FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1602 blog entries.

Aanpassing box 3 met terugwerkende kracht vanaf 2023

Het kabinet stelt een aantal aanpassingen in box 3 voor die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 in moeten gaan. Het gaat om aanpassingen met betrekking tot een aandeel in een VvE, geld op een derdengeldenrekening en onderlinge schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen.

Aandeel in VvE en derdengeldenrekening

Bril

Het aandeel in een vereniging van eigenaars (VvE) valt op dit moment in box 3 in de categorie overige bezittingen. Ook geld op een derdengeldenrekening van een notaris of een gerechtsdeurwaarder valt nu in deze categorie. Dat betekent dat in box 3 rekening gehouden wordt met een rendement van 6,17% in 2023 op deze vermogensbestanddelen.

Het kabinet stelt nu voor om deze vermogensbestanddelen alsnog met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 onder te brengen in de categorie banktegoeden. Het forfaitaire rendement van de categorie banktegoeden staat nog niet definitief vast, maar is voorlopig vastgesteld op 0,36%. Dit betekent een bijna 6% lager forfaitair rendement voor het aandeel in een VvE en geld op een derdengeldenrekening bij een notaris of een gerechtsdeurwaarder.

Niet aangeven van onderlinge vorderingen en schulden

Een vordering op een fiscale partner valt op dit moment in box 3 ook in de categorie overige bezittingen, en wel tegen in 2023 een forfaitair rendement van 6,17%. De corresponderende schuld van die fiscale partner valt echter in box 3 in de categorie schulden tegen een veel lager forfaitair rendement, dat voorlopig vastgesteld is op 2,57%. Uitgaande van dit voorlopige vastgestelde percentage, bestaat in de huidige situatie voor de fiscale partners een verschil van 3,6% tussen de categorie overige bezittingen en de categorie schulden.

Dit betekent dat partners in hun gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting per saldo 3,6% rendement in box 3 zouden moeten verantwoorden over hun onderlinge schulden en vorderingen. Het kabinet vindt dit ongewenst en stelt daarom voor om deze onderlinge vorderingen en schulden vanaf 1 januari 2023 buiten de belastingheffing te brengen (te defiscaliseren). Dit betekent dat deze niet in de aangifte inkomstenbelasting hoeven te worden vermeld en daardoor ook genegeerd worden voor de box 3-heffing.

Het gaat hierbij om de onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners. Ook onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en minderjarige kinderen gaan onder deze regel vallen en worden straks dus genegeerd.

Deze voorstellen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2024. Ze moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn daarom nog niet definitief.

Door |2023-10-06T12:48:24+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanpassing box 3 met terugwerkende kracht vanaf 2023

Wetsvoorstel Wet werken waar je wilt verworpen door Eerste Kamer

Waar de Tweede Kamer eerder akkoord ging met het voorstel voor de Wet werken waar je wilt, heeft de Eerste Kamer dit verworpen. De Wet werken waar je wilt was een wijziging op de Wet Flexibel werken (Wfw).

Werknemersverzoek beoordelen naar ‘redelijkheid en billijkheid’

Laptop

Voor jou als werkgever zouden in de nieuwe wet de wettelijke regels veranderen bij een verzoek van een werknemer voor een andere arbeidsplaats. Een verzoek met betrekking tot die andere arbeidsplaats zou net zo behandeld moeten worden als een verzoek tot wijziging van arbeidsduur of andere werktijden, ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’.

Het wetsvoorstel ging over het recht op thuiswerken, maar ook over het recht op werken op werklocatie en was in lijn met een eerder uitgebracht advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) aan het kabinet over hybride werken. De SER stelde dat de werknemer meer zeggenschap zou moeten hebben over wel of niet thuiswerken.

Oordeel Eerste Kamer

Bij de behandeling door de Eerste Kamer werd nut en noodzaak van de wet betwijfeld. Ook vroeg men zich af of de wet niet te veel regeldruk voor werkgevers zou opleveren. Uiteindelijk is de wet dus door de Eerste Kamer verworpen.

Huidige wet blijft onveranderd

De huidige Wet flexibel werken biedt werknemers die ten minste een half jaar in dienst zijn bij een bedrijf met ten minste tien werknemers, onder andere de mogelijkheid om een verzoek in te dienen tot aanpassing van arbeidsplaats. Je bent als werkgever verplicht het verzoek in overweging te nemen en in overleg te treden met de werknemer. Je bent vervolgens vrij om het verzoek af te wijzen op welke grond dan ook, maar je zult de afwijzing wel deugdelijk moeten motiveren.

Door |2023-10-06T12:48:17+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel Wet werken waar je wilt verworpen door Eerste Kamer

Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar € 2.100 in 2024

De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding gaat per 1 januari 2024 omhoog naar € 2.100 per jaar. Dat is dit jaar nog € 1.900. De vergoeding per maand wordt in 2024 € 210. Dat is nu nog € 190.

Jaarlijkse indexering

Rekenen

Je kunt vrijwilligers die binnen jouw organisatie vrijwilligerswerk doen een vergoeding geven die voor de fiscus onbelast is. Deze maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd.

Per 1 januari 2024 gaat dit bedrag weer omhoog. Het nieuwe bedrag is maximaal € 2.100 per jaar.

Over vrijwilligersvergoedingen tot dat bedrag zijn geen belastingen en premies verschuldigd. Betaal je de vrijwilliger een hogere vergoeding? Dan is deze alleen onbelast als je de vergoeding betaalt om de kosten te vergoeden die de vrijwilliger gemaakt heeft voor het uitvoeren van het vrijwilligerswerk.

Een extra verhoging die eerder werd aangekondigd, naast de jaarlijkse indexatie, is van de baan.

Voorwaarden vrijwilligersvergoeding

Om gebruik te kunnen maken van de fiscale regels voor een onbelaste vrijwilligersvergoeding moet je aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Jouw organisatie:
    – valt niet onder de vennootschapsbelasting of is daarvan vrijgesteld;
    – is een sportvereniging of sportstichting;
    – is een algemeen nut beogende instelling (ANBI);
  • de vrijwilliger is niet bij jou in dienst;
  • de vrijwilliger voert de werkzaamheden niet uit voor zijn beroep;
  • de vergoeding die de vrijwilliger krijgt voor het werk is een vergoeding, die niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk.
Door |2023-10-06T12:48:09+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar € 2.100 in 2024

Reiskostenvergoedingen verruimd per 2024

In 2024 worden fiscaalvrije vergoedingen inzake reiskosten van onder andere werknemers verruimd. Het betreft zowel de vergoedingen voor privévervoer zoals bij gebruik van de auto, als voor vergoedingen voor reizen met het openbaar vervoer. Dit staat in het Belastingplan 2024.

Openbaar vervoer

OV

De huidige regels rond vergoedingen van abonnementen voor het openbaar vervoer zijn ingewikkeld. Dit wordt voor een deel veroorzaakt doordat werknemers sinds de coronacrisis steeds meer (gedeeltelijk) thuiswerken en er dus minder vaak sprake is van regelmatig woon-werkverkeer. Om de administratieve lasten te beperken, wordt daarom voorgesteld om ov-abonnementen fiscaalvrij te stellen. De enige voorwaarde is dat het abonnement ook zakelijk gebruikt wordt, bijvoorbeeld voor het woon-werkverkeer.

Het is niet meer van belang in welke mate het abonnement zakelijk wordt gebruikt.

Reiskostenvergoeding verder verruimd

Reiskostenvergoeding zijn in 2023 onbelast voor € 0,21/km. In het Belastingplan van vorig jaar was al aangekondigd deze belastingvrije vergoeding te verruimen naar € 0,22 en zo mogelijk naar € 0,23/km. In het Belastingplan 2024 is inderdaad voor deze laatste variant gekozen. Dit betekent dat reiskostenvergoedingen vanaf 2024 onbelast zijn voor zover de vergoeding niet meer bedraagt dan € 0,23/km. Dit betreft vrijwel alle vormen van vervoer, dus bijvoorbeeld ook voor afgelegde kilometers per fiets en bromfiets.

Ook voor zelfstandige ondernemer en dga

De verhoging van de belastingvrije vergoeding geldt ook voor de zakelijke kilometers die zelfstandige ondernemers afleggen. Zij kunnen hiervoor dus een bedrag van € 0,23/km ten laste van de winst brengen, waarbij ook nu de wijze van vervoer in beginsel niet relevant is.

De dga is in dienst bij zijn bv. Ook de bv mag onbelast de zakelijke kilometers vergoeden tegen de geldende tarieven, uiteraard mits de dga geen vervoersmiddel van de zaak gebruikt.

Doorwerking naar overige reiskosten

De verhoging geldt daarnaast ook voor andere reiskosten die bij de aangifte in aftrek kunnen worden gebracht. Het betreft de aftrek van specifieke zorgkosten in het kader van gemaakte reiskosten voor ziekenbezoek, de kilometervergoeding voor weekenduitgaven inzake het verzorgen van gehandicapten en voor de giftenaftrek als een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding.

Alle bovenstaande plannen staan in het Belastingplan 2024. De Tweede en Eerste Kamer moeten hier nog over beslissen.

Door |2023-10-06T12:47:59+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Reiskostenvergoedingen verruimd per 2024

Hogere arbeidskorting in 2024, maar niet voor iedereen

De arbeidskorting wordt volgend jaar verhoogd met € 115. Daarnaast vindt een indexatie ter compensatie van de inflatie plaats. Maar juist door die indexatie lijken bepaalde arbeidsinkomens volgend jaar recht te hebben op mínder arbeidskorting. Hoe zit dit?

Opbouw tot maximale arbeidskorting

Typen

De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het arbeidsinkomen. Hoe hoger het arbeidsinkomen, des te meer arbeidskorting je krijgt. Hier zit wel een maximum aan. De arbeidskorting bereikt in 2023 het maximum van € 5.052 bij een bruto inkomen van € 37.691. De maximale arbeidskorting komt in 2024 neer op € 5.553 bij een bruto inkomen van € 39.898.

Afbouw arbeidskorting

Vanaf een inkomen van € 37.691 wordt de arbeidskorting in 2023 6,51% lager. Dit betekent dat voor elke euro boven € 37.691 jouw arbeidskorting met 6,51 eurocent wordt afgebouwd. Vanaf een inkomen van € 115.295 heb je dan geen arbeidskorting meer.

In 2024 is het afbouwpercentage nog steeds 6,51% en dus 6,51 eurocent per euro. De afbouw vindt dan echter pas plaats vanaf € 39.898. In 2024 heb je daardoor vanaf een inkomen van € 125.198 geen arbeidskorting meer.

Indexatie kan voor minder arbeidskorting zorgen

De arbeidskorting loopt in 2023 bij arbeidsinkomens tot € 10.741 op met 8,231%. Voor zover het arbeidsinkomen hoger is dan € 10.741, loopt de arbeidskorting echter veel sneller op, namelijk met 29,861%.

Uit de tabellen bij het Belastingplan 2024 lijkt te volgen dat de stijging met 8,231% volgend jaar geldt tot een arbeidsinkomen van € 11.809 en dat daarboven pas de stijging van 29,861% geldt. Dit heeft te maken met de indexatie van de arbeidsinkomensgrenzen.

Door de indexatie van deze arbeidsinkomensgrenzen lijken arbeidsinkomens vanaf € 11.809 tot € 23.201 volgend jaar allemaal recht te hebben op € 231 minder arbeidskorting dan in 2023. Dat is dus voor deze groep zeker geen vooruitgang.

Ook arbeidsinkomens vanaf € 10.741 tot € 11.809 en vanaf € 23.201 tot ongeveer € 24.065 lijken volgend jaar minder arbeidskorting te krijgen, maar de verschillen zijn hier kleiner.

Meer arbeidskorting

Arbeidsinkomens vanaf ongeveer € 24.065 lijken volgend jaar echter wel meer arbeidskorting te krijgen. Hoeveel meer is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen.
Arbeidsinkomens vanaf € 39.898 tot € 115.295 lijken er volgend jaar het beste uit te komen, namelijk zo’n € 645 meer aan arbeidskorting. Echter, voor arbeidsinkomens tussen de € 24.065 en € 39.898 én boven de € 115.295 is de arbeidskorting in 2024 ook hoger, maar het verschil tussen de arbeidskorting in 2024 en 2023 is voor deze arbeidsinkomens kleiner dan € 645.

De grens vanaf waar de arbeidskorting wordt afgebouwd is gekoppeld aan het minimumloon. Daarom is de grens van € 39.898 nog een inschatting. Deze wordt pas definitief vastgesteld na de vaststelling van het minimumloon in november 2023.

Door |2023-10-06T12:47:50+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hogere arbeidskorting in 2024, maar niet voor iedereen

‘Mijn Cyberweerbare zaak’: cybersubsidie voor kleine bedrijven

Het Digital Trust Center, DTC, introduceert een subsidieregeling voor micro- en kleine ondernemingen ‘Mijn Cyberweerbare Zaak’. Deze subsidie is bedoeld voor de kosten van de aanschaf en implementatie van één of meer cruciale cyberweerbaarheidsmaatregelen.

Wat en hoeveel?

Privacy

Onder de subsidie vallen bijvoorbeeld het inrichten van back-ups, een wachtwoordmanager en het laten uitvoeren van een risico-inventarisatie. De subsidie bedraagt de helft (50%) van de kosten die een IT-dienstverlener rekent, met een maximum van € 1.250 per aanvrager. Het is mogelijk éénmalig een beroep doen op deze subsidieregeling. Het DTC stelt vooralsnog € 300.000 beschikbaar.

Advies, aanbod en subsidie in 3 stappen

Stap 1 is te weten waar de cyberveiligheid van jouw bedrijf nog tekortschiet. Met de CyberVeilig Check maak je binnen tien minuten jouw eigen actielijst (PDF) met te nemen cybermaatregelen. Stap 2 is het benaderen van een leverancier van IT-beveiligingsdiensten die kan ondersteunen bij één of meer maatregelen van de actielijst. Stap 3, de laatste stap ,bestaat uit de aanvraag van de subsidie en het uploaden van de actielijst en offerte(s) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Aanvragen van 2 oktober tot 1 november

Het aanvragen van deze investeringssubsidie kan van 2 oktober tot 1 november 2023, 17.00 uur. Het beschikbare subsidiebudget voor Mijn Cyberweerbare Zaak is dus € 300.000 en wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvraag totdat het subsidiebudget op is.

Meer informatie over ‘Mijn weerbare zaak’ vindt je hier.

Door |2023-10-06T12:47:45+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor ‘Mijn Cyberweerbare zaak’: cybersubsidie voor kleine bedrijven

Dividend- en aandelenvervreemding in 2023 of vanaf 2024?

Vorig jaar is al besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 te introduceren. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen met het voorstel om de hoogste van die twee tarieven nog eens met 2%-punt extra te verhogen. Reden om na te denken over een dividenduitkering of mogelijk versnelde vervreemding van jouw aandelen in 2023?

Box 2

Aandelen

In box 2 betaal je belasting over inkomsten uit aanmerkelijk belang. Dit betreft enerzijds het dividend dat de bv uitkeert aan aanmerkelijk belang aandeelhouders-natuurlijke personen en anderzijds de winst die zo’n aandeelhouder haalt met de verkoop van zijn aandelen. In geval van overlijden wordt de aandeelhouder geacht zijn aandelen te hebben verkocht en treedt dus ook heffing op.

Vanaf 2024 twee tarieven

Het tarief in box 2 bedroeg vanaf de invoering in 2001 tot en met 2019 25% (met uitzondering van 2007 en 2014 toen bij een inkomen in box 2 van € 250.000 een tarief van 22% gold). Nadat het tarief in 2020 al was verhoogd van 25 naar 26,25%, volgde vanaf 2021 een verdere verhoging naar 26,9%. Vervolgens is in 2022 besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 in te voeren: voor het inkomen in box 2 tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) een tarief van 24,5% en voor het inkomen daarboven 31%.

Aangenomen motie

De Tweede Kamer heeft onlangs echter een motie aangenomen met het voorstel om het tarief van 31% met ingang van 2024 nog verder te verhogen naar 33%. Als de motie wordt opgenomen in een wetsvoorstel en de Tweede en Eerste Kamer daarmee instemmen, ziet het box 2-tarief er vanaf volgend jaar (2024) als volgt uit:

Inkomen in box 2  Tarief
Tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 24,5%
Boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 33%

Let op! De nieuwe tarieven gaan ook gelden voor reserves die tot en met 2023 al zijn opgebouwd in de vennootschap!

Minder én meer belasting in box 2

Door de verlaging van het box 2-tarief voor de eerste € 67.000 (fiscale partners € 134.000) van 26,9 naar 24,5%, betaal je over dividend of de verkoopwinst van jouw aandelen tot € 67.000 (of € 134.000) in 2024 bijna 9% minder belasting in box 2 dan in 2023.

Door de verhoging van het box 2-tarief voor bedragen boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) van 26,9% naar 33%, betaal je over dividend of de verkoopwinst van jouw aandelen boven € 67.000 (of € 134.000) in 2024 echter bijna 23% meer belasting in box 2 dan in 2023.

De introductie van twee tarieven in box 2 is al definitief aangenomen. Dat geldt niet voor de verhoging van het bovenste tarief van 31% naar 33%. Dit moet nog in een wetsvoorstel worden opgenomen en daarna door de Tweede én Eerste Kamer worden aangenomen.

2023 of vanaf 2024 gunstiger?

De vraag is of het nu raadzaam is om in 2023 al dividend uit te keren of te wachten tot 2024 en latere jaren. Eenzelfde vraag kan gesteld worden voor een volgend jaar geplande vervreemding van aandelen. Is het raadzaam om die vervreemding, waar mogelijk, naar voren te halen en in 2023 uit te voeren?

Vuistregel lijkt in ieder geval dat voor bedragen rond € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) het raadzaam is te wachten tot 2024. In 2024 kan je immers gebruikmaken van het lagere tarief van 24,5%. Gaat het om hogere bedragen, dan kan het financieel weleens aantrekkelijker zijn om de transactie nog in 2023 te laten plaatsvinden.

Individuele beoordeling

Of uitkeren in 2023 of vanaf 2024 gunstiger is, is niet alleen afhankelijk van het box 2-tarief maar ook van andere individuele omstandigheden. Zo kan het bestedingsdoel van invloed zijn op de beslissing om in 2023 of op een later moment pas dividend uit te keren. Verder zullen onder meer de hoogte van de nog uit te keren reserves en het moment waarop je dividend moet of wilt gaan uitkeren of de verkoop van jouw aandelen gepland heeft, een rol spelen.

Daarnaast speelt ook de toekomstige winstverwachting een rol: indien je verwacht de komende jaren een nettowinst in de bv te behalen waarmee je bij een dividenduitkering het laagste tarief al benut, dan zal iedere verder uitkering belast zijn tegen het hogere tarief. Het lijkt dan aantrekkelijk om in 2023 belastingheffing actief op te zoeken. Uiteraard moeten er dan wel voldoende liquide middelen aanwezig zijn om de verschuldigde dividend- en inkomstenbelasting te voldoen.

De beoordeling is niet eenvoudig en leidt helaas ook niet tot een duidelijke uitkomst. Onze adviseurs kunnen de diverse scenario’s van jouw individuele situatie voor je beoordelen en met u bespreken om zo een keuze te kunnen maken om wel of niet in 2023 nog actie te ondernemen.

Door |2023-10-06T12:47:40+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Dividend- en aandelenvervreemding in 2023 of vanaf 2024?

Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt volgend jaar verlaagd naar 1,92% van de loonsom tot een bedrag van € 400.000. Voor zover de loonsom hoger is, blijft over het meerdere de vrije ruimte 1,18%, net als in 2023. Dit staat in het Belastingplan 2024.

Werkkostenregeling

Rekenen

Via de werkkostenregeling kan je als werkgever diverse zaken belastingvrij vergoeden of verstrekken aan jouw personeel. Een bekend voorbeeld is het kerstpakket of een bonus. Blijven de vergoedingen binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’, dan hoeft ook de werkgever hier geen belasting over te betalen.

Bij overschrijding van de vrije ruimte betaal je als werkgever 80% over het meerdere via de eindheffing.

Vrije ruimte

De vrije ruimte bedraagt in 2023 nog 3% van de loonsom en 1,18% over het meerdere. Voor 2024 stelt het kabinet voor de vrije ruimte te verlagen naar 1,92% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% van het meerdere.

Omvang vrije ruimte

Een en ander betekent dat de vrije ruimte in 2023 maximaal 3% x € 400.000 = € 12.000 bedraagt, plus 1,18% over het meerdere van de loonsom. In 2024 wordt dit dus maximaal 1,92% x € 400.000 = € 7.680 plus 1,18% over het meerdere van de loonsom. Dit betekent een verlaging van de vrije ruimte van maximaal € 4.320.

Mogelijke effecten

Werkgevers kunnen anticiperen op de maatregel door minder te besteden aan vergoedingen en verstrekkingen. Doen ze dit niet, dan zullen ze eerder te maken krijgen met een belastingheffing van 80% over vergoede of verstrekte zaken.

Door |2023-09-29T17:26:19+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024

Mkb-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek in 2024 fors lager

De mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek worden in het Belastingplan 2024 volgend jaar fors verlaagd. Wat de mkb-winstvrijstelling zou worden, is nu pas bekendgemaakt. De verlaging van de zelfstandigenaftrek was al eerder in wetgeving opgenomen.

De verlagingen vloeien onder meer voort uit de wens de verschillen in fiscale behandeling tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen.

Verlaging mkb-winstvrijstelling

Euro

De mkb-winstvrijstelling wordt in de plannen van het (demissionaire) kabinet verlaagd van 14% in 2023 naar 12,7% in 2024. Dit betekent een verlaging van zo’n 10% ten opzichte van 2023. De mkb-winstvrijstelling geldt voor iedere ondernemer, los van de vraag of deze voldoet aan het urencriterium. Ook ondernemers die minder dan 1.225 uren per jaar in hun bedrijf werken, komen er dus voor in aanmerking.

Dit voorstel moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt volgens plan verder verlaagd van € 5.030 in 2023 naar € 3.750 in 2024, ofwel een verlaging van ruim 34%. De verlaging zet de komende jaren in stappen door naar € 900 in 2027.

Aftrek tegen 36,97%

Zowel de mkb-winstvrijstelling als de zelfstandigenaftrek zijn aftrekbaar tegen het tarief van de eerste schijf, dat in 2024 36,97% gaat bedragen. Doordat dit tarief in 2024 iets hoger is dan in 2023 (36,93%), leveren beide aftrekken dus ietsje meer op.

Forse daling netto inkomen

Beide wijzigingen hakken er voor de ondernemer in de inkomstenbelasting fors in en betekenen dat zijn netto inkomen in 2024 nauwelijks zal toenemen.

Wat het werkelijke effect is van deze maatregelen voor jou, hangt uiteraard af van jouw individuele omstandigheden. Wij rekenen graag voor jou uit wat dit voor je zou kunnen betekenen.

Door |2023-09-29T17:28:14+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Mkb-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek in 2024 fors lager

Geen lagere proceskosten voor WOZ- en bpm-zaken of toch wel?

Als u het niet eens bent met een belastingaanslag, kunt u bezwaar en beroep aantekenen. Wordt u in het gelijk gesteld, dan heeft u recht op een vergoeding van uw proceskosten. De Hoge Raad heeft onlangs nogmaals beslist dat hierbij geen onderscheid gemaakt mag worden tussen geschillen die de WOZ of bpm betreffen, en overige belastingsoorten. Echter, er liggen nieuwe plannen op tafel.

Vergoeding proceskosten

Auto

Als u een vergoeding van uw proceskosten krijgt, wordt uitgegaan van vaste bedragen. U krijgt in beginsel dus niet uw werkelijke proceskosten vergoed. Dit is alleen anders als u kosten heeft moeten maken omdat de inspecteur – soms tegen beter weten in – heeft vastgehouden aan zijn standpunt.

Onderscheid WOZ, bpm en overige belastingen

Bij de standaardvergoedingen wordt sinds 1 juli 2021 onderscheid gemaakt tussen geschillen inzake de WOZ en bpm en overige belastingen. Daarbij wordt voor de WOZ en bpm een lagere vergoeding toegekend.

Afhankelijk van de zwaarte van een zaak, worden hieraan punten toegekend. Zo bedraagt dit jaar in zaken waarbij het handelt om beroep of hoger beroep bij WOZ- en bpm-geschillen de vergoeding € 597 per punt, terwijl de vergoeding in overige belastingzaken € 837 per punt bedraagt.

Discriminatieverbod

Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de Hoge Raad, omdat de rechtbank Gelderland ter bepaling van zijn schadevergoeding in deze bpm-zaak was uitgegaan van het hiervoor geldende, lagere tarief. De Hoge Raad was het met de man eens dat er sprake is van schending van het discriminatieverbod. De Hoge Raad stelde de man dan ook in het gelijk en besliste dat de kostenvergoeding gebaseerd moet worden op de vergoeding die ook in andere belastingzaken geldt.

Rechtbank hardleers

Uit het arrest blijkt dat de Hoge Raad ongeveer een jaar geleden al tot precies hetzelfde oordeel kwam. Rechtbank Gelderland blijkt dan ook behoorlijk hardleers door desondanks toch uit te gaan van de lagere proceskostenvergoeding. De Hoge Raad verwijst voor de argumentatie dan ook gemakshalve naar de in de vorige zaak genoemde argumentatie. Hieruit blijkt dat de lagere proceskostenvergoeding is ingegeven door de vrees van gemeentes dat de toenemende inzet van no cure, no pay-adviesbureaus tot een enorme toename van WOZ- en bpm-zaken zal gaan leiden. Volgens de Hoge Raad is deze argumentatie niet overtuigend genoeg.

Belastingplannen 2023: wetswijzigingen in aantocht

Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2023 nu een voorstel ingediend om de proceskostenvergoeding in WOZ- en bpm-zaken fors te verminderen. Het plan is om deze vergoeding conform de huidige wettelijke voorschriften te berekenen en vervolgens te vermenigvuldigen met 25, dan wel 10% als de belastingplichtige niet in het gelijk wordt gesteld.

Daarnaast wordt voorgesteld om immateriële schadevergoedingen wegens overschrijding van de redelijke termijn voor wat betreft de behandeling van een WOZ- of bpm-zaak, te beperken tot € 50 per termijnoverschrijding van een half jaar. Aangezien deze schadevergoedingen nu € 500 per half jaar bedragen, is er in de voorstellen nog slechts sprake van een schadevergoeding van 10% van de thans geldende bedragen.

Ten slotte wordt voorgesteld proces- en schadevergoedingen voortaan rechtstreeks aan belanghebbenden uit te betalen en niet meer aan hun no cure, no pay-adviseur.

Deze wetsvoorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2023-09-29T11:33:20+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen lagere proceskosten voor WOZ- en bpm-zaken of toch wel?