Nieuws

  • Wijziging betalingsregeling voorlopige aanslagen IB en Vpb 2022

Wijziging betalingsregeling voorlopige aanslagen IB en Vpb 2022

Als ondernemer krijg je als het goed is een voorlopige aanslag voor de te betalen inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting over 2022. Ook voor die voorlopige aanslagen kun je in bepaalde gevallen uitstel van betaling krijgen. Deze regeling is onlangs gewijzigd.

Uiterste betaaldatum bepalend
Of je uitstel van betaling kunt krijgen, hangt af van de uiterste betaaldatum van de eerste termijn. Ligt deze betaaldatum vóór 1 april 2022, dan valt het hele bedrag van de voorlopige aanslag 2022 onder het bijzonder uitstel. Dit betekent dat je de termijnen in april tot en met december 2022 nog niet hoeft te betalen.

Let op! Jouw belastingschuld wordt daardoor wel groter. De totale belastingschuld moet je vanaf oktober 2022 in termijnen aflossen.

Op of na 1 april 2022
Ligt de uiterste betaaldatum van de eerste termijn op of ná 1 april 2022, dan valt deze voorlopige aanslag buiten het bijzonder uitstel van betaling. Je moet het bedrag dan betalen binnen de daarvoor geldende termijnen. Jouw mogelijke belastingschuld die je vanaf oktober 2022 moet gaan aflossen, wordt dan ook niet groter.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-26T16:35:29+02:0026 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijziging betalingsregeling voorlopige aanslagen IB en Vpb 2022

  • Vaststelling TVL derde kwartaal 2021 later van start

Vaststelling TVL derde kwartaal 2021 later van start

De definitieve vaststelling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het derde kwartaal van 2021 gaat later van start. Zodra bedrijven de benodigde gegevens door kunnen geven, ontvangen ze van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) hierover bericht.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis met een omzetdaling geconfronteerd worden. De omvang van de tegemoetkoming hangt af van het percentage aan omzetverlies. Voor dit percentage ontvangt de ondernemer compensatie van de vaste lasten, die worden gebaseerd op branchecijfers.

Europese regels
Volgens Europese regels mag na 30 juni 2022 geen TVL meer verleend worden. Dat geldt echter niet voor de definitieve vaststelling van de TVL. Daarom is de datum hiervan naar achteren verschoven.

Definitieve vaststelling
De TVL wordt bij de aanvraag gebaseerd op een schatting van het omzetverlies. Pas als het definitieve omzetverlies bekend is, wordt de TVL definitief vastgesteld. Daarom moeten ondernemers de definitieve omzetgegevens doorgeven. Voor de TVL voor het derde kwartaal 2021 moet dit uiterlijk op 1 augustus 2022 om 23.59 uur.

Extra betaling of terugbetaling
De definitieve vaststelling resulteert erin dat bedrijven nog een nabetaling van te ontvangen TVL ontvangen of de TVL geheel of deels moeten terugbetalen. Dit laatste kan zich voordoen als het omzetverlies te royaal is ingeschat. Bedrijven die hierdoor in financiële moeilijkheden komen, kunnen een betalingsregeling afspreken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-25T16:28:23+02:0025 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vaststelling TVL derde kwartaal 2021 later van start

  • TVL terugbetalen, hoe gaat dat?

TVL terugbetalen, hoe gaat dat?

Heb je de afgelopen jaren TVL ontvangen? Als je jouw omzetverlies daarvoor te royaal hebt ingeschat, moet je mogelijk deze tegemoetkoming over één of meer periodes deels of helemaal terugbetalen. Wat zijn daarvoor de mogelijkheden?

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De TVL is een financiële tegemoetkoming voor de vaste lasten voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis een fors omzetverlies hebben geleden, in de regel meer dan 30%. De TVL keert in eerste instantie een voorschot uit van 80% op basis van het verwachte omzetverlies. Pas nadat het definitieve omzetverlies is vastgesteld, vindt ook de definitieve vaststelling van de TVL plaats.

