Nieuws zonder blog

  • Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

Zelfstandige ondernemers die vanwege hun werkzaamheden een computerbril aanschaffen, kunnen de kosten ervan niet ten laste van de winst brengen. Dit heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant beslist.

Computerbril
Een computerbril is speciaal gemaakt voor de afstand tussen ogen en toetsenbord en beeldscherm. Dit voorkomt onder meer nekklachten die ontstaan als je zonder deze bril een foute werkhouding aanneemt.

Eerdere rechtspraak
In genoemde uitspraak verwijst de rechtbank naar eerdere rechtspraak waarin werd beslist dat een bril een te persoonlijk karakter heeft om tot aftrek te kunnen leiden. Volgens de Hoge Raad is dit niet anders voor een computerbril.

Rechtsongelijkheid
De Hoge Raad wijst ook het beroep op rechtsongelijkheid af. De accountant had namelijk aangevoerd dat een werkgever zijn personeel onder voorwaarden een computerbril wel belastingvrij kan vergoeden of verstrekken. Volgens de Hoge Raad kan een zelfstandig ondernemer fiscaal gezien echter niet vergeleken worden met een werknemer. De inspecteur werd dan ook in het gelijk gesteld.

Wel voor de DGA
Een BV mag de kosten van een computerbril aan een DGA wel belastingvrij vergoeden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-07T09:43:06+01:007 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Computerbril niet aftrekbaar voor zelfstandig ondernemer

  • Betaling BPM per kwartaal voor BPM-vergunninghouder

Betaling BPM per kwartaal voor BPM-vergunninghouder

Voor BPM-vergunninghouders bestaat vanaf 2022 de mogelijkheid om BPM te betalen per kwartaal in plaats van per maand. Vanaf 1 juli 2022 kunnen deze vergunningshouders waarschijnlijk ook BPM-aangifte per kwartaal doen.

BPM-vergunninghouders
In principe moet de aangifte van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) worden gedaan en de belasting worden betaald vóórafgaand aan de inschrijving van een motorrijtuig in het kentekenregister. Voor BPM-vergunninghouders geldt hierop echter een uitzondering. BPM-vergunninghouders mogen de BPM-aangifte en -betaling verzamelen en per maand doen.

Let op! Niet iedere ondernemer kan BPM-vergunninghouder worden. Alleen een ondernemer die in het kader van zijn bedrijfsuitoefening regelmatig om inschrijving van motorrijtuigen in het kentekenregister verzoekt, kan de Belastingdienst vragen om te worden aangemerkt als BPM-vergunninghouder.

Tot 1 juli aangifte per maand, betaling per kwartaal
De staatssecretaris van Financiën had toegezegd om te onderzoeken of het invoeren van een kwartaalaangifte BPM voor BPM-vergunninghouders mogelijk is. Vanwege aanpassingen in de automatiseringssystemen is invoering echter niet vóór 1 juli 2022 mogelijk. Daarom biedt de staatssecretaris voor de eerste helft van 2022 een praktische oplossing.

De staatssecretaris keurt goed dat BPM-vergunninghouders hun BPM-betaling vanaf 2022 per kwartaal doen. Dit betekent dat de voldoening van de in januari, februari en maart 2022 verschuldigde BPM uiterlijk 30 april 2022 en de voldoening van de in april, mei en juni 2022 verschuldigde BPM uiterlijk 31 juli 2022 moet plaatsvinden.

Let op! De BPM-aangifte moet nog wel per maand gedaan worden. De Belastingdienst kan een naheffing plus boete opleggen bij het niet (tijdig) doen van de aangifte.

Betaling per aangifte en betalingskenmerk
De betaling per kwartaal kan helaas niet in één bedrag. De betaling moet in drie keer per maandaangifte plaatsvinden voorzien van het bij die maand behorende betalingskenmerk.

Tip! De BPM-vergunninghouder is niet verplicht om per kwartaal te betalen. Hij mag dit ook gewoon per maand blijven doen.

