• 2% overdrachtsbelasting bij sloop en herbouw woning?

2% overdrachtsbelasting bij sloop en herbouw woning?

Woning hoofdverblijf of niet

Bij verkrijging van een woning bedraagt het tarief overdrachtsbelasting in 2026 8%, 2% of is de startersvrijstelling van toepassing. Van belang voor de hoogte van het tarief en de startersvrijstelling is onder meer of je de woning zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken (hierna: het hoofdverblijf criterium). In dat geval bedraagt het tarief, onder voorwaarden, 2% of kan je, onder voorwaarden, de startersvrijstelling toepassen.

Ga je de verkregen woning niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gebruiken, dan geldt een hoger tarief van op dit moment 8%. De startersvrijstelling is dan niet van toepassing. In de belastingplannen voor 2027 is overigens opgenomen dat het hogere tarief van 8% vanaf 2027 7% bedraagt.

Let op! Voor het 2% tarief en de startersvrijstelling gelden voorwaarden. Laat je daarover goed informeren. Meer informatie vind je ook op de website van de Belastingdienst.

Sloop en herbouw

De vraag die voorlag bij gerechtshof Arnhem-Leeuwarden was of voldaan is aan het hoofdverblijf criterium als een woning wordt verkregen die daarna volledig wordt gesloopt, waarna op hetzelfde perceel weer een woning wordt gebouwd.

De Belastingdienst vond dat niet aan het criterium was voldaan omdat de kopers van de verkregen te slopen woning daar nooit hebben gewoond en ook daar geen intentie toe hadden.
De kopers vonden dat zij wel aan het criterium voldeden omdat zij van meet af aan de intentie hebben gehad om in de nieuw te bouwen woning te gaan wonen.

Gerechtshof: 2% overdrachtsbelasting

Het gerechtshof oordeelt dat 2% overdrachtsbelasting van toepassing is. Het gerechtshof vindt dat de strikte grammaticale uitleg van de Belastingdienst van het hoofdcriterium de doelstelling van de differentiatie in de overdrachtsbelasting miskent. De kopers laten een woning achter en zijn de nieuwe woning die is ontstaan na sloop en herbouw als hoofdverblijf gaan gebruiken. Het is volgens het gerechtshof dan in strijd met doel en strekking van de wet om dan 8% overdrachtsbelasting toe te passen.

Beroep in cassatie

Eerder in 2026 oordeelde gerechtshof Amsterdam dat niet aan het hoofdverblijf criterium was voldaan in een casus waarin een echtpaar een woning kocht, deze helemaal liet slopen (inclusief fundering) en op dezelfde plaats een nieuwe woning liet bouwen. De oude woning was volledig opgehouden te bestaan en kon dus niet meer worden bewoond. Daarom kon aan niet voldaan worden aan het hoofdverblijfcriterium, aldus gerechtshof Amsterdam. Tegen deze beslissing is beroep in cassatie ingesteld.

Let op! Gelet op de uitspraak van gerechtshof Amsterdam valt nog te bezien of de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stand houdt. De kans is groot dat tegen de uitspraak beroep in cassatie wordt ingesteld. Het is afwachten wat de Hoge Raad in cassatie oordeelt over de uitspraak van gerechtshof Amsterdam en mogelijk ook over de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

 
Door |2026-10-24T17:00:11+02:0023 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor 2% overdrachtsbelasting bij sloop en herbouw woning?
  • Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

Wanneer geldt de platformfictie?

De zogenoemde platformfictie geldt vanaf 1 juli 2021 voor de volgende situaties:
1. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen van buiten de EU aan particulieren, terwijl de intrinsieke waarde van de goederen niet meer bedragen dan € 150 per zending; of
2. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen binnen de EU of faciliteren bij lokale leveringen in de EU aan particulieren, terwijl de leverancier van de goederen buiten de EU is gevestigd.

In deze situaties wordt het platform voor de btw geacht de goederen zelf te hebben ontvangen van de verkoper en vervolgens te hebben geleverd aan de consument.

