Nieuws zonder blog

  • Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

De Regeling Werktijdverkorting (WTV) regelt een WW-uitkering voor werknemers voor de door hen niet-gewerkte uren tijdens een korte periode dat een onderneming minder werk heeft. Tot 1 oktober 2021 konden werkgevers geen gebruikmaken van de WTV. Deze was tijdelijk vervangen door de NOW. Vanaf 1 oktober 2021 is het echter weer mogelijk om een beroep te doen op de WTV.

Minder werk door uitzonderlijke situatie
Een werkgever kan alleen een beroep doen op de WTV als de reden voor het feit dat er minder werk is, veroorzaakt wordt door een uitzonderlijke situatie. Denk bijvoorbeeld aan brand of blikseminslag.

Let op! Omstandigheden die tot het normale ondernemersrisico vallen, geven geen recht op WTV. Ook de (nasleep van de) Coronacrisis valt niet onder de WTV.

De werktijdverkorting mag niet korter dan twee weken, maar ook niet langer dan 24 weken zijn.

Aanvraag
Een werkgever moet eerst een ontheffing aanvragen met het formulier Aanvraag werktijdverkorting. Na ontvangst van deze ontheffing, kan de werkgever bij het UWV voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen voor de werknemers.

Let op! Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor perioden die vóór de datum liggen van aanvraag van de ontheffing. Zorg daarom dat je tijdig de ontheffing aanvraagt.

De WTV geldt alleen voor werknemers waarvoor de werkgever een loondoorbetalingsplicht heeft. Hieronder vallen dus geen oproepkrachten met een nul-urencontract of uitzendkrachten.

Na de aanvraag
Bij toekenning van de WTV maakt het UWV de WW-uitkering over naar de werkgever. De werkgever betaalt de werknemers vervolgens hun reguliere loon.

Let op! Zolang een werkgever gebruikmaakt van de WTV, kost dat de werknemer zijn WW-aanspraken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-22T10:19:33+02:0022 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

  • Oprichten BV per 1 augustus ook digitaal

Oprichten BV per 1 augustus ook digitaal

Vanaf 1 augustus van dit jaar wordt het mogelijk een BV volledig online op te richten. Nu is het al mogelijk een notariële akte digitaal te laten passeren, maar het volledig online oprichten van een BV kan nog niet.

Corona
Het digitaal laten passeren van een akte, zoals nu al mogelijk is, is een tijdelijke oplossing vanwege Corona. Per 1 augustus 2022 wordt dit dus een blijvende mogelijkheid.

Fraude?
Als een notaris vermoedt dat er identiteitsfraude in het spel is, dan kan hij de digitale oprichting weigeren. Hetzelfde geldt als hij twijfelt aan de handelingsbekwaamheid van de oprichter. In die gevallen zal men wel fysiek voor de notaris moeten verschijnen.

Digitaal
Het oprichten van een BV kan digitaal via een digitale audio-videoverbinding. Identificatie doet de notaris met een digitaal identificatiemiddel. De oprichter moet ondertekenen met een digitale handtekening.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-22T09:15:28+02:0022 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Oprichten BV per 1 augustus ook digitaal

  • Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Een werkgever met jonge werknemers heeft ook in 2022 mogelijk recht op jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). De uurloonbandbreedtes voor 2022 zijn onlangs bekendgemaakt.

Jeugd-LIV
Om in aanmerking te komen voor jeugd-LIV moet een werkgever in 2022 werknemers in dienst hebben die op 31 december 2021 18, 19 of 20 jaar oud waren. Deze werknemers moeten een loon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor hun leeftijd en blijft binnen de gemiddelde uurloonbandbreedtes.

Gemiddelde uurloonbandbreedtes 2022
De gemiddelde uurloonbandbreedtes zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon over het hele jaar 2022. Voor 2022 zijn de gemiddelde uurloonbandbreedtes daarom onlangs pas bekendgemaakt.

Leeftijd op 31-12-2021 Ondergrens Bovengrens
20 jaar                                €8,67           €10,73
19 jaar                                 €6,50           €9,65
18 jaar                                 €5,42           €7,24

Juiste aangifte loonheffingen
Voor de berekening van jouw recht op jeugd-LIV is het belangrijk dat de juiste gegevens (waaronder het aantal verloonde uren) in de aangifte loonheffingen over 2022 zijn ingevuld. Het recht op jeugd-LIV wordt namelijk afgeleid uit de aangifte loonheffingen.

