arrest

Btw-vrijstelling maatschappelijk werk en schuldhulpverlening

Door een arrest van de Hoge Raad uit 2023 zouden instellingen die winst beogen met leveringen en diensten van sociale en culturele aard 21% btw moeten afdragen, maar zij mochten de btw-vrijstelling (naar keuze) blijven toepassen. De btw-vrijstelling wordt vanaf 1 januari 2026 verplicht opgenomen in de wet.

Instellingen van sociale en culturele aard

Medisch

Voor instellingen die leveringen en diensten van sociale en culturele aard aanbieden, is in de wet een btw-vrijstelling opgenomen. Voorwaarde is onder meer dat zij geen winst beogen.
Voor bepaalde instellingen die wel winst beogen, was in lagere regelgeving voor bepaalde diensten van sociale en culturele aard ook een btw-vrijstelling opgenomen. Het gaat hierbij om de leveringen en diensten verricht door:

  1. instellingen van wijkverpleging, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen;
  2. dagverblijven voor gehandicapten die beschikken over een indicatiebesluit;
  3. aanbieders van preventie gericht op jeugd (als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet), mede voor het ter beschikking stellen van personeel;
  4. samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijns- en geboortezorg bekostigd door de Zorgverzekeringswet;
  5. instellingen voor algemeen maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk;
  6. jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken en het ter beschikking stellen van personeel;
  7. instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen.

Arrest Hoge Raad en beleidsbesluit

De Hoge Raad besliste op 14 april 2023, kort omschreven, dat de lagere regelgeving in strijd was met de wet. Dit had tot gevolg dat alle hiervoor genoemde instellingen die winst beogen ten onrechte de btw-vrijstelling zouden toepassen. Zij zouden 21% btw moeten berekenen en afdragen.

Het toenmalige kabinet vond dat onwenselijk en nam daarom in een beleidsbesluit op dat deze instellingen er voor kunnen kiezen om toch de btw-vrijstelling toe te passen, ondanks dat zij winst beogen.

Let op! De btw-vrijstelling geldt alleen als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals die ook in de lagere regelgeving waren opgenomen. Het beleidsbesluit betekende dus geen uitbreiding van de btw-vrijstelling.

Nieuwe wettelijke btw-vrijstelling

Het huidige kabinet wil de wet nu zo aanpassen dat de lagere regelgeving niet meer in strijd is met de wet. Hierdoor vallen alle hiervoor genoemde instellingen van rechtswege weer in de btw-vrijstelling.

Gekozen voor 21% btw?

Het beleidsbesluit bevatte een goedkeuring om de btw-vrijstelling toe te passen. Instellingen konden er ook voor kiezen om geen gebruik te maken van de goedkeuring. Zij konden dus, in overeenstemming met de beslissing van de Hoge Raad, 21% btw (blijven) berekenen en afdragen.

De aanpassing van de wet heeft alleen gevolgen voor de instellingen die hiervoor gekozen hebben. Zij moeten namelijk vanaf 1 januari 2026 weer verplicht de btw-vrijstelling toepassen.

Let op! Omdat deze instellingen per 1 januari 2026 van een btw-belaste naar een btw-vrijgestelde situatie gaan, krijgen zij mogelijk te maken met herzienings-btw. Daarbij moeten zij mogelijk eerder in aftrek gebrachte btw op investeringsgoederen weer deels terug betalen. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Fiscale verzamelwet 2026

De wetswijziging is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026, welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De wetswijziging is daarom nog niet definitief.

Door |2025-05-28T08:32:13+02:0028 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw-vrijstelling maatschappelijk werk en schuldhulpverlening

Arbeidsovereenkomst of niet? Dat is de vraag

De vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen een opdrachtnemer en opdrachtgever of niet houdt de gemoederen flink bezig. In het Deliveroo-arrest sprak de Hoge Raad zich uit over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst en stelde een aantal gezichtspunten hiervoor vast.

Wel of geen arbeidsovereenkomst?

Handen schudden

Als er geconcludeerd wordt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst betekent dit dat er sprake is van onder meer een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen, dat er vakantierechten worden opgebouwd, er ontslagbescherming is, er recht is op loondoorbetaling bij ziekte et cetera. Dat heeft dan dus de nodige consequenties voor de opdrachtgever.

Wat speelde er?

