Nieuws zonder blog

  • Ook TVL Q4 2020 bij onjuiste SBI-code

Ook TVL Q4 2020 bij onjuiste SBI-code

Het recht op TVL hangt samen met de bedrijfsactiviteiten zoals die blijken uit de SBI-code waarmee een bedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Wijken de bedrijfsactiviteiten af van deze SBI-code, maar sluiten deze wel aan bij een andere SBI-code? Dan is er toch recht op TVL voor het vierde kwartaal van 2020.

Recht op TVL?
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is een financiële compensatie voor de vaste lasten van bedrijven die door de Coronacrisis een flinke omzetdaling hebben ondergaan.

Of een bedrijf recht heeft op de TVL, hangt af van de SBI-code waarmee het bedrijf bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven. Soms wijken de werkelijke bedrijfsactiviteiten hiervan echter af. Een bedrijf dat op basis hiervan recht op de TVL zou hebben, krijgt deze dan toch niet uitgekeerd.

Correctie per 2021
Om aan dit probleem een einde te maken, bevat de TVL per 2021 een hardheidsclausule. Op basis hiervan kan een bedrijf toch TVL krijgen als de werkelijke bedrijfsactiviteiten aansluiten bij een SBI-code die wél recht op de TVL geeft.

Rechter: ook voor Q4 2020
In een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) is onlangs beslist dat deze uitzondering ook moet gelden voor het vierde kwartaal van 2020. Het CBB is van mening dat er op dat tijdstip geen redenen meer waren om niet uit te kunnen gaan van de werkelijke bedrijfsactiviteiten in gevallen waarin deze anders waren dan volgens de SBI-code. Het argument ‘uitvoerbaarheid’ is daarvoor onvoldoende, aldus het CBB.

Bredere werking
De uitspraak heeft bredere werking. Het CBB geeft aan dat in vergelijkbare gevallen, dus wanneer de werkelijke bedrijfsactiviteiten afwijken van de SBI-code, de TVL ook voor andere ondernemers niet op die gronden mag worden afgewezen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-04T16:11:07+02:004 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook TVL Q4 2020 bij onjuiste SBI-code

  • Nieuw investeringsfonds voor kennisintensieve bedrijven

Nieuw investeringsfonds voor kennisintensieve bedrijven

Er komt een nieuw investeringsfonds dat specifiek gericht is op kennisintensieve bedrijven. Hierdoor moet de technologische kennis van Nederland een boost krijgen om zodoende de concurrentiepositie te verbeteren.

Deep Tech Fonds
Het nieuwe ‘Deep Tech Fonds’ (DTF) krijgt een omvang van €250 miljoen. Het fonds is met name bedoeld voor investeringen in innovatieve en complexe technologieën. Voor de ontwikkeling hiervan blijkt financiering vaak een probleem.

Start-ups en scale-ups
Het DTF richt zich dan ook op start-ups en scale-ups, dus nog jonge bedrijven, die vaak in de technische sector actief zijn en willen doorgroeien. Zij richten zich daarbij veelal op de ontwikkeling van nieuwe technologieën.

Een probleem van ‘jonge’ technologische bedrijven is vaak dat zij zich nog niet bewezen hebben en er dus relatief grote risico’s aan kleven, waardoor het vinden van investeerders een probleem kan zijn. Zijn ze echter succesvol, dan zijn ze ook erg winstgevend.

Mede-investeringsfonds
DTF zal opereren als mede-investeerder als onafhankelijk onderdeel van Invest-NL. Dit is een instelling van het Rijk die zich bezighoudt met ontwikkeling en financiering van bedrijven en projecten die de transitie naar de circulaire economie versnellen. Invest-NL beschikt over een investeringsvermogen van €2,5 miljard.

Bindend advies
DTF heeft een onafhankelijk fondsmanagement en een onafhankelijk Investment Committee. Deze organen zorgen voor een bindend advies inzake investeringsprojecten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-31T15:54:53+02:0031 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuw investeringsfonds voor kennisintensieve bedrijven

  • Ook dit jaar weer belastingvrij schenken

Ook dit jaar weer belastingvrij schenken

Ook dit jaar kun je weer schenken en daarbij gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstellingen. Hierbij geldt in een aantal gevallen een lagere vrijstelling dan vorig jaar. Vanwege Corona waren sommige vrijstellingen toen tijdelijk verhoogd.

Schenken aan kinderen
Voor een schenking aan een kind bestaat een vrijstelling van €5.677. Alleen over het meerdere betaalt het kind belasting. Daarnaast bestaat er voor schenkingen aan de kinderen een aantal specifieke vrijstellingen.