Vanaf 1 juli aangifte en betaling per kwartaal
Als het lukt om de automatiseringssystemen op tijd aan te passen, wordt vanaf 1 juli een aangifte en betaling per kwartaal mogelijk. De beoordeling of een BPM-vergunninghouder vanaf 1 juli per kwartaal aangifte mag doen en belasting mag betalen, is aan de Belastingdienst. De BPM-vergunninghouder krijgt hierover nog een brief van de Belastingdienst.

Tip! De goedkeuring voor kwartaalbetaling tot 1 juli 2022 geldt voor elke BPM-vergunninghouder. Hier is dus geen beoordeling van de Belastingdienst voor nodig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-04T11:41:14+01:004 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaling BPM per kwartaal voor BPM-vergunninghouder

  • Eigenrisicodrager ZW en WGA met private uitvoerder?

Eigenrisicodrager ZW en WGA met private uitvoerder?

Ben je eigenrisicodrager voor de Ziektewet (ZW) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) als onderdeel van de wet WIA? Dan kun je vanaf 1 januari 2022 ervoor kiezen om de private uitvoerder het systeem van voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR) apart te laten toepassen. Geef dat wel op tijd door aan de Belastingdienst!

Wat is het VCR-systeem?
Voor het berekenen van de premies voor werknemersverzekeringen, de premie van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet (ZVW) en voor de berekening van de pensioenpremies gebruik je de systematiek van het voortschrijdend cumulatief rekenen. Voortschrijdend cumulatief rekenen is een manier van rekenen waarbij rekening wordt gehouden met niet alleen de huidige maand, maar ook met de voorliggende maanden. Eerst wordt de premie berekend tot en met de huidige periode en daarna worden de eerder berekende perioden ervan afgetrokken.

VCR-systeem apart toepassen vanaf 1 januari 2022 mogelijk
Vanaf 1 januari 2022 is wettelijk geregeld dat de private uitvoerder geen rekening meer hoeft te houden met het loon dat je betaalt. Datzelfde geldt dan ook voor jou. Je hoeft bij het betalen van het loon geen rekening meer te houden met de uitkering die de private uitvoerder namens jou betaalt. Het VCR-systeem wordt dan apart voor de uitkeringen en het loon toegepast.

Doorgeven vóór de 1e aangifte van 2022
Wanneer je de private uitvoerder het VCR-systeem apart wil laten toepassen in 2022, moet je de keuze hiervoor vóór de 1e loonaangifte van 2022 aan de Belastingdienst doorgeven. Dat moet schriftelijk per brief of per e-mail.

Let op! De eerste uiterste loonaangiftedatum in 2022 is 28 februari.

Wat geef je door aan de Belastingdienst?
In de brief of e-mail aan de Belastingdienst vermeld je de volgende gegevens:

  1. het fiscaal nummer (RSIN);
  2. of er eigenrisicodragerschap is voor de ZW, voor de WGA of voor beide;
  3. dat je de uitkering(en) via een private uitvoerder laat uitbetalen;
  4. dat je ervoor kiest om de private uitvoerder het VCR-systeem apart te laten toepassen;
  5. het loonheffingensubnummer waarop de private uitvoerder de betaling van de uitkeringen namens jou doet. Voor dat subnummer geldt het ‘gesplitst VCR’en’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-04T11:22:05+01:004 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eigenrisicodrager ZW en WGA met private uitvoerder?

  • Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Het kabinet bekijkt of de heffing over vermogen in box 3 sneller kan worden aangepast dan gepland. Oorspronkelijk wilde het nieuwe kabinet dit in 2025 realiseren, maar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 dwingt het kabinet min of meer dit eerder te doen.

Arrest Hoge Raad
In het arrest van de Hoge Raad besliste onze hoogste rechter dat het huidige systeem van belastingheffing in box 3 met forfaitaire rendementen in strijd is met het Europese recht. Het systeem gaat er namelijk vanuit dat met meer vermogen automatisch een hoger rendement wordt behaald en hierover meer belasting moet worden betaald.

Kamervragen
In antwoord op Kamervragen deelt de staatssecretaris van Financiën mee dat bekeken wordt hoe het systeem van belastingheffing in box 3 al vóór 2025 kan worden gewijzigd. Daarbij wil het kabinet, in navolging van het arrest, uitgaan van het werkelijk behaalde rendement in plaats van het huidige forfaitaire rendement.

Let op! Een uitvoeringstechnisch probleem is dat onderzocht moet worden hoe het werkelijk behaalde rendement vastgesteld moet worden. Daarbij is het kabinet ook afhankelijk van derde partijen.

Rechtsherstel vanaf 2017
Degenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de heffing in box 3 vanaf het jaar 2017, al dan niet via de ‘massaal bezwaarprocedure’, kunnen rechtsherstel tegemoet zien. Datzelfde geldt voor alle aanslagen vanaf het jaar 2017 die op 24 december 2021 nog niet definitief waren of nog niet onherroepelijk vast stonden.

Tip! De reikwijdte van de groep belastingplichtigen die in aanmerking komt voor rechtsherstel is nog niet bepaald. De staatssecretaris geeft aan ‘zeer serieus te overwegen’ of rechtsherstel ook mogelijk is voor degenen die niet of niet geheel volgens de voorschriften inzake de ‘massaal bezwaarprocedure’ bezwaar hebben gemaakt.

Geen aanpassingen vóór 2017
De staatssecretaris wil op dit moment niet terugkomen op het systeem van heffing van vóór 2017. Toen werd het rendement ook vastgesteld op basis van een verondersteld rendement, maar werd dit niet hoger geacht naarmate het vermogen toenam.

Tip! Op 2 februari aanstaande is een debat met de Tweede Kamer ingepland over de hersteloperatie van de box 3-heffing. De staatssecretaris informeert vervolgens op 4 februari de Tweede Kamer over de contouren van deze hersteloperatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-03T16:23:52+01:003 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

  • NOW Q1 2022 vanaf 14 februari aanvragen

NOW Q1 2022 vanaf 14 februari aanvragen

Werkgevers die vanwege Corona of door andere oorzaken met omzetverlies te maken hebben, kunnen vanaf 14 februari 2022 de tegemoetkoming NOW aanvragen voor de periode januari tot en met maart 2022. De tegemoetkoming is iets gewijzigd ten opzichte van voorgaande periodes.

Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)
Via de NOW krijgen werkgevers een tegemoetkoming, zodat ten tijde van omzetverlies de lonen toch doorbetaald kunnen worden. Het omzetverlies dient minstens 20% te bedragen.

Omvang tegemoetkoming
De tegemoetkoming is afhankelijk van het omzetverlies, dat maximaal 90% kan bedragen. Het omzetverlies wordt berekend in vergelijking met het jaar 2019. De loonkosten worden voor 85% vergoed.

Gestart na 1 januari 2019?
Ben je gestart na 1 januari 2019, dan moet je het omzetverlies ten opzichte van een andere periode berekenen dan het jaar 2019. Welke periode is afhankelijk van de startdatum (zie uwv.nl). Ben je op of na 2 oktober 2021 gestart, dan heb je geen recht op NOW voor de periode januari tot en met maart 2022.

Wijziging opslag
De tegemoetkoming is gebaseerd op de loonsom in oktober 2021. Deze loonsom wordt verhoogd met 30% in plaats van met 40% zoals eerder. Dit heeft te maken met een andere wijze van berekening. Per saldo blijft de tegemoetkoming echter gelijk.

Schatting
Je dient het omzetverlies zo goed mogelijk te schatten. Schat je te royaal in, dan kan dit betekenen dat je de tegemoetkoming geheel of deels terug moet betalen. Je kunt hiervoor dan wel een betalingsregeling treffen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-03T15:15:56+01:003 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

NOW Q1 2022 vanaf 14 februari aanvragen

  • Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

Een startende stichting of vereniging zal eerder gebruik kunnen maken van de vrijstelling vennootschapsbelasting (VPB-vrijstelling) voor geringe winsten dan de Belastingdienst voor ogen had. Dit volgt uit een recent oordeel van de Hoge Raad.

VPB-vrijstelling geringe winsten
Voor stichtingen en verenigingen bestaat een VPB-vrijstelling voor geringe winsten. Deze vrijstelling is van toepassing als de winst in een jaar niet hoger is dan €15.000. Is de winst in een jaar wel hoger dan €15.000 dan is de vrijstelling alsnog van toepassing als de winst van het jaar plus de winsten van de vier voorafgaande jaren tezamen niet hoger zijn dan €75.000.

Let op! Stichtingen en verenigingen betalen alleen vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. Verricht de stichting of vereniging ook andere activiteiten, dan is hierover geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De eventuele resultaten van deze andere activiteiten tellen ook niet mee voor de winstgrenzen van €15.000 en €75.000.

Winstgrens tijdens opstart ook €75.000
De Belastingdienst was van mening dat de winstgrens van €75.000 tijdens de opstartfase naar evenredigheid moest worden toegepast. Bestond een stichting bijvoorbeeld 3 jaar, dan bedroeg deze grens volgens de Belastingdienst 3/5 van €75.000 = €45.000. De Hoge Raad was het echter niet eens met deze uitleg. Volgens de Hoge Raad geldt de winstgrens van €75.000 gewoon ten volle, ook als een stichting of vereniging nog geen 5 jaar bestaat.

Voorbeeld
Een stichting maakt in jaar 1 €12.000 winst, in jaar 2 €14.000 winst en in jaar 3 €30.000 winst. Volgens de Belastingdienst kon de stichting over jaar 3 de VPB-vrijstelling niet meer toepassen omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 hoger is dan €45.000. Volgens de Hoge Raad kan deze stichting echter ook in jaar 3 nog gebruikmaken van de VPB-vrijstelling omdat de totaalwinst over jaar 1 tot en met 3 niet hoger is dan €75.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-02T11:02:34+01:002 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vrijstelling VPB eerder mogelijk bij startende vereniging

  • Werkgevers verplicht om CO2-uitstoot personeel bij te houden

Werkgevers verplicht om CO2-uitstoot personeel bij te houden

Werkgevers worden in de nabije toekomst verplicht om de CO2-uitstoot van hun personeel bij te gaan houden. Een nieuwe wet die volgt uit het Klimaatakkoord is in voorbereiding en had dit jaar al in moeten gaan. Dit is echter nog niet gebeurd vanwege de lange kabinetsformatie.

Uitstoot als gevolg van zakelijk reizen
De bij te houden uitstoot betreft al het zakelijke reizen van het personeel: dus zowel het woon-werkverkeer als alle overige zakelijke reizen.

Wat moet worden bijgehouden?
Je moet in ieder geval gaan bijhouden welk type vervoersmiddel werknemers gebruiken: fiets, bromfiets, snorfiets, auto of het openbaar vervoer.

Vervoer per auto verder uitgewerkt
Ook moet er een onderscheid per gebruikte auto gemaakt worden. Personenauto’s hebben nu eenmaal een verschil in CO2-uitstoot, die onder meer afhankelijk is van merk, gewicht, gebruik en ouderdom van de auto.

Alleen grote werkgevers
De verplichting gaat vooralsnog alleen gelden voor grote werkgevers met meer dan 100 werknemers. Dit betreft zo’n 7.000 bedrijven. Ook gaat het voorlopig alleen om het bijhouden van de uitstoot, maar vanaf 2026 zal er ook een norm aan de uitstoot gekoppeld worden. Wat er gebeurt als een bedrijf die norm overschrijdt, is nog niet bekend.

Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten het wetsvoorstel nog behandelen en goedkeuren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-02T10:42:27+01:002 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Werkgevers verplicht om CO2-uitstoot personeel bij te houden

  • Uitstel van belastingbetaling verlengd tot en met 31 maart

Uitstel van belastingbetaling verlengd tot en met 31 maart

Ondernemers die vanwege de Coronacrisis moeite hebben met het tijdig betalen van hun belastingschulden, kunnen langer uitstel van betaling krijgen. Het kabinet heeft het uitstel verlengd tot en met 31 maart 2022.

Coronamaatregelen
Het kabinet heeft vanwege de Coronacrisis diverse maatregelen genomen om het bedrijfsleven tegemoet te komen. Een van de maatregelen was het verlenen van uitstel van betaling van belastingschulden. Net als een aantal andere maatregelen, zoals de NOW en de TVL, is deze nu ook verlengd.

Geen actie nodig
Ondernemers die al gebruik maken van uitstel van betaling, hoeven geen actie te ondernemen. Degenen die hier nog geen gebruik van hebben gemaakt of hun belastingschuld al volledig hebben afgelost, kunnen tot en met 31 maart 2022 uitstel van betaling aanvragen.

Let op! Het uitstel betreft belastingen waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 april 2022 ligt.

Alle belastingen waarvoor je op of na 1 april 2022 aangifte doet, moet je weer op tijd betalen. Ook belastingaanslagen waarvan de uiterste betaaldatum op of na 1 april 2022 ligt, moet je betalen.

Afbetalen belastingschuld
Op 1 oktober 2022 moeten ondernemers beginnen met het afbetalen van de belastingschuld die tot en met 1 april 2022 is opgebouwd voor de belastingen waarvoor bijzonder uitstel is verkregen. Hiervoor geldt een betalingsregeling van 60 maanden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-01T13:17:51+01:001 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uitstel van belastingbetaling verlengd tot en met 31 maart

  • Let op als je de voorlopige aanslag 2022 wijzigt

Let op als je de voorlopige aanslag 2022 wijzigt

In deze tijd van het jaar druppelen de voorlopige aanslagen IB en Vpb 2022 binnen. Niet zelden zal de schatting van de Belastingdienst niet juist zijn en moet je een wijzigingsverzoek indienen. Zorgvuldigheid hierbij is geboden want het doen van een onjuist (wijzigings)verzoek kan grote consequenties hebben.

Vergrijpboete?
Wanneer je bij de aanvraag of een herzieningsverzoek van een voorlopige aanslag opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, kan een vergrijpboete worden opgelegd. Deze boete kan oplopen tot maximaal 100% van het bedrag aan belasting dat door die onjuiste informatie ten onrechte is teruggegeven of niet is betaald (op basis van beleid wordt dit standaard al wel gematigd tot 50%).

Let op! Een boete kan worden opgelegd tot maximaal vijf jaar nadat het verzoek om een voorlopige aanslag is gedaan.

Opzet moet worden aangetoond
Voor het opleggen van de vergrijpboete is opzet vereist. De inspecteur zal dit moeten bewijzen. Van opzet is sprake wanneer de belastingplichtige wil en weet dat er te weinig belasting wordt geheven. Dit kan ook als er sprake is van voorwaardelijke opzet waarbij de belastingplichtige de aanmerkelijke kans op opzet heeft aanvaard. Opzet van een gemachtigde wordt in beginsel niet aan de belastingplichtige zelf toegerekend.

Van opzet is bijvoorbeeld geen sprake wanneer de schattingen niet geheel overeenkomen met de uiteindelijke bedragen. Van belang is daarbij wel dat de geschatte bedragen niet aanzienlijk mogen afwijken van de werkelijke bedragen. Van opzet is wel sprake als bijvoorbeeld hypotheekrenteaftrek wordt geclaimd terwijl iemand geen eigen woning heeft. Ook een ondernemer of BV die bewust een aanzienlijk te lage winst vermeldt in een (wijzigings)verzoek, valt hieronder.

Geen boete
Als de inspecteur een onjuiste voorlopige aanslag oplegt op basis van zijn ‘eigen’ gegevens, kan een belastingplichtige niet worden beboet. Wanneer een belastingplichtige geen melding doet van gewijzigde omstandigheden die van belang zijn voor de aanslag, kan eveneens geen boete worden opgelegd. Zo is een belastingplichtige dus niet verplicht actief te vragen om (verhoging van) een voorlopige aanslag als deze te laag is.

Alleen wanneer opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie wordt verstrekt, is sprake van een beboetbaar feit. Het argument dat een en ander bij de definitieve aanslag wel wordt hersteld, is niet geldig!

Let op! Een te hoge voorlopige aanslag aanvragen om bijvoorbeeld het vermogen in box 3 tijdelijk te verlagen of om negatieve rente te ontlopen is dus ook niet toegestaan.

Zorgvuldigheid geboden
Let dus bij het verzoeken om een voorlopige aanslag op dat de deze zo correct en volledig mogelijk wordt ingevuld. Als een onjuiste voorlopige aanslag is aangevraagd, kan een boete altijd worden voorkomen door tijdig, juist en volledig een nieuwe voorlopige aanslag aan te vragen of door tijdig een juiste en volledige aangifte in te dienen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-01T12:40:21+01:001 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Let op als je de voorlopige aanslag 2022 wijzigt

  • Lage AWf-premie bij tijdelijke urenuitbreiding tóch mogelijk

Lage AWf-premie bij tijdelijke urenuitbreiding tóch mogelijk

Met terugwerkende kracht – vanaf 1 januari 2020 – is het standpunt over de premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) bij tijdelijke urenuitbreiding gewijzigd. Dat heeft het vorige kabinet nog bepaald. Heb je daardoor te veel AWf-premie betaald? Dan kun je de te veel betaalde premie terugkrijgen.

Wat is gewijzigd?
Het oorspronkelijke standpunt was dat een tijdelijke urenuitbreiding altijd een aparte arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is. Hierop was daarom altijd de hoge AWf-premie van toepassing. Nu is bepaald dat een tijdelijke urenuitbreiding ook een tijdelijke wijziging van een bestaande arbeidsovereenkomst kan zijn, waardoor de lage AWf-premie van toepassing is.

Gevolgen voor de AWf-premie
Voor 2020, 2021 en 2022 geldt voor de tijdelijke urenuitbreiding dezelfde AWf-premie als voor de oorspronkelijke uren. Betaal of betaalde je voor de bestaande arbeidsovereenkomst de lage premie AWf? Dan heb je misschien over eerdere aangiftetijdvakken in 2020 en 2021 te veel AWf-premie betaald voor de tijdelijke urenuitbreiding. Het gewijzigde standpunt heeft geen gevolgen voor jou als je voor de bestaande arbeidsovereenkomst de hoge AWf-premie betaalt of betaalde.

Tijdelijke urenuitbreiding soms wél een aparte arbeidsovereenkomst
In de volgende situaties is de tijdelijke urenuitbreiding nog wel een aparte arbeidsovereenkomst:

  • de werkzaamheden of arbeidsvoorwaarden voor de urenuitbreiding verschillen wezenlijk van die van de bestaande arbeidsovereenkomst;
  • je bent met de werknemer voor de urenuitbreiding expliciet een aparte arbeidsovereenkomst overeengekomen.

In deze situaties verandert er niets. Op deze aparte arbeidsovereenkomst is en blijft de hoge AWf-premie van toepassing.

Hoe krijg je de te veel betaalde premie AWf terug?
Om de te veel betaalde AWf-premie terug te krijgen, moet je de aangiften loonheffingen over 2020 en 2021 corrigeren. Op de website van de Belastingdienst is een stappenplan te vinden.

Voor elk aangiftetijdvak in 2020 dat je volgens het gewijzigde standpunt mag corrigeren, verzend je een losse correctie. De Belastingdienst betaalt het te veel betaalde bedrag terug of verrekent dat met openstaande schulden. Heb je bijzonder uitstel van betaling vanwege de Coronacrisis? Dan maakt de Belastingdienst de teruggaaf naar je over. Deze wordt dan niet verrekend.

Voor verstreken aangiftetijdvakken van 2021 verzend je de correcties uiterlijk bij de aangifte over het laatste aangiftetijdvak (december of 13e periode). De teruggaaf van de te veel betaalde AWf-premie kun je verrekenen met de afdracht over het laatste tijdvak. Heb je al aangifte over het laatste tijdvak gedaan? Dan kun je tot en met 31 januari 2022 de aangifte over december of 13e periode nogmaals verzenden, maar dan met de correcties over de afzonderlijke aangiftetijdvakken daarbij.

Let op! Het gewijzigde standpunt geldt voor 2020, 2021 en 2022. De Belastingdienst komt later met informatie over hoe je met tijdelijke urenuitbreidingen vanaf 2023 moet omgaan en wat voor invloed dat heeft op de AWf-premie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-31T12:10:33+01:0031 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lage AWf-premie bij tijdelijke urenuitbreiding tóch mogelijk