Nieuwsbrief

  • Nieuwsbrief juni 2022

Nieuwsbrief juni 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 juni 2022, 20:00 uur.


1. Het MKB staat voor grote uitdagingen

Het MKB heeft in 2021 financieel over de breedte goed gepresteerd, mede dankzij de Coronasteun van de overheid. Niet alleen de omzet en de winst stegen, ook de vermogenspositie staat op grote hoogte. Maar de onderlinge verschillen tussen MKB-ondernemingen zijn groot. Bovendien zijn de opgebouwde buffers keihard nodig in het licht van de grote uitdagingen waar het MKB nu voor staat.

Dit komt naar voren uit het SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetstijging ruim 10%, winststijging bijna 38%
In 2021 heeft het MKB ten opzichte van 2020 een omzetstijging van ruim 10% laten zien en een winststijging van bijna 38%. Dit zijn weliswaar gemiddelden. Als we bijvoorbeeld de cijfers van de horeca vergelijken met het pre-Coronajaar 2019, zien we dat de sector nog lang niet op het oude niveau zit.

Nederland totaal

Zorgen over toegang tot financiering
Het MKB staat voor grote uitdagingen. Daarbij valt te denken aan de sterk gestegen energieprijzen – mede door de oorlog in Oekraïne –, de schaarste aan grondstoffen, de personeelstekorten en de koopkrachtdaling. En dat terwijl het MKB volgens Harry Marissen, bestuurslid SRA, en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, steeds moeilijker aan financiering kan komen. “Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling”, zegt Marissen. “Bedrijven moeten zich wapenen voor de toekomst en blijven innoveren en investeren, ook in de energietransitie.”

Wat moet het kabinet nu doen voor een gunstig ondernemersklimaat? Vonhof: “We mogen trots zijn op de prestaties van ondernemers. Voor veel sectoren is vorig jaar een goed jaar geweest. Maar, het MKB in bijvoorbeeld de industrie heeft de buffers ook nodig om de crisis vanwege de oorlog in Oekraïne aan te kunnen. We maken ons verder zorgen over de ondernemers die met forse Coronaschulden overeind moeten blijven. Het kabinet moet voor deze groep aandacht houden. We staan als ondernemers voor forse innovatie en dus investeringsuitdagingen. Digitalisering en robotisering zullen, gegeven de krappe arbeidsmarkt, een impuls krijgen. Investeringen om te voldoen aan de duurzaamheidseisen vragen sowieso veel van het MKB. Het is heel mooi nieuws dat het eigen vermogen gemiddeld in het MKB op peil is gebleven in 2021. Dat de toegang tot financiering niet is verbeterd, is een flinke tegenvaller. Als we dit niet oplossen, gaan we onze ambities niet halen.”

Omzetontwikkeling over 2021
De omzet is het sterkst gestegen in de industrie (+20,8%), gevolgd door de specialistische zakelijke dienstverlening (+12%), de logistieke branche (+11,6%) en de horeca (+11,4%). De bouw (+4,8%) en de detailhandel (+5,3%) blijven achter bij het gemiddelde. De omzetstijging van de horeca in 2021 moet worden gezien in de context van een omzetdaling in 2020.

De omzetontwikkeling in het MKB heeft in 2021 gemiddeld een verbetering laten zien ten opzichte van het voorgaande jaar (10,1%, tegenover +0,6% in 2020). De groei werd vooral gedreven door het herstel van de economie, al hebben lockdowns ervoor gezorgd dat niet alle bedrijven hier (even sterk) van hebben kunnen profiteren. Per saldo heeft bijna 73% van de mkb-bedrijven de omzet zien stabiliseren of stijgen.

Omzetontwikkeling

Winstontwikkeling over 2021
De winst is in 2021 met bijna 38% toegenomen. Dit is erg sterk ten opzichte van het voorgaande jaar (+9%) en ook in vergelijking met de omzetgroei. Per saldo liet bijna 54% van de ondernemers een stabiele of hogere winst zien ten opzichte van een jaar eerder. Bij micro-ondernemingen, minder dan 10 fte, was dat 45%. Dat komt omdat zij minder gebruik konden maken van de NOW-steunmaatregel in vergelijking met grotere ondernemingen.

Winstontwikkeling

Ontwikkeling eigen vermogen
Het eigen vermogen is in het MKB in totaal met bijna 17% toegenomen. Een jaar eerder was er een stijging van bijna 13%. De groei van het eigen vermogen in 2021 zal voor een groot deel verband houden met de stevige winstgroei die is toegevoegd aan het eigen vermogen. Daarnaast heeft de Coronasteun van de overheid voorzien in liquiditeit.

Eigen vermogen


2. Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.

Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.

De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die in mei openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op!
Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kan je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.

Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.


3. Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Ondernemers gaan bij hogere winsten meer vennootschapsbelasting betalen en in box 2 worden twee tarieven geïntroduceerd, in plaats van één tarief nu. Deze en andere nieuwe belastingmaatregelen komen uit de plannen van de Voorjaarsnota van 20 mei 2022.

Voorjaarsnota
Vrijdag 20 mei 2022 zond de minister van Financiën de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De Voorjaarsnota bevat een bijwerking van de begroting voor 2022 en de plannen voor 2023 en verder. Hieruit kunnen verschillende nieuwe belastingmaatregelen ontleend worden.

Nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023
De belangrijkste aangekondigde nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023 zijn:

  • de tariefschijf vennootschapsbelasting gaat weer naar €200.000 (is nu €395.000). Vanaf 2023 is dus voor winsten boven de €200.000 al 25,8% vennootschapsbelasting verschuldigd;
  • het is vanaf 2023 niet langer mogelijk om te een bedrag te reserveren voor de Fiscale Oudedagsreserve (FOR);
  • de verhoging van het heffingsvrij vermogen in box 3 van €50.650 naar circa €80.000 gaat niet door;
  • de aangekondigde verhoging van de ouderenkorting vanaf 2023 gaat niet door;
  • de doelmatigheidsmarge in het gebruikelijk loon wordt verlaagd van 25 naar 15% met als gevolg dat mogelijk een verhoging van het DGA-loon nodig is;
  • het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor beleggers gaat van 8% omhoog naar 10,1% (eerder was 9% aangekondigd).

Tarieven box 2 en 30%-regeling vanaf 2024
Vanaf 2024 zijn twee tarieven in box 2 aangekondigd: 26% voor de eerste €67.000 inkomsten per persoon, 29,5% daarboven. Op dit moment geldt één tarief van 26,9%. Daarnaast wordt de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm.

Algemene heffingskorting vanaf 2025
De daling van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen maar afhankelijk van het inkomen in box 1, maar ook van het inkomen in box 2 en 3.

Meevallers reiskostenvergoeding en zonnepanelen
Naast deze lasten verzwarende maatregelen zijn er ook wat meevallers te melden. Zo vindt de eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding al plaats vanaf 2023. Daarnaast start de afbouw van de salderingsregeling voor de teruglevering van energie van zonnepanelen niet in 2023 maar in 2025 en is vanaf 2023 geen btw meer verschuldigd over de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen.


4. Nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022

De nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof (WBO) gaat in 2022 van kracht. Daarin is geregeld dat vanaf 2 augustus 2022 jouw werknemers recht hebben op een uitkering van het UWV als zij ouderschapsverlof opnemen. Deze wet is een wijziging van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO).

Hoe ziet betaald ouderschapsverlof eruit?
De totale omvang van ouderschapsverlof bedraagt 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. Het verlof kan opgenomen worden tot aan de dag waarop het kind de leeftijd van acht jaar bereikt.

Onder de WBO geldt vanaf 2 augustus dat de werknemer die ouderschapsverlof opneemt, gedurende negen weken recht heeft op een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het maximum dagloon. Jouw werknemer heeft alleen recht op deze uitkering als het verlof wordt opgenomen vóór de datum waarop het kind de leeftijd van één jaar bereikt.

Let op!
Is het kind van jouw werknemer vóór 2 augustus 2022 geboren? Dan heeft jouw werknemer ook recht op betaald ouderschapsverlof zolang het kind de leeftijd van één jaar nog niet heeft bereikt. Voorwaarde is verder dat jouw werknemer nog niet het volledige recht op ouderschapsverlof (26 weken) heeft opgenomen.

Welke werknemers komen in aanmerking?
Voor de WBO komen in aanmerking:

  • de werknemer die wettelijke ouder is of het kind heeft erkend;
  • de werknemer die volgens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van het kind als een eigen kind op zich heeft genomen;
  • de werknemer die pleegzorgouder of adoptieouder is.

Voor het aanvragen van een uitkering van het UWV is het noodzakelijk dat de werknemer een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling heeft (ambtenaren). De aanvraag loopt dan via de werkgever.

Ook voor de DGA!
Vanaf 2 augustus komen directeur-grootaandeelhouders, alfahulpen en particuliere huishoudelijke hulpen ook in aanmerking voor betaald ouderschapsverlof. Gedurende 9 weken kunnen zij een uitkering krijgen van 70% van het wettelijk minimumloon van een 21-jarige.

Tip!
Zij kunnen vanaf 2 augustus ook een beroep doen op betaald aanvullend geboorteverlof. Zij krijgen dan recht op maximaal 5 weken 70% van het wettelijk minimumloon voor een 21-jarige.

DGA’s, alfahulpen en huishoudelijke hulpen dienen de aanvraag rechtstreeks in bij het UWV. Voor het aanvragen van een uitkering moeten ook zij een arbeidsovereenkomst hebben.

Europese richtlijn
Betaald ouderschapsverlof was nog niet eerder geregeld. Het is de uitwerking van een Europese richtlijn om het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers te bevorderen.


5. TVL voor starters tot 2 augustus aan te vragen

Ondernemers in het MKB die vanaf 1 juli 2020 zijn gestart, kunnen TVL voor starters aanvragen. Voor het vierde kwartaal 2021 bij een omzetverlies van 20% en voor het eerste kwartaal 2022 bij een omzetverlies van 30% ten opzichte van het derde kwartaal 2021. Voorwaarde is onder meer dat de onderneming na 30 juni 2020 maar uiterlijk 30 juni 2021 (voor TVL Q4 2021) of 30 september 2021 (voor TVL Q1 2022) was ingeschreven bij de KVK. De minimale TVL bedraagt €1.500 per kwartaal, de maximale €100.000. Voor bepaalde sectoren is het maximum lager. Het aanvragen van de TVL kan tot 2 augustus 2022 17.00 uur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).


6. Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk

Vanaf 2 juni 2022 tot en met 16 september 2022 17.00 uur is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een subsidie praktijkleren voor het studiejaar 2021-2022. De subsidie praktijkleren is bedoeld voor werkgevers die leerlingen, deelnemers of studenten begeleiden. Daarnaast biedt de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van promovendi of technologische ontwerpers in opleiding (toio’s). De subsidie bedraagt maximaal €2.700 per praktijk- of werkleerplaats. Voor een MBO BBL-leerplek in de sectoren landbouw, horeca en recreatie en in contact- en conjunctuurgevoelige sectoren en voor een hbo-leerplek in de sectoren techniek (inclusief ICT) en gezondheidszorg is extra subsidie beschikbaar. Deze extra subsidie loopt automatisch mee in jouw reguliere aanvraag van de subsidie praktijkleren.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0013 juni 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2022
  • Nieuwsbrief mei 2022

Nieuwsbrief mei 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 9 mei 2022, 20:00 uur.


1. Rechtsherstel box 3 vóór 4 augustus via ‘spaarvariant’

De ongeveer 60.000 belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020, krijgen vóór 4 augustus van dit jaar rechtsherstel. Het herstel wordt geboden via de zogenaamde spaarvariant. Vooral voor mensen met spaargeld betekent dit dat ze een teruggave kunnen verwachten. Dit heeft het kabinet bekendgemaakt.

Hoe wordt de mogelijke teruggave berekend?
Er is een nieuwe methodiek opgesteld om de belastingheffing op het vermogen te bepalen voor de jaren 2017 tot en met 2020. In deze zogenaamde spaarvariant wordt de heffing in box 3 berekend via de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. Hierover wordt een forfaitair rendement berekend. Voor het spaargeld wordt uitgegaan van een forfaitair rendement op basis van de actuele spaarrente (van 0,25% in 2017 tot 0,01% in 2021), die bijna nul is. Bij het vaststellen van het forfaitair rendement van beleggingen wordt uitgegaan van het meerjarige gemiddelde rendement op beleggingen (van 5,39% in 2017 tot 5,69% in 2021). Voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente (van 3,43% in 2017 tot 2,46% in 2021).

Bedraagt de box 3-heffing op basis van deze nieuwe berekening minder dan op basis van de wettelijke berekening en maak je tijdig bezwaar? Dan volgt een teruggaaf. Is de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening hoger, dan volgt geen teruggaaf. Je hoeft voor de jaren 2017 tot en met 2022 echter ook niet bij te betalen.

Let op!
Het kabinet wil deze uitgangspunten ook toepassen voor de heffing in box 3 over de jaren 2023 en 2024. Hiertoe zal met Prinsjesdag 2022 een wetsvoorstel worden ingediend. Het is de bedoeling dat vanaf 2025 de box 3-heffing dan plaatsvindt op basis van het werkelijke rendement.

Rechtsherstel nog niet vaststaande aanslagen
Vanaf medio september 2022 wordt daarnaast herstel geboden aan de aanslagen over 2017 tot en met 2020 die op 24 december 2021, de datum van het arrest van de Hoge Raad, nog niet onherroepelijk vaststonden. Vanaf medio oktober volgt dan het rechtsherstel voor de aangiften 2017 tot en met 2020 waarbij nog geen aanslag was opgelegd.

Afhandeling aangifte 2021
Mensen met box 3-inkomen die dit jaar op tijd aangifte hebben gedaan over 2021 en belasting moeten betalen, ontvangen deze aanslag niet voor 1 juli van dit jaar. De Belastingdienst houdt de aangiftes met box 3 apart en legt deze aanslagen vanaf augustus 2022 gefaseerd op. Op dat moment is waarschijnlijk ook een nieuwe versie van de onlineaangifte 2021 beschikbaar. Indien gewenst, bijvoorbeeld in verband met een nieuwe partnerverdeling, kan de aangifte 2021 dan opnieuw ingediend worden.