Begrip platform

Met het begrip platform wordt een online portaal bedoeld, zoals een marktplaats of webwinkel, dat faciliteert bij de goederenlevering. De ondernemer met het platform brengt een afnemer en een leverancier die de goederen te koop aanbiedt via het platform met elkaar in contact, hetgeen resulteert in een goederenlevering via het platform. Daarbij handelt het platform niet op eigen naam.

Uitbreiding per 1 januari 2027

Vanaf 1 januari 2027 wordt de platformfictie voor de onder punt 2 vermelde situatie uitgebreid. Als gevolg van deze uitbreiding geldt de platformfictie vanaf genoemde datum niet alleen meer voor leveringen aan particulieren. Ook goederenleveringen binnen de EU door een platform aan btw-vrijgestelde ondernemers, of rechtspersonen niet-ondernemer, die met hun aankoop onder de verwervingsdrempel voor vrijgestelde intracommunautaire verwervingen blijven, vallen dan onder de platformfictie. In Nederland is de verwervingsdrempel € 10.000. 

Let op! De hoogte van de verwervingsdrempel verschilt per EU-land.

De uitbreiding betekent dat de platformfictie bijvoorbeeld ook gaat gelden als een Nederlands platform een goederenlevering binnen de EU faciliteert tussen een buiten de EU gevestigde leverancier en een in de EU gevestigde KOR-ondernemer die onder de verwervingsdrempel van blijft. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de volgende situatie.

Voorbeeld

Een in Groot-Brittannië gevestigde ondernemer verkoopt via een in Nederland gevestigd platform goederen aan een in Frankrijk gevestigde KOR-ondernemer. De goederen van de Britse ondernemer zijn reeds ingevoerd en opgeslagen in Nederland. Als de Franse KOR-ondernemer, en de afnemer van de goederen, met zijn aankoop onder de Franse verwervingsdrempel van € 10.000 blijft, is per 1 januari 2027 de platformfictie van toepassing op deze transactie.

Vanwege deze platformfictie, wordt de Britse ondernemer geacht de goederen voor de btw te leveren aan het Nederlandse platform. Voor deze levering geldt het btw-nultarief in het EU-land van vertrek van de goederen, dus in dit voorbeeld in Nederland.

Vervolgens verricht het Nederlandse platform bij wetsfictie een btw-belaste levering in Frankrijk (intracommunautaire afstandsverkoop), omdat de Franse KOR-ondernemer geen btw-belaste intracommunautaire verwerving verricht in Frankrijk. De verschuldigde Franse btw kan het Nederlandse platform aangeven via de OSS of via de reguliere Franse btw-aangifte.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De uitbreiding van de platformfictie maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Door |2026-10-24T17:00:12+02:0022 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027
  • Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november

Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november

Voorwaarden nadeelcompensatie

Om in aanmerking te komen voor de tijdelijke regeling nadeelcompensatie vuurwerkdetailhandelaren moet je in december 2025 én in december 2022, 2023 of 2024 eindejaarsvuurwerk verkocht hebben aan particulieren vanuit één of meer vuurwerklocaties in Nederland. Verder moet je een inschrijving bij de KVK hebben.

Let op! Eindejaarsvuurwerk is vuurwerk dat alleen aan het einde van het jaar aan particulieren verkocht mag worden. Hieronder valt niet fop- en schertsvuurwerk. Dit mag namelijk het hele jaar verkocht en afgestoken worden. Ook professioneel vuurwerk komt niet in aanmerking voor de regeling nadeelcompensatie.

Hoogte nadeelcompensatie

De nadeelcompensatie bestaat uit drie delen: je misgelopen winst, een opslag van 15% en € 3.500 per verkooplocatie.

Berekening misgelopen winst

Je misgelopen winst wordt berekend aan de hand van de inkoopwaarde van je vuurwerk in een referentiejaarwisseling. Standaard is dat de jaarwisseling 2024-2025, maar je mag ook kiezen voor 2022-2023 of 2023-2024.

