MKB Nieuws

Fiscus verlengt soepelere opstelling sanering belastingschulden naar 1 april 2024

Ben  je ondernemer en kunt je jouw belastingschulden niet meer betalen, dan stelt de fiscus zich tot 1 april 2024 soepeler op bij een schuldsanering. Hiervoor moet in ieder geval met alle schuldeisers een saneringsakkoord zijn afgesloten. De fiscus zou zich oorspronkelijk tot 1 oktober 2023 soepeler opstellen, maar heeft deze termijn dus met een half jaar verlengd.

Saneringsakkoord

Belastingdienst

In een saneringsakkoord maakt u met al jouw schuldeisers een afspraak over het bedrag dat u maximaal aflost op de openstaande vorderingen. Dit bedrag zal naar alle waarschijnlijkheid (veel) lager liggen dan de totale schuld die openstaat bij de betreffende schuldeisers.

Is ook de Belastingdienst een van de schuldeisers?

Normaal gesproken gaat de Belastingdienst alleen akkoord als zij tenminste het dubbele percentage ontvangt van wat de overige schuldeisers van u krijgen. Tot 1 april volgend jaar, 2024, gaat de Belastingdienst echter akkoord met hetzelfde percentage dat ook u de overige schuldeisers kunt betalen. Daardoor kun je die schuldeisers iets meer aflossing bieden en is de kans op een akkoord groter, waardoor naar verwachting minder bedrijven failliet zullen gaan.

Let op! De voorwaarde is dat álle schuldeisers akkoord gaan met het saneringsvoorstel.

Zzp’ers

Zzp’ers kunnen contact opnemen met hun gemeente om te informeren of zij in aanmerking komen voor een schuldsaneringstraject. Vaak is dit bij een loket schuldhulpverlening. Kom je in aanmerking, dan zullen zij voor jou een schuldsaneringstraject opstarten.

Bv’s en andere rechtspersonen

Andere rechtspersonen, zoals een bv, moeten zelf een schuldsaneringsakkoord met hun schuldeisers zien af te spreken. Er dient eerst een akkoord te zijn verkregen van alle schuldeisers, naast de Belastingdienst. Is dit akkoord bereikt, dan kunt u vervolgens bij de Belastingdienst een verzoek indienen een deel van de belastingschulden kwijt te schelden. Hoe zo’n schuldsaneringstraject aangepakt moet worden, is te vinden op bijvoorbeeld de website van het NIBUD of bij de KVK.

Aanvragen schuldsanering bij de Belastingdienst

Om een aanvraag in te dienen voor een schuldsanering bij de Belastingdienst moet u het formulier Verzoek kwijtschelding belasting en/of premie voor ondernemingen invullen en indienen.

Je vindt hier meer informatie, de overige voorwaarden en welke documenten de fiscus van u nodig heeft om uw verzoek te kunnen beoordelen.

Door |2023-09-04T20:27:44+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscus verlengt soepelere opstelling sanering belastingschulden naar 1 april 2024

Wanneer is auto verplicht privévermogen?

Als je als ondernemer in de inkomstenbelasting een bedrijfsmiddel zowel zakelijk als privé gebruikt, behoort het bedrijfsmiddel meestal tot het keuzevermogen. Dit betekent dat je binnen bepaalde grenzen zelf mag weten of je het tot jouw ondernemingsvermogen rekent of niet. Voor een personenauto gelden soms afwijkende grenzen.

De Hoge Raad heeft onlangs beslist wanneer die afwijkende grenzen voor een auto wel of juist niet gelden .

Hoofdregel: grens 10%

Auto

Gebruik je een bedrijfsmiddel minder dan 10% voor zakelijke doeleinden, dan ben je verplicht het als privévermogen aan te merken. Gebruik je het 90% of meer zakelijk, dan ben je juist verplicht het als ondernemingsvermogen aan te merken.

Gebruik je het minstens 10% privé en minstens 10% zakelijk, dan behoort het bedrijfsmiddel tot het keuzevermogen. In het jaar van aanschaf maak je dan de keuze of het tot jouw privévermogen of juist tot jouw ondernemingsvermogen behoort. Dit wordt vermogensetikettering genoemd.

Bijtelling auto

Zoals bekend kun je voor een auto van de zaak met bijtelling te maken krijgen indien je deze ook privé gebruikt. Je krijgt alleen geen bijtelling als de privékilometers in een jaar niet meer dan 500 bedragen. Voor een (zakelijke) auto is daarom in het verleden al beslist dat deze verplicht als ondernemingsvermogen moet worden aangemerkt, als met de auto in een jaar niet meer dan 500 kilometer privé is gereden. Dit wijkt dus af van de hoofdregel dat de auto 90% of meer zakelijk moet zijn gebruikt.

Andersom geldt dit niet

Een belastingplichtige trok hieruit de conclusie dat dit andersom ook geldt. De man had met zijn auto 22.000 kilometer gereden, waarvan 1.453 kilometer zakelijk. De man wilde de auto toch als zakelijk aanmerken. Hij meende dat dit mogelijk was, omdat er weliswaar minder dan 10% zakelijk was gereden, maar wel meer dan 500 km.

Hoge Raad geeft duidelijkheid

De Hoge Raad oordeelt dat dit niet juist is. In de omgekeerde situatie is bepalend of met de auto 10% of meer zakelijk is gereden, dus geldt dan de toepassing van de hoofdregel. Dat was hier niet het geval, zodat de auto verplicht tot het privévermogen moest worden gerekend.

Tenzij…

De Hoge Raad geeft in het arrest verder nog aan dat een auto waarmee niet meer dan 500 kilometer privé is gereden, verplicht tot het ondernemingsvermogen behoort, op voorwaarde dat het aantal zakelijke kilometers meer bedraagt dan het aantal privékilometers. Daarboven gelden weer de normale regels. In het geval er met een auto bijvoorbeeld 400 kilometer privé wordt gereden en 450 kilometer zakelijk, kan men dus weer kiezen of de auto tot het privé- of tot het ondernemingsvermogen wordt gerekend.

Door |2023-09-04T20:31:10+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer is auto verplicht privévermogen?

Check Modelovereenkomst gebaseerd op vrije vervanging

De Belastingdienst trekt de goedkeuring in van Modelovereenkomsten waarin staat opgenomen dat de opdrachtnemer zich vrij mag laten vervangen. De goedkeuring wordt per 1 januari 2024 ingetrokken. Het intrekken is het gevolg van het zogenaamde Deliveroo-arrest.

Modelovereenkomst

Rekenen

Als opdrachtgever en -nemer zekerheid willen hebben over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking, kunnen ze de afspraken vastleggen in een Modelovereenkomst. Als de opdracht conform de Modelovereenkomst wordt uitgevoerd, hebben partijen gedurende de looptijd van deze overeenkomst zekerheid over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking. Zo kunnen ze naheffingen voorkomen.

Deliveroo-arrest

In het zogenaamde Deliveroo-arrest bepaalde de Hoge Raad dat er sprake kan zijn van een dienstbetrekking, ook als de opdrachtnemer zich voor zijn werkzaamheden kan laten vervangen door een derde. Of er sprake is van een dienstbetrekking, hangt af van alle omstandigheden van het betreffende geval. Het persoonlijk uitvoeren van de opdracht is daarbij medebepalend, maar niet doorslaggevend. Er vindt een weging plaats van alle feiten en omstandigheden.

Fiscus trekt goedkeuring in

Naar aanleiding van het arrest heeft de Belastingdienst besloten de goedkeuring in te trekken van de Modelovereenkomsten waarin staat opgenomen dat de opdrachtnemer zich vrij kan laten vervangen. Op basis van het arrest kan er in dergelijke situaties namelijk tóch sprake zijn van een dienstbetrekking, afhankelijk van het geval. Vanaf 1 januari 2024 biedt het werken conform de Modelovereenkomst vrije vervanging geen zekerheid meer over de arbeidsrelatie. Brancheorganisaties en individuele opdrachtgevers met een eigen goedgekeurde Modelovereenkomst vrije vervanging ontvangen uiterlijk 1 oktober 2023 een brief van de Belastingdienst over de intrekking.

Check arbeidsrelatie

Zijn er in uw bedrijf arbeidsrelaties met een Modelovereenkomst gebaseerd op vrije vervanging, check deze dan. Houd daarbij in uw achterhoofd dat alleen het feit dat er sprake is van vrije vervanging, nog niet betekent dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Of hiervan sprake is, wordt gebaseerd op alle relevante aspecten. U kunt dit onder andere checken op de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl zoekterm ondernemerscheck) of op de site van de KVK.

Let op! Deze checks geven een indicatie, maar geen zekerheid. Wilt u zekerheid, dan moet u uw Modelovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst.

Geen sancties

Bent u er ten onrechte vanuit gegaan dat er geen sprake is van een arbeidsrelatie, dan legt de Belastingdienst voorlopig nog geen sancties op. Dit is alleen anders bij kwaadwillendheid. U krijgt bij een controle wel aanwijzingen hoe u de arbeidsrelatie dient aan te passen.

