• Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027

Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027

Startup of scale-up

Om voor de regeling in aanmerking te komen moet je een startup of scale-up zijn. Hiervan is sprake als je onderneming gebruikmaakt van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat voortvloeit uit innovatie.

Let op! Een onderneming is schaalbaar en herhaalbaar als het de omzet snel kan laten groeien zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of meer kosten, maar door gebruik te maken van technologie met lagere marginale kosten en schaalvoordelen. Innovatie is het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën met technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de sector.

Voor de startup of scale-up geldt verder nog als voorwaarde dat zij niet beursgenoteerd is. De startup of scale-up mag ook niet voor meer dan 25% gehouden worden door een beursgenoteerde onderneming.

Klein, middelgroot of micro

Startups of scale-ups kunnen in beginsel alleen van de regeling gebruikmaken als ze voldoen aan de EU-definitie van kleine, middelgrote of micro-onderneming (kmo). Dit is – op hoofdlijnen- het geval als de onderneming minder dan 250 werknemers heeft en een omzet heeft die niet hoger is dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal dat niet hoger is dan € 43 miljoen.

Tip! Een startup of scale-up die niet voldoet aan de kmo-definitie kan ook gebruikmaken van de voorgestelde regeling, onder de voorwaarde dat het  de-minimissteunplafond van € 300.000 per drie jaar niet wordt overschreden.

Getoetst door RVO

De toets of sprake is van een startup of scale-up vindt plaats door de RVO. RVO toetst daarbij op de volgende voorwaarden:

  • gericht op snelle groei,
  • schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel,
  • oorsprong in innovatie,
  • niet beursgenoteerd, en
  • niet voor meer dan 25% gehouden door een beursgenoteerd bedrijf.

Bij de toets op de begrippen schaalbaarheid en innovatie kijkt RVO naar verschillende indicatoren zoals (niet-limitatief) het gebruik van innovatieregelingen (zoals de WBSO) of het Innovatiekrediet of dat participatiemaatschappijen durfkapitaal hebben verstrekt.

Let op! De RVO geeft een beschikking als je kwalificeert als startup scale-up. Deze is in principe acht jaar geldig en kan daarna maximaal driemaal in termijnen van vijf jaar verlengd worden.
Je bent geen startup of scale-up meer als je niet meer voldoet aan de voorwaarden en/of bij faillissement. Je moet hiervan binnen vier weken een melding doen bij de RVO. Op het ten onrechte niet doen van de melding kan een boete volgen die kan oplopen tot € 103.000.

Belasting over 65%

Ben je een startup of scale-up en ken je aandelenopties toe aan je werknemers? Dan vindt onder de nieuwe regeling een versmalling van de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten plaats tot 65%. DE gronds

Let op! Deze grondslagversmalling vindt alleen plaats bij vervreemding van de met de aandelenopties verkregen aandelen. Worden de aandelenopties zelf vervreemd, dan is gewoon 100% belast. De grondslagversmalling is ook niet van toepassing voor zover de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van toekennen van de aandelenopties hoger was dan de uitoefenprijs. 

Heeft de werknemer voor of na toekenning van de aandelenopties een aanmerkelijk belang in de startup of scale-up dan kan de nieuwe regeling niet worden toegepast. Hetzelfde geldt als sprake is van een zogenaamd lucratief belang.

Pas bij vervreemding aandelen

Onder de nieuwe regeling kan de belastingheffing worden uitgesteld tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen daadwerkelijk vervreemd worden.

Geen vervreemding binnen twee jaar

Een voorwaarde voor de nieuwe regeling is dat schriftelijk tussen werknemer en de werkgever wordt afgesproken dat de aandelenopties of de bij uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen niet binnen twee jaar na toekenning mogen worden vervreemd.

Let op! Als de startup of scale-up wordt verkocht of naar de beurs gaat, geldt deze voorwaarde niet.

Werknemer uit dienst?

Treedt een werknemer uit dienst, dan ontstaat er onder de nieuwe regeling geen heffingsmoment. Heffing vindt ook voor ex-werknemers plaats op het moment van vervreemding van de aandelen. Om er voor te zorgen dat de ex-werkgever ook weet dat hij moet heffen, moet in de aandelenoptieovereenkomst worden opgenomen dat de werkgever voorafgaand aan de verkoop van de aandelen schriftelijk instemt met die verkoop.

RVO beschikking niet meer geldig?

Is de RVO beschikking niet meer geldig? Bijvoorbeeld omdat de termijn van acht jaar afloopt en er geen verlenging plaatsvindt? Of omdat de startup of scale-up niet meer aan de voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld bij een beursgang? Dan behoudt de werknemer het fiscale voordeel van de grondslagversmalling naar 65% voor de periode dat sprake was van een startup of scale-up. Bij latere verkoop van de aandelen wordt dan naar tijdsgelang een deel van het inkomen versmald naar 65% en het andere deel belast tegen 100%.

Emigratie

Emigreert een werknemer voordat de aandelenopties of de daarmee verkregen aandelen in de loonheffing zijn betrokken? Dan worden deze op het moment van emigratie geacht fictief te zijn vervreemd tegen de dan geldende waarde in het economische verkeer. De Belastingdienst legt dan een zogenaamde conserverende aanslag op. Voor deze conserverende aanslag wordt voor onbepaalde tijd uitstel van betaling verleend. Dit uitstel wordt (gedeeltelijk) beëindigd als er liquide middelen beschikbaar komen of zich een ander heffingsmoment voordoet.

Let op! Gedurende het uitstel van betaling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht. Alleen als de werknemer zich verplaats of woonachtig wordt buiten de EU of EER moet hij/zij zekerheid stellen voor de conserverende aanslag.

Invoering per 2027?

De Tweede en Eerste Kamer moeten nog met de nieuwe regeling instemmen. Daarna treedt de regeling bij koninklijk besluit in werking. De voorkeur van het kabinet is een ingangsdatum op 1 januari 2027. Of dat gehaald gaat worden, is op dit moment nog niet zeker.

Waar moet je in 2026 al rekening mee houden?

Belangrijk voor nu is dat aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling als aan alle voorwaarden wordt voldaan. 

Daarbij is van belang dat, als de nieuwe regeling per 1 januari 2027 ingaat, de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Is dat wel het geval, dan geldt de nieuwe regeling niet.

Zorg er daarom voor dat, waar mogelijk, de vanaf 17 april 2025 toegekende aandelenoptierechten in 2026 nog niet in de loonbelasting worden betrokken.

Door |2026-10-23T17:00:03+02:0022 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027
  • Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder

Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder

Parkeerbelasting betaald in andere gemeente

Een parkeerder betaalde via een parkeerapp parkeerbelasting, maar door een gps-fout betaalde hij parkeerbelasting in een andere gemeente dan de gemeente waar zijn auto stond. Omdat voor de werkelijke parkeerlocatie niet was betaald, legde de gemeente een naheffingsaanslag op.

Volgens het hof mag van een parkeerder worden verwacht dat hij controleert of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar hij heeft geparkeerd. Dit geldt in het bijzonder wanneer de parkeerlocatie dicht bij een zonegrens of gemeentegrens ligt. De fout in deze zaak was niet veroorzaakt door onjuiste informatie in de app over tarief- of parkeerzone maar door de werking van het gps-signaal. Deze fout komt volgens het hof voor risico van de parkeerder.

Onderscheid tussen parkeerzone en tarief

Het hof maakt onderscheid tussen de selectie van de parkeerzone en de juistheid van het getoonde tarief. De parkeerder moet eerst controleren of de juiste zone is geselecteerd. Is dat het geval, dan mag hij in beginsel vertrouwen op het tarief dat de app voor die zone toont. De verantwoordelijkheid van de gemeente ziet volgens deze benadering op de juistheid van de informatie die zij aan de aanbieder van de parkeerapp verstrekt. Die verantwoordelijkheid strekt zich volgens het hof niet uit tot een onjuiste zoneselectie als gevolg van een gps-fout.

Let op! Controleer bij het starten van een parkeeractie altijd of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar de auto staat. Dit is extra belangrijk in de buurt van een zone- of gemeentegrens. Bewaar bij twijfel zo mogelijk schermafbeeldingen van de locatie, de voorgestelde en geselecteerde zone, het tarief en de parkeeractie.

