Geen categorie

  • Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?

Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?

Vanaf 2027 kan er iets wijzigen in de btw-berekening over de doorberekende motorrijtuigenbelasting (mrb) in je leasebedrag. Als de doorberekende mrb een zogenaamde doorlopende post is, hoeft de leasemaatschappij hierover geen btw te berekenen. Ook niet vanaf 2027. Dit is anders als de doorberekende mrb een zogenaamde quasi-doorlopende post is. Hoe zit dat?

Door |2026-10-07T07:59:49+02:0029 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?
  • Nog geen duidelijkheid over box 3 vanaf 2028

Nog geen duidelijkheid over box 3 vanaf 2028

In tegenstelling tot eerdere toezeggingen heeft het kabinet op Prinsjesdag 2026 geen duidelijkheid geschept over eventuele aanpassingen op het nieuwe box 3-stelsel dat vanaf 2028 gepland is. Beslissingen daarover zijn tot nader orde uitgesteld en niet verwerkt in de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting. Inmiddels is op 29 september 2026 wel een Kamerbrief verschenen met voorstellen voor het nieuwe box 3-stelsel.

Door |2026-10-06T07:44:53+02:0028 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Nog geen duidelijkheid over box 3 vanaf 2028
  • De Cyber Resilience Act: ook voor het mkb!

De Cyber Resilience Act: ook voor het mkb!

Een slim apparaat, een mobiele app, een stuk software: alles met een digitaal element moet vanaf eind 2027 veilig zijn. Dat regelt de Cyber Resilience Act (CRA), een Europese verordening die in het Nederlands Verordening cyberweerbaarheid heet. Anders dan bij de Cyberbeveiligingswet maakt de omvang van je bedrijf hier niet uit. Ook als zzp’er of klein bedrijf kun je er dus mee te maken krijgen.

Door |2026-10-06T07:44:54+02:0028 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor De Cyber Resilience Act: ook voor het mkb!
  • Afschaffing compensatieregeling transitievergoeding per 2028

Afschaffing compensatieregeling transitievergoeding per 2028

Het plan was om per 1 januari 2027 alle compensatieregelingen voor transitievergoedingen af te schaffen. Dit is uitgesteld tot 1 januari 2028.

Aanvankelijk plan 

Het plan was aanvankelijk om de compensatieregeling transitievergoeding voor langdurig arbeidsongeschikte werknemers per 1 juli 2026 alleen nog open te laten staan voor zogeheten kleine werkgevers. Dit zijn werkgevers met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Voor 2026 zou het dan gaan om werkgevers die in 2024 een sv-loonsom hadden van maximaal € 1.082.500.

Later plan: uitstel afschaffing en verbreding doelgroep

Het kabinet liet later echter weten dat de voorgenomen afschaffing van de compensatieregeling niet per 1 juli 2026, maar per 1 januari 2027 zou plaatsvinden. De afschaffing zou dan niet alleen betrekking hebben op de compensatie van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid, maar ook bij bedrijfsbeëindiging door overlijden of pensionering. Bovendien zou dit dan gelden voor alle werkgevers, dus ook voor kleine werkgevers.

Laatste plan: nieuw uitstel afschaffing

Het kabinet heeft aangekondigd de afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding weer met een jaar uit te stellen. De nieuwe datum is nu 1 januari 2028. Voorlopig kunnen alle werkgevers (ongeacht bedrijfsgrootte) dus nog gebruik blijven maken van de compensatieregelingen.

Recht op transitievergoeding blijft

Het recht van een werknemer op de transitievergoeding blijft bestaan. Werknemers die worden ontslagen na het verstrijken van het opzegverbod bij ziekte houden dus recht op de transitievergoeding, ook als de compensatieregeling straks verdwijnt.

Dit geldt ook voor werknemers die hun baan verliezen omdat een werkgever stopt met het bedrijf vanwege pensionering of overlijden. Bij afschaffing van de compensatieregeling per 2028 moeten werkgevers van die datum deze kosten volledig zelf betalen.

Let op! Dit kan bij langdurig arbeidsongeschikte werknemers weer leiden tot slapende dienstverbanden. De situatie die de wetgever met de invoering van de compensatieregeling transitievergoeding wegens langdurige arbeidsongeschiktheid juist wilde voorkomen.

Wel eventuele wijzigingen in transitievergoeding

Het kabinet is van plan werkgevers die werk maken van re-integratie dan wel outplacement te belonen door hen een lagere dan wel geen transitievergoeding te laten betalen. Onduidelijk is nog op welke wijze het kabinet dit wil gaan doen.

