• DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen

DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen

Let op! Dien uw aanvraag tijdig in. Er is een totaalbudget van € 8,5 miljoen.

Belangrijkste voorwaarden

Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet u rechtspersoonlijkheid hebben, u voert uw onderneming bijvoorbeeld vanuit een bv. Als u uw onderneming vanuit een eenmanszaak of vof voert, kunt u deze subsidie niet aanvragen. Verder moet u exporteren naar of investeren in het buitenland, dient u uw product of dienst in Nederland te ontwikkelen en moet u minimaal drie werknemers in dienst hebben.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden

Hoogte subsidie

Voor een demonstratieproject kunt u 50% subsidie krijgen. Draagt het project bij aan vergroeningsdoelen, dan bedraagt de subsidie 70%. De maximale subsidie is € 200.000.
Ook voor een haalbaarheidsstudie en een investeringsvoorbereidingsproject kunt u 50% subsidie krijgen, of 70% bij projecten die bijdragen aan vergroeningsdoelen. De maximale subsidie is € 100.000.

De minimale subsidie is € 25.000.

Marktvalidatie

Vanaf 2026 is het onder de DHI ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor marktvalidaties in het buitenland. Startups tot tien jaar oud kunnen deze subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt € 25.000, mits de projectkosten minimaal € 50.000 bedragen. Met deze subsidie kunnen startups bijvoorbeeld testen of hun product of dienst aansluit bij de lokale vereisten of samenwerken met lokale ondernemers of juridische barrières oplossen.

Let op! Subsidieaanvragen voor marktvalidatie in het buitenland worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Er wordt in 2026 voor maximaal 40 marktvalidaties in het buitenland subsidie toegekend: 20 in ontwikkelingslanden en 20 in andere landen.

Stappenplan

RVO heeft een stappenplan DHI-subsidie aanvragen ontwikkeld. Aan de hand van dit stappenplan kunt u beoordelen of u in aanmerking komt voor de DHI-subsidie en deze ook aanvragen.

Door |2026-06-24T10:01:50+02:0023 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen
  • Met terugwerkende kracht de bv in per 2026?

Met terugwerkende kracht de bv in per 2026?

Verschil ruisende of geruisloze inbreng

Als u uw onderneming ruisend de bv inbrengt, moet u fiscaal afrekenen over de stille en fiscale reserves en de goodwill in uw onderneming. Wilt u dat niet, dan is het ook mogelijk om geruisloos de bv in te gaan met uw onderneming. U hoeft dan niet fiscaal af te rekenen over de stille en fiscale reserves en de goodwill. De fiscale claim hierover schuift dan door naar de bv.

Let op! Hoewel geruisloos de voorkeur lijkt te hebben, is ruisend in bepaalde situaties voordeliger of gewenster. Bijvoorbeeld als er nauwelijks stille en fiscale reserves en goodwill zijn of als er voldoende geld is om de belasting al te voldoen. Laat u adviseren wat in uw situatie raadzaam is.

Intentieverklaring bij ruisende inbreng vóór 1 april 2026

Heeft u plannen om uw IB-onderneming ruisend met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 in te brengen in een bv? Leg dan in ieder geval de intentie hiervoor vast. Zorg dat deze vastlegging vóór 1 april 2026 door de Belastingdienst ontvangen is. Alleen dan kan het namelijk met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 plaatsvinden.

Tip! Gebruik voor de verzending naar de Belastingdienst het daarvoor bedoelde Geleideformulier voorovereenkomst of intentieverklaring.

Intentieverklaring bij geruisloze inbreng vóór 1 oktober 2026

Heeft u plannen om geruisloos de bv in te gaan, dan heeft u meer tijd. U moet dan zorgen dat de intentie vóór 1 oktober 2026 door de Belastingdienst ontvangen is om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 de bv in te gaan.

Oprichting en inbreng in bv

Bij een ruisende inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 30 september 2026 hebben plaatsgevonden om de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te behouden.

Bij een geruisloze inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 31 maart 2027 hebben plaatsgevonden voor de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Let op! Voor de geruisloze inbreng met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 verloopt binnenkort ook de deadline. Hiervoor moet de bv en de inbreng plaatsvinden uiterlijk 31 maart 2026.

Door |2026-06-24T10:01:51+02:0019 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor Met terugwerkende kracht de bv in per 2026?
  • Btw-suppletie 2025 vóór 1 april 2026 voorkomt belastingrente

Btw-suppletie 2025 vóór 1 april 2026 voorkomt belastingrente

Hoogte belastingrente

Over de hoogte van de belastingrente liep de afgelopen jaren een rechtszaak. Uiteindelijk heeft de hoogste rechtsinstantie, de Hoge Raad, geoordeeld dat de belastingrente voor de btw niet te hoog is. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt deze belastingrente 5%.

