Nieuwsbrief

  • Special Eindejaarstips 2021

Special Eindejaarstips 2021

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Daarnaast hebben we ook enkele tips rondom Coronamaatregelen opgenomen.

Inhoud:

  1. Tips voor alle belastingplichtigen
  2. Tips voor de ondernemer in de inkomstenbelasting
  3. Tips voor de BV en de DGA
  4. Tips voor werkgevers
  5. Tips voor de automobilist
  6. Tips voor de woningeigenaar
  7. Tips inzake de BTW

Klik hier voor onze Special Eindejaarstips.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 oktober 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Eindejaarstips 2021
  • Special Miljoenennota 2022

Special Miljoenennota 2022

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag uit het koffertje van de demissionair minister van Financiën? Kort enkele punten:

  • Het kabinet introduceert een onbelaste thuiswerkvergoeding
  • De bijtelling van emissievrije auto’s gaat omhoog
  • Er zijn geen verrassingen in de tarieven voor de IB en VPB
  • De Milieu-investeringsaftrek wordt verhoogd

En zo zijn er nog meer zaken die belangrijk zijn voor de bedrijfsvoering.

Klik hier voor onze Special Miljoenennota.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0023 september 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Miljoenennota 2022
  • Nieuwsbrief juli 2021

Nieuwsbrief juli 2021

1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen
De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van NV’s en BV’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de NV en BV, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders
De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang
Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden
In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming
Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.


2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.


3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget
Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen
Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister
Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:

  • is erkend door het ministerie van OCW of
  • beschikt over het NRTO-keurmerk of
  • opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of
  • is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Ben je (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kun je daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie ben je er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor een opleiding aanvragen als je de gegevens hebt aangevuld en de scholingsactiviteiten hebt geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vind je ook meer informatie over het scholingsregister.


4. Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.


5. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.


6. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0013 juli 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2021
  • Nieuwsbrief juni 2021

Nieuwsbrief juni 2021

1. Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

In welke gevallen moet een commissaris of andere toezichthouder BTW berekenen over de toezichthoudende taken die hij uitvoert? De staatssecretaris van Financiën heeft hierover via een besluit eindelijk meer duidelijkheid geboden.

Zelfstandig of niet?
Of BTW berekend moet worden, hangt af van de vraag of er sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder ten aanzien van de toezichthoudende werkzaamheden. Dit is vaak niet het geval, wat betekent dat dan geen BTW in rekening hoeft te worden gebracht.

Eerdere uitspraken
Het besluit ligt in het verlengde van eerdere uitspraken van het Europese Hof en de Hoge Raad. In deze zaken hadden de toezichthouders geen individuele taken of verantwoordelijkheden, handelden ze ook niet op eigen naam, voor eigen rekening of verantwoordelijkheid en liepen ze geen economisch risico. Ze waren dan ook niet zelfstandig en hoefden geen BTW te berekenen.

Specifieke organen
Het besluit noemt een aantal concrete organen waarbij in het algemeen geen sprake zal zijn van zelfstandigheid. Het betreft:

  • toezichthoudende organen met wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht (o.a. NV, BV, (bedrijfstak)pensioenfonds);
  • toezichthoudende organen zonder wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht vergelijkbaar met NVof BV (o.a. stichting en vereniging);
  • bezwaaradviescommissies en adviescolleges met wettelijke taak;
  • toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies.

Let op!
In het algemeen zal in voorgaande situaties geen sprake zijn van zelfstandigheid, maar de beoordeling of wel of niet sprake is van zelfstandigheid blijft altijd een feitelijke beoordeling. Beoordeel daarom altijd, onder meer aan de hand van de statuten en de op de statuten gebaseerde reglementen, of wel of geen sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder.

Terugwerkende kracht
Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 13 juni 2019, de datum van de uitspraak van het Europese Hof. Voor werkzaamheden waarbij na deze datum BTW is berekend en deze is verrekend door de afnemer, hoeft dit niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd te worden.

Tip!
Een organisatie met (deels) BTW-vrijgestelde prestaties heeft in het verleden de btw die een commissaris of andere toezichthouder berekende, niet (geheel) in aftrek kunnen brengen. Blijkt nu dat de commissaris of andere toezichthouder ten onrechte BTW berekende omdat de zelfstandigheid ontbreekt? Dan kan het voor de organisatie een financieel voordeel opleveren als de commissaris of andere toezichthouder met terugwerkende kracht de ten onrechte afgedragen btw bij de Belastingdienst terugvraagt en doorstort naar de organisatie.



2. Kabinet schrapt BIK in ruil voor lagere Awf-premie

Het kabinet heeft besloten de Baangerelateerde investeringskorting (BIK) met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar te schrappen. Dit vanwege de verwachting dat de Europese Commissie de BIK als ongeoorloofde staatssteun zal aanmerken en hiermee niet akkoord zal gaan.

BIK
De BIK was bedoeld om in de coronacrisis ondernemers te motiveren om extra te investeren. Daarom kon een korting op de afdracht van loonheffingen worden verkregen. Deze bedroeg 3% voor de eerste € 5 miljoen aan investeringen en 2,44% over het meerdere aan investeringen.

Lagere Awf-premie
Omdat het kabinet de voor de BIK gereserveerde middelen toch aan het bedrijfsleven wil doen toekomen, is het plan om de Awf-premie (werkloosheidsfonds) te verlagen van 2,7% naar 0,34% voor de lage premie en van 7,7% naar 5,34% voor de hoge premie. Hierdoor komen de middelen terecht bij ondernemers met personeel, net als bij de BIK.

Verschil lage en hoge premie blijft 5%
Een werkgever is de lage Awf-premie verschuldigd voor mensen met een vast arbeidscontract; in de meeste andere gevallen is de hoge Awf-premie verschuldigd. Het verschil tussen de lage en de hoge premie blijft 5%.

Vanaf 1 augustus
Het is de bedoeling dat de Awf-premie dit jaar vanaf 1 augustus verlaagd wordt. Op dit moment wordt de verlaging op uitvoerbaarheid getoetst en de verwachting is dat de verlaging eind juni 2021 definitief wordt vastgesteld. Softwareleveranciers en uitvoeringsinstanties hebben dan nog even de tijd om hun systemen aan te passen.

Gevolgen individueel verschillend
De gevolgen van het schrappen van de BIK en het in de plaats hiervan verlagen van de Awf-premie, zullen per bedrijf verschillen. Zo zal men alleen het negatieve gevolg van het schrappen van de BIK missen als men tussen 1 oktober 2020 en 31 december 2022 zou investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Overigens kon de BIK pas vanaf 1 september van dit jaar worden aangevraagd, dus de wijziging levert het bedrijfsleven geen uitvoeringstechnische problemen op.



3. Sterke inkomensdaling door Corona? Gebruik de middelingsregeling

Door Corona hebben veel ondernemers een sterke inkomensdaling gehad. Is dat bij jou ook het geval? Dan is er de middelingsregeling. Dat is een regeling voor belastingplichtigen met een wisselend inkomen en kan daarom interessant zijn in deze tijden van wisselende inkomsten door corona.

Middelingsregeling
De middelingsregeling is een regeling in de inkomstenbelasting waarbij belasting wordt betaald over een gemiddeld inkomen in plaats van het daadwerkelijke inkomen. Dat gemiddelde wordt berekend over een periode van drie aaneengesloten jaren. Omdat het gemiddelde inkomen bij sterk wisselende jaarlijkse inkomens lager ligt, resulteert dat in een lager bedrag aan te betalen inkomstenbelasting.

Hoe werkt middeling?
Is het te betalen bedrag over het gemiddelde over een periode van drie aaneengesloten jaren lager dan het bedrag dat daadwerkelijk over die drie jaren is betaald? Dan bestaat recht op teruggave van het te veel betaalde bedrag. Daarbij geldt wel een drempelbedrag van €545 (2021).

Let op!
Het recht op teruggave geldt dus alleen voor het bedrag dat uitkomt boven de drempel.

