MKB Nieuws

Btw bij verhuur congres- vergader- en tentoonstellingsruimte

Verhuur van congres-, vergader- en tentoonstellingsruimten kan onder voorwaarden btw-belast, zonder dat de verhuurder en huurder hiervoor uitdrukkelijk kiezen. De staatssecretaris heeft een van de voorwaarden hiervoor verduidelijkt.

Btw-vrijgesteld of btw-belast?

Horeca

De verhuur van een (deel van een) onroerende zaak is in beginsel btw-vrijgesteld. In bepaalde situaties kunnen verhuurder en huurder, onder voorwaarden, echter samen uitdrukkelijk kiezen voor btw-belaste verhuur. Dit is, zeker voor de verhuurder, vaak gewenst omdat de verhuurder dan de btw over aankoop en onderhoud van de onroerende zaak in aftrek kan brengen.

Congres-, vergader- en tentoonstellingsruimte

Kiezen voor btw-belaste verhuur is alleen mogelijk als de huurder de onroerende zaak voor minimaal 90% (of 70% in bepaalde situaties) gebruikt voor btw-belaste handelingen. Bij verhuur van congres-, vergader- en tentoonstellingsruimte is vaak sprake van kortdurende verhuur aan veel, en telkens andere huurders. Voor de verhuurder is het dan praktisch niet goed werkbaar om voor elke huurder na te gaan of die wel voldoet aan de voorwaarden om te kiezen voor btw-belaste verhuur.

Goedkeuring btw-belast verhuren zonder keuze

Om die reden is er al langer een goedkeuring van de staatssecretaris om congres-, vergader- en tentoonstellingsruimten te verhuren met btw, zonder dat verhuurder en huurder hier samen expliciet voor kiezen.

Let op! Als gebruik wordt gemaakt van de goedkeuring hoeft de verhuurder dus niet na te gaan of de huurder het gehuurde gebruikt voor minimaal 90% (of 70%) voor btw-belaste handelingen. De goedkeuring kan dus ook worden toegepast als de huurder het gehuurde voor minder dan 90% (of 70%) voor btw-belaste handelingen gebruikt.

Voorwaarden goedkeuring

Voorwaarde voor de goedkeuring is dat de huurder de gehuurde ruimte alleen als congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte gebruikt. Een ander gebruik is dus niet toegestaan. Verder moet de verhuurder expliciet aan de huurder kenbaar maken dat de verhuur met btw belast is. Dit kan bijvoorbeeld door dit te melden op de prijslijst of in de huurovereenkomst. Tot slot geldt als voorwaarde dat de huurder de ruimte voor maximaal één maand huurt.

Let op! De staatssecretaris heeft onlangs verduidelijkt dat het bij maximaal één maand niet gaat om de looptijd van de huurovereenkomst, maar om de daadwerkelijk duur van de huur.

Huurt een huurder bijvoorbeeld drie jaar lang ieder week voor één dag een vergaderruimte, dan duurt de huurovereenkomst wel langer dan één maand, maar de daadwerkelijke huur niet. De goedkeuring kan dan dus worden toegepast.

Niet voldaan aan voorwaarden?

Wordt niet voldaan aan de voorwaarden, dan kan de goedkeuring niet worden toegepast. Huurder en verhuurder kunnen dan wel gebruikmaken van de wettelijke mogelijkheid om uitdrukkelijk te kiezen voor btw-belaste verhuur. Uiteraard moet dan wel aan de voorwaarden worden voldaan.

Tip! De ruimte die verhuurd wordt, hoeft niet uitsluitend een congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte te zijn. Het gaat erom dat de huurder de betreffende ruimte uitsluitend als congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte gebruikt. Zo kan een hotel, café of restaurant ook van de goedkeuring gebruikmaken als zij een ruimte verhuren aan een huurder die deze alleen als bijvoorbeeld vergaderruimte gebruikt. Uiteraard moet dan wel ook aan de andere voorwaarden van de goedkeuring voldaan worden.

Door |2024-02-08T14:36:32+01:008 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw bij verhuur congres- vergader- en tentoonstellingsruimte

Mag je de chauffeurskaart voor jouw werknemer vergoeden?

Voor een bestuurder van een taxi is een chauffeurskaart verplicht. Kan een werkgever zonder meer de kosten voor zo’n kaart voor zijn werknemers betalen of onbelast aan hen vergoeden?

Chauffeurskaart

Taxi

Een chauffeurskaart is een kaart waarmee een boordcomputer de identiteit van de bestuurder van een taxi kan vaststellen. Op de kaart kunnen ook gegevens opgeslagen worden. Je kunt denken aan gegevens als het kenteken en de kilometerstand van de auto, de arbeids- en rusttijden van de bestuurder, gegevens met betrekking tot de taxivergunning en allerlei gegevens met betrekking tot de taxiritten. Voor iedere bestuurder van een auto die wordt ingezet voor taxivervoer, is zo’n chauffeurskaart verplicht.

Aanvragen chauffeurskaart

De chauffeurskaart kan alleen door de bestuurder worden aangevraagd bij het Kiwa Register. De bestuurder moet bij de aanvraag onder meer de volgende documenten overleggen:

  • een verklaring omtrent het gedrag voor het besturen van een taxi (hierna VOG), en
  • een geneeskundige verklaring voor het besturen van een taxi.

VOG gericht vrijgesteld

Aan het aanvragen van een VOG zijn kosten verbonden. Voor de vergoeding van het aanvragen van een VOG geldt een gerichte vrijstelling. Je kunt deze kosten daarom onbelast aan jouw werknemer vergoeden. Hiervoor hoeft dus niet de vrije ruimte te worden gebruikt.

Geneeskundige verklaring niet gericht vrijgesteld

Aan een geneeskundige verklaring zijn ook kosten verbonden. De Belastingdienst is van oordeel dat voor de vergoeding van deze kosten geen gerichte vrijstelling kan worden toegepast. Je kunt deze kosten daarom niet zonder meer onbelast vergoeden aan jouw werknemer.

Geneeskundige verklaring in vrije ruimte

Je kunt er wel voor kiezen om de vergoeding aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte. Voor de werknemer is de vergoeding dan onbelast. Je betaalt hierover ook geen belasting als jouw totaal aan aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar binnen de vrije ruimte blijven. Wordt de vrije ruimte overschreden, dan bedraagt de belasting ten laste van jou als werkgever 80% van deze overschrijding.

Let op! De vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% tot een fiscale loonsom van € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Door |2024-02-08T14:34:23+01:008 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Mag je de chauffeurskaart voor jouw werknemer vergoeden?

Voorstel aanpassingen nieuw box 3-stelsel en percentages box 3 2023

De staatssecretaris heeft een aantal aanpassingen in het voorstel voor een nieuw box 3-stelsel bekendgemaakt. Daarnaast maakte hij ook de forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden in 2023 en voor overige bezittingen in 2025 bekend.

Voorstel nieuw box 3-stelsel

Euro

Het is de bedoeling dat vanaf 2027 een nieuw box 3-stelsel geldt op basis van het werkelijke rendement. In oktober 2023 kon iedereen die dat wilde nog reageren op een voorstel van het demissionaire kabinet voor een nieuw box 3-stelsel. Mede naar aanleiding van de vele reacties op dit voorstel is een aantal aanpassingen gedaan.

Aanpassing: eerste woning

In het eerste voorstel voor een nieuw box 3-stelsel kreeg de eerste woning in box 3 nog een afwijkende behandeling met een apart forfait. Deze afwijkende behandeling vervalt, waardoor ook de eerste woning, net als alle andere onroerende zaken, straks onder de vermogenswinstbelasting valt.

Let op! Voor het eigen gebruik van een onroerende zaak is nog wel een forfait opgenomen. Dit forfait bepaalt het voordeel dat een belastingplichtige heeft door het eigen gebruik van de onroerende zaak.

Tip! De eigen woning blijft in het voorstel, net als nu, in box 1.

Aanpassing: verliesverrekening

Aanvankelijk dacht men nog na over de mogelijkheid om verliezen in box 3 ook te kunnen verrekenen met het verleden. Die mogelijkheid komt niet in het aangepaste voorstel, zodat verliesverrekening alleen mogelijk is met toekomstige jaren. Die verliesverrekening is wel onbeperkt mogelijk.

Aanpassing: al in bezit zijnde onroerende zaken en aandelen

In het eerste voorstel was vergeten om een zogenaamde step-up op te nemen voor onroerende zaken en aandelen in een familie- of startende onderneming die op 1 januari 2027 al in bezit zijn van een belastingplichtige. Dit zou betekenen dat vermogensmutaties die zich voordoen vóór 1 januari 2027 belast zouden worden vanaf 2027. Om dit te voorkomen worden in het aangepaste voorstel onroerende zaken en aandelen in een familie- of startende onderneming die op 1 januari 2027 al in bezit zijn van een belastingplichtige op die datum gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer.

Let op! Voor woningen in box 3 geldt op 1 januari 2027 niet de waarde in het economische verkeer maar de WOZ-waarde.

Overige aanpassingen

De prijs voor het kopen van een genotsrecht (bijvoorbeeld recht op toekomstige rente of dividend) is in het aangepaste voorstel niet in één keer aftrekbaar in het jaar van vestigen van het genotsrecht. In plaats daarvan wordt de prijs in gedeelten in aftrek gebracht in de jaren waarin het genotsrecht bestaat. Ook worden koerswinsten of -verliezen van banktegoeden in vreemde valuta, in tegenstelling tot het eerdere voorstel, toch belast.

Nog niet definitief!

Het voorstel tot een nieuw box 3-stelsel is, ook na de hiervoor genoemde aanpassingen, nog zeker niet definitief. Het is aan de nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe kabinet hoe het nieuwe box 3-stelsel vormgegeven gaat worden. Om de streefdatum van 1 januari 2027 te halen, is het wel nodig dat uiterlijk in de zomer 2024 een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, aldus de staatssecretaris.

Forfaitaire rendementspercentages 2023-2025

Tegelijkertijd met de aanpassingen maakte de staatssecretaris ook de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2023 en het definitieve forfaitaire rendementspercentages voor overige bezittingen voor 2025 bekend. Ook de percentages waarmee in 2024 bij het berekenen van de voorlopige aanslagen 2024 gerekend wordt voor banktegoeden en schulden zijn bekend. U vindt ze in de hierna volgende tabel.

 2023  2024  2025
 Banktegoeden  0,92%  voorlopig 1,03%  nog niet bekend
 Overige bezittingen  6,17%  6,04%  5,88%
 Schulden  2,46%  voorlopig 2,47%  nog niet bekend

Let op! De definitieve vaststelling van de forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2024 kan pas begin 2025 plaatsvinden.

Door |2024-02-02T12:48:19+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorstel aanpassingen nieuw box 3-stelsel en percentages box 3 2023

Sjoemelen met urenregistratie reden voor ontslag op staande voet?

Een werknemer was voorwaardelijk op staande voet ontslagen omdat hij zich schuldig had gemaakt aan fraude met de urenregistratie. Om de werknemer tegemoet te komen was hem als alternatief een beëindigingsovereenkomst aangeboden met uitbetaling van vier bruto maandsalarissen inclusief vakantiebijslag. De werknemer ging hier niet mee akkoord en ging procederen.

Casus

Juridisch

De werknemer was werkzaam als manager arbeid en stuurde een grote groep, voornamelijk uitzendkrachten, aan. De werkgever hanteert een aan- en afmeldsysteem om de werktijden te registreren. Op basis van de registratie wordt het loon aan de arbeidskrachten betaald. De werknemer moest er onder meer op toezien dat deze registratie correct was. De werkgever kwam er vervolgens achter dat de werknemer zijn eigen uren niet correct had geregistreerd, wat voor de werkgever reden vormde hem op staande voet te ontslaan.

Procedure

De werknemer voerde aan dat het ontslag niet onverwijld was gegeven. De rechter gaf aan dat het moment waarop de werkgever feitelijk op de hoogte was bepalend is en niet het moment waarop de werknemer op de hoogte kon zijn van het vergrijp. De werkgever had voldoende voortvarend gehandeld door direct na zijn vermoeden camera’s op te hangen en de werknemer vervolgens te confronteren met zijn bevindingen.

Camera’s waren gerechtvaardigd

Er is geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijs omdat de werkgever een gerechtvaardigd belang had bij het ophangen van de camera’s. Hij had immers niet op een andere wijze kunnen achterhalen of de werknemer de urenregistratie wel correct deed. Bovendien is de werkgever niet disproportioneel te werk gegaan. Hij heeft slechts gedurende een beperkte periode camera’s opgehangen op plekken die nodig waren voor het onderzoek.

Bedrijfsreglement

De werknemer had het bedrijfsreglement voor akkoord ondertekend,  hij wist derhalve wat de regels waren voor het aan- en afmelden. Verder hecht de rechter er belang aan dat het hier om een leidinggevende ging die geacht wordt een voorbeeldfunctie te vervullen.

Ontslag op staande voet terecht

Alles bij elkaar opgeteld maakte dat het ontslag op staande voet, ondanks de persoonlijke omstandigheden zoals de lange en goede staat van dienst van de werknemer, ook in hoger beroep in stand blijft.

Door |2024-02-02T12:46:43+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Sjoemelen met urenregistratie reden voor ontslag op staande voet?

Profiteer nog dit jaar van vrijstelling bpm bestelauto

Ondernemers die een nieuwe bestelauto willen aanschaffen, kunnen alleen in 2024 nog profiteren van de vrijstelling voor de bpm. Deze vrijstelling wordt namelijk per 1 januari 2025 afgeschaft.

Bpm (Belasting van personenauto’s en motorrijwielen)

Bedrijfswagen

De bpm is een belasting op personenauto’s en motoren, maar geldt onder voorwaarden ook voor bestelauto’s. De bpm wordt geheven bij aankoop van een nieuw voertuig. Ondernemers die aannemelijk kunnen maken dat ze de bestelauto minstens 10% zakelijk gebruiken, hebben een vrijstelling voor de bpm. Een kilometeradministratie is daarvoor niet vereist.

Afschaffen per 2025

De overheid heeft besloten dat de vrijstelling van bpm op de aanschaf van nieuwe bestelauto’s per 1 januari 2025 wordt afgeschaft. Deze bestelauto’s worden daardoor voor ondernemers een stuk duurder. Zo rust bijvoorbeeld op een bestelauto op diesel met een catalogusprijs excl. btw van € 55.000 ruim € 15.000 bpm. Hoeveel de bpm volgend jaar wordt, is afhankelijk van de CO2-uitstoot.

Elektrisch alternatief?

Ondernemers kunnen nog in 2024 een bestelauto kopen zonder bpm. Als alternatief kan er ook een elektrische bestelauto aangeschaft worden. Daarvoor betaalt men in 2024 ook geen bpm en vanaf 2025 een vast bedrag van € 360. Dit bedrag stijgt jaarlijks mee met de inflatie.

Subsidies elektrische bestelauto

Besluit u nog dit jaar een nieuwe elektrische bestelauto te kopen, dan heeft u onder voorwaarden ook nog recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA) en op de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). De MIA bedraagt dit jaar nog 27% van het investeringsbedrag minus € 20.000. Vorig jaar was dit nog 45% minus € 11.000. De MIA is dus al flink verminderd en het is nog maar de vraag of deze in 2025 voor elektrische bestelauto’s nog zal bestaan. De SEBA bedraagt maximaal 12% van de catalogusprijs met een maximum van € 5.000.

Tip! Je bent waarschijnlijk niet de enige ondernemer die in 2024 nog een bestelauto zonder bpm wil aanschaffen. Wacht hiermee dus niet te lang.

Door |2024-02-02T12:44:56+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Profiteer nog dit jaar van vrijstelling bpm bestelauto

Tijdelijk Noodfonds Energie geopend

Huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening kunnen ook in 2024 weer subsidie aanvragen via het Tijdelijk Noodfonds Energie. Het Noodfonds vergoedt de energiekosten voor zover deze uitkomen boven het deel van de kosten dat zelf betaald moet worden. Dit deel is inkomensafhankelijk.

Hoeveel steun?

Euro

Huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen een tegemoetkoming in de energiekosten krijgen als zij minstens 8% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Voor huishoudens met een inkomen tot 200% van het sociaal minimum geldt de eis dat zij minstens 10% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Het Noodfonds betaalt de kosten van energie die genoemde bedragen te boven gaan.

Subsidie verruimd

Ten opzichte van vorig jaar is de subsidie verruimd. Toen moesten huishoudens met een inkomen tot een sociaal minimum van 130% nog 10% van de energierekening zelf betalen en huishoudens tot 200% van het sociaal minimum 13%.

Budget

Het totale beschikbare budget voor het Noodfonds bedraagt € 60 miljoen. De overheid draagt hieraan € 40 miljoen bij, de rest wordt gefinancierd door de energiebedrijven. Indien nodig kan dit budget in dezelfde verhouding nog met maximaal € 30 miljoen worden verhoogd.

Aanvragen

Aanvragen van subsidie uit het Tijdelijk Noodfonds Energie kan digitaal via een speciale site.

Let op! Aanvragen kan tot en met 31 maart 2024.

Door |2024-02-02T12:41:32+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tijdelijk Noodfonds Energie geopend

Normen verpachte landbouwgrond voor 2023 bekendgemaakt

Personen die landbouwgrond verpachten, moeten de waarde van deze grond aangeven in box 3. De Belastingdienst publiceert jaarlijks de cijfers inzake de waardering van landbouwgrond. Deze cijfers liggen ook ten grondslag aan de waarde van verpachte grond.

Niet voor alle grondsoorten

Tractor

De cijfers hebben betrekking op verpacht grasland en akkerland, die ten behoeve van de landbouw worden gebruikt. De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals grond bestemd voor glastuinbouw, boomgaarden en grond bestemd voor wegen.

Verpachte grond

De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. Het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60 en maximaal 98% van de waarde in onverpachte staat.

Uiteenlopende waardes

De waarde van de grond verschilt per regio enorm. Zo bedraagt de normwaarde van een hectare grond op de Waddeneilanden € 38.500, terwijl deze in de Zuidelijke IJsselmeerpolders € 175.500 is. Voor de meeste gronden varieert de waarde rond de € 70.000 à € 80.000 per hectare.

Heffing box 3

Verpachte gronden moet voor de belastingheffing in box 3 aangemerkt worden als beleggingen/andere bezittingen. Hiervoor wordt een rendement verondersteld dat voor 2024 6,04% bedraagt. Over dit veronderstelde rendement betaalt u 36% belasting.

Lagere waarde?

Ben je  van mening dat de waarde van uw grond lager is, dan kunt je hiervan afwijken. Je dient dan wel te onderbouwen waarom naar jouw mening de standaardwaardering op jouw grond niet van toepassing is.

Door |2024-02-02T12:40:24+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Normen verpachte landbouwgrond voor 2023 bekendgemaakt

Zakelijke boeterente hypothecaire lening bij eigen bv ook aftrekbaar?

Bij een daling van het rentepercentage bieden de meeste banken de kans om een bestaande hypothecaire lening te vervangen door een nieuwe lening tegen het lagere percentage. Er wordt dan wel zogenaamde boeterente in rekening gebracht. De Hoge Raad heeft onlangs bepaald dat deze boeterente ook aftrekbaar is als de lening is afgesloten bij de eigen bv, mits deze zakelijk is.

Boeterente

Juridisch

Boeterente wordt in rekening gebracht als een bestaande lening, voordat deze is afgelopen, wordt omgezet tegen een nieuwe lening met een lager rentepercentage. Boeterente is het nadeel dat de bank leidt omdat men over de resterende looptijd van de lening een lagere rente ontvangt. Ondanks de boeterente kan het oversluiten van een lening, meestal een hypothecaire lening, interessant zijn. Hiermee kan men voorkomen dat bij het aflopen van de eerdere lening er sprake is van een hogere rente en er dan tegen deze hogere rente een nieuwe lening afgesloten moet worden.

Ook bij eigen bv?

Onlangs moest de Hoge Raad oordelen over een situatie waarin een dga bij zijn eigen bv een hypothecaire lening had afgesloten ter financiering van zijn woning. De rente op de lening bedroeg 7,9%. De dga besloot na enige jaren de lening over te sluiten tegen een lager rentepercentage. De bv bracht daarop € 34.000 aan boeterente in rekening.

Boeterente zakelijk?

De Belastingdienst was van mening dat de boeterente niet aftrekbaar was en schrapte de aftrek. Hof Den Haag was het hiermee eens omdat de dga zelf over de leningsvoorwaarden kon beslissen. De Hoge Raad besliste echter anders. Volgens de Hoge Raad is ook boeterente die door de eigen bv in rekening is gebracht aftrekbaar, voor zover deze boeterente zakelijk is en dus niet teveel afwijkt van een vergelijkbare lening bij een bank.

Fiscaal voordeel irrelevant

De Hoge Raad oordeelde ook dat het behalen van een fiscaal voordeel in dit kader niet van belang is. De dga verwachtte een fiscaal voordeel te behalen omdat zijn inkomen zou dalen, zodat de aftrek van de rente in de toekomst netto minder zou opleveren. Ook speelde mee dat bekend werd dat de aftrek van hypotheekrente de erop volgende jaren zou worden beperkt.

Herfinanciering?

Deze zaak wordt verwezen, zodat een ander Hof kan onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is geweest van herfinanciering van de lening ten behoeve van een eigen woning. Dit was namelijk onduidelijk. Mocht dit zo zijn, aldus de Hoge Raad, dan is de boeterente aftrekbaar.

Door |2024-02-02T12:31:13+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zakelijke boeterente hypothecaire lening bij eigen bv ook aftrekbaar?

Gebruik auto van de zaak door meerdere werknemers, wat nu?

Als aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking wordt gesteld, geldt de bekende bijtellingsregeling. Maar wat nu als één auto aan meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld? Hoe zit het dan met de bijtelling?

Bijtellingsregeling

Auto

De bijtellingsregeling komt er in het kort op neer dat jaarlijks een percentage van de catalogusprijs van de auto als inkomen moet worden aangemerkt. Hierover betaalt de werknemer belasting. Het percentage wordt bepaald in het jaar van aankoop en geldt voor 60 maanden. Daarna geldt het dan geldende percentage.

Gebruik door meerdere werknemers

De bijtellingsregeling geldt voor het privégebruik dat een werknemer van de auto kan maken. De vraag is wat de regels zijn als de auto aan meerdere werknemers ter beschikking staat voor privégebruik. De Belastingdienst heeft onlangs aangegeven dat de bijtelling dan gebaseerd moet worden op de mate waarin de auto aan de werknemers ter beschikking is gesteld.

Voorbeeld 
Een auto staat ter beschikking aan twee werknemers die de auto ieder ook privé gebruiken. Staat de auto aan beide werknemers in gelijke mate ter beschikking, dan bedraagt de bijtelling bij beide werknemers 50% van de normale bijtelling. Betreft het een auto met een cataloguswaarde van bijvoorbeeld € 40.000 en een bijtelling van 22%, dan bedraagt de totale bijtelling € 8.800 per jaar. Per werknemer bedraagt de jaarlijkse bijtelling dan 50% x € 8.800 = € 4.400.

Door |2024-02-02T12:15:45+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Gebruik auto van de zaak door meerdere werknemers, wat nu?

Telt schuld ondernemerswoning mee voor excessief lenen bij bv?

Als dga mag je vanaf 2024 nog maar schulden tot een bedrag van maximaal € 500.000 hebben bij jouw eigen bv’s. Zijn jouw schulden hoger, dan betaal je hierover belasting in box 2. Leningen ten behoeve van de eigen woning tellen niet mee als schuld. Maar geldt dat ook als met deze lening een ondernemerswoning is gefinancierd?

Wet excessief lenen

Bedrijfspand

Sinds 2023 mag een dga, zonder belastingheffing, nog maar een beperkt bedrag lenen bij de eigen bv’s. In 2024 bedraagt dit beperkte bedrag € 500.000, in 2023 was dit nog € 700.000. Naast dit bedrag mag wel een schuld voor een eigen woning bestaan. Deze schuld telt dus niet mee ter bepaling van de maximale schulden bij de eigen bv’s.

Schuld ondernemerswoning

Onlangs kwam de vraag aan de orde of een schuld voor een ondernemerswoning ook is uitgezonderd ter bepaling van de maximale schulden. In de praktijk komt het voor dat een ondernemer in de inkomstenbelasting ook dga is in een bv. Wat nu als de ondernemer bij zijn eigen bv een schuld aangaat voor de aankoop van een ondernemerswoning voor zijn onderneming in de inkomstenbelasting?

Voorwaarden

Volgens een standpunt van de Belastingdienst is ook een dergelijke schuld uitgezonderd, mits die schuld voldoet aan de voorwaarden die gelden voor de aftrek van hypotheekrente voor een eigen woning. Hoewel de woning en de schuld aangemerkt dienen te worden als ondernemersvermogen, moet dus wel aan de eisen worden voldaan die gelden voor de aftrek van hypotheekrente inzake de eigen woning. Ook geldt de voorwaarde dat in beginsel een recht van hypotheek op de eigen woning moet zijn verstrekt aan de eigen bv.

Let op! De bepaling of de schulden het maximum overschrijden vindt voor het jaar 2024 pas plaats op 31 december 2024. Als niet voldaan wordt aan de voorwaarden die gelden voor aftrek van hypotheekrente ten behoeve van een eigen woning, kunnen de voorwaarden nog voor die datum worden aangepast. Op deze manier kan voorkomen worden dat door de schuld het maximum van € 500.000 wordt overschreden.

Door |2024-02-02T12:10:14+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Telt schuld ondernemerswoning mee voor excessief lenen bij bv?