MKB Nieuws

Wijziging btw op verhuur zonnepanelen op of bij woning

Verhuurt je een woning waarop of waarbij zonnepanelen liggen? Houd dan rekening met nieuw beleid van de staatssecretaris dat vanaf 1 januari 2024 geldt.

Verhuur woning btw-vrijgesteld

Zonnepanelen

Voor de verhuur van een woning aan een particulier die deze ook als woning gaat gebruiken, geldt een btw-vrijstelling. Dit betekent dat je geen btw berekent over de verhuurprijs. Het betekent echter ook dat je de btw op de woning (bijvoorbeeld op de onderhoudskosten) niet in aftrek kunt brengen.

Zonnepanelen als onderdeel verhuur woning

Liggen op of in de nabijheid van de woning niet-geïntegreerde zonnepanelen (dat zijn zonnepanelen die niet ook als dakbedekking fungeren)? En verhuur je die zonnepanelen in de huurovereenkomst van de woning mee? Dan gaat de verhuur van die zonnepanelen over het algemeen mee in de btw-vrijstelling van de verhuur van de woning. Je berekent dan geen btw, maar je kunt ook de btw die tot en met 2022 drukte op de aanschaf van de zonnepanelen, niet in aftrek brengen.

Let op! Over de levering en installatie op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning wordt vanaf 1 januari 2023 geen btw meer berekend.

Zonnepanelen afzonderlijk verhuurd

Verhuur je de niet-geïntegreerde zonnepanelen afzonderlijk, dus niet in de huurovereenkomst van de woning mee? Dan berekende je tot en met 2023 waarschijnlijk btw en heb je ook de btw die drukte op de aanschaf van de zonnepanelen in aftrek gebracht.

Nieuw beleid: zonnepanelen als onderdeel verhuur woning

De staatssecretaris heeft nieuw beleid bekendgemaakt dat geldt vanaf 1 januari 2024. Volgens dit nieuwe beleid gaat de verhuur van niet-geïntegreerde zonnepanelen die op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning liggen, mee in de btw-vrijgestelde verhuur van de woning. Ook als deze zonnepanelen afzonderlijk van de huurovereenkomst verhuurd worden. Dit nieuwe beleid zou tot gevolg hebben dat je vanaf 1 januari 2024 over de verhuur van de zonnepanelen geen btw meer mag berekenen. Bijkomend gevolg hiervan zou kunnen zijn dat je een deel van de in aftrek gebrachte btw op jouw zonnepanelen weer terug zou moeten betalen.

Overgangsrecht

Gelukkig heeft de staatssecretaris overgangsrecht bekendgemaakt. Dit overgangsrecht houdt in dat u gedurende de periode dat je de btw op jouw zonnepanelen nog terug zou moeten betalen, de zonnepanelen nog btw-belast mag verhuren.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Kocht je de zonnepanelen en nam je deze ook in gebruik in 2019 of eerder? Dan pas je vanaf 1 januari 2024 de btw-vrijstelling toe op de verhuur van de zonnepanelen. Je hoeft de eerder in aftrek gebrachte btw vanaf 2024 namelijk niet meer terug te betalen. Door toepassing van de btw-vrijstelling kun je vanaf 2024 geen btw voor de zonnepanelen (bijvoorbeeld op onderhoudskosten) meer in aftrek brengen.
  • Kocht je de zonnepanelen en nam je deze ook in gebruik in 2020, 2021 of 2022? Dan mag je vanaf 1 januari 2024 de zonnepanelen nog btw-belast verhuren. Dit mag tot het moment dat de termijn verstreken is waarbinnen je de eerder in aftrek gebrachte btw nog terug zou moeten betalen. Is die termijn verstreken, dan moet je vanaf dat moment de btw-vrijstelling toepassen op de verhuur van de zonnepanelen en kun je geen btw voor de zonnepanelen (bijvoorbeeld op onderhoudskosten) meer in aftrek brengen.

Vragen?

Mag je nu nog wel of juist geen btw meer berekenen? Wanneer is de termijn verstreken waarbinnen je eerder afgetrokken btw nog moet terugbetalen? Wij kunnen ons voorstellen dat je deze of misschien nog andere vragen heeft. Neem daarom voor vragen over jouw eigen situatie contact op met een van onze adviseurs. Zij helpen jou graag met de beoordeling van jouw situatie.

Door |2024-01-26T15:52:27+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijziging btw op verhuur zonnepanelen op of bij woning

Voor rekening en risico benadering bij loonsancties houdt stand

Het is vaste jurisprudentie dat – naar achteraf blijkt – verkeerde adviezen van bijvoorbeeld een bedrijfsarts worden toegerekend aan de werkgever, waardoor deze mogelijk een loonsanctie riskeert. Rechters zoeken nuance, echter de CRvB houdt stand.

Te strikt?

Medisch

Diverse lagere rechters vonden deze ‘voor rekening en risico benadering’ van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) te strikt en nuanceerden deze. De rechtbanken oordeelden dat deze lijn niet in alle gevallen  recht doet aan de belangen van de werkgever. Zij zochten aansluiting bij de ‘vergewisplicht’ zoals die voor bestuursorganen zelf geldt als zij derden inschakelen bij de besluitvorming en welke is terug te vinden in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

CRvB houdt stand

Helaas  voor jou als werkgever, de CRvB blijft bij zijn ‘voor rekening en risico benadering’, zo is onlangs weer gebleken in een loonsanctiezaak. Het ging hier over mogelijk gemiste re-integratiekansen door een verkeerde inschatting van de bedrijfsarts. De werkgever had betoogd dat hem niet kan worden verweten dat het oordeel van de bedrijfsarts niet juist was en verwees daarbij onder andere op de gewijzigde lijn in de lagere rechtspraak.

Wet biedt geen aanknopingspunten

De CRVB is het niet met de werkgever eens. Het  argument is dat het niet te rijmen is met het uitgangspunt dat de re-integratie op grond van de WIA op de werkgever rust én de werkgever hiervoor de volledige (eind)verantwoordelijkheid draagt. Volgens de Raad biedt de wetgeschiedenis geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de wetgever heeft beoogd de medisch-inhoudelijke aspecten uit te sluiten van die verantwoordelijkheid.
Volgens de Raad blijkt dit ook uit het feit dat de wetgever inmiddels het wetsvoorstel om het medisch advies van de bedrijfsarts bij de poortwachtertoets leidend te maken heeft ingetrokken.

Toch te strikt in deze zaak

De werkgever in deze zaak had nog geluk. De CRvB oordeelde namelijk dat het loonsanctiebesluit onzorgvuldig is. De verzekeringsarts van het UWV heeft namelijk het advies van de bedrijfsarts te strikt getoetst en de bedrijfsarts is binnen zijn professionele bandbreedte is gebleven.

Door |2024-01-26T15:48:51+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voor rekening en risico benadering bij loonsancties houdt stand

Voorlopige modelprijzen TEK 2023 ver onder prijs van voorschot

De voorlopige modelprijzen voor de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) zijn bekend. Deze voorlopige modelprijzen liggen ver onder de maximale prijs waarmee het voorschot van 35% van de mogelijke tegemoetkoming is verstrekt.

Indicatie voor definitieve subsidie

Brood

Met behulp van de voorlopige modelprijzen kunnen ondernemers een indicatie krijgen over hoeveel TEK ze definitief gaan ontvangen. Dit is daarmee tevens een indicatie of en hoeveel verkregen voorschot ze mogelijk moeten terugbetalen of nog extra TEK ontvangen. De definitieve modelprijzen worden eind februari 2024 bekendgemaakt.

Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK)

De TEK werd in 2022 in het leven geroepen vanwege de zeer sterk gestegen energieprijzen waar met name energie-intensieve bedrijven – dat wil zeggen dat minimaal 7% van de omzet in 2022 bestond uit energiekosten – de dupe van dreigden te worden. Daarom besloot het kabinet dat deze mkb-ondernemingen – onder voorwaarden – recht hebben op een tegemoetkoming, de TEK.

Modelprijzen

Voor de TEK wordt niet uitgegaan van de werkelijke prijs die u voor energie betaalde, maar van zogenaamde modelprijzen. Bij de berekening van het voorschot dat je ontving, werd voor 2023 nog uitgegaan van een modelprijs van € 3,19 voor een kuub gas en van € 0,95 voor een kWh elektriciteit.

Inmiddels zijn de voorlopige modelprijzen voor 2023 bekend. Deze zijn vooralsnog vastgesteld op € 1,36 voor een kuub gas en op € 0,36 voor een kWh elektra. Hiervan dient de ondernemer zelf een bedrag van € 1,19 voor gas en € 0,35 voor elektriciteit te dragen. De TEK subsidieert 50% van het verschil.

Op basis van de voorlopige modelprijzen voor 2023 ontvangen ondernemers dus € 0,085 per kuub gas (50% van € 0,17 (= € 1,36 – € 1,19) en € 0,005 per kWh elektriciteit (50% van € 0,01 (= € 0,36 – € 0,35).

Let op! Je ontvangt geen subsidie over al jouw afgenomen gas en elektriciteit. Bij de berekening van de subsidie en het voorschot op de subsidie wordt op het totale verbruik namelijk het zogenaamde prijsplafond – dit is 1.200 kuub voor gas en 2.900 kWh voor elektriciteit – in mindering gebracht.

Bedragen voorschot waarschijnlijk fors te hoog

Het voorschot aan TEK dat je ontving, bedroeg 35% van de subsidie berekend op basis van de eerder bekende modelprijzen. Dat betekent dat je een voorschot ontving van € 0,35 voor gas (35% van 50% van € 2 (= € 3,19 – € 1,19) en € 0,105 voor elektriciteit (35% van 50% van € 0,60 (€ 0,95 – € 0,35). Op basis van de voorlopig vastgestelde modelprijzen ontving je dus € 0,265 per kuub gas te veel voorschot en € 0,10 per kWh elektriciteit te veel voorschot.

Let op! Deze berekening is nog gebaseerd op de voorlopig vastgestelde modelprijzen. De definitieve modelprijzen worden pas eind februari 2024 bekend.

Rekentool

Op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) is ook een tool beschikbaar waarmee ondernemers kunnen berekenen hoeveel TEK ze waarschijnlijk definitief zullen ontvangen op basis van de voorlopige modelprijzen.

TEK terugbetalen?

Heb je als voorschot te veel tegemoetkoming ontvangen, dan hoef je het te veel ontvangen bedrag niet terug te betalen als dit onder de € 500 is. Moet je wel terugbetalen, dan moet dat in principe in één keer. Levert terugbetalen echter moeilijkheden op, dan zijn er ruime betalingsregelingen. Ook persoonlijke betalingsregelingen zijn mogelijk, waarbij je maximaal twee jaar mag doen over de terugbetaling van het voorschot TEK. Maak je gebruik van een van deze betalingsregelingen, dan betaalt je geen rente.

Door |2024-01-26T15:47:04+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorlopige modelprijzen TEK 2023 ver onder prijs van voorschot

ANBI moet algemeen belang kunnen aantonen

Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) hebben recht op speciale fiscale faciliteiten. Daarvoor is wel vereist dat een ANBI het algemene belang kan aantonen.

Voordelen ANBI

Gift

Als een instelling de status van een ANBI heeft, hoeft er bij een schenking of erfenis geen belasting te worden betaald over hetgeen verkregen is en gebruikt wordt voor het algemeen belang. Bij schenkingen in het algemeen belang door de ANBI aan een derde hoeft deze ook geen schenkbelasting te betalen. Daarnaast gelden nog andere voordelen. Zo is een gift aan een ANBI onder voorwaarden aftrekbaar.

Voorwaarden ANBI

Om als ANBI te worden aangemerkt, moet voldaan zijn aan een aantal voorwaarden. Zo is belangrijk dat met bijna alle activiteiten het algemeen belang gediend wordt en mogen deze activiteiten geen winstdoelstelling hebben.

Bewijslast

Als een instelling als ANBI wil worden aangemerkt, ligt de bewijslast bij de instelling dat met de activiteiten van de instelling het algemeen belang wordt gediend. Het algemeen belang moet niet alleen statutair zijn vastgelegd, maar de activiteiten van de ANBI moeten ook hiermee in  overeenstemming zijn.

Tip! Kijk hier voor alle voorwaarden en privileges die gelden voor (het schenken aan) een ANBI.

Doelen gericht op algemeen nut?

Het bovenstaande betekent dat de werkzaamheden van de ANBI gericht moeten zijn op concrete doelen die tot het algemeen nut kunnen worden gerekend. In een zaak bij de rechtbank Zeeland West Brabant richtte een vereniging zich op activiteiten in het kader van het algemeen nut, maar ook op activiteiten met het oog op ontspanning en vermaak van de leden. Zonder nadere onderbouwing zijn laatstgenoemde activiteiten niet aan te merken als gericht op het algemeen belang. Nu deze onderbouwing ontbrak, was de ANBI-status terecht geweigerd, aldus de rechtbank.

Door |2024-01-26T15:22:42+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor ANBI moet algemeen belang kunnen aantonen

Maatwerk belastingrente nu ook voor loon- en omzetbelasting

Vanaf 1 januari 2024 is een regeling inzake maatwerk van kracht voor belastingrente voor de loon- en omzetbelasting. Een dergelijke regeling was vanaf 2023 al van kracht voor alle overige belastingen. Met de regeling wordt gerealiseerd dat belastingrente teruggevraagd kan worden over een periode waarin de Belastingdienst al over de verschuldigde belasting beschikte.

Belastingrente

Euro

Voor de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting 2023 wordt vanaf 1 juli 2024 belastingrente berekend als op dat moment de definitieve aanslag nog niet is opgelegd. Dat kunt u voorkomen door voor 1 mei 2024 uw aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Voor uw aangifte vennootschapsbelasting geldt dat deze voor 1 juni 2024 moet zijn ingediend. Omdat de termijn om uw aangifte in te dienen over het algemeen niet haalbaar is, kunt u ook de berekening van belastingrente voorkomen door voor 1 mei 2024 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2023 aan te vragen. Alleen als uw definitieve aanslag dan hoger is dan uw ingediende aangifte of uw voorlopige aanslag, berekent de Belastingdienst over het hogere bedrag belastingrente.

Let op! Voor andere belastingen gelden andere termijnen.

Maatwerkregelingen

Het komt soms voor dat de Belastingdienst al een periode over (een deel van) de verschuldigde belasting beschikte, maar toch belastingrente daarover berekent. In een arrest oordeelde de Hoge Raad dat deze situatie onjuist is. De wetgever besloot daarop tot aanpassing van de regeling.

Arrest Hoge Raad

In genoemd arrest oordeelde de Hoge Raad dat geen belastingrente kan worden berekend als er geen sprake is van renteschade: als er geen rentenadeel wordt geleden hoeft dit ook niet gecompenseerd te worden. In het arrest ging het om belastingrente inzake de vennootschapsbelasting, maar het arrest beperkt zich niet alleen tot deze belasting.

Herstel via maatwerkafspraken

De wetgever heeft daarom vanaf 2023 voor alle belastingen, behalve de loon- en omzetbelasting, een regeling getroffen die regelt dat belastingrente automatisch door de Belastingdienst verminderd wordt of teruggevraagd kan worden als de Belastingdienst geen renteschade leidt. Vanaf 1 januari 2024 geldt deze regeling ook voor de loon- en omzetbelasting.

Wijzigingen vanaf 1 januari 2024

In de regeling zijn vanaf 1 januari 2024 voor alle belastingen ook nadere voorwaarden opgenomen. Zo moet de belastingplichtige, als de Belastingdienst niet zelf automatisch de belastingrente al verminderd, om teruggave van de belastingrente verzoeken en daarbij bepaalde stukken en informatie overleggen. Zo’n verzoek is alleen mogelijk als de door de Belastingdienst berekende belastingrente meer dan € 100 bedraagt.

Let op! Als de Belastingdienst zelf al automatisch de belastingrente kan verminderen, geldt de grens van € 100 niet. De Belastingdienst vermindert de belastingrente dan ook als de in eerste instantie berekende belastingrente € 100 of minder is.

Bezwaar en beroep

De invoering van de maatwerkregeling neemt niet weg dat ook voor de periodes waarin deze regeling nog niet van kracht was, belastingrente in soortgelijke situaties teruggevraagd kan worden. Wel is het noodzakelijk daarvoor bezwaar en zo nodig beroep aan te tekenen tegen de beschikking waarin de belastingrente is vastgesteld. De overheid heeft nu eenmaal de arresten van de Hoge Raad te respecteren, dus geldt dit voor alle beschikkingen vanaf de datum van het arrest, 18 november 2022, waartegen nog bezwaar en beroep mogelijk is.

Door |2024-01-24T12:12:07+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maatwerk belastingrente nu ook voor loon- en omzetbelasting

Meer belasting over 2023 voor grote spaarders?

Inkomen uit sparen en beleggen wordt belast in box 3. De bank ABN AMRO Mees Pierson heeft bekendgemaakt dat spaarders er rekening mee moeten houden dat spaargeld zwaarder belast gaat worden dan waarmee in de voorlopige aanslag voor 2023 gerekend is. Dat betekent dat mensen met veel spaargeld dan waarschijnlijk belasting zullen moeten bijbetalen over 2023.

Voorlopige aanslag

Euro

Belastingplichtigen die waarschijnlijk belasting moeten betalen of terugkrijgen, krijgen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. In die voorlopige aanslag is de Belastingdienst voor het jaar 2023 uitgegaan van een forfaitair rendement voor spaartegoeden van 0,36 %. Volgens berekeningen van bovengenoemde bank is dit percentage te laag, omdat de spaarrente vorig jaar is gestegen.

Forfaitaire rente 0,92%

Volgens berekeningen van de bank zal het forfaitaire rendement op spaargeld in 2023 uitkomen op 0,92%. Dit is dus 0,56%-punt meer en betekent dat de definitieve aanslag van spaarders hoger zal uitvallen.

Hoeveel scheelt dat nu?

Stel dat een belastingplichtige zonder partner over € 1 miljoen aan spaargeld beschikt en dat de Belastingdienst in de voorlopige aanslag ook van dit bedrag is uitgegaan. Het heffingsvrije vermogen bedroeg in 2023 € 57.000, zodat over € 943.000 het forfaitaire rendement wordt berekend. Het forfaitaire rendement wordt 0,56%-punt hoger, ofwel € 943.000 x 0,0056 = € 5.281. Hierover wordt in 2023 32% belasting geheven. Dit betekent dat in deze situatie € 5.281 x 32% = € 1.690 extra aan belasting moet worden betaald. Indien er wel sprake zou zijn van een partner, is het heffingsvrije vermogen (2023) € 114.000. De extra belasting komt dan neer op € 1.587.

Let op! Het is nog niet zeker dat ook de Belastingdienst uitgaat van een forfaitair rendement van 0,92%. Dit percentage wordt later bekendgemaakt.

Door |2024-01-24T12:09:57+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Meer belasting over 2023 voor grote spaarders?

Minimumloon stijgt opnieuw per 1 juli 2024

Per 1 juli van dit jaar gaat het minimumloon opnieuw omhoog. Het minimumloon wordt doorgaans in januari en juli geïndexeerd aan de hand van de cao-lonen. Daarnaast stijgt per juli van dit jaar het minimumloon extra met 1,2% als gevolg van een aangenomen amendement vanuit de Tweede Kamer.

Let op! Hoeveel het minimumloon in totaal gaat stijgen, wordt dit voorjaar pas bekend.

Ook uitkeringen omhoog

Straatbeeld

Omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan de hoogte van het minimumloon, gaan deze ook omhoog. Dit betreft onder andere de AOW, de WW en de bijstand.

Tweede stijging in 2024

De stijging per 1 juli is de tweede stijging van dit jaar. Op 1 januari werd het minimumloon al geïndexeerd met 3,75%. Ook werd per die datum het minimumuurloon ingevoerd, gebaseerd op een werkweek van 36 uur. Werknemers met een minimumloon die contractueel al voor 1 januari 2024 meer dan 36 uren per week werkten, gaan er daarom per 1 januari van dit jaar extra op vooruit.

Door |2024-01-24T12:07:30+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon stijgt opnieuw per 1 juli 2024

Bemiddelingskosten lijfrente aftrekbaar?

Als een afgesloten lijfrentecontract tot uitkering komt en moet worden omgezet in een direct ingaande lijfrente, kan hiervoor een deskundige worden ingeschakeld. Wanneer zijn de kosten van een dergelijke deskundige aftrekbaar, en tot welk bedrag?

Lijfrente

Juridisch

Met het afsluiten van een lijfrente kun je zorgen voor extra inkomen, bijvoorbeeld als aanvulling op jouw pensioen of AOW. De voor de lijfrente betaalde premies zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Daar staat tegenover dat de uitkeringen te zijner tijd belast zijn.

Kosten deskundige

Als een afgesloten lijfrentecontract moet worden omgezet in een direct ingaande lijfrente, is het soms noodzakelijk of gewenst hiervoor een deskundige in te schakelen. De Belastingdienst heeft onlangs bekendgemaakt wanneer de kosten van een deskundige aftrekbaar zijn en tot welk bedrag.

Doel

Voorwaarde is dat de bemiddelingskosten moeten worden gemaakt met het doel uitkeringen uit een bestaand lijfrentecontract te verwerven. Er moet bijvoorbeeld schriftelijk worden aangetoond dat de ontvanger van de uitkeringen nog in leven is. De kosten van een dergelijke deskundige zijn aftrekbaar tot een bedrag van € 250.

Geen deskundige?

Indien degene die de lijfrente gaat ontvangen zelf in staat is om e.a. te regelen omtrent de lijfrente, mag dat uiteraard ook. Een financiële instelling, zoals een verzekeraar of bank, is dan wel verplicht een kennis- en ervaringstoets af te nemen bij de klant, zodat men weet dat de klant snapt en zich realiseert wat het product inhoudt en wat de risico’s en voor- en nadelen zijn.

Het is echter niet van belang of er een kennis- en ervaringstoets beschikbaar is en of de kosten van een deskundige dus voorkomen hadden kunnen worden. Ook dan zijn de bemiddelingskosten van een professional gewoon aftrekbaar tot genoemd maximum.

Let op! Bemiddelingskosten om een uitgestelde lijfrente af te sluiten, zijn niet aftrekbaar.

Door |2024-01-24T12:02:51+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bemiddelingskosten lijfrente aftrekbaar?

Voorwaarden hypotheekrenteaftrek in between twee huizen

In de inkomstenbelasting kan volgens de zogenaamde ‘verhuisregeling’ onder voorwaarden ook de hypotheekrente worden afgetrokken van een woning die na verhuizing leegstaat voor de verkoop. Geldt dit ook als de lege woning na verhuizing niet direct wordt aangeboden voor de verkoop?

Verhuisregeling

Woning

Volgens de verhuisregeling kan de hypotheekrente van een leegstaande woning die wordt aangeboden voor de verkoop onder voorwaarden in aftrek worden gebracht op jouw inkomstenbelasting. De woning moet dan in het betreffende kalenderjaar, of moet in één van de drie voorgaande kalenderjaren, aangemerkt kunnen worden als eigen woning waarvoor hypotheekrente in aftrek kon worden gebracht. Je mag de woning niet verhuren.

Door deze regeling kan bij verhuizing tijdelijk voor twee woningen hypotheekrente in aftrek worden gebracht.

Niet direct bestemd voor verkoop

De vraag is of de regeling ook kan worden toegepast als een woning niet direct wordt aangeboden voor de verkoop. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat de verhuisregeling pas in kan gaan  vanaf het moment waarop de woning wordt aangeboden voor de verkoop. De aftrek van de hypotheekrente is dus nog slechts mogelijk voor het restant van de periode waarover de verhuisregeling maximaal kan worden toegepast.

Let op! Verlaat je jouw woning en biedt je deze bijvoorbeeld pas na een half jaar aan voor de verkoop, dan wordt de periode van de verhuisregeling dus ook met een half jaar verkort.

Bewijslast ligt bij u

De bewijslast voor het feit dat een woning beschikbaar is voor de verkoop, ligt bij de belastingplichtige. Je moet dus bijvoorbeeld via een makelaar of advertenties aannemelijk kunnen maken dat de woning bestemd is voor de verkoop.

Door |2024-01-24T11:58:11+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden hypotheekrenteaftrek in between twee huizen

Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting

Een werkgever kan gebruikmaken van de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling. Dat is algemeen bekend. Minder bekend is echter dat een inwoner van Nederland die werkt voor een werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, in zijn aangifte inkomstenbelasting de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in aftrek kan brengen.

Vrije ruimte en gerichte vrijstellingen werkkostenregeling

Rekenen

Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen geven door deze ten laste te brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Voor sommige vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gelden ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht is vrijgesteld, is het onder voorwaarden onbelast en hoeft dit niet ten laste van de vrije ruimte te komen, bijvoorbeeld de gerichte vrijstelling van € 0,23 per zakelijke kilometer.

Vrije ruimte in de inkomstenbelasting

In de inkomstenbelasting is een met de loonbelasting vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. Doel van deze bepaling is om inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever.

De Hoge Raad oordeelde in 2022 al dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting. Deze werknemers kunnen in 2024 in principe zonder nadere voorwaarden 1,92% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon aftrekken in de inkomstenbelasting. Dit geldt tot een brutoloon van maximaal € 400.000, daarboven is het 1,18%.

Let op! Dit kan niet als de buitenlandse werkgever in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting. Dan gelden namelijk gewoon de regels die ook voor Nederlandse werkgevers gelden.

Gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting

Twee gerechtshoven en een A-G oordeelden over de vraag of een inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst vindt dat dit, ondanks het oordeel van de Hoge Raad over de vrije ruimte, niet mag. De twee gerechtshoven en de A-G vinden dat dit wel mag.

Let op! Aftrek van zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, kan niet zonder meer. Er moet namelijk wel aannemelijk zijn dat de zakelijke kosten gemaakt zijn, en door de werkgever aangewezen zouden zijn als gerichte vrijstelling in de situatie dat deze werkgever wel inhoudingsplichtig voor de loonbelasting in Nederland was. Verder moet getoetst worden of de zakelijke kosten binnen de voorwaarden en grensbedragen van de gerichte vrijstellingen blijven. Het moet ook gaan om kosten waarbij het zakelijke karakter overheerst. 

Laatste woord aan de Hoge Raad

Het laatste woord of ook aftrek van kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt mogelijk is in de inkomstenbelasting, is aan de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel van de gerechtshoven en het advies van de A-G volgt, kan een inwoner van Nederland met een niet-inhoudingsplichtige buitenlandse werkgever in de aangifte inkomstenbelasting, onder voorwaarden, ook een beroep doen op gerichte vrijstellingen.

Door |2024-01-19T15:04:33+01:0019 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting