Nieuwsbank artikelen

  • Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027

Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027

Startup of scale-up

Om voor de regeling in aanmerking te komen moet je een startup of scale-up zijn. Hiervan is sprake als je onderneming gebruikmaakt van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat voortvloeit uit innovatie.

Let op! Een onderneming is schaalbaar en herhaalbaar als het de omzet snel kan laten groeien zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of meer kosten, maar door gebruik te maken van technologie met lagere marginale kosten en schaalvoordelen. Innovatie is het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën met technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de sector.

Voor de startup of scale-up geldt verder nog als voorwaarde dat zij niet beursgenoteerd is. De startup of scale-up mag ook niet voor meer dan 25% gehouden worden door een beursgenoteerde onderneming.

Klein, middelgroot of micro

Startups of scale-ups kunnen in beginsel alleen van de regeling gebruikmaken als ze voldoen aan de EU-definitie van kleine, middelgrote of micro-onderneming (kmo). Dit is – op hoofdlijnen- het geval als de onderneming minder dan 250 werknemers heeft en een omzet heeft die niet hoger is dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal dat niet hoger is dan € 43 miljoen.

Tip! Een startup of scale-up die niet voldoet aan de kmo-definitie kan ook gebruikmaken van de voorgestelde regeling, onder de voorwaarde dat het  de-minimissteunplafond van € 300.000 per drie jaar niet wordt overschreden.

Getoetst door RVO

De toets of sprake is van een startup of scale-up vindt plaats door de RVO. RVO toetst daarbij op de volgende voorwaarden:

  • gericht op snelle groei,
  • schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel,
  • oorsprong in innovatie,
  • niet beursgenoteerd, en
  • niet voor meer dan 25% gehouden door een beursgenoteerd bedrijf.

Bij de toets op de begrippen schaalbaarheid en innovatie kijkt RVO naar verschillende indicatoren zoals (niet-limitatief) het gebruik van innovatieregelingen (zoals de WBSO) of het Innovatiekrediet of dat participatiemaatschappijen durfkapitaal hebben verstrekt.

Let op! De RVO geeft een beschikking als je kwalificeert als startup scale-up. Deze is in principe acht jaar geldig en kan daarna maximaal driemaal in termijnen van vijf jaar verlengd worden.
Je bent geen startup of scale-up meer als je niet meer voldoet aan de voorwaarden en/of bij faillissement. Je moet hiervan binnen vier weken een melding doen bij de RVO. Op het ten onrechte niet doen van de melding kan een boete volgen die kan oplopen tot € 103.000.

Belasting over 65%

Ben je een startup of scale-up en ken je aandelenopties toe aan je werknemers? Dan vindt onder de nieuwe regeling een versmalling van de grondslag van het inkomen uit aandelenoptierechten plaats tot 65%. DE gronds

Let op! Deze grondslagversmalling vindt alleen plaats bij vervreemding van de met de aandelenopties verkregen aandelen. Worden de aandelenopties zelf vervreemd, dan is gewoon 100% belast. De grondslagversmalling is ook niet van toepassing voor zover de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van toekennen van de aandelenopties hoger was dan de uitoefenprijs. 

Heeft de werknemer voor of na toekenning van de aandelenopties een aanmerkelijk belang in de startup of scale-up dan kan de nieuwe regeling niet worden toegepast. Hetzelfde geldt als sprake is van een zogenaamd lucratief belang.

Pas bij vervreemding aandelen

Onder de nieuwe regeling kan de belastingheffing worden uitgesteld tot het moment dat de door uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen daadwerkelijk vervreemd worden.

Geen vervreemding binnen twee jaar

Een voorwaarde voor de nieuwe regeling is dat schriftelijk tussen werknemer en de werkgever wordt afgesproken dat de aandelenopties of de bij uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen niet binnen twee jaar na toekenning mogen worden vervreemd.

Let op! Als de startup of scale-up wordt verkocht of naar de beurs gaat, geldt deze voorwaarde niet.

Werknemer uit dienst?

Treedt een werknemer uit dienst, dan ontstaat er onder de nieuwe regeling geen heffingsmoment. Heffing vindt ook voor ex-werknemers plaats op het moment van vervreemding van de aandelen. Om er voor te zorgen dat de ex-werkgever ook weet dat hij moet heffen, moet in de aandelenoptieovereenkomst worden opgenomen dat de werkgever voorafgaand aan de verkoop van de aandelen schriftelijk instemt met die verkoop.

RVO beschikking niet meer geldig?

Is de RVO beschikking niet meer geldig? Bijvoorbeeld omdat de termijn van acht jaar afloopt en er geen verlenging plaatsvindt? Of omdat de startup of scale-up niet meer aan de voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld bij een beursgang? Dan behoudt de werknemer het fiscale voordeel van de grondslagversmalling naar 65% voor de periode dat sprake was van een startup of scale-up. Bij latere verkoop van de aandelen wordt dan naar tijdsgelang een deel van het inkomen versmald naar 65% en het andere deel belast tegen 100%.

Emigratie

Emigreert een werknemer voordat de aandelenopties of de daarmee verkregen aandelen in de loonheffing zijn betrokken? Dan worden deze op het moment van emigratie geacht fictief te zijn vervreemd tegen de dan geldende waarde in het economische verkeer. De Belastingdienst legt dan een zogenaamde conserverende aanslag op. Voor deze conserverende aanslag wordt voor onbepaalde tijd uitstel van betaling verleend. Dit uitstel wordt (gedeeltelijk) beëindigd als er liquide middelen beschikbaar komen of zich een ander heffingsmoment voordoet.

Let op! Gedurende het uitstel van betaling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht. Alleen als de werknemer zich verplaats of woonachtig wordt buiten de EU of EER moet hij/zij zekerheid stellen voor de conserverende aanslag.

Invoering per 2027?

De Tweede en Eerste Kamer moeten nog met de nieuwe regeling instemmen. Daarna treedt de regeling bij koninklijk besluit in werking. De voorkeur van het kabinet is een ingangsdatum op 1 januari 2027. Of dat gehaald gaat worden, is op dit moment nog niet zeker.

Waar moet je in 2026 al rekening mee houden?

Belangrijk voor nu is dat aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling als aan alle voorwaarden wordt voldaan. 

Daarbij is van belang dat, als de nieuwe regeling per 1 januari 2027 ingaat, de aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Is dat wel het geval, dan geldt de nieuwe regeling niet.

Zorg er daarom voor dat, waar mogelijk, de vanaf 17 april 2025 toegekende aandelenoptierechten in 2026 nog niet in de loonbelasting worden betrokken.

Door |2026-10-22T17:00:27+02:0022 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Fiscaal aantrekkelijke regeling aandelenopties vanaf 2027
  • Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

Wanneer geldt de platformfictie?

De zogenoemde platformfictie geldt vanaf 1 juli 2021 voor de volgende situaties:
1. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen van buiten de EU aan particulieren, terwijl de intrinsieke waarde van de goederen niet meer bedragen dan € 150 per zending; of
2. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen binnen de EU of faciliteren bij lokale leveringen in de EU aan particulieren, terwijl de leverancier van de goederen buiten de EU is gevestigd.

In deze situaties wordt het platform voor de btw geacht de goederen zelf te hebben ontvangen van de verkoper en vervolgens te hebben geleverd aan de consument.

Begrip platform

Met het begrip platform wordt een online portaal bedoeld, zoals een marktplaats of webwinkel, dat faciliteert bij de goederenlevering. De ondernemer met het platform brengt een afnemer en een leverancier die de goederen te koop aanbiedt via het platform met elkaar in contact, hetgeen resulteert in een goederenlevering via het platform. Daarbij handelt het platform niet op eigen naam.

Uitbreiding per 1 januari 2027

Vanaf 1 januari 2027 wordt de platformfictie voor de onder punt 2 vermelde situatie uitgebreid. Als gevolg van deze uitbreiding geldt de platformfictie vanaf genoemde datum niet alleen meer voor leveringen aan particulieren. Ook goederenleveringen binnen de EU door een platform aan btw-vrijgestelde ondernemers, of rechtspersonen niet-ondernemer, die met hun aankoop onder de verwervingsdrempel voor vrijgestelde intracommunautaire verwervingen blijven, vallen dan onder de platformfictie. In Nederland is de verwervingsdrempel € 10.000. 