Deze inkoopwaarde wordt verhoogd met een vastgesteld gemiddeld winstpercentage welke afhankelijk is van de totale opslagcapaciteit van jouw verkooplocaties in december 2025 en waar je inkoopt.

  • Bij een totale opslagcapaciteit van maximaal 10.000 kilogram is het winstpercentage 45,9%.
  • Bij een totale opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram is het winstpercentage 77,3%.
  • Bij (gedeeltelijke) inkoop bij inkooporganisatie China Red is het winstpercentage 111,2%.

Let op! Er wordt ook nog een inflatiecorrectie toegepast, afhankelijk van de gekozen referentiejaarwisseling. Dit is 6,85% voor 2024-2025, 9,69% voor 2023-2024 en 16,39% voor 2022-2023.

Berekening nadeelcompensatie

De misgelopen winst wordt vervolgens verhoogd met een opslag van 15%. Tot slot ontvang je ook nog € 3.500 per verkooplocatie, met een maximum van 5 verkooplocaties.

Let op! De uiteindelijke berekening is: inkoopwaarde x winstpercentage x inflatiecorrectie x 1,15 + € 3.500 per verkooplocatie (maximaal 5). Op de website van RVO is een aantal rekenvoorbeelden opgenomen.

Aanvragen

Aanvragen van de nadeelcompensatie kan bij RVO. De aanvraagperiode loopt van dinsdag 3 november 2026 9.00 uur tot maandag 18 januari 2027 17.00 uur.

Let op! Vanaf maandag 2 november 2026 9.00 uur kun je al wel een conceptaanvraag klaarzetten. Lees hier wat je allemaal nodig hebt voor een aanvraag.

Betaling

RVO neemt telefonisch contact met je op als je aanvraag beoordeeld is. De eerste betalingen van de nadeelcompensatie worden vanaf half januari 2027 verwacht.

Door |2026-10-24T17:00:12+02:0021 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag compensatie vuurwerkdetailhandelaren vanaf 3 november
  • Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

Wanneer geldt de vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce?

De vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers houdt in dat de digitale diensten en afstandsverkopen binnen de EU die een Nederlandse ondernemer verricht voor consumenten in andere EU-landen zijn belast met Nederlandse btw. Met een kleine ondernemer wordt een ondernemer bedoeld die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de ondernemer is gevestigd in één EU-land;
  2. de ondernemer verricht de digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU voor consumenten uit een ander EU-land; én
  3. de totale omzet die de ondernemer realiseert met de grensoverschrijdende digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU is jaarlijks niet hoger dan € 10.000.

Hierbij gaat het om afstandsverkopen vanuit het EU-land waarin de kleine ondernemer is gevestigd. 

Deze vereenvoudigde regeling voorkomt dat de kleine ondernemer OSS-aangiften moet doen of zich voor de btw moet registreren in een ander EU-land.

Let op! Zodra de ondernemer met de digitale diensten en/of afstandsverkopen de drempel van € 10.000 overschrijdt, geldt het volgende. De digitale diensten zijn belast in het EU-land van de consument en de afstandsverkopen in het EU-land van aankomst van de goederen. Vaak zal het land van aankomst van de goederen gelijk zijn aan het EU-land van de consument. Voor de leesbaarheid van dit artikel geldt hierna daarom als uitgangspunt dat voor de afstandsverkopen het land van aankomst van de goederen gelijk is aan het land van de consument (hierna: EU-land van de consument).

Keuze voor btw-heffing in EU-land consument

De kleine ondernemer mag ervoor kiezen om de btw-regels van het EU-land van de consument toe te passen. Als het btw-tarief in het andere EU-land lager is, kan dit voordelig zijn.

Meldingsplicht vervalt vanaf 1 januari 2027

Tot 1 januari 2027 moet de ondernemer die kiest voor btw-heffing in het EU-land van de consument dat bij de Belastingdienst melden. Dit moet vóór de 10e dag van de maand volgend op de datum waarop de ondernemer de eerste digitale dienst of afstandsverkoop aan de consument uit een ander EU-land verricht. Lukt dat niet binnen deze termijn, dan geldt de keuze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak volgend op het aangiftetijdvak waarin de keuze aan de Belastingdienst is gemeld.

Deze meldingsplicht vervalt per 1 januari 2027. Vanaf deze datum wordt een ondernemer die de Unieregeling binnen de OSS toepast, geacht te hebben gekozen voor btw-heffing in het EU-land. Als de ondernemer deze keuze niet maakt, en dus de vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers toepast, blijkt dat uit de administratie.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

Het vervallen van de meldingsplicht per 1 januari 2027 maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn ‘VAT In the Digital Age’ (VIDA) . Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Door |2026-10-24T17:00:13+02:0020 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce
  • Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s

Greentimerregeling

De greentimerregeling houdt een verlaagd bijtellingspercentage van 14% over de cataloguswaarde van oudere elektrische auto’s in. Het gaat daarbij om elektrische auto’s in de leeftijd van vijf tot acht jaar. Meer details over deze voorgenomen regeling zijn op dit moment nog niet bekend, behalve dat het plan is om deze in 2029 in te voeren.

Inkomensafhankelijke inruilregeling

Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat liet in een brief van 21 september 2026 weten dat er gewerkt wordt aan een inkomensafhankelijke inruilregeling. Na demontage van een geschikte, oudere fossiele auto zou dan eenmalig een uitkering volgen voor de aankoop van een tweedehands elektrisch voertuig (EV) of voor een maandelijkse korting op het leasebedrag van een tweedehands EV.

Deze regeling gaat uitgevoerd worden door RVO, in samenwerking met de Belastingdienst en de RDW.

Let op! Meer details van deze regeling zijn op dit moment nog niet bekend. Het doel was om de regeling eind september 2026 ter consultatie aan te bieden. De regeling zou daarna zo snel mogelijk opengesteld gaan worden, bij voorkeur nog in het laatste kwartaal van 2026. Het is nog even afwachten of die datum gehaald gaat worden.

Door |2026-10-24T17:00:14+02:0015 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Lagere bijtelling en inruilregeling voor oudere elektrische auto’s
  • Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

Handling fee

Met de handling fee van € 2 per productgroep willen de Europese lidstaten stimuleren dat dezelfde producten in grotere hoeveelheden tegelijk geïmporteerd worden. Dit is voor de Douane beter en efficiënter te controleren. De handling fee wordt op 1 november 2026 waarschijnlijk in alle EU-lidstaten tegelijk ingevoerd.

Omdat de € 2 per productgroep geldt, zullen vooral kleinere pakketjes getroffen worden door de handling fee. De toeslag van € 2 is dan ook een compensatie voor de kosten die de Douane moet maken om de kleine pakketjes te controleren.


Let op! De hoogte van de handling fee wordt iedere twee jaar door de Europese Commissie herzien zodat de hoogte van deze onkostenvergoeding kan worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.

Invoerrechten kleine pakketten tot € 150

Op de invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 ook al € 3 invoerrechten per productgroep geheven. Door het vervallen van de vrijstelling van invoerrechten die vóór 1 juli 2026 voor dit soort pakketten gold, is de stroom kleine pakketten van buiten de EU vanaf 1 juli 2026 al flink gedaald. Zo betrof de daling in augustus 2026 ten opzichte van augustus 2025 75%. Desondanks verwerkt de Douane nog dagelijks een pakketstroom met meer dan 500.000 aangifteregels.

Door |2026-10-24T17:00:14+02:0015 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 november € 2 handling fee op import
  • Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder

Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder

Parkeerbelasting betaald in andere gemeente

Een parkeerder betaalde via een parkeerapp parkeerbelasting, maar door een gps-fout betaalde hij parkeerbelasting in een andere gemeente dan de gemeente waar zijn auto stond. Omdat voor de werkelijke parkeerlocatie niet was betaald, legde de gemeente een naheffingsaanslag op.