Voorkom belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen door vóór 1 april 2026 uw btw-suppletie over het jaar 2025 in te dienen. Dus heeft u in 2025 te weinig btw aangegeven in uw btw-aangifte en dus te weinig btw afgedragen, corrigeer dit dan vóór 1 april 2026 met een btw-suppletie.

Let op!Ontvangt de Belastingdienst uw btw-suppletie 2025 niet vóór 1 april 2026, dan berekent de Belastingdienst vanaf 1 januari 2026 5% belastingrente.

Boete

U bent verplicht om een btw-suppletie in te dienen binnen acht weken nadat u constateerde dat u zo’n suppletie moet doen. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen.

Let op! De termijn van acht weken kan nog korter zijn. U moet uw btw-suppletie namelijk ook indienen voordat u weet of redelijkerwijs moet weten dat de Belastingdienst al bekend was of zou worden met de te weinig aangegeven of afgedragen btw.

Digitaal

Doet u zelf uw btw-suppletie, dan doet u dat digitaal via het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. U vindt dit als u bent ingelogd op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Btw-suppletie tot en met € 1.000

Bedraagt uw btw-suppletie € 1.000 of minder, dan verwerkt u de correctie in uw eerstvolgende btw-aangifte. U dient dan dus geen btw-suppletie in.

Tip! De Belastingdienst legt geen vergrijpboetes op als uw btw-suppletie € 1.000 of minder bedraagt.

Door |2026-06-24T10:01:52+02:0017 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor Btw-suppletie 2025 vóór 1 april 2026 voorkomt belastingrente
  • Nieuwe regelhulp voor nabestaanden ondernemers

Nieuwe regelhulp voor nabestaanden ondernemers

Rechtsvorm

In de online regelhulp komt u aan de hand van een ingevulde vragenlijst automatisch terecht bij de vraagstukken die in de betreffende situatie geregeld dienen te worden. Allereerst moet u aangeven welke rechtsvorm van toepassing is. De regelhulp is met name bestemd voor eenmanszaken, bv’s, vof’s en maatschappen. Vervolgens wordt gevraagd of een testament beschikbaar is. 

Vervolgvragen 

Vervolgens kunt u aangeven of er personeel in dienst is en of het bedrijf over schulden beschikt. Dit zorgt namelijk voor extra te regelen zaken. Ook dient te worden aangegeven hoe het bedrijf gehuisvest is en of, en door wie, het wordt voortgezet. 

Branches

De regelhulp speelt tevens in op twee specifieke branches, de agrarische en medische branche, en de hiermee samenhangende problemen.

Volgorde van belang

Na invulling van de regelhulp verschijnt een overzicht van de te regelen zaken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in zaken die zo snel mogelijk geregeld moeten worden, dan wel binnen enkele maanden en zaken waarvan het regelen nog wel even kan wachten.

Tips en advies

De opsomming van de te regelen zaken is ook voorzien van de nodige tips en adviezen. Ook wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen voor het personeel en welke instanties hierbij behulpzaam kunnen zijn.

Tip! In een situatie als deze helpen wij u uiteraard graag met het regelen van zaken en geven u daar deskundig advies bij. 

Door |2026-06-24T10:01:53+02:0012 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe regelhulp voor nabestaanden ondernemers
  • Uitspraak Belastingdienst inzake hoogte belastingrente

Uitspraak Belastingdienst inzake hoogte belastingrente

Wat voorafging: massaal bezwaar en Hoge Raad

Naar aanleiding van een uitspraak waarin een rechtbank oordeelde dat de belastingrente op een aanslag Vpb te hoog was, werden er veel bezwaarschriften ingediend. Dit was aanleiding om tijdige bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb aan te wijzen als massaal bezwaar. Een paar maanden later werden ook de tijdige bezwaren tegen de hoogte van de belastingrente op een aanslag IB en overige belastingmiddelen aangewezen als massaal bezwaar.

De Hoge Raad oordeelde vervolgens op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor overige belastingen geldt.

Collectieve uitspraken

Bij een aanwijzing massaal bezwaar doet de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak, maar één collectieve uitspraak op bezwaar. Op 25 februari 2026 deed de Belastingdienst deze collectieve uitspraken voor zowel de Vpb als de IB en overige belastingen.