Let op! De hoogte van de verwervingsdrempel verschilt per EU-land.

De uitbreiding betekent dat de platformfictie bijvoorbeeld ook gaat gelden als een Nederlands platform een goederenlevering binnen de EU faciliteert tussen een buiten de EU gevestigde leverancier en een in de EU gevestigde KOR-ondernemer die onder de verwervingsdrempel van blijft. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de volgende situatie.

Voorbeeld

Een in Groot-Brittannië gevestigde ondernemer verkoopt via een in Nederland gevestigd platform goederen aan een in Frankrijk gevestigde KOR-ondernemer. De goederen van de Britse ondernemer zijn reeds ingevoerd en opgeslagen in Nederland. Als de Franse KOR-ondernemer, en de afnemer van de goederen, met zijn aankoop onder de Franse verwervingsdrempel van € 10.000 blijft, is per 1 januari 2027 de platformfictie van toepassing op deze transactie.

Vanwege deze platformfictie, wordt de Britse ondernemer geacht de goederen voor de btw te leveren aan het Nederlandse platform. Voor deze levering geldt het btw-nultarief in het EU-land van vertrek van de goederen, dus in dit voorbeeld in Nederland.

Vervolgens verricht het Nederlandse platform bij wetsfictie een btw-belaste levering in Frankrijk (intracommunautaire afstandsverkoop), omdat de Franse KOR-ondernemer geen btw-belaste intracommunautaire verwerving verricht in Frankrijk. De verschuldigde Franse btw kan het Nederlandse platform aangeven via de OSS of via de reguliere Franse btw-aangifte.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De uitbreiding van de platformfictie maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Door |2026-10-22T17:00:28+02:0022 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027
  • Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november

Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november

Voorwaarden nadeelcompensatie

Om in aanmerking te komen voor de tijdelijke regeling nadeelcompensatie vuurwerkdetailhandelaren moet je in december 2025 én in december 2022, 2023 of 2024 eindejaarsvuurwerk verkocht hebben aan particulieren vanuit één of meer vuurwerklocaties in Nederland. Verder moet je een inschrijving bij de KVK hebben.

Let op! Eindejaarsvuurwerk is vuurwerk dat alleen aan het einde van het jaar aan particulieren verkocht mag worden. Hieronder valt niet fop- en schertsvuurwerk. Dit mag namelijk het hele jaar verkocht en afgestoken worden. Ook professioneel vuurwerk komt niet in aanmerking voor de regeling nadeelcompensatie.

Hoogte nadeelcompensatie

De nadeelcompensatie bestaat uit drie delen: je misgelopen winst, een opslag van 15% en € 3.500 per verkooplocatie.

Berekening misgelopen winst

Je misgelopen winst wordt berekend aan de hand van de inkoopwaarde van je vuurwerk in een referentiejaarwisseling. Standaard is dat de jaarwisseling 2024-2025, maar je mag ook kiezen voor 2022-2023 of 2023-2024.

Deze inkoopwaarde wordt verhoogd met een vastgesteld gemiddeld winstpercentage welke afhankelijk is van de totale opslagcapaciteit van jouw verkooplocaties in december 2025 en waar je inkoopt.

  • Bij een totale opslagcapaciteit van maximaal 10.000 kilogram is het winstpercentage 45,9%.
  • Bij een totale opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram is het winstpercentage 77,3%.
  • Bij (gedeeltelijke) inkoop bij inkooporganisatie China Red is het winstpercentage 111,2%.

Let op! Er wordt ook nog een inflatiecorrectie toegepast, afhankelijk van de gekozen referentiejaarwisseling. Dit is 6,85% voor 2024-2025, 9,69% voor 2023-2024 en 16,39% voor 2022-2023.

Berekening nadeelcompensatie

De misgelopen winst wordt vervolgens verhoogd met een opslag van 15%. Tot slot ontvang je ook nog € 3.500 per verkooplocatie, met een maximum van 5 verkooplocaties.

Let op! De uiteindelijke berekening is: inkoopwaarde x winstpercentage x inflatiecorrectie x 1,15 + € 3.500 per verkooplocatie (maximaal 5). Op de website van RVO is een aantal rekenvoorbeelden opgenomen.

Aanvragen

Aanvragen van de nadeelcompensatie kan bij RVO. De aanvraagperiode loopt van dinsdag 3 november 2026 9.00 uur tot maandag 18 januari 2027 17.00 uur.

Let op! Vanaf maandag 2 november 2026 9.00 uur kun je al wel een conceptaanvraag klaarzetten. Lees hier wat je allemaal nodig hebt voor een aanvraag.

Betaling

RVO neemt telefonisch contact met je op als je aanvraag beoordeeld is. De eerste betalingen van de nadeelcompensatie worden vanaf half januari 2027 verwacht.

Door |2026-10-22T17:00:28+02:0021 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november
  • Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

Wanneer geldt de vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce?

De vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers houdt in dat de digitale diensten en afstandsverkopen binnen de EU die een Nederlandse ondernemer verricht voor consumenten in andere EU-landen zijn belast met Nederlandse btw. Met een kleine ondernemer wordt een ondernemer bedoeld die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de ondernemer is gevestigd in één EU-land;
  2. de ondernemer verricht de digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU voor consumenten uit een ander EU-land; én
  3. de totale omzet die de ondernemer realiseert met de grensoverschrijdende digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU is jaarlijks niet hoger dan € 10.000.

Hierbij gaat het om afstandsverkopen vanuit het EU-land waarin de kleine ondernemer is gevestigd. 

Deze vereenvoudigde regeling voorkomt dat de kleine ondernemer OSS-aangiften moet doen of zich voor de btw moet registreren in een ander EU-land.

Let op! Zodra de ondernemer met de digitale diensten en/of afstandsverkopen de drempel van € 10.000 overschrijdt, geldt het volgende. De digitale diensten zijn belast in het EU-land van de consument en de afstandsverkopen in het EU-land van aankomst van de goederen. Vaak zal het land van aankomst van de goederen gelijk zijn aan het EU-land van de consument. Voor de leesbaarheid van dit artikel geldt hierna daarom als uitgangspunt dat voor de afstandsverkopen het land van aankomst van de goederen gelijk is aan het land van de consument (hierna: EU-land van de consument).

Keuze voor btw-heffing in EU-land consument

De kleine ondernemer mag ervoor kiezen om de btw-regels van het EU-land van de consument toe te passen. Als het btw-tarief in het andere EU-land lager is, kan dit voordelig zijn.

Meldingsplicht vervalt vanaf 1 januari 2027

Tot 1 januari 2027 moet de ondernemer die kiest voor btw-heffing in het EU-land van de consument dat bij de Belastingdienst melden. Dit moet vóór de 10e dag van de maand volgend op de datum waarop de ondernemer de eerste digitale dienst of afstandsverkoop aan de consument uit een ander EU-land verricht. Lukt dat niet binnen deze termijn, dan geldt de keuze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak volgend op het aangiftetijdvak waarin de keuze aan de Belastingdienst is gemeld.

Deze meldingsplicht vervalt per 1 januari 2027. Vanaf deze datum wordt een ondernemer die de Unieregeling binnen de OSS toepast, geacht te hebben gekozen voor btw-heffing in het EU-land. Als de ondernemer deze keuze niet maakt, en dus de vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers toepast, blijkt dat uit de administratie.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

Het vervallen van de meldingsplicht per 1 januari 2027 maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn ‘VAT In the Digital Age’ (VIDA) . Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Door |2026-10-22T17:00:28+02:0020 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce
  • 7% bijtelling fiets ook over accessoires?

7% bijtelling fiets ook over accessoires?

Fiets van de zaak

Als je als werkgever een fiets aan je werknemer ter beschikking stelt, dan blijft de fiets jouw eigendom. Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat, geldt een bijtelling.

Let op! Van ter beschikking stellen van een fiets is ook sprake als je als werkgever een fietst leaset en vervolgens ter beschikking stelt aan je werknemer of als je werknemer zelf een fiets leaset en jij alle kosten vergoedt.

Bijtelling 7%

De bijtelling bedraagt 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw.

Tip! Wil je weten wat de consumentenadviesprijs is? Kijk dan eens hier www.bijtellingfietsvandezaak.nl.

Accessoires

Maar wat doe je met de accessoires bij de fiets? Maken de accessoires deel uit van de consumentenadviesprijs dan vallen de accessoires onder de 7% bijtelling?

Let op! Accessoires die deel uit maken van de consumentenadviesprijs zijn alle accessoires die uit de fabriek al onderdeel van de fiets zijn. Denk aan de bagagedrager en de verlichting die standaard op de fiets zit.

Er zijn ook accessoires die geen onderdeel uitmaken van de consumentenadviesprijs. Denk aan een andere bagagedrager of een ander soort zadel. Stel je deze accessoires ter beschikking, dan hoeft hierover geen 7% bijtelling berekend te worden. Deze accessoires moeten echter wel als loon in natura belast worden. Dit betekent dat je werknemer belasting betaalt over het bedrag op de inkoopfactuur inclusief btw. Is er geen factuur, dan geldt de waarde in het economisch verkeer.

Tip! Je kunt het loon in natura van de accessoires ook aanwijzen als eindheffingsloon in de WKR, mits je daarmee voldoet aan de zogenaamde gebruikelijkheidstoets. Je werknemer betaalt dan geen belasting.

Fietsverzekering, slot et cetera

Verzeker je als werkgever de fiets, koop je een extra los slot of bijvoorbeeld een steun voor een tas? Dan vormen deze kosten intermediaire kosten. Ze leiden niet tot belastingheffing bij de werknemer en hebben ook geen invloed op de bijtelling. Hetzelfde geldt voor reparatiekosten van de fiets.

Let op! Het verschil met een accessoire is dat het bij intermediaire kosten gaat om losse zaken die niet min of meer permanent aan de fiets bevestigd zijn.

Regenpak

Een regenpak dat je als werkgever ter beschikking stelt, valt niet onder intermediaire kosten. Dit vormt loon voor je werknemer, maar je kunt er voor kiezen om dit aan te wijzen als eindheffingsloon, mits je daarmee voldoet aan de zogenaamde gebruikelijkheidstoets.

Door |2026-10-22T17:00:29+02:0020 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor 7% bijtelling fiets ook over accessoires?
  • Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv

Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv

Pseudo-eindheffing fossiele personenauto

Als je vanaf 2027 een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, kun je te maken krijgen met een pseudo-eindheffing. Deze bedraagt 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.

De pseudo-eindheffing is vanaf 2027 in principe van toepassing als je een personenauto met een CO2-uitstoot groter dan nul (hierna: fossiele personenauto) aan een werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stelt.

Overgangsrecht

Voor fossiele personenauto’s die een werkgever al voor 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze personenauto’s geldt voor de werkgever de pseudo-eindheffing niet meteen vanaf 1 januari 2027, maar pas vanaf 1 januari 2031.

Dit overgangsrecht is gekoppeld aan de fossiele personenauto in combinatie met de werkgever. Dus alleen als de personenauto door dezelfde werkgever ter beschikking wordt gesteld, blijft het overgangsrecht van toepassing. De staatssecretaris van Financiën heeft ook al meerdere keren bevestigd dat het overgangsrecht vervalt bij wisseling van werkgever waarbij de werknemer de fossiele personenauto meeneemt.

Vervalt niet bij fusies en overnames

Bij fusies en overnames waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, blijft het overgangsrecht echter wel van toepassing. De staatssecretaris heeft op 16 oktober 2026 in een brief nogmaals bevestigd dat als een nieuwe werkgever (met een ander loonheffingennummer) in de plaats treedt van de oude werkgever, bijvoorbeeld vanwege een fusie of een overname, het overgangsrecht van toepassing blijft.

Vervalt ook niet bij inbreng in bv

Over het overgangsrecht na inbreng van een IB-onderneming met een fossiele personenauto in de bv, bestond nog onduidelijkheid. Het advies was daarom om de bv op te richten, de IB-onderneming in te brengen en de auto vanuit de bv ter beschikking te stellen uiterlijk op 31 december 2026. Op die manier zou het overgangsrecht in ieder geval behouden blijven. Voor behoud van het overgangsrecht is dit echter niet meer nodig.

De staatssecretaris heeft in de eerdergenoemde brief van 16 oktober 2026 namelijk aangegeven dat het overgangsrecht ook van toepassing blijft als een fossiele personenauto voor 1 januari 2027 ook voor privédoeleinden ter beschikking staat aan een IB-ondernemer. Als deze IB-ondernemer zijn onderneming met de personenauto inbrengt in een bv, geldt voor deze personenauto het overgangsrecht. Ook als de oprichting van de bv en de inbreng pas plaatsvindt na 31 december 2026.

Let op! Heb je een IB-onderneming met werknemers en heb je voor 1 januari 2027 mede voor privédoeleinden een fossiele personenauto ter beschikking gesteld aan deze werknemers? Dan blijft voor deze personenauto’s ook het overgangsrecht van toepassing bij inbreng van de IB-onderneming in een bv.

Let op! Of het aantrekkelijk is om je IB-onderneming in te brengen in een bv is uiteraard niet alleen afhankelijk van de in te brengen auto. Naast fiscale argumenten, kunnen ook andere argumenten, zoals de aansprakelijkheidsbeperking, een rol spelen. Overleg daarom met onze adviseurs of overstap naar de bv raadzaam kan zijn.

Door |2026-10-22T17:00:29+02:0019 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Toch overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing bij inbreng in bv
  • Controleer voor de start van je onderneming de KOR

Controleer voor de start van je onderneming de KOR

KOR

Een ondernemer met een in Nederland gevestigde onderneming en een omzet van niet meer dan € 20.000 per kalenderjaar, kan deelnemen aan de KOR. De ondernemer mag dan geen btw berekenen aan de klanten, hoeft ook geen btw-aangifte te doen, maar kan ook de btw op kosten en investeringen niet in aftrek brengen.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden voor deelname aan de KOR op de website van de Belastingdienst. Daar vind je ook een overzicht van de gevolgen.

Aanmelden

Om deel te nemen aan de KOR moet je wel een aanmelding doen. Dit kan pas als je bij de Belastingdienst geregistreerd bent als btw-ondernemer.

Let op! Meld je op tijd aan! Dit moet uiterlijk vier weken vóór de ingangsdatum van de KOR. Bij een kwartaalaangifte btw moet je aanmelding daarom op 3 december binnen zijn om vanaf 1 januari aan de KOR deel te nemen.

Afmelden

Deelname aan de KOR loopt door totdat je een afmelding doet. Die afmelding moet je verplicht doen als je omzet in een kalenderjaar boven de € 20.000 komt. Maar je kunt je ook vrijwillig afmelden.

Let op! Ook afmelden moet je op tijd doen, uiterlijk vier weken voordat je de afmelding wilt laten ingaan. Bij een kwartaalaangifte btw moet je afmelding daarom op 3 december binnen zijn om vanaf 1 januari de KOR niet meer toe te passen.

Eerder zonnepanelen gekocht?

Bij startende ondernemers die in het verleden als particulier zonnepanelen hebben aangeschaft, gaat het weleens mis. In het verleden konden particulieren de btw op hun zonnepanelen in aftrek brengen als zij zich als btw-ondernemer registreerde. Meestal volgde daarna meteen een aanmelding voor de KOR, zodat de particulier geen btw meer hoefde af te dragen.

Veel startende ondernemers realiseren zich niet dat zij al btw-ondernemer zijn vanwege de eerder aangekochte zonnepanelen en ook aangemeld zijn voor de KOR. Als zij dan een onderneming starten en al investeringen doen en kosten maken terwijl ze nog aangemeld zijn voor de KOR, kunnen ze de btw op die investeringen en kosten niet in aftrek brengen.

Tip! Controleer daarom altijd of je (nog) deelneemt aan de KOR. Meld je daar op tijd voor af en investeer pas vanaf het moment dat de KOR echt beëindigd is.

Door |2026-10-22T17:00:30+02:0019 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Controleer voor de start van je onderneming de KOR
  • Bijtelling fiets ook 7% bij excessief privégebruik

Bijtelling fiets ook 7% bij excessief privégebruik

Fiets van de zaak

Als je als werkgever een fiets aan je werknemer ter beschikking stelt, dan blijft de fiets jouw eigendom. Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat, geldt een bijtelling. Deze bedraagt 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw.

Let op! Van ter beschikking stellen van een fiets is ook sprake als je als werkgever een fietst leaset en vervolgens ter beschikking stelt aan je werknemer of als je werknemer zelf een fiets leaset en jij alle kosten vergoedt.

Geen privégebruik?

Als de fiets ook voor privégebruik ter beschikking is gesteld, geldt altijd de bijtelling van 7%. De regeling die geldt voor de auto van de zaak bij maximaal 500 privékilometers per jaar, geldt niet voor de bijtelling van de fiets. Dus ook bij slechts gering privégebruik is de bijtelling 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw.

Excessief of alleen maar privégebruik?

Wat gebeurt er als de werknemer de fiets excessief voor privé gebruikt en nauwelijks zakelijk of zelfs helemaal niet zakelijk gebruikt? De Belastingdienst heeft bevestigd dat ook in die gevallen de bijtelling 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets inclusief btw bedraagt. Er kan dus nooit een hogere bijtelling volgen als gevolg van meer privégebruik van de fiets.

Door |2026-10-22T17:00:30+02:0016 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Bijtelling fiets ook 7% bij excessief privégebruik
  • Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Greentimerregeling

De greentimerregeling houdt een verlaagd bijtellingspercentage van 14% over de cataloguswaarde van oudere elektrische auto’s in. Het gaat daarbij om elektrische auto’s in de leeftijd van vijf tot acht jaar. Meer details over deze voorgenomen regeling zijn op dit moment nog niet bekend, behalve dat het plan is om deze in 2029 in te voeren.

Inkomensafhankelijke inruilregeling

Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat liet in een brief van 21 september 2026 weten dat er gewerkt wordt aan een inkomensafhankelijke inruilregeling. Na demontage van een geschikte, oudere fossiele auto zou dan eenmalig een uitkering volgen voor de aankoop van een tweedehands elektrisch voertuig (EV) of voor een maandelijkse korting op het leasebedrag van een tweedehands EV.

Deze regeling gaat uitgevoerd worden door RVO, in samenwerking met de Belastingdienst en de RDW.

Let op! Meer details van deze regeling zijn op dit moment nog niet bekend. Het doel was om de regeling eind september 2026 ter consultatie aan te bieden. De regeling zou daarna zo snel mogelijk opengesteld gaan worden, bij voorkeur nog in het laatste kwartaal van 2026. Het is nog even afwachten of die datum gehaald gaat worden.

Door |2026-10-22T17:00:30+02:0015 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s
  • Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

Handling fee

Met de handling fee van € 2 per productgroep willen de Europese lidstaten stimuleren dat dezelfde producten in grotere hoeveelheden tegelijk geïmporteerd worden. Dit is voor de Douane beter en efficiënter te controleren. De handling fee wordt op 1 november 2026 waarschijnlijk in alle EU-lidstaten tegelijk ingevoerd.

Omdat de € 2 per productgroep geldt, zullen vooral kleinere pakketjes getroffen worden door de handling fee. De toeslag van € 2 is dan ook een compensatie voor de kosten die de Douane moet maken om de kleine pakketjes te controleren.


Let op! De hoogte van de handling fee wordt iedere twee jaar door de Europese Commissie herzien zodat de hoogte van deze onkostenvergoeding kan worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.

Invoerrechten kleine pakketten tot € 150

Op de invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 ook al € 3 invoerrechten per productgroep geheven. Door het vervallen van de vrijstelling van invoerrechten die vóór 1 juli 2026 voor dit soort pakketten gold, is de stroom kleine pakketten van buiten de EU vanaf 1 juli 2026 al flink gedaald. Zo betrof de daling in augustus 2026 ten opzichte van augustus 2025 75%. Desondanks verwerkt de Douane nog dagelijks een pakketstroom met meer dan 500.000 aangifteregels.

Door |2026-10-22T17:00:30+02:0015 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 november € 2 handling fee op import