MKB Nieuws

De Omnibus-wet, wat betekent dit mogelijk voor u?

Wat zijn de ontwikkelingen rond de invoering van de CSRD naar aanleiding van het ‘Omnibus-pakket’ dat de Europese Commissie op 26 februari 2025 heeft gepubliceerd? Het aantal ondernemingen dat rechtstreeks onder de rapportageverplichting van de CSRD zal vallen wordt in ieder geval fors verkleind.

Let op! Het Europese Parlement moet nog instemmen met de voorgestelde aanpassingen uit het Omnibus-pakket.

Ondernemingen met meer dan 1000 medewerkers

Het aantal ondernemingen dat onder de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) zal vallen, zal drastisch verminderen. Aangenomen was dat naast het criterium van 1.000 medewerkers, ook een omzetgrens van 450 miljoen euro zou gelden. Het voorstel is dat dit wordt beperkt tot alleen ondernemingen met meer dan 1.000 medewerkers. Dit zal nog steeds tot een forse afname van het aantal CSRD-plichtige ondernemingen leiden, maar minder fors dan waarvan werd uitgegaan. Desondanks wordt met deze maatregel een aanzienlijke (toekomstige) administratieve lastenverlichting voor tal van ondernemingen gerealiseerd.

Rapportageplicht van 2025 naar 2027

Voor ondernemingen die oorspronkelijk voor het eerst over het jaar 2025 zouden moeten rapporteren, geldt een uitstel van het eerste verslagjaar met twee jaar naar 2027. Omdat ook de te rapporteren informatie nog wordt aangepast, zal het voor hen lastig zijn om zich nu al voor te bereiden.

Een CSRD-plichtige zakenrelatie?

In de praktijk blijkt dat veel mkb-ondernemingen rechtstreekse zakenrelaties hebben die wel CSRD-plichtig zijn. Deze zogenaamde ‘tier-1’ leveranciers hebben een rechtstreekse relatie en zullen daardoor moeten voldoen aan de uitvraag van hun zakenpartner, de CSRD-plichtige onderneming. Mkb-ondernemers waar dit voor geldt, zullen moeten kunnen rapporteren op basis van de VSME-standaard ((Voluntary small and medium enterprise).

Naast de ketenverantwoording zal ook een deel van de ondernemingen uit intrinsieke motivatie over hun duurzaamheidsprestaties willen rapporteren. Ook voor deze ondernemingen is de VSME-standaard beschikbaar.

Het toepassen van de VSME-standaard is aanzienlijk minder uitgebreid en minder complex dan de ESRS-standaarden (European Sustainability Reporting Standards). De EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) heeft toegezegd om hiervoor tooling beschikbaar te stellen, onder meer in Excel.

Tip! Heeft u moeite de verantwoording op basis van deze standaard zelfstandig op te stellen, neem dan contact met ons op. Wij adviseren en/of helpen u graag.

Beslisboom rapportageverplichtingen duurzaamheid n.a..v. Omnibus-pakket

Door |2025-03-27T14:56:45+01:0027 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor De Omnibus-wet, wat betekent dit mogelijk voor u?

Ook recht op (Jeugd)-LIV na overgang onderneming

Een gerechtshof is van mening dat ook recht kan bestaan op Jeugd-LIV en LIV na overgang van een onderneming. Eerder besliste de Hoge Raad al dat dit voor een LKV ook zo kan zijn.

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Detailhandel

Tot en met 2024 kon een werkgever recht hebben op LIV voor werknemers met een laag gemiddeld uurloon. Het Jeugd-LIV was een vergelijkbare regeling voor jonge werknemers die tot en met 2023 bestond.

Let op! Het LIV is per 1 januari 2025 afgeschaft. Had u in 2024 recht op LIV, dan wordt deze nog wel in 2025 uitbetaald.

(Jeugd)-LIV na overgang onderneming

Bij een gerechtshof lag een zaak voor van een ondernemer die zijn eenmanszaak eind maart had ingebracht in een bv. Voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting gebeurde dit met terugwerkende kracht tot het begin van het kalenderjaar. Voor de loonheffingen waren aangifte tot eind maart nog gedaan op naam en loonheffingsnummer van de eenmanszaak.

De Belastingdienst vond dat de bv geen recht had op LIV omdat niet de voor de LIV benodigde 1248 uren verloond waren in de bv. De bv vond dat de uren van de eenmanszaak en de bv bij elkaar opgeteld moesten worden en dat daarom wel recht bestond op LIV. Ook voor het recht op Jeugd-LIV moest de periode bij de eenmanszaak in aanmerking genomen worden, vond de bv.

Oordeel gerechtshof

Het gerechtshof gaf, net als eerder de rechtbank, de bv daarin gelijk. Het gerechtshof sloot daarbij aan bij een eerder oordeel van de Hoge Raad over het recht op een loonkostenvoordeel (LKV) na overgang van een onderneming. De bv had daarom recht op LIV en Jeugd-LIV voor de door de bv verloonde uren.

Helaas voor de bv ging het gerechtshof, net als de rechtbank, er niet mee akkoord om ook een (Jeugd)-LIV vergoeding te geven in de bv voor de uren die in de eenmanszaak verloond waren. Die uren telden dus alleen mee om te bepalen of recht bestond op (Jeugd)-LIV.

Let op! Is bij u sprake geweest van overgang van een onderneming? Laat dan controleren of u mogelijk toch recht heeft op LIV of (Jeugd)-LIV. Voor het jaar 2024 kunt u dan in bezwaar tegen de beschikking Wtl 2024 die u in juli/augustus 2025 van de Belastingdienst ontvangt. Voor voorgaande jaren kunt u alleen nog iets doen als u eerder bezwaar maakte tegen de beschikking Wtl over die jaren en als dat bezwaar of beroep nog niet is afgesloten.

Door |2025-03-27T14:54:04+01:0027 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook recht op (Jeugd)-LIV na overgang onderneming

Einde compensatie transitievergoeding bij ontslag langdurig zieke?

Voor een transitievergoeding bij ontslag van een werknemer die meer dan twee jaar ziek is, kan een werkgever compensatie vragen. Het kabinet is van plan om deze compensatie in de toekomst alleen nog aan kleine werkgevers te geven.

Regeling compensatie transitievergoeding

Strategie

Als een werknemer meer dan twee jaar ziek is, kunt u bij het UWV ontslag aanvragen voor de werknemer. Deze werknemer heeft dan recht op een transitievergoeding. Voor deze transitievergoeding kunt u compensatie vragen bij het UWV via de regeling compensatie transitievergoeding.

Alleen nog voor kleine werkgevers?

Het kabinet heeft een wetsvoorstel voorgelegd waarin de mogelijkheid voor compensatie beperkt wordt tot kleine werkgevers. Dit levert een structurele besparing op van ongeveer € 380 miljoen en draagt bij aan houdbare overheidsfinanciën. Het kabinet vindt dat de beperking moet kunnen omdat van middelgrote en grote werkgevers verwacht kan worden dat ze financieel draagkrachtig genoeg zijn om de transitievergoeding zelf te dragen.

Wie is klein?

Een kleine werkgever is in het wetsvoorstel een werkgever met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Daarbij wordt gekeken naar het totaal van het premieplichtige loon van de werkgever twee jaar eerder. Dit gebeurt nu ook al voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds. In 2025 is een werkgever klein voor deze premie als het totale premieplichtige loon over 2023 niet hoger was dan € 990.000.

Door |2025-03-27T14:57:19+01:0027 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Einde compensatie transitievergoeding bij ontslag langdurig zieke?

Bestrijden eenzaamheid voldoende voor ANBI-status?

Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) kent tal van fiscale voordelen. Voor een ANBI geldt wel een aantal voorwaarden. Onlangs stond bij een zaak, die speelde voor de rechtbank Noord-Nederland, de vraag centraal of een organisatie die zich richt op het bestrijden van eenzaamheid hieraan voldoet.

Fiscale voordelen ANBI

Verkeersbord

Enkele van de voordelen van een ANBI zijn dat er geen erf- of schenkbelasting verschuldigd is voor erfenissen en schenkingen die de ANBI gebruikt voor het algemeen belang. Daarnaast hoeft er onder meer ook geen belasting te worden betaald als een ANBI zelf schenkingen doet in het algemene belang.

Voorwaarden

Zoals gezegd geldt voor een ANBI ook een aantal voorwaarden. Zo moet de ANBI volledig gericht zijn op het algemeen nut, wat moet blijken uit de statutaire doelstelling en de voorgenomen activiteiten. De ANBI moet ook met vrijwel alle activiteiten het algemeen belang dienen. Daarnaast mag een ANBI onder meer geen winstoogmerk hebben met alle activiteiten die het algemeen belang dienen.

Is bestrijden eenzaamheid van algemeen nut?

In genoemde rechtszaak stond de vraag centraal of een stichting die als doel had om eenzaamheid te bestrijden, voldeed aan de eisen voor een ANBI. De stichting probeerde genoemd doel te bereiken door via een site eenzame mensen met elkaar in contact te brengen met dezelfde interesses. Ook organiseerde de stichting burenhulp.

Welzijn ruim formuleren

De rechtbank kwam tot de conclusie dat de stichting voldeed aan de voorwaarden die gelden voor een ANBI. De activiteiten van de stichting konden namelijk worden aangemerkt als ‘welzijn’, een begrip dat volgens wetsgeschiedenis ruim moet worden geïnterpreteerd, aldus de rechtbank.

Geen afgebakende kwetsbare groep

Volgens de inspecteur voldeed de stichting niet aan de eisen, omdat er geen activiteiten werden verricht voor een afgebakende, kwetsbare groep. Volgens de rechtbank vloeit die eis echter niet voort uit de wet en merkte daarom de stichting aan als ANBI.

Door |2025-03-27T14:55:24+01:0027 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bestrijden eenzaamheid voldoende voor ANBI-status?

Nieuwe afspraken over zero-emissiezones

Op verzoek van de Tweede Kamer zijn met gemeenten afspraken gemaakt over onder meer de boetevrije periode van zero-emissiezones, langer uitstel voor bestelauto’s met emissieklasse 6 en landelijk geldende ontheffingen.

Zero-emissiezones

Taxi

In zero-emissiezones mogen op termijn alleen nog bedrijfswagens en vrachtwagens zonder CO2-uitstoot rijden. De meest vervuilende fossiel aangedreven voertuigen mogen vanaf 1 januari 2025 al niet meer in deze zones rijden. In 14 gemeenten bestaat sinds 1 januari 2025 al een zero-emissiezone. Tot en met 2030 komen daar nog minimaal 15 gemeenten bij.

Overgangsrecht, vrijstelling en ontheffing

Voor schonere emissieklassen gelden overgangsregelingen die gefaseerd aflopen richting het jaar 2030. Bepaalde voertuigen zoals kraanwagens, hoogwerkers en straatvegers zijn tot 1 januari 2030 wettelijk vrijgesteld van de zero-emissiezones. Die vrijstelling vervalt als het voertuig 13 jaar oud wordt.

Let op! Voor bepaalde auto’s is het verder nog mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij het RDW.

Afspraken

Om de invoering van de zero-emissiezones soepel te laten verlopen zijn op verzoek van de Tweede Kamer door gemeenten, brancheorganisaties en staatssecretaris Jansen van Infrastructuur en Waterstaat afspraken gemaakt.

Boetevrije periode

Zo is afgesproken dat elke gemeente een boetevrije periode van minimaal zes maanden instelt. Dit betekent dat pas vanaf 1 juli 2025 de eerste boetes uitgedeeld worden. Elke gemeente kan overigens zelf bepalen om deze boetevrije periode te verlengen.

Uitstel bestelauto’s emissieklasse 6

Verder is een wetswijziging afgesproken waarmee bestelauto’s met emissieklasse 6 een jaar langer uitstel krijgen. Met dit jaar uitstel loopt de overgangsregeling voor deze bestelauto’s niet tot 1 januari 2028, maar tot 1 januari 2029. Zo’n 46 procent van de bedrijfsbussen profiteert hiervan.

Landelijke afspraken

Het kabinet werkt tenslotte aan een nieuw convenant met gemeenten en brancheorganisaties. In dit convenant komen afspraken over ontheffingen voor ondernemers die de overstap naar een elektrisch voertuig (nog) niet kunnen maken in verband met netcongestie en/of bedrijfseconomische redenen. Deze ontheffingen gaan dan landelijk gelden en dus niet per gemeente.

Het is de bedoeling dat het convenant nog in het eerste kwartaal van 2025 getekend wordt.

Door |2025-03-27T14:55:55+01:0027 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe afspraken over zero-emissiezones

Stimuleren organische stofrijke meststoffen

Meststoffen met veel organische stof tellen minder zwaar mee voor de fosfaatgebruiksnorm. Bij het gebruik van strorijke vaste mest (met een duidelijk zichtbare hoeveelheid stro) of champost telt 75% van de hoeveelheid fosfaat mee voor de fosfaatgebruiksnorm. Het gaat om strorijke vaste mest van rundvee, geiten, paarden en schapen. Bij het gebruik van gft-compost of groencompost telt 25% van de hoeveelheid fosfaat mee. Deze regeling geldt zowel voor bouw- als grasland.

Biologisch bedrijf
Biologische bedrijven mogen naast genoemde mestsoorten ook strorijke vaste mest van varkens gebruiken.

Voorwaarden
Er gelden enkele voorwaarden:

  • Op een perceel moet ten minste 20 kilogram per hectare van de organische stofrijke meststof gebruikt worden;
  • Per hectare mag niet meer dan fosfaat van de organische stofrijke meststof gebruikt worden dan de maximale fosfaatgebruiksnorm.
Door |2025-03-28T15:47:52+01:0026 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Stimuleren organische stofrijke meststoffen

Extra organische mest op bouwland met hoge fosfaattoestand

Op bouwlandpercelen met de fosfaattoestand ‘hoog’ mag extra organische mest uitgereden worden. De fosfaatnorm wordt met 5 kg per hectare verhoogd, indien minimaal 20 kg fosfaat uit organische mest per hectare wordt gebruikt. Het gaat om de volgende mestsoorten of een mengsel daarvan:

  • Strorijke vaste mest van rundvee, schapen, geiten of paarden;
  • Dikke fractie van rundvee;
  • Champost;
  • Gft-compost;
  • Groencompost.

Biologische bedrijven
Voor biologische bedrijven geldt dat de fosfaatnorm met 10 kg fosfaat per hectare wordt verhoogd. Zij mogen ook strorijke vaste mest van varkens gebruiken. Het perceel moet dan zo kort mogelijk voor het inzaaien of poten van het gewas bemest worden.

Aanmelden
Het extra gebruik van organische mest moet uiterlijk 31 december gemeld worden op Mijn RVO onder vermelding van het perceel waarop extra fosfaat is gebruikt.

Door |2025-03-28T15:47:53+01:0026 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Extra organische mest op bouwland met hoge fosfaattoestand

Opgeven fosfaattoestand percelen in Gecombineerde opgave

Op gronden met een lagere fosfaattoestand mag, af­hankelijk van de fosfaattoestand van het perceel, extra fosfaat gebruikt worden (fosfaatdifferentiatie). Daar­voor moet de fosfaattoestand van de percelen uiterlijk 15 mei opgegeven worden in de Gecombineerde op­gave. Dit speelt met name bij bouwlandpercelen.

Voorbeeld
Op een bouwlandperceel mag zonder bemonstering van de fosfaattoestand 170 kg stikstof en 40 kg fosfaat uit dierlijke mest worden aangewend. Stel het bedrijf wil hiervoor rundveedrijfmest gebruiken dat (forfaitair) 4,0 kg stikstof en 1,5 kg fosfaat per ton bevat. Op basis van stikstof zou er dan maximaal 42,5 ton per hectare uitgereden mogen worden, op basis van fosfaat echter maar 26,6 ton. Fosfaat is dan de beperkende factor, waardoor een deel van de stikstofruimte voor dierlijke mest onbenut blijft. Wanneer dit bedrijf nu door middel van een grondmonster kan aantonen dat de fosfaattoestand laag is, kan extra fosfaat gebruikt worden en kan ook een groter deel van de stikstofruimte benut worden met dierlijke mest.

Geldigheid analyserapport
De analyse van de fosfaattoestand mag, uitgaande van de dag van bemonsteren, op 15 mei 2025 niet ouder zijn dan vier jaar.

Invullen fosfaattoestand
Om te kunnen deelnemen aan fosfaatdifferentiatie dient in de Gecombineerde opgave de fosfaattoestand per perceel ingevuld te worden. Daarvoor moet het P-CaCl2-getal, het P-Al-getal en de datum van bemonsteren ingevuld worden. Wanneer dit niet gebeurt of wanneer een onjuiste fosfaattoestand wordt ingevuld, mag geen gebruik gemaakt worden van fosfaatdifferentiatie.

Door |2025-03-28T15:47:53+01:0026 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Opgeven fosfaattoestand percelen in Gecombineerde opgave

Afdekplicht aardappelafvalhopen vervroegd naar 1 april

Phytophthora infestans is een pseudo-schimmel die de aardappelziekte veroorzaakt. Een besmetting zorgt voor grote economische schade in de teelt van aardappelen. Met teeltvoorschriften worden ziektebronnen en verspreiding ervan voorkomen. De sector heeft de afdekplicht voor aardappelafvalhopen vervroegd naar 1 april.

Voorschrift
Aardappelafvalhopen zijn met name in het begin van het seizoen een belangrijke potentiële besmettingsbron voor de verspreiding van Phytophthora, ongeacht of de planten groen zijn of niet. Het bestrijden van groene delen op de hopen is hierbij niet voldoende. Bij overtreding van de afdekplicht kan een dwangsom van € 500 per dag worden opgelegd.

Er gelden wettelijke maatregelen voor:

  • Aardappelafvalhopen;
  • Ziektehaarden in aardappelpercelen;
  • Aardappelopslagplanten in andere gewassen.

Toezicht en melding
De NAK ziet, in opdracht van de NVWA, toe op naleving van deze voorschriften. Vermoedelijke overtredingen van de voorschriften kunnen gemeld worden bij de NAK.

Door |2025-03-28T15:47:54+01:0019 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afdekplicht aardappelafvalhopen vervroegd naar 1 april

Voorstel tijdelijke en vrijwillige extensivering melkveehouderij

Zeven organisaties uit de melkveesector stellen een tijdelijke en vrijwillige extensivering in de melkveehouderij voor. De extensivering op een melkveebedrijf van minimaal 10% en maximaal 20% van het aantal melkkoeien is mogelijk, indien de ondernemer gesteund wordt door een subsidie die een bijdrage levert aan de netto gederfde inkomsten enerzijds en een financiële bijdrage, verleend door de zuivelsector, anderzijds. De vrijvallende fosfaatrechten moet de melkveehouder daarbij permanent laten doorhalen, waarvoor deze een marktconforme vergoeding krijgt van de overheid.

Door de doorgehaalde fosfaatrechten daalt het aantal melkkoeien dat in Nederland gehouden mag worden. Deze daling vertaalt zich zo door in het doelbereik voor de klimaatopgave van de melkveehouderij en draagt eraan bij dat de mestproductie van de sector onder het voor 2025 vastgestelde productieplafond blijft, ook in daaropvolgende jaren. De regeling kan een structurele verlichting bieden op de mestmarkt. Het effect op de stalemissie zal naar verwachting beperkt zijn doordat het emitterend stalvloeroppervlak gelijk blijft.

Omdat de fosfaatrechten definitief worden doorgehaald, zal de melkveehouder fosfaatrechten moeten kopen van een andere (stoppende) melkveehouder om zijn dieraantallen, indien hij daarvoor kiest, weer aan te vullen na de looptijd van de regeling. Er zal dus ook een reductie effect voor ammoniakemissies als gevolg van de het doorhalen van de fosfaatrechten op de langere termijn zijn.

De overheid zal aan een subsidie voor extensivering een aantal verplichtingen moeten verbinden om de regeling passend te maken binnen de geldende staatssteunkaders. Daarmee wordt geborgd dat daadwerkelijk sprake is van extensivering op de locatie tijdens de looptijd van de regeling.

Er zullen nog wel financiële middelen gevonden moeten worden door de overheid en de sector. Verder zal de Europese Commissie haar goedkeuring aan de regeling moeten geven.
 

Door |2025-03-28T15:47:55+01:0019 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorstel tijdelijke en vrijwillige extensivering melkveehouderij