Inhoud collectieve uitspraak op bezwaar Vpb

Zoals verwacht, verklaart de Belastingdienst alle bezwaren tegen de belastingrente Vpb in de massaalbezwaarprocedure gegrond. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de Vpb gaat toewijzen vanaf het jaar 2022.

Hoogte belastingrente Vpb

De belastingrente Vpb gaat berekend worden naar het percentage dat geldt voor de overige belastingen (waaronder de IB), zie onderstaande tabel.

 Periode  Belastingsrente Vpb was Belastingsrente Vpb wordt 
 1-1-2022 t/m 30-06-2023 8% 4%
 1-7-2023 t/m 31-12-2023  8%  6%
 1-1-2024 t/m 31-12-2024  10%  7,5%
 1-1-2025 t/m 31-12-2025  9%  6,5%
 Vanaf 1-1-2026  7,5%  5%

Let op! In de IT-systemen van de Belastingdienst zijn inmiddels al de lagere belastingrentepercentages opgenomen. Aanslagen Vpb met een dagtekening na 7 februari 2026 worden daarom al met de lagere belastingrentepercentages berekend.

Automatisch bericht

Maakt u (of wij namens u) tijdig bezwaar tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, dan ontvangt u binnen zes maanden een vermindering van de belastingrente van de Belastingdienst. Deze vermindering wordt berekend volgens de percentages in de derde kolom van de tabel.

Let op!Ontving u een aanslag Vpb met belastingrente met een dagtekening van 17 januari 2026 tot en met 7 februari 2026, dan hoeft u zelf geen actie te ondernemen. U hoeft dus geen bezwaar te maken. De Belastingdienst zal uit eigen beweging de belastingrente opnieuw berekenen met de lagere percentages.

Nog wel actie vereist

Voor aanslagen Vpb met belastingrente met een dagtekening van 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026 is misschien nog wel actie vereist. De Belastingdienst verlaagt voor deze aanslagen namelijk de belastingrente niet uit zichzelf. Is er daarom nog geen bezwaar ingediend, dien dan een verzoek in om ambtshalve vermindering.

Let op!Heeft de aanslag Vpb met belastingrente een dagtekening vóór 5 december 2025 en is daartegen geen tijdig bezwaar ingediend? Dan is er helaas niets meer mogelijk. Een verzoek om ambtshalve vermindering voor deze aanslagen wijst de Belastingdienst namelijk af. Dit is anders als het een voorlopige aanslag betreft. Tegen de belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb kunt u namelijk een verzoek tot vermindering uiterlijk tot zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag Vpb indienen.

Inhoud collectieve uitspraak op bezwaar IB en overige belastingen

De Belastingdienst verklaart alle bezwaren tegen de belastingrente IB en overige belastingen in de massaalbezwaarprocedure ongegrond. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de IB en overige belastingen afwijst. U krijgt hier niet zelf een bericht over. 

Let op! Had u uitstel van betaling voor de belastingrente, dan krijgt u van de Belastingdienst nog wel een bericht dat het uitstel van betaling wordt ingetrokken.

Door |2026-06-23T13:00:38+02:0026 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Uitspraak Belastingdienst inzake hoogte belastingrente
  • Wanneer is ontslag na overgang onderneming mogelijk?

Wanneer is ontslag na overgang onderneming mogelijk?

Overgang onderneming

Om te kunnen spreken van een overgang van onderneming is het van belang dat de onderneming haar identiteit heeft weten te behouden. Hierbij wordt gekeken naar een zevental factoren:

  1. Aard van de betrokken onderneming
  2. Worden materiële activa overgedragen
  3. De waarde van de immateriële activa op datum overgang
  4. Wordt vrijwel al het personeel mee overgenomen?
  5. Wordt de klantenkring overgedragen?
  6. Komen de voor en na overdracht verrichte activiteiten overeen?
  7. Eventuele duur van de onderbrekingen van de activiteiten

Bescherming tegen ontslag

Werknemers worden bij een overgang van onderneming beschermd tegen ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen. De vraag is tot hoever deze bescherming reikt.  

Uit de rechtspraak volgt dat het ontslagverbod vanwege overgang van onderneming opzij kan worden geschoven als de verkrijger na de overgang besluit tot aanpassing van zijn organisatie op grond van zogenaamde economische, technische of organisatorische redenen, de eETO-redenen.  Het gaat dan om redenen die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen.