Recentelijk moest de rechtbank Rotterdam hier weer over oordelen. Het ging om een man die werkzaam was als bedrijfsleider bij een restaurant voor gemiddeld 38 uur per week. Daarnaast verrichtte hij ook nog wat andere werkzaamheden, zoals het inwerken van nieuwe medewerkers en het ontplooien van initiatieven om de onderneming nieuw leven in te blazen. Die werkzaamheden waren aangegaan voor de duur van een jaar. Er was een overeenkomst van opdracht aangegaan die alleen door het bedrijf was ondertekend.

Op enig moment wordt hij ervan beschuldigd geld te hebben gestolen. Hij wordt vervolgens op staande voet ontslagen. De man verzoekt daarna om betaling van een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.

De gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest

De vraag wordt interessant of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht. Daarvoor loopt de kantonrechter de gezichtspunten langs die de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft gegeven:

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. de hoogte van deze beloningen;
  8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt; en
  9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Punt voor punt beoordeeld

De rechter oordeelt dat de werkgever bedrijfskleding verstrekte en de werktijden bepaalde en dat de werkzaamheden waren ingebed in de organisatie. Niet afgesproken was dat hij het werk persoonlijk moest verrichten. Ook over het opnemen van verlof was niets geregeld. De man had de wens om samen te werken op basis van een overeenkomst van opdracht en had een modelovereenkomst aangeleverd bij de organisatie. Er was niet afgesproken dat hij zich niet mocht laten vervangen. Door de man werd wekelijks gefactureerd op basis van een afgesproken uurtarief van € 30 per uur dat hij vermeerderde met 21% btw. Niet is gesteld dat de man als werknemer een zelfde beloning zou hebben gekregen. In de door de man toegezonden modelovereenkomst stond dat hij een beroepsaansprakelijkheidsverzekering had. Ter zitting heeft de man bevestigd dat hij deze verzekering had en heeft. Verder bleek dat hij al vanaf 2017 als eenmanszaak stond ingeschreven bij de KVK . Hij wisselde het werken in loondienst af met het werken als zzp’er.

Dit alles bracht de kantonrechter tot het oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Door |2025-04-09T13:48:50+02:009 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsovereenkomst of niet? Dat is de vraag
  • Zonder rentenadeel geen belastingrente

Zonder rentenadeel geen belastingrente

Als de Belastingdienst geen rentenadeel leidt, dient bij het opleggen van een aanslag ook geen belastingrente te kunnen worden berekend. Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2023 bevat hiertoe een bepaling die inspeelt op een eerder arrest van de Hoge Raad hierover.

Belastingrente
In het genoemde arrest gaat de Hoge Raad ervan uit dat door een belastingplichtige belastingrente moet worden betaald als, als gevolg van zijn handelen, het vaststellen van een aanslag te lang op zich heeft laten wachten. Andersom moet de Belastingdienst belastingrente vergoeden als de schuld bij de Belastingdienst ligt.

Geen rentenadeel
In hetzelfde arrest acht de Hoge Raad het onaanvaardbaar als ook belastingrente in rekening wordt gebracht als de Belastingdienst geen rentenadeel heeft geleden. Dit kan zich voordoen, zoals in genoemd arrest, als meerdere voorlopige aanslagen worden opgelegd. In de betreffende rechtszaak moest een belastingplichtige daardoor €1.553 belastingrente betalen.

Wetsvoorstel
In bovengenoemd wetsvoorstel wordt geregeld dat de inspecteur de te betalen belastingrente kan verminderen in situaties waarin belastingrente in rekening wordt gebracht over een tijdvak waarin de belasting al is geheven, voldaan of afgedragen. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2023 van kracht is.

Let op! Mocht een inspecteur tot die tijd in soortgelijke situaties toch belastingrente in rekening brengen, dan kunnen belastingplichtigen zich altijd beroepen op het arrest van de Hoge Raad.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T14:29:52+01:004 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zonder rentenadeel geen belastingrente

  • Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Als je jouw woning tijdelijk verhuurt, bijvoorbeeld tijdens vakantie, zijn de huurinkomsten belast. Maar wat nu als je de woning deels tijdelijk verhuurt en zelf in het andere deel blijft wonen. Maakt dat nog verschil?

Gehele woning verhuurd
Dat de huurinkomsten van jouw tijdelijk verhuurde eigen woning belast zijn, volgt uit de wet. Hierin is bepaald dat van de huurinkomsten 70% belast is in box 1.

Woning deels verhuurd
Dat ook de huurinkomsten van een gedeeltelijk verhuurde woning belast zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2020. Omdat de lagere rechters in eerste instantie hadden beslist dat deze verhuur onbelast was, deed het arrest destijds nogal wat stof opwaaien. Met name omdat het verhuren van een deel van de eigen woning via bijvoorbeeld Airbnb de laatste jaren flink was toegenomen.

Zelfbewoning van invloed?
Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter waarbij hij stelde dat genoemd arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is als de verhuurder zelf tijdens de verhuur van het deel van zijn woning in het andere deel aanwezig blijft. Het arrest zou met name betrekking hebben op verhuur van de hele of gedeeltelijke woning bij afwezigheid van de woningeigenaar, wegens bijvoorbeeld verblijf in het buitenland.

Intentie wetgever?
Het Hof ging in deze redenering echter niet mee. Deze intentie blijkt niet uit het arrest en dus is het volgens het Hof niet van belang of de verhuurder tijdens de tijdelijke verhuur ook zelf nog in de woning aanwezig is. De correctie van de inspecteur bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-23T10:39:44+02:0023 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

  • Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.
De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die recent openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op! Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kun je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.
Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:52:41+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

  • Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

In een brief aan het parlement heeft het kabinet aangegeven hoe het om wil gaan met de belastingheffing over inkomen in box 3 in de periode 2017 tot en met 2022. Het kabinet geeft verder ook aan hoe het de komende jaren vermogensinkomsten in box 3 wil belasten.

Arrest Hoge Raad
De voornemens van het kabinet vloeien voort uit een arrest van de Hoge Raad van eind 2021. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met de wet.

Overleg Tweede Kamer
Het kabinet wil, alvorens beslissingen te nemen, eerst in overleg met de Tweede Kamer. Op het arrest van de Hoge Raad kan namelijk op verschillende manieren worden ingespeeld. De kosten zijn onder meer afhankelijk van de vraag of alleen rechtsherstel plaatsvindt voor degenen die in het verleden bezwaar hebben gemaakt tegen hun aanslagen over vermogen in box 3, of dat rechtsherstel ook breder wordt toegepast. Rechtsherstel kost de schatkist vervolgens, afhankelijk van de gekozen variant en de gekozen doelgroep, tussen de €2,4 en €11,7 miljard.

Werkelijke verdeling vermogen
In de twee varianten voor rechtsherstel die in de brief beschreven worden, wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. In de huidige wetgeving is dit anders, omdat daarin wordt uitgegaan van een fictieve verdeling op basis van de omvang van het vermogen.

Varianten
De twee varianten bestaan uit een spaarvariant en een forfaitaire variant. In de eerste variant wordt het spaargeld belast op basis van de actuele spaarrente, de schulden op basis van de hypotheekrente en de beleggingen op basis van het nu ook al geldende meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen. Bij de forfaitaire variant worden de huidige forfaits aangepast aan de gemiddelde rendementen voor de vermogenscategorieën in een jaar.

Let op! Op 20 april 2022 ging de staatssecretaris in discussie met de Tweede Kamer. Daarna zal het kabinet bij de voorjaarsnota (uiterlijk 1 juni 2022) een beslissing nemen over de wijze waarop rechtsherstel geboden gaat worden. De Belastingdienst kan dan rond 1 juli 2022 starten met het rechtsherstel. Het streven is dan om uiterlijk 4 augustus de belastingaanslagen van iedereen die tijdig bezwaar maakte beoordeeld en eventueel verminderd te hebben.

Spoedwetgeving voor 2023 en 2024
Het kabinet wil de uiteindelijk gekozen variant voor de periode 2017 tot en met 2022 ook gebruiken voor de belastingheffing in box 3 voor de periode 2023 en 2024. Dit zal via spoedwetgeving worden ingevoerd.

Werkelijk rendement belast vanaf 2025
Het kabinet streeft ernaar vanaf 2025 het werkelijke rendement van vermogen te belasten in box 3. Hierbij worden niet alleen de reguliere inkomsten belast, maar ook vermogenstoenames, zoals koerswinsten en waardestijgingen van onroerend goed.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:44:58+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

  • Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Verenigingen en stichtingen met een relatief geringe winst kunnen vrijgesteld worden van het betalen van vennootschapsbelasting. Onder meer deze vrijstelling is in een recent arrest van de Hoge Raad verruimd voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan.

Hoe is de winstvrijstelling geregeld?
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld als deze minder dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, samen met de winsten van de vier voorafgaande jaren, niet meer bedraagt dan €75.000.

Twee zaken uit bovengenoemd arrest zijn onlangs in een Besluit verwerkt. Wat verandert er?

