FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1524 blog entries.

LKV mogelijk toch mee bij overgang onderneming: maak bezwaar!

Heeft u werknemers overgenomen van een overdragende werkgever die in 2022 nog recht had op een LKV, dan is het onder voorwaarden toch mogelijk dat u recht heeft op dit LKV. U moet hiervoor bezwaar aantekenen. Dit naar aanleiding van een advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad.

Het advies van de AG

Belastingdienst

De beschikking ‘Wet tegemoetkomingen loondomein’ (Wtl) 2022 gaat ervan uit dat bij de overgang van een onderneming het recht op een loonkostenvoordeel (LKV) niet overgaat naar de overnemende werkgever. De advocaat-generaal (AG) die de Hoge Raad van een advies dient, is daarentegen van oordeel dat dit recht onder voorwaarden wél overgaat naar de overnemende werkgever.

Let op! De Hoge Raad moet hier zelf over nog uitsluitsel geven. Deze uitspraak wordt in het najaar van 2023 verwacht.

Voorwaarden

Bij een overgang van onderneming kan gedacht worden aan een fusie of aan de inbreng van een eenmanszaak in een bv. De AG is van oordeel dat het LKV onder de volgende voorwaarden overgaat naar de verkrijger:

  • De overnemende werkgever zet de dienstbetrekking voort die de werknemer met de overdragende werkgever had.
  • Als de overdragende werkgever recht had op een LKV voor 1 of meer werknemers, dan heeft de overnemende werkgever van die werknemer(s) dat ook voor de resterende duur van het LKV.
  • De doelgroepverklaring blijft geldig, ook al staat daar de naam van de overdragende werkgever op.

Maak bezwaar

Heeft u werknemers overgenomen van een overdragende werkgever die in 2022 nog recht had op een LKV, dan is het raadzaam om – als de beschikking Wtl over 2022 is ontvangen-  daartegen bezwaar aan te tekenen.  Mocht de Hoge Raad immers het advies van de advocaat-generaal overnemen, dan kunt u mogelijk ook recht krijgen op het LKV.

Wat moet u vermelden in uw bezwaarschrift?

  • Het is raadzaam in het bezwaarschrift te verwijzen naar de procedure bij de Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2023:341.
  • Tevens is het van belang aan te geven over welke werknemers het bezwaar gaat en per werknemer aan te geven om welk LKV het gaat. Er zijn immers verschillende soorten loonkostenvoordelen: LKV oudere werknemer, LKV (herplaatsen) arbeidsgehandicapte werknemer en LKV banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Tot slot dient ook de doelgroepverklaring van deze werknemers aan het bezwaarschrift toegevoegd te worden. Het bezwaarschrift moet worden verstuurd naar: Belastingdienst/Centrale administratieve processen, Postbus 8738, 4820 BA Breda.

Tip! Voor het bezwaar kan het formulier Bezwaar loonheffingen worden gebruikt.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-08-04T12:28:09+02:004 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor LKV mogelijk toch mee bij overgang onderneming: maak bezwaar!

Loonwaarde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen gelijk

In veel cao’s en arbeidsovereenkomsten is geregeld dat een werknemer extra vakantierechten heeft, de bovenwettelijke vakantiedagen. Dienen deze bovenwettelijke vakantiedagen op eenzelfde wijze beloond te worden als de wettelijke vakantiedagen?

Deze vraag speelde bij de Hoge Raad. De wet kent een regeling ten aanzien van de wettelijke vakantiedagen. Dat betreft vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week. Oftewel, een werknemer heeft minimaal recht op vier weken vakantie op jaarbasis.

Regeling werktijdverkorting in deze zaak

NS

In de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak had een werknemer van de NS gebruikgemaakt van de in de cao geregelde faciliteit ‘Regeling werktijdverkorting oudere werknemers’ (RO-regeling). Op grond van deze regeling worden vrije uren ingezet ter bekorting van de werkweek, in deze zaak was dit naar 32 uur per week.

De cao van de NS maakt onderscheid tussen verlofuren (wettelijke vakantiedagen) en vrije uren (bovenwettelijke vakantiedagen). De NS was van oordeel dat, doordat de werknemer de vrije uren had ingezet voor werkweekverkorting, ze niet meer gelijk te stellen waren aan het opnemen van vakantie. Om die reden zou de beloning over die uren niet gelijk moeten zijn aan de waarde van een vakantiedag. De NS betaalde daarom geen onregelmatigheidstoeslag over de opgenomen vrije uren.

Vrijetijdsaanspraak

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor het antwoord op de vraag of een vrijetijdsaanspraak moet worden aangemerkt als vakantie, gekeken moet worden naar het doel van de vrijetijdsaanspraak. Als de vrijetijdsaanspraak beoogt de werknemer betaald verlof te bieden in verband met de werkbelasting die de werknemer heeft, dan moet deze aanspraak hetzelfde worden behandeld als vakantie. Ook al gebruikt de werknemer het verlof voor een ander doel, dan wijzigt hiermee de aard van de aanspraak niet.

Dit betekent dat de NS de opgenomen vrije uren hetzelfde moet belonen als de vakantiedagen, waardoor de werknemer recht heeft op nabetaling van de onregelmatigheidstoeslag over deze opgenomen vrije uren (bovenwettelijke vakantiedagen).

Door |2023-08-03T16:15:54+02:003 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Loonwaarde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen gelijk

13 maart 2020 harde deadline toekenning onbelaste reiskostenvergoeding

Tijdens de coronacrisis konden werkgevers onder voorwaarden onbelaste reiskostenvergoedingen blijven betalen, ook als een werknemer thuiswerkte. Was deze verruiming ook van toepassing als de werknemer volgens een cafetariasysteem de keuze had voor een dergelijke vergoeding?