Hoge Raad geeft duidelijkheid

De Hoge Raad heeft zich onlangs gebogen over een zaak waarbij sprake was van overgang van onderneming waarna een werknemer ontslagen werd. De werknemer was sinds 1994 in dienst bij een supermarkt en was op dat moment personeelsverantwoordelijke (P&O) op basis van een dienstverband van acht uur per week. Dit hield in dat hij ondersteunende werkzaamheden verrichtte op het gebied van verzuimregistratie en contracthuishouding. De werknemer kreeg in mei 2023 te horen dat hij van rechtswege in dienst was getreden bij een andere franchisenemer als gevolg van overgang van onderneming. Deze verkrijger beschikte over een servicekantoor waar de HR-taken voor alle supermarkten van de verkrijger centraal worden verricht. De verkrijger stelde zich op het standpunt dat de functie van werkneemster binnen zijn organisatie niet inpasbaar en daarom overbodig was. 

Het lukt hem niet de werknemer te herplaatsen. Hij vroeg daarom een ontslagvergunning aan bij het UWV, maar die werd door het UWV geweigerd. Vervolgens ging hij naar de kantonrechter waar hij meer succes had; de kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst. De werknemer ging hiertegen zonder succes in hoger beroep. Uiteindelijk stelde de werknemer cassatie in bij de Hoge Raad.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat het moet gaan om ETO-redenen die geen intrinsiek verband houden met de overgang van onderneming. Dit betekent echter niet dat er geen enkel verband mag bestaan tussen de overgang van onderneming en de aan het ontslag ten grondslag gelegde ETO-redenen. Er moet zowel rekening worden gehouden met de belangen van werknemers als ook met de belangen van werkgevers.

Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat naarmate een reorganisatie sneller na de overgang plaatsvindt, de werkgever beter moet kunnen uitleggen waarom het ontslag niet met die overgang samenhangt.

Toch ontslag

In dit geval volgt de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof dat de verkrijger de aangevoerde ETO-redenen voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Aan het ontslag van werknemer lag de beslissing van de verkrijger om de werkzaamheden anders te organiseren en dat stond los van de overgang van onderneming.

Door |2026-06-23T13:00:39+02:0026 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer is ontslag na overgang onderneming mogelijk?
  • Deel wet vrachtwagenheffing al in werking per 1 maart 2026

Deel wet vrachtwagenheffing al in werking per 1 maart 2026

Vrachtwagenheffing per 1 juli 2026

De vrachtwagenheffing gaat gelden voor alle vrachtwagens met voertuigcategorie N2 en N3. Dat zijn vrachtwagens met een technische maximummassa van boven de 3.500 kg. De heffing geldt op alle snelwegen, een aantal N-wegen en enkele lokale wegen bij grotere steden.

De heffing betreft een bedrag per gereden kilometer. De hoogte is afhankelijk van de technische maximummassa, de CO2-emissieklasse en in sommige gevallen de euro-emissieklasse. Hoe schoner en lichter de vrachtwagen is, des te lager het bedrag per kilometer.

Tip! Op de website van RDW kunt u berekenen wat uw bedrag per kilometer wordt.

De wetgeving over de tarieven en de manier waarop de vrachtwagenheffing berekend wordt, treedt al per 1 maart 2026 in werking. Op die manier is hier voor 1 juli 2026 al duidelijkheid over voor vervoersondernemers en andere belangstellenden.

Zorg voor contract en tolkastje

Vrachtwagens die onder de vrachtwagenheffing vallen, hebben vanaf 1 juli een contract met een aanbieder en een tolkastje nodig. Meer informatie vindt u op de website van de RDW.

Let op! Het tolkastje is ook verplicht als de vrachtwagen alleen rijdt op wegen waar de vrachtwagenheffing niet geldt.

Ontheffing

Voor sommige vrachtwagens kan vanaf 1 april 2026 bij de RDW ontheffing van de vrachtwagenheffing gevraagd worden. Dit is het geval bijvoorbeeld als de vrachtwagen 40 jaar of ouder is én alleen privé wordt gebruikt of voor vrachtwagens van politie en brandweer.

Om het mogelijk te maken deze ontheffing aan te vragen, treedt het deel van de wet dat gaat over die ontheffing al per 1 maart 2026 in werking.

Vrijstelling

Elektrische vracht- en bestelwagens tot en met 4.250 kg zijn vrijgesteld. Ook voor vrachtwagens met een eendagskenteken en een handelaarskenteken geldt een vrijstelling.
Heeft de vrachtwagen een Nederlands kenteken, dan geldt deze vrijstelling automatisch. Vrachtwagens met een kenteken uit een ander Europees land moeten zich bij het RDW aanmelden voor de vrijstelling.

Let op! Ook vuilniswagens, straatvegers, rioolzuigers en defensievoertuigen zijn vrijgesteld van de vrachtwagenheffing.