Wie voor 1 mei 2022 aangifte heeft gedaan en een teruggave verwacht, krijgt in eerste instantie wel een voorlopige aanslag die gebaseerd is op de oude systematiek. Bedraagt de box 3-heffing op basis van de nieuwe berekening minder, dan herstelt de Belastingdienst dit automatisch bij het opleggen van de definitieve aanslag. Je hoeft hiervoor dus geen actie te ondernemen.

Geen bezwaar gemaakt?
Voor degenen die geen (tijdig) bezwaar maakten tegen de aanslagen 2017 tot en met 20202, beslist het kabinet later of ook zij rechtsherstel krijgen. Dit hangt af van een arrest van de Hoge Raad in een andere zaak, dat dit najaar wordt verwacht.


2. Sancties dreigen voor niet registreren in UBO-register

Voor een aantal juridische entiteiten bestaat de plicht om geregistreerd te zijn in het zogenaamde UBO-register. Val je hieronder en heb je, je nog niet ingeschreven, dan kan je te maken krijgen met sancties. Dit heeft minister Kaag bekendgemaakt.

UBO-register
UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een BV, stichting, vereniging of andere organisatie waarvoor de registratieplicht geldt. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan.

Bij wie start de controle op inschrijving?
Ongeveer de helft van alle entiteiten die geregistreerd moeten zijn, voldoet nog niet aan deze plicht. Dit ondanks de ruime voorbereidingstijd. De aangekondigde sancties zullen zich daarom eerst richten op de entiteiten waar het risico op witwassen en financieren van terrorisme het grootst is. Bij andere entiteiten zal steekproefsgewijs gehandhaafd worden.

Let op!
Voordat er gehandhaafd wordt, ontvang je eerst een brief met een laatste waarschuwing en met een termijn om alsnog aan de registratieplicht te voldoen.

Uiteenlopende sancties
De sancties zijn uiteenlopend. Ze variëren van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom, tot in zeer uitzonderlijke gevallen een gevangenisstraf. Ook kan in uitzonderlijke gevallen een zaak voor strafrechtelijke handhaving worden doorverwezen naar het Openbaar Ministerie. Anderzijds zal ook op andere wijze gepoogd worden om het aantal geregistreerde entiteiten toe te laten nemen.

Nog niet ingeschreven?
Val je onder de verplichting je in te schrijven in het UBO-register en heb je dit nog niet gedaan? Doe dat dan alsnog. Je kan dit online doen bij de Kamer van Koophandel. Heb je hier vragen over of hulp bij nodig, neem dan contact met ons op.


3. Is jouw meewerkende partner verplicht verzekerd?

Als jouw partner in jouw eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of jouw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Jouw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij jouw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

  • Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
  • Wordt een vergoeding betaald?
  • Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus van een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt, gaat over de gezagsverhouding.

Let op!
Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip!
Werkt jouw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als jouw andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.


4. Giftenaftrek voor vrijwilligers, wanneer kan dit?

Als vrijwilliger kan je soms vanwege jouw vrijwilligerswerk giften aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden. Welke zijn dit?

Vrijwillig afzien van vrijwilligersvergoeding
Als je recht hebt op een vrijwilligersvergoeding, kan je deze misschien als gift aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting. Voorwaarde hiervoor is onder meer dat je door een regeling van de instelling recht heeft op de vergoeding, maar daar vrijwillig van afziet.

Let op!
De instelling waarvoor het vrijwilligerswerk wordt verricht, moet ook bereid én in staat zijn om je de vrijwilligersvergoeding daadwerkelijk te betalen. Heeft de instelling hiervoor onvoldoende financiële middelen, dan kan de vrijwilligersvergoeding alsnog niet als gift afgetrokken worden.

Andere voorwaarden voor de giftenaftrek
Een andere voorwaarde is dat de instelling – waarvoor het vrijwilligerswerk wordt verricht – een ANBI of culturele ANBI is. Deze instelling moet aan jou een verklaring geven dat vrijwilligerswerk is gedaan.

Let op!
Alleen als voldaan is aan álle voorwaarden kan de vrijwilligersvergoeding als gift in aftrek komen. In de praktijk blijkt dit weleens mis te gaan.

Gemaakte kosten als gift aftrekken
Maak je kosten voor het vrijwilligerswerk? Dan kan je deze kosten soms als gift in aftrek brengen.

Dat kan als je de kosten niet vergoed kan krijgen of hier vrijwillig van afziet. Het moet wel gaan om kosten die volgens maatschappelijke opvattingen vergoed behoren te worden. Denk hierbij aan reiskosten, portokosten, kosten voor papier, autokosten et cetera.

Tip!
Voor autokosten geldt een vast bedrag van €0,19 per kilometer. Wordt per taxi gereisd, dan mogen de werkelijke kosten in aanmerking genomen worden.

Let op!
Als je afziet van de vrijwilligersvergoeding én kosten maakt, komen deze kosten alleen in aftrek voor zover deze hoger zijn dan de vrijwilligersvergoeding.


5. Persoonlijke attentie aan werknemer kan belastingvrij

Alles wat je in verband met de persoonlijke relatie aan jouw werknemer geeft in plaats van in verband met de dienstbetrekking, is geen loon. Dit kan daarom belastingvrij. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een fruitmand voor een zieke werknemer of een rouwkrans bij overlijden. Geef je een persoonlijke attentie met een factuurwaarde (inclusief BTW) van maximaal €25 (geen geld of een waardebon)? En geef je dit in een situatie waarin anderen ook zo’n persoonlijke attentie zouden geven? Dan gaat de Belastingdienst ervan uit dat dit geen loon is. Dit kan dus belastingvrij. Voldoe je niet (helemaal) aan deze voorwaarden? De factuurwaarde is bijvoorbeeld meer dan €25? Dan kan er nog steeds sprake zijn van geen loon als er geen verband met de dienstbetrekking is. Houd er dan wel rekening mee dat je hierover misschien in discussie komt met de Belastingdienst.


6. AanZET: subsidie voor zero-emissieloze vrachtwagens

Voor de aanschaf van nieuwe emissieloze vrachtwagens kunnen ondernemingen en non-profitorganisaties vanaf 9 mei 2022 bij de Rijksdienst voor Ondernemen (rvo.nl) de Aanschafsubsidie Zero Emissie Trucks, oftewel AanZET, aanvragen. Je kan de subsidie pas aanvragen nadat je een koop- of financial-leaseovereenkomst zonder onherroepelijke verplichtingen heeft afgesloten. Deze overeenkomst mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt, nog niet definitief zijn. De subsidie is een percentage van de verkoopprijs van het vrachtautochassis inclusief af-fabriekopties, maar exclusief BTW. De hoogte is afhankelijk van twee factoren: het type voertuig en de grootte van de onderneming.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:009 mei 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2022
  • Nieuwsbrief april 2022

Nieuwsbrief april 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 11 april, 20:00 uur.


1. Vluchtelingen uit Oekraïne kunnen werken zonder vergunning

Wil je vluchtelingen uit Oekraïne als werknemer aannemen? Dan hoef je geen werkvergunning aan te vragen.

Zonder werkvergunning
Normaal gesproken moet je een werkvergunning aanvragen als je een werknemer afkomstig uit Oekraïne wilt aanstellen. In verband met de oorlog in hun thuisland geldt voor vluchtelingen uit Oekraïne echter de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. Hierdoor kan je hen tewerkstellen zonder vergunning.

Terugwerkende kracht
De mogelijkheid om Oekraïners in dienst te nemen zonder werkvergunning, geldt vanaf 1 april 2022. Had je al eerder Oekraïners in dienst? Dan kan je gebruikmaken van de vrijstelling voor een werkvergunning met terugwerkende kracht vanaf 4 maart 2022.

Bewijs
Om gebruik te kunnen maken van werken zonder werkvergunning, moet de Oekraïner een document van de IND tonen waaruit blijkt dat hij of zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie valt. Vluchtelingen uit Oekraïne krijgen van de IND zo’n document.

Tip!
Nog niet alle vluchtelingen hebben zo’n document. Tot en met 30 mei 2022 kunnen alle Oekraïners daarom ook hun nationaliteit aantonen met bijvoorbeeld een paspoort.

Meldplicht
Je bent wel verplicht een melding te doen bij het UWV als je een werknemer uit Oekraïne in dienst wilt nemen. Op de melding geef je onder meer de duur en omvang van het dienstverband aan, de functie en het loon van de werknemer. Twee dagen na deze melding kan deze dan starten met werken.

Tip!
Tot en met 15 april 2022 hoef je deze twee dagen nog niet af te wachten. Werknemers uit Oekraïne die op of na 4 maart bij je zijn gaan werken, kan je namelijk tot en met 15 april 2022 ook achteraf melden.

Tip!
Vroeg je tussen 4 maart en 1 april 2022 al een tewerkstellingsvergunning (TWV) aan? Dan hoef je niet alsnog een melding te doen. Het UWV behandelt deze aanvraag dan als melding.


2. Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

Vanaf 1 augustus 2022 geldt een aantal nieuwe rechten en opzegverboden voor arbeidsovereenkomsten. De Nederlandse wetgeving moet uiterlijk op die datum voldoen aan een Europese richtlijn voor transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.

Wetsvoorstel bij Tweede Kamer
Nederland moet op uiterlijk 1 augustus 2022 de EU-richtlijn in de eigen wetgeving hebben verwerkt. Het voorstel voor de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden ligt nu bij de Tweede Kamer. De EU-richtlijn legt aan werkgevers aanvullende verplichtingen op en heeft gevolgen voor verschillende arbeidsvoorwaarden en bedingen. De bedoeling van deze richtlijn is het beter beschermen van werknemersrechten.

Uitbreiding rechten werknemers
De EU-richtlijn beschrijft een aantal extra rechten en opzegverboden. De opzegverboden hebben als doel dat je als werkgever de arbeidsovereenkomst niet kunt opzeggen als een werknemer zich beroept op de nieuwe rechten. Deze nieuwe rechten hebben te maken met onder meer het studiekostenbeding, het nevenwerkzaamhedenbeding, het recht op voorspelbare arbeid en een informatieplicht van de werkgever.

1. Verbod studiekostenbeding voor noodzakelijke opleidingen
Er kan geen studiekostenbeding meer worden overeengekomen voor studiekosten die gemaakt worden voor de noodzakelijke uitoefening van de functie (en die door de wet of cao worden voorgeschreven). Die scholing moet kosteloos aan de werknemer worden aangeboden en moet indien mogelijk plaatsvinden onder werktijd.

2. Beperking verbod op nevenwerkzaamheden
Het nevenwerkzaamhedenbeding is op dit moment niet wettelijk geregeld. In het nieuwe wetsvoorstel wordt een verbod op nevenwerkzaamheden aan belangrijke beperkingen onderworpen. Een verbod op nevenwerkzaamheden zal niet meer rechtsgeldig kunnen worden bedongen. Uitzonderingen zijn beperkt en alleen op grond van objectieve redenen.

3. Verzoek voorspelbare arbeid
De werknemer mag een schriftelijk verzoek indienen om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden als de werknemer op het moment van aanpassing van de arbeidsvoorwaarden minstens 26 weken in dienst is. Heb je tien werknemers of meer in dienst, dan moet je binnen een maand op dit verzoek reageren; heb je minder werknemers, dan binnen drie maanden. Als je niet op tijd schriftelijk en gemotiveerd reageert, mag de werknemer dit opeisen.

4. Uitbreiding van informatieplicht
Extra informatie zal moeten worden verstrekt aan werknemers over de eventuele uitzendconstructie, over de eventuele proeftijd, over het scholingsrecht en het verschaffen van aanvullende informatie over regels en procedures bij ontslag.

Let op!
Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


3. Uitkering betaald ouderschapsverlof naar 70 procent dagloon

De uitkering voor betaald ouderschapsverlof wordt verhoogd naar 70 procent van het dagloon. Oorspronkelijk was in de Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022 een uitkering voor betaald ouderschapsverlof van 50 procent van het dagloon opgenomen. Het voorstel voor de verhoging naar 70 procent is door staatssecretaris Van Gennip naar de Tweede kamer gestuurd.

Betaald ouderschapsverlof
Ouders kunnen nu al 26 weken ouderschapsverlof opnemen, maar dit is onbetaald. Volgens de Wet betaald ouderschapsverlof worden vanaf 2 augustus 2022 de eerste negen weken wel betaald.

Opnemen in eerste levensjaar
Een belangrijk element is dat de eerste negen weken alleen worden betaald als deze in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Worden ze dan niet opgenomen, dan kunnen ze wel worden toegevoegd aan de nog resterende 17 weken onbetaald ouderschapsverlof.

Geboorteverlof
Partners hebben vanaf 2019 ook recht op een week betaald geboorteverlof in de eerste vier weken na de geboorte van de baby. Vanaf 1 juli 2020 bestaat ook recht op vijf weken aanvullend betaald geboorteverlof in de eerste zes maanden van een baby. Daarmee krijgen partners vanaf 2 augustus 2022 in het eerste levensjaar van het kind in totaal 15 weken betaald verlof.

Let op!
Het voorstel voor de uitkering naar 70 procent moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


4. Controleer inkomende facturen op BTW-verleggingsregeling

Als een BTW-verleggingsregeling van toepassing is, mag jouw leverancier of opdrachtnemer geen BTW op de factuur vermelden. Gebeurt dit wel, dan kan je deze ten onrechte vermelde BTW niet in aftrek brengen. Controleer daarom altijd goed of de BTW op jouw inkomende facturen terecht is.

BTW-verleggingsregeling
Voor bepaalde branches kan een BTW-verleggingsregeling van toepassing zijn, zoals voor de schoonmaakbranche of de bouwsector. Of bijvoorbeeld bij een levering groter dan €10.000 van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets. De leverancier of opdrachtnemer mag op de factuur dan geen BTW vermelden, maar moet de BTW verleggen naar de afnemer of opdrachtgever.

Btw niet verlegd?
Ontvang je een factuur mét BTW, maar is een BTW-verleggingsregeling van toepassing? Wees je er dan van bewust dat je deze BTW niet in aftrek kunt brengen. Een rechter bevestigde onlangs weer dat de Belastingdienst deze BTW-aftrek mag weigeren.

Tip!
Staat op een ontvangen factuur BTW, maar is een BTW-verleggingsregeling van toepassing? Verzoek jouw leverancier of opdrachtnemer dan om een nieuwe en juiste factuur waarop de BTW verlegd is.

Verhaal ten onrechte betaalde BTW
Heb je een factuur betaald aan jouw leverancier of opdrachtnemer? En kom je daarna pas tot de conclusie dat een BTW-verleggingsregeling gold? Verhaal de door jou ten onrechte betaalde BTW dan op jouw leverancier of opdrachtnemer. Alleen als het voor hen onmogelijk of uiterst moeilijk is om de ten onrechte betaalde BTW aan je terug te betalen, kan je aan de Belastingdienst verzoeken om de BTWaan je terug te betalen.

Let op!
De Belastingdienst zal in zo’n geval alleen de BTW aan je terugbetalen als jouw leverancier of opdrachtnemer de ten onrechte gefactureerde btw ook aan de Belastingdienst heeft afgedragen. Is dat niet gebeurd, dan zal de Belastingdienst je ook geen BTW terugbetalen.


5. Aangifte of verzoek voorlopige aanslag IB 2021 vóór 1 mei

Levert jouw aangifte inkomstenbelasting 2021 een te betalen bedrag op? Dan kan je te maken krijgen met belastingrente. Je kan dit voorkomen door vóór 1 mei 2022 jouw aangifte inkomstenbelasting 2021 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan geen belastingrente. Is het niet mogelijk om al vóór 1 mei 2022 jouw aangifte inkomstenbelasting 2022 in te dienen? Dan kan je om uitstel voor het indienen van de aangifte vragen. Het is dan wel verstandig om vóór 1 mei 2022 te verzoeken om een voorlopige aanslag. In dat geval berekent de Belastingdienst namelijk ook geen belastingrente. Zorg wel dat de voorlopige aanslag zo nauwkeurig mogelijk aansluit bij de werkelijkheid. Bij een te lage voorlopige aanslag betaal je later anders alsnog belastingrente.


6. Regel jouw vennootschapsbelasting, voorkom 8 procent rente

Als je een bv heeft, kan je belastingrente voorkomen door vóór 1 juni 2022 een correcte aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) 2021 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan geen belastingrente (normaal 8 procent!) als zij niet van de aangifte hoeft af te wijken. Lukt het niet om vóór 1 juni 2022 een aangifte in te dienen, vraag dan vóór 1 mei 2022 een voorlopige aanslag Vpb 2022 aan. Als je op de definitieve aanslag Vpb 2022 niet hoeft bij te betalen, voorkomt je dan ook 8 procent belastingrente. Heb je een gebroken boekjaar? Dan geldt als deadline voor het indienen van de aangifte zes maanden na afloop van het boekjaar en voor het vragen om een voorlopige aanslag vijf maanden na afloop van het boekjaar.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0011 april 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2022
  • Nieuwsbrief maart 2022

Nieuwsbrief maart 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met dinsdag 15 maart, 20:00 uur.


1. Schenkingsvrijstelling eigen woning in 2023 al omlaag

In het coalitieakkoord was de afschaffing van de schenkingsvrijstelling eigen woning al opgenomen. Volledige afschaffing gebeurt pas per 2024, maar de vrijstelling wordt per 1 januari 2023 wel al verlaagd naar €27.231.

Jubelton volledig afgeschaft per 1 januari 2024
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is ook wel bekend onder de naam ‘jubelton’.
Deze jubelton wordt per 1 januari 2024 volledig afgeschaft. Eerdere volledige afschaffing is volgens de minister van Financiën niet mogelijk vanwege de tijd die nodig is voor aanpassing van de automatiseringssystemen.

Jubelton omlaag per 1 januari 2023
Vooruitlopend op de volledige afschaffing wordt de jubelton vanaf 1 januari 2023 wel al verlaagd naar €27.231. De jubelton is dan gelijk aan het bedrag van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor schenkingen tussen ouders en kinderen.

Let op!
Verlaging naar €27.231 betekent feitelijk dat de jubelton voor ouders aan hun kind per 1 januari 2023 al verdwijnt. Het is namelijk niet mogelijk gebruik te maken van zowel de eenmalige verhoogde vrijstelling als de jubelton.

Bedrag in 2022
In 2022 bedraagt de jubelton nog €106.671. Dit bedrag kan geschonken worden voor een eigen woning, zonder dat schenkbelasting betaald hoeft te worden.

Voorwaarden jubelton

Een jubelton is mogelijk als de ontvanger – of zijn of haar partner – tussen de 18 en 40 jaar oud is en de jubelton gebruikt om:

  • een eigen woning te kopen of te verbouwen;
  • de hypotheek of restschuld van zijn/haar eigen woning af te lossen;
  • de rechten van erfpacht, opstal of beklemming van zijn/haar eigen woning af te kopen.

Tip!
Lukt het niet om een in 2022 geschonken jubelton meteen aan een van deze doelen te besteden? Dan is het, onder de huidige wettelijke bepalingen, mogelijk om de besteding nog plaats te laten vinden in 2023 of 2024. Het is nog niet bekend hoe de nieuwe wettelijke bepalingen vormgegeven gaan worden. Houd daarom rekening met de mogelijkheid dat deze spreidingsmogelijkheid al eerder vervalt en besteding na 2022 of 2023 niet meer kan plaatsvinden.

Let op!
De afschaffing van de jubelton per 1 januari 2024 en de verlaging per 1 januari 2023 worden opgenomen in het Belastingplan 2023, dat op Prinsjesdag 2022 gepresenteerd wordt. Vervolgens moet zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer nog met dit wetsvoorstel instemmen. Gezien de steun hiervoor is de kans zeer groot dat dit gaat gebeuren.

Wil je gebruikmaken van de jubelton – nu het nog kan –, neem dan contact met ons op voor meer informatie over de mogelijkheden en voorwaarden.


2. TVL Q1 2022 uiterlijk 31 maart 17.00 uur aanvragen

Ondernemers die in het eerste kwartaal van dit jaar minstens 30% omzetverlies hebben geleden, kunnen vóór 31 maart 2022 17.00 uur TVL aanvragen. Aanvragen moeten bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden ingediend. Starters kunnen binnenkort ook TVL aanvragen voor Q4 2021 en Q1 2022.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis met een omzetdaling geconfronteerd worden. De omvang van de tegemoetkoming hangt af van het percentage aan omzetverlies. Voor dit percentage ontvangt de ondernemer 100% compensatie van de vaste lasten, die worden gebaseerd op branchecijfers.

Let op!
De deadline voor de aanvraag is 31 maart 2022 17.00 uur. Aanvragen die te laat worden ingediend, worden afgewezen.

Referentieperiode
De omzetdaling kan worden vergeleken met het eerste kwartaal van 2019 of van 2020. De ondernemer mag kiezen voor de gunstigste optie.

Tip!
Voor ondernemingen die gestart zijn tussen 1 januari 2019 en 30 juni 2020 gelden afwijkende referentieperioden.

Maxima
De TVL kent ook maxima wat betreft de omvang van de steun. Voor MKB-bedrijven bedraagt dit maximum €550.000, voor grote bedrijven €600.000. Een onderneming of groep verbonden ondernemingen kan maximaal €2.300.000 aan TVL ontvangen gedurende de hele Coronaperiode.

Let op!
Voor ondernemingen in de visserij is dit maximale bedrag geen €2.300.000, maar €345.000 en voor ondernemingen in de land- en tuinbouw €290.000.

Verruiming referentieperiode TVL Q4 2021 bij zwangerschap
Voor de TVL van het vierde kwartaal 2021 geldt definitief een verruimde referentieperiode voor ondernemers die minimaal drie weken met zwangerschaps- en bevallingsverlof waren in beide referentiekwartalen (vierde kwartaal 2019 of eerste kwartaal 2020) van de TVL voor het vierde kwartaal van 2021. De Europese Commissie (EC) heeft deze verruiming in februari goedgekeurd. Deze groep ondernemers kan het derde kwartaal van 2020 gebruiken als alternatieve referentieperiode. De verminderde omzet als gevolg van de zwangerschap heeft dan geen negatief effect meer op de TVL.

TVL voor startende ondernemer
Ondernemers die tussen 30 juni 2020 en 30 september 2021 hun ondernemer startten, kunnen binnenkort ook een beroep doen op de TVL. Dit maakte het kabinet onlangs bekend. De maximale TVL voor hen bedraagt €100.000 per kwartaal.

Ondernemers die tot en met 30 juni 2021 startten, kunnen een beroep doen op TVL voor zowel Q4 2021 als Q1 2022. De voorwaarden zijn nagenoeg gelijk aan de voorwaarden van de reguliere TVL. Zo moet het omzetverlies in Q4 2021 20% bedragen en in Q1 2022 30%. De referentieperiode is voor beide TVL-perioden Q3 2021.

Startte de onderneming in Q3 2021 dan kan de onderneming alleen een beroep doen op TVL Q1 2022. De referentieperiode is dan de eerste drie maanden volgend op de maand van inschrijving.

Let op!
De TVL-regeling voor starters moet nog in detail worden uitgewerkt. Het is op dit moment daarom nog niet mogelijk om een aanvraag te doen.


3. Verlenen werkvergunning buitenlandse werknemer gewijzigd

De Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) is gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2022 kan een werkvergunning voor maximaal drie jaar worden verleend. Voorheen was dat maximaal één jaar. Daarnaast zijn de voorwaarden voor het verkrijgen van een werkvergunning uitgebreid.

Maximale duur werkvergunning naar drie jaar
Voor werknemers die niet uit de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland komen, moet je als werkgever in bepaalde gevallen een werkvergunning aanvragen. De EER bestaat uit de EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Vanaf 1 januari 2022 kan een werkvergunning, afhankelijk van de voorwaarden, voor maximaal drie jaar worden verleend.

Maximaal twee jaar bij volledige arbeidsmarkttoets
Een werkvergunning met een volledige arbeidsmarkttoets kan voor maximaal twee jaar worden verleend in plaats van één jaar. Een volledige arbeidsmarkttoets houdt in dat het UWV volgens een bepaalde methodiek eerst toetst of binnen de EER en Zwitserland geschikt personeel te vinden is; dat wordt ‘prioriteitgenietend’ aanbod genoemd. Ook moet de beschikbare arbeidsplaats ten minste vijf weken vóór het indienen van de aanvraag gemeld worden bij het UWV Werkbedrijf. Daarnaast moet je kunnen aantonen dat je voldoende inspanningen heeft verricht om de arbeidsplaats door prioriteitgenietend aanbod in te vullen.

Het UWV voert geen volledige arbeidsmarkttoets uit als sprake is van buitengewone omstandigheden die een snelle invulling van de arbeidsplaats noodzakelijk maken en die niet te voorzien of te beïnvloeden waren.

Bij bepaalde werkzaamheden geen volledige arbeidsmarkttoets
Voor bepaalde werkzaamheden wordt een uitzondering gemaakt en vindt er geen volledige arbeidsmarkttoets plaats. Dit geldt voor het uitoefenen van een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie. Ook wordt hiervan afgeweken ten behoeve van internationale handelscontacten, scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere culturele contacten of ten behoeve van vreemdelingen met een geldige werkvergunning.

Voorwaarden voor een werkvergunning uitgebreid
In de nieuwe WAV is ook een aantal voorwaarden voor het verkrijgen van een werkvergunning toegevoegd. Zo moet je het loon dat op de werkvergunning staat via een bankrekening aan de werknemer betalen. Dit loon betreft de werkzaamheden van maximaal een maand. Zo kan de Nederlandse Arbeidsinspectie de loonbetaling beter controleren.

Ook kan de aanvraag voor een werkvergunning worden afgewezen als er in jouw organisatie geen economische activiteiten plaatsvinden. Wanneer je kortgeleden met jouw onderneming bent begonnen, moet je kunnen aantonen dat jouw onderneming is gestart. Het UWV spreekt dan met je af binnen welke termijn je dat moet aantonen. Verder wordt je voor het verstrekken van een werkvergunning van langer dan een jaar verplicht de buitenlandse werknemer scholing in de Nederlandse taal aan te bieden.


4. Aanvraag SLIM voor het MKB tot 1 april open

Vanaf 1 maart 2022 tot en met 31 maart 2022 17.00 uur is het voor individuele MKB-ondernemingen weer mogelijk om SLIM-subsidie aan te vragen. Dit is een subsidieregeling voor leren en ontwikkelen in het MKB.

SLIM
SLIM is een subsidie bedoeld voor initiatieven gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen. Voor individuele MKB-ondernemingen zijn er in 2022 twee aanvraagperiodes: in maart en in september.

Subsidiabele activiteiten

De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:

  • het doorlichten van de onderneming, resulterend in een opleidings- of ontwikkelplan;
  • het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming;
  • het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming die werkenden in de onderneming stimuleert hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk;
  • het gedurende enige tijd bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf.

Let op!
De activiteit waarvoor subsidie wordt gekregen, moet binnen twaalf maanden worden afgerond.

Hoogte subsidie
Kleine MKB-ondernemingen kunnen maximaal 80% van de subsidiabele kosten vergoed krijgen, middelgrote MKB-ondernemingen maximaal 60%. De subsidie bedraagt maximaal €25.000. Voor landbouwbedrijven ligt dit maximum op €20.000.

Wat valt onder klein MKB en wat onder middelgroot?
Een MKB-onderneming is klein als er minder dan 50 personen werkzaam zijn en de jaaromzet of het balanstotaal niet groter is dan €10 miljoen. Een MKB-onderneming is middelgroot als er minder dan 250 personen werkzaam zijn en de jaaromzet niet groter is dan €50 miljoen of het balanstotaal niet groter is dan €43 miljoen.

Let op!
Per aanvraagperiode geldt een subsidieplafond. Voor de aanvraagperiode in maart bedraagt dit €15 miljoen en voor de aanvraagperiode in september €14,2 miljoen. Bij overschrijding van het subsidieplafond vindt toewijzing plaats door middel van loting.

Andere doelgroep
Voor samenwerkingsverbanden in het MKB en voor grootbedrijven is het ook mogelijk om een SLIM-subsidie aan te vragen. Voor deze doelgroepen gelden andere voorwaarden en bedragen. Zij kunnen in juni 2022 een aanvraag indienen.