Verhouding tot arrest Hoge Raad

In een eerder arrest (5 juni 2020) oordeelde de Hoge Raad dat een parkeerder mocht vertrouwen op het tarief dat in een door de gemeente toegestane parkeerapp werd getoond. Het onjuiste tarief was in die zaak veroorzaakt door een fout in de informatie-uitwisseling tussen de gemeente en de aanbieder van de app. De gemeente had daardoor volgens de Hoge Raad niet aan haar informatieplicht voldaan; van de parkeerder kon niet worden verlangd dat hij het tarief in de app ook nog vergeleek met de bebording of de parkeerautomaat.

De uitspraak van het hof ligt daarmee gedeeltelijk in het verlengde van het arrest van de Hoge Raad, maar brengt ook een nieuwe risicoverdeling aan. Daarbij kan de vraag worden gesteld of een gps-fout werkelijk buiten de risicosfeer van de gemeente behoort te vallen. De gemeente staat immers het gebruik toe van een parkeerapp die automatisch een zone voorstelt. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om hierover duidelijkheid te geven.

Door |2026-10-23T17:00:05+02:0014 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder
  • Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028

Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028

Onrust en onduidelijkheid

Sinds het vervallen van het zogenaamde handhavingsmoratorium is er veel onrust en onduidelijkheid over de vraag of je als zelfstandige kunt werken. De huidige wet en de invulling in de jurisprudentie (onder meer het Deliveroo- en het Uber-arrest) bieden zeker de mogelijkheid om als zelfstandige te werken. Veel opdrachtgevers willen echter geen risico lopen en sluiten zelfstandigen (onnodig) uit.

Zelfstandigenwet

Daarom introduceert het kabinet binnenkort het wetsvoorstel Zelfstandigenwet. Hiermee zou meer duidelijkheid moeten komen voor zelfstandigen en opdrachtgever. Bovendien moet de wet schijnzelfstandigheid tegengaan.

Uitgangspunten

De uitgangspunten in de nieuwe wet worden onafhankelijkheid van de zelfstandige, het dragen van ondernemersrisico’s door de zelfstandige en de vrijheid van de zelfstandige om zelf het werk te organiseren. Hiervoor worden in de wet twee toetsen opgenomen met een beperkt aantal concrete criteria:

  • de zelfstandigentoets (ziet op de vraag of de werkende zelfstandig is), en
  • de werkrelatietoets (ziet op vrijheid en onafhankelijkheid en dus het ontbreken van gezag).

Vervolg

De inhoud van de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets wordt eind september 2026 in een internetconsultatie voorgelegd. Iedereen die dat wil kan daarop dan reageren. Het kabinet streeft er naar om het wetsvoorstel daarna zo spoedig mogelijk voor te leggen bij de Raad van State. De Tweede en Eerste Kamer kunnen het wetsvoorstel dan in 2027 in behandeling nemen.

Door |2026-10-23T17:00:15+02:0014 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028
  • Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat

Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat

Beschermingsbewind

Een werknemer kan onder bewind worden gesteld wanneer hij of zij door lichamelijke of geestelijke problemen, verkwisting of problematische schulden niet in staat is om de eigen financiën te beheren. Dit geldt overigens niet alleen voor werknemers maar voor alle meerderjarigen. We spreken dan van beschermingsbewind.

Loon onder bewind gestelde werknemer betaalt aan werknemer

In een procedure bij een rechtbank had een werkgever het loon over de periode dat een nieuwe werknemer bij hem had gewerkt, van 1 juli 2024 tot en met 16 augustus 2024, aan de werknemer betaald. De werknemer was echter op 2 juni 2022 onder bewind gesteld. De betaling had daarom moeten plaatsvinden aan de bewindvoerder.

Loonvordering bewindvoerder

De bewindvoerder sommeerde de werkgever schriftelijk op 11 februari 2026 om het ten onrechte aan de werknemer betaalde bedrag alsnog aan haar te betalen. Als de werkgever hier niet toe zou overgaan, volgde een procedure bij de rechter. De bewindvoerder voerde aan dat de werkgever niet bevrijdend had betaald, omdat hij niet aan de bewindvoerder had betaald. De werkgever voerde aan dat hij niet wist dat de werknemer onder bewind was gesteld en dat de werknemer zelf had aangegeven dat het loon aan hem moest worden uitbetaald.