Volgens het hof mag van een parkeerder worden verwacht dat hij controleert of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar hij heeft geparkeerd. Dit geldt in het bijzonder wanneer de parkeerlocatie dicht bij een zonegrens of gemeentegrens ligt. De fout in deze zaak was niet veroorzaakt door onjuiste informatie in de app over tarief- of parkeerzone maar door de werking van het gps-signaal. Deze fout komt volgens het hof voor risico van de parkeerder.

Onderscheid tussen parkeerzone en tarief

Het hof maakt onderscheid tussen de selectie van de parkeerzone en de juistheid van het getoonde tarief. De parkeerder moet eerst controleren of de juiste zone is geselecteerd. Is dat het geval, dan mag hij in beginsel vertrouwen op het tarief dat de app voor die zone toont. De verantwoordelijkheid van de gemeente ziet volgens deze benadering op de juistheid van de informatie die zij aan de aanbieder van de parkeerapp verstrekt. Die verantwoordelijkheid strekt zich volgens het hof niet uit tot een onjuiste zoneselectie als gevolg van een gps-fout.

Let op! Controleer bij het starten van een parkeeractie altijd of de door de app voorgestelde parkeerzone overeenkomt met de plaats waar de auto staat. Dit is extra belangrijk in de buurt van een zone- of gemeentegrens. Bewaar bij twijfel zo mogelijk schermafbeeldingen van de locatie, de voorgestelde en geselecteerde zone, het tarief en de parkeeractie.

Verhouding tot arrest Hoge Raad

In een eerder arrest (5 juni 2020) oordeelde de Hoge Raad dat een parkeerder mocht vertrouwen op het tarief dat in een door de gemeente toegestane parkeerapp werd getoond. Het onjuiste tarief was in die zaak veroorzaakt door een fout in de informatie-uitwisseling tussen de gemeente en de aanbieder van de app. De gemeente had daardoor volgens de Hoge Raad niet aan haar informatieplicht voldaan; van de parkeerder kon niet worden verlangd dat hij het tarief in de app ook nog vergeleek met de bebording of de parkeerautomaat.

De uitspraak van het hof ligt daarmee gedeeltelijk in het verlengde van het arrest van de Hoge Raad, maar brengt ook een nieuwe risicoverdeling aan. Daarbij kan de vraag worden gesteld of een gps-fout werkelijk buiten de risicosfeer van de gemeente behoort te vallen. De gemeente staat immers het gebruik toe van een parkeerapp die automatisch een zone voorstelt. Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om hierover duidelijkheid te geven.

Door |2026-10-24T17:00:14+02:0014 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Gps-fout parkeerapp komt voor risico van parkeerder
  • Geen generieke verlaging invorderingsrente coronabelastingschulden

Geen generieke verlaging invorderingsrente coronabelastingschulden

Standaard betalingsregeling

In de coronaperiode konden ondernemers vanaf 2020 tot 1 april 2022 uitstel van betaling krijgen voor hun belastingschulden. Vanaf 1 oktober 2022 moeten zij die via de standaard betalingsregeling voor coronaschulden in 60 maandelijkse termijnen aflossen. Deze regeling loopt voor veel coronabelastingschulden op 1 oktober 2027 af.

Let op! Voorwaarde voor de standaard betalingsregeling is dat de ondernemer vanaf 1 oktober 2022 voldoet aan alle nieuwe aangifte- en betalingsverplichtingen. De ondernemer moet ook vanaf 1 oktober 2022 de 60 maandelijkse termijnen op tijd betalen. Gebeurt dat niet, dan kan de standaard betalingsregeling worden ingetrokken.

Achterstand op standaard betalingsregeling

De ondernemer die een achterstand oploopt op de betalingsregeling en die niet wil dat deze wordt ingetrokken kan de Belastingdienst vragen de betalingsregeling (tijdelijk) aan te passen. Zo bestaat de mogelijkheid voor een kwartaalbetaling in plaats van een maandbetaling. Een andere mogelijkheid is om één keer een periode van maximaal zes aaneengesloten maanden te stoppen met betalen. Tot slot bestaat er de mogelijkheid dat de standaard betalingsregeling wordt verlengd van 60 maanden (vijf jaar) naar zeven jaar.