Doorbetalen reiskostenvergoeding

Auto

Een vaste reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer kan tot het maximum van thans € 0,21 per km onbelast worden uitbetaald. De vergoeding mag in beginsel worden gebaseerd op 214 reisdagen, als in het jaar minstens 128 dagen naar de werkplaats wordt gereisd. Deze vergoeding mocht tijdens de coronacrisis worden doorbetaald, ook als werknemers vanwege de lockdown geen 128 dagen naar het werk reisden.

Vergoeding toegekend vóór 13 maart 2020

Een belangrijke voorwaarde voor het onbelast mogen doorbetalen van de reiskostenvergoeding was dat deze vergoeding vóór 13 maart 2020 al aan de werknemer moest zijn toegekend. Het doel van deze verruiming lag namelijk in het feit dat werkgevers anders de bestaande reiskostenvergoedingen zouden moeten aanpassen of tot het belaste loon zouden moeten rekenen.

Cafetariasysteem

Onlangs kwam een zaak voor de rechter waarbij een werkgever de onbelaste reiskostenvergoeding had uitbetaald aan werknemers die pas ná 12 maart voor een onbelaste reiskostenvergoeding hadden gekozen op grond van hun cafetariasysteem. Volgens dit systeem konden werknemers voor een deel van hun salaris zelf aangeven in welke vorm ze dit wilden ontvangen, zoals een reiskostenvergoeding.

Geen onwenselijke of ondoelmatige situatie

De rechtbank Noord-Holland was het met de inspecteur eens dat het onbelast uitbetalen van een reiskostenvergoeding in die situatie niet mogelijk was. Als pas ná het bekend worden van de lockdown gekozen werd voor een onbelaste reiskostenvergoeding, kon bij de hoogte ervan namelijk rekening worden gehouden met het feit dat (deels) thuis werd gewerkt. In die gevallen was er dus ook geen sprake van een onwenselijke of ondoelmatige situatie ten aanzien van de reiskostenvergoeding, aldus de rechtbank.

Geen onvoorwaardelijk recht

Volgens de rechtbank bestond er voor de werknemers die pas na 12 maart 2020 kozen voor een onbelaste reiskostenvergoeding ook geen onvoorwaardelijk recht op deze vergoeding. Ze hadden weliswaar een onvoorwaardelijk recht op vergoedingen volgens het cafetariasysteem, maar niet op de doelen waaraan deze vergoedingen besteed konden worden. De eindheffing over een bedrag van ruim drie ton bleef dan ook in stand.

Door |2023-08-03T16:14:18+02:003 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor 13 maart 2020 harde deadline toekenning onbelaste reiskostenvergoeding

Zijn aandelen ondernemingsvermogen voor de BOR?

De bedrijfsopvolgingsregeling, BOR, in de Successiewet kent een vrijstelling voor ondernemingsvermogen. Kunnen effecten hier ook toe behoren en wat is daarvoor bepalend?
Onlangs gaf de rechtbank Noord-Nederland hierover meer duidelijkheid.

In principe geldt dat aandelen niet tot het ondernemingsvermogen behoren, tenzij de aandelen aantoonbaar bestemd zijn voor investeringen in het bedrijf.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Schenken

De BOR kent een vrijstelling van erf- en schenkbelasting bij vererving of schenking van een bedrijf. Om hiervan gebruik te maken geldt wel een aantal voorwaarden, waarvan de belangrijkste is dat het bedrijf moet worden voortgezet. De vrijstelling van 100% die geldt bij de BOR gaat tot een bedrag van maximaal € 1.205.871 (2023). Over het meerdere bedraagt de vrijstelling 83%.

Tip! Voor de belasting die u dus mogelijk wel moet betalen indien u gebruikmaakt van de BOR, kunt u uitstel van betaling krijgen voor maximaal 10 jaar.

Alleen ondernemingsvermogen

De BOR geldt alleen voor het ondernemingsvermogen. Van het beleggingsvermogen is slechts 5% vrijgesteld. Hierbij is van belang wanneer van beleggingsvermogen sprake is, als er bijvoorbeeld aandelen worden verkregen.

Bestemd om te investeren

Als een onderneming aandelen bezit, is er vaak sprake van ‘duurzaam overtollige liquiditeiten’. Die behoren niet tot het ondernemingsvermogen. Uit de rechtspraak blijkt dat dit anders is als de aandelen aantoonbaar bestemd zijn voor investeringen.

Investeringsplannen

In de betreffende zaak had een exploitante van een akkerbouwbedrijf investeringsplannen en had hierover al afspraken gemaakt met haar buren. Nog voordat de plannen konden worden uitgevoerd, kwam de exploitante te overlijden. Haar zus erfde het bedrijf en voerde de investeringen alsnog uit. Volgens de rechtbank is duidelijk dat onder deze omstandigheden de effecten aangewend dienden te worden om de investeringen te bekostigen. Ze behoorden daardoor tot het ondernemingsvermogen en waren daarom vrijgesteld voor de BOR.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-08-02T16:03:11+02:002 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zijn aandelen ondernemingsvermogen voor de BOR?

Onbelast zit-stabureau bij werknemer thuis

Heeft u werknemers die (ook) vanuit huis werken? Dan wilt u wellicht zorgen voor een zit-stabureau bij hen thuis. Kan dit onbelast voor de loonheffing?