Eenmalige verhoging
Een kind in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar kun je eenmalig belastingvrij een bedrag van €27.231 schenken. De vrijstelling geldt ook als de partner van het kind tussen de 18 en 40 jaar is. In beide gevallen telt ook de dag van de 40ste verjaardag nog mee.

Dure studie
Als je schenkt ten behoeve van een dure studie, bestaat recht op een eenmalige verhoging van de vrijstelling tot €56.724. De kosten moeten dan minstens €20.000 per jaar bedragen, exclusief levensonderhoud. Het geld moet aantoonbaar aan een dure studie worden besteed.

Let op! Het kind heeft niet eerder gebruikgemaakt van een ‘verhoogde vrijstelling’.

Eigen woning
Schenk je ten behoeve van de aankoop of verbouwing van een eigen woning, dan bedraagt de vrijstelling in 2022 €106.671. De vrijstelling geldt ook als met de schenking de hypotheek wordt afgelost of het recht van erfpacht, opstal of beklemming wordt afgekocht. Er geldt wel een aantal voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat de ontvanger of zijn of haar partner tussen de 18 en 40 jaar oud is. Ook nu telt de dag van de 40ste verjaardag nog mee.

Let op! Wil je gebruikmaken van de verhoogde vrijstelling voor de eigen woning? Maar heb jezelf of je partner al een verhoogde vrijstelling gebruikt voor een schenking van dezelfde schenker? Dan heb je soms nog recht op een deel van de vrijstelling.

Schenken aan anderen
Schenk je aan anderen, zoals een kleinkind, neef of goede vriend, dan geldt een vrijstelling van €2.274.

Je schenkt meer, wat dan?
Schenk je je kinderen een bedrag van meer dan €5.677 zonder dat dit valt onder bovengenoemde bijzondere eenmalige vrijstellingen, dan bedraagt het belastingtarief 10% over het meerdere tot €130.425. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €130.425 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €130.425 en 40% over het meerdere.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-31T15:26:26+02:0031 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook dit jaar weer belastingvrij schenken

  • Ook uitstel van betaling mogelijk voorlopige aanslag 2022

Ook uitstel van betaling mogelijk voorlopige aanslag 2022

Als ondernemer krijg je een voorlopige aanslag voor de te betalen inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over 2022. Ook voor die voorlopige aanslag kun je uitstel van betaling krijgen en wel over het gehele bedrag. Dit ondanks het feit dat het uitstel van betaling voor belastingschulden als steunmaatregel vanaf 1 april 2022 wordt beëindigd.

Voorlopige aanslag
Ondernemers krijgen, normaal gesproken, aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting op basis van de te verwachten winst. Die winst wordt geschat op basis van cijfers uit het verleden. Die kunnen afwijken van de huidige winst, dus is het altijd goed de voorlopige aanslag te checken en zo nodig aan te passen.

Uitstel van betaling?
Vanwege Corona kunnen ondernemers voor tal van belastingen uitstel van betaling krijgen. Deze maatregel stopt per 1 april 2022. Dit betekent dat je vanaf dat moment de nieuwe betalingsverplichtingen wel moet betalen. Ook belastingaanslagen waarvan de uiterste betaaldatum op of na 1 april 2022 ligt, moet je betalen.

Let op! Je kunt voor een flink aantal belastingverplichtingen tot 1 april van dit jaar bijzonder uitstel van betaling aanvragen, ook als je dit nog niet eerder hebt gedaan.

Aflossen belastingschuld
Je moet de totale belastingschuld, dus inclusief voorlopige aanslag 2022, vanaf 1 oktober van dit jaar aflossen. Je krijgt hiervoor vijf jaar de tijd.

Regulier uitstel
Kun je ook na 1 april 2022 de belastingschulden niet betalen, dan kun je onder voorwaarden gewoon uitstel van betaling aanvragen. Hiervoor gelden wel strengere voorwaarden dan het bijzondere uitstel vanwege Corona.

Tip! Is het afbetalen van jouw schuld in 60 termijnen echt niet mogelijk, neem dan tijdig contact op met de Belastingdienst. In dat geval wordt gezocht naar een passende oplossing.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-30T16:46:16+02:0030 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook uitstel van betaling mogelijk voorlopige aanslag 2022

  • Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

De BTW op personeelsuitgaven is voor een ondernemer in het algemeen niet aftrekbaar. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen, waaronder die op huisvesting. Wanneer is die BTW wel en wanneer niet aftrekbaar?

Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA)
In het BUA wordt onder meer geregeld dat de BTW op personeelsvoorzieningen in beginsel niet aftrekbaar is. Is het bedrag aan voorzieningen voor een werknemer in een jaar niet meer dan €227 exclusief BTW? Dan is de BTW op de voorzieningen voor die werknemer wél aftrekbaar.

Let op! Ook huisvesting wordt beschouwd als personeelsvoorziening. De BTW hierop is dus evenmin aftrekbaar, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid.

Bijzondere omstandigheid
In een recent arrest van de Hoge Raad was sprake van een uitzendbureau dat buitenlands personeel inhuurde en weer uitleende. Het uitzendbureau had voor de werknemers voor huisvesting gezorgd en de BTW afgetrokken. De inspecteur had de aftrek echter niet toegestaan, omdat er naar zijn mening geen sprake was van een bijzondere omstandigheid.

Belang onderneming staat voorop
Dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid, moet de ondernemer bewijzen. De uitgaven voor die goederen of diensten moeten dan primair worden gedaan in het belang van de onderneming. Het persoonlijke voordeel voor de werknemer is daarbij voor de werkgever van ondergeschikt belang.

Wanneer is er wel sprake van bijzondere omstandigheid?
Uit het arrest blijkt dat hiervoor van belang is of personeelsleden de hun aangeboden onderkomens dienen te aanvaarden, zonder dat daarbij ruimte is voor een eigen keuze voor een bepaald onderkomen. Ook speelt mee of medegebruik van de huisvesting door een of meer anderen aanvaard moet worden.

In genoemde situatie hadden de werknemers deze keuze wel. De uitzendkrachten konden de huisvesting weigeren. Zij kregen echter geen vergoeding voor de huisvesting die zij zelf regelden en moesten de kosten daarvoor zelf betalen. Omdat er dus een keuzemogelijkheid was, was daarom geen sprake van een bijzondere omstandigheid.

Geen Nederlander te krijgen!
Het uitzendbureau voerde nog aan dat het alle moeite had gedaan Nederlandse uitzendkrachten voor de werkzaamheden te werven, maar dat dit niet gelukt was. Deze stelling werd echter niet onderbouwd, zodat de rechter eraan voorbijging.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-30T16:24:35+02:0030 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is BTW op huisvesting personeel aftrekbaar?

  • Aangifte of verzoek voorlopige aanslag IB 2021 vóór 1 mei

Aangifte of verzoek voorlopige aanslag IB 2021 vóór 1 mei

Vanaf 1 maart 2022 kunt je de aangifte inkomstenbelasting 2021 indienen. Als je geen uitstel aanvraagt, moet deze aangifte vóór 1 mei 2022 bij de Belastingdienst binnen zijn.

Geen belastingrente bij aangifte vóór 1 mei
Levert de aangifte inkomstenbelasting 2021 een te betalen bedrag op? Dan kun je te maken krijgen met belastingrente. Je kunt dit voorkomen door vóór 1 mei 2022 de aangifte inkomstenbelasting 2021 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan geen belastingrente.

Let op! Als de Belastingdienst bij het opleggen van de aanslag inkomstenbelasting afwijkt van de aangifte, kan de Belastingdienst alsnog belastingrente berekenen.

Hoogte belastingrente
Komt de aangifte inkomstenbelasting 2021 na 30 april 2022 bij de Belastingdienst binnen? Dan berekent de Belastingdienst 4% belastingrente vanaf 1 juli 2022. De rente wordt berekend tot en met 6 weken na de dagtekening van de aanslag. Deze periode is korter als 19 weken na binnenkomst van de aangifte eerder is. Dan eindigt de renteperiode op dat moment.

Voorbeeld
Je doet op 10 mei 2022 aangifte inkomstenbelasting 2022 naar een te betalen bedrag van €10.000. Met dagtekening 15 augustus 2022 wordt een aanslag opgelegd met belastingrente. De belastingrente is berekend vanaf 1 juli 2022 tot en met 20 september 2022: zes weken na 15 augustus 2022 is 26 september 2022, 19 weken na 10 mei 2022 is 20 september 2022. De rente bedraagt €89.

Geen belastingrente bij aanvraag voorlopige aanslag vóór 1 mei
Voor ondernemers zal het over het algemeen niet mogelijk zijn om al vóór 1 mei 2022 aangifte inkomstenbelasting 2022 in te dienen. Dit zal ook gelden voor sommige particulieren. In zo’n geval kan uitstel voor het indienen van de aangifte gevraagd worden. Het is dan wel verstandig om vóór 1 mei 2022 te verzoeken om een voorlopige aanslag. In dat geval berekent de Belastingdienst namelijk ook geen belastingrente.

Tip! Zorg dat de voorlopige aanslag zo nauwkeurig mogelijk aansluit bij de werkelijkheid. Bij een te lage voorlopige aanslag betaal je later anders alsnog belastingrente.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-29T21:27:25+02:0029 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aangifte of verzoek voorlopige aanslag IB 2021 vóór 1 mei

  • UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

Het UWV is verantwoordelijk voor het geven van deskundig advies over de voortgang van re-integratie. Dit betekent dat de uitkerende instantie onafhankelijk onderzoek moet doen, uitgevoerd door professionals. Gebeurt dit niet, dan kan een oordeel van het UWV worden weerlegd.

Mislukt re-integratietraject
Een werkgever was van mening dat een zieke werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. Hij vond hierin steun bij de bedrijfsarts. Vervolgens zette hij het loon stop. Het UWV werd gevraagd een deskundigenoordeel te geven. De arbeidsdeskundige van het UWV was echter van oordeel dat de werknemer wel voldoende had gedaan aan zijn re-integratie. De werkgever hervatte de loonbetaling en kwam met de werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeen met daarin opgenomen de transitievergoeding. Bij elkaar ging het om bijna 2 ton, bestaande uit de doorbetaling van loon over de periode van 1 juni 2019 tot 1 januari 2020 vermeerderd met de transitievergoeding.

Onjuist deskundigenoordeel
De werkgever was het echter niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV en ging naar de rechter. De rechter was van oordeel dat de arbeidsdeskundige of verzekeringsarts aan wie de uitvoering van het deskundigenoordeel is opgedragen, verplicht is zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen. Dit houdt ook in dat de deskundige zorgvuldig onderzoek dient te doen. Het belang van zorgvuldig onderzoek wordt verder onderstreept door het gewicht en de betekenis die aan een deskundigenoordeel toekomt in een geschil over re-integratie tussen werknemer en werkgever.

Buiten expertise
Deze arbeidsdeskundige had volgens de rechter onvoldoende onderzoek gedaan. Hij had ten onrechte geen verzekeringsarts ingeschakeld maar zelfstandig een oordeel gegeven over de medische vraag naar de belastbaarheid van de werknemer. Hiermee is de arbeidsdeskundige buiten zijn expertise getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is een en ander ernstig onzorgvuldig en daarmee ook zodanig onzorgvuldig dat dit als onrechtmatig jegens de werkgever moest worden aangemerkt. Dit onrechtmatig handelen is het UWV ook toe te rekenen.

Volledige loonstop in plaats van gedeeltelijke
Daarbij komt nog dat de arbeidsdeskundige in afwijking van de geldende rechtspraak had aangegeven dat in plaats van een volledige loonstop, ook alleen het loon over de belastbare uren had kunnen worden stopgezet. Dit is in strijd met de geldende rechtspraak waarin is bepaald dat bij het gedeeltelijk niet meewerken aan de re-integratie een volledige loonstop dient plaats te vinden.

Schadevergoeding aan werkgever
De rechtbank was van oordeel dat bij een zorgvuldig onderzoek de uitkomst van het deskundigenoordeel anders was geweest. Daarom is er een oorzakelijk verband tussen het onjuiste oordeel van de arbeidsdeskundige en de schade van de werkgever. Het uiteindelijke oordeel luidt dat de werkgever 60% en het UWV 40% van de schade moet dragen. Dat betekent dat 40% van de door de werkgever gevorderde schade, zijnde een bedrag van bijna € 75.000 toewijsbaar is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-29T21:10:57+02:0029 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

  • Verhoging terugkeerpremie eigenrisicodrager Ziektewet

Verhoging terugkeerpremie eigenrisicodrager Ziektewet

Overweeg je om te stoppen als eigenrisicodrager voor de Ziektewet (ZW)? Vanaf 1 januari 2024 betaal je een hogere terugkeerpremie als je terugkeert naar de publieke ZW-verzekering bij het UWV. Als je het eigenrisicodragerschap ZW uiterlijk per 1 juli 2022 beëindigt, betaal je de eerste twee jaar nog de lagere terugkeerpremie.

Wat verandert er?
Als je eigenrisicodrager bent voor de ZW en overstapt naar de publieke ZW-verzekering bij het UWV, krijgt je nu twee jaar lang een premiekorting. Bij de berekening van de premie kijkt het UWV naar de sectorpremie en de individuele premie. Omdat de individuele premie niet altijd vast te stellen is, is deze terugkeerpremie minimaal de helft van de sectorpremie ZW.

Let op! Vanaf 1 januari 2024 wordt de terugkeerpremie minimaal de volledige sectorpremie ZW.

Liever niet de volledige terugkeerpremie?
Wil je terugkeren naar de publieke ZW-verzekering bij het UWV en de hogere terugkeerpremie liever niet betalen? Dan moet je het eigenrisicodragerschap ZW uiterlijk per 1 juli 2022 beëindigen. Beëindigt je het eigenrisicodragerschap ZW met ingang van 1 januari 2023 of 1 juli 2023? Dan betaal je in 2023 vanaf de beëindigingsdatum de lagere terugkeerpremie, en in 2024 de hogere.

Let op! Een aanvraag voor beëindiging van het eigenrisicodragerschap ZW moet uiterlijk 13 weken voor de beëindigingsdatum bij de Belastingdienst binnen zijn. Geef je aanvraag vóór 1 april 2022 door aan de Belastingdienst als je het eigenrisicodragerschap ZW per 1 juli 2022 wilt beëindigen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-28T20:26:51+02:0028 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhoging terugkeerpremie eigenrisicodrager Ziektewet

  • Verblijfkosten eigen rijders 2022 vastgesteld

Verblijfkosten eigen rijders 2022 vastgesteld

Transportondernemers die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag aan verblijfkosten van de winst aftrekken. Het bedrag is voor 2022 verhoogd en bedraagt €41,50 bruto per dag.

Voorwaarden
De vaste aftrek geldt onder de volgende voorwaarden:

  • de rit duurt langer dan 24 uur;
  • de verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand;
  • de regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar;
  • het aantal gereden dagen moet je kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen en tachograafschijven;
  • de vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.

Let op! Je mag ieder jaar opnieuw beslissen of je de regeling gebruikt. Als je dit doet, hoef je de verblijfkosten niet aan te tonen.

Internationale ritten korter dan 24 uur?
Op bovenstaande voorwaarden geldt één uitzondering. De regeling geldt namelijk ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer, ook als deze korter duren dan 24 uur.

Hierbij gelden wel de volgende voorwaarden:

  • de ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft;
  • het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Tip! Je hoeft de regeling Verblijfskosten eigen rijders niet toe te passen als de kosten hoger zijn dan €41,50. In dat geval moet je de gemaakte kosten wel kunnen aantonen. Dan is het van belang dat je alle bonnen hebt.

De regeling Verblijfskosten eigen rijders geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt en dus niet voor de DGA. Een DGA kan zijn verblijfkosten onbelast door de BV laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-28T19:42:52+02:0028 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verblijfkosten eigen rijders 2022 vastgesteld

  • Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

Het aantal flexwerkers, zoals uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband, neemt in Nederland steeds verder toe. Om ervoor te zorgen dat ook werknemers met korte of tijdelijke dienstverbanden aanspraak kunnen maken op medezeggenschapsrechten is de WOR (Wet op de ondernemingsraden) per 1 januari 2022 op dit punt gewijzigd.

Verkorting termijnen kiesrecht
Doel van de wijzigingen van de WOR is dat meer werknemers (juist ook jongeren en flexkrachten) eerder en vaker bij de medezeggenschap worden betrokken. Onderstaand een opsomming van de wijzigingen:

  • verkorting van de termijnen voor het actief kiesrecht (het recht om te mogen stemmen) van zes naar drie maanden;
  • verkorting van de termijn voor het passief kiesrecht (het recht van een werknemer om zich kandidaat te stellen voor de OR) van twaalf naar drie maanden;
  • uitzendkrachten gaan al na vijftien maanden (in plaats van na 24 maanden) medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener en verwerven na achttien maanden actief en passief kiesrecht (15 + 3 = 18 maanden).

Tip! Deze aanpassingen kunnen leiden tot het wijzigen van het OR-reglement.

Het blijft mogelijk in het OR-reglement (ten positieve) af te wijken van de wet, door nog kortere termijnen op te nemen. Daarnaast blijft het mogelijk om de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uit te breiden met bijvoorbeeld uitzendkrachten die nog geen vijftien maanden werkzaam zijn in de organisatie.

Vaste commissies en niet-OR-leden
Naast dat flexkrachten meer zeggenschapsrechten krijgen, kan per 2022 ook worden afgeweken van de hoofdregel dat een vaste commissie voor de meerderheid uit OR-leden moet bestaan. Een vaste commissie kan bijvoorbeeld worden ingesteld om meer expertise voor de OR in huis te halen. Wel geldt dat als een vaste commissie voor een minderheid uit OR-leden bestaat, het advies- en instemmingsrecht bij de OR blijft liggen. Zo kunnen meer commissieleden van buiten de OR worden gevraagd om in een OR-commissie zitting te nemen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-25T19:47:16+01:0025 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten