Geen categorie

  • Minimumuurloon per 1 januari 2026 omhoog

Minimumuurloon per 1 januari 2026 omhoog

Het wettelijk minimumuurloon wordt per 1 januari 2026 verhoogd. Wat zijn de nieuwe geïndexeerde uurtarieven?

Vanaf 21 jaar

Door een indexatie van 2,15% zal het wettelijk minimumuurloon voor een werknemer vanaf 21 jaar vanaf 1 januari 2026 € 14,71 per uur bedragen. Nu bedraagt het wettelijk minimumuurloon voor een werknemer van 21 jaar en ouder nog € 14,40 per uur.

Let op! De berekening van het indexatiepercentage is gebaseerd op het gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van de contractlonen in de marktsector, in de gepremieerde en gesubsidieerde sector en bij de overheid.

Wettelijk minimumuurloon 15 tot en met 20 jaar

Door de stijging van het wettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder, stijgt het wettelijk minimumuurloon voor jongere werknemers per 1 januari 2026 als volgt:

 Leeftijd  Percentage  Minimumuurloon
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,71
 20 jaar  80,0%  € 11,77
 19 jaar  60,0%  € 8,83
 18 jaar  50,0%  € 7,36
 17 jaar  39,5%  € 5,81
 16 jaar  34,5%  € 5,07
 15 jaar  30,0%  € 4,41

Let op! In de Voorjaarsnota 2025 was door het huidige kabinet afgesproken om het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar vanaf 2027 geleidelijk te verhogen. Het is nog niet bekend of het nieuwe kabinet deze plannen overneemt.

Wettelijk minimumuurloon bbl

Voor werknemers met een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) geldt voor werknemers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar een ander percentage. Het wettelijk minimumuurloon voor deze werknemers is per 1 januari 2026 als volgt:

 Leeftijd  Percentage  Minimumuurloon
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,71
 20 jaar  61,5%  € 9,05
 19 jaar  52,5%  € 7,72
 18 jaar  45,5%  € 6,69
 17 jaar  39,5%  € 5,81
 16 jaar  34,5%  € 5,07
 15 jaar  30,0%  € 4,41

Let op! In juli 2025 maakte de minister van OC&W bekend dat hij de lagere percentages voor werknemers in de bbl met ingang van 1 januari 2027 wil afschaffen. Dit is nu een plan, dat verder nog niet concreet is.

Door |2026-01-14T08:37:43+01:0023 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Minimumuurloon per 1 januari 2026 omhoog
  • Aanvraag subsidie groepshulp kinderopvang tot 28 november 2025

Aanvraag subsidie groepshulp kinderopvang tot 28 november 2025

Van 3 november 2025 9.00 uur tot en met 28 november 2025 17.00 kunt u weer subsidie aanvragen voor groepshulpen in de kinderopvang.

Voor wie?

Kinderopvangorganisaties kunnen de subsidie aanvragen voor een praktijk(leer)plaats voor doorontwikkeling van groepshulpen. De subsidie biedt een tegemoetkoming in de loonkosten van groepshulpen. Het doel is dat door de subsidie meer groepshulpen worden aangenomen en dat zij kunnen doorgroeien in de kinderopvang.

Let op! In de nieuwe CAO is een groepshulp voortaan aangeduid als groepsondersteuner.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 10.056 per jaar per groepshulp en is afhankelijk van het aantal contracturen dat de groepshulp per week werkt. Een organisatie kan voor maximaal tien groepshulpen subsidie aanvragen.

Let op! Het beschikbare budget bedraagt in 2025 € 1.735.000. Ook in 2026 is de subsidie nog beschikbaar. Het beschikbare budget voor 2026 bedraagt € 1.775.000.

Voorwaarden

De subsidie kent een aantal voorwaarden:

  • De groepshulp moet een arbeidsovereenkomst van ten minste twaalf maanden hebben met een startdatum vanaf 1 augustus 2023 of later.
  • De groepshulp moet deelnemen aan scholing via praktijkleren in het mbo (mbo-bbl of mbo-derde leerweg (OVO/ODT) niveau 1 of 2). Deze scholing moet tussen 1 augustus 2023 en 31 oktober 2026 zijn gestart.
  • De kinderopvangorganisatie moet voor de groepshulp eerder ook subsidie hebben gekregen via de Subsidieregeling praktijkleren of praktijkleren in de derde leerweg.

Tip! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Aanvragen

De subsidie is aan te vragen via RVO.nl. RVO neemt alle op tijd ingediende volledige aanvragen in behandeling. Bij overschrijding van het budget wordt de hoogte van de subsidie per groepshulp naar rato verlaagd.

Tip! Deed u een aanvraag voor de Subsidieregeling praktijkleren of praktijkleren in de derde leerweg voor een groepshulp, maar heeft u nog geen beslissing daarop ontvangen? Vraag dan ook altijd de subsidie voor groepshulpen in de kinderopvang al aan. Als u wacht op de beslissing op uw aanvraag op de subsidie praktijkleren (in de derde leerweg), bent u waarschijnlijk te laat om nog de subsidie voor groepshulpen in de kinderopvang aan te vragen.

Door |2026-01-14T08:37:44+01:0022 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag subsidie groepshulp kinderopvang tot 28 november 2025
  • Kortlopende verhuur accommodatie via platform btw-plichtig

Kortlopende verhuur accommodatie via platform btw-plichtig

Er is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel voor een nieuwe btw-plicht voor digitale platforms waarop kortlopende verhuur van accommodaties plaatsvindt. Deze nieuwe btw-plicht gaat ook gelden voor digitale platforms die passagiersvervoer faciliteren. Deze btw-plicht moet 1 juli 2028 ingaan.

Tegengaan concurrentievervalsing

De nieuwe btw-plicht voor deze digitale platforms maakt onderdeel uit van een Europees pakket om het btw-stelsel te moderniseren. Het doel van de nieuwe btw-plicht is het tegengaan van concurrentievervalsing. Bovengenoemde diensten worden nu nog vaak aangeboden door particulieren en door ondernemers die geen btw in rekening hoeven te brengen, onder meer omdat ze de kleine ondernemersregeling toepassen. Op deze manier wordt geconcurreerd met grotere bedrijven die wél btw moeten berekenen.

Btw-plicht

Het wetsvoorstel schrijft voor dat digitale platforms waarop genoemde diensten worden aangeboden vanaf 1 juli 2028 btw-plichtig worden. Als de dienstverlener zelf al btw in rekening brengt, verandert er (uiteraard) niets. 

Maximaal 30 dagen

Verder schept het wetsvoorstel meer duidelijkheid over het begrip kortetermijnverhuur in de btw, namelijk maximaal 30 nachten.

Beperkte plicht passagiersvervoer

De btw-plicht voor platforms waarop passagiersvervoer wordt aangeboden, wordt beperkt omdat hier nauwelijks concurrentievervalsing optreedt. De oorzaak is dat deze diensten veelal door grotere ondernemingen worden aangeboden die al btw-plichtig zijn. Deze platforms worden in beginsel alleen geconfronteerd met een administratieplicht, waarmee ze aan moeten tonen dat door de dienstverlener al btw in rekening is gebracht. Alleen als dat niet het geval is, moet het platform de btw afdragen.

Internetconsultatie

Geïnteresseerden hebben de mogelijkheid hun visie op het wetsvoorstel te geven via een internetconsultatie. U kunt tot en met 3 november 2025 reageren.

Door |2026-01-13T08:21:36+01:0021 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Kortlopende verhuur accommodatie via platform btw-plichtig
  • De dga en ouderschapsverlof

De dga en ouderschapsverlof

Werknemers hebben onder voorwaarden recht op ouderschapsverlof, waarvan een deel betaald wordt door het UWV. Betaald ouderschapsverlof geldt ook voor de dga. Een dga is immers in dienst van een bv. Er gelden voor de dga die niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen wel bijzondere regels.

Ouderschapsverlof

Met ouderschapsverlof kunnen ouders na de geboorte van een kind wennen aan de nieuwe gezinssituatie. Het verlof moet binnen een jaar na de geboorte worden opgenomen. Bij pleeg- en adoptiekinderen moet het verlof worden opgenomen binnen een jaar nadat het kind in het gezin is opgenomen en voordat het kind acht jaar oud is.

Zelf aanvragen

De werkgever moet het betaalde ouderschapsverlof aanvragen bij het UWV voor de betreffende werkgever Een niet voor de werknemersverzekeringen verzekerde dga moet echter zelf het betaalde ouderschapsverlof aanvragen via Mijn UWV. Het UWV beslist binnen vier weken op een ingediend verzoek. De uitkering van het UWV verloopt in dat geval rechtstreeks aan de dga en dus niet via de bv.

Ander bedrag

Werknemers hebben recht op negen weken betaald ouderschapsverlof. De uitkering voor hen bedraagt 70% van het dagloon, voor de niet voor de werkverzekeringen verzekerde dga’s geldt echter 70% van het minimumloon.

Geen invloed op hoogte gebruikelijk loon

Het bedrag aan betaald ouderschapsverlof dat de dga ontvangt, is niet van invloed op de hoogte van het gebruikelijk loon. Wel mag rekening worden gehouden met het feit dat de dga door het ouderschapsverlof minder uren werkt. Het gebruikelijk loon moet worden gebaseerd op de werkzaamheden over het gehele jaar. Wordt een deel van het jaar niet gewerkt, dan mag het gebruikelijk loon dienovereenkomstig lager worden vastgesteld. 

Let op! Dit moet wel aannemelijk gemaakt kunnen worden!

Door |2026-01-13T09:21:49+01:0021 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor De dga en ouderschapsverlof
  • Nieuwe site voor jonge agrariërs over bedrijfsovername

Nieuwe site voor jonge agrariërs over bedrijfsovername

Er is een nieuwe site beschikbaar, bedrijfsovernamewijzer.nl voor jonge agrariërs, specifiek over bedrijfsovername. De site maakt kennis uit onderzoek en uit de praktijk toegankelijk, zodat bedrijfsovernames door jonge agrariërs in de land- en tuinbouw makkelijker kunnen verlopen.

Voor, tijdens en na overname

Bedrijfsovernamewijzer.nl is een initiatief van de overheid, agrarische organisaties en onderwijsinstellingen. De site, momenteel nog steeds in ontwikkeling, reikt belangrijke aandachtspunten aan voor voor, tijdens en na een overname. Verder is er een onderscheid per doelgroep, zoals overnemer, overdrager, adviseur of docent. 

Netwerk

Bedrijfsovernamewijzer.nl moet een platform worden waar jonge overnemers en overdragers van een agrarisch bedrijf elkaar kunnen ontmoeten. Geïnteresseerden kunnen via de site zelf artikelen aandragen op het gebied van bedrijfsoverdracht. 

Door |2026-01-13T08:21:38+01:0020 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe site voor jonge agrariërs over bedrijfsovername
  • Aanvragen subsidie praktijkleren derde leerweg tot 28 november 2025

Aanvragen subsidie praktijkleren derde leerweg tot 28 november 2025

Van maandag 3 november 2025 9.00 uur tot vrijdag 28 november 2025 17.00 uur kunt u weer de subsidie praktijkleren in de derde leerweg aanvragen.

Voor wie?

Erkende leerbedrijven die een praktijkplaats verzorgen voor een mbo-student in de derde leerweg (overig onderwijs (ovo) of overige opleidingen in deeltijd (odt)) kunnen voor de subsidie in aanmerking te komen.

Voorwaarden

Voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden:

  • De student moet een werkzoekende zijn of betaalde arbeid verrichten.
  • De student moet tijdens de aanvraagperiode staan ingeschreven in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) van DUO.
  • De opleiding die de student volgt, moet gericht zijn op het behalen van een volledig diploma, een certificaat of een praktijkverklaring.
  • De student moet de opleiding op of na 1 augustus 2023 gestart zijn.
  • De opleiding moet zijn opgenomen in het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo).

Let op! De subsidie is niet voor mbo-studenten in de beroepsopleidende leerweg (bol) en beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor deze studenten kan de werkgever mogelijk wel in aanmerking komen voor de Subsidieregeling praktijkleren voor het mbo.

Tip! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Hoogte subsidie

Per praktijkplaats kan maximaal € 2.700 subsidie gekregen worden. Het uiteindelijke subsidie kan lager zijn. Als er namelijk meer toegekende aanvragen zijn dan het beschikbar budget, wordt dat budget verdeeld over de aanvragen. In 2025 bedraagt het budget € 2.800.000.

Let op! De subsidie wordt maximaal verstrekt over een periode van 52 aaneengesloten weken, waarvan er maximaal 40 voor subsidie in aanmerking komen.

Aanvragen

Aanvragen van de subsidie kan via RVO.nl. Het erkende leerbedrijf moet de subsidie wel aanvragen binnen een jaar na afloop van de praktijkleerplaats.

Door |2026-01-12T11:09:23+01:0020 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Aanvragen subsidie praktijkleren derde leerweg tot 28 november 2025
  • Schending mededelingsplicht door verzwijgen angst- en paniekstoornis

Schending mededelingsplicht door verzwijgen angst- en paniekstoornis

Eerlijkheid duurt het langst. Zo blijkt maar weer uit een uitspraak die ging over een werknemer die tijdens haar sollicitatie niet eerlijk was geweest over de medische problemen waar ze mee kampte.

Wat was hier aan de hand? 

De werknemer was bij een sportschool in dienst getreden voor 12 uur per week. Vervolgens vroeg ze na een paar maanden om urenuitbreiding. De werkgever honoreerde dit verzoek. Via een addendum op de arbeidsovereenkomst waren de uren uitgebreid naar 31 uur per week. Nadat het addendum was getekend, maar al voordat de urenuitbreiding inging, meldde de werknemer zich ziek vanwege angst- en paniekaanvallen.

Vernietiging van het addendum

De werkgever vernietigde vervolgens het addendum waarin de urenuitbreiding was afgesproken wegens dwaling, omdat op basis van informatie die ze achteraf had gekregen de werknemer niet aan haar mededelingsplicht had voldaan. De werknemer wist immers dat  ze medisch niet in staat was de extra uren te werken, aldus de werkgever. De werknemer had daarom volgens de werkgever geen recht op doorbetaling van loon bij ziekte voor 31 uur, maar voor de 12 uur uit het eerdere contract. De werknemer stapte vervolgens naar de rechter.

Wanneer is er sprake van dwaling? 

Bij dwaling gaat het om de situatie dat een partij bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet – of niet op deze voorwaarden – met de andere partij zou zijn aangegaan. De bescherming die het arbeidsrecht biedt voor de werknemer moet daarbij wel worden nageleefd, maar het ontslagrecht beschermt geen werknemer die bedrog of dwaling heeft gepleegd bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. 

Een arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig buitengerechtelijk vernietigd op grond van dwaling als op het moment van het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst een werknemer over zodanige informatie met betrekking tot zijn gezondheid beschikte, dat hij daarvan mededeling aan de werkgever had moeten doen. Van zulke informatie is sprake als een werknemer bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wist dat zijn gezondheidstoestand zodanig was dat dit hem ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de overeengekomen werkzaamheden.

Was hier sprake van dwaling?

De werknemer heeft aangegeven al jaren aan psychische klachten te lijden en daar ook medicatie voor te slikken. Het is daarom niet ondenkbaar dat de klachten mogelijk nog terug kunnen keren. Ze had moeten begrijpen dat haar psychische kwetsbaarheid relevant was voor de vraag of zij structureel meer taken en uren kon vervullen. Door dit niet te melden bij het tekenen van het addendum heeft de werknemer de mededelingsplicht geschonden.

Het resultaat

Voorlopig moet worden geoordeeld in de kort-geding-procedure dat de buitengerechtelijke vernietiging wegens dwaling niet in strijd is met het gesloten ontslagstelsel. Dat betekent dat de werknemer geen aanspraak maakt op loon bij ziekte over 31 uur per week, maar slechts over 12 uur per week.

Door |2026-01-12T09:08:25+01:0017 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Schending mededelingsplicht door verzwijgen angst- en paniekstoornis
  • 10 belangrijke Eindejaarstips

10 belangrijke Eindejaarstips

Wat kunt u of moet u als ondernemer, dga, werkgever of particulier aan het einde van 2025 regelen? Wat verandert er per 2026 waar u nu nog op kunt anticiperen? We geven u tien belangrijke tips.

1. Anticipeer op 12% extra belasting fossiele personenauto van de zaak

Werkgevers gaan extra belasting betalen als ze vanaf 1 januari 2027 een fossiele personenauto van de zaak (CO2-uitstoot groter dan nul) voor het eerst aan hun werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stellen. Het addertje onder het gras bij deze regeling is dat woon-werkverkeer ook privé is! De belasting bedraagt in beginsel 12% van de cataloguswaarde. Voor personenauto’s die vóór 2027 ter beschikking worden gesteld, gaat de heffing pas in per 17 september 2030. Houd daarom ook al rekening met de regeling als u overweegt om voor 2027 nog fossiele personenauto’s voor het eerst ter beschikking te stellen. Bij een aanschaf of een leasecontract met een langere looptijd wilt u wellicht al kiezen voor een emissievrije personenauto. 

Let op! De bijtelling van de auto van de zaak blijft ook gewoon bestaan! De lagere bijtelling voor een auto van de zaak die geen CO2 uitstoot, vervalt echter per 2026. Schaft u nog in 2025 een elektrische auto aan, dan heeft u nog wel maximaal 5 jaar profijt van de lage bijtelling.

2. Plan de samenstelling van uw vermogen box 3

Heeft u privévermogen, dan is het van belang rekening te houden met de belastingheffing die u moet betalen over de verschillende typen vermogens in box 3. De hoogte van de box 3-belasting hangt namelijk niet alleen af van de hoogte van uw vermogen, maar ook van de samenstelling. Bovendien tellen roerende zaken in eigen gebruik (denk aan inboedel, juwelen of een boot) niet mee in box 3. U kunt dan ook belasting besparen door slim te plannen rondom de peildatum van 1 januari 2026. Koop roerende zaken voor eigen gebruik daarom vóór 1 januari 2026 in plaats van net daarna. En heeft u een onroerende zaak in box 3 verkocht, kijk dan of deze nog vóór 1 januari 2026 bij de notaris overgedragen kan worden. Dan bedraagt het wettelijk vastgestelde rendement hierover op 1 januari 2026 geen 7,78%, maar het veel lagere wettelijk vastgestelde rendement dat voor banktegoeden geldt. 

Let op! De advisering rondom box 3 is altijd maatwerk en omvat meer dan hiervoor beschreven! Raadpleeg daarom uw adviseur voor uw eigen situatie.

3. Controleer of u de tegenbewijsregeling box 3 kunt toepassen

Is uw totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het totaal berekende wettelijk vastgestelde rendement, dan kunt u misschien een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. De Hoge Raad sprak zich hierover vanaf medio 2024 uit. In beginsel is het mogelijk om voor de jaren 2017 tot en met 2027 een beroep te doen op de tegenbewijsregeling box 3. Voor de jaren 2017-2020 kan dat echter alleen als uw definitieve aanslag IB op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én u tijdig bezwaar maakte of verzocht om ambtshalve vermindering. Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). De Belastingdienst verstuurt vanaf juli gefaseerd brieven. Neem na ontvangst van deze brief zo snel mogelijk contact op met onze adviseurs. De reactietermijn is in bepaalde gevallen namelijk maar twaalf weken!

Let op! De berekening van het werkelijk rendement is waarschijnlijk anders dan u in gedachten heeft voor een werkelijk rendement. Zo tellen bijvoorbeeld ook de nog niet gerealiseerde waardeveranderingen mee. Neem voor de beoordeling of u een beroep kunt doen op de tegenbewijsregeling box 3 daarom contact op met onze adviseurs..

Tip! Is uw werkelijk rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U betaalt dan gewoon box 3-heffing op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

4. Dividend uitkeren of nog niet?

Het tarief in box 2 bedraagt in 2025 24,5% tot een inkomens van € 67.804 (of € 135.608 voor fiscale partners gezamenlijk). Over het meerdere bedraagt het tarief in 2025 31%. Het is daarom aantrekkelijker om dividend uit te keren tot € 67.804 (bij fiscale partners € 135.608) dan een hoger bedrag. Ga na welke bedragen aan dividend u de komende jaren wilt uitkeren en houd hierbij rekening met deze tariefverschillen.

5. Anticipeer op btw-herzieningsdiensten vanaf 2026

Voor investeringen in roerende en onroerende goederen geldt nu al een btw-herzieningsregeling. Vanaf 2026 gaat ook een btw-herzieningsregeling gelden voor diensten van minimaal € 30.000 (excl. btw)aan onroerende zaken. Deze investeringsdiensten worden vanaf 2026 gevolgd in het jaar van ingebruikname, plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

De btw-herzieningsregeling geldt alleen voor diensten die de onroerende zaak meerjarig dienen, zoals het vernieuwen en onderhouden van onroerende zaken, maar ook aan met een verbouwing samenhangende sloopwerkzaamheden. Ook materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in een dienst en na installatie of montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus nog vóór deze datum in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling. 

Tip! De grens van € 30.000 geldt per dienst.

6. Handhaving op schijnzelfstandigheid

Na jarenlang zonder handhaving (behalve bij kwaadwilligen), is de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Houd er rekening mee dat er vanaf 2026 ook weer boetes opgelegd kunnen worden, ook wanneer er geen sprake is van opzet of kwade trouw. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) volgens de wettelijke regels eigenlijk in dienst is bij een opdrachtgever. Werkt u met zelfstandigen? Controleer dan goed of deze eigenlijk niet bij u in dienst zouden moeten zijn. Welke afspraken heeft u gemaakt, hoe heeft u dit vastgelegd en sluiten de afspraken ook daadwerkelijk aan bij de praktijk?

Let op! Contractuele afspraken komen niet altijd overeen met hoe in de praktijk wordt gewerkt. De uitvoering van de werkzaamheden in de praktijk is doorslaggevend.

7. Koop tweede woning pas in 2026

Bent u van plan een woning aan te schaffen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, bijvoorbeeld een woning voor de verhuur aan uw kind? Wacht – indien mogelijk – hiermee dan tot na 2025. Vanaf 2026 wordt de overdrachtsbelasting voor woningen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken namelijk verlaagd van 10,4 naar 8%. Dat kan behoorlijk in de portemonnee schelen. Zo bedraagt het voordeel voor een woning met een waarde van € 500.000 bijvoorbeeld al € 12.000.

8. Benut uw vrije ruimte

Binnen de werkkostenregeling betaalt u als werkgever geen belasting als u met uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel binnen de vrije ruimte blijft. Deze bedraagt in 2025 2% tot een totale fiscale loonsom van € 400.000 en 1,18% daarboven. Ga na of u nog vrije ruimte over heeft en maak hier gebruik van als u uw personeel extra wilt belonen. Een overschot aan vrije ruimte kunt u namelijk niet meenemen naar 2026. Bent u dga met een bv, dan kunt u zichzelf op deze manier ook een belastingvrije bonus cadeau doen voor zover deze bonus aan de gebruikelijkheidstoets voldoet.

Tip! Tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de Belastingdienst er in beginsel van uit dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

9. Koop nog dit jaar een lijfrente 

Betaalde bedragen voor de aankoop van een lijfrente zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar. Voor degene met een pensioentekort in 2024 bedraagt de fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies in 2025 30% van het inkomen (onder meer winst en loon). De maximale jaarruimte bedraagt in 2025 € 35.798. Misschien heeft u ook nog reserveringsruimte uit voorgaande jaren? Dan kunt u daarvan in 2025 maximaal € 42.108 gebruiken. Zorg wel dat u de lijfrentepremies in 2025 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2025. Bij betaling in 2025 zijn uw banktegoeden op 1 januari 2026 lager en betaalt u over 2026 wellicht ook minder belasting in box 3.

Let op! De betaalde bedragen voor lijfrenten zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. De fiscale jaarruimte 2025 weerspiegelt dit pensioentekort in 2024.

10. Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen  

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves (HIR) niet verlopen. Een HIR die u in 2022 gevormd heeft, moet u in principe vóór 31 december 2025 benutten. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij en bent u daarover belasting verschuldigd. 

Tip! In bijzondere omstandigheden is soms een langere termijn van herinvesteren mogelijk. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs..

Let op! Een aantal van de bovengenoemde tips is nog niet definitief en moeten nog door de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Daarom overleggen wij graag met u persoonlijk of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

Door |2026-01-12T09:08:26+01:0015 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor 10 belangrijke Eindejaarstips
  • 10 important year-end tips

10 important year-end tips

What can or must you arrange as an entrepreneur, director/major shareholder, employer, or private individual at the end of 2025? What changes will take effect in 2026 that you can anticipate now? We offer ten important tips.

1. Anticipate 12% extra tax on company fossil fuel passenger cars

Employers will pay extra tax if, from January 1, 2027, they make a company fossil fuel passenger car (CO2 emissions greater than zero) available to their employees for private use for the first time. The catch with this regulation is that commuting is also considered private use! In principle, the tax amounts to 12% of the catalog value. For passenger cars made available before 2027, the levy will not take effect until September 17, 2030. Therefore, you should also take this regulation into account if you are considering making fossil fuel passenger cars available for the first time before 2027. If you are purchasing or leasing a car with a longer term, you may want to opt for an emission-free passenger car. 

Please note! The additional tax liability for company cars will also remain in place! However, the lower additional tax liability for company cars that do not emit CO2 will be abolished in 2026. If you purchase an electric car in 2025, you will still benefit from the low additional tax liability for a maximum of five years.

2. Plan the composition of your box 3 assets

If you have private assets, it is important to take into account the tax you have to pay on the different types of assets in box 3. The amount of box 3 tax depends not only on the amount of your assets, but also on their composition.

Furthermore, movable property for personal use (such as household effects, jewelry, or a boat) is not included in box 3. You can therefore save on tax by planning wisely around the reference date of January 1, 2026. Buy movable property for personal use before January 1, 2026, rather than just after that date. And if you have sold immovable property in box 3, check whether it can be transferred to the notary before January 1, 2026. In that case, the statutory return on this property on January 1, 2026 will not be 7.78%, but the much lower statutory return that applies to bank balances.

Please note! Advice regarding box 3 is always tailored to individual circumstances and involves more than described above! Therefore, consult your advisor for your own situation.

3. Check whether you can apply the box 3 rebuttal rule

If your total actual return in box 3 is lower than the total calculated statutory return, you may be able to invoke the box 3 rebuttal rule. The Supreme Court ruled on this in mid-2024. In principle, it is possible to invoke the box 3 rebuttal rule for the years 2017 to 2027. However, for the years 2017-2020, this is only possible if your final income tax assessment was not yet irrevocably determined on December 24, 2021, and you lodged an objection or requested an ex officio reduction in good time. To invoke the rebuttal rule, you must use the Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) form. The Tax and Customs Administration will be sending out letters in phases starting in July. Once you receive this letter, please contact our advisors as soon as possible. In certain cases, the response period is only twelve weeks!

Please note! The calculation of the actual return is likely to differ from what you have in mind for an actual return. For example, unrealized changes in value are also taken into account. To assess whether you can invoke the box 3 rebuttal rule, please contact our advisors.

Tip! If your actual return is higher, you do not need to do anything. You simply pay box 3 tax based on the statutory return.

4. Pay out dividends or not yet?

In 2025, the rate in box 2 will be 24.5% up to an income of €67,804 (or €135,608 for joint tax partners). The rate for amounts above this will be 31% in 2025. It is therefore more attractive to pay dividends up to €67,804 (€135,608 for fiscal partners) than a higher amount. Check what amounts of dividends you want to pay out in the coming years and take these rate differences into account.

5. Anticipate VAT revision services from 2026

A VAT adjustment scheme already applies to investments in movable and immovable property. From 2026, a VAT adjustment scheme will also apply to services of at least € 30,000 (excluding VAT) relating to immovable property. From 2026, these investment services will be monitored in the year of commissioning, plus the four subsequent years. If the use for VAT-taxed and/or VAT-exempt services changes during that period, the VAT deduction on the investment service will be revised.

The VAT revision scheme only applies to services that serve the immovable property for several years, such as the renovation and maintenance of immovable property, but also demolition work related to a renovation. Materials, installations, machines, and tools that are incorporated into a service and lose their independence after installation or assembly are also considered part of the investment service.

The VAT revision scheme will apply to investment services that are put into use from January 1, 2026. If you put these investment services into use before this date, they will not be affected by the scheme. 

Tip! The € 30,000 limit applies per service.

6. Enforcement of bogus self-employment

After years without enforcement (except in cases of malicious intent), the Tax and Customs Administration will resume enforcement of bogus self-employment from January 1, 2025. Please note that from 2026, fines may also be imposed again, even if there is no intent or bad faith. Pseudo-self-employment occurs when a self-employed person (freelancer) is actually employed by a client according to the legal rules. Do you work with self-employed people? Then check carefully whether they should actually be employed by you. What agreements have you made, how have you recorded them, and do the agreements actually correspond to practice?

Please note! Contractual agreements do not always correspond to how things work in practice. The actual performance of the work is decisive.

7. Only buy a second home in 2026

Are you planning to purchase a home that you will not use as your primary residence, for example, a home to rent to your child? If possible, wait until after 2025. From 2026, the transfer tax for homes that you will not use as your main residence will be reduced from 10.4% to 8%. This can make a significant difference to your wallet. For example, the benefit for a home worth € 500,000 is already € 12,000.

8. Utilize your discretionary scope

Under the work-related expenses scheme, as an employer you do not pay tax if your reimbursements and benefits in kind to your staff remain within the discretionary scope. In 2025, this will be 2% up to a total taxable wage bill of €400,000 and 1.18% above that amount. Check whether you still have any discretionary scope left and make use of it if you want to reward your staff with extra benefits. Any surplus discretionary scope cannot be carried over to 2026. If you are a director/major shareholder of a private limited company, you can also give yourself a tax-free bonus in this way, provided that this bonus meets the customary practice test.

Tip! Up to a total amount of € 2,400 per employee per year, the Tax and Customs Administration assumes in principle that the customary practice test has been passed.

9. Purchase an annuity this year

Amounts paid for the purchase of an annuity are deductible under certain conditions. For those with a pension shortfall in 2024, the annual tax allowance for the deduction of annuity premiums in 2025 is 30% of income (including profit and wages). The maximum annual allowance in 2025 is € 35,798. Perhaps you also have reserve allowance from previous years? If so, you can use a maximum of € 42,108 of this in 2025. Make sure you pay the annuity premiums in 2025! Only then can you still deduct them in your 2025 income tax return. If you pay in 2025, your bank balances on January 1, 2026 will be lower and you may also pay less tax in box 3 for 2026.

Please note! The amounts paid for annuities are only deductible if there is insufficient pension accrual. The 2025 tax allowance reflects this pension shortfall in 2024.

10. Do not let your reinvestment period expire

Do not let the period for reinvestment reserves (HIR) formed in the past expire. In principle, you must use any HIR you formed in 2022 before December 31, 2025. If you do not, the HIR will be released and you will owe tax on it. 

Tip! In special circumstances, a longer reinvestment period is sometimes possible. For more information, please contact our advisors.

Let op! Some of the above tips are not yet final and still need to be approved by the new House of Representatives and Senate. We would therefore be happy to discuss with you personally whether it is wise to take action or not.

Door |2026-01-12T09:08:27+01:0015 oktober 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor 10 important year-end tips
  • Nieuwsbrief april 2025

Nieuwsbrief april 2025

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 april 2025, 20:00 uur.


1. Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 naar Tweede Kamer

Het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 is naar de Tweede Kamer gestuurd. Het betreft de wettelijke vastlegging van verschillende arresten van de Hoge raad vanaf 4 juni 2024 over aanvullend rechtsherstel in box 3.

Hoge Raad: aanvullend rechtsherstel box 3
Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij en ook in latere arresten aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden.

Voor wie?
Dit aanvullende rechtsherstel geldt voor de belastingjaren vanaf 2021 voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen.
Voor de jaren 2017-2020 geldt het aanvullende rechtsherstel voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen van wie de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. Voorwaarde is wel dat er tijdig bezwaar is gemaakt of is verzocht om ambtshalve vermindering. In deze laatste categorie vallen ook de belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar hebben gemaakt en voor wie het eerste rechtsherstel al is toegepast. Zij kunnen ook bij dit tweede rechtsherstel meedoen (waarbij zij voor de jaren 2017-2019 wel tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering moeten hebben ingediend).
Voor belastingplichtigen die voor oude jaren niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, loopt nog de separate MB+-procedure.

Aanwijzingen Hoge Raad over werkelijke rendement
Kort samengevat komt het erop neer dat het gaat om het werkelijk gerealiseerde én ongerealiseerde rendement op uw gehele vermogen in box 3, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen. Het gaat om het nominale rendement, met inflatie mag geen rekening worden gehouden.

Aftrek van kosten is niet mogelijk. Alleen rente van schulden in box 3 zijn aftrekbaar. Verder behoort de waardevermeerdering van een bezitting –zoals een onroerende zaak – die voortvloeit uit uitgaven die leiden tot verbetering of uitbreiding van die bezitting, niet tot het werkelijke rendement.

De bepaling van het werkelijke rendement van een woning vindt plaats op basis van de WOZ-waarden aan het begin van het jaar en aan het begin van het daaropvolgende jaar. Bij aan-/verkoop in een jaar wordt de aldus berekende waardeverandering tijdsevenredig tussen verkoper en koper verdeeld.

Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3
De aanwijzingen van de Hoge Raad zijn verwerkt in het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3. Op een aantal punten bevat het wetsvoorstel nog nadere regels. Zo oordeelde de Hoge Raad dat het voordeel wegens eigen gebruik van een onroerende zaak onder de huidige wettelijke regels nul moet bedragen. Voor de jaren tot en met 2025 is dit ook zo in het wetsvoorstel meegenomen, maar vanaf 2026 wordt een wettelijke regeling geïntroduceerd voor het bepalen van het inkomen voor dit eigen gebruik en telt dit dus wel mee.

Formulier OWR
Vanaf de zomer 2025 komt een formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) beschikbaar waarmee een beroep gedaan kan worden op de tegenbewijsregeling. Om dit formulier juist en volledig te kunnen invullen, is waarschijnlijk veel informatie van u nodig.
Wellicht heeft u hierover al contact gehad met een van onze adviseurs of heeft u al nadere informatie hierover van ons gehad. Als u gebruik wilt maken van de tegenbewijsregeling, is het belangrijk dat wij op tijd over de benodigde informatie beschikken.

Tot en met (waarschijnlijk) 2027
De mogelijkheid om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling blijft waarschijnlijk tot en met het belastingjaar 2027 bestaan. Vanaf het belastingjaar 2025 hoeft dat niet meer met het formulier OWR, maar is hiervoor in de aangifte inkomstenbelasting een mogelijkheid opgenomen.

Het streven van het kabinet is om vanaf het belastingjaar 2028 een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement te introduceren. Het wetsvoorstel voor dit nieuwe stelsel wordt naar verwachting over enkele weken aan de Tweede Kamer aangeboden.


2. Ondernemerschap wordt volwaardig criterium bij beoordelen schijnzelfstandigheid in Wet VBAR

In het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden, VBAR, is de zogenaamde WZOP-toets opgenomen, een toekomstig beoordelingskader voor arbeidsrelaties. Extern ondernemerschap gaat in het daarvoor nog aan te passen wetsvoorstel in deze toets volwaardig meewegen.

Wetsvoorstel VBAR
De Wet VBAR zou meer duidelijkheid moeten gaan bieden over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst en wanneer gewerkt wordt als zelfstandige. Dit om schijnzelfstandigheid tussen een werknemer en werkgever te voorkomen en om de echte zelfstandige meer duidelijkheid te geven over de ruimte om als zelfstandige te kunnen werken.

Alle gezichtspunten zijn even belangrijk
De Hoge Raad heeft op prejudiciële vragen in de zaak Uber geantwoord dat alle gezichtspunten zoals weergegeven in het Deliveroo-arrest even belangrijk zijn. Dit betekent dat ook het gezichtspunt ‘extern ondernemerschap’ volwaardig meeweegt. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaat daarom het wetsvoorstel VBAR aanpassen. In het oorspronkelijke wetsvoorstel woog het extern ondernemerschap namelijk nog niet volwaardig mee.

WZOP-toets
De WZOP-toets in het wetsvoorstel VBAR verduidelijkt wanneer gewerkt kan worden als zelfstandige en wanneer niet. De toets bestaat uit drie elementen:

  1. Werknemer (W): dit element richt zich op signalen die wijzen op werknemerschap, zoals werkinhoudelijke en organisatorische aansturing door de opdrachtgever.
  2. Zelfstandige (Z): dit element richt zich op signalen die wijzen op werken als zelfstandige binnen de arbeidsrelatie. Hierbij wordt gekeken naar kenmerken van zelfstandig ondernemerschap, zoals het dragen van eigen risico en verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de werkzaamheden.
  3. Ondernemerschap (OP): dit element kijkt naar kenmerken van ondernemerschap, zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers en het zelfstandig werven van opdrachten.

In het oorspronkelijke wetsvoorstel Wet VBAR werd het laatste punt, het extern ondernemerschap, pas meegenomen als de elementen werknemerschap en zelfstandigheid niet tot een doorslaggevend oordeel over de arbeidsrelatie leidden. De minister gaat dit aanpassen, zodat het extern ondernemerschap volwaardig gaat meewegen, naast het element werknemerschap en zelfstandigheid.

Let op!
Het gewijzigde wetsvoorstel kan naar verwachting voor de zomer aan de Tweede Kamer worden aangeboden. De beoogde inwerkingtreding van de Wet VBAR blijft 1 januari 2026.


3. Bij dga gestald geld valt ook onder excessief lenen

Als een bv gelden onderbrengt bij een dga onder voorbehoud van de economische eigendom, tellen deze gelden naar de mening van de Belastingdienst als schuld mee voor de Wet excessief lenen.

Wet excessief lenen
Sinds 2023 wordt fors lenen bij de eigen bv ontmoedigd door de Wet excessief lenen. Kort samengevat betekent dit dat dga’s die meer dan € 500.000 lenen bij hun eigen bv(’s), over het meerdere (dus boven de € 500.000) belasting moeten betalen.

Let op!
Lenen partners of bloed- en aanverwanten in de rechte lijn ook van de bv(’s) van de dga, dan tellen die leningen (deels) ook mee voor de grens van € 500.000.

Stallen van gelden bij dga
De Belastingdienst heeft een standpunt naar buiten gebracht over het stallen van gelden door een bv bij de dga. Dit gebeurt in de praktijk bijvoorbeeld als de dga een hogere rente ontvangt dan de bv, of als de bv optimaal gebruik wil maken van het depositogarantiestelsel. Door het stallen van gelden bij de dga worden de gelden over meerdere banken verdeeld. Op die manier kan meerdere keren geprofiteerd worden van het depositogarantiestelsel. Dit stelsel garandeert dat bij betalingsmoeilijkheden van een bank, per bank een bedrag van maximaal € 100.000 is gegarandeerd.

Bij het stallen van gelden door een bv bij de dga blijft de bv over het algemeen economisch de eigenaar van de gelden. Alleen de juridische eigendom ligt bij de dga.

Telt mee voor excessief lenen
De Belastingdienst is van mening dat de gestalde gelden worden aangemerkt als leningen van de bv aan de dga die meetellen voor de Wet excessief lenen, omdat de gelden ook daadwerkelijk gestort zijn op de bankrekening(en) van de dga.

Ook zonder economische eigendom
Het maakt daarbij niet uit dat de dga niet de economische eigendom van de gelden heeft. Ook zonder die economische eigendom worden de gestalde gelden aangemerkt als leningen van de bv aan de dga die meetellen voor de grens van € 500.000 volgens de Belastingdienst. Wanneer door de gestalde gelden het totaal aan schulden van de dga aan de bv dus boven de € 500.000 uitkomt, moet de dga hierover belasting betalen.


4. Vrijstelling of 2% overdrachtsbelasting ook bij wonen na twee jaar?

Wie een pand koopt, is daarover in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Bij woningen geldt wel onder voorwaarden een vrijstelling of een verlaagd tarief van 2%. Voor Gerechtshof Den Haag speelde de vraag of de vrijstelling ook van toepassing is als de woning pas twee jaar na notariële levering bewoond wordt.

Overdrachtsbelasting algemeen 10,4%
De bij aankoop van een pand verschuldigde overdrachtsbelasting bedraagt voor niet-woningen, zoals een kantoorpand, momenteel 10,4%. De koper moet deze belasting betalen.

Voor woningen: 2% of vrijstelling
Voor woningen bedraagt het tarief 2%. Voor meerderjarige kopers jonger dan 35 jaar die een woning kopen van maximaal € 525.000 (2025) kan een vrijstelling gelden. Hierbij geldt, zowel voor het tarief van 2% als voor de vrijstelling, onder meer als voorwaarde dat de woning na de verkrijging ‘anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt gaat worden’. Vrij vertaald betekent dit dat de woning duurzaam als hoofdverblijf bewoond moet gaan worden. Dit moet ook in een schriftelijke verklaring zijn vastgelegd.

Bewoning uitgesteld
In de casus die speelde bij Gerechtshof Den Haag had een vrouw een woning gekocht en bij de notaris geleverd gekregen. Zij ging deze woning echter pas twee jaar later bewonen. Tot die tijd woonde ze bij haar ouders. De reden hiervoor was dat de nieuwe woning van de verkopende partij nog in aanbouw was en afgesproken was dat de verkopers er tijdens de bouw (maximaal twee jaar) mochten blijven wonen.

Rechtbank: geen vrijstelling of 2%-tarief
De rechtbank oordeelde dat de vrouw de woning niet duurzaam als hoofdverblijf was gaan bewonen, onder meer omdat de verkopers in de woning waren blijven wonen tot uiterlijk twee jaar na de notariële levering van de woning. De vrouw had daarom geen recht op de vrijstelling of het verlaagde tarief van 2%.

Gerechtshof: vrijstelling, want wet kent geen termijn
Voor het gerechtshof was in geschil of de duurzame bewoning op korte termijn na de notariële levering moest aanvangen om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling of het 2%-tarief.

Het gerechtshof vond van niet en stelde dat de wet geen termijn verbindt aan het moment waarop de duurzame bewoning moet aanvangen. Het gerechtshof stelde dat de wetgever bovendien ook rekening heeft gehouden met de situatie dat een koper een woning niet direct na de verkrijging als hoofdverblijf gaat gebruiken, zoals in deze situatie.

Het gerechtshof oordeelde daarom dat de vrouw, gelet op de bedoeling van de wet, de vrijstelling kon toepassen. De vrouw was immers starter op de woningmarkt met de bedoeling om duurzaam in de woning te gaan wonen. De inspecteur was het er bovendien mee eens dat de vrouw niet te vergelijken was met een belegger. Dat de vrouw niet binnen een bepaalde termijn in de woning was gaan wonen, zorgde in deze situatie niet voor een ander oordeel.

Staatssecretaris
De staatssecretaris stelde in eerste instantie beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, maar trok dat later weer in. In de toelichting bij het intrekken merkt de staatssecretaris op dat uit de feiten en omstandigheden naar voren komt dat er in dit geval geen sprake is geweest van een oneigenlijk gebruik om een voordeel in de overdrachtsbelasting te behalen. De vrouw heeft een woning gekocht met het doel om daar te gaan wonen en dat is uiteindelijk ook gebeurd. De staatssecretaris was in dit geval met toepassing van de hardheidsclausule daarom tot dezelfde uitkomst gekomen als het gerechtshof.


5. Voorkom belastingrente IB 2024 en Vpb 2024

Als de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een (voorlopige) aanslag IB 2024 oplegt, berekent de Belastingdienst over de periode die begint op 1 juli 2025 6,5% belastingrente. Dit kunt u voorkomen. De Belastingdienst berekent namelijk geen belastingrente als u vóór 1 mei 2025 een correcte aangifte IB 2024 indient of als u vóór 1 mei 2025 een correcte voorlopige aanslag IB 2024 aanvraagt. Het is belangrijk dat de aangifte/het verzoek om de voorlopige aanslag niet te laag is. De Belastingdienst berekent anders alsnog vanaf 1 juli 2025 6,5% belastingrente over het verschil. Let op: krijgt u een (voorlopige) aanslag IB met belastingrente? Dan is het mogelijk verstandig om tijdig bezwaar hiertegen te maken. Overleg daarover met onze adviseurs.

Bij het vanaf 1 juli 2025 opleggen van een (voorlopige) aanslag Vpb 2024 berekent de Belastingdienst 9% belastingrente. Dit voorkomt u door vóór 1 juni 2025 een correctie aangifte Vpb 2024 in te dienen. Lukt dat niet, dan voorkomt u de belastingrente als u vóór 1 mei 2025 een correcte voorlopige aanslag Vpb aanvraagt. Zorg dat het bedrag niet te laag is, anders berekent de Belastingdienst alsnog vanaf 1 juli 2025 9% belastingrente over het verschil. Heeft u een gebroken boekjaar, dan gelden andere termijnen. Over de hoge belastingrente voor de Vpb loopt inmiddels een massaalbezwaarprocedure. Let op: krijgt u een (voorlopige) aanslag Vpb met belastingrente, kom dan tijdig in bezwaar, zodat u kunt aansluiten bij deze procedure. De Belastingdienst doet dan nog geen uitspraak, maar wacht op het oordeel van de Hoge Raad.


6. Einde compensatie transitievergoeding bij ontslag langdurig zieke?

Als een werknemer meer dan twee jaar ziek is, kan een werkgever bij het UWV ontslag aanvragen. Deze werknemer heeft dan recht op een transitievergoeding. De werkgever kan hiervoor nu nog compensatie aanvragen bij het UWV via de regeling compensatie transitievergoeding. Het kabinet heeft een wetsvoorstel voorgelegd waardoor straks alleen nog kleine werkgevers compensatie kunnen aanvragen. Een kleine werkgever is in het wetsvoorstel een werkgever met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar. Daarbij wordt gekeken naar het totaal van het premieplichtige loon van de werkgever twee jaar eerder. Dit gebeurt nu ook al voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds. In 2025 is een werkgever klein voor deze premie als het totale premieplichtige loon over 2023 niet hoger was dan € 990.000.

Door |2025-04-18T11:44:08+02:0015 april 2025|Geen categorie, Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2025