Terugbetalen
Is het definitieve omzetverlies minder dan het geschatte omzetverlies, dan wordt in eerste instantie de teveel ontvangen TVL verrekend met de nog te ontvangen 20%. Bij forsere afwijkingen, dus die meer dan die 20% bedragen, kan het zelfs voorkomen dat de TVL geheel of deels moet worden terugbetaald. Dit kan op een aantal manieren.

Kwijtschelding tot €500
Moet je een bedrag tot €500 aan TVL terugbetalen, dan scheldt de RVO je dit kwijt. Hogere bedragen kunnen op meerdere manieren worden terugbetaald. Ook is een betalingsregeling mogelijk.

Hoe terugbetalen?
Terugbetalen geschiedt in de meeste gevallen ineens. Maar je kunt desgewenst ook terugbetalen in 6, 12, 18 of 24 maandelijkse termijnen. Je kunt dit online regelen. Mocht je toch meer tijd nodig hebben, dan kun je ook een persoonlijke betalingsregeling afspreken. Bij een betalingsregeling betaal je geen rente.

Meerdere periodes terugbetalen?
Moet je voor meer TVL-periodes terugbetalen, dan volgen de terugbetalingen en betalingsregelingen na elkaar. Het is namelijk niet mogelijk de verschillende periodes met elkaar te verrekenen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-25T15:54:01+02:0025 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

TVL terugbetalen, hoe gaat dat?

  • Vraag nu subsidie ongedekte vaste kosten land- en tuinbouw aan

Vraag nu subsidie ongedekte vaste kosten land- en tuinbouw aan

Land- en tuinbouwbedrijven die in het eerste kwartaal van 2022 te maken hebben met een omzetverlies van minstens 30%, kunnen uiterlijk tot en met 2 mei 2022 de subsidie OVK, Ongedekte Vaste Kosten, aanvragen. De OVK is een aanvulling op de TVL.

Voorwaarden OVK
De OVK is bestemd voor land- en tuinbouwbedrijven als ze de grens van de maximale TVL, Tegemoetkoming Vaste Lasten, van €290.000 bereikt hebben. Tevens wordt de omzet van het eerste kwartaal in 2022 vergeleken met de omzet in het eerste kwartaal van 2019. Als je een omzetverlies van minstens 30% hebt, én je hebt de maximale TVL aangevraagd of je hebt al bericht dat je deze gaat ontvangen, heb je recht op OVK.

Omvang subsidie
Je krijgt 70% van de ongedekte vaste kosten vergoed. Per kwartaal is er voor MKB-bedrijven een maximum-OVK van €550.000 en van €600.000 voor grotere bedrijven.

Aanvragen
Aanvragen van de subsidie kan digitaal tot en met 2 mei 17.00 uur 2022 bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Je hebt hiervoor eHerkenning met minimaal niveau 3 nodig.

Vaststelling
Uiterlijk 28 februari 2023 moet een aanvraag voor vaststelling van de subsidie worden ingediend. Daarvoor moet je beschikken over cijfers inzake het werkelijke omzetverlies. Blijkt dan dat het werkelijke omzetverlies groter is, dan ontvang je een nabetaling. Is dit lager, dan kan dit ertoe leiden dat je de subsidie geheel of deels moet terugbetalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-23T08:48:54+02:0023 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vraag nu subsidie ongedekte vaste kosten land- en tuinbouw aan
  • Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

Als de Belastingdienst niet binnen drie jaar een definitieve aanslag inkomstenbelasting oplegt, dan vervalt het recht om dat alsnog te doen. Bij twijfel over de termijn moet de Belastingdienst bewijzen dat de definitieve aanslag inkomstenbelasting op tijd ter post bezorgd is.

Termijn opleggen definitieve aanslag
Als de Belastingdienst een definitieve aanslag inkomstenbelasting wil opleggen, moet dit binnen drie jaar na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. Zo moest een definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018 uiterlijk 31 december 2021 zijn opgelegd.

Let op! Als je uitstel hebt aangevraagd voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting, wordt de termijn van drie jaar met de termijn van dit uitstel verlengd. Vroeg je bijvoorbeeld uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2018 en kreeg je dat voor 4 maanden, dan is de uiterste termijn niet 31 december 2021 maar 30 april 2022.

Bewijs tijdige verzending
Als je een definitieve aanslag na afloop van de termijn van drie jaar ontvangt, moet de Belastingdienst bewijzen dat het aanslagbiljet op tijd ter post is bezorgd, dat wil zeggen op of vóór het einde van de termijn van drie jaar. Kan de Belastingdienst dat niet, dan komt de aanslag te vervallen.

Zo liet een rechtbank de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014 van een belastingplichtige vervallen. De belastingplichtige stelde dat zijn definitieve aanslagbiljet inkomstenbelasting 2014 te laat was toegezonden. De Belastingdienst kon aan de rechtbank geen enkel stuk laten zien waaruit aannemelijk werd dat het aanslagbiljet wel op tijd was toegezonden. De rechtbank vond het onvoldoende dat de Belastingdienst alleen stelde dat de aanslag per reguliere post op tijd aan de belastingplichtige was verzonden.

Gevolg was dat de rechtbank het aannemelijk vond dat het aanslagbiljet niet op tijd was verzonden. De rechtbank liet daarom de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2014 vervallen.

Bewijs aanvraag uitstel aangifte?
De rechtbank achtte ook aannemelijk dat de belastingplichtige niet om uitstel voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2015 had verzocht. De Belastingdienst was van mening dat de termijn voor het opleggen van de definitieve aanslag afliep op 30 april 2019, omdat voor vier maanden uitstel voor het indienen van de aangifte was verleend.

De belastingplichtige stelde echter dat hij nooit om dat uitstel had verzocht. De Belastingdienst kon alleen een uitdraai uit het automatiseringssysteem laten zien waaruit bleek dat uitstel was verleend. De Belastingdienst kon echter geen officieel uitstelverzoek, of een kopie hiervan, laten zien of op andere wijze aannemelijk maken dat de belastingplichtige ook verzocht had om uitstel.

De rechtbank vond daarom dat niet aannemelijk was dat de belastingplichtige om uitstel had verzocht. Het was onvoldoende dat de Belastingdienst dit uitstel klaarblijkelijk wel had verleend.

Belastingaanslag vervallen
Gevolg was dat de termijn voor het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 volgens de rechtbank afliep op 31 december 2018. De definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 die pas in 2019 ter post was bezorgd, was daarom niet op tijd verzonden. De rechtbank liet daarom ook de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2015 vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-23T08:44:33+02:0023 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingaanslag vervalt bij overschrijding definitieve termijn

  • Nieuwe Pensioenwet ingediend bij Tweede Kamer

Nieuwe Pensioenwet ingediend bij Tweede Kamer

In 2019 hebben sociale partners het Pensioenakkoord gesloten en daarin maatregelen afgesproken inzake de modernisering van pensioenen. Het kabinet heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om deze afspraken te realiseren.

Pensioenakkoord
Het Pensioenakkoord sluit beter aan bij de huidige arbeidsmarkt, onder meer wat betreft indexatie. Daarbij blijft een aantal sterke elementen van de huidige pensioenwetgeving behouden, zoals de fiscale aftrekbaarheid. Sociale partners en pensioenuitvoerders krijgen na het fiat van het parlement enkele jaren om een en ander aan te passen en uit te voeren.

Let op! De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2023. Sociale partners en pensioenuitvoerders krijgen vier jaar de tijd om pensioenregelingen aan te passen.

Flexibel
Nieuwe pensioencontracten zullen flexibeler zijn dan nu. Dit betekent dat wanneer het goed gaat met de economie, ook het verwachte pensioen stijgt. Gaat het economisch minder, dan kan het omlaaggaan. Ook wordt beter aangesloten bij een aantal risico’s. Een van de risico’s is dat naarmate men ouder wordt, er minder ruimte is om mogelijke tegenvallers te compenseren. Om dit af te dekken, wordt de beweeglijkheid van de uitkering – dus dat het veel meer of minder kan worden – minder groot als men bijna met pensioen gaat.

Premieregeling
Iedereen gaat in het nieuwe stelsel pensioen opbouwen via een premieregeling. De pensioenpremie wordt voor alle leeftijden gelijk. Ook zorgt het nieuwe pensioenstelsel voor een betere aansluiting op de huidige arbeidsmarkt. Werknemers blijven bijvoorbeeld minder vaak hun leven lang bij dezelfde werkgever. Het wetsvoorstel gaat hiervoor een oplossing bieden, onder meer door uit te gaan van eenzelfde regeling voor iedere werknemer.

Indexeren
Pensioenfondsen die de huidige pensioenen over willen zetten naar het nieuwe stelsel, mogen onder voorwaarden met versoepelde indexatieregels rekenen. Voor het jaar 2022 wordt geregeld dat fondsen, vooruitlopend op de nieuwe Pensioenwet, al de ruimte krijgen om sneller te indexeren. Het voornemen is dat het besluit om sneller te kunnen indexeren per 1 juli 2022 in werking treedt.

Ongewijzigde elementen
Het voorstel bevat onderdelen die ongewijzigd blijven, zoals de mogelijkheid van verplichtstelling. De fiscale facilitering blijft verder ruim genoeg om na de loopbaan met pensioen te gaan met 80% van het gemiddelde loon.

Let op! Het betreft een wetsvoorstel. Dit betekent dat de Tweede en Eerste Kamer nog moeten instemmen met het voorstel.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-23T08:41:18+02:0023 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe Pensioenwet ingediend bij Tweede Kamer

  • Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

In een brief aan het parlement heeft het kabinet aangegeven hoe het om wil gaan met de belastingheffing over inkomen in box 3 in de periode 2017 tot en met 2022. Het kabinet geeft verder ook aan hoe het de komende jaren vermogensinkomsten in box 3 wil belasten.

Arrest Hoge Raad
De voornemens van het kabinet vloeien voort uit een arrest van de Hoge Raad van eind 2021. In dit arrest besliste de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met de wet.

Overleg Tweede Kamer
Het kabinet wil, alvorens beslissingen te nemen, eerst in overleg met de Tweede Kamer. Op het arrest van de Hoge Raad kan namelijk op verschillende manieren worden ingespeeld. De kosten zijn onder meer afhankelijk van de vraag of alleen rechtsherstel plaatsvindt voor degenen die in het verleden bezwaar hebben gemaakt tegen hun aanslagen over vermogen in box 3, of dat rechtsherstel ook breder wordt toegepast. Rechtsherstel kost de schatkist vervolgens, afhankelijk van de gekozen variant en de gekozen doelgroep, tussen de €2,4 en €11,7 miljard.

Werkelijke verdeling vermogen
In de twee varianten voor rechtsherstel die in de brief beschreven worden, wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van het vermogen tussen spaargeld en beleggingen. In de huidige wetgeving is dit anders, omdat daarin wordt uitgegaan van een fictieve verdeling op basis van de omvang van het vermogen.

Varianten
De twee varianten bestaan uit een spaarvariant en een forfaitaire variant. In de eerste variant wordt het spaargeld belast op basis van de actuele spaarrente, de schulden op basis van de hypotheekrente en de beleggingen op basis van het nu ook al geldende meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen. Bij de forfaitaire variant worden de huidige forfaits aangepast aan de gemiddelde rendementen voor de vermogenscategorieën in een jaar.

Let op! Op 20 april 2022 ging de staatssecretaris in discussie met de Tweede Kamer. Daarna zal het kabinet bij de voorjaarsnota (uiterlijk 1 juni 2022) een beslissing nemen over de wijze waarop rechtsherstel geboden gaat worden. De Belastingdienst kan dan rond 1 juli 2022 starten met het rechtsherstel. Het streven is dan om uiterlijk 4 augustus de belastingaanslagen van iedereen die tijdig bezwaar maakte beoordeeld en eventueel verminderd te hebben.

Spoedwetgeving voor 2023 en 2024
Het kabinet wil de uiteindelijk gekozen variant voor de periode 2017 tot en met 2022 ook gebruiken voor de belastingheffing in box 3 voor de periode 2023 en 2024. Dit zal via spoedwetgeving worden ingevoerd.

Werkelijk rendement belast vanaf 2025
Het kabinet streeft ernaar vanaf 2025 het werkelijke rendement van vermogen te belasten in box 3. Hierbij worden niet alleen de reguliere inkomsten belast, maar ook vermogenstoenames, zoals koerswinsten en waardestijgingen van onroerend goed.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:44:58+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet presenteert herstelplan heffing box 3

  • Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Verenigingen en stichtingen met een relatief geringe winst kunnen vrijgesteld worden van het betalen van vennootschapsbelasting. Onder meer deze vrijstelling is in een recent arrest van de Hoge Raad verruimd voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan.

Hoe is de winstvrijstelling geregeld?
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld als deze minder dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, samen met de winsten van de vier voorafgaande jaren, niet meer bedraagt dan €75.000.

Twee zaken uit bovengenoemd arrest zijn onlangs in een Besluit verwerkt. Wat verandert er?

Minder dan vijf jaar bestaan?
In genoemd arrest van de Hoge Raad is besloten dat de winstgrens van €75.000 niet tijdsevenredig hoeft te worden toegepast voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan. Bij een bestaan van bijvoorbeeld drie jaar hoort nog steeds een winstgrens van €75.000 en niet van 3/5 x €75.000 = €45.000.

Winstgrens maar één keer per jaar beoordelen
Het Besluit geeft ook aan dat de winstgrenzen maar één keer per jaar worden beoordeeld. Als een stichting of vereniging belastingplichtig is en vervolgens vanaf enig jaar wordt vrijgesteld, betekent dit dat er stakingswinst kan ontstaan. Deze moet worden opgenomen in de winst van het jaar dat aan het vrijgestelde jaar voorafgaat. Dit is echter niet meer van invloed op de hoogte van de winstgrenzen, aldus het Besluit.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:31:47+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

  • Parkeerboete verlaagd vanwege te hoge kosten

Parkeerboete verlaagd vanwege te hoge kosten

Wie zijn auto parkeert zonder de daarvoor de verschuldigde parkeerbelasting te betalen, riskeert een behoorlijke boete. Een boete die in geen verhouding stond tot het parkeertarief, werd eerder echter door de rechtbank Overijssel vernietigd.

Parkeertarief plus boete
Parkeer je je auto zonder voldoende parkeergeld te betalen, dan kan een naheffing parkeerbelasting worden opgelegd. Die naheffing bedraagt het tarief van één uur parkeren plus een bedrag aan kosten. Gemeentes gaan hierbij meestal uit van het wettelijk vastgestelde maximum, dat voor 2022 €66,50 bedraagt.

Naheffing parkeerbelasting
In bovengenoemde rechtszaak had een automobilist zijn auto in Zwolle geparkeerd en pas na 14 minuten parkeerbelasting betaald door een zogenaamde bezoekersvergunning te activeren. Inmiddels was hem echter al een naheffing parkeerbelasting opgelegd van €67,30. Hiervan had €65,30 betrekking op in rekening gebrachte kosten.

Wanverhouding
De man bracht zijn parkeerbon met succes voor de rechter. De rechter rekende uit dat de opgelegde sanctie overeenkwam met maar liefst 224 maal de gederfde belasting. Hoewel de automobilist de bezoekersvergunning te laat had geactiveerd, was dit volgens de rechter geen excuus voor deze wanverhouding. Hij matigde daarop de naheffingsaanslag tot €15.

Tarief kosten op de tocht?
Het is voor zover bekend voor het eerst dat een rechter de kosten van een naheffing parkeerbelasting matigt, omdat deze in een wanverhouding staan tot de gederfde opbrengst. Met deze uitspraak in de hand is het echter te verwachten dat automobilisten vaker bezwaar aan gaan tekenen. Vanwege het hoge bedrag aan kosten dat veel gemeentes in rekening brengen bij een naheffing parkeerbelasting is er namelijk al snel sprake van een wanverhouding tussen sanctie en gederfde belastingopbrengst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T10:10:31+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Parkeerboete verlaagd vanwege te hoge kosten

  • Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Als jouw partner in de eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of jouw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Jouw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij uw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

• Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
• Wordt een vergoeding betaald?
• Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt gaat over de gezagsverhouding.

Let op! Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip! Werkt jouw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als de andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-21T19:59:11+02:0021 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?