Let op! Voor al deze mogelijkheden gelden voorwaarden én ze brengen (financiële) gevolgen (waaronder meer invorderingsrente) met zich mee. Kijk voor de voorwaarden en de gevolgen op de website van de Belastingdienst.

Stand coronabelastingschulden

Van de ruim 266.000 ondernemers die in 2022 begonnen aan de standaard betalingsregeling hebben ongeveer 89.000 hun schuld volledig afgelost. Ongeveer 79.000 ondernemers hadden medio augustus 2026 nog een coronabelastingschuld van totaal € 2,3 miljard. Bij ongeveer 100.000 ondernemers is de standaard betalingsregeling ingetrokken of is sprake van sanering of faillissement.

Let op! De Belastingdienst stuurt elk kwartaal een schuldenoverzicht en een overzicht van de verwerkte betalingen naar de ondernemer.

Geen generieke verlaging invorderingsrente

Ook komt er geen generieke verlaging van de invorderingsrente voor op dit moment nog openstaande coronabelastingschulden. Bij de standaard betalingsregeling is namelijk bewust niet afgezien van de invorderingsrente om een prikkel te houden tot tijdige betaling en aflossing. Bovendien vindt de staatssecretaris een verlaging van de invorderingsrente moeilijk uitlegbaar aan ondernemers die hun coronabelastingschuld wel tijdig of zelfs al helemaal hebben afgelost of die hun reguliere belastingschulden tijdig betalen.

Tip! De staatssecretaris wijst nog op geldfit.nl voor een laagdrempelig en onafhankelijk startpunt voor ondernemers die op zoek zijn naar hulp of advies bij hun belastingschulden.

Door |2026-10-24T17:00:15+02:0013 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Geen generieke verlaging invorderingsrente coronabelastingschulden
  • Subsidie Private Laadinfrastructuur (SPRILA) nog mogelijk

Subsidie Private Laadinfrastructuur (SPRILA) nog mogelijk

Voor wie?

Om voor de SPRILA in aanmerking te komen moet je onderneming in Nederland gevestigd zijn, economische activiteiten uitvoeren en ingeschreven staan bij de KVK. Je onderneming moet eigen elektrische voertuigen of bouwwerktuigen hebben.

Maar ook als je werknemers of je klanten elektrisch rijden kun je in aanmerking komen voor de SPRILA. Hetzelfde geldt als je vastgoedeigenaar bent en je huurders laadinfrastructuur nodig hebben.

Let op! Ga je als ondernemer de laadinfrastructuur exploiteren? Dan kom je niet in aanmerking voor de SPRILA.

Voorwaarden

Voorwaarde voor de SPRILA is dat je de laadinfrastructuur in Nederland op eigen terrein of op een gehuurd terrein plaatst. De laadinfrastructuur mag niet openbaar zijn, maar alleen op bepaalde momenten te gebruiken zijn door een specifieke groep gebruikers. 

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden die je hier kunt vinden.

Hoogte subsidie laadinfrastructuur

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het soort laadstation (AC of DC) in combinatie met het maximaal aan het elektrisch voertuig te leveren vermogen.

De hoogte van de subsidiebedragen lopen op van € 400 voor een AC-laadstation met een vermogen vanaf 11 kW tot € 44.000 voor een DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW.

Let op! Als mkb-ondernemer kom je in aanmerking voor een verdubbeling van deze subsidiebedragen. Je hebt daarvoor een mkb-verklaring nodig, die je via deze link kunt maken.

Meer details over de hoogte van de subsidie vind je hier.

Subsidie batterij

Voor een batterij is maximaal tot 1.000 kWh subsidie mogelijk. Het subsidiebedrag is € 60 per kWh. Voor mkb’ers is dit € 85 per kWh. Voor de batterij gelden aanvullende voorwaarden.

Aanvragen

Aanvragen van de SPRILA is al mogelijk vanaf 20 januari 2026. Begin juni 2026 zijn de budgetten verhoogd voor laadinfrastructuren en batterijen. Begin oktober 2026 was van de € 68.500.000 voor laadinfrastructuren met AC- of DC-laadstations € 56.337.003 aangevraagd. Voor batterijen was op dat moment € 34.426.278 van de € 45.000.000 budget aangevraagd.

Is je subsidie lager dan € 25.000, dan ontvang je het volledige subsidiebedrag in één keer. Bij subsidies vanaf € 25.000, krijg je eerst een voorschot van 50%.

Let op! Aanvragen kan nog tot 18 december 12.00 uur. Houd er rekening mee dat de budgetten mogelijk eerder al op zijn.

OV-concessiehouders en touringcarbedrijven

OV-concessiehouders en touringcarbedrijven kunnen ook in aanmerking komen voor de SPRILA. Begin oktober 2026 was van het beschikbare budget van € 9.000.000 van deze groep € 1.124.308 aangevraagd.

Door |2026-10-24T17:00:15+02:0012 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Subsidie Private Laadinfrastructuur (SPRILA) nog mogelijk
  • Afschaffing bosbouwvrijstelling per 2029 zonder overgangsrecht

Afschaffing bosbouwvrijstelling per 2029 zonder overgangsrecht

Bosbouwvrijstelling

Voordelen uit een bosbedrijf zijn bij toepassing van de bosbouwvrijstelling vrijgesteld van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Door de brede definitie van de begrippen ‘voordelen’ en ‘bos’ kunnen zowel bosbouwbedrijven als niet-bosbouwbedrijven van de vrijstelling gebruikmaken.

Voorbeelden van niet-bosbouwbedrijven die (deels) gebruik kunnen maken van de bosbouwvrijstelling zijn bedrijven die winst maken met de verkoop van kerstbomen- en takken, de verhuur of verkoop van grafrechten op natuurbegraafplaatsen en de verkoop van snoeisel, zoals taxushagen voor de farmaceutische industrie. 

Afschaffing per 1 januari 2029

Het kabinet stelt voor om de bosbouwvrijstelling per 1 januari 2029 af te schaffen omdat onderzoeksbureau SEO de bosbouwvrijstelling negatief heeft beoordeeld op doeltreffendheid en doelmatigheid. Zo is ruim 99% van de gebruikers van de bosbouwvrijstelling een niet-bosbouwbedrijf. Het kabinet vindt bovendien dat de afschaffing van de bosbouwvrijstelling het belastingstelsel eenvoudiger maakt.

Geen overgangsrecht

Het voorstel is om de bosbouwvrijstelling in een keer af te schaffen zonder overgangsrecht.

Let op! Het voorstel tot afschaffing van de bosbouwvrijstelling is opgenomen in het Belastingplan 2027. De Tweede en de Eerste Kamer moeten nog instemmen hiermee. De afschaffing per 2029 is dus nog niet definitief.

Volgt de landbouwvrijstelling en cultuurgrondvrijstelling ook?

Het Financieel Dagblad meldt dat in aanloop naar begrotingsbesprekingen in het voorjaar van 2027 verkend wordt hoe fiscale landbouwregelingen kunnen worden afgeschaft of hervormd. LTO meldt in reactie daarop dat Staatssecretaris Eerenberg van Financiën in de Algemene Financiële Beschouwingen heeft aangegeven op dit moment niet te willen tornen aan de landbouwvrijstelling.

Hoewel onderzoeksbureau SEO ook de landbouwvrijstelling negatief beoordeeld heeft op doeltreffendheid en doelmatigheid, lijkt het er op dit moment daarom niet op dat de landbouwvrijstelling in 2027 als volgende aan de beurt is om afgeschaft te worden.

Het is niet duidelijk of dit ook geldt voor de cultuurgrondvrijstelling in de overdrachtsbelasting bij aankoop van landbouwgrond. Ook deze vrijstelling is door onderzoeksbureau SEO negatief beoordeeld.

Door |2026-10-24T17:00:16+02:009 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Afschaffing bosbouwvrijstelling per 2029 zonder overgangsrecht