Niet voor campers

De vrachtwagenheffing geldt straks niet voor voertuigen die bij de RDW bekend zijn als camper (kampeerwagen).

Geen of lagere motorrijtuigenbelasting

Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de vrachtwagenheffing, verdwijnt per 1 juli 2026 de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot 12.000 kg. Voor vrachtwagens vanaf 12.000 kg wordt de motorrijtuigenbelasting dan lager. Het Eurovignet voor Nederland stopt ook op 1 juli 2026

.

Door |2026-06-23T13:00:39+02:0025 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Deel wet vrachtwagenheffing al in werking per 1 maart 2026
  • Nieuwe innovatiesubsidie koolstofverwijdering

Nieuwe innovatiesubsidie koolstofverwijdering

Diverse technieken

De nieuwe subsidie maakt onderdeel uit van de bestaande subsidieregeling Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) en subsidieert tal van technieken. Genoemd worden onder meer technieken voor het afvangen van CO2, technieken om het energieverbruik van afvangtechnieken te beperken, het efficiënter maken van bestaande afvangtechnieken en technieken om CO2 op te slaan.

Voorwaarden

De subsidie kent uiteraard voorwaarden. Onder andere moet een samenwerkingsverband minstens uit drie partijenstaan met verschillende kennis en ervaring uit verschillende sectoren en dienen alle deelnemers financieel en inhoudelijk ongeveer evenveel aan het project bij te dragen. Verder mag een project maximaal vier jaar duren en moet de innovatie binnen tien jaar klaar zijn voor gebruik. Uw project moet ook technisch en economisch haalbaar zijn en u moet de slagingskans ervan onderbouwen.

Tip! U kunt een projectidee vrijblijvend vooraf door RVO laten toetsen.

Omvang subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de te ontwikkelen activiteiten en van de bedrijfsgrootte. Voor kleine bedrijven is het hoogste subsidiepercentage van 60% beschikbaar van de door hen te dragen ontwikkelkosten, voor middelgrote bedrijven 50% en voor grote bedrijven 40%. De subsidie bedraagt maximaal € 4 miljoen en minimaal € 25.000 per deelnemer. Het totaal beschikbare budget bedraagt €10 miljoen.

Vooraanmelding

Als u voor de subsidie in aanmerking wilt komen, moet u zich eerst vooraanmelden bij RVO.nl. Dit kan vanaf 17 maart 2026 09:00 uur tot 16 april 2026 17:00 uur. U krijgt hierna een advies dat u vermeldt in uw definitieve aanmelding. Die kunt u indienen tussen 2 juni en 3 september 2026

Door |2026-06-23T13:00:40+02:0023 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe innovatiesubsidie koolstofverwijdering
  • Is een uitspraak op bezwaar per e-mail toegestaan?

Is een uitspraak op bezwaar per e-mail toegestaan?

Wettelijke regeling: e-mail mag onder voorwaarde

In de wet is opgenomen dat een bestuursorgaan zoals een heffingsambtenaar van een gemeente of een belastingambtenaar een bericht – en dus ook een uitspraak op bezwaar – per e-mail aan u mag verzenden. Voorwaarde is dat u zelf aangeeft dat u voldoende bereikbaar bent op dit e-mailadres.

Wanneer kenbaar?

De vraag is wanneer u heeft aangegeven dat u voldoende bereikbaar bent op een e-mailadres.

In de rechtspraak speelde een zaak waarin een burger bezwaar had gemaakt tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Hij had een daarvoor bestemd online contactformulier ingevuld en digitaal naar de heffingsambtenaar van de gemeente gestuurd. Hij was daarbij verplicht om zijn e-mailadres in te vullen. De heffingsambtenaar was van mening dat de burger hiermee had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op dit e-mailadres. Hij verzond de uitspraken op bezwaar dan ook per e-mail. De burger merkte de uitspraken op bezwaar niet op en was daardoor ‘te laat’ om in beroep te gaan.

Oordeel Hoge Raad

Uiteindelijk kwam de vraag of de burger had aangegeven dat hij voldoende bereikbaar was op het e-mailadres bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in zijn algemeenheid dat een burger dit ‘meer of minder’ uitdrukkelijk kan doen. Daarbij moet de burger ook aangeven voor welke berichten hij voldoende bereikbaar is per e-mail en op welk e-mailadres.
Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of een uiting of gedraging van een burger aan deze voorwaarden voldoet. De Hoge Raad gaf in zijn arrest een aantal aanwijzingen.

  • Als de ambtenaar over het e-mailadres van de burger beschikt, betekent dit nog niet dat de burger kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn hierop.
  • Als een burger online een verzoek doet en daarbij een e-mailadres opgeeft, betekent dit ook nog niet dat de burger daarmee – stilzwijgend – kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn hierop.

De Hoge Raad kwam dan ook tot het oordeel dat de heffingsambtenaar niet had kunnen concluderen dat de burger had aangegeven voldoende bereikbaar te zijn op het e-mailadres. Hij had dit immers alleen maar ingevuld op het contactformulier zonder verdere verklaring daarbij.

Advies Hoge Raad

Aan het arrest van de Hoge Raad kan nog een advies aan de ambtenaar ontleend worden. De ambtenaar kan altijd aan een burger vragen uitdrukkelijk aan te geven of hij de (bezwaar)procedure per e-mail wil voortzetten, daarop bereikbaar is en welk e-mailadres hij wil gebruiken. In het online contactformulier had de gemeente daar ruimte voor kunnen inrichten.

Let op! Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is in het parlement toegelicht dat, indien zowel post als e-mail mogelijk is bij de overheidsinstantie, u mag kiezen tussen communicatie per post of langs elektronische weg (bijvoorbeeld per e-mail). U bent zo’n geval dus niet verplicht om in te stemmen met communicatie per e-mail.

Door |2026-06-23T13:00:40+02:0023 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Is een uitspraak op bezwaar per e-mail toegestaan?
  • Advieswijzer Dga-taks lenen bij vennootschap (Wet excessief lenen)

Advieswijzer Dga-taks lenen bij vennootschap (Wet excessief lenen)

Let op!Deze advieswijzer concentreert zich met name op lenen van een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook in andere entiteiten worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan een deelgerechtigheid in een open fonds voor gemene rekening of een lidmaatschapsrecht in een coöperatie of een aandeel in een andere (Nederlandse of buitenlandse) vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Ook in die situaties kan de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap van toepassing zijn. Op deze situaties wordt in deze advieswijzer niet ingegaan.

Voor wie geldt de wet?

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap kan van toepassing zijn op iedereen:

  • die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een of meer bv’s, én
  • die schulden heeft aan die bv(‘s) en/of waarvan de partner of zogenaamde verbonden personen of hun partners schulden hebben aan die bv(‘s).

Grofweg heeft iemand een aanmerkelijk belang als diegene:

  • minimaal 5% van de aandelen bezit, en/of
  • het recht heeft om 5% van de aandelen te verwerven, en/of
  • winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst of ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd.

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) zal doorgaans een aanmerkelijk belang hebben. Een dga kan dus geraakt worden door deze wet.

Tip! De regels om te bepalen of iemand een aanmerkelijk belang heeft, kunnen complex zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld ook een aanmerkelijk belang hebben in een bv waarin u niet direct de aandelen bezit, maar wel indirect via een andere bv. U kunt dus een aanmerkelijk belang hebben in meerdere bv’s. Overleg met onze adviseurs of in uw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang, in welke bv’s en hoe de regels in uw geval uitwerken.

Schulden hoger dan € 500.000 van dga én partner

Een dga met schulden aan zijn bv die op 31 december 2026 hoger zijn dan € 500.000 kan in 2026 met de gevolgen van de wet te maken krijgen. Het gaat hierbij niet alleen om de schulden van de dga zelf, maar ook om de schulden van de fiscale partner van de dga. Om te beoordelen of de € 500.000 wordt overschreden, worden de schulden van de dga en de fiscale partner bij elkaar opgeteld. Heeft u naast een schuld ook nog een vordering op de bv, dan worden die twee niet gesaldeerd; er wordt dus puur naar de schulden gekeken!

Let op! Heeft u en/of uw fiscale partner een aanmerkelijk belang in meer bv’s, dan moet u de schulden die u en uw fiscale partner hebben aan al die bv’s bij elkaar optellen. Alleen als het totaal op 31 december 2026 niet hoger is dan € 500.000, krijgt u in 2026 niet met de gevolgen van de wet te maken. U kunt dus niet maximaal € 500.000 per bv lenen, maar tezamen met uw fiscale partner maximaal € 500.000 van al uw bv’s tezamen.

Als u in 2023, 2024 of 2025 al belasting betaalde over een te hoge schuld bij eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 met de schuld waar u al over afrekende verhoogd. U betaalt dus geen belasting over een schuld waar u in een eerder jaar al belasting over betaalde.

Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in bv X en een aanmerkelijk belang in bv Y. U heeft van beide bv’s geld geleend. Bij bv X bedraagt uw schuld op 31 december 2026 € 350.000, bij bv Y € 500.000. Tezamen bedragen uw schulden meer dan € 500.000. Als u niets doet, moet u over 2026 belasting betalen over een bedrag van € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). Bedroeg de totale schuld op 31 december 2025 ook al € 850.000. Dan moest u over 2025 al belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In 2026 hoeft u dan niet nog een keer belasting te betalen over de in 2025 al meegenomen € 350.000. Het bedrag van de drempel wordt namelijk met deze € 350.000 verhoogd. Hierdoor bedraagt de drempel in 2026 voor u dan geen € 500.000 maar € 850.000 (€ 500.000 + € 350.000).

Ook indirecte schulden en andere rechten

Bij het inventariseren van uw schulden moet u letten op alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. Ook de indirecte schulden tellen mee.

Let op!Kan de dga en/of zijn fiscale partner alleen een externe financiering krijgen als de bv borg staat? Dan telt deze lening ook mee voor de vraag of de schulden op 31 december 2026 boven de € 500.000 uitkomen. Kan de dga en/of zijn fiscale partner wel een externe financiering krijgen zonder borg, maar zorgt borgstelling door de bv voor betere voorwaarden, dan telt de lening niet mee.

Tip! Overleg met onze adviseurs of in uw situatie mogelijk civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen aanwezig zijn en hoe u om moet gaan met borgstelling door de bv.

Ook schulden van verbonden personen

Hebben uw bloed- of aanverwanten in de rechte lijn schulden aan uw bv, dan moet u deze schulden bij uzelf meetellen voor het deel van hun schulden dat boven de € 500.000 uitkomt.
Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen enzovoort en ouder, grootouder en overgrootouders enzovoort van uw en/of uw fiscale partner.

Voorbeeld
Heeft bijvoorbeeld uw kind in 2026 € 400.000 geleend van uw bv, dan hoeft u niets mee te tellen. Bedraagt de schuld van uw kind aan uw bv op 31 december 2026 echter € 600.000, dan telt u € 100.000 mee voor de beoordeling of u boven de drempel van € 500.000 komt. Heeft u zelf in 2026 € 450.000 bij uw bv geleend, dan betekent dit dus dat u over 2026 over € 50.000 belasting moet betalen (€ 450.000 + € 100.000 -/- € 500.000).

Tip! Dit geldt niet als uw bloed- of aanverwant zelf een aanmerkelijk belang heeft in uw bv. Uw bloed- of aanverwant moet dan zelf beoordelen in hoeverre de wet op hem/haar van toepassing is. Voor uw beoordeling telt de schuld van uw bloed- of aanverwant dan niet mee.

Voorbeeld
Heeft uw kind uit het vorige voorbeeld een aanmerkelijk belang in uw bv, dan telt de € 100.000 niet bij u mee. U betaalt dan dus geen belasting. Uw kind moet echter over € 100.000 (€ 600.000 -/- € 500.000) belasting betalen.

Uitzondering voor eigenwoningschulden

Voor eigenwoningschulden geldt een uitzondering. Deze tellen niet mee voor de beoordeling of u op 31 december 2026 schulden heeft aan uw bv(’s) boven € 500.000. Het moet hierbij echter wel gaan om een schuld die voldoet aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting. Bovendien moet een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv.

Let op! Is geen hypotheek verstrekt, dan telt de lening wel mee. Dat geldt ook als wel hypotheek verstrekt is, maar de lening niet voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. Is wel hypotheek verstrekt, maar is het inschrijvingsbedrag van die hypotheekverstrekking lager dan de lening? Dan telt het deel van de lening boven dit inschrijvingsbedrag ook mee.

Tip! Bestond uw eigenwoningschuld aan de bv op 31 december 2022 al, dan geldt de voorwaarde dat hypotheek verstrekt moet zijn, niet. Deze schulden hoeven dus alleen aan de wettelijke bepalingen te voldoen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting.

Voorbeeld
U heeft op 31 december 2026 een schuld bij uw bv van € 500.000 die u heeft gebruikt voor aanschaf van uw eigen woning. Daarnaast heeft u in 2026 nog € 500.000 bij uw bv geleend voor andere zaken. De lening voor uw eigen woning voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. U heeft echter geen hypotheek verstrekt voor deze schuld aan uw bv. Als deze schuld aan de bv op 31 december 2022 al bestond, heeft u geen last van de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. De eigenwoningschuld telt namelijk niet mee voor de beoordeling en de andere lening is niet hoger dan € 500.000. Als de schuld na 31 december 2022 is verstrekt, moet u over 2026 over een bedrag van € 500.000 belasting betalen (€ 500.000 + € 500.000 -/- € 500.000). De lening voor de eigen woning telt dan namelijk wel mee.

