MKB Nieuws

Nieuwe regels kinderarbeid: reeds van kracht!

Recentelijk zijn de regels voor kinderarbeid, dus voor kinderen jonger dan 18 jaar gewijzigd. Het gaat daarbij om het werken op niet-schooldagen, op zondag en in horecaruimtes. Deze regels zijn al per 18 november jl. van kracht.

Doel van de nieuwe regels

Sparen

Het doel van de nieuwe regels is het werken door kinderen veilig te houden. Daarnaast bieden de regels ze meer mogelijkheden om werkervaring op te doen in een bijbaan of vakantiebaan, zonder dat hun schoolwerk daaronder leidt.

Werktijden op niet-schooldagen

Jongeren van 13 en 14 jaar mogen op dagen dat ze niet naar school gaan, alsmede tijdens vakantieperiodes, tot 20.00 uur in plaats van tot 19.00 uur werken. Vanaf nu mogen zij op niet-schooldagen werken tot 20.00 uur in plaats van 19.00 uur.  Ook jongeren van 15 jaar mogen hun werkdag op niet-schooldagen voortaan afsluiten om 20.00 uur.

Werken op zondag? Zaterdag vrij

Voor 13- en 14-jarigen geldt dat ze maximaal op 5 van de 16 achtereenvolgende weken op zondag mogen werken. Werken ze op zondag, dan moet de zaterdag een vrije dag zijn.

Overleg is verplicht!

Er moet overleg worden gevoerd over de wijziging in de werktijden en/of het werken op zondag met het medezeggenschapsorgaan in de organisatie, dus met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging- of personeelsvergadering.

Let op! Daarnaast geldt dat ook de ouders/verzorgers moeten hebben ingestemd met de werktijden en het werken op zondag.

Verbod op werken in horecaruimtes tot 16 jaar

Tot slot geldt nog dat kinderen jonger dan 16 jaar niet mogen werken in een ruimte in bijvoorbeeld een café of restaurant zodra daar alcoholhoudende dranken (kunnen) worden geschonken. Hierdoor kan de Arbeidsinspectie beter toezicht houden op werken in dergelijke horecaruimtes. Kinderen onder de 16 jaar mogen wel werken in andere horecaruimtes, zoals in keukens en andere ruimtes zonder klantcontact.

Door |2024-11-27T16:06:54+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe regels kinderarbeid: reeds van kracht!

Toch nog giftenaftrek Vpb in 2025

De Tweede Kamer heef besloten dat de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting (Vpb) in 2025 toch blijft bestaan. De regeling ‘geven uit de vennootschap’ wordt per 2025 wel afgeschaft.

Giftenaftrek Vpb

Geld

Bedrijven waarvan de winst belast wordt met vennootschapsbelasting, zoals bv’s, kunnen giften aan een ANBI of aan een steunstichting SBBI nu en dus ook in 2025 nog in mindering brengen op de winst. Dit kan tot een bedrag van € 100.000. De aftrek kan niet meer bedragen dan 50% van de winst.

Het kabinet had op Prinsjesdag voorgesteld om deze giftenaftrek af te schaffen, maar de Tweede Kamer ging daar onlangs niet mee akkoord.

Geven uit de vennootschap wel afgeschaft

Het voorstel van het kabinet om de regeling ‘geven uit de vennootschap’ vanaf 1 januari 2025 af te schaffen, werd wel door de Tweede Kamer aangenomen. Deze regeling bestaat pas sinds 2024. Volgens deze regeling worden giften boven het maximaal aftrekbare bedrag niet aangemerkt als in box 2 te belasten voordelen en ook niet als met dividendbelasting te belasten opbrengsten.

Als de Eerste Kamer ook instemt met het Belastingplan 2025, geldt deze regeling vanaf 1 januari 2025 niet meer. Elke gift die de vennootschap doet aan een ANBI of steunstichting SBBI waarmee het maximaal aftrekbare bedrag wordt overschreden, wordt dan behandeld als een uitdeling door de vennootschap aan de aandeelhouder(s). Op deze uitdeling wordt dan dividendbelasting ingehouden én deze uitdeling wordt belast in box 2. In box 2 geldt in 2025, afhankelijk van de hoogte van het totaal aan dividenduitkeringen in een jaar, een tarief van 24,5% of 31%.

Tip! Ter zake van de gift kan de aandeelhouder in privé – onder voorwaarden – wel gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting (IB).

Giften in de IB

De giftenaftrek in de IB blijft bestaan. De Tweede Kamer breidde deze zelfs uit. Het plafond van de periodieke giftenaftrek in de IB wordt vanaf 2025 namelijk verruimd van € 250.000 naar € 1.500.000.

Sponsoring of reclame

Steunt uw vennootschap goede doelen door middel van sponsoring of reclame? Dan zijn deze kosten geen giften, maar zakelijke kosten en zijn, net als andere bedrijfskosten, aftrekbaar van de winst. Datzelfde geldt voor uitgaven die u doet in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Let op! Het behoud van de giftenaftrek in de Vpb, de afschaffing van de regeling ‘geven uit de vennootschap’ en de uitbreiding van het plafond van de periodieke giftenaftrek in de IB moeten nog worden goedgekeurd door de Eerste Kamer, en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-11-27T16:05:26+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Toch nog giftenaftrek Vpb in 2025

Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

Het maximumpremieloon en de percentages voor de premie Zvw voor 2025 zijn bekend. Hoewel de percentages dalen ten opzichte van 2024, levert dit niet altijd een besparing op vanwege de stijging van het maximumpremieloon.

Maximumpremieloon

Kantoor

Het maximumpremieloon is het maximale loon waarover premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. In 2024 steeg dit maximumpremieloon al flink van € 66.956 in 2023 naar € 71.628 in 2024.

Ook in 2025 krijgen werkgevers een flinke stijging voor de kiezen. Het maximumpremieloon bedraagt in 2025 namelijk € 75.864. Deze stijging betekent dat werkgevers voor werknemers met een premieloon vanaf € 71.628 volgend jaar mogelijk meer premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn.

Premies Zvw

De premie Zvw wordt in de meeste gevallen door de werkgever betaalt. Het percentage dat werkgevers in 2024 over het loon van de werknemer verschuldigd is, bedraagt in 2024 6,57%. In 2025 daalt dit percentage naar 6,51%.

Er zijn ook gevallen waarin de werkgever niet de premie Zvw betaalt, maar waar de verzekeringsplichtige zelf de premie Zvw betaalt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dga’s die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het percentage dat de verzekeringsplichtige in 2024 over zijn bijdrage-inkomen verschuldigd is, bedraagt in 2024 5,32%. Ook dit percentage daalt in 2025 en wel naar 5,26%.

Stijging maximale premie Zvw

Het maximale bijdrageloon is gelijk aan het maximumpremieloon. Dit betekent dat in 2024 tot maximaal € 71.628 premie Zvw verschuldigd is, in 2025 tot maximaal € 75.864. Ondanks de daling van de premiepercentages Zvw kan daarom toch meer premie Zvw verschuldigd zijn.

Bedraagt de maximale door de werkgever verschuldigde premie in 2024 nog € 4.705, bedraagt deze in 2025 namelijk € 4.938. De maximale door de verzekeringsplichtige verschuldigde premie bedraagt in 2024 nog € 3.810, terwijl deze in 2025 € 3.990 bedraagt.

Door |2024-11-27T16:04:07+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

Overwerktoeslag ook voor parttimers

Hebben parttimers die extra uren werken boven hun parttime contract, ook recht op een toeslag over die extra gewerkte uren, als werknemers die fulltime werken ook een dergelijke overwerktoeslag krijgen? Hier is het Europese Hof van Justitie onlangs nader op ingegaan.

Parttime of fulltime

Juridisch

Het betreft hier dus de vraag of sprake is van gelijke behandeling van fulltimers en parttimers. In deze zaak heeft het Hof van Justitie EU geoordeeld dat over al het overwerk de toeslag moet worden betaald als een fulltimer die ook krijgt.

Wat speelde er?

Het ging in deze zaak om verpleegkundigen in Duitsland werkzaam bij een medisch laboratorium.  De normale wekelijkse arbeidstijd van een voltijds werknemer bedroeg gemiddeld 38,5 uur per week. Op grond van de toepasselijke cao gold een toeslag van 30% voor overuren, maar alleen voor uren buiten de arbeidstijd per kalendermaand van een voltijds werknemer.
Twee verpleegkundigen die in deeltijd werkten vonden dat ook zij recht hadden op die toeslag, waar het ging om de uren die zij buiten de in hun arbeidsovereenkomsten overeengekomen arbeidsduur werkten tot aan de grens van 38,5 uur. De praktijk was dat dergelijke uren betaald werden als ‘gewone uren’.

Let op! Een dergelijke bepaling is ook in Nederlandse cao’s niet ongebruikelijk,  Dit houdt in dat de uitkomst dus relevant is voor de Nederlandse praktijk en voor de cao-onderhandelingstafel.

Ongelijke behandeling?

In het arrest van 29 juli 2024 kwam de vraag of er sprake was van ongelijke behandeling tussen mannen en vrouwen. De vraag die beantwoord moest worden was of het feit dat vrouwen vaker dan mannen in deeltijd werken, en dus de opgedragen werkuren die vallen buiten de overeengekomen arbeidsduur, minder goed beloond worden dan mannen (die vaker voltijd werken), leidde tot verboden onderscheid op grond van geslacht. Ook stelden de verwijzende rechters het Europese Hof de vraag of de regeling in strijd was met de Deeltijdrichtlijn. Mogelijk werden de verpleegkundigen als deeltijders minder gunstig behandeld dan voltijdwerkers.

Overwerktoeslag

Het HvJ EU overwoog onder meer dat de regeling de werkgever zou kunnen aanmoedigen om overuren juist op te leggen aan deeltijdwerkers in plaats van voltijdwerkers, omdat ze in ieder geval over een deel van de extra uren geen toeslag hoefden te betalen.
Er was volgens het HvJ EU geen sprake van een nadeel voor voltijdwerkers. Immers, als extra uren meteen als overuren gaan gelden, worden voltijdwerkers en deeltijdwerkers op dezelfde wijze behandeld.

Het komt er dus op neer dat de afgesproken arbeidsduur als maatstaf én uitgangspunt moet gelden. Het HvJ EU acht het verschil in beloning van uren buiten de afgesproken arbeidsduur in strijd met de Deeltijdrichtlijn.

Let op! Het risico bestaat dat deeltijders op basis van deze rechtspraak mogelijk met een loonvordering tot vijf jaar terug kunnen komen.

Tip! Check de cao of de arbeidsvoorwaarden die gelden binnen uw bedrijf. Een bepaling die regelt dat overwerktoeslag alleen hoeft te worden betaald over de uren boven fulltime, is mogelijk niet geldig. Het risico bestaat immers dat ook aan de parttimers die meer uren werken dan hun contractuele uren in afwijking van de cao de overwerktoeslag moet worden uitbetaald.

Door |2024-11-27T16:12:24+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overwerktoeslag ook voor parttimers

Deadline 29 november aanvraag subsidie praktijkleren derde leerweg

Werkgevers kunnen nog tot 29 november 2024 17.00 uur de subsidie praktijkleren in de derde leerweg aanvragen. Wat zijn de voorwaarden, voor wie kun je de subsidie aanvragen en waar kun je hiervoor terecht?

Praktijkleerplaats

Bouw

Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet een erkend leerbedrijf een praktijkplaats verzorgen voor een mbo-student in de derde leerweg (overige onderwijs (ovo) of overige opleidingen deeltijd (odt). De student moet een werkzoekende zijn of betaalde arbeid verrichten en tijdens de aanvraagperiode staan ingeschreven in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van DUO. Voor werkzoekenden moet de opleiding gestart zijn in de periode van 1 januari 2021 tot en met december 2024, voor werkenden op of na 1 augustus 2023.

Let op! Deze subsidie is niet voor mbo-studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol) en beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor deze studenten kan de werkgever mogelijk wel in aanmerking komen voor de subsidieregeling praktijkleren.

Voorwaarden subsidie

Het erkende leerbedrijf moet de subsidie aanvragen binnen een jaar na afloop van de praktijkleerplaats. De subsidie wordt maximaal verstrekt over een periode van 52 aaneengesloten weken, waarvan er maximaal 40 voor subsidie in aanmerking komen.

Er gelden nog meer voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Kijk hier voor alle voorwaarden.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 2.700 per praktijkplaats. Zijn er meer aanvragen dan het beschikbar budget van € 4.000.000, dan wordt het budget verdeeld over de aanvragen. Hierdoor kan de subsidie lager zijn dan € 2.700 per praktijkplaats.

Aanvragen

Aanvragen gaat digitaal bij RVO.nl. Hiervoor is eHerkenning nodig op niveau eH3. Binnen 13 weken na 29 november 2024 besluit het ministerie van SZW gelijktijdig over alle aanvragen. Ontvang je een positieve beslissing, dan ontvangt je binnen 2 weken de subsidie op jouw bankrekening.

Door |2024-11-22T15:20:50+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Deadline 29 november aanvraag subsidie praktijkleren derde leerweg

Beleg nog twee jaar groen in box 3

Wil je jouw box 3-vermogen verlagen, denk dan ook eens aan groene beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3. Let wel op want er zijn wijzigingen op komst. Als de Eerste Kamer akkoord gaat, wordt de vrijstelling per 2025 echter sterk verlaagd en wordt per 2027 afgeschaft.

Vrijstelling groene beleggingen

Windmolen

Bedroeg deze vrijstelling per 1 januari 2024 nog maximaal € 71.251, per 1 januari 2025 bedraagt deze nog maar € 26.000 (vóór indexatie). Oorspronkelijk zou dit € 30.000 zijn, maar de Tweede Kamer heeft besloten dat dit nog verder verlaagd wordt naar € 26.000 (vóór indexatie) per 1 januari 2025.

Heb je een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor jou en jouw partner gezamenlijk het dubbele, per 1 januari 2025 dus € 52.000 (vóór indexatie).

Minderjarig kind

Ook een minderjarig kind heeft zelfstandig recht op deze vrijstelling. Het minderjarige kind moet daarvoor wel zelf aangifte inkomstenbelasting doen. Bezit uw kind meer aan groene beleggingen dan de vrijstelling, dan moet je dit meerdere aangeven in jouw eigen aangifte. Voor dit deel bestaat dan geen vrijstelling meer.

Extra heffingskorting

Naast de vrijstelling in box 3 heb je in 2024 ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het op 1 januari vrijgestelde bedrag in box 3. Ook deze heffingskorting wordt verlaagd en wel naar 0,1% met ingang van 2025.

Let op! De Tweede Kamer heeft ook besloten dat de vrijstelling voor groene beleggingen en de heffingskorting voor groene beleggingen met ingang van 1 januari 2027 helemaal vervalt. Je kunt dus alleen nog in 2025 en 2026 gebruikmaken van de vrijstelling en de heffingskorting.

Je mag de vrijstelling voor groene spaartegoeden en beleggingen overigens eerst toerekenen aan de groene beleggingen en daarna aan de groene spaartegoeden. Dat scheelt weer nu er voor beleggingen een hoger forfait geldt dan voor spaartegoeden.

Let op! De vrijstelling geldt niet voor de vermogenstoets in de toeslagen. Groene beleggingen tellen dus voor de toeslagen volledig mee als vermogen.

Door |2024-11-22T15:16:35+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Beleg nog twee jaar groen in box 3

Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling 2025

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2025 een amendement aangenomen om de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, per 2025 te verhogen. Per 2027 gaat de vrije ruimte nog eens omhoog.

Vrije ruimte 2024

Portemonnee

De WKR kent momenteel een vrije ruimte van 1,92% van de loonsom tot € 400.000. Is de loonsom hoger, dan bedraagt de vrije ruimte over het meerdere 1,18%.

Let op! Bij overschrijding van de vrije ruimte vindt er een eindheffing plaats van 80%.

Nieuw voorstel

In het amendement wordt voorgesteld de vrije ruimte van de loonsom tot € 400.000 per 2025 te verhogen naar 2% en per 2027 verder te verhogen naar 2,16%. De vrije ruimte van 1,18% over het meerdere van de loonsom boven € 400.000 blijft ongewijzigd.

Ook voor de dga

De WKR geldt voor alle werknemers, dus ook voor de directeur-grootaandeelhouder. Deze is immers ook een werknemer van de betreffende bv.

Let op! De Eerste Kamer moet het gewijzigde wetsvoorstel voor de verhoging van de WKR nog goedkeuren. Dit is dus nog niet definitief.

Door |2024-11-22T09:21:27+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling 2025

Verzoek uiterlijk 3 december om de KOR in of uit te gaan

De termijnen om de KOR op te zeggen en weer gebruik te maken van de KOR wijzigen met ingang van 1 januari 2025. Om daarvan meteen met ingang van 1 januari 2025 gebruik te kunnen maken, moet je uiterlijk 3 december 2024 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

KOR

EU

De kleine ondernemersregeling, ook wel bekend als de KOR, houdt in dat een in Nederland gevestigde btw-ondernemer gebruik kan maken van een vrijstelling. Als de omzet per jaar niet hoger is dan € 20.000, hoeft de ondernemer geen btw te berekenen over zijn omzet.

Verzoek KOR

Om de KOR te kunnen toepassen, moet een ondernemer zich tijdig vooraf bij de Belastingdienst melden. Tijdig wil zeggen uiterlijk vier weken voorafgaand van het tijdvak waarin de ondernemer de vrijstelling wil toepassen.

Let op! Ben je nog niet aangemeld voor de KOR, maar wil je vanaf 1 januari 2025 de KOR toepassen, dan moet je je dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Tip! Ben je niet verplicht om jouw onderneming in te schrijven bij de KVK en bedraagt jou jaaromzet maximaal € 1.800, dan is aanmelding voor de KOR niet nodig. Let op: vanaf 2025 gaat de maximale jaaromzet voor deze regeling omhoog naar € 2.200.

Opzeggen KOR

De KOR duurt voort totdat je de KOR bij de Belastingdienst opzegt. Tot en met 2024 moet de KOR nog minimaal drie jaren duren voordat je deze kunt opzeggen. Vanaf 1 januari 2025 geldt er geen termijn meer, maar kan je de KOR op elk moment weer beëindigen. De KOR eindigt altijd op zijn vroegst met ingang van de eerste dag van de aangifteperiode. Hiervoor moet de opzegging wel minimaal vier weken voor deze eerste dag zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Let op! Wil je vanaf 1 januari 2025 de KOR beëindigen, dan moet je dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Je kunt de KOR dan beëindigen per 1 januari 2025, ook als deze nog niet minimaal drie jaren duurde. Beëindigen kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Weer aanmelden KOR

Als je de KOR heeft opgezegd, kun je je later toch weer aanmelden voor de KOR. Tot en met 2024 geldt een wachttijd van drie jaren na de opzegging van de KOR. Vanaf 2025 bedraagt de wachttijd nog maar het jaar van opzegging en het daaropvolgende kalenderjaar. Let wel dat voor het opnieuw aanmelden voor de KOR een termijn geldt van minimaal vier weken.

Let op! Wil je na een eerder opzegging van de KOR in 2023 of eerdere jaren, vanaf 1 januari 2025 weer gebruikmaken van de KOR, dan moet je dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Je kunt de KOR dan weer toepassen vanaf 1 januari 2025, ook als er nog geen drie jaren verstreken zijn sinds de eerder opzegging. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Overleg met onze adviseurs

Overleg met onze adviseurs of je voldoet aan de voorwaarden voor de KOR en of toepassing van de KOR in jouw situatie raadzaam is. Doe je ook zaken in het buitenland, dan kun je mogelijk (ook) gebruikmaken van de EU-KOR. Ben je een buitenlandse ondernemer met een vaste inrichting in Nederland, dan kun je vanaf 2025 niet langer gebruikmaken van de KOR. Onze adviseurs kunnen jou meer vertellen over al deze regelingen.

Door |2024-11-22T09:20:17+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verzoek uiterlijk 3 december om de KOR in of uit te gaan

Vermogenstoets zorgtoeslag voor 2025 bekendgemaakt

De nieuwe grenzen voor 2025 van de maximale omvang van het vermogen om nog in aanmerking te kunnen komen voor zorgtoeslag zijn bekendgemaakt. Boven deze grenzen heb je geen recht meer op de zorgtoeslag. Dit is de zogenaamde vermogenstoets.

Zorgtoeslag

Medisch

Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor zorgtoeslag, een tegemoetkoming in jouw zorgkosten, is de hoogte van jouw inkomen. Heb je een toeslagpartner, dan telt het gezamenlijke inkomen. Een andere voorwaarde voor recht op zorgtoeslag is dat je niet te veel vermogen heeft.

Vermogenstoets 2025

De maximale omvang van jouw vermogen is voor 2025 vastgesteld op € 141.896. Dat is € 1.683 hoger dan dit jaar, waar de grens nog op € 140.213 ligt. Heeft u een toeslagpartner, dan is het nieuwe bedrag van uw maximale vermogen vastgesteld op € 179.429. Dit is € 2.128 hoger dan de grens voor 2024.

Toetsdatum

De omvang van jouw vermogen wordt vastgesteld op 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2025 wordt dus gekeken naar de omvang van jouw vermogen op 1 januari 2025. Het is dus zaak om er – indien mogelijk – voor te zorgen dat jouw vermogen dan onder genoemde maxima komt te liggen.

Let op! Heb je het vermoeden dat jouw vermogen op 1 januari 2025 rond de maximale grens komt te liggen, neem dan contact met ons op. Wij kunnen dan met jou bekijken wat de mogelijkheden zijn.

Tip! Wil je nagaan of je in aanmerking komt voor een zorgtoeslag? Maak dan hier een proefberekening.

Door |2024-11-22T09:06:16+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vermogenstoets zorgtoeslag voor 2025 bekendgemaakt

Overweeg bezwaar of verzoek bij belastingrente (voorlopige) aanslagen

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 geoordeeld dat de belastingrente die de Belastingdienst vanaf 2022 berekent over aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Overweeg daarom bezwaar of een verzoek om herziening als de Belastingdienst aan jou belastingrente berekent over een (voorlopige) aanslag.

Hoogte belastingrente

Euro

De belastingrente die de Belastingdienst berekent over een aanslag vennootschapsbelasting is, met uitzondering van het begin van de coronaperiode, vanaf april 2014 8% of hoger. In 2024 bedraagt deze rente zelfs 10%!

Voor overige belastingen – onder meer de inkomstenbelasting – bedroeg de belastingrente, met uitzondering van een periode van drie maanden aan het begin van de coronaperiode, 4% van april 2014 tot en met 30 juni 2023. De tweede helft van 2023 bedroeg deze belastingrente 6% en in 2024 bedraagt deze zelfs 7,5%.

Belastingrente Vpb in strijd met evenredigheidsbeginsel

Deze hoge belastingrente is al jaren een doorn in het oog van velen, maar er leek tot nu toe weinig tegen te doen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs echter – kort samengevat – dat het vanaf 2022 vastgestelde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (in 2022 en 2023: 8%) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat de belastingrente, naar het oordeel van de rechtbank, niet berekend mag worden naar een percentage van 8%.

Geen 8% maar 4%

Vraag daarbij is echter op welk percentage de belastingrente dan wel kan worden vastgesteld om evenredig te zijn. Over die vraag heeft de rechtbank zich niet hoeven buigen, omdat de belastingplichtige en de Belastingdienst vooraf al hadden afgesproken dat het tarief 4% zou zijn als de belastingplichtige in het gelijk zou worden gesteld. De rechtbank berekent de belastingrente daarom naar een tarief van 4%. Dit percentage lijkt te zijn ontleend aan het percentage voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting, maar zekerheid daaromtrent is er niet.

Bezwaar definitieve en navorderingsaanslag

Berekent de Belastingdienst belastingrente over een definitieve of navorderingsaanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan om daartegen tijdig in bezwaar te komen. Tijdig betekent binnen zes weken na dagtekening van de aanslag. Het bezwaar kan, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank, betrekking hebben op vanaf 2022 berekende belastingrente.

Let op! Houd er rekening mee dat de Belastingdienst waarschijnlijk jouw bezwaar niet zonder meer zal toewijzen. De kans is namelijk groot dat de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom na ontvangst van een definitieve of navorderingsaanslag met onze adviseurs. Zij kunnen jou adviseren over wat dit zou kunnen betekenen voor onder meer het verloop van jouw bezwaar- en mogelijke beroepsprocedure.

Verzoek herziening voorlopige aanslag

Berekent de Belastingdienst belastingrente over een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag.

Let op! Het is niet voldoende om alleen in bezwaar te komen tegen de definitieve aanslag. Als je het ook niet eens bent met de belastingrente op de voorlopige aanslag, moet je een verzoek om herziening indienen. Wijst de Belastingdienst dat verzoek af, dan kun je daartegen in bezwaar komen. Overleg daarover met onze adviseurs. Zij kunnen jou ook adviseren of het nog mogelijk is een verzoek tot herziening in te dienen tegen in het verleden opgelegde voorlopige aanslagen.

Onherroepelijke aanslagen

Is vanaf 2022 belastingrente berekend op definitieve of navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting, maar staan deze aanslagen inmiddels onherroepelijk vast? Dan heeft bezwaar maken waarschijnlijk geen zin. De Belastingdienst komt normaal gesproken dan namelijk niet tegemoet aan jouw verzoek om de belastingrente te verminderen.

Ook bezwaar/verzoek andere belastingen?

De rechtbank heeft een uitspraak gedaan over de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting. Wij achten de kans dat dit ook gevolgen heeft voor de belastingrente op andere belastingen niet groot, maar kunnen dat nooit helemaal uitsluiten. Overweeg daarom ook of je in actie wilt komen met betrekking tot belastingrente op andere belastingen zoals de inkomstenbelasting.

Door |2024-11-20T09:12:37+01:0020 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overweeg bezwaar of verzoek bij belastingrente (voorlopige) aanslagen