belang

Minder snel schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn

Bij een geschil met de Belastingdienst kun je in bezwaar en beroep. Als de behandeling van jouw bezwaar of beroep te lang duurt, kun je recht hebben op een schadevergoeding. Als er echter sprake is van een gering financieel belang, heb je hierop geen recht. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest de omvang van dit financiële belang fors verhoogd.

Spanning en frustratie

Juridisch

De schadevergoeding is bedoeld als compensatie voor de lange wachttijd en de daarmee samenhangende spanning en frustratie. In het verleden heeft de Hoge Raad de regels rondom een schadevergoeding bepaald en voor wat betreft de hoogte vastgesteld op € 500 per half jaar termijnoverschrijding of een gedeelte van een half jaar.

Gering financieel belang

Onder ‘financieel belang’ wordt verstaan het voordeel dat de belastingplichtige heeft als hij zijn bezwaar of beroep wint. In het betreffende arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat voortaan sprake is van een gering financieel belang bij een bedrag van minder dan € 1.000. Dit is fors hoger dan het bedrag van € 15, dat gold vóór dit arrest.

Alleen bij overschrijdingen tot één jaar

De Hoge Raad heeft tevens geoordeeld dat het nieuwe grensbedrag geldt bij overschrijdingen van de redelijke termijn tot één jaar. Wordt deze termijn langer overschreden, dan kan de rechter zelf beslissen of ook bij een geringer financieel belang dan € 1.000 een schadevergoeding wordt opgelegd.

Alleen het geschil zelf

De Hoge Raad stelt verder dat het financiële belang van € 1.000 betrekking heeft op het bedrag van het geschil zelf, dus zonder dat vergoedingen voor griffierecht, proceskostenvergoedingen en dergelijke zaken meetellen.

Oneigenlijk gebruik

De nieuwe grens is gericht op het oneigenlijk gebruik dat belastingplichtigen van schadevergoedingen maken. In de betreffende zaak was bijvoorbeeld sprake van een financieel belang van € 0,80.

Let op!
Het heeft geen effect op lopende zaken. De wijzigingen gelden niet voor zaken waarin voorafgaand aan de datum van het arrest, 14 juni 2024, om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is verzocht en deze redelijke termijn op die datum al was overschreden.

Door |2024-07-18T11:48:33+02:0018 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minder snel schadevergoeding bij overschrijding redelijke termijn
  • Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer

Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer

Bij het vaststellen van de definitieve NOW moet rekening worden gehouden met een lagere loonsom als gevolg van vrijwillig vertrek van een werknemer. Valt de NOW hierdoor lager uit, dan kan hiervoor mogelijk een correctie worden verkregen.

NOW
De NOW was tijdens de Coronacrisis een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers die een aanzienlijk omzetverlies leden. De NOW werd berekend op basis van de loonsom op de peildatum en het geleden percentage omzetverlies.

Vrijwillig vertrek
In een betreffende zaak bij de rechtbank Amsterdam was aan een bedrijf, dat zich bezighield met reclame- en marketingadvies, softwareontwikkeling en grafisch ontwerp, NOW toegekend op basis van de loonsom in januari. Deze loonsom lag hoger dan vastgesteld voor de subsidieperiode omdat een werknemer per 1 februari vrijwillig uit dienst was getreden. Dit betekende dat een deel van de verleende subsidie terugbetaald moest worden.

Correctie zonder rekening te houden met omzetverlies
De ondernemer maakte bezwaar tegen de terugbetalingsverplichting. Hij verzette zich met name tegen het feit dat als gevolg van het vrijwillige vertrek er onevenredig veel subsidie moest worden terugbetaald. Dit vanwege het feit dat bij vertrek van een werknemer de volledig weggevallen loonsom in mindering werd gebracht op de subsidie, zonder hierbij rekening te houden met het percentage omzetverlies.

Belang werkgever staat voorop
De rechtbank achtte de uitvoerbaarheid van de maatregel ondergeschikt aan het belang van de betreffende werkgever. Daarom moet, bij de definitieve vaststelling van de NOW in deze zaak, het salaris van de vertrokken werknemer buiten aanmerking blijven. Het vertrek had ook niets met Corona te maken. Uiteraard moet wel vermeden worden dat subsidie verkregen wordt over de periode dat de werknemer niet meer in dienst was. Het UWV dient op basis van deze uitgangspunten de NOW daarom opnieuw vast te stellen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-18T10:15:46+01:0020 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer
  • Laag BTW-tarief voor parkeren bij meerdaags festival

Laag BTW-tarief voor parkeren bij meerdaags festival

Een organisator van een meerdaags muziekfestival bood de bezoekers de mogelijkheid op het festivalterrein te overnachten. Daarnaast kon er eventueel de auto geparkeerd worden. Op het parkeren in deze situatie is het lage BTW-tarief van 9% van toepassing, aldus Hof Den Haag.

Zelfstandige prestatie?
Voor het Hof is allereerst de vraag aan de orde of het bieden van parkeergelegenheid gezien moet worden als een zelfstandige prestatie. Als er sprake is van een bijkomende prestatie volgt deze namelijk het BTW-tarief van de hoofdprestatie.

Afzonderlijk belang?
Volgens het Hof is parkeren aan te merken als een afzonderlijke prestatie en volgt deze hier dus niet automatisch het BTW-tarief van 9%. Het Hof baseert dit onder meer op het feit dat de bezoekers van het festival een afzonderlijk belang bij het parkeren hebben. Ook maken niet alle bezoekers gebruik van de auto om het festival te bereiken. Verder wordt er voor het parkeren een aparte vergoeding in rekening gebracht.

Let op! In het verleden is al eerder beslist voor parkeren bij een pretpark dat het parkeren niet onder het lage BTW-tarief valt.

Te vergelijken met camping?
Vervolgens komt de vraag aan de orde of het gelegenheid geven tot overnachten op het festivalterrein op één lijn is te stellen met een camping. Voor parkeren door personen die voor korte tijd op een camping verblijven geldt voor het parkeren namelijk het lage BTW-tarief. Dit volgt uit een besluit van de staatssecretaris.

Situaties vergelijkbaar
Het Hof is van oordeel dat beide situaties vergelijkbaar zijn en dat het lage BTW-tarief dan ook voor parkeren op dit meerdaagse festival geldt. Het gevolg voor bovengenoemde zaak is dat de naheffingsaanslag kwam te vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-13T10:55:20+01:0015 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laag BTW-tarief voor parkeren bij meerdaags festival

  • Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

Voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen kan een gemeente een afvalstoffenheffing invoeren. Wordt voor die heffing uitgegaan van een meerpersoonshuishouden terwijl het grootste deel van het jaar sprake is van een eenpersoonshuishouden, dan kan de rechter de heffing corrigeren op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Samenstelling huishouden
Dat de rechter deze mogelijkheid heeft, bleek uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De gemeente Haarlem hanteert voor de afvalstoffenheffing een verschillend tarief voor huishoudens bestaande uit maar één persoon en voor meerpersoonshuishoudens. De vaste peildatum hiervoor is 1 januari van het betreffende jaar.

Evenredigheidsbeginsel geschonden?
In de betreffende zaak woonde een vrouw op 1 januari 2021 samen met haar zoon in een woning. De zoon verhuisde kort na 1 januari. Toch ontving de vrouw een aanslag afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden. Dit was overeenkomstig de gemeentelijke verordening, maar volgens de rechter is dit in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Peildatum
De rechter zette met name vraagtekens bij het hanteren van één peildatum, namelijk 1 januari. Dit is eenvoudig qua uitvoering, maar de gemeente kon niet aangeven waarom dit belang groter is dan het financiële belang van de betreffende bewoonster. Zij moest nu namelijk € 412,20 aan heffing betalen, in plaats van
€ 270 die een eenpersoonshuishouden betaalt.

Woning deel van het jaar gebruikt
De rechter overwoog daarbij dat de gemeente wel een tegemoetkoming biedt als de woning slechts een deel van het jaar gebruikt wordt. De rechtbank ging er dan ook niet mee akkoord dat er geen oplossing werd geboden voor situaties dat er op de peildatum sprake is van een meerpersoonshuishouden, maar de rest van het jaar niet. De aanslag werd daarop verminderd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-11T17:18:06+01:0013 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

  • Wanneer mag je arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen?

Wanneer mag je arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen?

Wil je als werkgever een of meerdere wijzigingen doorvoeren met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van jouw werknemers? De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan wat de mogelijkheden zijn.

Wijzigingsbeding
In een arbeidsovereenkomst kan een zogeheten eenzijdig wijzigingsbeding worden opgenomen. Dit houdt in dat de werkgever expliciet schriftelijk bepaalt dat hij zich de bevoegdheid voorbehoudt de arbeidsovereenkomst eenzijdig aan te passen als hij daarvoor een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer daarvoor moet wijken. Er dient dan dus een belangenafweging plaats te vinden.

Ontbreken eenzijdig wijzigingsbeding?
Heb je als werkgever geen eenzijdig wijzigingsbeding schriftelijk afgesproken met de werknemer? Dan moet je, om een wijziging af te dwingen, terugvallen op de algemene norm van het goed werkgever- en werknemerschap. De Hoge Raad heeft in het zogenaamde Stoof/Mammoet-arrest geoordeeld dat die norm de werknemer ertoe kan verplichten een wijziging te accepteren, als

– sprake is van gewijzigde omstandigheden;
– de werkgever een redelijk wijzigingsvoorstel doet én;
– de werknemer dat voorstel redelijkerwijs niet kan weigeren.

Collectieve wijzigingen
Er werd in dit arrest wel vanuit gegaan dat het eenzijdig wijzigingsbeding specifiek bedoeld was voor collectieve wijzigingen en de norm van het goed werkgever- en werknemerschap meer voor individuele wijzigingen. Recentelijk heeft de Hoge Raad hierover uitsluitsel gegeven en bepaald dat de criteria uit het Stoof/Mammoet-arrest ook kunnen worden ingeroepen om collectieve wijzigingen af te dwingen. Ook als je verzuimd hebt een eenzijdig wijzigingsbeding overeen te komen, kun je hier dus een beroep op doen.

Mag een werknemer een wijziging weigeren?
Verder heeft de Hoge Raad bepaald dat niet geldt dat een werknemer een wijzigingsvoorstel van de werkgever alleen mag weigeren indien het voorstel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar dat hiervoor ook de lichtere toetsnorm geldt. De norm van de onaanvaardbaarheid is te streng. Het gaat om de vraag of de werknemer het door de werkgever gedane voorstel redelijkerwijs mag weigeren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-01T10:25:05+01:002 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer mag je arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen?

  • Nieuwsbrief juli 2021

Nieuwsbrief juli 2021

1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen
De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van NV’s en BV’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de NV en BV, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders
De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang
Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden
In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming
Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.


2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.


3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget
Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen
Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister
Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:

  • is erkend door het ministerie van OCW of
  • beschikt over het NRTO-keurmerk of
  • opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of
  • is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Ben je (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kun je daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie ben je er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor een opleiding aanvragen als je de gegevens hebt aangevuld en de scholingsactiviteiten hebt geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vind je ook meer informatie over het scholingsregister.


4. Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.


5. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.


6. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0013 juli 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2021