5. Einde steunpakket corona in zicht

Het merendeel van de financiële Coronasteunmaatregelen eindigt per 1 april 2022. Het gaat hierbij om de NOW, de TVL, het uitstel van betaling van belastingschulden en de versoepeling van de bijstandsregeling voor zelfstandigen (Bbz). De tijdelijke garantie- en kredietregelingen KKC en GO-C en de BMKB-C en De Qredits-overbruggingskredieten voor bestaande ondernemers en starters lopen nog wel enige tijd door. Dat geldt ook voor de leenfaciliteiten bij Cultuur+Ondernemen en de monumentenlening van het Nationaal Restauratiefonds. Voor de evenementensector loopt de Subsidie Evenementengarantie 2022 (SEG) door tot en met september 2022. Met deze subsidie kunnen de kosten voor 90% vergoed worden als een evenement door de overheid verboden wordt tot en met 31 maart en daarna voor 80%, tot en met 30 september. Voor het deel van de kosten dat niet vergoed wordt, kan een lening worden afgesloten tegen 2% rente.


6. Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Had je in 2021 recht op het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) of een loonkostenvoordeel (LKV)? Dan stuurt het UWV je uiterlijk 14 maart van dit jaar een voorlopige berekening. Controleer deze berekening goed. Je kunt namelijk nog tot en met 1 mei 2022 correcties aanbrengen. Wijzigingen die je ná 1 mei 2022 doorgeeft, worden niet meer in behandeling genomen. Controleer daarom op tijd jouw mogelijke rechten en zorg dat je het LIV, jeugd-LIV en LKV over 2021 niet misloopt. De bedragen hiervoor kunnen oplopen tot respectievelijk maximaal €960, €613,60 en €6.000 per werknemer per jaar.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0015 maart 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief maart 2022
  • Nieuwsbrief februari 2022

Nieuwsbrief februari 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met dinsdag 15 februari, 20:00 uur.


1. Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

De Belastingdienst heeft alle bezwaarschriften toegewezen met betrekking tot de massaalbezwaarprocedure inzake box 3. Het betreft ruim 200.000 bezwaarschriften.

Arrest Hoge Raad
Eind december vorig jaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de heffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Europese recht. Die heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad is van mening dat het werkelijke rendement hiervoor doorslaggevend moet zijn.

Massaal bezwaar
De heffing in box 3 is via zogenaamde massaalbezwaarprocedures aangevochten. Na het arrest van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst beslist dat alle bezwaren via die procedures voor de jaren 2017 tot en met 2020 worden toegewezen.

Uitvoering laat op zich wachten
Degenen die door het arrest minder belasting hoeven te betalen, moeten nog wel even op hun geld wachten. Hierover wordt uiterlijk begin mei beslist. Dan wil het kabinet ook knopen doorhakken over de vraag hoeveel geld men terugkrijgt. De Hoge Raad heeft namelijk niet aangegeven hoe het werkelijk behaalde rendement moet worden berekend.

Reikwijdte
Verder is nog niet duidelijk wat de reikwijdte van het arrest is. Er gaan in Den Haag stemmen op om ook belastingplichtigen geld terug te geven die geen bezwaar hebben gemaakt. De politiek moet hierover nog beslissen.

Geen definitieve aanslagen
Omdat het arrest uitvoeringstechnisch enorm complex is, worden voorlopig geen definitieve aanslagen opgelegd als er inkomen in box 3 in het spel is. Dit is alleen anders als verjaring dreigt of als een belastingplichtige er belang bij heeft de aanslag wel op te leggen.


2. NOW Q1 2022 vanaf 14 februari aanvragen

Werkgevers die vanwege Corona of door andere oorzaken met omzetverlies te maken hebben, kunnen vanaf 14 februari 2022 tot en met 13 april 2022 de tegemoetkoming NOW aanvragen voor de periode januari tot en met maart 2022. De tegemoetkoming is iets gewijzigd ten opzichte van voorgaande periodes.

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)
Via de NOW krijgen werkgevers een tegemoetkoming, zodat ten tijde van omzetverlies de lonen toch doorbetaald kunnen worden. Het omzetverlies dient minstens 20% te bedragen.

Omvang tegemoetkoming
De tegemoetkoming is afhankelijk van het omzetverlies, dat voor de berekening maximaal 90% kan bedragen. Het omzetverlies wordt berekend in vergelijking met het jaar 2019. De loonkosten worden voor 85% vergoed.

Gestart na 1 januari 2019?
Bent je gestart na 1 januari 2019, dan moet je jouw omzetverlies ten opzichte van een andere periode berekenen dan het jaar 2019. Welke periode dat is, is afhankelijk van je startdatum (zie uwv.nl). Ben je op of na 2 oktober 2021 gestart, dan heb je geen recht op de NOW voor de periode januari tot en met maart 2022.

Wijziging opslag
De tegemoetkoming is gebaseerd op jouw loonsom in oktober 2021. Deze loonsom wordt verhoogd met 30% in plaats van met 40% zoals eerder. Dit heeft te maken met een andere wijze van berekening. Per saldo blijft de tegemoetkoming echter gelijk.

Let op!
Je loonsom mag met maximaal 15% dalen ten opzichte van de loonsom in oktober 2021. Daalt je loonsom meer, dan heeft dit gevolgen voor je definitieve tegemoetkoming.

Schatting
Je dient je omzetverlies zo goed mogelijk te schatten. Schat je te royaal in, dan kan dit betekenen dat je de tegemoetkoming geheel of deels terug moet betalen. Je kunt hiervoor dan wel een betalingsregeling treffen.

Let op!
Na aanvraag van de tegemoetkoming krijg je, net als in de vorige NOW-periode, een voorschot van 80%. Het UWV streeft ernaar om binnen 2 tot 4 weken na goedkeuring van je aanvraag de eerste betaling over te maken.


3. Uitstel van belastingbetaling verlengd tot en met 31 maart

Ondernemers die vanwege de Coronacrisis moeite hebben met het tijdig betalen van hun belastingschulden, kunnen langer uitstel van betaling krijgen. Het kabinet heeft het uitstel verlengd tot en met 31 maart 2022.

Coronamaatregelen
Het kabinet heeft vanwege de Coronacrisis diverse maatregelen genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen. Een van de maatregelen was het verlenen van uitstel van betaling van belastingschulden. Net als een aantal andere maatregelen, zoals de NOW en de TVL, is deze nu ook verlengd.

Geen actie nodig
Ondernemers die al gebruikmaken van uitstel van betaling, hoeven geen actie te ondernemen. Voor hen wordt het uitstel van betaling automatisch verlengd tot en met 31 maart 2022. Degenen die hier nog geen gebruik van hebben gemaakt of hun belastingschuld al volledig hebben afgelost, kunnen tot en met 31 maart 2022 uitstel van betaling aanvragen.

Let op!
Het uitstel betreft belastingen waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 april 2022 ligt. Dit zijn bijvoorbeeld de loonheffingen en btw over februari 2022.

Alle belastingen waarvoor men op of na 1 april 2022 aangifte doet, moet men weer op tijd betalen. Ook belastingaanslagen waarvan de uiterste betaaldatum op of na 1 april 2022 ligt, moet men betalen. Het uitstel geldt dus niet voor de btw over maart of het eerste kwartaal 2022. De uiterste betaaldatum van deze belastingen ligt immers op 30 april 2022.

Afbetalen belastingschuld
Op 1 oktober 2022 moeten ondernemers beginnen met het afbetalen van de belastingschuld die tot en met 1 april 2022 is opgebouwd voor de belastingen waarvoor bijzonder uitstel is verkregen. Hiervoor geldt een betalingsregeling van 60 maanden.


4. Wijziging in gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen

Vanaf 2022 zijn niet alle arbovoorzieningen meer gericht vrijgesteld. Alleen arbovoorzieningen die verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet kunnen nog onder deze vrijstelling vallen.

Gerichte vrijstelling tot 2022
Als ergens een gerichte vrijstelling voor is, kan een werkgever dit onbelast aan zijn werknemers vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen. Vóór 2022 gold een gerichte vrijstelling voor alle arbovoorzieningen die voortvloeiden uit het arbobeleid van de werkgever.

Vanaf 2022: verplichte arbovoorzieningen
Vanaf 2022 geldt de gerichte vrijstelling alleen nog voor arbovoorzieningen die verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan veiligheidsschoenen, een veiligheidsbril, maar ook bijvoorbeeld een ergonomisch verantwoorde bureaustoel en een beeldschermbril.

Let op!
De gerichte vrijstelling voor verplichte arbovoorzieningen geldt niet als sprake is van een eigen bijdrage van werknemers. Ook bij uitruil binnen cafetariaregelingen is de gerichte vrijstelling niet mogelijk.

Is sprake van een luxere arbovoorziening dan noodzakelijk, zoals een leren bureaustoel in plaats van een stoffen bureaustoel? Dan is de meerprijs niet gericht vrijgesteld. Deze meerprijs kan wel ten laste van de vrije ruimte komen. Daarnaast is een eigen bijdrage van de werknemer voor de meerprijs ook mogelijk.

Mogelijkheden voor andere arbovoorzieningen
Een cursus stoppen met roken, een stoelmassage, sportieve activiteiten en gezondheidschecks zijn vanaf 2022 in principe niet meer gericht vrijgesteld, ook niet als deze voorzieningen zijn opgenomen in het arbobeleid van de werkgever. Deze voorzieningen zijn namelijk over het algemeen niet verplicht volgens de Arbeidsomstandighedenwet.

Let op!
Een cursus stoppen met roken en een stoelmassage kunnen, als deze op de werkplek worden gehouden, alsnog onbelast worden vergoed op grond van de zogenoemde nihilwaardering.

Voor de cursus stoppen met roken geldt overigens dat deze sinds 2020 volledig vanuit het basispakket van de zorgverzekering wordt vergoed zonder dat deze kosten ten laste van het eigen risico gaan. Het is dus de vraag hoe vaak een werkgever een dergelijke cursus nog vergoedt.

Bepaalde arbovoorzieningen die over het algemeen niet verplicht zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet, kunnen dat in specifieke gevallen toch zijn. In dergelijke gevallen zal de gerichte vrijstelling op deze arbovoorzieningen toch van toepassing zijn.

Vrije ruimte
Een werkgever kan de niet langer gericht vrijgestelde voorzieningen altijd nog, voor zover deze gebruikelijk zijn, ten laste van zijn vrije ruimte brengen. Zolang de werkgever nog voldoende vrije ruimte heeft, zal de voorziening dan ook onbelast zijn. Bij overschrijding van de vrije ruimte bedraagt de eindheffing 80% over deze overschrijding.


5. Vergeet je aangifte schenkbelasting niet

Heb je in 2021 een schenking gekregen, vergeet dan niet vóór 1 maart 2022 aangifte schenkbelasting te doen. Je moet aangifte doen als de waarde van de schenking meer bedroeg dan het bedrag van de vrijstelling. De vrijstelling was voor schenkingen van je ouders in 2021 € 6.604, voor schenkingen van anderen € 3.244. Je kunt je aangifte ook digitaal indienen.


6. Drempel DGA-taks naar € 700.000

Het kabinet wil naar alle waarschijnlijkheid met ingang van 2023 het lenen bij de eigen bv ontmoedigen. In een wetsvoorstel, dat al langer op de plank ligt, is daarom opgenomen dat de DGA bij leningen van de BV belasting gaat betalen in box 2 over het bedrag van de lening boven de drempel (tarief box 2 is momenteel 26,9%). Deze drempel is in het huidige wetsvoorstel vastgesteld op € 500.000. In het coalitieakkoord is een verhoging naar € 700.000 opgenomen. Dit betekent dat bij leningen bij de eigen BV van meer dan € 700.000 straks het meerdere belast wordt in box 2.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 februari 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2022
  • Nieuwsbrief januari 2022

Nieuwsbrief januari 2022

1. Uitstel van belastingbetaling: de laatste stand van zaken

Met het uitbreken van de Coronacrisis is de mogelijkheid geboden om uitstel van betaling voor diverse belastingen te vragen. Hoe lang je uitstel kreeg, wanneer je moest gaan terugbetalen en de voorwaarden wijzigden keer op keer. Zie je door de bomen het bos nog? In dit artikel de laatste stand van zaken.

Uitstel tot en met 31 januari 2022
Op dit moment is het mogelijk om uitstel van betaling te krijgen tot en met 31 januari 2022 voor alle belastingen waarvoor dit al eerder mogelijk was. Het gaat dan om onder meer loonheffingen, omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Had je voor een van deze belastingen al uitstel van betaling tot 1 oktober 2021? Dan heb je automatisch voor al deze belastingen uitstel tot en met 31 januari 2022. Je hoeft daar dus geen actie voor te ondernemen.

Tip!
In tegenstelling tot het uitstel van betaling tijdens voorgaande perioden is het dus ook niet nodig om verlengd uitstel van betaling te vragen.

Alsnog uitstel van betaling aanvragen
Had je niet eerder al uitstel van betaling, maar heb je dit alsnog nodig in verband met de Coronacrisis? Dan kun je ook uitstel van betaling krijgen tot en met 31 januari 2022. Dat geldt ook als je al eerder uitstel van betaling kreeg, maar alle schulden reeds afloste.

Let op!
In tegenstelling tot ondernemers die nog uitstel van betaling hadden tot 1 oktober 2021, krijg je niet automatisch uitstel van betaling. Je moet hiervoor dus wel een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Dit kan nog tot en met 31 januari 2022.

Voor welke tijdvakken geldt het uitstel?
Heb je, al dan niet automatisch, uitstel van betaling, dan geldt dit voor alle belastingen waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 februari 2022 verstrijkt. Dit betekent dat ook de deze maand in te dienen aangifte loonheffingen december 2021 en de omzetbelasting van het vierde kwartaal 2021/december 2021 in het uitstel meelopen.

Let op!
Voor de aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is niet de dagtekening van de aanslag leidend, maar de uiterste betaaltermijn. Deze ligt voor reguliere aanslagen zes weken na de dagtekening van de aanslag. Een definitieve aanslag inkomstenbelasting met dagtekening 3 januari 2022 loopt daarom niet mee in het uitstel van betaling, maar eenzelfde aanslag met dagtekening 3 december 2021 dus wel.

