MKB Nieuws

Valt een hoortoestel onder specifieke zorgkosten?

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar van het inkomen. Een hoortoestel wordt aangemerkt als hulpmiddel en kan onder voorwaarden voor aftrek als specifieke zorgkosten in aanmerking komen. Welk deel van de kosten van een hoortoestel is aftrekbaar, rekening houdend met de eigen bijdrage en het eigen risico?

Aftrek zorgkosten

Overheid

De aftrek van zorg- of ziektekosten betekent dat uw belastbaar inkomen lager wordt, waardoor u minder belasting betaalt. Lang niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar. Ook geldt er ten aanzien van de kosten die u wilt aftrekken een drempel waarbij geldt: hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Daarbij is bepalend of u het hele jaar een fiscale partner heeft. Is dit het geval, dan telt u namelijk beide inkomens bij elkaar op. Heeft u niet het hele jaar een fiscale partner, dan doet u dit alleen als u ervoor kiest elkaars fiscale partner te zijn. De drempel betekent dat u een deel van de kosten niet kunt aftrekken, u mag namelijk alleen het bedrag aftrekken dat boven de voor u geldende drempel uitkomt.

Voorbeeld

De Belastingdienst legt de aftrek van de kosten van een hoortoestel als specifieke zorgkosten uit aan de hand van een voorbeeld.

Verzekeraar
Stel een hoortoestel kost € 4.000. Van deze kosten komt via de zorgverzekeraar in beginsel € 1.600 voor vergoeding in aanmerking. Er geldt echter een eigen bijdrage van € 400. Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat de belastingplichtige een eigen risico kent van € 300.
Op basis van deze informatie zou de belastingplichtige via zijn verzekeraar € 1.600 – € 400 – € 300 = € 900 aan vergoeding ontvangen.

Fiscale aftrek
Belastingplichtige moet zelf € 4.000 – € 900 = € 3.100 bijdragen. Dit bedrag is niet in zijn geheel aftrekbaar. De eigen bijdrage en het eigen risico komen namelijk niet voor aftrek in aanmerking, zodat per saldo € 4.000 – € 900 – € 400 – € 300 = € 2.400 als uitgave voor aftrek specifieke zorgkosten in aanmerking komt. 

Aanvullende verzekering

De Belastingdienst gaat ook nog in op de gevolgen van de door sommige verzekeraars aangeboden mogelijkheid om eventueel een aanvullende verzekering af te sluiten teneinde het eigen risico te beperken. Dit heeft geen gevolgen voor omvang van de fiscale aftrek. Belastingplichtige hoeft dan minder bij te dragen aan de kosten van het hoortoestel, maar de hogere ontvangen vergoeding van de verzekeraar komt gewoon in mindering op het bedrag dat in aanmerking komt als specifieke zorgkosten.

Duurder dan noodzakelijk?

De Belastingdienst gaat uit van de kosten van een hoortoestel dat voldoende is om het gehoor van betrokkene te verbeteren. Wordt een duurder toestel aangeschaft en worden de extra kosten niet vergoed, dan kunnen de extra kosten ook niet als zorgkosten worden afgetrokken.

Door |2025-05-23T15:19:50+02:0023 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Valt een hoortoestel onder specifieke zorgkosten?

Negatief loon door verkoop aandelen bij uitdiensttreding

Kan een uit dienst tredende werknemer een verlies nemen als hij verplicht is zijn aandelen in de werkgever aan te bieden tegen een lagere prijs dan de waarde in het economische verkeer?

Aandelen in werkgever

Verkeersbord

Om een werknemer te belonen en te binden kan een werkgever aandelen aanbieden. Het is verstandig om daarbij afspraken te maken over het verplicht terugverkopen van de aandelen als de werknemer uit dienst treedt. Dit wordt ook wel een bad-leaver bepaling genoemd. Aan de Belastingdienst is gevraagd of een werknemer die bij uitdiensttreding zijn aandelen moet verkopen tegen een lagere prijs dan de waarde in het economische verkeer (hierna: WEV), een verlies kan nemen.

Voorgelegde casus

In de voorgelegde casus had een werknemer in jaar 1 aandelen verworven in zijn werkgever. De werknemer hoefde hier niets voor te betalen. Omdat de WEV op het moment van verwerven € 100 bedroeg, heeft de werkgever op dat moment loonheffingen ingehouden en afgedragen over een loonvoordeel van € 100.

Let op! Als de werknemer € 100 betaald had voor de aandelen, dan had de werkgever geen loonheffingen in hoeven te houden en af te dragen.

In jaar 4 treedt de werknemer uit dienst. Op grond van een afgesproken bad-leaver bepaling moet de werknemer de aandelen aan de werkgever verkopen voor € 500. De WEV van de aandelen is op dat moment € 800. Omdat de werknemer de aandelen op de vrije markt had kunnen verkopen voor € 800, maakt de werknemer een verlies van € 300.

Negatief loon

De Belastingdienst bevestigt dat de werknemer dit verlies van € 300 kan aanmerken als negatief loon. Het betreft hier namelijk een verlies dat aan de dienstbetrekking moet worden toegerekend, omdat de werknemer op grond van de bad-leaver bepaling verplicht was zijn aandelen tegen de lagere prijs aan te bieden.

Let op! Niet elke verkoop van aandelen leidt tot een negatief loon. Als een werknemer bijvoorbeeld vrijwillig zijn aandelen tegen een lagere prijs verkoopt, kan niet gesteld worden dat sprake is van een verlies dat aan de dienstbetrekking moet worden toegerekend.

Door |2025-05-23T15:15:58+02:0023 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Negatief loon door verkoop aandelen bij uitdiensttreding

Vergoeding voor verhuiskosten bij renovatie activeren?

Als woningen gerenoveerd worden, moeten de huurders deze veelal tijdelijk verlaten. De vraag is of een vergoeding van de hiermee gepaard gaande kosten door de verhuurder geactiveerd moeten worden, of dat deze ten laste van de winst kunnen worden gebracht.

Vergoeding verhuiskosten

Bouw

Als een verhuurder een woning renoveert, is hij wettelijk verplicht de huurder een vergoeding te geven voor de hiermee samenhangende verhuiskosten. De Belastingdienst is van mening dat deze kostenvergoeding niet in een keer ten laste van de winst kan worden gebracht, maar dat deze kosten dienen te worden geactiveerd.

Aanschaffings- of voortbrengingskosten

De rechter heeft in het verleden bepaald dat tot de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel ook bijkomende kosten behoren die gemaakt moesten worden om een bedrijfsmiddel in de voor de onderneming gewenste staat te brengen. Omdat verhuurders wettelijk verplicht zijn de verhuiskosten te vergoeden bij renovatie, zijn deze kosten onlosmakelijk met de renovatie verbonden.

Activeren

Omdat de kosten van renovatie geactiveerd moeten worden, geldt dit ook voor de hiermee samenhangende bijkomende kosten in de vorm van een verhuiskostenvergoeding. Deze vergoeding kan dus niet ineens ten laste van de winst worden gebracht, maar er dient op te worden afgeschreven.

Door |2025-05-16T21:02:30+02:0016 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vergoeding voor verhuiskosten bij renovatie activeren?

Verblijf in hospice btw-belast of -vrijgesteld?

De afgelopen jaren zijn verschillende gerechtelijke uitspraken gedaan over de btw-positie van een hospice. Deze uitspraken geven niet altijd dezelfde uitkomsten.

Btw-vrijgesteld?

Portemonnee

In de praktijk wordt over het algemeen aangenomen dat de vergoeding die betaald wordt voor het verblijf in een hospice onder een medische btw-vrijstelling valt. Er mag dan geen btw berekend worden over de vergoeding. Als de hospice kosten maakt met btw, kan de hospice deze btw ook niet in aftrek brengen.

Btw-belast?

Voor hospices die veel kosten met btw maken, bijvoorbeeld door het bouwen van een nieuwe hospice, kan het fiscaal aantrekkelijker zijn om over de vergoeding voor het verblijf toch btw te moeten berekenen. In zo’n geval kan de hospice immers dan ook de grote bedragen aan btw in aftrek brengen.

Let op! De btw die berekend moet worden bedraagt in 2025 nog 9%.

De laatste jaren is dan ook een aantal gerechtelijke uitspraken gedaan over hospices die nieuwbouw hadden gepleegd en de btw die daarop drukte in aftrek wilden brengen. De hospices stelden dat de vergoeding die zij ontvingen met 9% btw belast moest worden, zodat zij ook de btw op de nieuwbouw in aftrek konden brengen.

Verschillende uitkomsten

De diverse rechtspraak leidt tot nu toe tot verschillende uitkomsten. Voor bepaalde hospices luidt het oordeel dat de vergoeding btw-belast is, voor andere hospices luidt het oordeel weer dat de vergoeding btw-vrijgesteld is. Uit de feiten en omstandigheden uit de diverse zaken is niet altijd af te leiden waarom in het ene geval de conclusie btw-belast luidt en in het andere geval btw-vrijgesteld.

Zo oordeelde rechtbank Den Haag onlangs voor een low-care hospice dat de vergoeding btw-belast was. In een andere vergelijkbare casus oordeelde gerechtshof Den Haag al eerder dat de vergoeding btw-vrijgesteld was.

En nu?

De zaak van de hospice waarover gerechtshof Den Haag oordeelde, ligt inmiddels bij de Hoge Raad. Het wachten is nu daarom of de Hoge Raad duidelijkheid hierin verschaft. Het is goed om te weten dat de Belastingdienst in ieder geval meent dat de btw-vrijstelling van toepassing is. Of de Hoge Raad die mening in alle gevallen volgt, moet dus nog duidelijk worden. Voor hospices met weinig kosten die geen btw willen berekenen, zou dat een gunstige uitkomst zijn. Voor hospices met veel kosten – bijvoorbeeld bij nieuwbouw of verbouwing – die wel btw willen berekenen, uiteraard niet.

Door |2025-05-16T21:00:42+02:0016 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verblijf in hospice btw-belast of -vrijgesteld?

Weer subsidie begeleiding statushouders op werkvloer

Werkgevers die statushouders in dienst nemen, lopen soms tegen verschillende problemen aan. Ook in 2025 is er weer subsidie beschikbaar, gericht op activiteiten om de taal- en cultuurverschillen op de werkvloer te verkleinen.

SOWIS

Bouw

De Subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers Inzet Statushouders (SOWIS) is bedoeld voor extra begeleiding van statushouders op de werkvloer. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die zijn gericht op het leren van de vaktaal en het bijbrengen van de cultuur van de organisatie.

Voorwaarden subsidieregeling

De statushouders moeten een arbeidsovereenkomst van minimaal 20 uur per week voor de duur van ten minste 12 maanden hebben. Of zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd hebben, maakt niet uit.

Handreiking

Het Ministerie van SZW heeft een handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. Werkgevers moeten daarbij gebruikmaken van verplichte formats, die eveneens op de website beschikbaar zijn.

Tip! Regionale verbinders voor statushouders vervullen een spilfunctie binnen arbeidsmarktregio’s bij de  integratie van statushouders naar werk. Zij kunnen ook adviseren en ondersteunen bij een subsidieaanvraag.

Maximale subsidie

Werkgevers kunnen voor maximaal vier statushouders subsidie krijgen. De SOWIS bedraagt voor de eerste statushouder € 8.000, voor de tweede € 6.000 en voor de derde en vierde ieder € 5.000. De totale subsidie kan dus maximaal € 24.000 bedragen. De subsidie kan worden aangevraagd voor hen die nog niet langer dan zes maanden in dienst zijn. Gebleken is dat het eerste jaar van indiensttreding essentieel is om iemand goed te laten integreren op de werkvloer.

Aanvraagperiode

De SOWIS kan van 2 juni 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 17.00 uur hier worden aangevraagd. Het is zaak de subsidie tijdig aan te vragen, omdat anders de subsidiepot leeg kan zijn. Activiteiten in het kader van deze regeling worden uiterlijk binnen twee jaar na de datum van de initiële subsidieverlening afgerond.

Door |2025-05-16T21:03:43+02:0016 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Weer subsidie begeleiding statushouders op werkvloer

Voortgang herziening pachtwetregelgeving

Er wordt al jaren gesproken over een herziening van de pachtregelgeving. Het huidige pachtstelsel leidt ertoe dat er vrijwel alleen nog maar kortlopende pachtovereenkomsten worden afgesloten. Dit biedt weinig zekerheid voor de pachter en bevordert een duurzaam beheer van de bodem niet.

Langdurige pacht wordt de standaard
De huidige staatssecretaris van LVVN onderschrijft een oproep om langdurige pacht de standaard te maken. Hij wil inzetten op het stimuleren van langdurige pacht en het ontmoedigen van kortlopende pacht. Kortlopende pachtovereenkomsten, korter dan 6 jaar, zouden alleen mogelijk moeten zijn tegen een lagere pachtprijs. Er wordt aan gedacht om de pachtnorm meer te verlagen naarmate de duur van de overeenkomst korter is.

Nieuwe pachtvorm: duurzame langlopende pacht
Ook is de staatssecretaris van plan een nieuwe pachtvorm in te voeren: de duurzame langlopende pacht. Anders dan de reguliere pacht heeft deze pachtvorm geen continuatierecht en wordt de prijs bepaald door de markt, De huidige reguliere pachtovereenkomsten wil de staatssecretaris zoveel mogelijk ongewijzigd laten, maar hij is wel voornemens om een agrarische bedrijfsmatigheidstoets in te voeren. Verpachters kunnen daarmee de pachter vragen om aan te tonen dat deze grond nog steeds bedrijfsmatig gebruikt. Eenzelfde toets wil hij invoeren voor nieuwe reguliere pachtovereenkomsten. Met de invoering van een AOW-toets voor bestaande en nieuwe reguliere pachtovereenkomsten en de introductie van de duurzaam langlopende pacht, denkt de staatssecretaris voldoende waarborgen in te bouwen dat de grond bij niet-bedrijfsmatig gebruik beschikbaar komt voor andere pachters waaronder jonge boeren en zij-instromers. Hoe de AOW-toets er precies uitziet, maakt de staatssecretaris niet duidelijk.

Aanpassing bestaande reguliere pachtovereenkomsten
De staatssecretaris staat positief tegen een voorstel om verpachters bij bestaande reguliere pachtovereenkomsten de mogelijkheid te bieden om de contractvoorwaarden naar redelijkheid aan te passen. Verpachters kunnen daarmee duurzaamheidsafspraken maken, die een relatie hebben tot bodemgebruik.

Zwarte en grijze pacht
De staatssecretaris vindt dat zwarte en grijze pacht alleen kan worden ontmoedigd als de pachtprijs en overige voorwaarden aantrekkelijk genoeg zijn om een pachtovereenkomst conform het wettelijk kader af te sluiten.

Natuurpacht
De staatssecretaris is van plan om de huidige reservaatpacht te vervangen door natuurpacht, die bedoeld is voor gronden die zijn ingericht voor natuur met agrarisch medegebruik. De looptijd van deze pacht is tenminste zes jaar. De staatssecretaris is in gesprek met de terreinbeherende organisaties over hoe de nodige flexibiliteit kan worden ingebouwd in deze nieuwe pachtvorm, zodat tussentijds afspraken kunnen worden gewijzigd.

Berekeningswijze pachtprijzen
De huidige berekeningswijze van de pachtnormen op basis van een vijfjaargemiddelde van het opbrengend vermogen van de grond en een correctie van de vrije verkeerswaarde leidt tot grote fluctuaties. De staatssecretaris wil bezien hoe deze fluctuaties verminderd kunnen worden. Wel zullen de pachtnormen straks moeten gaan gelden voor kortlopende pacht. Voor nieuwe reguliere pachtovereenkomsten en de langlopende pacht zal de pachtprijs worden bepaald door de markt.

Door |2025-05-14T18:02:08+02:0014 mei 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voortgang herziening pachtwetregelgeving

Voorwaarden stikstofdifferentiatie niet aangepast

Agrarische ondernemers die de afgelopen drie jaren elk jaar een bovengemiddelde opbrengst hadden met suikerbie­ten, fritesaardappelen, tarwe of gerst op klei, mogen een extra stikstof gebruiken. Daarvoor konden zij zich tot en met 15 mei aanmelden bij RVO.

Een bovengemiddelde opbrengst betekent voor win­ter­tarwe en -gerst een opbrengst van meer dan 9 ton, voor zomertarwe meer dan 8 ton, voor zomergerst meer dan 7 ton, voor suikerbieten meer dan 75 ton en voor aardappelen meer dan 50 ton, dit alles per hecta­re.

De hoeveelheid extra stikstof per hectare bedraagt 15 kg voor suikerbieten en wintertarwe, 20 kg voor zomertarwe en wintergerst en 30 kg voor zomergerst en aardappelen.

Als gevolg van de natte weersomstandigheden in 2024 zijn op veel bedrijven de opbrengsten tegengevallen. Wanneer in 2024 de opbrengst niet bovengemiddeld is geweest, kan men in ieder geval niet eerder dan in 2028 weer in aanmerking komen voor de regeling. In antwoord op Kamervragen heeft de Minister van LVVN aangegeven de voorwaarden voor deelname aan stikstofdifferentiatie niet te willen aanpassen, omdat dit het risico op nitraatuitspoeling verhoogt.

Door |2025-05-14T18:02:08+02:0014 mei 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden stikstofdifferentiatie niet aangepast

Aanpassingen lijfrenteregels vanaf 2026

Het kabinet stelt voor om vanaf 2026 twee regels met betrekking tot lijfrenten aan te passen. Welke regels worden aangepast?

Aanpassing uiterste ingangsdatum lijfrenteverzekering, -rekening en -beleggingsrecht

Pensioen

Een voorwaarde voor een aftrekbare lijfrente is dat de lijfrenteverzekering uiterlijk ingaat in het jaar waarin de belastingplichtige de leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. De lijfrente kan worden uitgekeerd met een jaarbetaling achteraf, waardoor de eerste termijn uiterlijk in het jaar van de AOW plus zes jaar kan geschieden.

Dit is voor een lijfrenterekening en een lijfrentebeleggingsrecht anders. Voor deze lijfrenten moet de eerste termijn uiterlijk worden uitgekeerd in het jaar van AOW plus vijf jaar.

Het kabinet wil deze ongelijkheid wegnemen. In de wet wordt daarom vanaf 1 januari 2026 opgenomen dat ook de eerste termijn van een lijfrenteverzekering vanaf 1 januari 2026 uiterlijk moet worden uitgekeerd in het jaar van AOW plus vijf jaar.

Aanpassing termijn ingaan lijfrente ter voorkoming van afkoop

Een lijfrente die op de in de overeenkomst overeengekomen einddatum nog niet tot uitkering komt, omdat de omvang van de termijnen nog moet worden vastgesteld, wordt na verloop van een bepaalde tijd geacht te zijn afgekocht. Nu is dat wettelijk:

  • op 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de in de overeenkomst overeengekomen datum bij leven, en
  • op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de in de overeenkomst overeengekomen datum bij overlijden.

De Belastingdienst kan deze termijn verlengen als door bijzondere omstandigheden de omvang van de termijnen nog niet is vastgesteld of omzetting van de lijfrente nog niet heeft plaatsgevonden. De Belastingdienst ontvangt per jaar zo’n 4.000 verzoeken voor termijnverlenging.

Mede daarom wil het kabinet vanaf 1 januari 2026 niet langer aansluiten bij de in overeenkomst overeengekomen einddatum. Vanaf 1 januari 2026 wordt daarom in de wet opgenomen dat de uiterste termijn van uitkering van de eerste lijfrentetermijn:

  • bij leven is 31 december van het jaar na het jaar van AOW plus vijf jaar, en
  • bij overlijden is 31 december van het tweede jaar na overlijden.

In de wet wordt vanaf 1 januari 2026 ook opgenomen dat de Belastingdienst de termijnen kan verlengen als door bijzondere omstandigheden geen termijnen zijn uitgekeerd.

Fiscale verzamelwet 2026

De aanpassingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026 welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De wetswijzigingen zijn daarom nog niet definitief.

Door |2025-05-14T09:31:31+02:0014 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanpassingen lijfrenteregels vanaf 2026

Aftrek btw op verhuur werkkamer aan eigen bv?

Als je als dga een werkkamer in jouw woning verhuurt aan jouw bv, is het de vraag of je als verhuurder de btw op dit deel van de woning in aftrek kunt brengen? Ook is het dan de vraag of het verschil maakt of een werkkamer al dan niet zelfstandig is?

Echtpaar verhuurt werkkamer aan bv

Bedrijfspand

In een arrest van het gerechtshof Amsterdam werd deze vraag beantwoord. In de betreffende zaak verhuurde een echtpaar een werkkamer van 9,8 m2 aan de bv, waarvan de man enig aandeelhouder en dga was. De werkkamer is alleen te betreden via de hal in de woning. De werkkamer beschikt niet over eigen sanitaire voorzieningen.

Het echtpaar had schriftelijk vastgelegd dat de werkkamer voor een periode van vijf jaar werd verhuurd, met de optie om dit na ommekomst van deze periode steeds voor dezelfde termijn te verlengen. Het paar trekt 7,15% van de btw af op de bouw van de woning.

Economische activiteit

De huurprijs van de kamer van € 200 per maand is niet dermate laag dat er geen sprake is van een symbolische vergoeding. Er is sprake van een duurzame verhuur tegen een reële vergoeding, volgens het Hof. Dat de gehanteerde voorwaarden niet marktconform zijn, is volgens het Hof niet van belang.

Dga handelt niet alleen

Het Hof vindt ook van belang dat de dga in deze zaak niet alleen handelt, maar samen met zijn echtgenote. Beiden zijn gerechtigd tot de woning, ze verhuren de woning samen aan de bv en de vrouw is niet in dienst bij de bv.

Ook medegebruik niet van belang

Tenslotte acht het Hof ook niet van belang dat de bv de werkkamer huurt en daarbij gebruik mag maken van onder andere de toiletruimte van de woning. Er is sprake van een reële verhuur van de werkkamer. De conclusie luidt dan ook dat er een rechtstreeks verband is tussen de kosten van de woning en de btw-belaste verhuur van de werkkamer. Het echtpaar heeft daarmee recht op de btw-aftrek.

Door |2025-05-14T09:33:10+02:0014 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek btw op verhuur werkkamer aan eigen bv?

Uitzendregeling: wie mogen wel in jouw woning wonen?

Als je tijdelijk niet in jouw eigen woning woont, blijft jouw aftrek hypotheekrente in stand als je gebruik kunt maken van de uitzendregeling. Hiervoor geldt, buiten de wet om, een goedkeuring. Deze goedkeuring wordt nu in de wet opgenomen. Daarnaast vindt er een uitbreiding van de goedkeuring plaats.

Uitzendregeling

Bedrijfspand

De uitzendregeling is van toepassing als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Je of jouw fiscale partner is al minimaal één jaar eigenaar van de woning. Deze woning vormt ook al minimaal één jaar jouw hoofdverblijf op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen in verband met een uitzending of overplaatsing.
  • Na afloop van de uitzending of overplaatsing gaat je weer in de woning wonen.
  • Je gaat tijdens de uitzending of overplaatsing niet in een andere eigen woning als hoofdverblijf wonen.
  • Er mogen in principe geen anderen in jouw woning wonen in de periode dat je elders woont.

Let op! Om gebruik te kunnen maken van de uitzendregeling, moet je een verzoek doen om deze toe te passen.

Personen die wel in uw woning mogen wonen

Buiten de wet om is goedgekeurd dat bepaalde personen toch in jouw woning mogen wonen, zonder dat dit in de weg staat aan toepassing van de uitzendregeling. Voorwaarde is dat zij geen huur of een andere vergoeding aan je betalen. Het gaat om de volgende personen:

  • De kinderen van jou, jouw fiscale partner of een persoon die direct voorafgaand aan jouw uitzending of overplaatsing uw fiscale partner is.
  • Uw fiscale partner of een persoon die door jouw uitzending of overplaatsing niet meer kwalificeert als jouw fiscale partner.
  • Personen die al minimaal één jaar tot jouw huishouden horen op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen (bijvoorbeeld een hulpbehoevende ouder).

Opname in wet en uitbreiding

De goedkeuring dat deze personen toch in uw woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling, wordt opgenomen in de wet. Daarbij vindt een uitbreiding van de goedkeuring plaats. Naast kinderen, wordt in de wet opgenomen dat ook andere bloed- en aanverwanten in de rechte neergaande lijn in de woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook jouw kleinkind of achterkleinkind in jouw woning kan wonen tijdens jouw uitzending.

Fiscale verzamelwet 2026

De aanpassingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026, welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De aanpassingen zijn daarom nog niet definitief.

Door |2025-05-12T22:47:27+02:0012 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitzendregeling: wie mogen wel in jouw woning wonen?