Vrije ruimte werkkostenregeling

Typen

U kunt het zit-stabureau altijd aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR), mits het gebruikelijk is om een zit-stabureau aan een werknemer te vergoeden, te verstrekken of ter beschikking te stellen. Nadeel van aanwijzen in de vrije ruimte is echter wel dat u mogelijk begin volgend jaar 80% eindheffing moet betalen over het deel van alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen waarmee u de vrije ruimte overschrijdt.

Let op! In 2023 bedraagt de vrije ruimte 3% van uw totale fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,18% daarboven.

Gericht vrijgestelde arbovoorziening

Gebruik van de vrije ruimte is niet nodig, als u voor het zit-stabureau gebruik kan maken van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen. De vergoeding of terbeschikkingstelling is dan onbelast.

Om van deze gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen gebruik te kunnen maken, moet u echter wel aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • het sta-zit bureau moet rechtstreeks voortvloeien uit de Arbowet;
  • uw werknemer gebruikt het zit-stabureau voor zijn werk op de thuiswerkplek; én
  • de werknemer betaalt geen eigen bijdrage voor het zit-stabureau, ook niet door een uitruil bij bijvoorbeeld een cafetariaregeling.

Let op! De gerichte vrijstelling geldt alleen voor een zit-stabureau welke voortvloeit uit de Arbowet. Bij een duurder model zijn de extra kosten niet gericht vrijgesteld. U kunt deze extra kosten wel aanwijzen aan de vrije ruimte, mits de extra kosten gebruikelijk zijn. U kunt ook de werknemer voor deze extra kosten een eigen bijdrage vragen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-08-02T08:43:53+02:001 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Onbelast zit-stabureau bij werknemer thuis

Bed and Breakfast kan investeringsaftrek toepassen

De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat een Bed and Breakfast (B&B) de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de KIA, kan toepassen op investeringen in de inrichting van de B&B.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Portemonnee

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een aftrekpost op de winst. De aftrekpost bedraagt een bepaald percentage van investeringen in bedrijfsmiddelen in een jaar of bedraagt een vast bedrag.  Een en ander is afhankelijk van de hoogte van de investeringen. 

Voor het jaar 2023 gelden de volgende percentages en bedragen:

Totaal investeringen  KIA 
Maximaal € 2.600  0% 
Van € 2.601 tot en met € 63.716 28% van het investeringsbedrag 
Van € 63.717 tot en met € 117.991  € 17.841 
Van € 117.992 tot en met € 353.973  € 17.841 min 7,56% van het investeringsbedrag boven € 117.991 
Meer dan € 353.973  0% 

Bepaalde uitsluitingen

Om voor de KIA in aanmerking te komen moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan.  Zo komen bepaalde bedrijfsmiddelen niet in aanmerking voor deze aftrekpost. Een van de uitsluitingen betreft investeringen in bedrijfsmiddelen die voor 70% of meer bestemd zijn voor verhuur.

Inrichting B&B

Aan de Belastingdienst is de vraag gesteld of de inrichting van een B&B (bed, kast, tafel et cetera) onder de uitsluiting voor de KIA valt. De kamers in de B&B zullen immers voor 70% of meer bestemd zijn voor de verhuur. De Belastingdienst vindt echter dat niet de inrichting van de kamer verhuurd wordt, maar dat sprake is van het verhuren van een gemeubileerde kamer voor recreatief gebruik. 

Gevolg hiervan is dat de B&B de KIA kan toepassen op de investeringen voor de inrichting van de B&B.

Tip! Dit antwoord van de Belastingdienst sluit aan bij een eerdere uitleg van de staatssecretaris. Ook in de parlementaire toelichting was al toegelicht dat een uitsluiting van de KIA in de dienstensector niet de bedoeling was. Als voorbeelden werden genoemd de inrichting van hotels, café’s, restaurants, tennishallen, bowlingbanen, squashbanen en dergelijke.

Door |2023-08-01T15:53:57+02:001 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bed and Breakfast kan investeringsaftrek toepassen

Hogere prijzen gaven de detailhandel in 2022 een groei-impuls

De detailhandel heeft een jaar van groei achter de rug. Dit komt deels door hogere prijzen in verband met de inflatie, maar ook doordat in 2021 nog coronamaatregelen van kracht waren. Opnieuw waren de verschillen binnen de branche groot. Verder zien we dat de verkoopvolumes in de branche onder druk staan, doordat consumenten selectiever geld uitgeven.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-Rapport ‘Branches in Zicht 2023, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Inflatie stuwt omzet op

De detailhandel heeft de omzet in 2022 met ruim 6% zien toenemen, tegenover een groei van 5,3% een jaar eerder. Dit hangt voor een deel samen met de inflatie, die in 2022 met gemiddeld 10% een recordhoogte bereikte. Wat ook een rol speelde, was dat 2021 in het teken stond van een aantal harde coronalockdowns, die vooral non-foodwinkels raakten. Medio januari 2022 kwam daar een einde aan, dus fysieke winkels konden hun deuren dit keer bijna het hele jaar openhouden.

Grote verschillen in winst

De winstgroei in de detailhandel is volgens de cijfers van SRA-BiZ in 2022 uitgekomen op ruim 10%, ten opzichte van 22,5% in het voorgaande jaar. Daarmee deed de branche het aanzienlijk beter dan het mkb-gemiddelde, dat bleef steken op 1,5%. De verschillen binnen de detailhandel waren echter aanzienlijk. Aan de ene kant zag bijna 28% van de retailers de winst met 50% of meer toenemen, anderzijds moest meer dan de helft (53,3%) juist een winstdaling accepteren. In bijna 28% van de gevallen ging het zelfs om een krimp van 50% of meer. 