Door rechtbank toegewezen

De zaak kwam bij de rechtbank voor. De rechter oordeelde dat tijdens het bewind het beheer over de onder bewind staande goederen niet toekomt aan de werknemer maar aan de bewindvoerder. De werkgever had dus niet-bevrijdend betaald aan de werknemer. Dat de werkgever dit niet wist deed niet terzake. De rechtbank stelde dat de werkgever had kunnen weten dat de werknemer onder bewind stond omdat dit ingeschreven is in een openbaar register.

Let op! De bewindvoerder vorderde een brutobedrag aan loon, maar kreeg van de rechtbank een nettobedrag omdat de werknemer ook een nettobedrag aan loon had ontvangen. De bewindvoerder is immers niet verplicht tot het afdragen van de werkgeverspremies en andere werkgeversverplichtingen.

Controleer het curatele- en bewindregister

 Een werkgever doet er goed aan altijd het curatele- en bewindregister te raadplegen. Aan de hand van de achternaam en de geboortedatum kan de werkgever eenvoudig achterhalen of de werknemer in het register ingeschreven staat.

Betrek bewindvoerder ook bij beëindigen arbeidsovereenkomst

Al eerder is uitgemaakt dat een onder bewind gestelde werknemer niet bevoegd is in een ontbindingsprocedure op te treden. De bewindvoerder geldt als formele procespartij.  Wordt de bewindvoerder niet betrokken dan volgt een niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 
Ook bij het sluiten van een beëindigingsovereenkomst met een onder bewind gestelde werknemer is medewerking nodig van de bewindvoerder.

Door |2026-10-23T17:00:16+02:0010 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Controleer of (nieuwe) werknemer onder bewind staat
  • Let op met het verstrekken van een personeelslening

Let op met het verstrekken van een personeelslening

Vordering op werknemer vanwege niet aflossen personeelslening

Bij een kantonrechter en in hoger beroep bij een gerechtshof speelde de volgende casus. Een werkgever had aan een werknemer een geldlening verstrekt van € 50.000 tegen een rente van 7% op jaarbasis. Bedragen die de werknemer niet tijdig afloste, mocht de werkgever inhouden op het eerstvolgende loon van de werknemer.

De geldlening was nog niet volledig terugbetaald toen de arbeidsovereenkomst met de werknemer eindigde. De werknemer betaalde nadien niets meer. De werkgever zag zich daarom genoodzaakt bij de rechter een bedrag van bijna € 52.000 te vorderen van de ex-werknemer.

Kantonrechter wijst vordering af

De kantonrechter stelde de werkgever niet in het gelijk. De door de werkgever verstrekte lening moest namelijk worden aangemerkt als een consumentenkrediet. Dit betekende dat de werkgever een informatieverplichting had ten opzichte van de werknemer. Bovendien had de werkgever een kredietwaardigheidstoets moeten uitvoeren.

Nu de werkgever niet kon laten zien dat voldaan was aan de informatieverplichting en de kredietwaardigheidstoets, wees de kantonrechter de vordering van de werkgever af.

Ook gerechtshof wijst vordering af

De werkgever liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in bij het gerechtshof. Volgens de werkgever was geen sprake van een consumentenkrediet, omdat de lening niet als kredietgever maar als werkgever in het kader van de arbeidsovereenkomst was verstrekt.

Het gerechtshof oordeelde dat een overeenkomst van consumentenkrediet een wettelijk gereguleerde overeenkomst is. Daarbij verleent een kredietgever aan een consument krediet of zegt dit toe in de vorm van uitstel van betaling, een lening of een andere soortgelijke betalingsfaciliteit.

Het gerechtshof was van oordeel dat de door de werkgever verstrekte lening binnen deze definitie viel. Het maakte niet uit dat de werkgever niet alleen de geldverstrekker, maar ook de werkgever was.

Is er een escape?

Er is wel een escape. De regels die betrekking hebben op het verstrekken van consumentenkrediet zijn namelijk niet van toepassing als:

  • een werkgever als nevenactiviteit rentevrij of tegen een lager jaarlijks rentepercentage dan marktconform een lening aan werknemers verstrekt, én
  • die lening in het algemeen niet ook aan anderen aangeboden wordt.

Let op! De werkgever die procedeerde bij de kantonrechter en het gerechtshof kon zich hier niet op beroepen omdat de rente van 7% marktconform was.

Wees alert bij verstrekken van personeelsleningen

Wees dus alert bij het verstrekken van personeelsleningen. Het risico bestaat dat de lening wordt aangemerkt als een consumentenkrediet. In dat geval moet je vóór het verstrekken van de lening voldoen aan een informatieverplichting en een kredietwaardigheidstoets uitvoeren. Laat je daarom goed informeren door een deskundige of jouw personeelslening mogelijk een consumentenkrediet is.

Door |2026-10-23T17:00:17+02:009 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Let op met het verstrekken van een personeelslening
  • Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Duits pensioen

Een inwoner van Nederland woonde en werkte meer dan 17 jaar in Duitsland. Hij was gedurende die tijd verplicht verzekerd voor de Deutsche Rentenversicherung (een Duits pensioen). Van de premies die hij voor dit Duitse pensioen betaalde was 45 procent aftrekbaar in Duitsland.

Volledig belast?

In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij uitkeringen uit het Duitse pensioen. De Belastingdienst belaste het volledige bedrag van de uitkeringen.

Of slechts ten dele?

De belastingplichtige vond dat niet terecht en stelde dat Nederland slechts mocht heffen over 45% van de uitkeringen, omdat destijds ook maar 45% van de premies aftrekbaar was in Duitsland. Het gerechtshof volgde hem in dit standpunt en belaste alleen 45% van de uitkeringen en de andere 55% niet.

Hoge Raad: slechts belast voor zover aftrek

De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. De uitkeringen waren dus slecht belast voor zover de premies aftrekbaar waren geweest.

Door |2026-09-07T17:00:19+02:0021 juli 2026|Reacties uitgeschakeld voor Duits pensioen slechts deels in Nederland belast
  • Slimme tachograaf verplicht voor meer voertuigen

Slimme tachograaf verplicht voor meer voertuigen

Voordeel slimme tachograaf 

Een tachograaf houdt de rij- en rusttijden van de chauffeur bij, evenals de snelheid en de afgelegde afstand. Een slimme tachograaf houdt daarnaast automatisch bij of de grens wordt gepasseerd. Het voordeel hiervan is dat de chauffeur dan niet meer handmatig de landcode hoeft te wijzigen. 

Verplichte slimme tachograaf tot 1 juli 2026 

De slimme tachograaf was tot 1 juli 2026 al verplicht voor bussen en touringcars die meer dan acht personen vervoeren (zonder de bestuurder mee te rekenen). Ook was de slimme tachograaf al verplicht voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kilo.  

Let op! De maximummassa is het eigen gewicht van het voertuig plus het maximale laadvermogen. 

Uitbreiding vanaf 1 juli 2026 

Vanaf 1 juli 2026 is het verplichte gebruik van slimme tachografen uitgebreid. De slimme tachograaf geldt vanaf die datum ook voor onder andere bestelbussen en auto’s met een aanhangwagen. Het voertuig moet een toegestane maximummassa tussen 2.501 en 3.500 kilo hebben en er moet in het buitenland goederen mee vervoerd worden of er moet sprake zijn van cabotagevervoer. Cabotagevervoer betekent dat je bedrijf in Nederland is gevestigd, maar dat met je bedrijfsvoertuig in een ander EU-land goederen of mensen vervoerd worden. 

Tip! De toegestane maximummassa staat vermeld op het kentekenbewijs. 

Vrijstellingen verplichte tachograaf 

Er geldt ook een aantal vrijstellingen van de tachograafplicht, bijvoorbeeld voor campers en kampeerwagens met een toegestane maximummassa tot en met 7.500 gram. 

Ook vrijgesteld zijn voertuigen voor het vervoeren van apparatuur door professionals, zoals het gereedschap van een loodgieter. Hiervoor geldt als voorwaarde dat het voertuig maximaal twaalf uur per week (op basis van een werkweek van 40 uur) mag worden gebruikt en alleen in een straal van 100 kilometer rondom de vestiging van het bedrijf. 

Let op! De slimme tachograafplicht geldt alleen als met het voertuig ook goederen worden vervoerd in het buitenland. De bestelbus of auto met aanhangwagen van de loodgieter die alleen in Nederland goederen vervoerd hoeft dus geen slimme tachograaf te hebben, ook niet als de loodgieter meer dan twaalf uur per week van het voertuig gebruik maakt. 

Verder zijn vrijgesteld volledig elektrische voertuigen en voertuigen met waterstofbrandstofcel die een toegestane maximummassa tussen de 3.501 en 4.250 kilogram hebben en binnen 100 kilometer van de vestigingsplaats en binnen Nederland blijven. 

Voertuigen tussen de 2.501 en 3.500 kilo die alleen voor de onderneming of de bestuurder worden gebruikt, zijn ook vrijgesteld. Als extra voorwaarde geldt dan dat het vervoeren van producten niet het hoofddoel van de onderneming of bestuurder mag zijn. 

Let op! Op de site van de ILT tref je ook een overzicht aan van alle nationale en internationale vrijstellingen inzake de tachograafplicht. 

Controle door ILT 

De controle op de slimme tachograaf wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Bij overtreding van de regels of wanneer geen slimme tachograaf is geïnstalleerd kunnen boetes volgen en kan de vervoersvergunning worden ingetrokken.  

Door |2026-09-07T17:00:20+02:0013 juli 2026|Reacties uitgeschakeld voor Slimme tachograaf verplicht voor meer voertuigen
  • Naheffing parkeerbelasting bij maximum parkeerduur

Naheffing parkeerbelasting bij maximum parkeerduur

Betaalperiode beperkt 

In een zaak die speelde voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, was in de betreffende situatie in Groningen het voldoen van parkeerbelasting beperkt tot een periode van maximaal twee uur. Langer parkeren was toegestaan, maar dan moest er opnieuw actie worden ondernomen om parkeerbelasting te betalen. 

Parkeerduur niet beperkt, dus naheffing terecht 

Omdat de parkeerduur in deze zaak niet was beperkt tot twee uur, maar er na die periode opnieuw een parkeerticket kon worden gekocht, was volgens het gerechtshof de naheffing parkeerbelasting terecht. De parkeerder die langer dan twee uur stond, had immers niet betaald voor de verschuldigde belasting die voldaan had moeten worden. 

Afwijkend wanneer parkeerduur beperkt is 

Het gerechtshof merkte op dat de betreffende situatie afwijkt van die waarin de parkeerduur is beperkt. Belanghebbende had in dat verband tevergeefs verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad besliste dat dan geen naheffing kan volgen. In die zaak had een automobilist in Hilversum voor de maximale parkeerduur van één uur parkeerbelasting betaald, maar na dat ene uur zijn auto gewoon laten staan. De naheffing parkeerbelasting was in die casus onterecht, omdat er na het uur door hem helemaal niet meer geparkeerd mocht worden op de betreffende parkeerplaats. Er hoefde dus voor die periode ook geen parkeerbelasting betaald te worden. 

Parkeerboete als alternatief 

Staat een auto geparkeerd op een plaats waar deze auto niet meer mág parkeren omdat de maximale parkeerduur is overtreden, dan kan de gemeente dus geen naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen. De gemeente kan echter wel een parkeerboete opleggen. Dat kan zelfs als het technisch wel mogelijk is om voor een langere periode te betalen. Het ‘teveel’ betaalde wordt dan dus niet automatisch beschouwd als betaalde parkeerbelasting voor een periode waarin helemaal niet meer geparkeerd had mogen worden. 

Praktische oplossing 

Parkeercontroleurs die een naheffing parkeerbelasting op mogen leggen, mogen niet altijd ook een boete opleggen als wordt geparkeerd terwijl dat niet meer is toegestaan. Gemeentes dienen in die gevallen na te denken over hoe dan toch adequaat kan worden opgetreden tegen te lang parkeren. Uiteraard kan een wel bevoegde collega worden opgetrommeld, of net als tegenwoordig in Hilversum met een scanauto eerst de overtreding vastgelegd worden, waarna men vervolgens handmatig de juiste sanctie oplegt. Uiteraard kan men ook, net als in de casus in Groningen, parkeerders verplichten regelmatig een nieuw parkeerkaartje te kopen. 

Parkeerbelasting alleen te voldoen bij aanvang 

In een ander zaak besliste gerechtshof Amsterdam overigens anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gerechtshof besliste dat de parkeerder in die zaak de belasting voor opvolgende tijdvakken (na de maximumperiode van een uur die in die zaak gold) niet kon voldoen. In de Gemeentewet en in de Verordening was namelijk opgenomen dat de parkeerbelasting uitsluitend kon worden voldaan bij aanvang van het parkeren. 

Door |2026-09-07T17:00:20+02:0010 juli 2026|Reacties uitgeschakeld voor Naheffing parkeerbelasting bij maximum parkeerduur
  • Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) 

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM. 

Afschaffing voor bedrijven tot 250 werknemers 

Voor bedrijven tot 250 werknemers wordt de rapportageverplichting hoogstwaarschijnlijk afgeschaft. Nadat de Tweede Kamer daar op 15 april 2025 een motie over aannam, werd het voornemen tot afschaffing op 20 november 2025 aangekondigd. Daarna werd op 2 februari 2026 het besluit met de afschaffing ter internetconsultatie aangeboden.  

Nog niet voor rapportage 2025 

De afschaffing wordt voorgesteld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Als het voorstel doorgaat betekent dit dat bedrijven tot 250 werknemers over het jaar 2026 geen rapportageverplichting meer hebben. 

Over het jaar 2025 moeten zij, als ze minimaal 100 werknemers hebben, echter nog wel rapporteren. Deze rapportage moet uiterlijk 30 juni 2026 ingeleverd zijn. 

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl. 

Door |2026-09-07T17:00:25+02:0011 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025
  • Lower Dutch truck tolls and fines

Lower Dutch truck tolls and fines

Reduced Dutch truck toll

Starting July 1, 2026, truck owners will pay a toll per kilometer driven on nearly all highways and a number of other roads (the Dutch truck toll). The amount of the toll depends, among other things, on CO2 emissions and averages €0,191 per kilometer. Due to the reduction, the truck toll will average €0,148 per kilometer. The reduction will be in effect from September 1, 2026, through December 31, 2026.

Let op! The government intends to use this measure to compensate the transportation sector for the sharp rise in fuel prices resulting from the conflict in the Middle East. The reduction amounts to a tax relief of €80 million.

Inspections

Starting July 1, 2026, the Road Transport Agency (RDW) will check whether you are paying the truck toll. This will be done at fixed locations, for example using cameras above the road, but also with mobile devices.

Please note!Enforcement is largely carried out by the RDW, but partly by the Human Environment and Transport Inspectorate (ILT) and the Central Judicial Collection Agency (CJIB). The Truck Toll Enforcement Plan sets out how the government monitors compliance with the truck toll.

Fines for Not Having a Toll Box

Business owners can expect hefty fines if they fail to pay the truck toll in full or in part. The truck toll is recorded and collected electronically. Business owners who have not signed a contract with a provider for a toll box can expect a fine of €800. Until January 1, 2027, there is still some leniency, and this fine amounts to €400.

Please note! If you haven’t yet signed a contract with a provider for a toll box, be sure to do so before May 31, 2026, so you have enough time to receive and install the device before July 1, 2026.

Fines for errors with toll boxes

Fixed fines also apply for errors with the toll boxes that record the truck toll. If the toll box is turned off, not working (properly), or if you are driving with a toll box that belongs to another truck, the fine is €500. Here too, some leniency applies until January 1, 2027, with a lower fine of €250.

Please note! You can receive a maximum of one fine within a 24-hour period. If there is more than one violation, only the highest fine amount will be imposed.

Door |2026-09-07T17:00:28+02:0028 mei 2026|Reacties uitgeschakeld voor Lower Dutch truck tolls and fines