Tip! De uitzondering voor eigenwoningschulden geldt ook voor schulden van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn. Zijn dit eigenwoningschulden die voldoen aan de hiervoor beschreven voorwaarden, dan tellen deze schulden dus niet bij u mee.

Peildatum 31 december 2026

Op 31 december 2026 wordt voor het jaar 2026 gepeild of uw schulden hoger zijn dan € 500.000 of niet. Dit uiteraard met inachtneming van alle regels die hiervoor gelden en die we hiervoor (deels) beschreven. Zijn uw schulden op dit moment hoger dan € 500.000 en was dat in 2025 nog niet het geval, dan heeft u dus tot die tijd om in actie komen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel nog kunt doen.

Tip! Voor de beoordeling van de grens van € 500.000 mag u vorderingen die u heeft op uw bv(’s) niet salderen met schulden die u heeft aan uw bv(’s). Mogelijk kan het daarom verstandig zijn om vóór 31 december 2026 deze vorderingen en schulden officieel met elkaar te verrekenen. Overleg daarover met een van onze adviseurs.

Belastingtarief

U bent over het surplus boven de € 500.000 belasting (of de hogere drempel die ontstaan is door betaalde belasting over excessief lenen in 2023, 2024 of 2025) verschuldigd in box 2. In 2026 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen (voor fiscale partner het dubbele bedrag) bent u 24,5% verschuldigd, over het meerdere 31%.

Gevolgen bij latere aflossing schuld

Heeft u in 2023,2024 of 2025 over het deel van uw schulden boven de drempel van € 500.000 belasting betaald, dan wordt de drempel van € 500.000 met dit deel van uw schulden verhoogd. Dit voorkomt dat u elk jaar opnieuw over het surplus boven de drempel moet afrekenen. Hetzelfde systeem geldt als u in 2026 belasting betaalt over het deel van uw schulden boven de drempel van € 500.000 (of al hogere drempel).

Een latere aflossing op deze schulden leidt dan tot een negatief inkomen in box 2. Dit negatieve inkomen wordt verrekend met andere positieve inkomsten in box 2 in dat jaar of leidt tot een verlies in box 2. Dit verlies kan vervolgens verrekend worden met box 2-inkomen van het voorafgaande jaar of met box 2-inkomen van de zes opvolgende jaren.

Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in een bv en op 31 december 2025 een schuld van € 850.000 aan deze bv. Deze schuld is in 2025 ontstaan. U moet in 2025 belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In uw aangifte inkomstenbelasting 2025 bent u hierover € 104.092 (24,5% over € 67.804 plus 31% over € 282.196) belasting verschuldigd. Als u in 2026 € 350.000 aflost op de schuld (en er in dat jaar geen ander inkomen uit box 2 is), ontstaat een verlies in box 2 van € 350.000. Dit verlies kunt u volledig verrekenen met de winst uit 2025, waardoor de in 2025 betaalde belasting van € 104.092 wordt teruggegeven. De schuld bedraagt na de aflossing € 500.000 gelijk aan de drempel op 31 december 2026.

Tip! Wilt u meer weten over de gevolgen van een latere aflossing in uw situatie, bespreek dit dan met onze adviseurs.

Schulden tot € 500.000

Bedragen de schulden minder dan € 500.000, dan kunt u nog steeds een risico lopen op belastingheffing, als de Belastingdienst meent dat sprake is van een verkapte dividenduitkering. De Belastingdienst moet dit wel aannemelijk kunnen maken. Zorg daarom dat uw leningen altijd schriftelijk in een overeenkomst met zakelijke voorwaarden zijn vastgelegd. De bewijspositie van de Belastingdienst wordt dan een stuk lastiger.

Alleen fiscale werking

Als uw bv wordt geconfronteerd met de gevolgen van deze wet en dus belasting moet betalen over het surplus boven € 500.000, dan heeft dat alleen fiscale gevolgen. Met andere woorden: de schuld blijft wel gewoon bestaan. U mag de schuld ook in uw aangifte inkomstenbelasting blijven opvoeren.

Tot slot

De Wet excessief lenen kan ook in 2026 weer voor een ongewenste afrekening op 31 december 2026 zorgen. Heeft u, uw partner of met u verbonden personen schulden aan uw bv? Overleg dan met onze adviseurs welke gevolgen de wet en de verlaging van de drempel voor u kunnen hebben.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2026-06-23T13:00:40+02:0020 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Dga-taks lenen bij vennootschap (Wet excessief lenen)