Tip!
De mogelijkheid van uitstel van betaling wordt misschien verlengd tot na 31 januari 2022. Misschien kun je daarom straks ook uitstel van betaling krijgen voor belastingen waarvan de uiterste betaaldatum verstrijkt ná 31 januari 2022. Het kabinet zegde in december 2021 toe om in januari 2022 te beslissen of zo’n verdere verlenging van het uitstel vanwege de Coronacrisis nodig is. We houden je hierover op de hoogte.

Terugbetalen uitgestelde belastingen
Vanaf 1 oktober 2022 moet je alle uitgestelde belastingen terugbetalen. Je krijgt van de Belastingdienst dan een betalingsregeling aangeboden van zestig maanden. Je betaalt dan elke maand 1/60 van de totale schuld.


2. Voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 nog met volledige box 3-heffing

De Belastingdienst laat weten dat de gevolgen van het oordeel eind 2021 inzake de box 3-heffing niet verwerkt zijn in de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 die momenteel worden opgelegd.

Oordeel box 3-heffing
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het huidige systeem van de box 3-heffing in strijd is met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Belastingheffing over werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement
De box 3-heffing gaat uit van een zogenaamd forfaitair rendement. Dit rendement wordt geacht hoger te zijn naarmate het box 3-vermogen hoger is. De Hoge Raad acht dit systeem in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod. De Hoge Raad biedt daarom rechtsherstel door voor in ieder geval de jaren 2017 en 2018 alleen belasting te heffen over het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.

Voor particulieren met een lager werkelijk rendement dan het forfaitair rendement betekent het oordeel van de Hoge Raad dat de box 3-heffing lager wordt dan volgens het wettelijke systeem.

Nog niet in voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022
De Belastingdienst denkt momenteel na over hoe zij de gevolgen van het oordeel van de Hoge Raad moet gaan verwerken. Deze gevolgen zijn in ieder geval nog niet verwerkt in de voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting 2022 die de Belastingdienst momenteel verzendt. In deze aanslagen houdt de Belastingdienst daarom nog rekening met het forfaitaire rendement.

De Belastingdienst laat op een later moment weten wat de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad zijn voor het belastingjaar 2022.

Tip!
Als later blijkt dat de voorlopige aanslag te hoog was omdat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dan kan om een verlaging van de voorlopige aanslag verzocht worden. Verzoekt een belastingplichtige niet om verlaging van de voorlopige aanslag, dan vindt herstel in ieder geval plaats bij het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2022.


3. Subsidieregeling voor emissieloze bedrijfsauto’s

Vanaf 3 januari 2022 is het weer mogelijk om voor het jaar 2022 subsidie aan te vragen voor een nieuwe emissieloze bedrijfsauto. Koop of leaset je zo’n auto, zorg dan dat je aan de voorwaarden voldoet en tijdig de subsidie aanvraagt. Anders loop je mogelijk de subsidie mis die kan oplopen tot €5.000 per bedrijfsauto.

Koop of financiële lease van nieuwe emissieloze bedrijfsauto
Je kunt subsidie (SEBA) krijgen voor de koop of financiële lease van een nieuwe emissieloze bedrijfsauto, aangedreven door alleen een elektromotor. Het maximale gewicht van de auto mag maximaal 4.250 kilogram bedragen en de netto catalogusprijs of verkoopprijs exclusief BTW moet hoger zijn dan €20.000. Voor typegoedkeuring voor lichte voertuigen geldt bovendien een minimale WLTP-actieradius van 100 kilometer.

Tip!
Bij operational lease kan de leasemaatschappij voor de subsidie in aanmerking komen.

Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt voor voertuigcategorie N1 10% van de netto catalogusprijs exclusief BTW, inclusief BPM en opties die zijn aangebracht voor de afgifte van het kenteken of 10% van de verkoopprijs, exclusief btw voor voertuigcategorie N2.

De maximale subsidie is  5.000 per bedrijfsauto.

Tip!
Heb je een kleine onderneming of een non-profitinstelling, dan bedraagt het subsidiepercentage 12% in plaats van 10%.

Online aanvraag
Je kunt de subsidie online aanvragen via www.rvo.nl. Op het moment van aanvragen van de subsidie mag de bedrijfsauto nog niet geleverd zijn en nog niet op naam in het RDW-kentekenregister staan.

Let op!
Bij het aanvragen van de subsidie moet je al een koopovereenkomst of financiële leaseovereenkomst gesloten hebben. Deze mag echter nog niet definitief zijn, maar mag pas op een later moment, dat ligt ná de datum van aanvraag van de subsidie, definitief worden.

Uitbetaling subsidie
Na levering van de bedrijfsauto kun je een aanvraag tot vaststelling van de subsidie doen. Pas bij vaststelling van de subsidie wordt deze uitbetaald.

Let op!
De aanvraag tot vaststelling moet plaatsvinden uiterlijk zeven maanden na de datum van verlening van de subsidie. Lukt dat niet binnen zeven maanden in verband met leveringsproblemen, dan zijn er voor de jaren 2021 en 2022 gelukkig verlengingsmogelijkheden.

Zorg wel dat de auto minimaal drie jaar op jouw naam staat, anders moet je de subsidie deels terugbetalen. Dit kan alleen anders zijn als je de auto binnen drie jaar vervangt door een andere, nieuwe emissieloze bedrijfsauto.


4. Extra aandacht voor laatste BTW-aangifte 2021

Eind januari 2022 zullen de meeste ondernemers hun laatste BTW-aangifte over 2021 indienen. Die laatste aangifte verdient altijd wat extra aandacht vanwege enkele jaarlijkse correcties.

Auto van de zaak
Een belangrijke correctie betreft het privégebruik van de auto van de zaak. Je mag alle BTW gedurende het jaar namelijk gewoon in aftrek brengen, maar je moet dit wel op het eind van het jaar corrigeren voor het privégebruik. In de regel is de correctie een forfaitair bedrag. Dit bedraagt 2,7% van de cataloguswaarde. Echter voor auto’s die nog in gebruik zijn na afloop van het vierde jaar volgend op het jaar waarin men de auto is gaan gebruiken, geldt een correctie van 1,5%.

Tip!
Als het werkelijk privégebruik bekend is, bijvoorbeeld omdat een sluitende kilometerregistratie aanwezig is, moet je ook corrigeren op basis van het werkelijke privégebruik. Bij weinig privégebruik is de correctie dan vaak ook lager.

Let op!
Houd er rekening mee dat voor de BTW woon-werkverkeer niet zakelijk is, maar privé.

Personeelsvoorzieningen
De BTW op personeelsvoorzieningen mag je alleen aftrekken als de uitgaven aan personeelsvoorzieningen voor de betreffende werknemer in 2021 niet meer dan €227 (exclusief BTW) hebben bedragen. Ga je voor een werknemer over dit bedrag heen, dan vervalt de gehele aftrek.

Relatiegeschenken
Heb je de klanten tijdens de Kerst iets moois cadeau gedaan? Voor de BTW op relatiegeschenken geldt een uitzondering. Die BTW is aftrekbaar, tenzij de BTW bij aanschaf door de relatie zelf slechts voor 30% of minder aftrekbaar zou zijn geweest. De BTW is ook aftrekbaar als het bedrag aan relatiegeschenken in 2021 per relatie niet meer dan €227 (exclusief BTW) is geweest.

Privé- en vrijgesteld gebruik
Gebruik je goederen of diensten deels privé, dan mag een overeenkomstig deel van de BTW niet worden afgetrokken. Blijkt aan het eind van het jaar dat het privégebruik afwijkt van de inschatting, dan dient dit in beginsel gecorrigeerd te worden. Dit kan dus leiden tot meer, maar ook tot minder aftrek.

Een soortgelijke regeling is van toepassing voor goederen en diensten die je deels vrijgesteld en deels voor belaste prestaties gebruikt. Een onjuiste inschatting van het belaste en vrijgestelde gebruik corrigeer je aan het einde van het jaar. Let hier wel op: er gelden uitzonderingen voor investeringsgoederen.


5. Gebruikelijk loon DGAdit jaar weer hoger

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon van een DGA stijgt voor het jaar 2022 van €47.000 naar €48.000. Het gebruikelijk loon moet hoger vastgesteld worden als 75% van het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking of het hoogste loon van een werknemer in dienst van de BV hoger is dan €48.000. Soms kan het gebruikelijk loon lager zijn, bijvoorbeeld bij starters of verlieslijdende BV’s. Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden. Of de speciale Coronaregeling voor het gebruikelijk loon ook voor 2022 zal gelden, is nog onduidelijk.


6. Deadline inschrijving UBO-register 27 maart 2022

Organisaties moeten hun UBO’s (= ultimate beneficial owners) uiterlijk 27 maart 2022 inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Organisaties die dit niet (tijdig) doen, riskeren een sanctie. Dit kan een boete, maar ook een gevangenisstraf zijn. Een UBO is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een onderneming, stichting of vereniging. Bij een BV gaat het om personen met meer dan 25% van de aandelen, met meer dan 25% van de stemrechten en om personen die de feitelijke zeggenschap over de onderneming hebben. Bij een stichting gaat het onder meer om degenen die voor meer dan 25% begunstigde van het vermogen zijn en om personen die meer dan 25% stemrecht hebben. Op de site van de Kamer van Koophandel (kvk.nl) vindt u uitgebreide informatie over de inschrijving.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0019 januari 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2022
  • Special Lonen 2022

Special Lonen 2022

De Special Lonen 2022 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als HR-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie actuele cijfers en informatie over de thuiswerkvergoeding, de auto van de zaak, de reiskostenvergoeding, het ouderschapsverlof en de WKR.

De hoofdstukken 7 tot en met 10 in deze special gaan in op diverse Coronagerelateerde maatregelen.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0012 januari 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Lonen 2022
  • Nieuwsbrief december 2021

Nieuwsbrief december 2021

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze Mkb-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met dinsdag 14 december, 20:00 uur.


1. Extra steun bedrijven weer verlengd vanwege corona

Het kabinet heeft dinsdag 14 december de beperkende coronamaatregelen weer verder verlengd. Dat heeft gevolgen voor ondernemers. Daarom is besloten ondernemers die hiervan de dupe worden opnieuw financieel te compenseren. Zo kunnen ondernemers onder meer NOW en TVL aanvragen in het eerste kwartaal van 2022.

NOW 5
Voor de maanden november en december is er loonsteun voor bedrijven met een omzetverlies van minstens 20% ten opzichte van 2019 via de NOW-regeling (NOW 5). De grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 80%. De tegemoetkoming bedraagt 85% met een opslag van 40% voor bijkomende loonkosten. De tegemoetkoming is gebaseerd op de loonsom in september 2021.

Wijzigingen
Ten opzichte van de eerdere NOW-regelingen zijn er enkele wijzigingen. Zo mag de loonsom met maximaal 15% dalen, zonder dat dit effect heeft op de uiteindelijke subsidie. Dit was 10%. Verder wordt het voorschot na de aanvraag in één keer uitbetaald. De ondernemer kan daarnaast niet kiezen over welke maanden hij het omzetverlies wil berekenen; dit zijn altijd de maanden november en december. Tot slot kunnen ondernemers die tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021 zijn gestart deze keer ook een aanvraag indienen.

De zevende aanvraagperiode van de NOW (aanvraag van NOW 5) start op 13 december 2021 en sluit op 31 januari 2022.

Let op!
Vroeg u eerder al NOW aan over de zesde aanvraagperiode? Dan hoeft uw omzetverliesperiode niet aan te sluiten op de zevende aanvraagperiode. Het is zelfs mogelijk dat deze periodes een overlap vertonen.

NOW 6
Ook voor de maanden januari, februari en maart 2022 kan NOW aangevraagd worden via de NOW 6 (achtste aanvraagperiode). NOW 6 zal vergelijkbaar zijn met NOW 5. Zo zal het benodigde omzetverlies minimaal 20% moeten bedragen en bedraagt het vergoedingspercentage 85%. Het te vergoeden dagloon is ook in NOW 6 gemaximeerd op twee keer het maximale dagloon en de grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 80%. Er spelen nog enkele zaken die mogelijk aanleiding zijn voor het aanpassen van de voorwaarden. Zo wordt mogelijk het percentage waarmee de loonsom mag dalen weer vastgesteld op 10% (in plaats van de 15% die geldt voor de maanden november en december 2021). De exacte voorwaarden worden door het kabinet in januari 2022 bekendgemaakt.

Het streven is om de achtste aanvraagperiode van de NOW (aanvraag van NOW 6) in de tweede helft van februari 2022 te starten.

TVL Q4 2021
Ondernemers met minstens 30% omzetverlies ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020 kunnen een beroep doen op de TVL voor het vierde kwartaal 2021. Ook voor het eerste kwartaal 2022 kan straks weer een beroep gedaan worden op de TVL. Voor het vierde kwartaal 2021 wordt het subsidiepercentage verder verhoogd van 85 naar 100%. De TVL is afhankelijk van het omzetverlies en het percentage aan vaste lasten van uw sector. Verder heeft het kabinet de maximaal te verkrijgen subsidies in het kader van de TVL verhoogd naar € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor niet-mkb-ondernemingen.

Let op!
De exacte openingsdatum van de TVL Q4 2021 is op dit moment nog niet bekend, maar dit zal in ieder geval voor de kerstdagen zijn.

TVL Q1 2022
Ook voor het eerste kwartaal 2022 kan straks weer TVL aangevraagd worden. De voorwaarden voor TVL Q1 2022 zijn gelijk aan die voor TVL Q4 2021. Dat betekent dus een omzetverlies van minimaal 30%, een subsidiepercentage van 100% en een maximale subsidie van € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor niet-mkb-ondernemingen.

Uitstel van betaling belastingschulden
Het belastinguitstel voor ondernemers is op 1 oktober jl. beëindigd, maar wordt verlengd tot 1 februari 2022. Alle belastingen met een uiterste betaaldatum vóór 1 februari 2022 hoeven dus nog niet betaald te worden. Dit zijn dus onder meer ook de omzetbelasting en loonheffing vierde kwartaal 2021. Ook ondernemers die nooit eerder om uitstel hebben gevraagd of alle schulden al hebben afgelost, kunnen dit alsnog aanvragen. Daarnaast wordt het lage percentage invorderingsrente van 0,01% gehandhaafd tot 1 juli 2022. Vanaf 1 juli 2022 gaat het naar 1%, waarna het percentage in etappes wordt verhoogd naar 4% vanaf 1 januari 2024.

Let op!
Mogelijk wordt het belastinguitstel nog verder verlengd na 1 februari 2022. Het kabinet beslist in januari 2022 of dit dan nog nodig is.

Extra geld voor sport en cultuur
Ook de sport- en cultuursector krijgt extra financiële steun. Deze steun komt boven op de al aangekondigde subsidies.

Het kabinet maakt extra geld vrij voor een specifiek steunpakket om de culturele sector in ieder geval tot en met januari 2022 te ondersteunen. Verder wordt de leencapaciteit bij Cultuur+Ondernemen tot en met het tweede kwartaal 2022 verlengd.

De amateursport kan via de eerdere compensatieregelingen (TASO en TVS) een compensatie krijgen voor de vaste lasten en huurkosten tot en met januari 2022.

De garantieregeling evenementen (TRSEC) en de Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) wordt verlengd tot en met het derde kwartaal 2022. Deze regelingen gelden op het moment dat een evenement door de Rijksoverheid wordt verboden.


2. Pas de beloning voor thuiswerkers aan

Vanwege Corona wordt er veel thuis gewerkt. Vanaf 2022 mag je de werknemers hiervoor een nieuwe, onbelaste vergoeding geven. Daar staat tegenover dat de bestaande ruime vergoeding voor kosten van het woon-werkverkeer beperkt wordt.

Het bedrag dat je vanaf 2022 aan thuiswerkers belastingvrij mag verstrekken, is €2 per dag. Het bedrag is vrijgesteld en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Let op!
De vrijgestelde vergoeding van €2 per dag is voor €0,95 slechts beperkt aftrekbaar. Dit deel van de vergoeding wordt namelijk aangemerkt als een vergoeding voor gemengde kosten, zoals koffie. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is dit deel van de vergoeding in beginsel voor 80% aftrekbaar, voor ondernemers in de vennootschapsbelasting in beginsel voor 73,5%.

Arbovrijstelling
Een bureau, een bureaustoel en bijvoorbeeld verlichting voor een werkkamer thuis mag je op grond van de arbovrijstelling nu al onbelast vergoeden of verstrekken. Dit blijft ook in 2022 zo.

Reiskostenvergoeding beperkt
Je kunt de werknemers die thuis werken onder voorwaarden nu nog een belastingvrije vergoeding geven voor het woon-werkverkeer, als uw werknemers tenminste niet over een auto van de zaak beschikken. Deze regeling wordt per 31 december 2021 beëindigd. Daarnaast wordt de zogenaamde 128-dagenregeling in 2022 versoberd. Als een werknemer nu ten minste 128 dagen per jaar naar het werk reist, mag je de vergoeding baseren op 214 reisdagen. Vanaf 2022 moet je deze vergoeding naar rato verminderen als deels structureel wordt thuisgewerkt.

Pas vergoedingen aan
Het is raadzaam met het personeel of ondernemingsraad rond de tafel te gaan zitten om te kijken hoe beide regelingen naar tevredenheid van alle partijen kunnen worden aangepast. Het voortzetten van de regeling voor vergoeding van reiskosten vanwege het woon-werkverkeer terwijl thuis wordt gewerkt, betekent namelijk dat deze kosten vanaf volgend jaar belast zijn.


3. De hypotheek onderbrengen in box 3?

De eigen woning is belast in box 1. Daardoor is de hypotheekrente ook aftrekbaar. Soms kun je de hypotheek echter beter onderbrengen in box 3. Hoezo eigenlijk?

Woning en hypotheek in box 1
Dat de woning in box 1 zit, betekent onder meer dat je hierover jaarlijks belasting betaalt via het eigenwoningforfait. Een deel van de WOZ-waarde, in 2022 in de meeste gevallen 0,45%, moet je daardoor bij het inkomen tellen. Daar mag je de betaalde hypotheekrente echter weer van aftrekken.

Hypotheekrente laag
De hypotheekrente staat al jaren op een historisch laag peil. De aftrek zet voor veel bezitters van een eigen woning dan ook nauwelijks meer zoden aan de dijk. Bovendien is de hypotheekrente volgend jaar nog maar aftrekbaar tegen maximaal 40% en vanaf 2023 tegen maximaal 37,05%. Ook hierdoor is het voordeel van de aftrek nog maar beperkt.

Overbrengen naar box 3?
Als je de hypotheekschuld overbrengt naar box 3, is de hypotheekrente niet meer aftrekbaar in box 1. Daar staat tegenover dat de hypothecaire schuld het vermogen in box 3 vermindert. Met name als je veel vermogen bezit, bespaar je hierdoor aanzienlijk aan te betalen belasting in box 3. In 2022 tot maximaal 1,71% van de hypothecaire schuld. Dat is vaak meer dan je extra betaalt in box 1 vanwege het verlies van de aftrek van de hypotheekrente.

Overbrengen kan niet zomaar
Het overbrengen van de hypothecaire schuld kan echter niet zomaar. Deze schuld moet namelijk verplicht in box 1 worden ondergebracht, tenzij je niet meer aan de fiscale voorwaarden voldoet. Als je de hypothecaire lening aflost en pas minstens twee jaar later weer opneemt, voldoe je niet meer aan de fiscale voorwaarden voor aftrek van de hypotheekrente. De lening is dan namelijk niet meer bedoeld voor de aankoop of verbouwing van een woning en verhuist dan automatisch naar box 3.

Hypotheek vanaf 2013 eenvoudiger naar box 3
Dateert de hypotheek echter van ná 2012, dan is het eenvoudiger de schuld naar box 3 te transporteren. Bijvoorbeeld door met de bank af te spreken dat je de hypothecaire lening niet in 30 jaar aflost, maar in 31 jaar. Ook dan voldoe je namelijk niet meer aan de fiscale voorwaarden.

Laat je adviseren
Zoals blijkt, is het niet eenvoudig de hypothecaire schuld naar box 3 te verplaatsen en is de medewerking van de geldschieter vereist. Laat je daarom vooraf goed adviseren door een van onze adviseurs.


4. Lager gebruikelijk loon DGAmoet aantoonbaar zijn

Als DGA ben je verplicht jaarlijks salaris aan de BV te onttrekken, het zogeheten gebruikelijk loon. Hoe hoog dit salaris is, hangt onder meer af van wat de medewerkers verdienen. Is dit bij een van hen meer dan €47.000, dan mag je jezelf in principe niet minder uitkeren.

Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV indien een van deze bedragen hoger is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Wie eist, bewijst
In een rechtszaak (rechtbank Noord-Holland) was een DGA van mening dat hij zichzelf een lager gebruikelijk loon kon uitkeren dan dat van de meest verdienende werknemer. Hij stelde dat dit meer was dan 75% van het loon van de voor hem meest vergelijkbare dienstbetrekking. Hij diende dit aannemelijk te maken, maar slaagde hier niet in. Zo bleef tijdens de zitting onduidelijk wat nu de verantwoordelijkheden waren van de directeuren van andere bedrijven waarmee de directeur van de BV zich vergeleek.

Rekening-courant
Bovendien wees ook de oplopende rekening-courantschuld van de DGA erop dat er te weinig salaris was betaald. Het verweer van de DGA dat uitbetaling van een hoger gebruikelijk loon de BV in financiële moeilijkheden zou brengen, sneed ook geen hout. De reserves van de BV waren hiervoor namelijk ruim voldoende, aldus de rechtbank. De naheffing loonheffingen van ruim een ton bleef dan ook in stand.

Coronacrisis
In 2021 is een lager gebruikelijk loon mogelijk voor DGA’s die te maken hebben met een omzetdaling van minimaal 30%. Het gebruikelijk loon kan dan evenredig met de omzetdaling worden verlaagd. Voor de omzetdaling wordt de omzet van heel 2021 vergeleken met de omzet van heel 2019.


5. Nog geen wijziging belastingheffing aandelenopties

Het voorstel om de belastingheffing over aandelenopties te wijzigen, gaat voorlopig in de ijskast. Het kabinet wil namelijk eerst onderzoeken of het mogelijk is de regeling alleen voor kleinere bedrijven te wijzigen. Voorlopig blijven aandelenopties daarom belast op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen. Het is nog niet bekend wanneer het plan om werknemers ook de keuze te bieden belasting te betalen op het moment waarop de bij uitoefening van de optie verkregen aandelen verhandelbaar zijn dan wel kan ingaan.


6. Speciale computerbril belastingvrij?

Een computerbril is een bril die speciaal is afgestemd op werken met de computer. Je mag een dergelijke bril belastingvrij aan een werknemer verstrekken als dit verstrekken rechtstreeks voortvloeit uit het arbobeleid dat je voert op grond van de Arbowet. Verder moet de werknemer de bril gebruiken op de werkplek. Dit mag ook de werkplek thuis zijn. Je mag de werknemer geen eigen bijdrage vragen, tenzij hij een duurdere bril dan standaard wil hebben. Dan is toegestaan dat je hem de meerkosten zelf laat betalen. Voldoet de computerbril aan deze voorwaarden, dan kun je deze belastingvrij verstrekken. Je hoeft hiervoor dan niet de vrije ruimte van de werkkostenregeling te gebruiken.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 december 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief december 2021
  • Nieuwsbrief november 2021

Nieuwsbrief november 2021

1. Top 10 Eindejaarstips

Welke fiscale maatregelen kun je als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor je kunnen uitpakken? Hoe kun je nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2022 gaan gelden? Tien praktische tips.

Let op!
De plannen van het kabinet moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

1. Koop nog snel een elektrische auto
Was je al van plan op korte termijn een elektrische auto te kopen en op de zaak te zetten, doe dat dan nog dit jaar. Vanaf volgend jaar wordt de bijtelling namelijk verhoogd van 12 naar 16% én geldt dit lagere tarief nog maar voor de eerste €35.000 van de cataloguswaarde in plaats van tot €40.000 nu. Door de auto nog in 2021 te kopen, profiteer je vijf jaar van de lage bijtelling. Ook profiteert je dit jaar van 13,5% milieu-investeringsaftrek tot een maximale catalogusprijs van €40.000.

2. Heroverweeg fiscale eenheid
Het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 15% tot een winst van €245.000. Volgend jaar geldt dit tarief tot €395.000. Boven genoemde winsten bedraagt het tarief 25,8%. Bezit je meerdere BV’s, dan kun je via een fiscale eenheid winsten en verliezen onderling verrekenen. Tegenover dit voordeel staat het nadeel dat je slechts één keer van de lage tariefschijf profiteert. Heroverweeg daarom de fiscale eenheid en ontbind deze tijdig indien gewenst. Als je de verbreking per 2022 wilt realiseren, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2022 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

3. Gebruik de verruimde schenkvrijstelling
Vanwege Corona zijn de vrijstellingen in de schenkbelasting alleen dit jaar met €1.000 verhoogd. Voor schenkingen aan kinderen bedraagt de vrijstelling nu €6.604, voor schenkingen aan kleinkinderen en overige derden €3.244. Gebruik deze extra ruimte!

4. Gebruik de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt vanwege Corona dit jaar 3% tot een loonsom van €400.000 en 1,18% over het meerdere. Het percentage tot een loonsom van €400.000 wordt in 2022 verlaagd tot 1,7%. Gebruik de vrije ruimte dus zo mogelijk nog dit jaar, want ongebruikte vrije ruimte kunt u niet doorschuiven naar 2022.

5. Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan
Enkele heffingskortingen kan uw partner, die zelf te weinig inkomen heeft, nog maar beperkt uitbetaald krijgen. Het betreft de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Degenen die vóór 1 januari 1963 geboren zijn, hebben geen last van het beperkt uitbetalen van de algemene heffingskorting, wel van de beperkingen inzake de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Je kunt voorkomen dat de heffingskortingen verloren gaan door aan je partner inkomsten in box 2, zoals dividend, toe te delen of vermogen in box 3 bij je partner te laten belasten.

6. Optimaliseer KIA en houd de Milieulijst in de gaten
Als je dit jaar meer dan €2.400 investeert, heb je mogelijk recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een extra aftrek op de winst. De aftrek loopt af naarmate je meer investeert. Overweeg daarom investeringen op het eind van dit jaar uit te stellen, als je daarmee in 2021 en 2022 een hogere KIA krijgt.

Als je milieuvriendelijk investeert, heb je mogelijk recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA). De percentages hiervan worden in 2022 verhoogd, dus zou het aantrekkelijk zijn om investeringen uit te stellen tot 2022. Het is nu nog echter niet duidelijk welke bedrijfsmiddelen voor de MIA in aanmerking komen in 2022 en welk percentage dan voor het betreffende bedrijfsmiddel geldt. Dit wordt eind 2021 gepubliceerd in een nieuwe Milieulijst. Houd dit eind dit jaar in de gaten en beslis dan of je nog dit jaar of beter juist volgend jaar milieuvriendelijk investeert. Bereid een en ander alvast voor met de leverancier.

7. Plan opname liquiditeiten
Het privévermogen wordt belast in box 3. De peildatum is 1 januari van het jaar. Zorg daarom dat je vóór 1 januari niet te veel liquiditeiten opneemt uit de eenmanszaak of BV. Je betaalt, afhankelijk van de omvang van het vermogen, in 2022 namelijk tot maximaal 1,71% aan belasting over de opgenomen liquiditeiten. Je kunt ook vanuit privé vóór 1 januari liquiditeiten in het bedrijf storten. Vraag ons naar de mogelijkheden.

8. Schenken ten behoeve van de woning
Wil je de kinderen of een derde een bedrag schenken in verband met de aankoop van een eigen woning of aflossing van hun hypotheek, dan is deze schenking dit jaar onbelast tot een bedrag van €105.302. Schenk je nog dit jaar, dan vermindert dit het vermogen in box 3 met hetzelfde bedrag, wat je maximaal zo’n €1.800 aan belasting kan schelen.

9. Cluster de zorgkosten
Zorgkosten zijn nog steeds aftrekbaar. Dit jaar nog tegen maximaal 43%, volgend jaar tegen maximaal 40%. Er geldt wel een drempel, wat betekent dat alleen de zorgkosten boven deze drempel aftrekbaar zijn. Heb je bijvoorbeeld dit jaar een fors bedrag aan de tandarts uitgegeven en wil je bijvoorbeeld een nieuw hoortoestel aanschaffen, overweeg dit dan nog dit jaar te doen. Waarschijnlijk schiet je dan voor een groter bedrag over de drempel heen, wat je belastingbesparing oplevert.

10. Bereid je voor op de onbelaste thuiswerkvergoeding van €2
Per 1 januari 2022 kun je de werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding geven van maximaal €2 per dag. Dit bedrag is gebaseerd op een berekening van het Nibud van de gemiddelde extra kosten voor bijvoorbeeld koffie en verwarming per thuis gewerkte dag. Voor het inrichten van een thuiswerkplek kon je onder bepaalde voorwaarden al een onbelaste vergoeding geven. Ook blijft een onbelaste reiskostenvergoeding van maximaal €0,19 per kilometer voor woon-werkverkeer bestaan voor de dagen dat de werknemer naar kantoor gaat.

Let op!
Je mag de werknemers op de dag dat zij thuiswerken geen reiskostenvergoeding van €0,19 verstrekken.

Dit betekent dat je bij een vergoeding voor thuiswerken en reiskosten altijd per dag de kostenvergoeding moet vaststellen. Je kunt er ook voor kiezen om aan te sluiten bij een door de wetgever goedgekeurde praktische regeling.


2. Soms toch langer uitstel van betaling belastingschuld

Ondernemers die getroffen zijn door de Coronacrisis, kunnen in sommige gevallen toch nog langer uitstel van betaling van hun belastingschuld krijgen. Het uitstel betreft belastingen die vanaf 1 oktober 2021 weer betaald hadden moeten worden.

Einde steunpakket
Vanaf 1 oktober zijn de algemene steunmaatregelen vanwege Corona beëindigd. Ondernemers moeten daarom in beginsel vanaf 1 oktober hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Omdat dit soms toch moeilijk is, is een nieuwe uitstelregeling in het leven geroepen.

Voorwaarden
Om voor de nieuwe uitstelregeling in aanmerking te komen, geldt een aantal voorwaarden. De belangrijkste zijn dat het bedrijf ook vóór oktober al bijzonder uitstel van betaling kreeg in verband met de Coronacrisis, de betalingsproblemen hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de Coronacrisis en van tijdelijke aard zijn, dat het bedrijf levensvatbaar is en dat je een verklaring meestuurt.

Tip!
Het is wel belangrijk dat je op tijd de aangiften blijft indienen voor de belastingen.

Verklaring
Is de al opgebouwde belastingschuld samen met de nieuwe schuld meer dan €20.000, dan is een derdenverklaring vereist. Is de totale schuld minder, dan mag je volstaan met een eigen verklaring. Uit de verklaring moet blijken dat je aan de voorwaarden van de fiscus voldoet en moet je een omschrijving geven van de aard van de betalingsproblemen.

Let op!
Je kunt het uitstel van betaling aanvragen tot en met 31 januari 2022. De aanvraag heeft terugwerkende kracht tot 1 oktober 2021. Krijg je ondertussen aanslagen en/of boetes en wordt aan de aanvraag voor uitstel tegemoetgekomen, dan hoef je deze niet te betalen.

Betalen nieuwe belastingschulden
In beginsel moeten ondernemers vanaf 1 oktober hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Lukt dat niet, dan kan misschien een beroep gedaan worden op de mogelijkheid van nieuw uitstel tot 31 januari 2022. Wordt dit uitstel niet gevraagd, of wel gevraagd maar niet gekregen én betaalt een ondernemer zijn nieuwe belastingschulden vanaf 1 oktober 2021 niet? Dan heeft dat in principe geen gevolgen voor de opgebouwde belastingschulden tot 1 oktober 2021. Hiervoor blijft de ruime afbetalingsregeling in 60 maanden vanaf 1 oktober 2022 gelden.

Minnelijk saneringsakkoord
Het kabinet wil voorkomen dat in de kern gezonde bedrijven toch tussen wal en schip raken als zij vanaf 1 oktober 2022, door een uitgestelde belastingschuld, boven op hun vaste lasten een extra maandelijkse aflossingslast krijgen die zij niet kunnen voldoen. Daarom stelt de Belastingdienst zich in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 soepeler op bij een minnelijk saneringsakkoord. Waar de Belastingdienst normaal gesproken ten minste het dubbele percentage wil ontvangen, neemt zij in deze periode genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage als concurrente schuldeisers krijgen.


3. Schenken op papier, waar moet je op letten?

Ligt je vermogen grotendeels vast en wil je het toch aan de kinderen overdragen zonder al te veel belasting te betalen, dan is schenken op papier vaak een optie. Wat is dat en welke rol speelt de notaris hierbij?

Schenken op papier
Als je schenkt op papier, schenk je een bepaald bedrag en leen je dit vervolgens weer van de ontvanger van de schenking terug. Feitelijk verandert er dus niets, behalve dat je een schuld krijgt bij de ontvanger van de schenking en deze een vordering op je heeft. Daarbij spreek je af dat deze schuld opeisbaar wordt na het overlijden.

Belastingbesparing
Het nut van een schenking op papier is belastingbesparing. Als je bij de schenking gebruikmaakt van de jaarlijkse schenkvrijstelling, hoeft de ontvanger van de schenking, meestal een kind van de schenker, geen of weinig schenkbelasting te betalen. Bij het overlijden van de schenker vermindert de vordering de omvang van de erfenis en daarmee de te betalen erfbelasting.

Let op!
Bij een schenking op papier moet 6% rente worden betaald over het terug geleende bedrag. Deze rente moet jaarlijks ook aan de kinderen worden uitbetaald. Is dit een jaar niet gebeurd, dan kan dit hersteld worden door alsnog de rente te betalen, mits ook rente over de te laat betaalde rente wordt betaald. Gebeurt dit niet, dan vervalt het fiscale voordeel in de schenk- en erfbelasting.

Box 3
Bij een schenking op papier vermindert het vermogen van de schenker. Hij betaalt dus ook minder belasting in box 3. Het vermogen van de ontvanger van de schenking neemt toe. Hij betaalt dus meer belasting in box 3, maar een stuk minder dan het bedrag van de rentevergoeding van 6%.

Zoek goedkope notaris
Voor een schenking op papier is voor het fiscale voordeel in de schenk- en erfbelasting een notariële akte verplicht. Ga op zoek naar een niet te dure notaris, want de tarieven verschillen onderling veel. Zo bleek eerder uit onderzoek van de Consumentenbond dat de tarieven voor genoemde akte onder dertig onderzochte notarissen varieerden van €252 tot €945. Met name wanneer je meerdere jaren achter elkaar op papier schenkt, hakt dat er dus behoorlijk in.

Elk jaar naar de notaris?
Wil je meerdere jaren achter elkaar een papieren schenking doen, dan moet je  in principe elk jaar opnieuw naar de notaris. Het leek niet mogelijk om op één dag schenkingsakten te tekenen bij de notaris die betrekking hebben op meerdere jaren. Als de schenkingsakten voor toekomstige jaren de opschortende voorwaarde bevatten dat de schenker op 1 januari van een kalenderjaar van schenking nog in leven is, lijkt het echter toch mogelijk om op één dag schenkingen voor meerder jaren te regelen. Volgens een rechtbank en gerechtshof wordt in zo’n situatie elke schenking in het beoogde kalenderjaar in aanmerking genomen. De Belastingdienst vindt echter dat alle schenkingen gezamenlijk in aanmerking moeten worden genomen in het jaar waarin de schenkingsakten bij de notaris getekend zijn. Het is afwachten welke visie de Hoge Raad zal volgen.


4. Opnieuw meer tijd voor aanvraag vaststelling NOW 1

Ondernemers die de vaststelling van de NOW 1 niet uiterlijk 31 oktober 2021 hebben aangevraagd, krijgen hiervoor toch nog meer tijd. Het UWV stuurt deze werkgevers een herinnering. De nieuwe deadline is gesteld op 9 januari 2022.

Compensatie loonkosten
Vanwege de Coronacrisis kon een werkgever die minstens 20% omzetverlies had geleden financiële compensatie aanvragen voor de loonkosten. Dit kon voor het eerst voor de periode maart t/m mei 2020 (NOW 1). Het omzetverlies werd gebaseerd op een schatting. Vandaar dat de definitieve omzetdaling moet worden doorgegeven.

Laatste kans
Een meerderheid van de werkgevers die de NOW 1 aanvroegen, hebben inmiddels de vaststelling aangevraagd. De groep ondernemers die uiterlijk 31 oktober 2021 heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor het indienen van een benodigde derden- of accountantsverklaring, krijgt extra veertien weken aanvullend de tijd, dus tot uiterlijk 6 februari.

Geen aanvraag vaststelling
De groep ondernemers die nog helemaal geen aanvraag tot vaststelling heeft gedaan, zo’n 9.400 werkgevers, krijgt nu alsnog een laatste kans. De aanvraag tot vaststelling moet nu uiterlijk 9 januari 2022 binnen zijn. Is een verklaring nodig en ontbreekt deze dan nog, dan krijgt men ook maximaal veertien weken de tijd om de verklaring alsnog in te dienen.

Tegemoetkoming nihil
Voor werkgevers die ook dan geen aanvraag hebben ingediend, wordt de tegemoetkoming bepaald op nihil. Het gevolg is dat het al ontvangen voorschot dan volledig moet worden terugbetaald.

Betalingsregeling
Werkgevers die de NOW geheel of deels moeten terugbetalen, kunnen bij het UWV terecht voor een betalingsregeling. Het UWV zal deze coulant toepassen.


5. Kerstpakket belastingvrij via werkkostenregeling

Dit jaar is vanwege Corona de vrije ruimte van de werkkostenregeling flink verhoogd. Tot een loonsom van €400.000 bedraagt de vrije ruimte 3%, over het meerdere van de loonsom 1,18%. Heb je nog vrije ruimte over dit jaar, laat die dan niet verloren gaan, want je kunt de vrije ruimte niet doorschuiven naar volgend jaar.

Ga dus na of je nog vrije ruimte over hebt. Zo ja, dan kun je deze gebruiken voor een belastingvrij extraatje. Denk aan een mooi kerstpakket of een leuke bonus. Bent je DGA van een BV, dan geldt dit ook voor jezelf. Toets wel of de vergoedingen en verstrekkingen gebruikelijk zijn. Anders kun je deze niet aanwijzen in de werkkostenregeling. Gelukkig doet de Belastingdienst in beginsel niet moeilijk over deze gebruikelijkheidstoets voor vergoedingen en verstrekkingen van maximaal €2.400 per werknemer per jaar.


6. Lager gebruikelijk loon door kostenvergoeding en bijtelling

Als DGA moet je jaarlijks ten minste een minimumbedrag aan salaris uit de BV opnemen, het gebruikelijk loon. Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag. Door dit bedrag te verminderen met kostenvergoedingen en de bijtelling voor de auto van de zaak, kan het loon lager worden vastgesteld. Een lager loon is gunstig, omdat het belastingtarief al snel oploopt tot 49,5%. Het kan dan voordeliger zijn om dividend uit te keren.

Door |2023-08-01T13:32:23+02:0017 november 2021|Geen categorie, Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2021
  • Nieuwsbrief oktober 2021

Nieuwsbrief oktober 2021

1. Coronamaatregelen: wat is gestopt en waar kun je nog een beroep op doen?

Vanaf 1 oktober 2021 is het generieke deel van het steunpakket in verband met de Coronacrisis stopgezet. Zo zijn de regelingen NOW, TVL, TOZO en TONK en diverse belastingmaatregelen vanaf die datum niet meer verlengd. Op onderdelen loopt de steun nog door en zijn nieuwe maatregelen bekendgemaakt.

Nieuwe steunmaatregelen: horeca en boekhandels
Voor een paar sectoren is een aantal nieuwe maatregelen bekendgemaakt. Horecaondernemers die getroffen worden door de verplichte nachtsluiting tussen 0.00 en 6.00 uur kunnen in het vierde kwartaal 2021 een beroep doen op de nieuwe regeling Vaste Lasten Nachtsluiting Horeca (VLN). Voorwaarden zijn onder meer dat de ondernemer minimaal 50% minder omzet maakt dan in het vierde kwartaal 2019 én dat de ondernemer in het tweede en derde kwartaal 2021 de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kreeg. Het streven is om de aanvraag voor de VLN in de tweede helft van november open te stellen.

Vanaf 22 september tot en met 15 november 2021 kunnen fysieke boekhandels een vergoeding voor distributiekosten aanvragen met een beroep op een impulsregeling via het portaal van de Koninklijke Boekverkopersbond. Over een tweede steunmaatregel, een garantiefonds om de boekhandels de ruimte te bieden om hun aanbod weer breed in te kunnen kopen, wordt later nog meer bekendgemaakt.

Toch nog uitstel van betaling vanaf 1 oktober 2021
De mogelijkheid om uitstel van betaling in verband met de Coronacrisis te vragen is per 1 oktober 2021 vervallen. Ondernemers die echt nog niet in staat zijn om de belastingen die opkomen vanaf 1 oktober op tijd te betalen, kunnen tot en met 31 januari 2022 alsnog uitstel van betaling hiervoor vragen. Voorwaarden zijn onder meer dat de ondernemer tot 1 oktober al uitstel van betaling in verband met de Coronacrisis had en dat de onderneming levensvatbaar is. Verder moeten de betalingsproblemen tijdelijk van aard zijn, veroorzaakt zijn door de Coronacrisis en op een bepaald tijdstip zijn opgelost.

Let op!
Als de totale belastingschuld €20.000 of hoger is, moet het verzoek om uitstel van betaling voorzien zijn van een verklaring van een derde deskundige. Is de totale belastingschuld lager, dan volstaat een eigen verklaring.

Bestaande steunmaatregelen
Hoewel de regeling NOW, TVL, TOZO en TONK niet verlengd zijn per 1 oktober 2021, lopen de aanvraag en afwikkeling nog wel door:

  • tot en met 26 oktober 2021 17.00 uur kun je nog een aanvraag doen voor de TVL derde kwartaal 2021;
  • de werkelijke omzet voor de TVL eerste kwartaal 2021 moet je uiterlijk 11 november 2021, 17.00 uur doorgeven. Voor de TVL tweede kwartaal 2021 ligt deze deadline op 12 januari 2022 en voor de TVL derde kwartaal 2021 op 2 april 2022;
  • aanvragen van NOW is niet meer mogelijk. Het aanvraagloket van de definitieve berekening sluit voor de NOW eerste aanvraagperiode 2020 op 31 oktober 2021. Voor de tweede aanvraagperiode 2020 sluit dit loket op 5 januari 2022, voor de derde aanvraagperiode 2020 en de eerste, tweede en derde aanvraagperiode 2021 op 22 februari 2023.

Tip!
Hoewel de NOW per 1 oktober is gestopt, kunnen werkgevers vanaf 1 oktober wel weer een beroep doen op de Regeling Werktijdverkorting (WTV).

Kredietregelingen
De volgende garantieregelingen kunnen nog aangevraagd worden tot eind 2021: Borgstelling MKB-kredieten Corona (BMKB-C), Klein Krediet Corona (KKC), krediet via Qredits tot eind 2021, Borgstelling MKB-Landbouwkredieten voor coronaoverbruggingsfinanciering (BL-C), Opengestelde Monumentenlening en Cultuur opstartlening en Cultuurvermogenslening.

Garantie Ondernemersfinanciering (GO-C) kan nog tot en met 15 december 2021 aangevraagd worden.

Verlengde en gestopte belastingmaatregelen
Een aantal belastingmaatregelen blijft gelden voor het hele jaar 2021:

  • het onbelast vergoeden van de vaste reiskostenvergoeding waarop een werknemer op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had;
  • de mogelijkheid om het gebruikelijk loon aan de hand van het omzetverlies t.o.v. 2019 lager vast te stellen;
  • de verhoging van de vrije ruimte in de WKR (het percentage over de eerste €400.000 loonsom is verhoogd van 1,7% naar 3%);
  • de goedkeuring met betrekking tot de betaalpauze voor rente en aflossing van de eigenwoninglening;
  • de vrijstelling uitkering ‘Kurzarbeitergeld’, ‘Insolvensgeld’ en ‘Arbeitslosengeld’ ontvangen door een inwoner van Nederland vanaf 11 maart 2020 tot en met 31 december 2021.

Let op!
Niet verlengd, dus gestopt per 1 oktober, zijn de volgende belastingmaatregelen: het BTW-nultarief op mondkapjes, Coronavaccins en testkits, de BTW-vrijstelling voor de uitleen van zorgpersoneel en de versoepeling van administratieve verplichtingen in de loonheffingen.


2. Is de fiscale eenheid vennootschapsbelasting nog aantrekkelijk?

In de vennootschapsbelasting bestaan al jaren twee tarieven. In 2021 is het verschil tussen het lage en hoge tarief weer groter geworden. En voor 2022 is voorzien dat het verschil nog groter wordt. Reden om afscheid te nemen van de fiscale eenheid?

Tarieven vennootschapsbelasting
In 2021 bedraagt het tarief 15% voor het winstdeel tot €245.000 en 25% voor het winstdeel daarboven. Vanaf 2022 bedraagt het tarief 15% voor het winstdeel tot €395.000 en 25% voor het winstdeel daarboven. Als meerdere BV’s onderdeel zijn van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting, kan niet elke BV apart gebruikmaken van deze zogenaamde tariefopstap. De fiscale eenheid zal bij hogere winsten daarom veelal leiden tot hogere belastingen.

Voorbeeld: drie BV’s met elk €250.000 winst maken onderdeel uit van een fiscale eenheid. De vennootschapsbelasting bedraagt in 2021 €163.000 en in 2022 €148.000. Vormden de drie BV’s geen fiscale eenheid, dan zou de vennootschapsbelasting totaal in 2021 €114.000 en in 2022 €110.250 bedragen.

Let op!
Het tarief vanaf 2022 staat wettelijk al vast en op Prinsjesdag zijn geen voorstellen gedaan die hier verandering in aanbrengen. In de Kamer is echter volop rumoer om het tarief in de vennootschapsbelasting te verhogen ter financiering van andere zaken. De kans bestaat daarom dat weer aanpassingen plaatsvinden in het tarief of de schijven in de vennootschapsbelasting.

Voordelen fiscale eenheid
Neem bij de overweging om de fiscale eenheid te verbreken altijd ook de voordelen van de fiscale eenheid ten opzichte van aparte BV’s mee.

Zo kunnen na verbreking van de fiscale eenheid verliezen van de ene BV niet meer verrekend worden met winsten van de andere BV. Ook het voordeel dat geen winstverantwoording hoeft plaats te vinden op onderlinge diensten en leveringen, vervalt na verbreking van de fiscale eenheid. En denk ook aan het verdwijnen van de mogelijkheid om zonder fiscale afrekening bezittingen en schulden te verplaatsen tussen BV’s.

Fiscale gevolgen verbreken fiscale eenheid
Wegen de voordelen van de fiscale eenheid niet meer op tegen de nadelen, vergeet dan niet ook de fiscale gevolgen die optreden bij verbreken van de fiscale eenheid in ogenschouw te nemen.

Een belangrijk aandachtspunt hierbij is bijvoorbeeld de sanctie die op kan treden als vermogensbestanddelen de afgelopen drie of zes kalenderjaren tussen BV’s zijn overgedragen.

Tip!
Hoewel het tariefvoordeel eenvoudig te berekenen lijkt, kan het verbreken van de fiscale eenheid mogelijk onvoorziene nadelen met zich meebrengen die niet tegen het tariefvoordeel opwegen. In dit bericht zijn niet alle nadelen en voordelen van de fiscale eenheid benoemd. Bovendien zal de beoordeling voor elke individuele situatie weer anders zijn. Laat je daarom goed over jouw eigen situatie adviseren.

Toekomst fiscale eenheid
De afgelopen jaren zijn de wettelijke bepalingen voor de fiscale eenheid diverse keren gewijzigd. Daarnaast bestaat onduidelijkheid over het voortbestaan van de fiscale eenheid. Zo is nagedacht over een nieuwe groepsregeling in de vennootschapsbelasting. Of die er komt en hoe deze regeling er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. De beslissing hierover is overgelaten aan een volgend kabinet.

3. Verliezen verrekenen: wat verandert er per 1 januari 2022?

Heb of verwacht je verrekenbare verliezen in de vennootschapsbelasting? Bekijk dan tijdig de gevolgen van de gewijzigde verliesverrekeningsregels. De regels worden verruimd, maar ook beperkt vanaf 1 januari 2022.

Op hoofdlijnen
Vanaf 1 januari 2022 zijn verliezen in tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Tegelijkertijd zijn vanaf die datum verliezen in omvang beperkt verrekenbaar: volledige verliesverrekening is straks slechts mogelijk tot een bedrag van €1 miljoen.

Waarom?
Het doel van de wijzigingen is om te voorkomen dat bedrijven met winstgevende activiteiten jaren achtereen geen vennootschapsbelasting (Vpb) betalen. De wijzigingen moeten leiden tot een meer geleidelijke verliesverrekening en daarmee stabielere belastinginkomsten.

Verruiming verliesverrekeningsregels Vpb
Nu geldt voor de achterwaartse verliesverrekening nog een termijn van één jaar en voor voorwaartse verliesverrekening een termijn van zes jaar. Dat verliezen vanaf 1 januari 2022 in de tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zullen zijn, is een verruiming van de huidige regels.

Beperking verliesverrekeningsregels Vpb
Onder de huidige regels zijn verliezen in omvang onbeperkt verrekenbaar. Daardoor is het bij voldoende verliezen mogelijk om winsten jarenlang tot nihil te verminderen en daardoor geen vennootschapsbelasting te betalen. Deze praktijken wil het kabinet voorkomen. Daarom zijn verrekenbare verliezen vanaf 2022 in een jaar tot een bedrag van €1 miljoen volledig verrekenbaar met de winst. Boven €1 miljoen is het verlies slechts verrekenbaar met 50% van de resterende belastbare winst van dat jaar. Op die manier is, ondanks de aanwezigheid van compensabele verliezen, toch vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze beperking is vanaf 2022 ook van toepassing op de in termijn ongewijzigde achterwaartse verliesverrekening van één jaar. Een verlies dat door de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar is, wordt wel doorgeschoven. Het kan dan in volgende jaren met inachtneming van dezelfde beperking worden verrekend.

Let op!
Er is geen overgangsrecht. De wijzigingen zijn daarom van toepassing op verliezen die stammen uit boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013. Deze verliezen gaan dus niet meer verloren, maar de verrekening per jaar wordt wel in omvang beperkt. Verliezen uit boekjaren die zijn aangevangen voor die datum zijn – conform de huidige regels – tot 31 december 2021 verrekenbaar. Daarna verdampen ze en kunt u ze dus niet meer verrekenen.

Tip!
Zijn er dus mogelijkheden om in 2021 bestaande verliezen te verrekenen? Maak daar dan gebruik van!

Tip!
Per 1 januari 2019 is de houdsterverliesregeling afgeschaft. Er geldt een overgangsregeling. De wijzigingen gaan ook gelden voor houdster- en financieringsverliezen die onder deze regeling vallen. Ook deze verliezen zijn dus tot een bedrag van €1 miljoen volledig en daarboven slechts tot een bedrag van 50% van de belastbare houdster- of financieringswinst verrekenbaar. Daarbij blijft de regel gelden dat deze slechts verrekenbaar zijn met houdster- of financieringswinsten.


4. Aandelenopties vanaf 2022 flexibeler belast

Vanaf volgend jaar kan een werknemer kiezen wanneer hij belasting wil betalen over verkregen aandelenopties. Door deze keuzevrijheid wordt het met name voor IT-bedrijven aantrekkelijker om personeel te belonen via aandelenopties. Dit voorstel is op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Huidige regeling
Volgens de huidige regeling worden aandelenopties belast op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen. Een nadeel hiervan is dat al belasting betaald moet worden op een moment dat de aandelen misschien nog niet verkocht mogen worden. Op dat moment heeft de werknemer dan niet altijd voldoende middelen om de belasting te betalen.

Nieuwe regeling
In de nieuw voorgestelde regeling moet de belasting in beginsel betaald worden op het moment waarop de bij uitoefening van de optie verkregen aandelen ook verhandelbaar zijn. Op dat moment is er namelijk wel geld beschikbaar om de belasting te kunnen betalen.

Let op!
Er wijzigt niets in het moment van belasting betalen als de aandelen na uitoefening van de aandelenoptie meteen verhandelbaar zijn of als de werknemer de aandelenopties niet uitoefent, maar verkoopt. In dat geval vindt heffing ook vanaf 2022 nog steeds plaats op het moment van omzetting van de opties in aandelen of op het moment van verkoop van de opties.

Keuze
Een werknemer kan er onder de nieuwe regeling ook voor kiezen de optie volgens de huidige regeling te belasten op het moment van omzetten van de optie in aandelen. Dus ook als deze nog niet verhandelbaar zijn. De werknemer kan hiervoor kiezen als hij bijvoorbeeld geen problemen heeft om de verschuldigde belasting te betalen.

Tip!
Of kiezen voor toepassing van de huidige regeling gunstiger is of niet, zal van een aantal (onzekere) factoren afhangen. De belasting op het moment van omzetten van de opties in aandelen wordt berekend over een zo goed mogelijke inschatting van de waarde van de aandelen op dat moment. Mogelijk is die waarde hoger op het latere moment van verhandelbaar zijn van de aandelen. Dan was kiezen voor de huidige regeling gunstiger. Maar het kan uiteraard ook zijn dat de waarde van de aandelen op het latere moment lager is.

Uitzondering
Er komt een uitzondering op de regeling als een werknemer de verkregen aandelen niet mag verkopen als gevolg van een contractuele beperking. In dat geval moet de belasting betaald worden uiterlijk vijf jaar na de beursgang van het bedrijf. Is het bedrijf reeds beursgenoteerd, dan vindt belastingheffing uiterlijk vijf jaar na uitoefening van de optie plaats.

Let op!
Het voorstel moet nog door het parlement worden goedgekeurd.

Start-up
Op dit moment is bij de uitoefening van aandelenopties in een start-up, onder voorwaarden, slechts belasting verschuldigd over 75% van de waarde van de aandelen (met een maximum van €50.000). Voorgesteld is om deze gunstige regeling per 1 januari 2022 te laten vervallen. Voor werknemers van start-ups kan het daarom raadzaam zijn om, waar mogelijk, in 2021 nog aandelenopties uit te oefenen tot een bedrag van in ieder geval €50.000.


5. Gebruik in 2021 de nog ruimere vrije ruimte in de WKR

Vanaf 2022 gaat de vrije ruimte weer omlaag. In 2021 bedraagt de vrije ruimte nog 3% van de eerste €400.000 van de loonsom van alle werknemers samen, plus 1,18% van deze loonsom voor zover hoger dan €400.000. Vanaf 2022 wordt het percentage van 3% weer verlaagd naar 1,7%. Is de totale loonsom van alle werknemers bijvoorbeeld €1.000.000, dan bedraagt de vrije ruimte in 2021 €19.080 en in 2022 €13.880, dus €5.200 minder.

Maak daarom in 2021 nog gebruik van de extra ruimte om onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemers te geven. Je kunt de vrije ruimte uit 2021 namelijk niet doorschuiven naar 2022.

Houd wel rekening met de gebruikelijkheidstoets: de vergoedingen of verstrekkingen mogen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Tot een bedrag van maximaal €2.400 per werknemer per jaar doet de Belastingdienst hier gelukkig niet moeilijk over.


6. Vanaf 2022 belastingvrije thuiswerkvergoeding mogelijk

Vanaf volgend jaar mag de werkgever aan werknemers een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag geven. Voor alle dagen dat werknemers niet thuiswerken, blijft het mogelijk om een onbelaste reiskostenvergoeding te geven. De berekening hiervan kan vanaf volgend jaar wel wijzigen.

Een werkgever kan op één dag niet zowel een onbelaste reiskostenvergoeding als een onbelaste thuiswerkvergoeding geven. Ook niet als de werknemer op die dag zowel thuis als op kantoor werkt. In dat geval moet gekozen worden.

Het is wel mogelijk om voor zowel de reiskosten als de kosten voor thuiswerken een vaste onbelaste kostenvergoeding te geven aan de hand van de vaste afspraken die met de werknemer gemaakt zijn over de verhouding tussen het aantal dagen thuiswerken en het aantal kantoordagen.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0019 oktober 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2021