Minder dan vijf jaar bestaan?
In genoemd arrest van de Hoge Raad is besloten dat de winstgrens van €75.000 niet tijdsevenredig hoeft te worden toegepast voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan. Bij een bestaan van bijvoorbeeld drie jaar hoort nog steeds een winstgrens van €75.000 en niet van 3/5 x €75.000 = €45.000.

Winstgrens maar één keer per jaar beoordelen
Het Besluit geeft ook aan dat de winstgrenzen maar één keer per jaar worden beoordeeld. Als een stichting of vereniging belastingplichtig is en vervolgens vanaf enig jaar wordt vrijgesteld, betekent dit dat er stakingswinst kan ontstaan. Deze moet worden opgenomen in de winst van het jaar dat aan het vrijgestelde jaar voorafgaat. Dit is echter niet meer van invloed op de hoogte van de winstgrenzen, aldus het Besluit.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:31:47+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

  • Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

De Belastingdienst heeft alle bezwaarschriften toegewezen met betrekking tot de massaal bezwaarprocedure inzake box 3. Het betreft ruim 200.000 bezwaarschriften.

Arrest Hoge Raad
Eind december vorig jaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de heffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Europese recht. Die heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad is van mening dat het werkelijke rendement hiervoor doorslaggevend moet zijn.

Massaal bezwaar
De heffing in box 3 is via zogenaamde massaal bezwaarprocedures aangevochten. Na het arrest van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst beslist dat alle bezwaren via die procedures voor de jaren 2017 tot en met 2020 worden toegewezen.

Uitvoering laat op zich wachten
Degenen die door het arrest minder belasting hoeven te betalen, moeten nog wel even op hun geld wachten. Hierover wordt pas begin mei beslist. Dan wil het kabinet ook knopen doorhakken over de vraag hoeveel geld men terugkrijgt. De Hoge Raad heeft namelijk niet aangegeven hoe het werkelijk behaalde rendement moet worden berekend.

Reikwijdte
Verder is nog niet duidelijk wat de reikwijdte van het arrest is. Er gaan in Den Haag stemmen op om ook belastingplichtigen geld terug te geven die geen bezwaar hebben gemaakt. De politiek moet hierover nog beslissen.

Geen definitieve aanslagen
Omdat het arrest uitvoeringstechnisch enorm complex is, worden voorlopig geen definitieve aanslagen opgelegd als er inkomen in box 3 in het spel is. Dit is alleen anders als verjaring dreigt of als een belastingplichtige er belang bij heeft de aanslag wel op te leggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-11T10:03:34+01:0010 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

  • Kabinet verduidelijkt regels investeringsaftrek KIA

Kabinet verduidelijkt regels investeringsaftrek KIA

Het kabinet heeft de regels rond de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen (KIA) verduidelijkt. De verduidelijking vloeit voort uit een arrest van de Hoge Raad, waardoor ondernemers met buitenvennootschappelijke investeringen soms meer KIA ontvingen dan oorspronkelijk bedoeld was. De verduidelijking is met Prinsjesdag bekendgemaakt.

Soms meer KIA dan maximum
De KIA kent een maximum van €16.307, dat voor 2020 ligt bij een investeringsbedrag tussen €58.238 en €107.848. Door een recent arrest van de Hoge Raad kon in bepaalde situaties een hogere KIA verkregen worden dan dit maximum.

Deze situaties konden zich voordoen als er naast investeringen door een samenwerkingsverband, zoals een VOF, ook buitenvennootschappelijk geïnvesteerd werd. Het kabinet beperkt met de wijziging het voordeel dat in dergelijke situaties behaald wordt. De beperking ligt in lijn met de bedoeling van de wetgever, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis.

KIA per onderneming
Verder wordt verduidelijkt dat de KIA per onderneming moet worden berekend en toegepast. De Hoge Raad had namelijk enige ruimte gelaten voor een interpretatie dat dit niet zo zou zijn. Met deze wijziging maakt het kabinet ook aan deze onduidelijkheid een einde. Dit betekent dat een ondernemer die meerdere ondernemingen heeft, voor alle ondernemingen apart de KIA mag berekenen. Daardoor kan een ondernemer bijvoorbeeld in meerdere ondernemingen het maximum bedrag bereiken.

Voor- of nadelig?
Of de nieuwe regels voordelig of juist nadelig zijn voor jou, hangt af van de persoonlijke situatie. Hoe dan ook, met deze nieuwe regels is wel duidelijkheid gecreëerd. Bovendien staat nu buiten kijf dat bij meerdere ondernemingen de KIA per onderneming moet worden berekend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-10-07T09:28:32+02:007 oktober 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Kabinet verduidelijkt regels investeringsaftrek KIA