Zelf aanvragen
De Belastingdienst past de middelingsregeling niet zelf toe. Een belastingplichtige moet zelf met een formulier verzoeken om toepassing van de regeling. Een verzoek om middeling moet binnen 36 maanden worden ingediend na afloop van de bezwaartermijn van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het laatste belastingjaar.

Tip!
De middelingsregeling heeft geen invloed op ontvangen toeslagen in de opgegeven jaren voor middeling.

Corona
Het jaar 2020 is het jaar dat veel ondernemers voor het eerst door Corona een sterke inkomensdaling hebben gehad. Het is aan te raden om eerst goed na te gaan welke periode van drie aaneengesloten jaren het meest optimaal is voor toepassing van de middelingsregeling.

Let op!
De middelingsregeling mag vaker worden aangevraagd, maar elk jaar mag maar één keer voor middeling worden gebruikt.



4. Vraag tijdig de Subsidie praktijkleren aan!

Bedrijven die een praktijk- of werkleerplaats aanbieden, kunnen hiervoor subsidie krijgen. Deze subsidie kan men voor het lopende studiejaar 2020-2021 tot en met 16 september digitaal aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Begeleiding
De subsidie is een tegemoetkoming voor de kosten die een werkgever maakt voor de begeleiding van degenen die een praktijk- of werkleerplaats volgen. Je vraagt de subsidie na afloop van de begeleiding aan.

Omvang subsidie
Het maximale subsidiebedrag is €2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Bij overschrijding van het budget wordt de subsidie evenredig over de aanvragers verdeeld.

Geen korting vanwege Corona
Het kabinet heeft maatregelen genomen in verband met het Coronavirus. Werkgevers kunnen als gevolg hiervan te maken hebben gehad met gedwongen sluiting of met sluiting omdat voortzetting van het bedrijf volgens de richtlijnen van het RIVM niet verantwoord was. Voor werkgevers die hiermee te maken hebben gehad, wordt de subsidie echter niet verminderd.

Extra subsidie
Voor erkende leerbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie die een BBL-leerplek (beroepsbegeleidende leerweg) aanbieden, is extra subsidie beschikbaar.

Hoger veiligheidsniveau vereist
Tot en met 30 juni 2021 kun je de subsidie nog aanvragen met eHerkenning niveau 1 of 2. Vanaf 1 juli 2021 heb je minimaal eHerkenning niveau 3 met machtiging ‘RVO-diensten op niveau eH3’ nodig om in te loggen voor de Subsidieregeling praktijkleren.

Let op!
Heb je eHerkenning met een lager betrouwbaarheidsniveau of niet de juiste machtiging, dan moet je de eHerkenning aanpassen naar een hoger betrouwbaarheidsniveau en de juiste machtiging aanvragen. Houd rekening met een aanschaftijd van ongeveer twee weken, dus regel dit op tijd.

Uitbetaling subsidie
Binnen 13 weken na 16 september wordt een besluit genomen over de ingediende aanvragen en wordt het subsidiebedrag voor een volledige gerealiseerde plaats berekend. Aan de hand daarvan volgen de individuele beschikkingen. Deze beschikking is direct de vaststelling van de subsidie.

Binnen twee weken na ontvangst van een positieve beslissing, ontvang je het bedrag van de subsidie op je bankrekening.



5. Alsnog NOW voor eerdere kwartalen? Deadline 16 juli!

Ondernemers die nog geen NOW aanvroegen voor de perioden vanaf oktober 2020, kunnen dit nu alsnog doen. Ondanks dat de aanvraagperiode inmiddels officieel is verstreken! De derde aanvraagperiode NOW (vanaf oktober 2020) sloot al eind december 2020. Op dat moment was de regel nog dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) meetelde als omzet. Ondernemers die daardoor het benodigde omzetverlies van minimaal 20% niet haalden, vroegen voor deze periode waarschijnlijk geen NOW aan.

Onlangs is echter bekendgemaakt dat de TVL alsnog vanaf de derde aanvraagperiode NOW niet meetelt als omzet. Door het niet meetellen van de TVL heeft de ondernemer dus een lagere omzet. De ondernemer haalt daarom misschien alsnog het benodigde omzetverlies van minimaal 20%. Deze ondernemers kunnen nu alsnog voor de derde aanvraagperiode NOW aanvragen. Dit geldt ook voor de aanvraag van Q1 2021. Alsnog NOW aanvragen kan door te bellen met UWV Telefoon NOW. Let op! Deze mogelijkheid is geopend tot en met 16 juli 2021.



6. Startersregeling TVL nu aan te vragen

Er is een speciale TVL-regeling voor startende ondernemers beschikbaar. Die kan per 31 mei 2021 worden aangevraagd. De regeling voorziet in een tegemoetkoming in de vaste lasten van ondernemers die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De regeling is vrijwel gelijk aan de normale tegemoetkoming vaste lasten (TVL). Starters konden hier echter geen gebruik van maken, omdat ze in het tweede kwartaal van 2019 nog niet over omzet beschikten. Aanvragen van de tegemoetkoming voor starters kan digitaal via de RVO. Aanvragen kan uiterlijk tot 12 juli 2021 17.00 uur. De regeling is eenmalig. Vanaf het tweede kwartaal kunnen starters namelijk de gewone TVL aanvragen.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 juni 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2021
  • Nieuwsbrief mei 2021

Nieuwsbrief mei 2021

1. Nieuwe aanvraagronde NOW 6 mei van start

Werkgevers met een omzetverlies van minstens 20% kunnen vanaf 6 mei bij het UWV een aanvraag indienen voor nieuwe NOW-steun (vijfde aanvraagperiode NOW). Deze steun heeft betrekking op een periode van drie maanden, van april tot en met juni.

Tegemoetkoming NOW
De tegemoetkoming volgens de NOW vergoedt maximaal 85% van de loonkosten bij 100% omzetverlies. Bij minder omzetverlies wordt ook de tegemoetkoming evenredig afgebouwd.

Nieuwe aanvraagperiode
De nieuwe aanvraagperiode vanaf 6 mei loopt tot en met 30 juni. Na de aanvraag krijg je op basis van het geschatte omzetverlies een voorschot van 80%. Dit wordt in drie keer, verspreid over drie maanden, uitbetaald. Het eerste voorschot ontvang je binnen 2 tot 4 weken na aanvraag.

Let op!
Stopt je de onderneming in de aangevraagde periode, dan stopt het UWV de betaling.

Definitieve vaststelling
Vanaf 31 januari 2022 start de aanvraagperiode voor de definitieve vaststelling. De definitieve tegemoetkoming wordt op basis van het werkelijke omzetverlies vastgesteld. Heb je te veel NOW ontvangen, dan moet je het te veel ontvangen bedrag terugbetalen.

Daling loonsom
De loonsom mag, net als bij de twee voorgaande tegemoetkomingen, met maximaal 10% dalen ten opzichte van juni 2020, zonder dat dit leidt tot een verlaging van de NOW. Bij een verdergaande daling volgt wel een vermindering.


2. Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?
Je bent inlener als je een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat je de leiding hebt over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doe je dit niet, dan is er geen sprake van inlening, maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?
Als inlener kun je in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de BTW die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken
Je kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid
Als je kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet jouw schuld is, kan de aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij jou. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n € 150.000 bleef dan ook in stand.

Let op!
Leen je in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent je gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als je aan een aantal voorwaarden voldoet.


3. Vraag vóór 1 juli 2021 BTW zonnepanelen terug

Heb je als particulier in 2020 zonnepanelen aangeschaft en de BTW nog niet teruggevraagd? Dan moet je vóór 1 juli 2021 in actie komen. Doe je dat niet, dan loop je het risico de BTW niet meer terug te krijgen van de Belastingdienst.

Elke particulier met zonnepanelen die energie terug levert aan het energiebedrijf is BTW-ondernemer. Om die reden kan die particulier ook de BTW over de zonnepanelen terugvragen. Kocht je in 2020 zonnepanelen? Meld dit dan vóór 1 juli 2021 bij de Belastingdienst.

Aanmelden
Aanmelden doe je via het formulier opgaaf zonnepaneelhouders. Dat moet nu nog op papier, maar onlangs is aangekondigd dat dit waarschijnlijk vanaf juni 2021 ook digitaal kan.

Let op!
Meld je aan vóór 1 juli 2021. Doet je dit daarna, dan kun je de Belastingdienst alleen nog ambtshalve verzoeken om BTW-teruggaaf. Het nadeel hiervan is dat je dan tegen de beslissing van de Belastingdienst geen bezwaar of beroep kunt indienen.

BTW-aangifte
Na indiening van het formulier zal de Belastingdienst een BTW-aangifte uitreiken. De BTW over de zonnepanelen kan via deze BTW-aangifte worden teruggevraagd.

Let op!
Een BTW-teruggaaf is alleen mogelijk als de factuur én het contract met het energiebedrijf op naam staan van degene die verzoekt om de BTW-teruggaaf.

Wel of geen BTW-teruggaaf
Vaak wordt gedacht dat na aanschaf van zonnepanelen, de BTW-teruggaaf een zekerheid is. De werkelijkheid wijst helaas anders uit. Zo kun je bijvoorbeeld voor geïntegreerde zonnepanelen minder BTW terugvragen en loop je bij een hoger bedrag aan zonnepanelen het risico dat je een deel van de BTW weer terug moet betalen. En kocht je eerder zonnepanelen, bijvoorbeeld op een andere woning, dan loop je het risico dat je de BTW in het geheel niet kunt terugvragen als je niet vóóraf actie onderneemt. Ook de BTW-teruggaaf van een ondernemer die als particulier op zijn woning zonnepanelen plaatst, is complexer dan vaak gedacht.

Tip!
Overleg daarom vóórdat je zonnepanelen aanschaft met ons welke complicaties in jouw situatie van toepassing kunnen zijn. Daarmee voorkom je dat je voor onaangename verrassingen komt te staan.


4. Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK.

IACK
De IACK bedraagt dit jaar 11,45% van uw arbeidsinkomen boven € 5.153, met een maximum van € 2.815. Je moet wel ten minste € 5.153 verdienen.

Voorwaarden IACK

Verder gelden voor de IACK in 2021 de volgende voorwaarden:

  • Je hebt een kind dat op 1 januari 2021 jonger is dan 12.
    Dit kind staat in 2021 minstens 6 maanden ingeschreven op jouw woonadres. Ben je co-ouder, dan mag het kind ook zijn ingeschreven op het adres van een ex-partner.
  • Je hebt geen fiscale partner of je hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of je hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én je verdient minder dan jouw fiscale partner.

Wanneer ben je co-ouder?
Je bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week.

Verdeling zorg
Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Niet alleen overdag
Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van 1 jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Dagdeel
Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen bij elkaar worden opgeteld voor de berekening van de 156 dagen.

Tip!
Wil je op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij je jouw kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip!
Heb je twee of meer jonge kinderen met jouw ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoe je beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. Je hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.


5. Maak tijdig bezwaar tegen box 3 2020

Ook de bezwaren tegen de box 3-heffing in de inkomstenbelasting 2020 zijn weer aangewezen als massaal bezwaar. Eerder gebeurde dit al voor eerdere jaren. Wil je aansluiten bij de massaalbezwaarprocedure, dan moet je tijdig bezwaar maken. De vraag is uiteraard wat de kansen zijn in deze procedures. De kans dat de Hoge Raad voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 wel overgaat tot vermindering van de box 3-heffing, waar dat voor de jaren 2013 en 2014 niet gebeurd is, wordt niet zo groot geacht. Daar staat echter tegenover dat het deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure relatief eenvoudig is.

Tip!
Maakte je in de jaren 2017, 2018 of 2019 al bezwaar tegen box 3? Dan geldt dat niet automatisch voor 2020. Je moet dus voor dit jaar opnieuw bezwaar maken.


6. Geen BTW op goedgekeurde coronazelftestkits

Coronavaccins en -testkits mogen zonder BTW geleverd worden. Dat geldt ook voor onder meer goedgekeurde zelftestkits. Ook het vaccineren met deze vaccins en het afnemen van de tests kan gedurende die periode gebeuren zonder BTW. Normaal moet hierover BTW berekend worden, maar in sommige gevallen geldt de medische BTW-vrijstelling. Als normaal BTW berekend moet worden, kan de leverancier of toediener van de vaccins en tests gewoon zijn BTW blijven aftrekken. Geldt normaal de BTW-vrijstelling, dan mag de BTW niet afgetrokken worden.

Let op!
Alleen voor de levering van vaccins en testkits die een bepaalde goedkeuring hebben meegekregen, geldt het 0% BTW-tarief.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0017 mei 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2021
  • Nieuwsbrief april 2021

Nieuwsbrief april 2021

1. Extra opletten bij belastingaangifte 2020

Vanaf 1 maart kunnen ondernemers en particulieren weer aangifte inkomstenbelasting doen voor het jaar 2020. Vanwege Corona is het wel zaak om dit jaar extra op te letten. Wat zijn specifieke aandachtspunten?

Afwijkend inkomen
Voor veel belastingplichtigen, ondernemers en particulieren, zal vanwege Corona het inkomen van vorig jaar afwijken van dat van voorgaande jaren. Is de voorlopige aanslag 2020 en/of 2021 nog gebaseerd op het inkomen van vóór de Coronacrisis? Dan is hiermee door de Belastingdienst veelal nog geen rekening gehouden.

TOZO of TOFA?
De Belastingdienst heeft al wel rekening gehouden met een afwijkend inkomen als gevolg van een aanvraag van de TOZO (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) en TOFA (Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten). Heb je recht gehad op een van deze steunmaatregelen? Dan hoef je alleen te controleren of de vooraf ingevulde gegevens kloppen.

Hypotheekrente
Speciale aandacht verdient de aftrek van hypotheekrente. Vanwege de introductie van een zogenaamde betaalpauze – je hebt dan uitstel van betaling van hypotheekrente gehad – kan de aftrek over 2020 lager zijn dan normaal. Dit geldt vaak ook als een hypotheek in 2020 opnieuw is afgesloten, omdat de rente dan meestal lager ligt dan in het verleden.

Vaste lasten
In de aangifte kunnen ondernemers ook profiteren van het feit dat de tegemoetkomingen voor vaste lasten vanwege Corona in de vorm van TOGS en TVL onbelast zijn. De kosten zijn daarentegen wel integraal aftrekbaar van de winst.

Zelfstandigenaftrek
Vanwege Corona is het zogenaamde urencriterium voor ondernemers versoepeld. Dit betekent dat ondernemers die vanwege Corona minder uren in het bedrijf hebben gewerkt, toch aan het urencriterium kunnen voldoen. Daardoor hoeft het recht op enkele faciliteiten voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek, niet verloren te gaan.

Individuele omstandigheden
Wie aangifte doet, moet zelf rekening houden met een eventuele wijziging in 2020 van zijn individuele omstandigheden, zoals werkloosheid, een huwelijk of echtscheiding. Ook hierdoor kan de aangifte van 2020 fors afwijken van die van voorgaande jaren.


2. Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Als je in 2020 recht had op het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd lage-inkomensvoordeel of het loonkostenvoordeel (LKV), heb je half maart van het UWV een voorlopige berekening ontvangen. Controleer deze goed, want fouten kun je nog maar tot en met 1 mei corrigeren.

LIV, jeugd-LIV en LKV
Bovengenoemde regelingen zijn een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers met een laag loon, jeugdigen met een laag loon en werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst hebben. In de berekening zie je voor welke werknemers je recht hebt op een tegemoetkoming en voor welk bedrag.

Aangifte onjuist?
De tegemoetkomingen worden gebaseerd op de aangiften loonheffingen. Zit hierin een fout, dan dient je de aangifte te corrigeren. Doe je dit niet, dan kan het zijn dat je geen of minder tegemoetkoming krijgt dan waar je recht op hebt. Krijg je door een fout te veel aan tegemoetkoming, dan wordt dit later teruggevorderd. Daarbij kan een boete opgelegd worden en rente worden geheven.

Extra aandacht: doelgroepverklaring
Voor het LKV heb je een doelgroepverklaring nodig. Was de aanvraag op 31 januari 2021 nog in behandeling, dan staat dit LKV niet in de voorlopige berekening. Zodra de doelgroepverklaring LKV wordt toegekend, kun je dit nog tot uiterlijk 1 mei via een correctie doorgeven aan de Belastingdienst.

Extra aandacht: overgangsregeling
Kom je in aanmerking voor de overgangsregeling premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer, dan dient je in de aangiften over 2020 aan te geven dat je het LKV aanvraagt voor de werknemer. Als je dit vergeten bent, is er geen LKV toegekend in de voorlopige berekening. Ook in dat geval dien je uiterlijk 1 mei een correctie naar de Belastingdienst te sturen.

Contact
Heb je geen voorlopige berekening ontvangen of twijfel je of deze juist is? Neem dan zo spoedig mogelijk contact met ons op. De termijn om nog correcties in te dienen eindigt op 1 mei 2021.


3. Nieuwe BTW-regels voor afstandsverkopen

Vanaf 1 juli dit jaar gaat de nieuwe EU-btw-richtlijn voor e-commerce gelden en komen er nieuwe regels voor de BTW. Een van de regels die verandert, is de heffing van BTW op afstandsverkopen.

Afstandsverkopen zijn verkopen aan particulieren – en ondernemers die geen BTW-aangifte doen – die gevestigd zijn in andere lidstaten van de EU. De wijziging vereist de nodige voorbereidingen van ondernemers die zich met afstandsverkopen bezighouden.

Drempelbedrag afstandsverkopen tot 1 juli
Op dit moment mag bij levering van goederen aan particulieren en ondernemers die geen BTW-aangifte doen binnen de EU Nederlandse BTW in rekening worden gebracht als de verkopen onder het drempelbedrag van het land blijven waar de consument woont. Boven het drempelbedrag moet de ondernemer zich in het betreffende land voor de BTW registeren, het daar geldende BTW-tarief berekenen en daar ook BTW-aangifte doen. Indien in enig jaar de drempel wordt overschreden, geldt het daaropvolgende jaar automatisch vanaf de start de buitenlandse BTW, net zolang totdat in enig jaar het drempelbedrag niet meer wordt overschreden.

Het drempelbedrag verschilt per land en wordt ook per land toegepast. De ondernemer mag ook kiezen zich in het betreffende land voor de BTW te registeren, het daar geldende BTW-tarief te berekenen en daar ook BTW-aangifte te doen als hij onder het drempelbedrag van het betreffende land blijft.

Uniform drempelbedrag vanaf 1 juli
Vanaf 1 juli 2021 geldt één uniform drempelbedrag van €10.000 voor alle levering van goederen en diensten gezamenlijk aan particulieren en ondernemers die geen BTW-aangifte doen in de EU buiten Nederland. Dit drempelbedrag geldt voor alle prestaties, dus voor leveringen én digitale diensten. Blijft de ondernemer onder het drempelbedrag, dan berekent hij het Nederlandse BTW-tarief en doet hij in Nederland BTW-aangifte. Het transport moet dan wel in Nederland beginnen. Als de drempel in enig jaar wordt overschreden, berekent de ondernemer vanaf dat moment buitenlandse BTW. Het volgende jaar mag de drempel van €10.000 dan niet worden gebruikt.

Let op!
Het nieuwe drempelbedrag van €10.000 geldt niet per lidstaat maar voor alle lidstaten tezamen. Een ondernemer zal vanaf 1 juli waarschijnlijk veel sneller het drempelbedrag bereiken dan voorheen. De regeling gaat halverwege het jaar in en daarom gelden tot en met 30 juni 2021 nog de oude drempelbedragen per EU-land. Vanaf 1 juli geldt de grens van €10.000 voor alle leveringen en digitale diensten aan particulieren en ondernemers die geen BTW-aangifte doen in de periode 1 juli tot en met 31 december 2021.

Het is ondernemers vanaf 1 juli nog steeds toegestaan om geen gebruik te maken van het drempelbedrag en vanaf de eerste euro buitenlandse BTW te berekenen en in het buitenland BTW-aangifte te doen van afstandsverkopen. Dit kan voordelig zijn als het BTW-tarief op de prestaties lager ligt dan in Nederland en met de klant een prijs inclusief BTW is afgesproken. Ook kan via de buitenlandse BTW-aangifte de buitenlandse voorbelasting van dat land worden teruggevraagd. Uiteraard brengt het wel extra administratieve lasten met zich mee.

Eénloketsysteem
Komen de afstandsverkopen boven het drempelbedrag uit, dan berekent de ondernemer de BTW van het land waar de consument woont. De ondernemer moet in principe de BTW daar ook afdragen en daar BTW-aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor het eenvoudigere ‘éénloketsysteem’.

In dit éénloketsysteem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde BTW aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Hij moet zijn bedrijf dan aanmelden voor de ‘Unieregeling’ binnen het nieuwe éénloketsysteem van de Belastingdienst. Zij zorgen dan dat de verschuldigde BTW aan de diverse EU-landen wordt doorbetaald. Aanmelding kan vanaf 1 april via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Via het éénloketsysteem kan geen voorbelasting worden teruggevraagd. Als er buitenlandse btw in rekening is gebracht, moet die worden teruggevraagd via een teruggaafverzoek buitenlandse btw. Het rechtstreeks terugvragen van buitenlandse btw kan wel als ervoor wordt gekozen in het buitenland btw-aangifte te doen.

Overige wijzigingen
Andere wijzigingen per 1 juli zijn onder meer het vervallen van de BTW-vrijstelling tot €22 die nu geldt bij invoer van goederen buiten de EU. Een ondernemer kan onder voorwaarden vanaf 1 juli wel gebruikmaken van de invoerregeling binnen het éénloketsysteem voor ingevoerde zendingen van maximaal €150. Hij betaalt dan geen BTW bij invoer, maar 1 keer per maand via het éénloketsysteem.

Platformen die zich bezighouden met faciliteren van verkopen aan particulieren, zoals Amazon, zijn vanaf 1 juli onder meer sneller verantwoordelijk voor de BTW-afdracht van de verkoop aan particulieren van ingevoerde goederen. Het platform moet dan wel een actieve rol spelen, zoals het faciliteren van betalingen.

MOSS wordt OSS
Leveranciers van digitale diensten kunnen nu voor consumenten binnen de EU al gebruikmaken van een éénloketsysteem, het zogenaamde MOSS-systeem. Door de nieuwe regeling wordt dit systeem getransformeerd tot OSS en kan dit dus gebruikt worden voor digitale diensten én afstandsverkopen.


4. Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege Corona werkt Nederland zo veel mogelijk thuis. Maar kun je als werkgever het personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Mag: pc’s, mobieltjes en gereedschap
Je mag pc’s, mobieltjes, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als je in alle redelijkheid vindt dat deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag: Inrichting werkkamer
Als werkgever ben je volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van de werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat je daarom arbo-voorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. Maar let op: de werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie/thee/toiletpapier
Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken, is belast. Je kunt deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De regering denkt wel na over de mogelijkheid van een onbelaste thuiswerkvergoeding. Als deze er komt, gebeurt dat echter niet eerder dan vanaf 1 januari 2022.

Einde thuiswerken, wat dan?
Komt het personeel weer volledig naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer bij je inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast. Dit is uiteraard anders als het personeel gedeeltelijk thuis blijft werken.

Werkkostenregeling
Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kun je desgewenst onder brengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld €2 per dag (NIBUD) voor bijkomende kosten, zoals verwarming. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende word je als werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die je moet betalen voor zover je over de vrije ruimte heen schiet.

Uitruilen belaste en onbelaste vergoedingen
Overigens kun je ook kijken of je bepaalde kosten kunt uitruilen. Geef je bijvoorbeeld geen vergoeding voor internet thuis, maar wil je wel €2 per dag voor bijvoorbeeld verwarming vergoeden? Dan kun je er ook voor kiezen deze vergoeding (deels) te verlagen en in plaats daarvan een onbelaste vergoeding voor internet te geven. Houd er wel rekening mee dat je deze bestemming van tevoren moet benoemen.


5. Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli

Werkgevers kunnen hun thuiswerkende werknemers een onbelaste vaste reiskostenvergoeding blijven doorbetalen tot in ieder geval 1 juli 2021. Omdat een onbelaste vaste kostenvergoeding voor thuiswerken veelal niet mogelijk is, vindt het kabinet het gerechtvaardigd de onbelaste vaste reiskostenvergoeding te verlengen. De verlenging betekent ook een tegemoetkoming in de kosten voor werknemers die minder reizen, maar nog wel met kosten geconfronteerd worden. Staatssecretaris Vijlbrief noemt in dit kader de vaste kosten van de eigen auto of de kosten van een auto via private lease.

Let op:
De verlenging geldt onder de voorwaarde dat de reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 was toegekend.


6. Snelle aangifte of aanvraag voorlopige aanslag kan belastingrente voorkomen

Voorkom belastingrente en dien vóór 1 mei 2021 de aangifte inkomstenbelasting 2020 in of verzoek vóór die datum om een juiste voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2020. Voor de vennootschapsbelasting voorkom je belastingrente als je vóór 1 juni 2021 de aangifte vennootschapsbelasting 2020 indient of vóór 1 mei 2021 verzoekt om een juiste voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020. Doe je dit na die tijd en ligt de dagtekening van de aanslag na 30 juni 2021? Dan brengt de Belastingdienst vanaf 1 juli 2021 4% belastingrente in rekening. En let op! Voor de vennootschapsbelasting bedraagt deze rente vanaf 1 januari 2022 weer minimaal 8%.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0015 april 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2021
  • Nieuwsbrief maart 2021

Nieuwsbrief maart 2021

1. TVL in tweede kwartaal naar 100%

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt opnieuw verhoogd. Voor het tweede kwartaal van dit jaar, dus voor de maanden april tot en met juni, gaat een vergoeding gelden van 100% van de vaste lasten. Dit heeft het kabinet vrijdag 12 maart bekendgemaakt.

TVL
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege de Coronacrisis een omzetdaling ondervinden van minstens 30%. Sinds 1 januari is de tegemoetkoming verhoogd naar 85%, vanaf 1 april dus naar 100%.

Vergoeding op basis van branchecijfers
Voor de omvang van de vaste lasten van een bedrijf wordt uitgegaan van het branchegemiddelde via de SBI-code in het Handelsregister. De werkelijke vaste lasten van een bedrijf zijn niet bepalend. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor de branche staat dus vast en hangt samen met de SBI-code.

Afwijken van SBI-code mogelijk
Verder maakte staatssecretaris Keijzer (EZK) onlangs bekend dat ondernemers bij wie de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf afwijkt van de SBI-code in het Handelsregister van de KvK toch in aanmerking kunnen komen voor de TVL of voor meer TVL dan op basis van hun SBI-code. Zij doet dit naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak.

Hardheidsclausule
In de TVL worden daarom hardheidsclausules opgenomen. Deze maken het mogelijk dat kan worden afgeweken van de SBI-code als de ondernemer aannemelijk maakt dat de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf anders is. Deze afwijkmogelijkheid krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2021.

Aanvragen TVL
De TVL voor het eerste kwartaal van 2021 kun je via rvo.nl aanvragen tot 30 april 17.00 uur. De TVL voor het tweede kwartaal van 2021 kun je naar verwachting vanaf half mei aanvragen.

Opslag land- en tuinbouw
De TVL voor het tweede kwartaal kent alleen nog een opslag van 21% voor land- en tuinbouwbedrijven. De opslagen voor de non-food detailhandel en reissector komen in de TVL voor het tweede kwartaal te vervallen.


2. Meer Coronasteun via TONK

Het kabinet trekt fors meer geld uit voor inkomensondersteuning via de TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Oorspronkelijk was voor de regeling €130 miljoen uitgetrokken, maar op 12 maart is bekendgemaakt dat dit verhoogd wordt naar €260 miljoen. De TONK is bedoeld voor degenen die door een inkomensverlies vanwege Corona hun vaste lasten niet meer kunnen betalen en richt zich met name op woonlasten.

Aanvragen en uitvoeren via gemeente
De TONK kan met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar worden aangevraagd bij de gemeente. Vanaf wanneer de aanvraag mogelijk is, verschilt per gemeente. Ook de doelgroep die voor de TONK in aanmerking komt en de hoogte van de tegemoetkoming zijn een keuze van de gemeente en kan dus per gemeente verschillen. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

Wanneer komt u voor TONK in aanmerking?
Voor de TONK kom je in aanmerking als u 18 jaar of ouder bent, aanzienlijk inkomen verliest door de Coronacrisis, de woonkosten niet meer met het inkomen of van het vermogen kunt betalen en overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

Let op!
De gemeente bepaalt hoeveel vermogen je mag hebben om nog voor de TONK in aanmerking te komen. Dit kan dus per gemeente verschillen.

Wat zijn woonkosten?
Woonkosten ziet op huur of hypotheek, maar ook op de kosten van elektriciteit, gas en water, servicekosten en gemeentelijke belastingen. De gemeente bepaalt welke kosten door de TONK gedekt kunnen worden.


3. Dreigt sluiting voor tienduizenden kantoorpanden?

Vele tienduizenden kantoorpanden beschikken nog niet over het juiste energielabel. Daardoor dreigt sluiting voor deze panden per 1 januari 2023, zo blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Energielabel
Kantoorpanden moeten vanaf 2023 verplicht geregistreerd zijn met een energielabel van minimaal het niveau C. Hieraan voldoet nu slechts 38% van alle kantoren. De helft van alle kantoren bezit nog helemaal geen energielabel.

Sanctie: sluiting
Kantoren die niet aan de eisen voldoen, moeten per 2023 verplicht sluiten. Dit betekent dat veel kantoren de komende jaren energiezuiniger moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld door middel van isolerende maatregelen.

Uitzonderingen
Sommige gebouwen zijn uitgezonderd van de plicht tot vergroening, bijvoorbeeld kleinere gebouwen tot 100 m2, gebouwen waarbij het gebruik van het kantoor minder dan de helft van het gehele gebouw is en rijksmonumenten.

Energielabels geregistreerd
Energielabels staan geregistreerd bij de RVO. Bedrijven kunnen hier opvragen welk label hun kantoor bezit.

Let op!
Bedrijven die vergroenende maatregelen hebben genomen, moeten daarna opnieuw een energielabel aanvragen, anders staat het kantoor nog steeds in de boeken met een onvoldoende ‘groen’ energielabel.

Energie- en milieu-investeringsaftrek
Bij het vergroenen van een kantoorgebouw heb je mogelijk recht op de energie- of milieu-investeringsaftrek. Dit is een extra aftrek van de winst, gerelateerd aan de omvang van de investering. Extra informatie hierover tref je aan op de site van de RVO (rvo.nl).


4. Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Wil je per 1 juli 2021 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je al eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Je draagt daarvoor WGA- en ZW-premies af.

Je betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als je eigenrisicodrager bent. In dat geval betaal je alleen de basispremie. Is het risico dat de (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het dus gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Maar wordt de (ex-)werknemer ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Je blijft hiervoor maximaal tien jaar verantwoordelijk. Voor dit risico kun je je wel verzekeren bij verschillende verzekeraars. Na tien jaar neemt het UWV de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie.

Let op!
Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Tweemaal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je de wijziging per 1 juli 2021 in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op!
Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap moet een garantieverklaring meegestuurd worden van de bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.


5. Voorkom belastingrente door indienen BTW-suppletie 2020 vóór 1 april 2021

Controleer of je alle BTW over 2020 bij de Belastingdienst heeft aangegeven en betaald. Je betaalt namelijk geen belastingrente als je de BTW over 2020 alsnog aangeeft vóór 1 april 2021 met een BTW-suppletie. Geef je dit pas op of na 1 april 2021 aan, dan betaal je vanaf 1 januari 2021 een belastingrente van 4%. Deze rente loopt door tot 14 dagen na de datum van de aanslag waarin de BTW is opgenomen. Is de BTW-correctie overigens niet meer dan €1.000? Dan hoef je geen aparte BTW-suppletie te doen, maar kun je dit corrigeren in de eerstvolgende BTW-aangifte.


6. Vanaf 15 maart 2021 subsidie voor emissieloze bedrijfsauto

Ondernemers kunnen vanaf 15 maart 2021 een subsidie van maximaal €5.000 krijgen voor een emissieloze bedrijfsauto. De subsidie is mogelijk als een ondernemer een nieuwe, volledig emissieloze bedrijfsauto koopt of financieel leaset. Leaset een ondernemer operationeel? Dan kan de leasemaatschappij de subsidie aanvragen en in de operationele lease verwerken. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de bedrijfsauto voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder een voertuigclassificatie N1 of N2, een maximaal gewicht van 4.250 kilogram en een netto catalogusprijs (N1) of verkoopprijs (N2) van meer dan €20.000. Let op dat op het moment van aanvraag van de subsidie de koop- of financiële leaseovereenkomst nog niet definitief mag zijn. Ook mag de bedrijfsauto dan nog niet geleverd zijn of op naam staan. Het beschikbare budget van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA) voor 2021 is €22 miljoen. De subsidie is aan te vragen bij RVO.nl.

Door |2024-05-31T09:28:54+02:0015 maart 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief maart 2021
  • Nieuwsbrief februari 2021

Nieuwsbrief februari 2021

1. Vanaf 15 februari aanvraag NOW Q1 van start

Werkgevers die door de Coronacrisis een omzetverlies boeken van minstens 20%, kunnen vanaf 15 februari een tegemoetkoming in de loonkosten NOW aanvragen. De tegemoetkoming kan digitaal aangevraagd worden tot en met 14 maart 2021 via de site van het UWV.

Tegemoetkoming verruimd
De tegemoetkoming is verruimd en bedraagt maximaal 85% van de loonkosten, bij een omzetverlies van 100%. Bij minder omzetverlies wordt ook de tegemoetkoming naar evenredigheid verminderd. Een omzetverlies van bijvoorbeeld 50% levert dus een tegemoetkoming op ter grootte van 42,5% van de loonkosten.

Let op!
Als je recht hebt op de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), telt deze mee als omzet en valt de NOW dus lager uit.

Voorschot
Werkgevers ontvangen eerst een voorschot van 80% op basis van de verwachte omzetdaling. Dit voorschot wordt in drie stappen uitbetaald. Na afloop van de periode wordt het daadwerkelijke omzetverlies vergeleken met de schatting. Het verschil wordt daarna uitbetaald of teruggevorderd.

Voorwaarden grotendeels ongewijzigd
De overige voorwaarden van de regeling blijven grotendeels ongewijzigd. Zo blijft de opslag voor overige loonkosten 40%, mag de loonsom boetevrij met maximaal 10% dalen, mogen er geen dividenden of bonussen aan directie en bestuur worden uitgekeerd en dient je de werknemers bij ontslag te stimuleren inzake om- of bijscholing.

Accountantsverklaring
Vraagt u de NOW aan en komt het voorschot uit op een tegemoetkoming van € 100.000 of meer, of bedraagt de definitieve tegemoetkoming € 125.000 of meer, dan heeft u een accountantsverklaring nodig. Bij een voorschot van € 20.000 of meer of een definitieve tegemoetkoming van € 25.000 of meer is een derdenverklaring vereist.


2. Tegemoetkoming Vaste Lasten aanvragen vanaf 15 februari

Werkgevers met een omzetverlies van minstens 30% kunnen vanaf 15 februari 12.00 uur tot 30 april 17.00 uur via rvo.nl/tvl een tegemoetkoming aanvragen voor de kosten van hun vaste lasten (TVL), zoals huurkosten. De aanvraagprocedure van de TVL voor bedrijven met meer dan 250 werknemers, start later. De TVL is flink verruimd ten opzichte van de TVL voor het vorige kwartaal.

Vaste tegemoetkoming
Ondernemers die een omzetverlies van 30% of meer lijden, krijgen een tegemoetkoming van 85% van de vaste lasten. Een toenemend omzetverlies levert dus niet meer tegemoetkoming op, zoals in het vorige kwartaal nog het geval was.

Let op!
Het percentage vaste lasten van een onderneming blijft afhankelijk van de sector en wordt bepaald op basis van cijfers van het CBS. De werkelijke vaste lasten zijn hiervoor dus niet bepalend.

Minimale omvang vaste lasten
Ondernemers met minstens € 1.500 aan vaste lasten kunnen TVL voor het eerste kwartaal van 2021 aanvragen. Tot nu toe gold een grens van € 3.000 aan vaste lasten, maar deze is voor het eerste kwartaal van 2021 dus verlaagd.

Onafhankelijk van bedrijfstak en grootte
De TVL is ook niet langer meer afhankelijk van de bedrijfstak. Dit betekent dat vrijwel iedere ondernemer die minstens 30% omzetverlies realiseert, in beginsel recht heeft op de TVL. Ook is de regeling niet langer beperkt tot het MKB. Dit betekent dat ook bedrijven die meer dan 250 werknemers in dienst hebben, TVL kunnen aanvragen.

Minima en maxima stijgen ook
Ook het minimum en maximum van de TVL stijgen. Het minimum subsidiebedrag wordt verhoogd naar € 1.500 en het maximum naar € 330.000 voor MKB-bedrijven en naar € 400.000 voor niet-MKB-bedrijven.

Aanvragen
Aanvragen kunnen digitaal worden ingediend via de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/tvl).

Let op!
Niet-mkb-bedrijven met meer dan 250 werknemers kunnen de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 nu nog niet aanvragen. Op de site rvo.nl kun je aangeven een e-mail te willen ontvangen zodra dit mogelijk is.

Let op!
Als je recht hebt op de TVL, telt deze mee als omzet en valt de NOW dus lager uit.

Voorraadsubsidie
De detailhandel in de non-food krijgt boven op de TVL een subsidie vanwege de waardevermindering van voorraden. De subsidie bedraagt een opslag van 21% op het percentage in de TVL van 85% en kent een maximum van € 200.000.

Ook de land- en tuinbouwsector kent een opslag van 21%. Het maximum hiervan is nog niet bekend. Voor de reissector geldt een opslag van 3,4% met een maximum van € 130.000.

TVL Evenementenbranche voor vierde kwartaal 2020
Ondernemers uit de evenementenbranche die aan de voorwaarden voldoen, kunnen vanaf 18 februari 12.00 uur tot 18 maart 17.00 uur een aanvraag doen voor de evenementenmodule voor het vierde kwartaal van 2020. De ondernemer ontvangt 33,3% van de TVL-subsidie over de periode juni t/m september 2020, met een minimum van € 750 en maximum van € 16.667. De opening van de evenementenmodule voor het eerste kwartaal van 2021 wordt in maart verwacht.

Let op!
De tegemoetkoming is er voor ondernemers uit de evenementenbranche die eerder de TVL voor de periode juni t/m september 2020 kregen, maar niet voor TVL voor het vierde kwartaal van 2020 en/of het eerste kwartaal van 2021 in aanmerking komen vanwege een te lage referentieomzet in het vierde kwartaal van 2020.


3. Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari

De eindheffing voor de werkkostenregeling moet je dit jaar uiterlijk meenemen in het tweede aangiftetijdvak voor de loonheffing. Voor veel ondernemers zal dit de aangifte van februari zijn, die je in maart moet indienen en betalen.

Werkkostenregeling
Via de WKR kun je zaken belastingvrij vergoeden en verstrekken aan de werknemers. Vergoedingen en verstrekkingen die binnen de vrije ruimte blijven, zijn ook belastingvrij. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je 80% belasting over het meerdere via de eindheffing.

Let op!
De vrije ruimte over het jaar 2020 bedraagt 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom van het bedrijf en 1,2% over het meerdere.

Eindheffing 80%
Heb je meer uitgegeven aan vergoedingen en verstrekkingen dan de vrije ruimte, dan betaal je over het meerdere 80% eindheffing. Dit moet je aangeven in het tweede aangiftetijdvak, wat voor veel ondernemers februari zal zijn. Deze aangifte dien je in maart in en betaal je ook in maart.

Administratie
Het bedrag van de eindheffing moet ook blijken uit de administratie. Daartoe is het noodzakelijk dat je bijhoudt welke vergoedingen en verstrekkingen je onderbrengt in de werkkostenregeling. Vervolgens vergelijk je dit bedrag met de beschikbare vrije ruimte en weet je of je eindheffing verschuldigd bent.


4. Vergoeding en belastingvrije Coronatest en vaccin

Werkgevers kunnen hun personeel belastingvrij laten testen op Corona en kunnen onder voorwaarden een vergoeding krijgen voor in opdracht van het bedrijf uitgevoerde testen. Als personeel in aanmerking komt voor het coronavaccin, kunnen werkgevers ook de eventueel hiermee samenhangende kosten belastingvrij vergoeden.

Arbovoorzieningen
De kosten van een test en vaccin zijn aan te merken als arbovoorzieningen en daarom gericht vrijgesteld als de werkgever die voor zijn rekening neemt. Er geldt wel een aantal voorwaarden.

Zo moeten de arbovoorzieningen samenhangen met de verplichtingen op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en mag de werknemer er geen eigen bijdrage voor betalen.

Werkkostenregeling
Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan hoef je de kosten niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling te laten komen. Deze vrije ruimte is dit jaar weer verruimd en wel naar 3% over de eerste € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Bijdrage overheid
De overheid probeert ook op diverse andere wijzen de strijd tegen corona financieel te steunen. Zo is in ieder geval tot 30 juni het BTW-tarief voor mondkapjes 0% en geldt dit tarief ook voor het leveren van en inenten met het Coronavaccin, alsmede voor het leveren van en testen met Coronatestkits.

Vergoeding voor werkgevers
Het ministerie van VWS biedt bedrijfsartsen en arbodiensten die werknemers testen in opdracht van werkgevers een financiële tegemoetkoming. Het ministerie is uitgegaan van de kosten die gemaakt moeten worden voor het afnemen en analyseren van de testen. De kosten voor het aanschaffen van de testen worden niet vergoed. De totale vergoeding per afgenomen test bedraagt € 61,06 excl. BTW.


5. Gebruikelijk loon DGA € 47.000

Het gebruikelijk loon dat een DGA jaarlijks verplicht uit de BV dient op te nemen, is dit jaar verhoogd naar € 47.000.

Het gebruikelijk loon dient te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan € 47.000. Als je aannemelijk maakt dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer, stel je het loon vast op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking met een minimum van € 47.000. Om het loon lager dan € 47.000 vast te stellen, moet je kunnen aantonen dat een lager loon gebruikelijk is voor een werknemer in de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Een lager gebruikelijk loon is bij starters ook onder bepaalde bijzondere omstandigheden mogelijk. Het gaat dan om BV’s die voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering in 2021 als starter wordt aangemerkt, overige startende BV’s die het gebruikelijk loon niet kunnen betalen en om verlieslijdende BV’s. Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden. Voor het jaar 2020 was bepaald dat ook BV’s die getroffen werden door de Coronacrisis, het gebruikelijk loon lager konden vaststellen. Dit geldt ook voor 2021.


6. Bijtelling eigen woning in 2021 verlaagd

De bijtelling vanwege de eigen woning, het eigenwoningforfait (EWF), is dit jaar voor het overgrote deel van de woningen verlaagd van 0,6% naar 0,5% van de WOZ-waarde. Dit komt neer op een verlaging van de bijtelling met bijna 7%.

Bewoners van een koopwoning moeten een bedrag bij hun inkomen optellen. De hoogte van de bijtelling hangt af van de waarde van het huis. Het kabinet heeft het EWF verlaagd om daarmee de stijging van de prijzen van woningen te compenseren. Hierdoor wordt bereikt dat de bijtelling bij het inkomen gemiddeld ongeveer gelijk blijft. Voor woningen met een waarde van meer dan € 1.110.000 blijft de bijtelling onveranderd op 2,35% over het meerdere van de WOZ-waarde, voor zover die uitkomt boven de € 1.110.000. De bijtelling voor deze woningen over de waarde tot € 1.110.000 is wel verlaagd.

Let op!
Ook de bijtelling voor ondernemers die wonen in een woning die tot het ondernemingsvermogen behoort, is in 2021 gedaald en wel van 1,55% naar 1,45%.


7. Update special lonen 2021

We hebben de huidige special reeds een update gegeven vanwege het nieuwe steunpakket dat in januari 2021 is gepubliceerd.
Lees hier de update van de Special Lonen.

Door |2024-05-31T09:28:54+02:0019 februari 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2021
  • Nieuwsbrief januari 2021

Nieuwsbrief januari 2021

Let op!
In deze MKB-Nieuwsbrief hebben we bewust geen coronagerelateerde maatregelen, zoals de NOW 3.0, opgenomen. Dit komt omdat er bij het verschijnen van deze nieuwsbrief nieuwe of uitbreidingen van bestaande steunmaatregelen in de maak zijn (of net bekend zijn gemaakt). We houden je op de hoogte.


1. Vijf belangrijke wijzigingen 2021 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd op het gebied van lonen voor de werkgever en de DGA. Welke springen het meest in het oog?

1. Wat verandert er in de werkkostenregeling?
Per 1 januari 2021 gaat de vrije ruimte binnen de WKR naar 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom wordt de vrije ruimte 1,18% (was 1,2%). In 2020 was naar aanleiding van de coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom.

Concernregeling 2021
Heeft u meerdere BV’s? Dan kun je gebruikmaken van de zogenaamde concernregeling. Deze concernregeling kan nadelig uitpakken. Voor het concern in zijn geheel wordt de vrije ruimte namelijk bepaald op 1,7% van de eerste €400.000 van de totale loonsom van het concern en op 1,18% over het meerdere. Je mag dus niet uitgaan van de vrije ruimte per onderdeel van het concern.

Tip!
Ga eerst na of de concernregeling wel voordelig voor je is. Je hoeft dit uiterlijk pas in het tweede aangiftetijdvak te beslissen.

2. Gebruikelijk loon DGA
Het gebruikelijk loon voor de DGA stijgt in 2021 naar €47.000. In 2020 was dit nog €46.000.

De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden. Voor 2021 geldt dus als richtlijn een salaris van €47.000.

3. Compensatie transitievergoeding bij einde bedrijf door pensioen of overlijden
Staak je het bedrijf door pensionering? Dan kun je vanaf 1 januari 2021 aanspraak maken op een compensatie van de transitievergoedingen voor de werknemers. Het gaat hier om bedrijven met minder dan 25 werknemers.

De overheid wil voorkomen dat werkgevers die door pensionering gedwongen zijn hun onderneming te staken, privévermogen moeten aanwenden om hun werknemers de transitievergoeding uit te kunnen betalen.

De compensatie transitievergoeding bij beëindiging van het bedrijf is geregeld in de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Voor de berekening van het aantal werknemers is het niet van belang of de werknemer een tijdelijk of een vast contract heeft. Er geldt geen terugwerkende kracht bij deze regeling.

Erfgenamen en/of medewerkgevers kunnen na het overlijden van de werkgever geconfronteerd worden met een onderneming die zij niet willen of kunnen voortzetten. Bedrijfsbeëindiging gevolgd door het ontslag van de werknemers zal dan de enige optie zijn. De erfgenamen van de overleden werkgever die na aanvaarding van zijn nalatenschap van rechtswege werkgever zijn geworden, zijn bij beëindiging van de dienstverbanden dan een transitievergoeding verschuldigd aan alle ontslagen werknemers. Daarvoor kan ook compensatie worden aangevraagd.

4. Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)
Het kabinet stimuleert bedrijven om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat bedrijven ook in deze roerige tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines. De regeling geldt voor nieuwe investeringen die vanaf 1 januari 2021 tot uiterlijk 31 december 2022 worden gedaan. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot €5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing.

Let op!
Vanwege de verrekening met de loonheffing is de BIK alleen interessant voor bedrijven met personeel.

Het is niet toegestaan een investering – waarvoor de BIK wordt verkregen – aan een derde ter beschikking te stellen. Het maakt niet uit of deze derde een Nederlands of buitenlands bedrijf is.

Let op!
Het is nog niet zeker of ook een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting de BIK kan aanvragen. Eerst moet er groen licht komen van de Europese Commissie of dit onderdeel van de BIK geoorloofde steun is.

5. Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing
Als onderdeel van het pensioenakkoord is met ingang van 1 januari 2021 voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) de tijdelijke RVU-drempelvrijstelling ingevoerd. Dat betekent dat de RVU-heffing van 52% voor u als werkgever tijdelijk en onder voorwaarden achterwege blijft, voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven.

De voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling zijn als volgt:

  • de uitkering ingevolge de RVU-regeling wordt toegekend in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer.
  • het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend.
  • de RVU-drempelvrijstelling geldt voor de periode van maximaal 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
  • de werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
  • de RVU-drempelvrijstelling bedraagt maximaal een bedrag dat, na vermindering van loonbelasting en premies volksverzekeringen, gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

2. Geen mondkapje, geen loon

De vraag of een werkgever een werknemer kan verplichten een mondkapje te dragen, kwam aan de orde in een kort geding bij de rechtbank in Utrecht. Het ging om een werknemer die werkzaam was als chauffeur voor een banketbakkerij.

Instructierecht
De werkgever had het dragen van een mondkapje verplicht gesteld voor al zijn personeelsleden in zijn bedrijfspanden en had zich daarbij beroepen op zijn instructierecht. Het instructierecht volgt uit de aard van het dienstverband en brengt de zeggenschap van de werkgever over de werknemer tot uitdrukking. Zo’n instructie kan in strijd zijn met grondrechten. De werknemer in kwestie weigerde in de bedrijfspanden het mondkapje te dragen.

Legitieme doelen
De kantonrechter oordeelt echter dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden van de werkgever twee legitieme doelen dient.

  • Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving, waarin besmetting met het coronavirus voorkomen moet worden.
  • Ten tweede dient de werkgever zijn bedrijfsbelang te beschermen, omdat de werknemers bij ziekte of quarantaine hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het dragen van een mondkapje kan hierbij helpen. Een dergelijke maatregel kan bovendien alleen effectief zijn als iedereen zich eraan houdt.

Geen persoonlijke beperkingen
Tevens geldt in deze zaak dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt is, omdat de chauffeur het mondkapje in het transportbusje niet op hoeft te doen, slechts alleen als hij aanwezig is in een van de bedrijfspanden. Er is overigens ook niet gebleken dat er medische of psychologische beperkingen bij de werknemer waren op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Maatregelen
Tot het moment dat de werknemer wel bereid is het mondkapje te dragen, mag de werkgever het loon opschorten en hem de toegang tot het werk ontzeggen.


3. Uitstel belasting gehad? Vraag een overzicht aan

Vanwege de Coronacrisis hebben ondernemers de mogelijkheid om uitstel van betaling van belastingschulden aan te vragen tot 1 april 2021. Uitstel is al sinds het begin van de Coronacrisis in maart van 2020 mogelijk, reden waarom de mogelijkheden worden verruimd om een overzicht van deze schulden op te vragen.

Belastingtelefoon en helpdesk
Een overzicht van belastingschulden kon al worden verkregen via de Belastingtelefoon en via de Helpdesk voor intermediairs. Via deze kanalen heeft een ondernemer het overzicht binnen twee dagen in huis via zijn Berichtenbox.

Extra mogelijkheden
De Belastingdienst heeft vanwege de coronacrisis ook een tweetal andere mogelijkheden opengesteld. Dit betreft een speciaal telefoonnummer (0800-0230107) en een speciaal
e-mailadres.

Het telefoonnummer is 24/7 bereikbaar. Het e-mailadres is bedoeld voor adviseurs die voor meerdere ondernemers tegelijk een overzicht willen opvragen. Deze overzichten ontvangt de ondernemer dan binnen tien dagen per gewone post.


4. Nieuw jaar, nieuwe hogere schenkvrijstelling

Met een nieuw jaar is er ook weer een nieuwe schenkvrijstelling. Deze is vanwege corona met €1000 verhoogd ten opzichte van vorig jaar.

Schenkvrijstelling
De schenkbelasting kent een jaarlijkse vrijstelling die ouders gebruiken om te schenken aan hun kinderen. Op die manier wordt gedurende het leven al een deel van het vermogen belastingvrij overgeheveld naar de kinderen.

Extra verhoging vanwege Corona
Vanwege de Coronacrisis is de jaarlijkse schenkvrijstelling extra verhoogd met €1.000. Dat geldt zowel voor de jaarlijkse vrijstelling voor kinderen als voor derden. In 2022 wordt de schenkvrijstelling weer met €1.000 verlaagd.

Vrijstelling voor kinderen
De vrijstelling voor schenkingen van ouders aan hun kinderen bedraagt in 2021 €6.604. De vrijstelling voor schenkingen aan derden, zoals aan kleinkinderen, bedraagt in 2021 €3.244.

Overige vrijstellingen
De schenkbelasting kent naast de jaarlijkse vrijstellingen nog enkele vrijstellingen. Zo kun je eenmalig aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar belastingvrij €26.881 schenken. In plaats daarvan kun je ook, onder voorwaarden, voor een dure studie eenmalig €55.996 of voor een eigen woning €105.302 schenken.

Let op!
De vrijstelling voor een eigen woning van €105.302 geldt ook voor schenkingen aan derden.


5. Einde onbelaste vaste reiskostenvergoeding per 1 februari?

Krijgen de werknemers een vaste reiskostenvergoeding van je, en werken zij vanwege het Coronavirus (bijna) volledig thuis? Dan kun je in ieder geval tot 1 februari 2021 deze vergoeding nog onbelast doorbetalen, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Wel is de voorwaarde dat het een vaste vergoeding betreft die al voor 13 maart 2020 werd toegekend.

In januari 2021 komt het kabinet terug op hoe het na 1 februari 2021 om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen. De verwachting is ook dat er meer duidelijkheid komt over een eventuele thuiswerkvergoeding.


6. Nieuwe UWV-uitvoeringsregels bij ontslag

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is het UWV de aangewezen instantie om een ontslagaanvraag in te dienen. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling UWV ontslagprocedure. Bij het aanvragen van dit ontslag is het van belang dat de ontslagprocedure goed wordt gevolgd. Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan de termijn voor het aanvullen van een incompleet verzoek, de termijnen voor hoor en wederhoor en wanneer uitstel kan worden verleend.

Per 1 september 2020 zijn de uitvoeringsregels ontslagprocedure van het UWV aangepast alsook de uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen. Raadpleeg voordat je een ontslagaanvraag indient eerst de UWV-uitvoeringsregels, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Deze uitvoeringsregels kun je downloaden op de website van het UWV.

Door |2024-05-31T09:28:54+02:0020 januari 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2021