Non-food blinkt uit

Het waren binnen de detailhandel vooral de voedingsmiddelenwinkels die de winst in het afgelopen jaar zagen dalen. Hogere prijzen zorgden in dit deelsegment over het algemeen wel voor oplopende omzetten. Kledingwinkels lieten een behoorlijke omzet- en winstgroei zien, net als doe-het-zelf- en fietszaken. Winkels in optische artikelen trokken hun omzet- en winstgroei door, waarbij vooral de winstontwikkeling sterk was. 

Branches in Zicht Detailhandel

Goed jaar fysieke winkels

Als we onderscheid maken tussen fysieke en webwinkels, dan blijkt de omzet van online in 2022 te zijn gekrompen ten opzichte van een jaar eerder, terwijl ‘stenen’ winkels juist een omzetgroei laten zien. Bij de winstontwikkeling is het beeld hetzelfde: een behoorlijke daling voor het onlinesegment, maar per saldo een sterke groei voor de fysieke winkels.

Relatief beperkte groei bedrijfskosten

De personeelskosten zijn in de detailhandel in 2022 met 3,8% gestegen, tegenover 3,4% in 2021. De stijging is veel minder sterk dan in het mkb als geheel (10,2%). De loongroei is uitgekomen op 3,5%, tegenover 5,4% in het mkb. Per saldo zijn de bedrijfskosten iets sterker gestegen dan in 2021: 5,3% tegenover 4,5%. In vergelijking met het mkb-cijfer van bijna 14% valt dit alleszins mee. 

Kredietwaardigheid verslechterd

De financiële positie van bedrijven in de detailhandel is duidelijk verslechterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op ruim 79, tegen bijna 86 een jaar eerder. De branche presteert daarmee iets beter dan het mkb-gemiddelde, dat behoorlijk verslechterde tot bijna 78%.

Door |2023-08-01T15:53:56+02:001 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hogere prijzen gaven de detailhandel in 2022 een groei-impuls

Rechter verlaagt schadevergoeding in WOZ-zaak

Als u het met een beslissing van de fiscus niet eens bent, kunt u in bezwaar en beroep. Duurt de uitspraak langer dan redelijkerwijs verondersteld mag worden, dan heeft u recht op een schadevergoeding. Hoeveel bedraagt deze schadevergoeding?

Schadevergoeding

Handen

De schadevergoeding is bedoeld als compensatie voor de lange wachttijd en de daarmee samenhangende spanning en frustratie. In het verleden heeft de Hoge Raad de regels rondom een schadevergoeding bepaald. Voor wat betreft de hoogte is deze vastgesteld op een vergoeding van € 500 per half jaar termijnoverschrijding of een gedeelte van een half jaar.

Rechtbank wijkt af

 De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de omvang van deze schadevergoeding in een uitspraak eigenhandig verlaagd. Het betrof een zaak waarin de waarde van een onroerend goed werd betwist. In deze zaak bepaalt de rechtbank de schadevergoeding op € 50 per half jaar. Als reden geeft de rechtbank aan dat in WOZ-zaken het financiële belang in de regel minder is dan een bedrag van € 500 en de veronderstelde spanning en frustratie een vergoeding tot ten hoogste € 50 per half jaar overschrijding rechtvaardigt.

Vooruitlopend op mogelijke wetswijziging

De rechtbank loopt met de uitspraak vooruit op voorgenomen wetswijzigingen. Onlangs maakte staatssecretaris Van Rij namelijk bekend het aantal WOZ-bezwaren en beroepen te willen verminderen. Een van de mogelijke maatregelen die de staatssecretaris aangaf te overwegen, is het niet langer uitkeren van een schadevergoeding voor immateriële schade in WOZ- en bpm-zaken.

Toekomst onduidelijk

Het is nog niet bekend of tegen de uitspraak hoger beroep wordt aangetekend. Onduidelijk is verder of ook andere rechters het voorbeeld van de rechtbank zullen volgen. Rechtbank Oost-Brabant kende vier dagen na de uitspraak in een WOZ-zaak nog het normale tarief van € 500 toe.

Door |2023-08-01T15:53:56+02:001 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Rechter verlaagt schadevergoeding in WOZ-zaak

Stichting die kwaliteit fysio bevordert Vpb-plichtig?

Ook stichtingen en verenigingen kunnen belastingplichtig zijn, mits ze een onderneming drijven. Wanneer daar sprake van is, hangt af van een aantal omstandigheden. Een casus: een stichting die de kwaliteit van fysiotherapie probeert te bevorderen, is deze Vpb-plichtig?

Keurmerk

Belastingdienst

Een stichting bracht een zaak voor de belastingrechter waarbij de vraag centraal stond of de stichting voor de verrichte activiteiten belastingplichtig was voor de vennootschapsbelasting. De stichting had een kwaliteitsregeling, een keurmerk en een kwaliteitsregister ontwikkeld en vastgesteld voor fysiotherapeuten. De stichting verschilde met de inspecteur van mening of er sprake was van belastingplicht.

Drijven van een onderneming?

De rechtbank stelde dat er sprake is van het drijven van een onderneming als met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid wordt deelgenomen aan het economische verkeer met het oogmerk om daarmee winst te behalen. Voor wat betreft de stichting stond slechts ter discussie of er sprake was van deelname aan het economische verkeer.

Deelname aan economisch verkeer?

Volgens bestaande rechtspraak is er geen sprake van deelname aan het economische verkeer als activiteiten of diensten worden verricht binnen een ‘besloten kring’ van leden of deelnemers. Van een besloten kring is sprake als deze niet of nauwelijks wijzigt of kan wijzigen. Ook is er geen sprake van deelname aan het economische verkeer als de verleende diensten zich uitsluitend richten op de algemene belangenbehartiging van de leden of deelnemers.

Besloten kring

De rechtbank was van mening dat de stichting slechts werkzaam was in besloten kring. Alleen fysiotherapeuten of rechtspersonen van fysiotherapeuten konden immers deelnemen binnen de stichting. Toetreden was niet eenvoudig en gebonden aan voorwaarden inzake kwaliteit. Toegetreden deelnemers moesten bovendien aan de voorwaarden blijven voldoen en hierop werden ze ook gecontroleerd. Dat de deelnemers en ook derden profijt van de stichting konden hebben, deed hier niet aan af. De aanslag vennootschapsbelasting werd vernietigd.

Door |2023-08-01T15:53:56+02:001 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Stichting die kwaliteit fysio bevordert Vpb-plichtig?

Advieswijzer Verenigingen en Stichtingen 2023

Als bestuurder zet u zich in voor uw vereniging of stichting. Daarom wilt u op de hoogte blijven van alle actualiteiten. Zo kunt u tijdig inspelen op veranderingen en hiermee uw voordeel doen.

Een aantal belangrijke actualiteiten hebben wij daarom voor u op een rij gezet, zoals:

  • Wat is het verschil tussen een ANBI en een SBBI?
  • Is uw instelling een ANBI of een SBBI?
  • Moet u vennootschapsbelasting betalen?
  • Komt u in aanmerking voor vrijwilligersaftrek en hoeveel mag u uw vrijwilligers vergoeden?
  • Wat houdt de kantineregeling in?

Wanneer ANBI?

Euro

ANBI staat voor algemeen nut beogende instelling. Uw vereniging of stichting kan alleen een ANBI zijn als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut en door de Belastingdienst als een ANBI is aangemerkt. Om een ANBI te kunnen zijn, moet aan een groot aantal voorwaarden en verplichtingen worden voldaan. Neem voor meer informatie hierover contact met ons op.

Let op! Een ANBI moet verplicht een groot aantal gegevens op haar internetsite publiceren. Zo moet een ANBI de balans, de staat van baten en lasten en een toelichting hierop binnen zes maanden na het boekjaar op de site zetten. Zorg dat uw vereniging of stichting aan deze verplichting voldoet. Welke gegevens een ANBI nog meer moet publiceren, staat op de site van de Belastingdienst.

De status van ANBI heeft een groot aantal voordelen. Zo betaalt een ANBI geen schenk- of erfbelasting over schenkingen en erfenissen die zij gebruikt voor het algemeen belang, komt een ANBI in aanmerking voor teruggaaf van een deel van de energiebelasting, bestaan er in de vennootschapsbelasting een aantal fiscale voordelen en zijn giften aan een ANBI bij de schenker onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomsten- of vennootschapsbelasting.

Wie een ANBI wil oprichten, kan tegenwoordig terecht op een speciale website van de Belastingdienst. De website biedt informatie over ANBI’s, bevat een link naar een aanvraagformulier voor een ANBI en biedt de mogelijkheid in contact te komen met het zogenaamde ANBI-team van de Belastingdienst. De speciale site is met name bedoeld voor degenen die een kleinere of middelgrote ANBI willen oprichten en de aanvrager te helpen bij zijn aanvraag om – via een praktische uitleg – zaken inzichtelijker te maken.

Let op! De site is te vinden op www.anbiloketbelastingdienst.nl.

Aanscherping toezicht ANBI

Het kabinet heeft in juni 2022 aangekondigd het toezicht op ANBI’s te willen verbeteren, onder meer door gegevens inzake ANBI’s te digitaliseren, de capaciteit inzake toezicht op ANBI’s te vergroten en door de naleving van de voorwaarden voor de ANBI-status af te dwingen. Om misbruik tegen te gaan, wordt ook overwogen de verplichting in te voeren dat ANBI’s jaarlijks een bepaald minimum aan activiteiten moeten verrichten of een minimumbedrag aan het algemeen nut besteden. Zo zouden instellingen die geen activiteiten ondernemen niet langer ANBI kunnen zijn. Het kabinet heeft aangekondigd samen met de branche te gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn.

Tip! Een ANBI kan door de Belastingdienst ook worden aangewezen als een culturele ANBI. Uw instelling moet dan voor minstens 90% actief zijn op cultureel gebied. Een culturele instelling kan gebruikmaken van een aantal extra faciliteiten.

Wanneer SBBI?

Als uw vereniging of stichting geen ANBI is, is er wellicht wel sprake van een sociaal belang behartigende instelling (SBBI). Een SBBI is een instelling die geen ANBI is, maar wel een sociaal belang behartigt. Voorbeelden van SBBI’s zijn een muziekvereniging, een sportvereniging, een toneelvereniging of een lokale scoutinggroep. Het voordeel van een SBBI is dat zij geen schenk- of erfbelasting betaalt over schenkingen of erfenissen die zij gebruikt voor een sociaal belang. Overleg met ons over de voorwaarden voor een SBBI.

Let op! Over een schenking die een SBBI doet van meer dan € 2.418 (2023) is door de ontvanger van de schenking wel gewoon schenkbelasting verschuldigd, tenzij deze zelf een ANBI of SBBI is.

Actualiteiten vennootschapsbelasting

Vaak zal een stichting of vereniging niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Dit is echter wel het geval als sprake is van het drijven van een onderneming. Belangrijke criteria zijn deelname aan het economisch verkeer en het streven naar winst (winstoogmerk).

Let op! In de statuten wordt vaak opgenomen dat de stichting of vereniging geen winstoogmerk heeft. Dit is geen vrijwaring voor de vennootschapsbelasting. Bepalend is vooral de feitelijke aanwezigheid van overschotten.

Winstvrijstelling

Behaalt uw stichting of vereniging winst, dan kan er een vrijstelling van toepassing zijn als de winst onder bepaalde grenzen blijft. De vrijstelling is van toepassing als de winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000 dan wel in het jaar en de daaraan voorafgaande vier jaar samen niet meer bedraagt dan € 75.000. De vrijstelling geldt voor alle stichtingen en verenigingen.  De volledige vrijstelling is ook van toepassing op stichtingen en verenigingen die nog geen vijf jaar bestaan. Dit is beslist in een arrest van de Hoge Raad. Als een vereniging of stichting voor de vrijstelling in aanmerking komt, past de Belastingdienst deze automatisch toe. Als er aangifte is gedaan, volgt er een nihilaanslag. De Belastingdienst beveelt stichtingen en verenigingen aan om bij de aangifte te vermelden dat de vrijstelling van toepassing is. Dit kan door bij ‘expliciet uitspraak Belastingdienst gevraagd’ te vermelden ‘vrijgesteld op grond van artikel 6 Wet Vpb’.

Tip! Uw stichting of vereniging kan ervoor kiezen de vrijstelling niet toe te passen, bijvoorbeeld als u een verlies wilt verrekenen. Deze keuze wordt gemaakt voor een periode van minimaal vijf jaar. Na die tijd kan er opnieuw voor gekozen worden om de vrijstelling niet toe te passen. Als u de vrijstelling niet toe wilt passen, moet u een brief sturen naar het belastingkantoor. Dit moet voordat de aangifte vennootschapsbelasting over het eerste jaar van de periode van vijf jaar is afgehandeld.

Bestedingsreserve

Stichtingen en verenigingen die zijn aangemerkt als culturele ANBI en stichtingen en verenigingen die een sociaal belang behartigen en hun winst voor minstens 70% behalen met behulp van vrijwilligers, kunnen een bestedingsreserve vormen. Voldoet uw instelling aan deze voorwaarden, dan mag (een deel van) de winst voor belastingheffing gereserveerd worden in een bestedingsreserve. Er moet dan wel een bestedingsvoornemen zijn en de gereserveerde winsten moeten in beginsel in het jaar of binnen vijf jaar na afloop van het jaar worden besteed. Na deze termijn valt de bestedingsreserve in de winst.

Aftrek fondswervende activiteiten

Fondswervende activiteiten van een ANBI kunnen in aftrek komen van de winst. Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moeten de activiteiten voor minstens 30% met behulp van vrijwilligers worden verricht. Stichtingen en verenigingen die geen ANBI zijn, kunnen – als zij uitsluitend fondswervende activiteiten verrichten – onder voorwaarden de uitkeringen aan een ANBI van de winst in aftrek brengen. Zo moeten ook hier de activiteiten voor minstens 30% met behulp van vrijwilligers worden verricht. Ook moet kenbaar worden gemaakt dat de opbrengst uit de fondswervende activiteiten voor minimaal 90% naar een algemeen nuttig doel gaat en moet de uitkering zijn gedaan binnen zes maanden na afloop van het jaar waarin de gelden zijn verworven.

Vrijwilligersaftrek

Een ANBI en een SBBI kunnen onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van de vrijwilligersaftrek in de vennootschapsbelasting. Als SBBI kunt u alleen gebruikmaken van de vrijwilligersaftrek als de winst voor minstens 70% wordt behaald met behulp van vrijwilligers. Onder de vrijwilligersaftrek kan de winst van uw vereniging of stichting verminderd worden met een fictieve beloning van de vrijwilligers op basis van het minimumloon, verminderd met de daadwerkelijke beloning. Als u aannemelijk maakt dat een hoger loon dan het minimumloon gebruikelijk is, mag u rekening houden met dat hogere loon.

Belastingplicht culturele instellingen

Culturele instellingen kunnen voor de vennootschapsbelasting belaste en onbelaste activiteiten verrichten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een museum, waarbij de winst behaald met de museumwinkel belast is en de winst behaald met de culturele activiteiten onbelast. Als met deze culturele activiteiten een verlies geleden wordt, kan dit verlies echter niet verrekend worden met de winst van de museumwinkel.

Om die reden hebben culturele instellingen de mogelijkheid om te kiezen voor volledige belastingplicht voor de vennootschapsbelasting. Bij volledige belastingplicht kan het verlies uit de onbelaste activiteit wel verrekend worden met de winst uit de belaste activiteit. Een dergelijke keuze geldt voor een periode van tien jaar.

Tip! Een culturele instelling kan gebruikmaken van de winstvrijstelling, ook als gekozen is voor volledige belastingplicht.

Actualiteiten loonbelasting

ANBI’s kunnen gebruikmaken van de vrijwilligersregeling in de loonbelasting. Is uw stichting of vereniging aangemerkt als ANBI, dan hoeft u geen loonheffing in te houden op een vergoeding aan een vrijwilliger. De vergoeding mag niet meer bedragen dan € 190 per maand en maximaal € 1.900 per jaar (2023). Betaalt u een uurvergoeding, dan beschouwt de Belastingdienst een bedrag van maximaal € 5 (of € 2,75 voor een vrijwilliger jonger dan 21 jaar) per uur als vrijwilligersvergoeding.

Het gebeurt in de praktijk vaak dat een vrijwilliger afziet van een kostenvergoeding. Hierdoor wordt de vergoeding een gift die de vrijwilliger onder voorwaarden kan aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting. Dat kan alleen als voldaan wordt aan de drie volgende voorwaarden:

  1. uw organisatie verklaart dat de vrijwilliger recht heeft op de vergoeding;
  2. uw organisatie is bereid en in staat om de vergoeding uit te betalen;
  3. de vrijwilliger kan aanspraak maken op de vergoeding en heeft de vrijheid daarover te beschikken.

Let op! De vrijwilliger kan de kosten alleen aftrekken als de ANBI een ‘vrijwilligersverklaring’ invult. Deze is beschikbaar op de site van de Belastingdienst (zoekterm ‘vrijwilligersverklaring’).

Tip! Is uw vereniging of stichting geen ANBI, maar wel een sportorganisatie of een organisatie die geen aangifte vennootschapsbelasting hoeft te doen? Dan kunt u ook de vrijwilligersregeling toepassen.

Actualiteiten omzetbelasting

Vanaf 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de omzetbelasting verruimd. De sportvrijstelling dient verplicht te worden toegepast. De vrijstelling geldt voortaan ook voor diensten die sportorganisaties verlenen aan niet-leden, bijvoorbeeld het verzorgen van een training.

Instellingen die geen winst beogen en een sportaccommodatie ter beschikking stellen die onmisbaar is voor de sportbeoefening, vallen voortaan ook onder de vrijstelling. Door aanpassing van de definitie ‘winst beogen’, vallen niet-commerciële organisaties onder de vrijstelling. Het niet beogen van winst wordt verbonden aan de organisatie als geheel.

Het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie is nu belast tegen het lage tarief van 9%. Door de vrijstelling is de voorbelasting vanaf 2019 niet meer aftrekbaar. Om dit nadeel te compenseren, is er een subsidieregeling voor gemeenten en sportorganisaties. De subsidie voor gemeenten bedraagt 17,5% van alle btw-belaste sportuitgaven. Voor sportinstellingen is de subsidie maximaal 20%, met een maximum van € 2,5 miljoen per jaar. Een subsidie van minder dan € 2.500 wordt niet verstrekt. Voor sommige activiteiten in het kader van verduurzaming en toegankelijkheid geldt een extra subsidie van maximaal 10%. Voor sommige activiteiten in het kader van het bevorderen van de veiligheid geldt een extra subsidie van maximaal 30%.

Btw-vrijstelling fondsenwerving

Fondswervende activiteiten van bepaalde aangewezen instellingen waarvan de primaire activiteiten zijn vrijgesteld van btw (waaronder ziekenhuizen, verpleeghuizen, instellingen voor jeugdwerk, sportverenigingen en culturele, sociale en religieuze instellingen) zijn in het geheel vrijgesteld van btw als de fondswervende leveringen niet meer dan € 68.067 en de fondswervende diensten niet meer dan € 22.689 per jaar bedragen.

Let op! Voor sportverenigingen geldt een afwijkend grensbedrag voor fondswervende diensten van € 50.000. Daarnaast mogen sportverenigingen geen gebruikmaken van de kantineregeling. Dit betekent dat de kantineontvangsten meetellen voor het maximumbedrag van de fondswervende leveringen van € 68.067 per jaar.

Bij overschrijding van een van de grensbedragen komt de fondsverwerving in de normale heffing van de btw terecht. Dit geldt niet als de overschrijding veroorzaakt wordt door bijzondere, eenmalige omstandigheden of als de overschrijding redelijkerwijs niet was te voorzien. De grensbedragen voor leveringen en diensten gelden onafhankelijk van elkaar. Overschrijding in één categorie betekent dus niet automatisch dat de andere categorie ook in de btw betrokken moet worden.

Tip! Giften, donaties en contributies (zonder expliciete tegenprestatie) worden voor de grensbedragen niet meegerekend.

Bepaalde organisaties, bijvoorbeeld muziekverenigingen, dorpshuizen en buurtverenigingen, kunnen de kantineregeling toepassen. De kantineontvangsten zijn dan vrijgesteld als deze inclusief btw niet meer bedragen dan € 68.067 per jaar. Deze vrijstelling geldt naast de vrijstelling voor fondsenwerving. Dit betekent dat de kantineontvangsten niet meetellen voor de grensbedragen.

Overige actualiteiten

Besturen van verenigingen en stichtingen hebben met ingang van 1 juli 2021 met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van nv’s en bv’s. Onder meer is de aansprakelijkheid van bestuurders uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van een ernstig verzuim, bijvoorbeeld als voor bepaalde risico’s geen verzekering is afgesloten. Verder is nieuw dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.
Een andere wijziging is dat een bestuurder voortaan nooit meer stemmen kan uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging als dit eerder is. Verder is geregeld dat als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig is, formeel geen besluiten meer genomen kunnen worden. De statuten dienen dan te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.

Convenant Belastingdienst en organisaties goede doelen

Goede doelen hebben vanaf 2019 nog maar te maken met één loket voor het aanvragen van een erkenning en van de ANBI-status. Hiertoe hebben organisaties van goede doelen met de Belastingdienst een convenant afgesloten. Om fraude te voorkomen, kunnen goede doelen een erkenning aanvragen bij het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Zo weten donateurs dat ze te maken hebben met een bonafide organisatie. Daarnaast kunnen goede doelen de ANBI-status aanvragen. De aanvraag verloopt nu nog digitaal via de Belastingdienst.

De kwaliteitseisen voor het verkrijgen van de erkenning zijn gelijk aan die voor de ANBI-status. Een aparte aanvraag bij de Belastingdienst is dan dus niet meer nodig. De fiscus behoudt zich wel het recht voor altijd zelf de ANBI-status te kunnen toetsen.

Giftenaftrek: bewijs vereist

Donateurs moeten hun gift kunnen bewijzen om deze af te kunnen trekken. Een ontvangstbewijs of verklaring is hiervoor niet voldoende. Het is daarom aan te bevelen dat giften per bank worden overgemaakt en niet cash. Contante giften zijn per 2021 niet langer aftrekbaar.

Hogere giftenaftrek culturele ANBI

Voor giften aan culturele ANBI’s geldt een hogere giftenaftrek. Particulieren mogen deze giften voor de giftenaftrek verhogen met 25% (met een maximum van € 1.250 per jaar). Ondernemingen in de vennootschapsbelasting mogen een gift aan een culturele ANBI verhogen met 50% (met een maximum van € 2.500 per jaar).

Let op! De fiscus heeft jarenlang de aftrek van giften aan culturele instellingen in bepaalde gevallen te beperkt toegepast. Voor partners geldt dat zij beiden van de extra aftrek gebruik kunnen maken. Wanneer zij allebei € 5.000 aan een culturele ANBI schenken, is dus de maximale extra aftrek van 2 x € 1.250 = € 2.500 mogelijk. In de praktijk blijkt dat in die gevallen slechts één keer de extra aftrek is toegepast. De Belastingdienst heeft dit automatisch hersteld voor belastingplichtigen die over de jaren 2017 t/m 2021 te weinig aftrek hebben gehad. Vanaf het jaar 2022 wordt de aftrek correct toegepast.

Gift aan steunstichting SBBI

Een steunstichting SBBI is een stichting die speciaal is opgericht om geld in te zamelen voor een jubileum van een SBBI op het gebied van sport en muziek. Een gift aan een steunstichting SBBI is aftrekbaar.

Let op! Een steunstichting moet voldoen aan bepaalde voorwaarden.

Periodieke gift eenvoudiger

De eis van een notariële akte voor de aftrekbaarheid van een periodieke gift is met ingang van 2014 vervallen. Een periodieke gift aan een ANBI of een niet-vennootschapsbelastingplichtige vereniging met minimaal 25 leden is vanaf die datum ook volledig aftrekbaar als deze gift wordt vastgelegd in een onderhandse akte van schenking. De eis dat de periodieke gift alleen aftrekbaar is als deze is vastgelegd voor een looptijd van minimaal vijf jaar (of eindigt bij eerder overlijden) is wel blijven bestaan.

UBO-register

Voor een aantal juridische entiteiten, waaronder stichtingen en verenigingen, bestaat de plicht om geregistreerd te zijn in het zogenaamde UBO-register. Entiteiten die hieraan niet voldoen, kunnen te maken krijgen met sancties. UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een bv, stichting, vereniging of andere organisatie waarvoor de registratieplicht geldt. Het UBO-register is vooral bedoeld om witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. U kunt een vereniging of stichting registreren in het UBO-register via de Kamer van Koophandel.

Op basis van de uitspraak van het Europese Hof wat betreft de openbaarheid van het UBO-register, heeft het kabinet besloten dit register niet publiekelijk toegankelijk te maken. Via de Kamer van Koophandel konden derden informatie uit het UBO-register opvragen. De bepaling die dit regelde, is volgens een uitspraak van het Europese Hof echter onvoldoende onderbouwd, met name met het oog op bescherming van de privacy. Het kabinet heeft daarom de openbaarheid van delen van het UBO-register heroverwogen.

Tegemoetkoming energiekosten (TEK)

Ondernemers in het mkb waarvan de energiekosten minstens 7% van de omzet bedragen, kunnen sinds 21 maart 2023 de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) aanvragen. De TEK kan worden verkregen voor de periode 1 november 2022 t/m 31 december 2023. Op basis van hun aanvraag ontvangen ze een voorschot van 50% subsidie. Ook stichtingen, culturele instellingen en semipublieke instellingen die voldoen aan de voorwaarden van de TEK-regeling kunnen een aanvraag indienen.

De TEK wordt berekend op basis van standaard verbruiks- en prijsgegevens en dus niet op basis van het werkelijke gebruik en de actuele prijs. U komt alleen in aanmerking voor de TEK als uw energiekosten meer dan 7% van uw omzet bedragen. Dit wordt berekend aan de hand van modelprijzen voor gas en elektra voor 2022. Deze modelprijzen zijn inmiddels bekendgemaakt en bedragen voor gas € 2,41 per kuub en voor elektra € 0,59 per kWh. U kunt dus zelf uitrekenen of u voor de TEK in aanmerking komt.

U betaalt zelf in ieder geval een minimumprijs van € 1,19 per kuub gas en € 0,35 per kWh elektra. Ook wordt er gewerkt met maximumprijzen van € 3,19 respectievelijk € 0,95. De TEK vergoedt hooguit 50% van het verschil boven de minimumprijs en bedraagt maximaal € 160.000.

De tegemoetkoming kan tot 2 oktober 2023 17.00 uur worden aangevraagd bij RVO.nl. Hiervoor is eHerkenning op niveau eH3 nodig. Om de definitieve TEK te kunnen berekenen, dient een vaststellingsverzoek te worden ingediend. Ook dit moet bij de RVO gebeuren, uiterlijk op 31 mei 2024.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2023-08-01T15:53:56+02:001 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Verenigingen en Stichtingen 2023