Door |2023-09-01T08:29:29+02:001 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Check Modelovereenkomst gebaseerd op vrije vervanging

Advieswijzer Vakantiewoning en fiscus 2023

Als u een vakantiewoning op het oog heeft in Nederland, zijn er fiscale regels over de aankoop en het gebruik hiervan. Denk aan inkomstenbelasting, onroerendezaakbelasting en mogelijk ook overdrachtsbelasting, omzetbelasting en forensenbelasting.

Óf u met belastingen te maken krijgt, is afhankelijk van uw (persoonlijke) omstandigheden en de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Deze advieswijzer bevat algemene informatie en kan niet zonder meer uitsluitsel geven over uw eigen specifieke situatie. Laat u voor uw persoonlijke situatie daarom nader informeren door een van onze adviseurs.

Omzetbelasting

Woning

Omzetbelasting bij aankoop

Koopt u een nieuwe – nog niet eerder gebruikte – vakantiewoning, dan zal hierover 21% omzetbelasting (btw) berekend worden. Koopt u een vakantiewoning die al meer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, dan zal hierover geen btw berekend worden. Op verzoek van zowel koper als verkoper kan in een dergelijk geval toch btw berekend worden als u de vakantiewoning voor 90% of meer gaat gebruiken voor met btw belaste activiteiten. U moet hiervoor toestemming vragen aan uw belastingkantoor of uw keuze vastleggen in de notariële akte van levering.

Let op! De hiervoor beschreven gevolgen voor de btw gelden als de vakantiewoning als ‘onroerend’ wordt aangemerkt. De vakantiewoning is onroerend als deze duurzaam met de grond verenigd is of in ieder geval naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. In sommige situaties zal een vakantiewoning roerend zijn en kunnen andere gevolgen voor de btw gelden.

De btw die bij de aankoop berekend wordt, kunt u in sommige gevallen terugvragen bij de Belastingdienst. Dit is afhankelijk van de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Koopt u de vakantiewoning alleen voor eigen gebruik of verhuurt u deze ook (gedeeltelijk)?

Eigen gebruik vakantiewoning

Indien u de vakantiewoning alleen zelf gebruikt en niet verhuurt aan anderen, kunt u de btw die bij de aankoop berekend is niet terugvragen bij de Belastingdienst.

Verhuur vakantiewoning

Verhuurt u de vakantiewoning aan anderen, dan kunt u mogelijk de btw die bij de aankoop berekend is (gedeeltelijk) terugvragen bij de Belastingdienst. De verhuur van de vakantiewoning moet dan zodanig zijn dat sprake is van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Hiervan is volgens beleid van de Belastingdienst in ieder geval sprake als de vakantiewoning minimaal 140 dagen per jaar wordt verhuurd.

Tip! Verhuurt u de vakantiewoning minder dan 140 dagen per jaar, dan kan er nog steeds sprake zijn van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Neem voor uw persoonlijke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Of u de btw geheel dan wel gedeeltelijk terug kunt vragen, is afhankelijk van uw eigen gebruik van de vakantiewoning. Gebruikt u de vakantiewoning zelf niet, maar wordt deze alleen verhuurd, dan kunt u de volledige btw over de aankoop terugvragen. Gebruikt u de vakantiewoning ook voor eigen gebruik, dan kunt u slechts het deel dat betrekking heeft op de verhuur terugvragen.

Voorbeeld

U koopt in 2023 een vakantiewoning voor € 121.000 (inclusief btw). De vakantiewoning wordt in 2023 voor 70% verhuurd en voor 30% door u zelf gebruikt. Van de btw bij aankoop (€ 21.000) kunt u dan in 2023 € 14.700 (70%) terugvragen bij de Belastingdienst.

Let op! Om btw te kunnen terugvragen, dient u zich als ondernemer voor de omzetbelasting aan te melden bij de Belastingdienst. Inschrijven als ondernemer bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel is niet nodig.

Indien de Belastingdienst van mening is dat u voor de verhuur van de vakantiewoning ondernemer bent voor de btw en u dus uw btw kunt terugvragen, dient u 9% btw over de huur te berekenen en af te dragen aan de Belastingdienst. Dit lijkt financieel nadelig, maar hier staat tegenover dat u de btw bij aankoop alsmede de btw met betrekking tot de bij u in rekening gebrachte kosten voor de vakantiewoning in aftrek kunt brengen (na toepassing van een correctie voor het eigen gebruik van de vakantiewoning).

Voorbeeld

In 2023 ontvangt u € 5.450 (inclusief 9% btw) uit de verhuur van de vakantiewoning. U betaalt € 1.210 (inclusief 21% btw) aan kosten voor de vakantiewoning. In 2023 draagt u € 450 btw af. Van de € 210 btw over de kosten die u heeft gemaakt, kunt u 70% (€ 147) terugvragen, omdat de woning voor 70% wordt verhuurd. Per saldo bedraagt uw teruggaaf in 2023 € 14.397 (€ 14.700 btw + € 147 btw – € 450 btw).

Tip! Moet u in een jaar per saldo btw betalen, dan kunt u mogelijk gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (de KOR).

De kleineondernemersregeling is in 2020 gewijzigd. U kunt er tot een omzet van € 20.000 voor kiezen geen btw in rekening te brengen. In dat geval kunt u ook geen btw terugvragen.
Ondernemers die de nieuwe regeling willen toepassen, dienen dit te melden bij de inspecteur. U vindt een aanmeldformulier op de website van de Belastingdienst (zoekterm ‘aanmelden KOR’). Het aanmeldformulier moet uiterlijk vier weken voor de ingangsdatum van het aangiftetijdvak waarin u de KOR wilt laten ingaan door de Belastingdienst zijn ontvangen. Kiest u voor de KOR, dan moet u er drie jaar gebruik van maken.

Let op! U moet wellicht een deel van de afgetrokken btw op de vakantiewoning terugbetalen als u er in 2023 voor kiest om deel te nemen aan de kleineondernemersregeling. Dit is het geval als er na het jaar van aankoop van de vakantiewoning minder dan negen jaar zijn verstreken. Neem dit mee bij uw keuze of neem hierover contact met ons op.

Wanneer u een jaaromzet van maximaal € 1.800 heeft, dan kunt u de kleineondernemersregeling voor de btw toepassen zonder dit te melden bij de Belastingdienst. Ook de minimale termijn van drie jaar voor toepassing van de KOR wordt losgelaten. Deze regeling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.

Ontvangen of terugbetalen btw bij gewijzigd gebruik of verkoop

Als het eigen gebruik van de vakantiewoning wijzigt, wordt de btw die u in aftrek heeft gebracht, herzien. Wordt het eigen gebruik groter, dan zult u mogelijk btw terug moeten betalen. Daalt het eigen gebruik, dan krijgt u mogelijk (extra) btw terug. Deze herziening moet u gedurende de negen jaar volgend op het jaar van aanschaf jaarlijks uitvoeren. De herziening vindt plaats op 1/10 deel van de aankoop-btw. Herziening blijft achterwege als deze minder dan 10% bedraagt van de aan het jaar toe te rekenen reeds in aftrek gebrachte btw.

Voorbeeld

In 2023 wordt de vakantiewoning voor 60% verhuurd en voor 40% door u zelf gebruikt. U moet een herziening toepassen op 1/10 van € 21.000 = € 2.100. Van deze € 2.100 heeft u 70% (= € 1.470) terugontvangen. In 2023 heeft u echter maar recht op 60% (= € 1.260). Het verschil bedraagt € 210. Dit is hoger dan 10% van de aan 2023 toe te rekenen al in aftrek gebrachte btw (10% van € 1.470 = € 147). De herziening blijft daarom niet achterwege en u moet in 2023 € 210 aan btw terugbetalen.

Let op! Als u de aankoop-btw heeft teruggevraagd, wordt uw vakantiewoning in het jaar van aankoop en de negen jaren daaropvolgend voor de btw gevolgd. Herziening van btw vindt niet alleen plaats bij wijziging in het gebruik zoals in het voorbeeld hiervoor, maar ook als u bijvoorbeeld de woning alleen nog maar zelf gebruikt (en dus niet meer verhuurt) of als u de woning verkoopt zonder btw. In de laatste twee gevallen zult u de volledige btw over de nog resterende jaren in één keer moeten terugbetalen.

Voorbeeld

Op 1 januari 2024 verkoopt u de vakantiewoning aan een particulier, die deze gaat gebruiken voor eigen gebruik. Volgens de wettelijke regels kunt u geen btw berekenen over deze verkoop. Heeft u de vakantiewoning in 2018 gekocht, dan moet u wel de in 2018 in aftrek gebrachte btw over de nog resterende periode herzien. Op 1 januari 2024 zijn vijf van de negen herzieningsjaren verlopen. Dit betekent dat u nog voor vier jaren 1/10 van € 14.700 moet terugbetalen aan de Belastingdienst, tezamen € 5.880 (= viermaal € 1.470).

Tip! Verkoopt u de vakantiewoning uit het voorbeeld na 31 december 2027, dan heeft dit geen gevolgen meer voor de in 2018 in aftrek gebrachte btw bij aankoop.

Daarnaast zijn er nog andere mogelijkheden waardoor u de btw die u bij aankoop heeft teruggekregen, niet hoeft terug te betalen. Gaat de koper de woning bijvoorbeeld voor meer dan 90% voor met btw belaste activiteiten gebruiken, dan kunt u mogelijk op verzoek de vakantiewoning toch met btw verkopen. Het voordeel hiervan is dat u dan niet de aankoop-btw hoeft te herzien. Ook bij verkoop binnen twee jaar na de eerste ingebruikname van de vakantiewoning wordt de verkoop met btw belast en treedt hetzelfde effect op. Zet de koper van uw vakantiewoning uw activiteiten van verhuur ongewijzigd voort, dan is het misschien zelfs mogelijk om de woning zonder btw te verkopen en hetzelfde effect te bereiken. Hiervoor moet de verkoop van de woning kunnen worden aangemerkt als overdracht van een algemeenheid van goederen.

Tip! De verkoop van uw vakantiewoning kan diverse btw-gevolgen hebben. Laat u daarom, voordat tot verkoop wordt overgegaan, altijd eerst adviseren.

Overdrachtsbelasting

Bij verkoop van een onroerende zaak is overdrachtsbelasting verschuldigd. Koopt u een nieuwe, nog niet eerder gebruikte vakantiewoning, dan zal hierover 21% omzetbelasting (btw) berekend worden en geldt een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. In alle overige gevallen is sinds 1 januari 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd.

Koopt u een vakantiewoning inclusief inventaris, dan wordt over het aandeel van de inventaris in de koopsom geen overdrachtsbelasting berekend.

Let op! Het tarief van 2% overdrachtsbelasting geldt alleen voor de woning waarin u zélf voor langere tijd gaat wonen en dus niet voor een tweede woning. Voor jongeren tussen 18 en 35 jaar die zélf voor langere tijd in een woning gaan wonen, geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor woningen met een waarde t/m € 440.000.

Inkomstenbelasting

De vakantiewoning zal over het algemeen belast zijn in box 3. In box 3 betaalt u geen belasting over de ontvangen huur, maar over de WOZ-waarde van de vakantiewoning. De te betalen belasting in box 3 wordt tegenwoordig berekend over de werkelijke verdeling van uw vermogen in spaargeld, beleggingen en schulden. Een vakantiewoning wordt gerekend tot de beleggingen. Hierover wordt in 2023 een fictief rendement verondersteld van 6,17%. Hierover betaalt u 32% belasting. Dit percentage wordt in verhoogd naar 33% en in 2025 naar 34%.
Let op! Als de exploitatie van uw vakantiewoning dusdanige vormen aanneemt dat deze het normale actieve vermogensbeheer te buiten gaat, wordt de vakantiewoning niet belast in box 3, maar worden de inkomsten belast in box 1.

Onroerendezaakbelasting (OZB)

Voor de heffing van de onroerendezaakbelasting (OZB) is bij vakantiewoningen de vraag van belang of ze ook als woning kunnen worden aangemerkt. De rechter heeft beslist dat niet van belang is of een vakantiewoning al dan niet permanent bewoond mag worden en als dit niet is toegestaan, of dit bewonen al dan niet gedoogd wordt. Wel van belang is of de woning beschikt over eigen voorzieningen, zoals een badkamer, sanitair en kookgelegenheid. Zo ja, dan is de woning bestemd om daarin te verblijven, te slapen en de overige woonfaciliteiten en voorzieningen te gebruiken. De vakantiewoning is dan naar aard en inrichting bestemd en geschikt om enigszins duurzaam voor bewoning te dienen en wordt dan als woning aangemerkt.
Kan een vakantiewoning als woning worden aangemerkt, dan betekent dit dat voor de OZB alleen een aanslag eigenarenheffing kan worden opgelegd. Een aanslag gebruikersheffing kan de gemeente niet opleggen. Bovendien geldt voor woningen meestal een lager OZB-tarief dan voor niet-woningen. Bij een vakantiewoning die aan bovengenoemde eisen voldoet, krijgt u dus slechts één heffing opgelegd en is op deze heffing veelal een lager tarief van toepassing.

Verbod op permanente bewoning

Is permanente bewoning verboden, dan drukt dit wel de WOZ-waarde, zo besliste de rechter in het verleden. Ga dus na of een eventueel verbod op permanente bewoning in de WOZ-waarde is meegenomen.

Forensenbelasting

Een gemeente heeft de mogelijkheid forensenbelasting te heffen. Dit kan als u in een andere plaats dan uw woonplaats een woning voor minstens 90 dagen per jaar ter beschikking heeft. Het is niet van belang of u ook daadwerkelijk 90 dagen of meer in de woning verblijft. Verblijft u permanent in uw vakantiewoning, dan is forensenbelasting niet van toepassing.

Dagen dat u de woning verhuurt dan wel de woning gebruikt om de woning beschikbaar te maken of te houden voor verhuur, tellen dus niet mee. Bij het beschikbaar maken of houden voor verhuur kunt u bijvoorbeeld denken aan het plegen van onderhoud, zoals het verven van het houtwerk. Verhuurt u de woning voor een bepaalde periode via een derde, maar kunt u zelf gebruikmaken van de woning als deze in de betreffende periode niet verhuurd wordt, dan tellen deze dagen wel mee. De woning staat u dan immers ter beschikking.

Tot slot

Met betrekking tot de aankoop en het gebruik van een vakantiewoning kunt u met verschillende belastingen te maken krijgen. In deze advieswijzer hebben wij geprobeerd een algemeen beeld te schetsen. Neem voor de fiscale gevolgen in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2023-09-01T08:28:39+02:001 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Vakantiewoning en fiscus 2023

Recht op Tozo moet bewezen kunnen worden

Tijdens de coronacrisis konden zelfstandige ondernemers een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) als hun inkomen onder de bijstandsnorm kwam te liggen. Dat het inkomen onder deze norm kwam te liggen, moet desgevraagd bewezen kunnen worden. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Tozo

Geld

Tijdens de coronacrisis had met name het mkb te lijden onder talrijke beperkende maatregelen, zoals bijvoorbeeld de sluiting van de horeca. Om de getroffen ondernemers financieel tegemoet te komen, trof de overheid tal van maatregelen. Een ervan, de Tozo, kon voorzien in inkomensondersteuning en in een lening voor bedrijfskapitaal.

Bewijs vereist

Een ondernemer die tijdens de coronacrisis de Tozo had aangevraagd en had gekregen, diende onlangs te bewijzen dat zijn inkomen onder de bijstandsnorm terecht was gekomen. De man was vennoot in een vof die een tweetal horecazaken exploiteerde. Bij een controle van de financiële stukken bleek dat de vof in de betreffende periode een jaarwinst van bijna € 143.000 had gerealiseerd. Omdat de aanvrager van de Tozo voor eenderde deel gerechtigd was tot de winst, diende hij aan te tonen dat hij desondanks onder de bijstandsnorm terecht was gekomen.

Oordeel rechter

Ook de rechter was van mening dat de man verplicht was aan te tonen dat zijn inkomen onder de bijstandsnorm bleef. Hij werd hiertoe herhaald in de gelegenheid gesteld, maar de geleverde informatie bleef onvoldoende. Dit leidde ertoe dat de volledige Tozo van ruim € 13.000 terugbetaald diende te worden. Ook de boete van € 650 bleef in stand.

Door |2023-09-01T08:29:39+02:0030 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Recht op Tozo moet bewezen kunnen worden

Hof houdt vast aan bestaande immateriële schadevergoeding WOZ-zaken

Als u het met een beslissing van de fiscus niet eens bent, kunt u in bezwaar en beroep. Duurt de uitspraak langer dan redelijkerwijs verondersteld mag worden, dan heeft u recht op een schadevergoeding. Het kabinet wil dergelijke schadevergoedingen in WOZ-zaken afschaffen.

Geringe bedragen

Geld

Het gaat bij WOZ-zaken maar om geringe bedragen en dus zal ook de spanning en frustratie minder zijn. De schadevergoeding kan dan ook wel wat minder, aldus het kabinet.

Omvang vergoeding

In het verleden heeft de Hoge Raad de regels rondom een schadevergoeding bepaald. Voor wat betreft de hoogte, werd deze bepaald op een vergoeding van € 500 per half jaar termijnoverschrijding of een gedeelte van een half jaar. Daarbij stelde de Hoge Raad in beginsel de termijn voor de afhandeling van een bezwaar op een half jaar en die voor de afhandeling van een beroep op anderhalf jaar.

Termijn overschreden met één dag

In een zaak die onlangs werd behandeld door het gerechtshof in Den Haag, was de termijn in een WOZ-geschil met precies één dag overschreden. De afhandeling van het bezwaar en daaropvolgende beroep had twee jaar en één dag geduurd, net een dag te laat dus. De rechtbank vond, gelet op de geringe overschrijding, een schadevergoeding niet op zijn plaats. Het gerechtshof dacht hier anders over. Overeenkomstig bovenstaande uitgangspunten was er sprake van een overschrijding met een gedeelte van een half jaar. Volgens het Hof diende de bezwaarmaker daarom een schadeloosstelling van € 500 te ontvangen.

Lagere overheden

In het recente verleden hebben verschillende rechtbanken in WOZ-geschillen al een lagere schadeloosstelling toegekend, ook wanneer de termijn ruimer was overschreden. Ze liepen daarmee al vooruit op de voornemens van het kabinet. Zo verlaagde rechtbank Zeeland-West-Brabant de schadevergoeding onlangs nog in een WOZ-geschil tot € 50 per termijnoverschrijding van een half jaar. Sommige andere rechtbanken hielden juist vast aan de door de Hoge Raad vastgestelde vergoeding van € 500.

Let op! Het kabinet wil het afschaffen van schadevergoedingen in WOZ-zaken regelen in het Belastingplan 2024. Gelet op de demissionaire status van het kabinet, is het nog niet zeker of dit doorgaat.

Door |2023-09-01T08:30:03+02:0030 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hof houdt vast aan bestaande immateriële schadevergoeding WOZ-zaken

Vakantietrip of zakenreis?

Wie in een auto van de zaak rijdt, heeft met de bekende bijtelling te maken. Om die te voorkomen, kunt u het privégebruik van de auto beperken tot maximaal 500 kilometers per jaar. Vallen kilometers die gemaakt worden voor een vakantietrip gecombineerd met een zakelijk karakter onder privé of zakelijk?

Zakelijke wintersport?

Paspoort

In het verleden heeft de rechter zich uitgesproken over de vraag hoe we dienen om te gaan met een rit die deels zakelijk, deels privé is. In de betreffende zaak had een werknemer de auto van de zaak gebruikt voor een rit naar de wintersport en had tijdens die vakantie ook een zakelijk bezoek afgelegd. Wat speelde er?

Fabrieksbezoek

In de betreffende zaak was de dga van een bedrijf met zijn gezin met de auto van de zaak naar Italië gereden voor een weekje wintersport. Tijdens deze vakantie had de dga een bezoek gebracht aan een fabriek waar zijn bv een slijpmachine had besteld. Deze fabriek lag 325 kilometer van het vakantieadres af. De vraag was hoeveel kilometers er als zakelijk en hoeveel er als privé moesten worden aangemerkt.

Wat is het hoofddoel?

Het Hof Amsterdam kwam tot de conclusie dat er in deze zaak zowel een zakelijk als een privédoel aan de ritten ten grondslag lagen. Volgens het Hof kon noch het zakelijke doel, noch het privédoel als hoofddoel worden aangemerkt. In dat geval kunnen dergelijke autoritten slechts als zakelijk worden bestempeld als ze door een vergelijkbare persoon die niet in dienst is bij de bv niet, of niet in dezelfde omvang zouden zijn gemaakt.

Let op! Voor wat betreft de vergelijkbaarheid van de persoon moet gekeken worden naar inkomen, vermogen en gezin.

Wintersport is gemeengoed

Volgens het Hof zijn wintersportvakanties inmiddels gemeengoed geworden. Met de dga vergelijkbare personen zouden dergelijke ritten ook hebben kunnen maken. De autoritten werden daarom als privé aangemerkt. Daardoor kwamen de privékilometers boven de 500, waardoor de bijtelling van toepassing was en de vakantie achteraf fors duurder uitviel.

Door |2023-09-01T08:26:03+02:0030 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vakantietrip of zakenreis?

Bijbaan na studie verhindert toepassing 30%-regeling niet

Werkgevers die een werknemer uit het buitenland te werk stellen mogen onder voorwaarden de zogenaamde 30%-regeling toepassen. Betreffende werknemers mogen dan in beginsel niet al in Nederland werkzaam zijn. Hierop bestaat echter een uitzondering, die door de rechtbank Noord-Holland is verruimd.

30%-regeling

De 30%-regeling is een tegemoetkoming in verband met kosten die werknemers maken die naar Nederland of het buitenland worden uitgezonden. De regeling houdt in dat in beginsel 30% van het salaris onbelast kan worden uitbetaald. Een van de voorwaarden is dat de werknemer over een specifieke deskundigheid beschikt.

Niet al in Nederland werkzaam

De faciliteit kan niet worden toegepast als werknemers al in Nederland werkzaam zijn. Hierop bestaat een uitzonderring als men werkzaam is in het kader van een studie of stage. In bovenstaande rechtszaak ging het om een buitenlandse werkneemster die al in Nederland een bijbaan had, terwijl ze haar studie al had afgerond.

Gelijkheidsbeginsel

De rechtbank was van mening dat de werkneemster volgens de wettelijke definitie niet van de 30%-regeling gebruik kon maken. Ze was immers niet meer werkzaam in het kader van haar studie of stage. Toch werd ze door de rechtbank in het gelijk gesteld, en wel met toepassing van het gelijkheidsbeginsel.

Tijdens de rechtszaak kwam namelijk vast te staan dat in de praktijk een bijbaan tijdens de studie, ongeacht of die in het kader van een stage of opleiding plaatsvindt, niet in de weg staat aan toepassing van de 30%-regeling. Kennelijk is dit een verruiming ten opzichte van het beleid, waarbij dit een uitzondering is op de eis dat sprake moet zijn van werkzaamheden in het kader van een opleiding of stage. 

Werknemer krijgt gelijk

De rechtbank stelde de werkneemster op grond van deze verruiming daarop in het gelijk. De rechtbank zag niet in waarom een bijbaan tijdens de studieperiode, ongeacht of die in het kader van een stage of opleiding plaatsvindt, niet vergelijkbaar zou zijn met een bijbaan die niet in het kader van een studie of stage plaatsvindt.

Door |2023-09-01T08:29:48+02:0030 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bijbaan na studie verhindert toepassing 30%-regeling niet

Geërfde schulden niet van invloed op maximum excessief lenen

Erft u aandelen in een bv? Bevat deze erfenis ook schulden? Heeft u in de betreffende bv een aanmerkelijk belang? En bedragen door de erfenis de schulden bij de bv meer dan € 700.000? Dan volgt over het meerdere gewoon belastingheffing in box 2.

Let op! Dat de schulden geheel of deels voortkomen uit een erfenis, heeft dus geen invloed op het maximum volgens de Wet excessief lenen bij de eigen bv!

Wet excessief lenen

Sparen

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap is sinds 1 januari 2023 van kracht. De wet komt er in het kort op neer dat een houder van een aanmerkelijk belang niet meer dan € 700.000 aan leningen bij zijn eigen vennootschap mag bezitten. Liggen de schulden boven dit bedrag, dan moet over het meerdere met de fiscus worden afgerekend in box 2 tegen 26,9% (2023).

Oorzaak overschrijding niet van belang

Uit bovenstaande casus inzake een erfenis volgt dat de oorzaak van de overschrijding van het maximum niet van belang is. Wettelijk is er alleen een uitzondering gemaakt voor hypothecaire schulden inzake een eigen woning die in box 1 valt. Deze schulden zijn niet van invloed op het maximum van € 700.000.

Wetgever wilde geen uitzondering

Bij de totstandkoming van de Wet excessief lenen heeft de wetgever voor bovengenoemde situatie uitdrukkelijk geen uitzondering op willen nemen. Volgens de wetgever bevatten de huidige wettelijke voorschriften voldoende mogelijkheden om aan eventuele problemen tegemoet te komen. Zo kan onder andere de te betalen belasting bij aflossing van de schulden weer via verrekening worden teruggekregen.

Door |2023-09-01T08:29:55+02:0030 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geërfde schulden niet van invloed op maximum excessief lenen

Fiscale gevolgen schenken onder voorwaardelijke last

Als u een schenking doet, is in de regel schenkbelasting verschuldigd. Maar hoe zit dat als u schenkt onder een last, ofwel als de ontvanger een tegenprestatie moet leveren? Is dan direct schenkbelasting verschuldigd over de gehele schenking?

Schenking aandelen

Schenken

Een kennisgroep van de Belastingdienst gaf onlangs antwoord in een casus waarin een voorwaardelijke last tot betalen van een vergoeding aan de ontvanger van een schenking was opgelegd. In de casus werden aandelen geschonken onder een last. Die bestond eruit dat de ontvanger bij verkoop van de aandelen aan een derde de waarde van de aandelen bij schenking moest betalen aan de schenker, onder aftrek van een bepaald bedrag.

Let op! Of de last zich in de toekomst gaat voordoen, was in deze casus op het moment van schenken nog onduidelijk. Daarom was sprake van een voorwaardelijke last.

Schenking in delen

De kennisgroep geeft aan dat de schenking onder een voorwaardelijke last gezien wordt als een schenking die in twee delen uiteenvalt. Enerzijds is er direct een onvoorwaardelijke schenking van de aandelen, anderzijds is er een voorwaardelijke last.

Schenkbelasting?

Het gevolg is dat over de waarde van de schenking direct schenkbelasting moet worden betaald. Pas op het moment dat de last in werking treedt, kan deze geheven schenkbelasting (deels) worden teruggevraagd. Door de last valt de waarde van de schenking dan namelijk lager uit.

Let op! Voor de vermindering van betaalde schenkbelasting moet een verzoek worden ingediend door middel van het indienen van een aangifte schenkbelasting.

Door |2023-09-01T08:30:14+02:0030 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale gevolgen schenken onder voorwaardelijke last