Hoogte jeugd-LIV
De tegemoetkoming bedraagt voor de werknemer, die op 31 december 2021 18 jaar oud was, €0,07 per verloond uur met een maximum van €135,20 per werknemer per jaar. Voor de werknemer die op 31 december 2021 19 of 20 jaar oud was, bedraagt de tegemoetkoming €0,08 respectievelijk €0,30 per verloond uur met een maximum van €166,40 respectievelijk €613,60 per werknemer per jaar.

Let op! Het jeugd-LIV wordt net als het LIV altijd achteraf uitbetaald. Heb je recht op jeugd-LIV 2022, houd er dan rekening mee dat uitbetaling dus in de tweede helft van 2023 plaatsvindt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-21T12:26:36+02:0021 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

  • Kun je de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?

Kun je de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?

Gemengde kosten zijn kosten die deels een privékarakter hebben. Daarom mag je ze maar ten dele aftrekken van de winst. Je hebt voor de aftrekbeperking de keuze uit twee opties. Jouw keuze mag je herzien, zolang jouw aanslag niet definitief vaststaat, aldus de rechter.

Gemengde kosten
Onder gemengde kosten verstaan we de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie, waaronder ook recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak vallen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke. Ook de hiermee samenhangende reis- en verblijfkosten moet je toerekenen aan de gemengde kosten.

Aftrek beperkt
De aftrek van de gemengde kosten is beperkt tot een vast bedrag of tot een percentage van de gemengde kosten. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting geldt dat 20% van de gemengde kosten niet aftrekbaar is, maar men mag ook kiezen voor een vast bedrag van €4.800.
Ook voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting, zoals de BV, geldt een vast bedrag van €4.800. Dit wordt vervangen door 0,4% van de loonsom, als dit meer is. Kiest men niet voor het vaste bedrag, dan geldt een aftrekbeperking van 26,5% van de totale gemengde kosten.

Let op! De fiscus gaat standaard uit van het vaste, niet-aftrekbare bedrag. Wil je dit niet, dan moet je direct bij je aangifte duidelijk maken te kiezen voor het niet-aftrekbare percentage. Het hiermee corresponderende bedrag kun je dan niet in aftrek brengen.

Tot wanneer keuze wijzigen?
Onlangs bracht een ondernemer zijn zaak voor de rechter, omdat hij bij de aangifte niet had gekozen voor het niet-aftrekbare percentage. De winst was dan ook vastgesteld met inachtneming van een vast bedrag aan niet-aftrekbare gemengde kosten. Omdat dit slechter uitviel, wilde de ondernemer zijn keuze na indiening van de aangifte nog wijzigen, maar dit stond de inspecteur niet toe.

Definitieve aanslag bepalend
De rechter was het echter met de ondernemer eens en stelde dat deze nog op zijn keuze terug kon komen, zolang zijn aanslag nog niet definitief vaststond. Dit vloeide voort uit eerdere rechtspraak. De ondernemer werd dan ook in het gelijk gesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-21T12:02:31+02:0021 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kun je de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?

  • Bovengemiddelde omzetgroei specialistische zakelijke diensten

Bovengemiddelde omzetgroei specialistische zakelijke diensten

De meeste specialistische zakelijke dienstverleners hebben de Coronacrisis achter zich gelaten en de omzet in 2021 weer boven het niveau van een jaar eerder zien uitkomen. Ook de winstontwikkeling was per saldo positief, maar de onderlinge verschillen binnen de branche waren wat dit punt betreft behoorlijk.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzet duidelijk boven niveau voor Corona
De branche als geheel heeft de netto-omzet in 2021 met 12% zien toenemen. Dit betekent een forse verbetering ten opzichte van 2020 (+3,3%) en ook een sterkere groei dan het gemiddelde in het MKB (+10,1%). Ten opzichte van pre-Coronajaar 2019 is de omzet met bijna 17% gestegen.

Grote verschillen in winstontwikkeling
De winstontwikkeling komt op jaarbasis uit op +25%, tegenover bijna 16% in 2020. Hiermee blijft de branche wel achter bij het MKB als geheel (+37,6%). De verschillen binnen de branche zijn ook groot. Zo heeft meer dan de helft (53%) de winst met 50% of meer zien toenemen, terwijl bijna vier op de tien ondernemers (37,5%) de winst juist met 50% of meer hebben zien dalen.
In vergelijking met 2019 is de winstgroei in 2021 per saldo uitgekomen op bijna 56%. Hiermee blijft de branche licht voor op het MKB-gemiddelde.

Adviesbureaus uitblinkers, reclame nog niet hersteld
Adviesbureaus voor management en bedrijfsvoering hebben een sterk jaar achter de rug, met een bovengemiddelde ontwikkeling van zowel de omzet als de winst. Deze deelbranche zag de winst in 2020 nog krimpen. Als we 2021 voor de adviesbureaus afzetten tegen 2019, dan zijn de cijfers voor zowel de omzet als het resultaat voor belastingen erg positief.
Advocaten en notarissen bleven wat betreft omzetontwikkeling achter bij het branchegemiddelde. Advocatenkantoren wisten de winst wel behoorlijk op te schroeven. De accountancy zag de winst in 2021 licht dalen, maar ten opzichte van 2019 is de winst bovengemiddeld sterk gestegen. Tot slot hebben de reclamebureaus in 2021 weer groei laten zien, maar de omzet is nog niet terug op het niveau van voor de Coronacrisis.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Relatief sterke stijging loonkosten
Aan de kostenkant valt op dat de loonkosten relatief sterk zijn gestegen (+8,2%, ten opzichte van bijna 5% in het MKB). In vergelijking met 2019, voor het begin van de Coronacrisis, komt de stijging nog hoger uit: +14,5%. Omdat de kosten voor sociale zekerheid en de pensioenpremies minder sterk opliepen, zijn de personeelskosten op jaarbasis al met al met bijna 8% gestegen.
Verder is de post ‘overige bedrijfsopbrengsten’ met ruim 6% toegenomen, tegenover ruim 39% voor het MKB als geheel. Het verschil met het gemiddelde is te verklaren door de NOW-steun. Deze mocht worden opgeteld bij de overige bedrijfsopbrengsten, maar de ondernemers in de zakelijke dienstverlening hebben deze steun relatief weinig aangevraagd.

Kredietwaardigheid licht vooruit
De financiële positie van bedrijven in de gespecialiseerde zakelijke dienstverlening is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 84. Dit betekent een lichte verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (ruim 83%). De branche blijft nu iets achter bij het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2022-06-20T12:17:56+02:0020 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bovengemiddelde omzetgroei specialistische zakelijke diensten

  • Bovengemiddelde omzet- en winstontwikkeling in de industrie

Bovengemiddelde omzet- en winstontwikkeling in de industrie

Voor de industrie is 2021 een jaar van sterk herstel geweest. Zowel wat betreft omzet als qua toegevoegde waarde heeft de branche de niveaus van voor de Coronacrisis overtroffen. Over bijna de hele linie hebben industriële ondernemers geprofiteerd van een robuuste vraag. Wel zorgden schaarste en leveringsproblemen hier en daar voor een rem op de groei, maar tot nu toe heeft de branche de hogere kosten goed kunnen doorberekenen.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Bovengemiddelde omzet- en winstgroei
Na een jaar van krimp heeft de industrie zich in 2021 duidelijk herpakt, met een omzetstijging van bijna 21%. Daarmee doet de branche het aanmerkelijk beter dan het MKB als geheel (+10%). Ook de winstontwikkeling is met +45,6% sterker dan het MKB-gemiddelde (37,6%). Voor zowel de omzet als de winst betekent dit de sterkste ontwikkeling voor de industrie in zeven jaar.
Ook als we vergelijken met de situatie voor de Coronacrisis heeft de industrie het goed gedaan. Zowel de omzet- als de winstontwikkeling is in 2021 aanmerkelijk beter dan in 2019. Wel blijft de branche in deze vergelijking enigszins achter bij de plussen voor het MKB als geheel, maar dit komt ook doordat sommige andere branches in 2020 veel sterker zijn teruggevallen dan de industrie.

Over bijna hele linie verbetering
Binnen de industrie is het in 2021 bijna in alle segmenten beter gegaan dan een jaar eerder. Zo is het deel van de industriële ondernemingen dat de omzet stabiel heeft zien blijven of heeft zien toenemen, gestegen van minder dan de helft naar bijna 66%. In 20% van de gevallen ging het zelfs om een omzetstijging van 50% of meer. Tegelijkertijd heeft ruim 60% van de industriële bedrijven de winst zien stabiliseren of stijgen (tegenover iets meer dan 51% in 2020).

Personeelskosten relatief sterk omhoog
De personeelskosten zijn met ruim 8% toegenomen, versus +7,7% voor het MKB als geheel. In 2021 hebben nog relatief weinig industriële ondernemers de NOW-regeling aangevraagd, die in mindering kan worden gebracht op de personeelskosten. Dit kan een verklaring zijn voor het verschil met het voorgaande jaar (een lichte daling). Per saldo zijn de loonkosten met bijna 5% gestegen, tegenover een groei van bijna 1% een jaar eerder.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Verdere groei eigen vermogen
Het eigen vermogen is bijna 23% hoger uitgekomen. Deze stijging is groter dan in 2020 (bijna 15%) en ook sterker dan het MKB-gemiddelde. De langlopende schulden zijn in 2021 met bijna 3% toegenomen. Deze stijging is beperkter dan in voorgaande jaren, maar in het MKB als geheel was juist een daling van bijna 4% te zien. Dit beeld wordt wellicht vertekend doordat hierin ook uitgestelde belastingbetalingen zijn opgenomen. De kortlopende schulden zijn relatief sterk gestegen: +20%, tegenover een daling van 2% een jaar eerder en +10,5% voor het MKB als geheel.

Lichte verbetering financiële positie
De financiële positie van bedrijven in de industrie is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 89. Dit betekent een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (bijna 84). De branche doet het daarmee iets beter dan het MKB-gemiddelde ruim 86%).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-20T08:51:26+02:0020 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bovengemiddelde omzet- en winstontwikkeling in de industrie

  • Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Ontvangt een werknemer een vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht van zijn werkgever? Dan zal deze vaak belastingvrij zijn.

Letselschadevergoeding door werkgever
Een werknemer die in dienst was bij een Veiligheidsregio werd door zijn werkgever aangesteld als vrijwilliger bij de brandweer. Tijdens die werkzaamheden raakte hij betrokken bij een ongeval. Hij hield daaraan blijvend letsel en bewegingsbeperking over. Zijn werkgever had een ongevallenverzekering afgesloten.
Deze ongevallenverzekering betaalde een letselschadevergoeding van circa €33.000 uit. De werkgever hield daarop circa € 13.000 belasting in en betaalde circa €20.000 aan de werknemer door.

Belast of belastvrij
De werkgever hield belasting in omdat hij meende dat de letselschadevergoeding voortkwam uit de dienstbetrekking en dus loon vormde. De werknemer was echter van mening dat de vergoeding geen loon vormde en dus belastingvrij was. De werknemer meende dat de volle €33.000 aan hem uitbetaald had moeten worden.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad was het, tot op zekere hoogte, eens met de werknemer. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in principe geen loon vormen en dus belastingvrij zijn. Dit is alleen anders als de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit.
Was de aansprakelijkheid van de werkgever bijvoorbeeld beperkt tot €25.000? Dan had de werkgever alleen over het meerdere (€8.000) belasting in moeten houden.

Nog even geduld
De werknemer moet nog even geduld hebben. De Hoge Raad heeft een gerechtshof gevraagd om uit te zoeken hoe hoog de vergoeding is die rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. Is dat een bedrag hoger of gelijk aan de circa €33.000? Dan is de gehele letselschadevergoeding onbelast.

Tip! Voordat de Hoge Raad het betreffende oordeel uitsprak, werd aangenomen dat een vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht belast was als deze zou rusten op bepaalde afspraken daarover in de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft nu uitgelegd dat dit anders ligt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T13:55:28+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

  • Ook bij diepslapers recht op compensatie van transitievergoeding

Ook bij diepslapers recht op compensatie van transitievergoeding

Er bestaat recht op compensatie voor de betaling van een transitievergoeding aan werknemers van wie het dienstverband vóór 1 juli 2015 slapend is geworden. De Centrale Raad van Beroep heeft daar uitspraak over gedaan.

Wat is een diepslaper?
Een diepslaper is een werknemer van wie het dienstverband vóór 1 juli 2015, de datum waarop de transitievergoeding is ingevoerd, slapend is geworden. Dat houdt in dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte vóór 1 juli 2015 ten einde is gekomen en de werkgever het dienstverband niet heeft beëindigd, maar heeft laten voortduren.

Geen compensatie?
Een werkgever die het dienstverband alsnog wilde beëindigen en bij het UWV aanklopte voor een compensatie van de uitbetaalde transitievergoeding, kreeg tot dusverre nul op het rekest. Het UWV redeneerde namelijk dat de werkgever het dienstverband al vóór 1 juli 2015 had kunnen beëindigen en toen was er nog geen transitievergoeding verschuldigd.
De jurisprudentie hierover was wisselend. Veel rechtbanken gingen met het UWV mee. Een aantal rechters dacht er echter anders over. Zij verwezen naar de bedoeling van de wetgever: het beëindigen van slapende dienstverbanden. Uiteindelijk was het laatste woord aan de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter.

Wel compensatie!
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het gaat om een maximeringsbepaling die alléén betrekking heeft op de hoogte van de compensatie. Deze bepaling bevat geen extra voorwaarde voor het recht op compensatie. De compensatieregeling is bedoeld om werkgevers een prikkel te geven dit soort arbeidsovereenkomsten te beëindigen. Zij kunnen die overeenkomsten echter enkel beëindigen als zij bereid zijn de transitievergoeding te betalen. Op het moment dat het UWV hen daarvoor niet compenseert, valt die bereidheid weg. De Centrale Raad van Beroep heeft nu duidelijk gemaakt dat er daarom ook recht op compensatie bestaat voor de betaling van transitievergoeding aan werknemers van wie het dienstverband vóór 1 juli 2015 slapend is geworden.

Let op! Werkgevers die nog dergelijke diepslapers hebben, kunnen nu dus overgaan tot beëindiging van het dienstverband, wetende dat ze recht hebben op compensatie van het UWV. Het is van belang er op te letten dat de compensatie tijdig – binnen 6 maanden na betaling transitievergoeding – wordt aangevraagd. De compensatie kan online worden aangevraagd met behulp van eHerkenning.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T12:25:47+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook bij diepslapers recht op compensatie van transitievergoeding

  • BMKB-regeling verlengd

BMKB-regeling verlengd

De Borgstellingsregeling MKB-kredieten (BMKB-regeling) is verlengd tot 1 juli 2023. Uit een evaluatie is namelijk gebleken dat deze regeling doelmatig en doeltreffend is.

Overheid staat borg
Via de BMKB-regeling staat de overheid borg voor een deel van een lening die een MKB-ondernemer afsluit bij een financiële instelling. Daardoor wordt eerder krediet verstrekt wanneer een ondernemer over onvoldoende onderpand beschikt.

Omvang borg
In de BMKB-regeling staat de overheid borg voor 90% van het borgstellingskrediet van maximaal €1,5 miljoen. Het aandeel van het borgstellingskrediet in het totale krediet is afhankelijk van de bedrijfssoort.

Drie bedrijfssoorten
Er zijn drie bedrijfssoorten voor het borgstellingskrediet te onderscheiden. Voor starters is het aandeel borgstellingskrediet maximaal driekwart met een maximum van €200.000.
Voor innovatieve bedrijven is het aandeel tweederde, terwijl in reguliere gevallen het aandeel borgstellingskrediet de helft bedraagt. De kredietverstrekker moet dus zelf altijd een deel van het krediet verstrekken.

Tip! Vanwege de Coronacrisis is de omvang van het maximale borgstellingskrediet in de reguliere BMKB-regeling, dus de derde groep uit de vorige alinea, tijdelijk verhoogd. Het aandeel borgstellingskrediet bedraagt tot die tijd maximaal driekwart in plaats van de helft. Deze tijdelijke uitbreiding loopt tot 1 juli 2022.

Hefboomwerking
De BMKB-regeling heeft als belangrijk voordeel de grote hefboomwerking. De uitkering aan schades is namelijk vele malen lager dan het totaalbedrag waarvoor borg wordt gestaan. De BMKB heeft daarom een duidelijke meerwaarde boven een subsidie.

Provisie
Ondernemers die van de regeling gebruikmaken, betalen eenmalig een provisie. De provisie loopt op naarmate de looptijd van het krediet toeneemt en loopt uiteen van 3,9 tot 5,85%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T12:14:41+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BMKB-regeling verlengd

  • Financieel goed jaar medische zorg, maar huisartsen blijven achter

Financieel goed jaar medische zorg, maar huisartsen blijven achter

De Coronapandemie heeft de medische zorg ook in 2021 onder druk gezet. De crisis heeft de risico’s (zoals hoge werkdruk en personeelstekort, oplopende zorgkosten, dubbele vergrijzing, inefficiëntie) blootgelegd en hier en daar geleid tot een versnelling van veranderingen. Financieel gezien was het een positief jaar voor de branche. Zowel de omzet- als de winstontwikkeling is in 2021 versneld.

Dit blijkt uit het SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Brede omzetgroei, maar grote winstverschillen
De medische zorg heeft in 2021 een omzetontwikkeling laten zien van 10,5%, tegenover bijna 6% een jaar eerder. Hiermee presteert de branche min of meer in lijn met het MKB-gemiddelde (+10,1%). De winst is met ruim 20% toegenomen, versus +10,5% in 2020. Hiermee blijft de zorg achter bij het MKB-cijfer (+37,6%).
De omzetgroei wordt breder gedragen dan in eerdere jaren: 75,5% van de zorgondernemers zag de omzet stabiliseren of toenemen (in 2020 was dit bijna 64%). De winstontwikkeling is echter minder eenduidig. Bijna 61% van de zorgondernemers heeft de winst in 2021 zien stabiliseren of stijgen, maar bijna een derde zag de winst juist met 50% of meer afnemen.

Sterke groei in vergelijking met Pre-corona
In vergelijking met de situatie voor de Coronacrisis heeft de medische zorg het in 2021 goed gedaan. Zowel de omzetgroei (+17,5%) als de winstontwikkeling (+42,6%) was aanzienlijk beter dan in 2019. De positieve cijfers worden beïnvloed door de continuïteitsbijdrage (CB) en compensaties voor de extra zorgkosten van de overheid.

Sterke winst tandartsen, huisartsen blijven achter
Binnen de branche valt op dat de huisartsen in 2021 zowel wat betreft omzet- als winstontwikkeling achterblijven bij het branchegemiddelde. Ook in vergelijking met 2019 laten huisartsen minder goede cijfers zien dan de branche als geheel. Tandartspraktijken, ambulante jeugdzorg en maatschappelijk werk lieten in vergelijking met 2020 én met 2019 een sterke winstontwikkeling zien, ruim boven het branchegemiddelde.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Personeelskosten opnieuw sterk omhoog
Net als in voorgaande jaren liepen de personeelskosten, met afstand de grootste kostenpost van een zorgorganisatie, op. De stijging van bijna 15% was echter veel sterker dan in eerdere jaren. In 2021 konden zorgmedewerkers via hun werkgever aanspraak maken op een Zorgbonus. Deze subsidie is in mindering gebracht op de personeelskosten. Desondanks lag de stijging van de personeelskosten in de branche duidelijk boven het MKB-gemiddelde van bijna +8%.

De loonkosten zijn in 2021 met ruim 9% gestegen, ten opzichte van bijna 5% voor het MKB als geheel. In 2020 liepen de loonkosten iets sterker op. De post ‘overige personeelskosten’, waaronder ook de inzet van uitzendkrachten valt, is erg sterk gestegen: ruim 81%, tegenover -19% een jaar eerder.

Financiële positie licht achteruit
De financiële positie van bedrijven in de medische zorg is licht verslechterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 88, tegenover bijna 90 een jaar eerder. De branche doet het daarmee nog wel beter dan het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T09:15:59+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Financieel goed jaar medische zorg, maar huisartsen blijven achter