Door |2026-09-30T08:07:01+02:0024 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Afschaffing compensatieregeling transitievergoeding per 2028
  • Vanaf 2027 geen vrijstelling meer voor personeelskortingen

Vanaf 2027 geen vrijstelling meer voor personeelskortingen

Krijgt jouw personeel korting op producten uit jouw bedrijf? Dan geldt daar nu nog een vrijstelling voor in de loonbelasting. In de belastingplannen voor 2027 is echter opgenomen dat deze vrijstelling met ingang van 2027 vervalt.

Vrijstelling voor branche-eigen producten

Op dit moment geldt er nog een gerichte vrijstelling als je jouw personeel een vergoeding geeft voor of een korting verleend op de aankoop van branche-eigen producten uit jouw bedrijf. Over die vergoeding of korting is geen loonbelasting verschuldigd als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • de vergoeding of korting is maximaal 20% van de waarde in het economische verkeer van het product, én
  • de kortingen en vergoedingen bedragen voor een werknemer in het kalenderjaar niet meer dan € 500.

Let op! De vrijstelling geldt niet als je een vergoeding of korting geeft voor branchevreemd product.

Meer dan 20% of € 500?

Is de vergoeding of korting hoger dan 20% of bedragen deze in een kalenderjaar meer dan € 500? Voor het meerdere geldt de vrijstelling niet. Dit is loon voor je werknemer. Je kunt dit meerdere ook ten laste brengen van de vrije ruimte in de werkkostenregeling, als de hogere vergoedingen en kortingen voldoen aan het gebruikelijkheidscriterium.

Niet meer vanaf 2027

Het kabinet schaft de vrijstelling vanaf 2027 af. Dat betekent dat in principe elke korting of vergoeding die je op branche-eigen producten vanaf 2027 geeft, loon is voor je werknemer. 

Je werknemer betaalt hier loonbelasting over, tenzij jij de korting of vergoeding ten laste brengt van je vrije ruimte in de werkkostenregeling.

Let op! De vrije ruimte gaat in 2027 iets omhoog. Over de eerste € 400.000 loonsom bedraagt deze in 2027 2,16% (2026: 2%), daarboven 1,18% (zowel in 2027 als in 2026).

Vergoeding of korting voor oud-werknemer

De vrijstelling geldt nu ook als je vergoeding of korting geeft aan een oud-werknemer. Maar ook voor die oud-werknemer is de vrijstelling vanaf 2027 niet meer mogelijk.

Geef je de oud-werknemer in 2027 nog een vergoeding of korting voor de aankoop van een branche-eigen product, dan ben je verplicht om dit ten laste van je vrije ruimte te brengen in de werkkostenregeling. Je mag dit dus niet individueel belasten bij de oud-werknemer. Deze regel is gemaakt om te voorkomen dat een werkgever loonbelasting moet verhalen op een oud-werknemer.

Let op! Het voorstel om de vrijstelling af te schaffen is opgenomen in de belastingplannen voor 2027. De Tweede én Eerste Kamer moeten hier nog mee instemmen. Het is daarom nog niet definitief.

Door |2026-09-30T08:07:02+02:0023 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2027 geen vrijstelling meer voor personeelskortingen
  • Overdrachtsbelasting tweede eigen woning in 2027 7%

Overdrachtsbelasting tweede eigen woning in 2027 7%

De overdrachtsbelasting kent momenteel drie tarieven en een aantal vrijstellingen. In de Prinsjesdagstukken is opgenomen dat het tarief voor niet-hoofdverblijf woningen volgend jaar omlaag gaat van 8 naar 7%.

Woning of niet

Voor de hoogte van de overdrachtsbelasting is het allereerst van belang om vast te stellen of je een woning of een niet-woning (bijvoorbeeld een bedrijfspand) verkrijgt. In het laatste geval is de overdrachtsbelasting 10,4%.

Woning hoofdverblijf of niet

Verkrijg je een woning, dan kunnen twee tarieven gelden en eventueel de startersvrijstelling. Daarbij is van belang of je de woning zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. In dat geval bedraagt het tarief, onder voorwaarden, 2% of kan je, onder voorwaarden, de startersvrijstelling toepassen.

Ga je de verkregen woning niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gebruiken, dan geldt een hoger tarief van op dit moment 8%. De startersvrijstelling is dan niet van toepassing.

Let op! Voor het 2% tarief en de startersvrijstelling gelden voorwaarden. Laat je daarover goed informeren. Meer informatie vind je ook op de website van de Belastingdienst.

Verlaging tarief

In de Prinsjesdagstukken 2026 is opgenomen dat het tarief voor woningen die je niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaat gebruiken in 2027 geen 8 maar 7% bedraagt. Op een woning van € 550.000 scheelt dat dus € 5.500! Reden genoeg om te beoordelen of de levering bij de notaris niet in 2026 maar in 2027 kan plaatsvinden.

Let op! Bij die beoordeling moet je uiteraard ook de andere omstandigheden meenemen. Wil de verkoper hier bijvoorbeeld wel aan meewerken, wat is de invloed van latere levering op je financiering et cetera.

Overige tarieven gelijk

De overige tarieven blijven gelijk. Voor een niet-woning geldt ook in 2027 een tarief van 10,4%. De woning die je zelf — anders dan tijdelijk — als hoofdverblijf gaat gebruiken geldt een tarief van 2% of de startersvrijstelling. Allemaal onder dezelfde voorwaarden zoals die ook in 2026 gelden.

Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten het Belastingplan 2027 nog aannemen. Gezien de minderheid van de coalitie in de Tweede én Eerste Kamer is nog niet zeker of dit zonder nadere wijzigingen zal gebeuren. De ervaringen uit de afgelopen jaren leren ons dat op de valreep, bij stemming in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, er nog aanpassingen kunnen komen. Het is daarom nog niet zeker dat het algemene woningtarief volgende jaar 7% bedraagt. Houd daar rekening mee!

Door |2026-09-30T08:07:03+02:0022 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Overdrachtsbelasting tweede eigen woning in 2027 7%
  • Schenking onder schuldigerkenning en box 3

Schenking onder schuldigerkenning en box 3

De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag hoe je het werkelijke rendement in box 3 berekent als je een schenking onder schuldigerkenning doet en deze weer herroept.

Schenking onder schuldigerkenning

Een schenking onder schuldigerkenning wordt ook wel een schenking op papier genoemd. De schenker keert het geschonken bedrag dan niet uit, maar blijft dit schuldig.

Om te voorkomen dat de papieren schenking bij de berekening van de erfbelasting alsnog meetelt, is het verstandig om de schenking bij een notaris vast te leggen. Als de ontvanger van de schenker je partner is of een bloed- of aanverwant tot de vierde graad, dan dien je ook een rente af te spreken en te vergoeden van minimaal 6%. Meestal bedraagt de rente bij een schenking op papier daarom 6%.

Herroepen

In de schenkingsovereenkomst kan zijn opgenomen dat je de schenking kan herroepen.

De Belastingdienst heeft al eerder aangegeven dat het recht op herroepen op zich geen waarde heeft voor box 3. Maar let op, dit kan anders zijn als je van plan bent om te gaan herroepen.

Werkelijke rendement

Wil je box 3 berekenen op basis van je werkelijke rendement, dan is de vraag hoe je dit berekent in het jaar van de schenking en de herroeping. De Belastingdienst heeft aangegeven dat er in beide jaren geen vermogensaanwas is voor de schenker en de ontvanger.

Bij de schenker wordt alleen de betaalde rente als negatief regulier voordeel in aanmerking genomen bij de berekening van het werkelijke rendement. Bij de ontvanger van de schenking wordt alleen de ontvangen rente in aanmerking genomen als regulier voordeel.

Let op! De Belastingdienst vindt in dit geval een rentepercentage van 6% zakelijk. Daarom hoef je bij de berekening van het werkelijke rendement geen zakelijkheidscorrectie toe te passen.

Nominale waarde

De wet bepaalt dat vorderingen en schulden in box 3 normaal gesproken gewaardeerd moeten worden op de waarde in het economische verkeer. 

Is sprake van een vordering of schuld met een vaste rente, zoals bij een schenking onder schuldigerkenning? Dan is de waarde in het economische verkeer gelijk aan de contante waarde als de marktrente op enig moment gedurende de looptijd hoger of lager is dan de vaste rente van in dit geval 6%.

De Belastingdienst heeft echter goedgekeurd dat je in box 3 uitgaat van de nominale waarde in plaats van deze waarde in het economische verkeer. Deze goedkeuring geldt echter alleen als je consistent kiest voor de nominale waarde. Doe je dat niet, dan moet je de contante waarde berekenen. In dat geval zal er in het jaar van schenken en/of herroepen mogelijk toch sprake kunnen zijn van vermogensaanwas. 

Let op! Deze goedkeuring geldt totdat de Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt. Dit is voorzien per 1 januari 2028, maar het is nog de vraag of deze datum gehaald wordt.

Door |2026-09-30T08:07:05+02:0022 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Schenking onder schuldigerkenning en box 3
  • Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?

Ook bijtelling bij wisseling naar auto zonder privégebruik

Rijdt een werknemer in een auto van de zaak ook privé? Dan geldt een bijtelling privégebruik. Die geldt ook als de werknemer gedurende het jaar wisselt naar een auto waarmee hij niet privé rijdt of andersom. Het kabinet is niet van plan deze regeling aan te passen.

Bijtelling privégebruik

Wordt aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking gesteld? Dan geldt in principe op jaarbasis een bijtelling van 22% over de cataloguswaarde van de auto.

Lagere bijtelling auto zonder CO2-uitstoot

Stoot de auto van de zaak geen CO2 uit? Dan geldt een korting op het bijtellingspercentage tot een bepaald bedrag van de cataloguswaarde. Hoe hoog die korting is, is afhankelijk van het jaar waarin de auto op kenteken is gezet.

Voor in 2026 op kenteken gezette auto’s bedraagt de korting 4% tot een cataloguswaarde van € 30.000. Betreft het een auto op waterstof op zonnecellen, dan is de korting 4% over de gehele cataloguswaarde.

500 kilometer privé grens

De bijtelling kan achterwege blijven als de werknemer in een jaar aantoonbaar in totaal niet meer dan 500 kilometer privé rijdt. Die 500 kilometer geldt voor alle in de loop van een jaar ter beschikking gestelde auto’s samen.

Wisseling auto

Wisselt de werknemer in het jaar dus van auto en rijdt hij met de nieuwe auto geen privékilometers meer? Dan moet nog steeds een bijtelling plaatsvinden als hij met de oude auto op jaarbasis al meer dan 500 kilometer privé reed.

Voorbeeld
Een werknemer rijdt in een auto met een cataloguswaarde van € 50.000. De auto stoot CO2 uit, dus er geldt geen korting op de bijtelling. De werknemer krijgt per 1 september 2026 een nieuwe auto met een cataloguswaarde van € 60.000. Ook deze auto stoot CO2 uit. Met de oude auto reed de werknemer tot 1 september 2026 2.000 kilometers privé. Met de nieuwe auto rijdt de werknemer geen kilometer meer privé. Desondanks moet zowel voor de oude auto als voor de nieuwe auto in 2026 een bijtelling van 22% plaatsvinden. Op jaarbasis rijdt de werknemer immers meer dan 500 kilometer privé. Rijdt de werknemer in 2027 aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé, dan geldt vanaf 2027 geen bijtelling meer.

Let op! Als de werknemer in de eerste auto niet privé rijdt, maar in de nieuwe auto wel (op jaarbasis meer dan 500 kilometer), moet met terugwerkende kracht alsnog bijtelling plaatsvinden over de eerste auto.

Wisseling werkgever

Wisselt de werknemer uit het voorbeeld op 1 september 2026 van werkgever en krijgt hij van de nieuwe werkgever een auto ter beschikking waar hij niet privé mee rijdt? Dan geldt voor de nieuwe auto geen bijtelling.

Ook bij wisseling naar bestelauto of verklaring geen privégebruik

Een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto of een verklaring geen privégebruik auto zorgen niet voor een andere uitkomst. Stel dat de werknemer uit het voorbeeld bij dezelfde werkgever blijft en per 1 september 2026 wisselt naar een bestelauto met een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto. Over de bestelauto geldt dan in 2026 nog een bijtelling als de werknemer in de personenauto op jaarbasis meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.

Ook als de werknemer wisselt naar een personenauto met een verklaring geen privégebruik auto, moet een bijtelling plaatsvinden als de werknemer niet aannemelijk kan maken dat hij met de eerdere auto op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé reed.

Let op! ergis je niet in het aannemelijk maken. Hiervoor geldt een zware bewijslast. Zorg daarom dat je een correcte sluitende kilometeradministratie hebt. Heb je daar vragen over? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Kabinet past regeling niet aan

In reactie op een verzoekschrift heeft het kabinet aangegeven de regeling niet aan te passen. Het kabinet wil vasthouden aan de eenvoudige benadering waarbij alleen van belang is of er meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé is gereden.

Door |2026-09-30T08:07:06+02:0021 september 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Ook bijtelling bij wisseling naar auto zonder privégebruik