Belasting

  • Meer bijtelling voor duurdere elektrische auto

Meer bijtelling voor duurdere elektrische auto

Voor een elektrische auto met een catalogusprijs van €30.000 of meer gaat vanaf 2023 een hogere bijtelling gelden. Dit komt omdat de lage bijtelling van 16% nog maar gaat gelden tot een catalogusprijs van €30.000 in plaats van
€35.000 nu. Over het meerdere wordt de bijtelling 22%.

Maximale verhoging €300
De hogere bijtelling kan een automobilist maximaal €300 extra aan bijtelling kosten. Over maximaal €5.000 extra cataloguswaarde wordt de bijtelling immers 6% hoger. Over deze €300 moet de belastingplichtige extra belasting betalen. Hoeveel dit is, hangt af van zijn belastingtarief.

Let op bij elektrische auto’s ouder dan vijf jaar
De verhoging gaat ook de automobilist geld kosten met een elektrische auto die ouder is dan vijf jaar. De oorspronkelijke bijtelling bij aankoop van de auto geldt namelijk maar voor vijf jaar. Daarna gaat de bijtelling gelden die op dat moment van toepassing is. Zo gaan auto’s die in 2018 voor het eerst op kenteken zijn gezet, in de loop van 2023 met de hogere bijtelling van 16% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere te maken krijgen. Voor een elektrische auto van vóór 2017 wordt over de eerste €30.000 zelfs 19% bijtelling betaald en over het meerdere 25% (tenzij de elektrische auto ouder is dan 15 jaar).

Zonnecel- en waterstofauto blijven buiten schot
De verhoging van de bijtelling geldt niet voor auto’s die rijden op waterstof of op zonnecellen. Voor deze auto’s blijft de bijtelling 16% over de gehele catalogusprijs.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-12T10:40:14+01:0012 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer bijtelling voor duurdere elektrische auto

  • Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar €1.900 in 2023

Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar €1.900 in 2023

De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding gaat per 1 januari 2023 omhoog naar €1.900 per jaar. Deze bedraagt nu nog €1.800.

Jaarlijkse indexering
Je kunt vrijwilligers die binnen jouw organisatie vrijwilligerswerk doen een vergoeding geven die voor de fiscus onbelast is. Deze maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd. In 2022 werd echter hetzelfde maximale bedrag gehanteerd als in 2021.

Hogere vergoeding?
Per 1 januari 2023 gaat dit bedrag wel omhoog. Het nieuwe bedrag is maximaal €1.900 per jaar. Over vrijwilligersvergoedingen tot dat bedrag zijn geen belasting en premies verschuldigd. Betaal je de vrijwilliger een hogere vergoeding? Dan is deze alleen onbelast als je de vergoeding betaalt om de kosten te vergoeden die de vrijwilliger gemaakt heeft voor het uitvoeren van het vrijwilligerswerk.

Voorwaarden vrijwilligersvergoeding
Om gebruik te kunnen maken van de fiscale regels voor een onbelaste vrijwilligersvergoeding moet je aan een aantal voorwaarden voldoen:

• jouw organisatie:
– valt niet onder de vennootschapsbelasting of is daarvan vrijgesteld;
– is een sportvereniging of sportstichting;
– is een algemeen nut beogende instelling (ANBI);
• de vrijwilliger is niet bij jou in dienst;
• de vrijwilliger voert de werkzaamheden niet uit voor zijn beroep;
• de vergoeding die de vrijwilliger krijgt voor het werk is een vergoeding, die niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.

Vragen?
Heb je vragen over de vrijwilligersvergoeding? Neem dan contact met ons op, wij kijken graag even met je mee.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-06T11:11:18+01:006 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar €1.900 in 2023

  • Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

Als je als werkgever de studiekosten van een kind van een van jouw werknemers rechtstreeks aan het kind vergoedt of verstrekt, zal het kind zelf de belasting moeten betalen. Dit is vaak voordeliger dan wanneer je de studiekosten als loon aan de ouder van het kind, jouw werknemer, uitkeert. De Belastingdienst maakte onlangs een voorbehoud bekend voor zover het studiekosten van een kind van de DGA betreft.

Voorbehoud
Het voorbehoud houdt in dat het bovenstaande niet van toepassing is als de personal holding van een DGA overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie een studietoelage uitkeert aan de kinderen van de DGA. Dan kan de vergoeding niet worden aangemerkt als loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander omdat de vergoeding vanuit de rol van aandeelhouder wordt uitgekeerd. De Belastingdienst wil hier mee aangeven dat er dan sprake kan zijn van een uitdeling aan de aandeelhouder, die ook bij deze aandeelhouder belast wordt in box 2.

Overleg mogelijk
Bij twijfel kan overlegd worden om een standpunt te bepalen. Naar verwachting zal dan beoordeeld worden in hoeverre een vergoeding van studiekosten ‘overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie’ is of zal worden toegekend. Het is namelijk de vraag wanneer een studietoelage overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie wordt uitgekeerd. In de praktijk zien we veelal dat de Belastingdienst dit oordeel velt als voor de kinderen van de DGA andere regels gelden dan in zakelijke verhoudingen.

Let op! Overleg bij twijfel vooraf met de Belastingdienst. Op die manier kun je naheffingen en boetes voorkomen. Kom je niet tot een akkoord, dan kun je de zaak altijd nog voorleggen aan de rechter.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T15:18:45+01:0030 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

  • Praktijkondersteuner huisarts niet langer zelfstandige

Praktijkondersteuner huisarts niet langer zelfstandige

Praktijkondersteuners van huisartsen worden door de Belastingdienst in beginsel niet langer aangemerkt als zelfstandige ondernemers. De Modelovereenkomst waarin dit is geregeld, wordt niet verlengd. Bestaande overeenkomsten kunnen nog wel blijven bestaan.

Praktijkondersteuner Huisarts (POH)
De POH ondersteunt de huisarts. De taken zien met name op ondersteuning en begeleiding van patiënten met chronische aandoeningen.

Dienstbetrekking?
De POH wordt in beginsel niet langer als zelfstandige aangemerkt, omdat er in de meeste gevallen sprake zal zijn van een dienstbetrekking. In de oorspronkelijke Modelovereenkomst werd ervan uitgegaan dat de POH beschikt over een BIG-registratie, zelf eindverantwoordelijk is en geen instructies of aanwijzingen op hoeft te volgen. In de praktijk blijkt dit echter meestal niet zo te zijn. De Modelovereenkomst wordt daarom niet verlengd. Dit meldt de landelijke Vereniging van Huisartsen.

Wijzigingen
Voor bestaande situaties treedt er geen wijziging op. Er moet dan wel volgens de Modelovereenkomst worden gewerkt. Voor nieuwe situaties wordt geadviseerd te werken via detachering of de POH in dienst te nemen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-21T10:26:24+01:0021 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Praktijkondersteuner huisarts niet langer zelfstandige

  • Meer duidelijkheid over waardering verhuurde woning vanaf 2023

Meer duidelijkheid over waardering verhuurde woning vanaf 2023

Eerder berichtten wij al dat je bij het bezit van een verhuurde woning of het erven of schenken van een verhuurde woning vanaf volgend jaar meer belasting betaalt. Dit komt door de verhoging van de zogenaamde leegwaarderatio voor verhuurde woningen en het stellen van meer voorwaarden. Wat betekent dit in praktijk en is er een mogelijkheid van tegenbewijs?

Leegwaarderatio
Door toepassing van de leegwaarderatio wordt rekening gehouden met de verhuurde staat van jouw woning. Hierdoor wordt de WOZ-waarde verlaagd. Deze waarde is van belang voor jouw vermogen in box 3 en bij erven en schenken in de erf- en schenkbelasting.

Tijdelijke huurcontracten
Op dit moment geldt als voorwaarde voor toepassing van de leegwaarderatio al dat voor de verhuurde woning wettelijke huurbescherming moet gelden. Vanaf 2023 komt daar als extra voorwaarde bij dat er geen sprake mag zijn van een wettelijk tijdelijk huurcontract.
Een wettelijk tijdelijk huurcontract is een contract van maximaal twee jaar. De huurder heeft dan beperkte huurbescherming. Wordt zo’n wettelijk tijdelijk huurcontract voor een kortere periode afgesloten (bijvoorbeeld voor een jaar) en wordt aansluitend met dezelfde huurder weer een huurcontract afgesloten, dan wordt dit tweede huurcontract geacht te zijn afgesloten voor onbepaalde tijd. De huurder heeft dan volledige huurbescherming. In dat geval kan op de verhuurde woning vanaf het tweede huurcontract wel de leegwaarderatio weer worden toegepast.

Gelieerde partijen
Ook bij verhuur aan gelieerde partijen is de leegwaarderatio vanaf 2023 niet meer van toepassing. De staatssecretaris heeft aangegeven dat sprake is van een gelieerde partij als sprake is of kan zijn van een onzakelijke (te lage) huurprijs vanwege de band tussen partijen. Het zal hier bijvoorbeeld gaan om ouders die een woning verhuren aan hun kind.

Let op! Ook als je een zakelijke huurprijs met jouw kind of een andere gelieerde partij hebt afgesproken, kun je de leegwaarderatio niet meer toepassen. Het gaat erom of er mogelijk van een onzakelijke (te lage) huurprijs sprake kan zijn vanwege de band tussen jou en de huurder.

Tegenbewijs
Door het aanpassen van de tabel van de leegwaarderatio en de extra voorwaarden zal de waarde van de verhuurde woningen in box 3 en voor de erf- en schenkbelasting omhoog gaan. Kun je aannemelijk maken dat deze waarde 10% of meer hoger is dan de waarde in het economische verkeer van jouw verhuurde woning op de WOZ-peildatum? Dan kun je je beroepen op een arrest van de Hoge Raad uit 2015 en kan de waarde worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer op de WOZ-peildatum.

Tip! Heb je vragen over de waarde van een verhuurde woning? Neem dan contact met ons op. Wij kijken graag even met je mee.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-14T08:57:26+01:0015 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer duidelijkheid over waardering verhuurde woning vanaf 2023

  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022
  • Onderbouw jouw vaste kostenvergoeding

Onderbouw jouw vaste kostenvergoeding

Geef je jouw werknemers een vaste kostenvergoeding? Dan kun je misschien belasting besparen als je zorgt voor een goede vastlegging.

Belast loon of vrije ruimte
In principe vormt een vaste kostenvergoeding belast loon voor jouw werknemer. Hij of zij is daarover loonheffing verschuldigd. Je kunt dit voorkomen door de vaste kostenvergoeding aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Je betaalt dan pas 80% eindheffing vanaf het moment dat je met alle aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen boven de jaarlijkse vrije ruimte uitkomt.

Let op! De vaste kostenvergoeding moet wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Dit betekent dat de vergoeding niet meer dan 30% mag afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Is de afwijking groter, dan mag je het meerdere niet aanwijzen in de vrije ruimte. Dat deel is dan als loon belast bij jouw werknemer.

Tip! De Belastingdienst beschouwt alle vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal €2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Gerichte vrijstelling of intermediaire kosten
Door het aanwijzen van de volledige vaste kostenvergoeding in de vrije ruimte gebruik je misschien al een groot gedeelte van deze vrije ruimte. Als (een deel van) jouw vaste kostenvergoeding gericht vrijgesteld is of als intermediaire kosten niet tot het loon behoort, kun je echter meer vrije ruimte overhouden. Je moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Voorwaarden
Om (een deel van) de vaste kostenvergoeding als gerichte vrijstelling of intermediaire kosten te laten kwalificeren, moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

• je moet vastleggen uit welke bedragen de vaste kostenvergoeding is opgebouwd;
• je moet aannemelijk maken dat tot bepaalde bedragen kosten voor gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten worden gemaakt;
• je moet deze kostenposten nader specificeren (omschrijving, bedrag en soort vrijstelling of intermediaire kosten);
• je moet de kostenposten onderbouwen met een onderzoek vooraf naar de werkelijk gemaakte kosten (steekproef).

Let op, dit onderzoek moet opnieuw gedaan worden als de omstandigheden, waarop de vergoedingen zijn gebaseerd, veranderen.

Tip! Bestond de vaste onkostenvergoeding al voordat je de werkkostenregeling ging toepassen, dan hoef je alleen een nieuw onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten te doen als de omstandigheden, waarop de vergoedingen zijn gebaseerd, veranderen.

Let op! De werkkostenregeling is in 2015 definitief ingevoerd. De kans dat de omstandigheden zijn veranderd, is dan ook zeker niet uit te sluiten. Onderzoek daarom of je wellicht een nieuwe onderbouwing moet maken.

Onderbouwing achteraf
De onderbouwing en het onderzoek naar de werkelijk gemaakte kosten moet altijd gebeuren voordat je de vaste kostenvergoeding geeft. Deed je nog niet zo’n onderzoek, dan kun je dus alleen voor de toekomst mogelijk gebruikmaken van de gerichte vrijstellingen en intermediaire kosten.

Tip! Het kan zeker de moeite lonen om zo’n onderzoek te doen naar de werkelijk gemaakte kosten. Er is namelijk een flink aantal kosten die onder een gerichte vrijstelling of intermediaire kosten valt. Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor woon-werkverkeer a €0,19 per kilometer, voor het wassen van de auto van de zaak, voor het internetgebruik thuis en voor een mobiele telefoon.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-31T09:10:43+01:0031 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onderbouw jouw vaste kostenvergoeding

  • Meer geld voor energie- en milieuvriendelijk ondernemen

Meer geld voor energie- en milieuvriendelijk ondernemen

Voor ondernemers die energie- of milieuvriendelijk investeren, komt vanaf 2023 jaarlijks €150 miljoen extra beschikbaar. Daartoe worden de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de regeling inzake vervroegd afschrijven op milieu-investeringen (Vamil) verhoogd. Dit is op Prinsjesdag bekendgemaakt.

EIA, MIA
Via de EIA en MIA mogen ondernemers een extra percentage van hun energie- of milieuvriendelijke investering in aftrek brengen op de winst. Hierdoor betaalt men minder belasting. De EIA kent thans één percentage, 45,5%. De MIA kent drie percentages: 45%, 36% en 27%.

Vamil
Via de Vamil kunnen ondernemers 75% van de investering versneld ten laste van de winst brengen. De ondernemer kan de winst daardoor in een jaar of meerdere jaren extra verlagen, maar daardoor minder afschrijven in andere jaren. Hierdoor kan de ondernemer eventueel profiteren van het verschil in belastingtarief, maar de Vamil kan daarnaast ook een liquiditeits- en rentevoordeel opleveren, omdat op een eerder moment minder winstbelasting hoeft te worden betaald.

Hogere energieprijzen
Ondernemers doen steeds vaker een beroep op genoemde regelingen. Dit wordt mede veroorzaakt door de hoge energieprijzen, waardoor deze investeringen eerder lonend zijn.

Hoe is nog onbekend
Het extra budget van €150 miljoen (€100 miljoen voor de EIA en €50 miljoen voor de MIA) zal in 2023 voornamelijk nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bestaande bedrijfsmiddelen gestimuleerd kunnen blijven. Dit wijst erop dat de percentages van de regelingen waarschijnlijk niet wijzigen, maar dat de grotere vraag door de extra middelen kan worden gedekt. Zodra hier duidelijkheid over is, zullen wij je informeren.

Let op! Over de diverse op Prinsjesdag gepresenteerde plannen vindt nog volop overleg plaats. De meeste plannen zijn dan ook nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-26T11:33:16+02:0027 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer geld voor energie- en milieuvriendelijk ondernemen

  • Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven in box 2. In box 2 worden de inkomsten uit een aanmerkelijk belang belast. Daarbij gaat het met name om dividenduitkeringen en om de winst behaald bij verkoop van een aanmerkelijk belang. Dit voorstel staat in het Belastingplan 2023.

Twee tarieven
De voorgestelde tarieven vanaf 2024 bedragen 24,5% voor inkomsten tot €67.000 en 31% over het meerdere. Nu kent box 2 nog één tarief van 26,9%. Het voorstel betekent dat over een dividend tot €67.000 vanaf 2024 bijna 9% minder belasting hoeft te worden betaald. Wordt meer dividend uitgekeerd, dan betaalt men ruim 15% méér belasting in box 2 over het meerdere.

Voordeel partners
Belastingplichtigen met een partner kunnen inkomsten uit een aanmerkelijk belang in de aangifte verdelen. Ze kunnen zo een voordeel behalen door een dividenduitkering van meer dan €67.000 deels aan de partner toe te rekenen. Op deze manier kunnen zij straks maximaal 2 x €67.000, ofwel €134.000 aan dividend opnemen tegen het lage tarief van 24,5%.

Oppotten tegengaan
Het wetsvoorstel is onder meer bedoeld om het eindeloos oppotten van winstreserves in de BV tegen te gaan. DGA’s hebben er straks immers voordeel bij om jaarlijks dividend uit te keren voor zover het tarief hierover 24,5% bedraagt. Het wetsvoorstel is ook bedoeld ter financiering van de herziene belastingheffing over vermogensinkomsten in box 3.

Aanpassing aan inflatie
De nieuwe tariefschijven zullen jaarlijks aangepast worden aan de inflatie. Dit betekent dat het lage tarief van 24,5% jaarlijks toegepast wordt over een bedrag van de eerste schijf (€ 67.000), plus of min de inflatiecorrectie.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:37:16+02:0019 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

  • Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast

Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast

Bezit je een verhuurde woning? Of erf of krijg je een verhuurde woning geschonken? Dan betaal je vanaf 2023 meer belasting. Dit komt omdat het kabinet de zogenaamde leegwaarderatio voor verhuurde woningen volgend jaar sterk wil verhogen.

Leegwaarderatio
De leegwaarderatio houdt rekening met de verhuurde staat van een woning. In de regel heeft een verhuurde woning namelijk minder marktwaarde dan een woning in vrij opleverbare staat. Door de WOZ-waarde van een woning te verminderen met de korting vanwege de verhuurde staat, resulteert de leegwaarderatio. Deze leegwaarderatio geldt bij de bepaling van de waarde van de verhuurde woning in box 3 in de inkomstenbelasting en bij erven en schenken in de schenk- en erfbelasting. De leegwaarderatio – en daarmee de waarde van de verhuurde woning voor deze belastingen – wordt volgend jaar fors hoger.

Korting afhankelijk van huur
De hoogte van de leegwaarderatio is afhankelijk van de hoogte van de huuropbrengst. Hoe hoger de huuropbrengst, des te minder korting geldt op de WOZ-waarde. Die korting gaat per 2023 over de hele linie fors dalen, waardoor de leegwaarderatio flink stijgt. Hierdoor stijgt dus ook de waarde van de verhuurde woning in box 3 en bij erven en schenken.

Verhouding jaarlijkse huurprijs
tot WOZ-waarde 
  Huidige leegwaarderatio  Nieuwe leegwaarderatio 
Meer dan  Maar niet meer dan   
0% 1% 45% 73%
1% 2% 51% 79%
2% 3% 56% 84%
3% 4% 62% 90%
4% 5% 67% 95%
5% 6% 73% 100%
6% 7% 78% 100%
7% 85% 100%

Voorbeeld:
Een woning met een WOZ-waarde van €300.000 en een huur van €12.000 per jaar, kent een verhouding jaarlijkse huurprijs tot WOZ-waarde van 4% en nu een leegwaarderatio van 62%. In de kabinetsplannen wordt dit verhoogd naar 90%, zodat nog slechts een korting van 10% resteert. Dit betekent dat voor de waarde van de woning vanaf 2023 wordt uitgegaan van €300.000 x 90% =
€270.000, terwijl nu nog wordt uitgegaan van €300.000 x 62% = € 186.000.

Geen korting meer bij tijdelijke verhuur en verwante personen
Op dit moment is de leegwaarderatio van toepassing op alle verhuurde woningen waarvoor wettelijke huurbescherming geldt. Dit gaat per 2023 veranderen. Bij tijdelijke verhuur en bij verhuur aan een verwante persoon, geldt in de voorstellen geen korting meer op de WOZ-waarde. Je moet voor de waardebepaling dan dus uitgaan van de volle WOZ-waarde.

Let op! Voor verhuur van woningen wordt een contract tot twee jaar in de voorstellen aangemerkt als tijdelijk en voor verhuur van een kamer een contract tot vijf jaar.

Woning in box 3
Als je een verhuurde woning bezit, wordt deze belast in box 3. De woning wordt gerekend tot de beleggingen. Dit betekent dat volgens de voorstellen gerekend wordt met een fictief rendement van 5,53%. Hierover betaal je in 2022 nog 31% belasting in box 3. Volgens de plannen van het kabinet wordt dit volgend jaar 32%.

Let op! Het plan om de leegwaarderatio te verhogen en de plannen voor box 3 moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-09-29T10:10:51+02:0029 september 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast