Nieuws

  • Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.
De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die recent openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op! Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kun je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.
Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:52:41+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

  • Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

Ondernemers gaan bij hogere winsten meer vennootschapsbelasting betalen en in box 2 worden twee tarieven geïntroduceerd, in plaats van één tarief nu. Deze en andere nieuwe belastingmaatregelen komen uit de plannen van de Voorjaarsnota van 20 mei 2022.

Voorjaarsnota
Vrijdag 20 mei 2022 zond de minister van Financiën de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De Voorjaarsnota bevat een bijwerking van de begroting voor 2022 en de plannen voor 2023 en verder. Hieruit kunnen verschillende nieuwe belastingmaatregelen ontleend worden.

Nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023
De belangrijkste aangekondigde nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023 zijn:

• De tariefschijf vennootschapsbelasting gaat weer naar €200.000 (is nu €395.000). Vanaf 2023 is dus voor winsten boven de €200.000 al 25,8% vennootschapsbelasting verschuldigd.
• Het is vanaf 2023 niet langer mogelijk om een bedrag te reserveren voor de Fiscale Oudedagsreserve (FOR).
• De verhoging van het heffingsvrij vermogen in box 3 van €50.650 naar circa €80.000 gaat niet door.
• De aangekondigde verhoging van de ouderenkorting vanaf 2023 gaat niet door.
• De doelmatigheidsmarge in het gebruikelijk loon wordt verlaagd van 25% naar 15% met als gevolg dat mogelijk een verhoging van het DGA-loon nodig is.
• Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor beleggers gaat van 8% omhoog naar 10,1% (was eerder 9% aangekondigd).

Tarieven box 2 en 30%-regeling vanaf 2024
Vanaf 2024 zijn twee tarieven in box 2 aangekondigd: 26% voor de eerste €67.000 inkomsten per persoon, 29,5% daarboven. Op dit moment geldt één tarief van 26,9%.
Daarnaast wordt de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de zogenaamde Balkenende norm.

Algemene heffingskorting vanaf 2025
De daling van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen maar afhankelijk van het inkomen in box 1, maar ook van het inkomen in box 2 en 3.

Meevallers reiskostenvergoeding en zonnepanelen
Naast deze lastenverzwarende maatregelen zijn ook wat meevallers te melden. Zo vindt de eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding al plaats vanaf 2023. Daarnaast start de afbouw van de salderingsregeling voor de teruglevering van energie van zonnepanelen niet in 2023 maar in 2025 en is vanaf 2023 geen BTW meer verschuldigd over de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:12:20+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorjaarsnota: wat zijn de fiscale gevolgen?

  • Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

De waarde van een pand mag met behulp van modellen worden vastgesteld. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.

Waardebepaling WOZ
Gemeentes stellen jaarlijks opnieuw de WOZ-waarde van panden in hun gemeente vast. Niet alle panden worden jaarlijks opnieuw getaxeerd, meestal wordt uitgegaan van recente verkoopcijfers.

Onvoldoende marktgegevens
In de betreffende zaak beschikte de gemeente slechts over de actuele verkoopcijfers van één vergelijkbaar pand. De gemeente besloot daarop de waarde van het pand te berekenen met behulp van een modelwaarde, op basis van 80 verkoopcijfers en op basis van een internationaal erkende waarderingswijze.

Uitvoeringsregeling niet heilig
De rechter acht bovengenoemde methode in dit geval aanvaardbaar voor de waardevaststelling. Weliswaar bevat de uitvoeringsregeling een instructie waardebepaling inzake de Wet WOZ-richtlijnen voor de waardevaststelling, maar deze waarde kan ook op andere wijze worden bepaald. Ook de Hoge Raad heeft in eerdere uitspraken dit standpunt ingenomen.

Onvoldoende tegenargumentatie
Bij het bepalen van de WOZ-waarde dient de gemeente aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde klopt. De rechter stelde vast dat de gemeente op basis van de modelmatige benadering hierin was geslaagd. Bovendien bracht de eigenaar van het pand onvoldoende tegenargumenten naar voren, zodat de vastgestelde waarde in stand bleef.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T12:44:32+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

  • Buitenlandse werkgever? Wanneer is een auto vrijgesteld van BPM?

Buitenlandse werkgever? Wanneer is een auto vrijgesteld van BPM?

Buitenlandse werkgevers die aan een in Nederland wonend personeelslid een auto ter beschikking stellen, kunnen onder voorwaarden vrijstelling van de BPM krijgen. Onlangs heeft de rechter duidelijkheid geschapen rond één van de hiervoor geldende voorwaarden.

BPM
De BPM, belasting van personenauto’s en motorrijwielen, is een belasting die bij aanschaf van een auto of motor in Nederland wordt geheven. De uitstoot van CO2 is bepalend voor de hoogte van de BPM. Voor auto’s zonder uitstoot betaal je geen BPM.

Vrijstelling
Er geldt in een aantal gevallen een vrijstelling voor de BPM. Eén daarvan, de werknemersvrijstelling, heeft betrekking op een auto die door een buitenlandse werkgever ter beschikking is gesteld en in Nederland alleen wordt gebruikt door een werknemer of zijn inwonende gezinsleden. De werkgever moet dan schriftelijk hebben verklaard dat de auto ter beschikking is gesteld en hoofdzakelijk is bestemd voor de uitvoering van werkzaamheden buiten Nederland.

Waar wordt de auto geregistreerd?
Voor de vrijstelling geldt ook de voorwaarde dat de werknemer als gevolg van de arbeidsverhouding tussen hem en zijn werkgever in beginsel geen invloed kan uitoefenen op de beslissing in welk land de auto wordt geregistreerd. De rechter moest zich onlangs uitspreken over de betekenis van deze eis.

Is 50% zeggenschap voldoende?
In de betreffende zaak was aan een DGA van een Belgische BV een auto ter beschikking gesteld. De DGA bezat 50% van de aandelen. De DGA vroeg de werknemersvrijstelling voor de BPM aan, maar de inspecteur wees deze af. Volgens de inspecteur kon de DGA wél invloed uitoefenen op de keuze waar de auto zou worden geregistreerd.

Beslissing tegenhouden is onvoldoende
De rechter was het hier niet mee eens en stelde de DGA in het gelijk. De DGA kon volgens de aandelenverhouding met 50% van de aandelen wel beslissingen tegenhouden, maar zelf geen beslissingen doordrukken. Hij kon formeel dan ook geen invloed uitoefenen op de plaats waar de auto zou worden geregistreerd en dus was de vrijstelling van toepassing.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-20T09:45:07+02:0020 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Buitenlandse werkgever? Wanneer is een auto vrijgesteld van BPM?

  • Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Ondernemers die tijdens de Coronacrisis onder het sociaal minimum terecht kwamen, konden een beroep doen op de TOZO-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers). Om voor de TOZO in aanmerking te komen, moest een ondernemer met een bedrijf in Nederland, ook in Nederland wonen. Volgens de rechter is deze voorwaarde onrechtmatig.

TOZO
De TOZO voorzag in een uitkering voor levensonderhoud en de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening voor bedrijfskapitaal. Voor het recht op een uitkering voor levensonderhoud was vereist dat men ook in Nederland woonde.

Beperking vrijheid van vestiging
Volgens de rechtbank betekent deze voorwaarde een beperking van de vrijheid van vestiging. Wie immers met een bedrijf in Nederland woonde, had wél recht op de TOZO.

Onvoldoende onderbouwing
Volgens de rechtbank is de eis ook onvoldoende onderbouwd. De groep TOZO-gerechtigden is beperkt en dat geldt ook voor de uitkeringsduur. Volgens de rechtbank leidt het loslaten van de voorwaarde dus niet tot onevenredige belasting van het bijstandsstelsel. Ook ziet de rechtbank niet in waarom de voorwaarde nodig is voor de controle op de rechtmatigheid van een uitkering. Deze controle kan immers ook met medewerking van buitenlandse autoriteiten plaatsvinden.

Gevolgen?
De gevolgen van de uitspraak zijn nog niet duidelijk en afhankelijk van de vraag of deze beperkt is tot de ondernemers die zelf ook bezwaar tegen de weigering tot verstrekking van TOZO hebben gemaakt. Zodra er meer duidelijkheid is, informeren we je zo snel mogelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-19T11:58:47+02:0019 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

  • Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen ingediend

Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen ingediend

Het Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen is ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel heeft met name als doel de uitvoeringskosten van kleine pensioenen voor de uitvoerders te beperken.

Waardeoverdracht
Pensioenuitvoerders krijgen door dit voorstel meer rechten op waardeoverdracht van kleine pensioenen. Waardeoverdracht betekent dat bij verandering van werkgever het pensioen meegenomen kan worden naar de nieuwe werkgever.

Let op! Onder een klein pensioen verstaan we een pensioen met een uitkering tot €520,35 (2022) bruto per jaar.

Verruiming
Kleine pensioenen die zijn ontstaan door het einde van een dienstverband kunnen nu al worden overgedragen en afgekocht. Het wetsvoorstel verruimt deze mogelijkheid voor kleine pensioenen die ontstaan door bijvoorbeeld collectieve beëindiging en voor kleine netto pensioenen.

Afkoop
Het wetsvoorstel maakt het voor pensioenuitvoerders ook in meer gevallen mogelijk om een klein pensioen af te kopen als waardeoverdracht niet mogelijk blijkt. Ook kleine netto pensioenen kunnen onder voorwaarden worden afgekocht.

Ook kleine netto lijfrentes
Volgens het wetsvoorstel kunnen ook kleine netto lijfrentes eerder worden afgekocht. In die gevallen is er geen revisierente verschuldigd. Deze faciliteit volgt uit de afspraken uit het zogenaamde pensioenakkoord.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-18T09:06:19+02:0018 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen ingediend

  • Let op voorwaarden 30%-regeling

Let op voorwaarden 30%-regeling

Buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid mag je 30% van het salaris onbelast uitbetalen als kostenvergoeding. Het is daarbij wel van belang dat voldaan wordt aan de gestelde fiscale voorwaarden.

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Denk bijvoorbeeld aan extra huisvestingskosten.

Voorwaarden
Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moet er sprake zijn van een specifieke deskundigheid van de werknemer, wat moet blijken uit een minimumsalaris. Ook moet de werkgever het deel van de kostenvergoeding aanwijzen als vrijgesteld loon en dit ook als zodanig vastleggen in de administratie.

Doorwerking naar inkomstenbelasting
Als aan bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, dan is een deel van het salaris niet vrijgesteld en werkt dit door naar de inkomstenbelasting. Dit bleek onlangs uit een zaak voor het Hof Amsterdam. Ten aanzien van een buitenlandse werknemer was door zijn werkgever een ontvangen bonus niet aangewezen als deels vrijgesteld loon. De werknemer corrigeerde dit zelf in zijn aangifte inkomstenbelasting, maar die vlieger ging niet op.

Einde looptijd 30%-regeling
Behalve dat niet voldaan was aan de voorwaarde dat vrijgesteld loon moet worden aangewezen, was de vrijstelling ook niet meer mogelijk omdat de betaling van de bonus buiten het einde van de looptijd van de 30%-regeling viel.
De buitenlandse werknemer was op 18 januari 2017 gestopt met zijn feitelijke werkzaamheden. De 30%-regeling eindigde bij hem op 28 februari 2017, de laatste dag van het eerste loontijdvak nadat de tewerkstelling was geëindigd. De bonus was echter pas in maart 2017 uitbetaald. Er moest dus over de gehele bonus belasting worden betaald.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-17T10:19:27+02:0017 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Let op voorwaarden 30%-regeling

  • Wettelijk minimumloon per 1 juli 2022 verhoogd

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2022 verhoogd

Het wettelijk minimumloon gaat per 1 juli 2022 omhoog naar €1756,20 bruto per maand, €405,30 bruto per week en €81,61 bruto per dag. Mogelijk gaat het minimumloon sneller omhoog naar €14,00 per uur. Daarover wordt nog overleg gevoerd door het kabinet met de verschillende oppositiepartijen.

Wij geven je hierbij de nieuwe minimumloontabellen per 1 juli 2022.

Vaste percentages voor jongere werknemers
Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 1,81% op vooruit. De bedragen gelden voor werknemers die fulltime werken.

Leeftijd  Per maand  Per week  Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1756,20 € 405,30 € 81,06
20 jaar 80% € 1404,95 € 324,25 € 64,85
19 jaar 60% € 1053,70 € 243,20 € 48,64
18 jaar 50% € 878,10 € 202,65 € 40,53
17 jaar 39,5% € 693,70 € 160,10 € 32,02
16 jaar 34,5% € 605,90 € 139,85 € 27,97
15 jaar 30% € 526,85 € 121,60 € 24,32

 

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd   36 uur per week 38 uur per week  40 uur per week 
21 jaar en ouder € 11,26 € 10,67 € 10,14
20 jaar € 9,01 € 8,54 € 8,11
19 jaar € 6,76 € 6,40 € 6,08
18 jaar € 5,63 € 5,34 € 5,07
17 jaar € 4,45 € 4,22 € 4,01
16 jaar € 3,89 € 3,69 € 3,50
15 jaar € 3,38 € 3,20 € 3,04


Voor parttimers loon naar rato

Werkt een werknemer minder dan fulltime, dan geldt ook een lager minimumloon. Dat is afhankelijk van wat jouw organisatie als fulltime werkweek hanteert.

Voor BBL gelden andere percentages
Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden andere percentages.

Leeftijd  % Per maand  Per week  Per dag
20 jaar 61,50% € 1080,05 € 249,25 € 49,85
19 jaar 52,50% € 922,00 € 212,80 € 42,56
18 jaar 45,50% € 799,05 € 184,40 € 36,88

 

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd  36 uur per week 38 uur per week  40 uur per week 
20 jaar € 6,93 € 6,56 € 6,24
19 jaar € 5,92 € 5,60 € 5,32
18 jaar € 5,13 € 4,86 € 4,61


Minimumloon gekoppeld aan gemiddelde contractloonstijging
Het minimumloon is gekoppeld aan de gemiddelde contractloonontwikkeling. Dat is geregeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Uitgangspunt is dat welvaartsontwikkeling ook merkbaar moet zijn voor werknemers met een minimumloon en voor uitkeringsgerechtigden.

Er wordt uitgegaan van de gemiddelde procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid. Het minimumloon wordt twee keer per jaar verhoogd, in januari en in juli.

Versnelde verhoging naar €14 bruto per uur?
Wanneer sprake is van een bovenmatige loonontwikkeling of als heel veel mensen gebruik moeten maken van sociale zekerheidsregelingen, kan door de minister worden afgeweken van de gemiddelde contractloonontwikkeling. Dat is nu actueel, gezien de hoge inflatie. Mogelijk wordt om die reden het minimumloon sneller verhoogd naar €14 per uur. Deze verhoging was al afgesproken in het coalitieakkoord, maar wordt nu waarschijnlijk vervroegd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-17T10:39:52+02:0017 mei 2022|Geen categorie, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2022 verhoogd

  • Vergunningsgrens eurovergunning voertuigen binnen EU omlaag

Vergunningsgrens eurovergunning voertuigen binnen EU omlaag

De vergunningsgrens voor de eurovergunning voor internationaal beroepsgoederenvervoer binnen de EU gaat op 21 mei 2022 omlaag van 3.500 kilogram naar 2.500 kilogram maximummassa.

Eurovergunning Nederlandse ondernemer
Ondernemingen die tegen betaling goederen vervoeren in opdracht van derden, moeten in het bezit zijn van een eurovergunning. Voor Nederlandse ondernemers geldt deze vergunningplicht voor nationaal en internationaal vervoer met voertuigen met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram.

Tip! Het laadvermogen is het maximale gewicht dat een voertuig aan lading kan en mag vervoeren. Je kunt dit vinden met de RDW kentekencheck.

Eurovergunning binnen EU
De vergunningsgrens binnen de EU is niet afhankelijk van het laadvermogen, maar van de maximummassa. De maximummassa is het eigen gewicht van het voertuig (leeg) plus het laadvermogen. De vergunningsgrens in de EU ligt nu nog op meer dan 3.500 kilogram maximummassa, maar bedraagt vanaf 21 mei 2022 meer dan 2.500 kilogram maximummassa.

Let op! Een Nederlandse ondernemer met een voertuig met een laadvermogen van meer dan 500 kilogram moet altijd een eurovergunning hebben als hij dit voertuig gebruikt voor het vervoer van goederen tegen betaling en in opdracht van derden. Dit geldt dus ook als de maximummassa van het voertuig niet meer dan 3.500 kilogram (of vanaf 21 mei 2022 niet meer dan 2.500 kilogram) bedraagt.

Voorwaarden eurovergunning
Een ondernemer komt alleen in aanmerking voor een eurovergunning als hij voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet de onderneming kunnen beschikken over een reële vestiging in Nederland, ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en moet deze voldoende kredietwaardig zijn. Verder moet degene die leiding geeft aan de vervoerswerkzaamheden vakbekwaam zijn, hetgeen hij/zij kan aantonen met een erkend vakdiploma Ondernemer beroepsgoederenvervoer over de weg. Daarnaast moet de ondernemer zijn betrouwbaarheid aantonen met een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

Tip! Meer informatie over de eurovergunning en de voorwaarden vind je op de website van NIWO.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-16T15:03:41+02:0016 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vergunningsgrens eurovergunning voertuigen binnen EU omlaag

  • Extra steun gemeentes voor herstructurering winkelgebieden

Extra steun gemeentes voor herstructurering winkelgebieden

Gemeentes kunnen extra steun krijgen voor renovatie of nieuwbouw van winkelgebieden. Hierdoor kunnen winkelgebieden aantrekkelijker en meer leefbaar worden gemaakt.

Projectplan
Gemeentes die voor de steun in aanmerking willen komen, moeten hiertoe een projectplan indienen. Dit moet gericht zijn op herstructurering en transformatie van het winkelgebied. Een voorwaarde is dat er ook private investeerders bij betrokken moeten worden.

Vier periodes
De totale steun van €100 miljoen is verdeeld over vier aanvraagperiodes. Voor de eerste aanvraagperiode is €22 miljoen beschikbaar. Per project kan maximaal €5 miljoen steun worden verkregen.

Let op! Aanvragen voor de eerste periode kunnen tot en met 30 mei 2022 12.00 uur bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) worden ingediend.

RVO voert uit
De RVO voert de regeling ook uit. De RVO beoordeelt de aanvragen en of deze passen binnen de bedoeling van de wetgever. Een onafhankelijke commissie van experts beoordeelt de aanvragen inhoudelijk aan de hand van de geldende criteria en stelt een ranking op.

Voorwaarden
Aan de subsidie zijn tal van voorwaarden verbonden. Zo moet een project binnen zeven jaar na toekenning van de subsidie zijn afgerond. Een overzicht van alle voorwaarden staat op de site van de RVO.

Beslissing
Uiterlijk 13 weken na het sluiten van de aanvraagtermijn ontvangt een gemeente bericht of een aanvraag is goedgekeurd. Gemeentes kunnen de aanvraag digitaal volgen en ontvangen een beslissing omtrent de aanvraag per email.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-16T10:51:00+02:0016 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra steun gemeentes voor herstructurering winkelgebieden