003 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Exacte rittenregistratie niet vereist bij bijtellingsregeling

  • Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan inzake de no-riskpolis voor een werknemer die in de tweede periode weer in dienst is getreden. Maak tijdig bezwaar bij de Belastingdienst, mocht je vermoeden dat ZW-uitkeringen en eventuele WGA-uitkeringen aansluitend aan de tweede dienstbetrekking aan jou als werkgever zijn toegerekend als uitkeringslast.

Ziektewet-uitkering in de no-risk polis
Bij de no-riskpolis bestaat er voor een werknemer die medische beperkingen heeft, in bepaalde situaties recht op een Ziektewet-uitkering. Deze ZW-uitkering wordt vaak via de werkgever betaalbaar gesteld (werkgeversbetaling), zodat hij deze in mindering kan brengen op zijn loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Het is dus een schade beperkende maatregel die werkgevers over de streep moet trekken om een werknemer met een beperking aan te nemen, dan wel in dienst te houden. Mocht de werknemer uiteindelijk in de WGA terechtkomen, dan wordt deze werknemer niet meegerekend bij de bepaling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas. Dit staat bekend als de no-riskpolis. Ook voor werknemers die geen recht hebben op een WIA-uitkering, de zogeheten 35-minners, kan er onder bepaalde voorwaarden recht bestaan op een ZW-uitkering.

Twee periodes van vijf jaar
De wet geeft aan dat er voor wat betreft de no-riskpolis twee periodes van vijf jaar zijn. De eerste periode vangt bij de 35-minner vijf jaar na einde wachttijd aan en de tweede periode vangt vijf jaar na datum indiensttreding aan. De uitval moet binnen die periode hebben plaatsgevonden om er een beroep op te doen.

Weer in dienst?
Stel nu dat de werknemer binnen die tweede periode weer opnieuw in dienst is getreden bij de werkgever. Kan er dan wel of geen beroep worden gedaan op de no-riskpolis? De Hoge Raad heeft hier inmiddels recentelijk uitsluitsel over gegeven en bepaald dat de no-riskpolis ook geldt voor ZW-uitkeringen aan een werknemer die:

• met een no-riskpolis bij de werkgever in dienst was, én
• ziek uit dienst ging, én
• binnen vijf jaar na de startdatum van de eerst dienstbetrekking voor de tweede keer bij de werkgever in dienst kwam, én
• opnieuw ziek uit dienst is gegaan.

Premiebeschikking Werkhervattingskas
Aangezien de Hoge Raad pas op 28 oktober 2022 uitspraak heeft gedaan, kon de Belastingdienst bij het bepalen van de premies in het kader van de onlangs verzonden premiebeschikking Werkhervattingskas hier geen rekening mee houden. Dit kan betekenen dat de ZW-uitkeringen en eventuele WGA-uitkeringen aansluitend aan de tweede dienstbetrekking, aan jou als werkgever zijn toegerekend als uitkeringslast.

Maak tijdig bezwaar
Het is dus zaak om tijdig bezwaar te maken als je vermoedt dat dit bij jou het geval zou kunnen zijn. Je kunt daarmee ook de instroomlijsten opvragen zodat je inzichtelijk hebt welke uitkeringen aan jou zijn toegerekend, waarna je kunt controleren of dat al dan niet terecht is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T08:57:09+01:0027 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

  • BTW-nultarief op (onbewerkte) groente en fruit?

BTW-nultarief op (onbewerkte) groente en fruit?

Het kabinet streeft ernaar om mogelijk per 1 januari 2024 een 0-tarief in te voeren op groente en fruit. Nader onderzoek is nodig om te bezien of dit te realiseren is.

Budgettaire dekking en afbakeningsvarianten
De invoering van dit BTW-nultarief kan leiden tot een budgettaire derving van zo’n €1 miljard. Voor deze derving moet nog dekking worden gezocht. Daarnaast verricht onderzoeksbureau SEO op dit moment nog een onderzoek naar verschillende afbakeningsvarianten. Dit is nodig om invoering van het BTW-nultarief zorgvuldig te laten plaatsvinden. Om het voor ondernemers en de Belastingdienst werkbaar te houden is het streven om de invoering in één keer goed te doen.

Let op! Hierbij is met name ook van belang dat er een goed wettelijk onderscheid komt tussen wat groente en fruit is en wat andere voedingsmiddelen zijn. Voor deze laatste groep komt namelijk geen BTW-nultarief, maar blijft het verlaagde BTW-tarief van 9% gelden.

Streven invoering per 2024
Het kabinet verwacht de uitkomsten van het onderzoek begin 2023. Op basis van deze uitkomsten wordt besloten of een wetgevingstraject kan worden gestart met als streven per 1 januari 2024 een BTW-nultarief op groente en fruit.

Ook nog geen BTW-nultarief op onbewerkte varianten
Het kabinet vindt het niet verantwoord om tussentijds al een BTW-nultarief op onbewerkte groente en fruit in te voeren. Om onduidelijkheden voor ondernemers en de Belastingdienst te voorkomen moet daarvoor immers gedefinieerd worden wat ‘onbewerkt’ betekent. Betekent bijvoorbeeld dat bij wassen, schillen, (bij)snijden, (na) rijpen of verpakken niet langer sprake is van onbewerkt of is daarvan pas sprake bij toevoegingen van bijvoorbeeld zout of suiker aan een product.
Daarnaast moeten producten die voor een gemiddelde consument inwisselbaar zijn, voor de BTW gelijk behandeld worden. Betekent dit dan bijvoorbeeld dat een krop ongewassen sla hetzelfde moet worden behandeld als gewassen en gesneden sla in een zakje? Dit soort vragen zijn onderdeel van de verschillende afbakeningsvarianten die onderzoeksbureau SEO onderzoekt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T08:32:10+01:0027 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

BTW-nultarief op (onbewerkte) groente en fruit?

  • Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

De Belastingdienst heeft de normbedragen bekendgemaakt die in 2023 gelden voor maaltijden, thuiswerken en reiskosten. Deze zijn alle hoger dan in 2022.

Maaltijden
Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines of soortgelijke ruimtes of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, geldt een normbedrag. Dit normbedrag stijgt van €3,35 in 2022 naar €3,55 per maaltijd in 2023. Het normbedrag, verminderd met een eventuele bijdrage van jouw werknemer, is loon voor jouw werknemer. Je kunt er echter ook voor kiezen om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte.

Tip! Bepaalde maaltijden zijn gericht vrijgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij maaltijden tijdens dienstreizen, bij overwerk of werken op koopavonden. Wil je deze maaltijden vergoeden, dan kun je onder voorwaarden de werkelijke kosten vergoeden of aansluiten bij het normbedrag voor maaltijden.

Thuiswerken
Vanaf dit jaar (2022) kun je voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, onder voorwaarden, een onbelaste vergoeding geven aan jouw werknemer. Deze thuiswerkvergoeding bedraagt in 2022 €2, maar stijgt in 2023 naar €2,15 per dag.

Reiskostenvergoeding
Voor de zakelijke reiskilometers (waaronder woon-werkkilometers) die jouw werknemer maakt met een eigen vervoermiddel kun je in 2022 een onbelaste vergoeding geven van €0,19 per kilometer. Al eerder was bekend dat deze onbelaste vergoeding in 2023 stijgt naar €0,21 per kilometer.

Let op! De verhoging van de reiskostenvergoeding is onderdeel van het Belastingplan 2023. Dit plan is al wel door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer moet hier medio december 2022 nog over stemmen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-19T09:18:03+01:0019 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend