Nieuwsbrief

  • Nieuwsbrief januari 2023

Nieuwsbrief januari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 16 januari 2023, 20:00 uur.


1. Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Vorig jaar kondigde het kabinet een pakket aan ondersteunende maatregelen aan voor het MKB voor de jaren 2023 tot en met 2027. Een van de maatregelen betreft de mogelijkheid om in 2023 willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen.

Welke bedrijfsmiddelen?
Je kan willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor je:

  • de verplichting voor de aanschaf van deze bedrijfsmiddelen in 2023 aangaat, of
  • de voortbrengingskosten in 2023 maakt.

Je kan alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die niet eerder al in gebruik zijn genomen. Bovendien moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 in gebruik worden genomen.

Let op!
De regeling voor de willekeurige afschrijving geldt zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Maximaal 50% in 2023 afschrijven
Als voldaan is aan de voorwaarden, mag je tot maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten ineens afschrijven in 2023. Het restant moet je in de jaren ná 2023 normaal afschrijven.

Uitgesloten bedrijfsmiddelen
Bepaalde bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de regeling. Op onder meer de volgende bedrijfsmiddelen kan je daarom niet willekeurig afschrijven:

  • gebouwen;
  • schepen en vliegtuigen;
  • bromfietsen en motorrijwielen;
  • personenauto’s;
  • immateriële activa;
  • dieren.

Let op!
Personenauto’s die bestemd zijn voor het beroepsvervoer over de weg én personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer (onder meer elektrische personenauto’s) zijn niet uitgesloten van de regeling. Op deze auto’s kan je dus wel willekeurig afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Geen willekeurige afschrijving
Op bedrijfsmiddelen die bestemd zijn om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden kan je ook niet willekeurig afschrijven. Dit betreft bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die je verhuurt aan een ander. Verhuur je deze bedrijfsmiddelen echter voor korte duur aan telkens andere huurders? Dan kan je hier wel willekeurig op afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Let op!
Als je door een andere regeling al willekeurig afschrijft op een bedrijfsmiddel, kan je geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.


2. Schenken: wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan jouw kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan jouw kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Jouw kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als de jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan jouw kinderen.

Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan jouw kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip!
Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders-kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op!
Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kan je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

  • echtgenoot of partner: €723.526;
  • kind, kleinkind: €22.918;
  • invalide kind: €68.740;
  • ouders (samen): €54.270;
  • overig: €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.


3. Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betaalde je in 2022 bedragen aan iemand die niet bij jou in dienstbetrekking was of als ondernemer bij jou werkte? Dan moet je die bedragen deze maand, dus in januari 2023, aan de Belastingdienst doorgeven.

Renseigneringsverplichting
Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren tot en met 2021 hoefde je alleen bedragen door te geven als de Belastingdienst daarom vroeg. Voor de jaren vanaf 2022 ben je verplicht dit uit eigen beweging te doen. De verplichting geldt voor twee groepen administratieplichtigen:

  • inhoudingsplichtigen, ofwel (rechts)personen met een loonheffingennummer, en
  • bepaalde collectieve beheersorganisaties (CBO’s).

Uitgesloten betalingen
Bepaalde betalingen hoef je niet door te geven. Het gaat hier onder meer om betalingen voor werkzaamheden die zijn verricht als vrijwilliger, werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met omzetbelasting, de werkzaamheden en diensten die zijn verricht als werknemer en de vergoedingen voor een auteursrecht.

Tip!
De renseigneringsverplichting geldt niet voor een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever die in Nederland geen inhoudingsplichtige is.

Aan te leveren gegevens
Het aanleveren van de gegevens moet digitaal. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

  • naam, adres, BSN en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
  • de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief eventuele kostenvergoedingen;
  • datum waarop je de uitbetaling hebt gedaan.

Uiterste datum 31 januari 2023
De in 2022 aan een derde betaalde bedragen moet je in de maand januari 2023 (uiterlijk 31 januari 2023!) aan de Belastingdienst doorgeven. Dit moet je dus uit eigen beweging doen, je kan niet wachten tot de Belastingdienst hierom vraagt.

Let op!
Naast betalingen in geld moet je ook betalingen in natura doorgeven.


4. Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je jouw laatste BTW-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste BTW-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

BTW privégebruik auto
De BTW die betrekking heeft op auto’s van de zaak trek je gedurende het jaar af in jouw BTW-aangiften. In de laatste BTW-aangifte van het jaar moet je daarom BTW afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

De BTW-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je in beginsel op basis van de verhouding tussen het zakelijk gebruik en privégebruik. Kan je die verhouding niet aantonen met een kilometeradministratie of anders? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

Tip!
Heb je bij aankoop van de auto geen BTW afgetrokken? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik 1,5% van de catalogusprijs. Je gaat in 2022 ook uit van 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die je in 2017 of eerder in gebruik hebt genomen.

Let op!
In tegenstelling tot de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting, zijn de kilometers woon-werkverkeer voor de BTW privé en niet zakelijk. Dit betekent dat ook voor een auto die niet tot een bijtelling leidt in de loon- of inkomstenbelasting – omdat met deze auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden wordt – BTW over het privégebruik van de auto verschuldigd kan zijn.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2022 meer dan €227 (excl. BTW) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste BTW-aangifte een BTW-correctie toepassen.

Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een BTW-correctie toepassen in de laatste BTW-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% BTW kan aftrekken én de waarde meer dan €227 (exclusief BTW) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten BTW-belast en BTW-vrijgesteld
Verkoop je goederen en/of verricht je diensten die deels met BTW belast en deels van BTW vrijgesteld zijn? Dan mag je de BTW die betrekking heeft op de BTW vrijgestelde goederen en diensten niet in aftrek brengen. Gedurende het jaar 2022 heb je in jouw aangiften BTW al een inschatting gemaakt van de niet-aftrekbare BTW. In jouw laatste BTW-aangifte van 2022 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op!
Een vergelijkbare berekening pas je ook toe voor in 2022 ingekochte diensten en roerende zaken die je deels privé hebt gebruikt.

Let op!
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop je voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.


5. Invorderingsrente 2% vanaf 1 januari 2023

De invorderingsrente op belastingschulden is vanaf 1 januari 2023 verhoogd van 1 naar 2%. Per 1 juli 2023 volgt een stijging naar 3%, waarna vanaf 1 januari 2024 de invorderingsrente weer uitkomt op het oude niveau van vóór de coronacrisis, namelijk 4%. Heb je op de uiterste betaaldatum jouw belastingen nog niet betaald? Dan ben je invorderingsrente verschuldigd vanaf de dag na de uiterste betaaldatum tot de dag waarop jouw betaling door de Belastingdienst ontvangen is. Je bent ook invorderingsrente verschuldigd over jouw belastingschulden waarvoor je langdurig uitstel van betaling kreeg in verband met de coronacrisis. Deze schulden worden vanaf 1 oktober 2022 in principe in 60 gelijke maandelijkse termijnen afgelost. De verhoging van de invorderingsrente kan misschien reden zijn om deze schulden eerder al af te lossen, mits dit uiteraard tot de mogelijkheden behoort.


6. Vraag subsidie emissieloze bedrijfsauto aan

Ondernemers en non-profitinstellingen kunnen vanaf 10 januari weer de subsidie emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA) aanvragen voor de koop of financial lease van een nieuwe elektrische bedrijfsauto. De regeling geldt alleen voor bedrijfsauto’s die zijn gemaakt voor het vervoer van goederen in de voertuigcategorie N1 of N2 tot een maximumgewicht van 4.250 kg. De netto catalogusprijs (bij N1) of de verkoopprijs zonder BTW (bij N2) moet minimaal €20.000 bedragen en de bedrijfsauto mag bij aanvraag van de subsidie nog niet op jouw naam staan. Ook mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Vaak wordt in de niet-definitieve overeenkomst daarom een bepaling opgenomen dat deze definitief wordt als positief besloten is op de aanvraag van SEBA-subsidie. De subsidie bedraagt maximaal €5.000.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0016 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2023
  • Special Lonen 2023

Special Lonen 2023

De Special Lonen 2023 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als HR-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie informatie over bijvoorbeeld de auto van de zaak, de thuiswerkvergoeding, de WKR en de transitievergoeding.

Klik hier voor de Special Lonen

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0010 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Lonen 2023
  • Nieuwsbrief december 2022

Nieuwsbrief december 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 12 december 2022, 20:00 uur.


1. Normbedrag gebruikelijk loon DGA naar € 51.000

Het normbedrag van het gebruikelijk loon voor de DGA bedraagt vanaf 2023 € 51.000. Daarnaast verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Deze twee aanpassingen betekenen dat het voor de DGA verstandig is om te beoordelen of zijn loon mogelijk moet worden aangepast.

Berekening gebruikelijk loon 2023
Een aandeelhouder met een aanmerkelijk belang die ook werkzaamheden verricht voor de BV (waaronder de DGA) moet een gebruikelijk loon ontvangen. Het gebruikelijk loon bedraagt in 2023 het hoogste bedrag van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of;
  • het loon van de meest verdienende werknemer van de BV of;
  • €51.000.

Tip!
Onder bepaalde voorwaarden kan het gebruikelijk loon lager zijn. De bewijslast hiervan ligt wel bij jouw BV.

Verdwijnen doelmatigheidsmarge
In het Belastingplan 2023 is het verdwijnen van de doelmatigheidsmarge opgenomen. Waar je in 2022 nog rekening mag houden met 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, wordt dit vanaf 2023 100% van dat loon. Deze wijziging, tezamen met de verhoging van het normbedrag van €48.000 in 2022 naar €51.000 in 2023, kan betekenen dat jouw loon omhoog moet om nog gebruikelijk te zijn.

Let op!
De Tweede Kamer gaat al akkoord met de verdwijning van de doelmatigheidsmarge. De Eerste Kamer stemt hierover medio december 2022.

Voorbeeld verhoging gebruikelijk loon
Stel: in 2022 en 2023 bedraagt het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking €62.000 en het loon van de meest verdienende werknemer €47.000. Het gebruikelijk loon in 2022 bedraagt dan €48.000 (het hoogste bedrag van 75% van €62.000 = €46.500, €47.000 en €48.000). Het gebruikelijk loon in 2023 bedraagt echter €62.000 (het hoogste bedrag van €62.000, €47.000 en €51.000). Jouw gebruikelijk loon stijgt dan dus met €14.000!

Let op!
De hoogte van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking zal mogelijk tot meer discussie kunnen leiden met de Belastingdienst. Waar tot 2022 nog een discussiemarge bestond van 25%, is deze vanaf 2023 namelijk volledig verdwenen.

Onderdelen gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon omvat behalve het reguliere loon in geld, ook loon in natura en de bijtelling van de auto vanwege privégebruik. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die onder de werkkostenregeling als eindheffingsloon zijn aangewezen, kunnen meetellen, mits zij individualiseerbaar zijn.

Tip!
Het reguliere loon van de DGA uit het eerdere voorbeeld kan in 2023 lager zijn dan €62.000. Stel dat de DGA bijvoorbeeld een bijtelling heeft voor een terbeschikkinggestelde auto van €12.000 en vergoedingen onder de werkkostenregeling die als eindheffingsloon zijn aangewezen in de vrije ruimte ter grootte van €2.400, dan hoeft het reguliere loon maar €47.600 te bedragen in plaats van €62.000.


2. Spreid de jubelton over 2022 en 2023

De eenmalige belastingvrije schenking voor onder andere de aankoop van een woning, ook bekend als de jubelton, wordt afgeschaft. Als je in 2022 nog in actie komt, kan je de huidige jubelton van €106.671 nog spreiden over 2022 en 2023.

Jubelton
Ouders kunnen bijvoorbeeld aan hun kinderen via de jubelton in 2022 nog een belastingvrije schenking doen. De vrijstelling geldt overigens ook voor derden. Je kan deze schenking dus aan een willekeurig persoon doen. Er zijn echter wel voorwaarden. Zo dient de jubelton gebruikt te worden om:

  • een eigen woning te kopen of te verbouwen;
  • de hypotheek of restschulden van de eigen woning af te lossen;
  • de rechten van erfpacht, opstal of beklemming van de eigen woning af te kopen.

Een lager bedrag in 2023
De jubelton bedraagt nu nog €106.671, maar wordt in 2023 beperkt tot een bedrag van €28.947. Per 2024 verdwijnt de jubelton helemaal.

Spreid de jubelton
Wil je nog optimaal profiteren van de fiscale vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning? Doe dit dan vóór 1 januari 2023. Je hoeft dan niet meteen in 2022 al het volledige bedrag te schenken om optimaal te profiteren. Een schenking van €1 in 2022 is al voldoende. Je kan het restant schenken in 2023.

Let op!
Je moet wel zowel in 2022 als in 2023 voldoen aan alle voorwaarden voor de jubelton. Daarnaast moet je ook zowel in 2022 als in 2023 de vrijstelling voor de jubelton aanvragen in de aangifte schenkbelasting voor 2022 en 2023.

Tip!
Schenk je in 2022 nog niet het gehele bedrag van de jubelton, dan kan je dus in 2023 het restant schenken. Daarnaast kan je in 2023 ook nog gebruikmaken van de jaarlijkse reguliere vrijstelling voor 2023 (€6.035 voor een schenking van ouders aan kinderen en €2.418 voor een schenking aan anderen).

Voorwaarden
Voor de jubelton geldt een aantal voorwaarden. Zo moet de ontvanger van de schenking tussen de 18 en 40 jaar oud zijn, moet de jubelton gebruikt worden voor de eigen woning en moet je via schriftelijke bewijzen kunnen aantonen dat de schenking is betaald. Een schenking op papier voldoet dus niet.

Tip!
Controleer goed of je voldoet aan alle voorwaarden. Onze adviseurs kunnen jou daarbij van dienst zijn. Daarmee voorkom je dat de vrijstelling onverwacht toch niet van toepassing is.

Besteden schenking tot en met 2024
Een voorwaarde voor de jubelton is dat de schenking voor de eigen woning wordt gebruikt. De ontvanger heeft daar enige tijd voor. Als je in 2022 schenkt, kan de ontvanger de schenking nog tot uiterlijk 2024 besteden aan de eigen woning. Dit geldt ook voor een eventuele aanvullende schenking in 2023.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.


3. Belasting over broodfonds

Een broodfonds is een particulier initiatief van zelfstandig ondernemers om bij langdurige ziekte elkaar financieel te ondersteunen. Over de vraag of een deelnemer aan een broodfonds belasting verschuldigd is, is meer duidelijkheid verstrekt.

Broodfonds
Grofweg werkt een broodfonds als volgt. De deelnemende ondernemer legt maandelijks een bedrag in. Daarnaast betaalt de deelnemer eenmalig inschrijfkosten en een maandelijkse contributie.

Als een ondernemer ziek wordt, krijgt deze – over het algemeen na een wachttijd van een maand – gedurende maximaal twee jaar schenkingen van de andere aangesloten ondernemers. Het bedrag van de schenking is afhankelijk van de maandelijkse inleg van de ondernemer.

Inkomstenbelasting box 1: uitkeringen uit en betalingen aan broodfonds
Als een ondernemer schenkingen uit een broodfonds ontvangt vanwege zijn ziekte, zijn deze volgens de Belastingdienst niet belast in box 1. De bedragen die de ondernemer maandelijks inlegt, zijn daarentegen ook niet aftrekbaar in box 1.

Inkomstenbelasting box 3: aandeel in broodfonds
Het aandeel van de ondernemer in het broodfonds moet volgens de Belastingdienst voor box 3 gewaardeerd worden op het saldo van de ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.

Tip!
Het recht op een ingegane uitkering, maar ook het recht op een niet-ingegane uitkering, heeft een waarde die eigenlijk in box 3 opgegeven zou moeten worden. Uit praktisch oogpunt geeft de Belastingdienst aan dat deze waarde op nihil kan worden gesteld. De waarde van een verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 echter ook niet in aanmerking genomen.

Schenkbelasting
De Belastingdienst geeft aan dat bij deelname aan een broodfonds geen schenkbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een kansovereenkomst. De Belastingdienst merkt daarbij wel op dat bij afwijkende regels in een broodfonds de beoordeling mogelijk anders kan zijn.


4. Moet ik als ondernemer de CBS-enquêtes verplicht invullen?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stuurt bedrijven met regelmaat enquêtes toe. Ben je eigenlijk verplicht om dergelijke enquêtes in te vullen?

Waarom enquêtes?
Het CBS stuurt bedrijven enquêtes toe om cijfermatig inzicht te krijgen in talloze zaken die de overheid nodig heeft voor het bepalen van haar beleid. Denk daarbij aan inzicht in de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld aan de vraag of er mogelijke tekorten zijn (of dreigen te ontstaan) aan personeel in bepaalde sectoren.

Wettelijke verplichting
Een bedrijf is wettelijk verplicht de enquêtes van het CBS binnen de gestelde termijnen te beantwoorden.

Let op!
Voor personen geldt de wettelijke verplichting niet. Een persoon kan wel verzocht worden om een enquête in te vullen, maar dit is dus niet verplicht.

Last onder dwangsom
Beantwoord je de enquête van het CBS niet, dan zal het CBS dit afdwingen via een zogenaamde last onder dwangsom. Je krijgt dan de kans om de enquête alsnog te beantwoorden. Als je dit niet binnen veertien dagen doet, moet je een dwangsom betalen.

Tip!
Het CBS legt niet meteen een last onder dwangsom op, maar stuurt altijd eerst een herinnering met de vraag om de gegevens met spoed op te sturen.

Hoogte dwangsom
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de omvang van jouw onderneming, de periode waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben en jouw responsgedrag, ofwel de mate waarin je verzuimt de gevraagde gegevens aan te leveren. De hoogte van een dwangsom kan oplopen tot €16.000, maar in bijzondere gevallen zelfs tot €500.000.

Boete
Bij een tweede of volgende overtredingen kan je bestraft worden met een boete die kan oplopen tot maximaal €5.000.

Let op!
Het dan alsnog beantwoorden van de enquête doet de boete niet vervallen.

Bezwaar
Ben je het niet eens met een opgelegde sanctie, dan kan je in bezwaar bij de directeur-
generaal van het CBS. Wijst deze jouw bezwaar af, dan kan je naar de rechter stappen.

Let op!
Het ontvangen en betalen van een last onder dwangsom of een boete ontslaat je niet van de verplichting om de enquête te beantwoorden.


5. Voorlopig geen info meer uit UBO-register

Voor de meeste organisaties bestaat de plicht om de uiteindelijke eigenaar of degene die uiteindelijk zeggenschap heeft, te registeren in het zogenaamde UBO-register. Via de KVK kunnen derden informatie uit dit UBO-register opvragen. De Europese bepaling die dit regelt, is volgens het Hof van Justitie van de EU echter onvoldoende onderbouwd – met name met het oog op bescherming van de privacy – en daarmee ongeldig. De uitspraak van het Hof is voor minister Kaag aanleiding om naar de verstrekking van informatie over UBO’s te kijken. Daarom wordt door de KvK voorlopig ook een informatiestop gehanteerd. De uitspraak betekent echter niet dat er iets verandert aan de plicht om UBO’s in het register in te schrijven.


6. Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

De Belastingdienst heeft de normbedragen die in 2023 gelden voor maaltijden, thuiswerken en reiskosten bekendgemaakt. Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines of soortgelijke ruimtes of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie geldt een normbedrag. Dit normbedrag stijgt van €3,35 in 2022 naar €3,55 in 2023 per maaltijd. Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kan je, onder voorwaarden, een onbelaste vergoeding geven van €2 in 2022 en van €2,15 in 2023 per dag. Voor de zakelijke reiskilometers (waaronder woon-werkkilometers) die jouw werknemer maakt met een eigen vervoermiddel kan je een onbelaste vergoeding geven van €0,19 in 2022 en van €0,21 in 2023 per kilometer.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0012 december 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief december 2022
  • Update Special Eindejaarstips 2022

Update Special Eindejaarstips 2022

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je, je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Update Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Let op!
Een aantal plannen van het kabinet zijn nog niet definitief. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Welke dat zijn, kunnen wij je uiteraard vertellen. Ook worden nog steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden er huidige plannen aangepast. Daarom overleggen wij graag met jou of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

Klik hier voor de Update Special Eindejaarstips

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0023 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Update Special Eindejaarstips 2022
  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022
  • Nieuwsbrief oktober 2022

Nieuwsbrief oktober 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 17 oktober 2022, 20:00 uur.


1. Voorwaarden tegemoetkoming energiekosten (TEK) bekend

Het kabinet heeft de voorwaarden rond de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) bekendgemaakt. Via de TEK worden energie-intensieve MKB-bedrijven financieel ondersteund vanwege de huidige hoge energieprijzen. De TEK gaat gelden vanaf 1 november 2022, maar kan waarschijnlijk pas in het tweede kwartaal van 2023 worden opengesteld.

Voorwaarden energieverbruik
Omdat de TEK alleen bedoeld is voor energie-intensieve MKB-bedrijven, moeten de energiekosten van een bedrijf minstens 12,5% van de omzet bedragen. Ook moet het jaarlijks verbruik minstens 5.000 kuub gas of 50.000 kWh elektriciteit zijn. Om voor de TEK in aanmerking te kunnen komen, mag een bedrijf verder minder dan 250 werknemers in dienst hebben en een jaaromzet hebben van minder dan € 50 miljoen.

Let op!
Jouw bedrijf moet ingeschreven staan bij het Handelsregister en voldoen aan de Europese MKB-definitie. Om te beoordelen of jouw bedrijf hieraan voldoet, kan je de MKB-toets gebruiken.

Hoeveel compensatie?
Bedrijven die voor de TEK in aanmerking komen, krijgen 50% van de energiekosten vergoed boven een vastgestelde drempelprijs. Die drempelprijs bedraagt voor gas € 1,19 per kuub en voor elektriciteit € 0,35 per kWh exclusief BTW. De maximale prijscompensatie bedraagt € 1 per kuub gas en € 0,30 per kWh elektriciteit. De totale compensatie bedraagt maximaal € 160.000. Voor landbouwbedrijven, zoals tuinders, geldt een maximum van € 62.000.

Let op!
Het maximum van € 160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal € 160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering via RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De regeling kan waarschijnlijk pas in het tweede kwartaal van 2023 worden opengesteld omdat de regeling moet voldoen aan Europese staatssteunregels. Daarom is eerst een goedkeuring door de Europese Commissie nodig. Totdat de TEK is opengesteld, zal coulant worden omgegaan met ondernemers die een verzoek tot uitstel van betaling van belastingen bij de Belastingdienst indienen. Ook is afgesproken dat tot die tijd banken sneller en soepeler om zullen gaan met aanvragen voor liquiditeiten.

Let op!
De TEK gaat, na openstelling van de regeling, met terugwerkende kracht gelden voor de periode 1 november 2022 tot en met 31 december 2023.

Naast energieplafond
De TEK is specifiek bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. De regeling komt dan ook naast het ingestelde energieplafond waarvan vooral huishoudens, ZZP’ers en kleine ondernemingen zullen profiteren.


2. Minder jubelton in 2023, afgeschaft in 2024

De eenmalige belastingvrije schenking voor onder andere de aankoop van een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt afgeschaft. Dit voornemen van het kabinet was al in het coalitieakkoord bekendgemaakt en is op Prinsjesdag opgenomen in het Belastingplan 2023.

Een lager bedrag in 2023
De jubelton bedraagt nu nog € 106.671, maar wordt in 2023 beperkt tot een bedrag van € 28.947. Per 2024 verdwijnt de jubelton helemaal.

Jubelton
Ouders kunnen bijvoorbeeld aan hun kinderen via de jubelton in 2022 nog deze belastingvrije schenking doen. Deze vrijstelling geldt echter ook voor derden. Je kan deze schenking dus aan een willekeurig persoon doen. Er zijn echter wel voorwaarden. De jubelton dient gebruikt te worden om:

  • een eigen woning te kopen of te verbouwen;
  • de hypotheek of restschulden van de eigen woning af te lossen;
  • de rechten van erfpacht, opstal of beklemming van de eigen woning af te kopen.

Tip!
Wil je nog optimaal profiteren van de fiscale vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning, doe dit dan vóór 1 januari 2023.

Vrijstelling schenking ouders aan kinderen
De vrijstelling wordt in 2023 verminderd tot € 28.947. Dit is het bedrag dat ouders hun kinderen tussen 18 en 40 jaar in 2023 eenmalig sowieso kunnen schenken, ongeacht het doel waarvoor de kinderen de schenking gebruiken. Deze vrijstelling ten behoeve van de eigen woning is in 2023 dus eigenlijk alleen voor schenkingen aan derden nog relevant. Pas in 2024 wordt de vrijstelling helemaal afgeschaft. De eenmalige vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar blijft dan wel gehandhaafd.

Spreiding schenking
De schenking kan in de huidige regeling ook worden gespreid over een periode van drie jaar. Een in het eerste jaar onbenut deel van de vrijstelling kon dan in de twee opeenvolgende jaren alsnog worden benut. De schenkingen konden dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een hypotheek over een periode van drie jaar af te lossen, zonder dat te veel boeterente aan de bank betaald hoefde te worden. Voorgesteld wordt dat als in 2022 voor het eerst wordt geschonken, het restant van de vrijstelling alleen nog in 2023 kan worden geschonken en niet meer in 2024. Wanneer in 2023 wordt geschonken, kan de schenking niet meer gespreid worden.

Tip!
Bij een eerste schenking in 2021 kan het onbenutte deel van de vrijstelling nog wel gebruikt worden voor schenkingen tot en met 2023.

Spreiding besteden schenking
Een voorwaarde voor de jubelton is dat de schenking voor de eigen woning wordt gebruikt. In de huidige regeling heeft de ontvanger van de schenking drie jaar om de schenking op de voorgeschreven wijze te besteden. Deze regeling blijft gehandhaafd voor schenkingen in 2022.

Als je dus in 2022 een schenking ontvangt, kan je deze nog tot uiterlijk 2024 besteden aan de eigen woning. Ontvang je in 2023, als de maximale vrijstelling € 28.947 bedraagt, een schenking, dan kan je deze tot uiterlijk 2025 besteden aan de eigen woning.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.


3. Tweede Kamer neemt wetsvoorstel lenen bij eigen BV aan

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel ‘Excessief lenen bij eigen vennootschap’, ook wel de DGA-taks genoemd, aangenomen. Dit wetsvoorstel wil bij leningen van meer dan € 700.000 bij de eigen BV, het bedrag boven die € 700.000 belasten in box 2.

Ontmoedigen lenen bij eigen BV
Met het wetsvoorstel ‘Excessief lenen bij eigen vennootschap’ wil het kabinet het lenen bij de eigen bv vanaf 2023 ontmoedigen. In het wetsvoorstel is daartoe opgenomen dat de DGA bij leningen boven € 700.000 over het meerdere belasting moet betalen in box 2 (tarief in 2022 is 26,9%).

Eerste afrekenmoment 31 december 2023
Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, is het eerste afrekenmoment 31 december 2023. Kom je boven de drempel van € 700.000, dan zijn er wellicht mogelijkheden om jouw schulden beneden de drempel te brengen voor 31 december 2023.

Let op!
Naast jouw schulden aan jouw bv tellen ook de mogelijke schulden van jouw fiscale partner aan jouw bv mee. Houd er rekening mee dat ook de schulden aan jouw bv van jouw (achter(klein))kinderen en (over(groot))ouders die geen aandelen in de bv bezitten voor jouw drempel (deels) meetellen.

Lening eigen woning telt niet mee!
Een lening ten behoeve van een financiering van de eigen woning telt overigens niet mee voor de berekening van jouw schulden. Dergelijke leningen blijven dus mogelijk zonder heffing, naast leningen tot de drempel van € 700.000. Voorwaarden zijn dat de lening is aan te merken als eigenwoningschuld én dat een recht op hypotheek aan de bv is verstrekt.

Tip!
De voorwaarde dat een recht van hypotheek is verstrekt, geldt niet voor leningen die als eigenwoningschuld zijn aan te merken en op 31 december 2022 al bestaan.

Let op!
De Eerste Kamer moet nog met dit wetsvoorstel instemmen.


4. Verdere versoepeling aflossen belastingschuld Corona

Vanaf 1 oktober 2022 moeten bedrijven starten met het aflossen van hun opgebouwde belastingschuld in verband met Corona. Besloten was dat, onder voorwaarden, een betaalpauze van drie maanden kan worden ingelast. Deze betaalpauze is onlangs verlengd naar zes maanden.

Aflossen
Het aflossen van de belastingschuld moet in beginsel plaatsvinden vanaf 1 oktober 2022 in zestig maandelijkse, gelijke termijnen. Dat betekent dat de schuld in vijf jaar moet zijn afgelost.

Tip!
Voor sommige bedrijven staat de Belastingdienst, onder voorwaarden, een termijn van zeven jaar toe.

Versoepelingen
Op verzoek is het, onder voorwaarden, ook mogelijk om de schuld per kwartaal af te lossen. Daarnaast kan de ondernemer eenmalig schriftelijk verzoeken om een betaalpauze. Deze betaalpauze bedroeg in eerste instantie maximaal drie maanden, maar is onlangs verlengd naar maximaal zes maanden.

Voorwaarden betaalpauze zes maanden
Voorwaarden voor de betaalpauze van maximaal zes maanden is dat uit het schriftelijke verzoek blijkt waaruit de aflossingsproblemen bestaan. Daarnaast moeten vanaf 1 april 2022 alle reguliere belastingschulden op tijd zijn voldaan.

Let op!
De termijn waarbinnen moet zijn afgelost, wordt door de betaalpauze niet verlengd. Dit betekent dat na de betaalpauze de maand- of kwartaalbedragen verhoogd worden.

Ook versoepeling bij saneringsakkoorden
Vanaf 1 augustus 2022 tot en met 1 oktober 2023 neemt de Belastingdienst ook in saneringsakkoorden een soepelere houding in. Waar de Belastingdienst normaal het dubbele uitkeringspercentage ten opzichte van de overige schuldeisers wil hebben, neemt de Belastingdienst tot 1 oktober 2023 genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage. Hiermee wil de Belastingdienst in de kern gezonde ondernemingen met schulden extra ondersteunen in de nasleep van de Coronacrisis.

Let op!
De Belastingdienst stemt alleen onder voorwaarden in met een saneringsakkoord. Een van die voorwaarden is dat de ondernemer die om sanering verzoekt, zijn onderneming voortzet.


5. Soepeler regulier uitstelbeleid Belastingdienst

Om ondernemers met tijdelijke betalingsproblemen meer te ondersteunen, versoepelt de Belastingdienst het beleid voor uitstel van betaling vanaf 1 oktober 2022 op een aantal punten. Zo kan de Belastingdienst vanaf die datum bij betalingsproblemen ook uitstel van betaling geven zonder dat de ondernemer zekerheid hoeft te geven. Een andere versoepeling is dat een ondernemer verder uitstel van betaling kan krijgen na een kort uitstel van betaling. Verder is bij een verzoek om langer dan twaalf maanden uitstel van betaling geen verklaring van een externe deskundige meer nodig bij een belastingschuld onder de € 20.000. Tot slot blijft de termijn van een betalingsregeling van twaalf maanden definitief aanvangen op de datum waarop de Belastingdienst de betalingsregeling bij beschikking toestaat en blijft het mogelijk om uitstel van betaling te vragen voor de motorrijtuigenbelasting.


6. Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

Op Prinsjesdag werd al bekend dat de vrije ruimte in de werkkostenregeling volgend jaar zou stijgen naar 1,92% over een fiscale loonsom van € 400.000. Deze wordt voor 2023 nog verder verhoogd naar 3%. Deze verhoging naar 3% geeft jou de mogelijkheid om in 2023 maximaal € 5.200 extra onbelast te vergoeden. Deze maximale onbelaste vergoedingsmogelijkheid wordt bereikt vanaf een fiscale loonsom van € 400.000. Let op: de verhoging naar 3% geldt alleen voor 2023. Vanaf 2024 vervalt de verhoging naar 3% weer, maar blijft de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met € 400.000 wel gehandhaafd op de eerder vastgestelde 1,92%.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0017 oktober 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2022
  • Special Eindejaarstips 2022

Special Eindejaarstips 2022

Wat kan je als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de DGA belangrijke aandachtspunten waarop je moet anticiperen? Op welke zaken moet je, je als werkgever voorbereiden op het nieuwe jaar?

In de Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Let op!
Een aantal plannen van het kabinet zijn nog niet definitief. Deze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Welke dat zijn, kunnen wij je uiteraard vertellen. Ook worden nog steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden er huidige plannen aangepast. Daarom overleggen wij graag met jou of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0013 oktober 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Eindejaarstips 2022
  • Special Miljoenennota 2023

Special Miljoenennota 2023

Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2022 de Miljoenennota 2023 en dus ook het Belastingplan 2023.

In de kabinetsplannen voor het komende jaar valt op dat per 1 januari 2023 het minimumloon met tenminste 10% verhoogd wordt, de vennootschapsbelasting voor een winst tot € 200.000 wordt opgeschroefd van 15 naar 19% en dat de regels omtrent bestelauto’s worden aangescherpt.

Deze special bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode in het parlement worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2023 in werking, tenzij anders is vermeld.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0028 september 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Miljoenennota 2023
  • Nieuwsbrief juli 2022

Nieuwsbrief juli 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 11 juli 2022, 20:00 uur.


1. Aanvullende verplichtingen oproepkrachten vanaf augustus 2022

Per 1 augustus 2022 is sprake van een aanvullende verplichting voor de werkgever aan oproepkrachten. In de arbeidsovereenkomst moet worden opgenomen op welke dagen en tijdstippen de oproepkracht beschikbaar moet zijn.

‘Onvoorspelbare’ arbeidstijdstippen
Het gaat dan concreet om arbeidsovereenkomsten waarbij de tijdstippen waarop arbeid moet worden verricht geheel, of grotendeels, onvoorspelbaar zijn. Denk hierbij concreet aan nulurencontracten of min-maxcontracten. De wetgever heeft echter aangegeven dat onder contracten met een onvoorspelbaar werkpatroon ook wordt verstaan arbeid waarbij de werknemers door de werkgever verplicht worden te antwoorden op verzoeken van klanten. Denk hierbij aan bepaalde bereikbaarheids- en stand-bydiensten.

Wat moet er schriftelijk worden meegedeeld?
Is het merendeel van de uren waarop moet worden gewerkt onvoorspelbaar, dan kan de oproepkracht alleen worden verplicht om te werken op de uren waarvan de werkgever hem bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk heeft medegedeeld:

  • dat de te verrichten uren variabel zijn;
  • wat het gewaarborgde aantal betaalde uren is;
  • wat het loon is voor de uren boven de gewaarborgde uren;
  • wat de dagen en uren zijn waarop de werknemer kan worden verplicht om te werken;
  • wat de termijnen zijn waarop een werknemer kan worden opgeroepen (bij een oproepcontract zal dit 4 dagen zijn, tenzij deze termijn in een cao is bekort naar 24 uur).

De oproepkracht mag dus oproepen weigeren buiten deze afgesproken referentiedagen of referentie-uren. Op de afgesproken referentiedagen en referentie-uren geldt overigens niet dat er dan ook recht op loon bestaat. Dat ontstaat pas als er feitelijk wordt gewerkt.

Vermelding in contract
In praktisch opzicht betekent dit dat bij oproepkrachten in de arbeidsovereenkomst moet worden opgenomen op welke dagen en tijdstippen de oproepkracht beschikbaar moet zijn. Het is dus van belang alert te zijn op de vermelding van de beschikbaarheid in het contract. Er gelden geen beperkingen wat betreft het aantal referentiedagen en referentie-uren dat partijen kunnen vastleggen.

Dit betekent dat vrijwel alle dagen van de week en alle uren van de dag kunnen worden vermeld.

Let op!
Bij reeds bestaande contracten geldt dat de nieuwe informatieverplichting pas binnen een maand na een verzoek daartoe verstrekt dient te worden.


2. Geen premies werknemersverzekering voor dga holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de dga’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de dga van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De dga van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de dga veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen, omdat de dga het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de dga en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de dga van de holding.

Tip!
Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de dga van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de dga, loon aan de dga en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de dga, dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de dga van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de dga en de werkmaatschappij gemaakt, maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De dga is dan zelf geen contractspartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de dga’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de dga en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de dga’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De dga heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.


3. Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

Per 1 augustus 2022 wordt de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Wat betekent dit voor jou als werkgever ten aanzien van nevenwerkzaamheden?

Tot nu toe was er nog geen wettelijke regeling met betrekking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden. In de praktijk komen veel werkgevers nevenwerkzaamhedenbedingen overeen. Daarin wordt een meldingsverplichting opgenomen voor de werknemer om (on)betaalde nevenwerkzaamheden te melden. Daarbij heeft de werkgever dan het recht deze werkzaamheden onder bepaalde voorwaarden te verbieden.

Objectieve redenen
De nieuwe wetgeving houdt onder meer in dat jij als werkgever de werknemer in het kader van het recht op vrije arbeidskeuze niet mag verbieden buiten zijn werkrooster voor een andere werkgever te werken. Een verbod is alleen gerechtvaardigd als je daarvoor zogenaamde objectieve redenen kunt aanwijzen. Onder objectieve redenen worden verstaan:

  • gezondheid en veiligheid
  • bescherming van vertrouwelijkheid en bedrijfsinformatie
  • integriteit van overheidsdiensten
  • vermijden van belangenconflicten

Doelmatig en noodzakelijk
Bij een objectieve rechtvaardigingsgrond moet getoetst worden of het verbieden van de nevenwerkzaamheden doelmatig (passend en geschikt) en noodzakelijk (proportioneel) is om het zwaarwegende belang van de werkgever te beschermen. Daarbij worden ook de belangen van de werknemer meegewogen. Beoordeeld moet worden of het belang van de werkgever dusdanig is dat het belang van de werknemer om elders te kunnen werken daarvoor moet wijken.

Geen overgangsrecht
Er moet dus een objectieve reden zijn aan te voeren om een beroep te kunnen doen op het nevenwerkzaamhedenbeding. Dit geldt ook voor nevenwerkzaamheden die al vóór 1 augustus 2022 zijn overeengekomen.

Let op!
Het is niet nodig om genoemde objectieve redenen in de arbeidsovereenkomst op te nemen.

Pas op het moment dat je een beroep wilt doen op het nevenwerkzaamhedenbeding, moet je de objectieve redenen onderbouwen. Denk aan de situatie dat een werknemer als gevolg van de nevenwerkzaamheden de maximale toegestane arbeidstijd overschrijdt. Dan is een objectieve reden gelegen in een mogelijk gevaar voor de gezondheid en de veiligheid. Bovendien ben je als werkgever verplicht toe te zien op naleving van de Arbeidstijdenwet.

Omgekeerde bewijslast
Op het moment dat de werknemer aannemelijk maakt dat hij is ontslagen vanwege het verrichten van nevenwerkzaamheden, zal de werkgever moeten bewijzen dat dit niet het geval is. Er geldt dus een omgekeerde bewijslast. Als er discussie bestaat over de aanwezigheid van een objectieve reden, is het uiteindelijk de burgerlijke rechter die bepaalt of het verbod gerechtvaardigd is. De werknemer is overigens ook op grond van de Arbeidstijdenwet verplicht om nevenwerkzaamheden te melden.


4. Belastingdienst start met rechtsherstel box 3

De staatssecretaris heeft de berekening van het rechtsherstel box 3 bekendgemaakt. Vanaf 1 juli 2022 start de Belastingdienst met het rechtsherstel aan iedereen die op tijd bezwaar maakte tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020. Dit gebeurt grotendeel geautomatiseerd. Je hoeft dus zelf (nog) geen actie te ondernemen.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.

Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet gaan bieden. Op 30 juni 2022 is bekendgemaakt hoe de Belastingdienst dit gaat berekenen.

Doelgroep
Vooralsnog wordt alleen rechtsherstel geboden aan iedereen die op tijd bezwaar maakte, aan iedereen van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond
en aan iedereen van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet definitief was opgelegd.

Let op!
Het rechtsherstel geldt alleen voor de jaren 2017 tot en met 2022.

Op 1 juli start de Belastingdienst met het rechtsherstel aan iedereen die op tijd bezwaar maakte tegen de aanslagen 2017 tot en met 2020. De andere doelgroepen volgen later.

Tip!
Het rechtsherstel gebeurt grotendeel geautomatiseerd. Je hoeft dus zelf (nog) geen actie te ondernemen.

Berekening rechtsherstel
De nieuwe berekening van de box 3-heffing gaat uit van het forfaitair rendement voor drie vermogensgroepen: de banktegoeden, de overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed) en de schulden.

Voor het rendement op banktegoeden geldt een forfait dat gebaseerd is op de gemiddelde rente op deposito’s. Dit loopt van 0,25% in 2017, 0,12% in 2018, 0,08% in 2019, 0,04% in 2020 tot 0,01% in 2021.

Voor het rendement op overige bezittingen wordt uitgegaan van het wettelijke forfait uit rendementsklasse II. Dit loopt van 5,39% in 2017, 5,38% in 2018, 5,59% in 2019, 5,28% in 2020 tot 5,69% in 2021.

Voor het rendement op schulden wordt uitgegaan van de gemiddelde hypotheekrente. Dit loopt van 3,43% in 2017, 3,20% in 2018, 3% in 2019, 2,74% in 2020 tot 2,46% in 2021.

Op basis van de forfaitaire rendementspercentages van de verschillende vermogensgroepen wordt het totale nieuwe forfaitaire rendement berekend. Dit vormt de basis voor de berekening van de nieuwe box 3-heffing.

Teruggave inkomstenbelasting
Als deze nieuwe box 3-heffing lager is dan de box 3-heffing volgens de wettelijke bepaling, zal dit leiden tot een teruggave van inkomstenbelasting. Is de nieuwe box 3-heffing gelijk of hoger dan de box 3-heffing volgens de wettelijke bepalingen, dan volgt geen teruggave.

Let op!
Als je binnen de doelgroep van het rechtsherstel valt, krijg je altijd bericht van de Belastingdienst. Dat kan dus of een teruggave inkomstenbelasting zijn, of het bericht dat je geen recht hebt op een teruggave.

Tip!
Als je het niet eens bent met de teruggave of het feit dat je geen teruggave krijgt, kan je of een verzoek om ambtshalve vermindering indienen of, als de bezwaartermijn van jouw aanslag nog niet verlopen is, een bezwaar indienen.

Rechtsherstel niet-bezwaarmakers
Als je niet of te laat bezwaar maakte, stond jouw aanslag op 24 december 2021 misschien al onherroepelijk vast. Of aan deze doelgroep nog rechtsherstel wordt geboden, is helaas (nog) niet bekend.

Tip!
Op verzoek van de Tweede Kamer zijn verschillende opties onderzocht om rechtsherstel te bieden aan mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen de box 3-heffing. Dit rechtsherstel is juridisch niet verplicht, maar de minister kan besluiten om dit toch te bieden. Of dit gebeurt en hoe wordt waarschijnlijk op Prinsjesdag bekendgemaakt. De uiteindelijke keuze zal met name afhangen van de uitvoerbaarheid en de budgettaire gevolgen, maar ook de rechtvaardigheid en juridische houdbaarheid worden meegewogen.


5. Kabinet wil versoepeling aflossen coronaschulden

Ondernemers die door de coronacrisis in financiële moeilijkheden zijn geraakt, konden bijzonder uitstel van betaling krijgen voor hun belastingschulden. Deze schulden moeten zij vanaf oktober 2022 in principe in uiterlijk 60 maanden aflossen. Het kabinet wil de afbetalingsregeling voor deze belastingschulden versoepelen. Een van de plannen is dat het onder voorwaarden mogelijk wordt per kwartaal af te lossen in plaats van per maand. Een andere optie is de mogelijkheid van een incidentele betaalpauze één keer gedurende maximaal drie maanden. Hierdoor moet in de resterende maanden dan wel een groter bedrag worden afgelost. De Tweede Kamer heeft de regering ook verzocht om levensvatbare ondernemers waarvoor de 60 maanden te kort is op verzoek en onder voorwaarden aflossing in zeven jaar toe te staan. Of de regering dit scenario ook gaat invoeren is nog niet bekend.


6. Studiekostenbeding: wat verandert er?

Vanaf augustus 2022 wordt de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding af te spreken met jouw werknemer beperkter. Als je verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, wordt de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. Die verplichting kan er zijn op grond van de wet of de cao (bijvoorbeeld opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid). Al lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen vanaf augustus te vervallen. Staat het beroep van de werknemer op de lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, dan is een studiekostenbeding nog wel mogelijk. Dit is alleen anders als deze opleiding in een cao verplicht is gesteld.

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0011 juli 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2022
  • Update Special Lonen 2022

Update Special Lonen 2022

De Special Lonen 2022 is een handig naslagwerk voor jou als werkgever of als P&O-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers van onder meer het minimumloon, premiepercentages werknemersverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, premies WW en arbeidskortingen, LIV en LKV en het gebruikelijk loon voor de DGA.

Tevens bevat deze editie informatie over bijvoorbeeld de auto van de zaak, de thuiswerkvergoeding, de WKR en de transitievergoeding.

De hoofdstukken 7 tot en met 10 in deze special gaan in op diverse Coronagerelateerde maatregelen.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T09:27:54+02:0023 juni 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Update Special Lonen 2022