FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1379 blog entries.

Hoe viert u een fiscaal vriendelijk sinterklaasfeest?

Sinterklaas is afgelopen weekend in ons land aangekomen. Bezoekt hij ook dit jaar weer uw bedrijf om de kinderen van uw werknemers te trakteren? Of trakteert hij uw werknemers? Doe dit dan fiscaal vriendelijk.

Op de werkplek?

SinterklaasjesDe bijdrage van de fiscus aan uw sinterklaasfeest is het grootst als u het organiseert op de werkplek. Dat is bijvoorbeeld uw kantine. Heeft u die niet, dan kunt het feest bijvoorbeeld ook in het magazijn organiseren. Ook dit is fiscaal gezien een werkplek.

Onbelast

Een sinterklaasfeest op de werkplek is onbelast. Dat geldt ook voor de consumpties, zoals chocolademelk, pepernoten en een drankje voor vader en moeder.

Cadeau in de werkkostenregeling

Eventuele cadeautjes zijn wel belast bij de werknemer. Natuurlijk wilt u niet dat uw werknemers belasting betalen over het cadeautje van hun kroost. U voorkomt dit door de cadeautjes onder te brengen in de werkkostenregeling. Het cadeautje is dan belastingvrij.

Vrije ruimte

Blijft de waarde van alle cadeautjes samen met alle andere vergoedingen en verstrekkingen dit jaar binnen de vrije ruimte van 1,2% van de loonsom, dan betaalt u als werkgever ook geen belasting. Dat is anders als de waarde boven deze grens uitkomt. U betaalt dan 80% belasting via de eindheffing.

Niet op de werkplek?

Organiseert u het sinterklaasfeestje niet op de werkplek, dan is het hele feest belast loon. U zult dan de kosten over de deelnemende werknemers moeten verdelen en hen hiervoor belasten. Wilt u dit niet, dan zult u het hele feest moeten onderbrengen in de werkkostenregeling. U betaalt dan 80% eindheffing als de kosten van het feest, inclusief alle andere vergoedingen en verstrekkingen dit jaar, meer dan 1,2% van de loonsom bedragen.

Aftrekbaar van de winst?

Is het sinterklaasfeest belast loon, dan zijn de kosten voor u 100% aftrekbaar. Dit is ook zo als u het onderbrengt in de werkkostenregeling. Is het feest niet belast, dan zijn de kosten slechts beperkt aftrekbaar. Voor niet-rechtspersonen, zoals een eenmanszaak, bedraagt de aftrek in beginsel 80% en voor rechtspersonen, zoals een bv, in beginsel 73,5%.

Door |2019-11-21T12:06:50+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoe viert u een fiscaal vriendelijk sinterklaasfeest?

WAB: nieuwe regels oproepkrachten

Per 1 januari 2020 treedt een groot deel van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking, waaronder de regels voor oproepkrachten en oproepovereenkomsten. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Een oproepovereenkomst

BoekenIn de nieuwe wet is er sprake van een oproepovereenkomst als de arbeidsomvang niet (geen afgesproken aantal uren, maar vaak een nuluren- of een min/max-urencontract) en de tijdseenheid (geen duidelijkheid tot wanneer de overeenkomst loopt) is afgesproken. Een oproepkracht heeft alleen recht op loon over de uren dat daadwerkelijk wordt gewerkt, waardoor de omvang van het loon telkens kan wisselen.

Termijn oproep

Een oproepkracht moet minstens vier dagen van tevoren, schriftelijk of elektronisch worden opgeroepen voor de werkzaamheden. Gebeurt dit op een kortere termijn dan vier dagen, dan hoeft de oproepkracht geen gehoor te geven aan de oproep. In een cao kan een kortere termijn worden afgesproken, maar wel ten minste 24 uur van tevoren. De oproepkracht dient voor ten minste drie uur aaneensluitend werk te worden opgeroepen, tenzij hij al een minimumurengarantie heeft van 15 uur per week.

De oproepkracht houdt het recht op loon over de duur van de oproep als de werkzaamheden (geheel of gedeeltelijk) minder dan vier dagen van tevoren worden afgezegd. Dit geldt ook indien het tijdstip wijzigt voor de werkzaamheden waarvoor de oproepkracht was opgeroepen. De oproepkracht houdt dan het recht op loon over de periode waarvoor deze in eerste instantie was opgeroepen.

Aanbod vaste uren

Na twaalf maanden is de werkgever verplicht om binnen een maand een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Deze uren moeten zijn gebaseerd op minimaal het gemiddeld aantal gewerkte uren over de afgelopen twaalf maanden. Alleen de uren die elkaar binnen zes maanden tijd opvolgden, tellen mee.

Voorbeeld: een oproepkracht is per 1 januari 2019 begonnen. In januari 2019 heeft de oproepkracht gemiddeld 36 uur per week gewerkt, maar in de maanden februari tot en met augustus is er niet gewerkt. Vervolgens heeft de oproepkracht van september tot en met 31 december 2019 gemiddeld 32 uur per week gewerkt. De werkzaamheden in januari 2019 tellen niet mee bij de berekening, want daarna is er zeven maanden niet gewerkt waardoor er geen sprake is van werkzaamheden die elkaar binnen zes maanden tijd hebben opgevolgd. Voor de berekening van het gemiddeld aantal uren tellen de uren vanaf september tot en met december 2019. De oproepkracht zal een aanbod moeten krijgen voor een arbeidscontract van minimaal 32 uur per week. 

Een werknemer heeft een maand de tijd om dit aanbod al dan niet te aanvaarden. Aanvaardt de werknemer het aanbod dan geldt vanaf dat moment de nieuwe arbeidsomvang en is er geen sprake meer van een oproepovereenkomst.

Recht op loon bij uitblijven aanbod

Indien het aanbod voor een contract met vaste uren uitblijft dan heeft de oproepkracht recht op het loon van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week gedurende de afgelopen twaalf maanden, ongeacht of de werknemer wordt opgeroepen voor de werkzaamheden.

Let op: overgangsregeling Voor oproepkrachten die per 1 januari 2020 langer dan een jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn geldt dat deze oproepkrachten vóór  1 februari 2020 een aanbod dienen te krijgen voor een vast contract. Elke werkgever die op dit moment al met oproepkrachten werkt krijgt dus in 2020, zodra de oproepkracht twaalf maanden werkzaamheden verricht, te maken met deze nieuwe regels.

Door |2019-11-21T12:05:50+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor WAB: nieuwe regels oproepkrachten

Aangiftebrief Loonheffingen verstuurd

De Belastingdienst heeft onlangs de aangiftebrief loonheffingen verstuurd naar alle werkgevers. De brief valt naar verwachting half november in de bus.

Aangiftetijdvak

De aangiftebrief bevat het aangiftetijdvak van de betreffende werkgever. Dit is in beginsel een periode van een maand of van vier weken.

Let op!  Wilt u dit aangiftetijdvak voor het jaar 2020 wijzigen, dan moet u een wijzigingsformulier naar de Belastingdienst sturen en zorgen dat dit uiterlijk 14 december 2019 bij de Belastingdienst binnen is. Het wijzigingsformulier vindt u op de site van de Belastingdienst.

Data

LoonheffingenDe aangiftebrief bevat verder de uiterste data waarop de loonaangifte en de betaling ervan bij de Belastingdienst binnen moeten zijn. Ook het betalingskenmerk staat erin vermeld.

Eenmalig

De Belastingdienst verstrekt de aangiftebrief één keer, dus zal een werkgever er zelf voor moeten zorgen dat degene die zijn loonaangifte verzorgt, voorzien wordt van de noodzakelijke gegevens.

Heeft u vragen over de aangiftebrief, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-21T12:05:41+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aangiftebrief Loonheffingen verstuurd

WAB: checklist voor nieuwe arbeidsmarktregels

Door de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in balans (WAB) verandert er per 1 januari 2020 een aantal zaken als het gaat om het arbeidsrecht.

BoekenDe Rijksoverheid heeft daartoe een WAB-checklist voor werkgevers gemaakt, waar u kunt kijken wat u nog voor 1 januari moet doen. Zorg dat u hier tijdig op inspeelt.

Nieuwe arbeidsmarktregels

De WAB is met name gericht op het herstel van de balans tussen vast en flexibel werk. De wijzigingen per 2020 hebben onder meer betrekking op oproepkrachten en payrollers. Ook zijn er gevolgen voor de verschuldigde WW-premie en de te betalen transitievergoeding bij ontslag.

Ontslag

Het wordt makkelijker om werknemers om persoonlijk getinte redenen te ontslaan. Er komt een cumulatiegrond. Dit houdt in dat meerdere ontslaggronden die ieder voor zich niet voldoende voldragen zijn, gecombineerd kunnen worden, waardoor het voor de rechter toch mogelijk wordt om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Wel kan de rechter nog bepalen dat de werkgever naast de transitievergoeding nog een aanvullende vergoeding ter hoogte van maximaal 50% van de transitievergoeding moet betalen.

Oproepkrachten

Oproepkrachten die 12 maanden in dienst zijn, moeten voortaan van hun werkgever een aanbod krijgen voor een vast aantal arbeidsuren gerelateerd aan de gemiddelde arbeidsomvang van de verloonde uren in de 12 maanden daarvoor. Het gaat om verloonde uren, dus ook ziekte-uren en vakantie-uren tellen mee.

Payrollers

Werknemers die ingehuurd worden via een bedrijf dat payrollers uitleent, krijgen dezelfde rechten als werknemers van het bedrijf werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies. De inhurende werkgever (inlener) moet het uitlenende payrollbedrijf informeren over de arbeidsvoorwaarden die van toepassing zijn.

WW-premie

De hoogte van verschuldigde WW-premie is vanaf 2020 afhankelijk van de vraag van wat voor soort contract sprake is. De premie voor werknemers met een flexibel arbeidscontract is als uitgangspunt hoger dan die voor een werknemer met een vast contract.

Transitievergoeding

Vanaf 2020 treden er wijzigingen op ten aanzien van de transitievergoeding. Nieuw is dat de transitievergoeding al geldt vanaf de eerste werkdag. Dus ook een werknemer die in de proeftijd ontslagen wordt heeft recht op een transitievergoeding. Het is dan niet meer vereist dat de betreffende werknemer al minimaal twee jaar in dienst is. Ook de verhoogde opbouw na tien dienstjaren komt te vervallen. De transitievergoeding bedraagt nu standaard een derde maandsalaris per dienstjaar.

Heeft u vragen over de wijzigingen van de WAB, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-11T15:03:04+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor WAB: checklist voor nieuwe arbeidsmarktregels

1 april verbod rookruimte horeca

Het verbod op de rookruimtes in de horeca wordt vanaf 1 april 2020 gehandhaafd. Door een uitspraak van de Hoge Raad van eind september zijn al deze rookruimtes per direct verboden. Een overtreding levert straks een boete op van 600 euro.

SigarettenDe uitspraak geldt voor alle horeca-inrichtingen, zoals cafés, discotheken, coffeeshops, shishalounges, concertzalen, hotels en restaurants. Bij elke overtreding wordt de boete voor de horecaondernemer verhoogd, tot uiteindelijk € 4.500 bij de vierde overtreding.

Blokhuis: zorgvuldige afweging

Aanvankelijk had staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid met de branche afgesproken dat de horecaondernemingen tot 2022 de tijd hadden, maar dat kan door de uitspraak niet meer. Blokhuis eerder: “Na een zorgvuldige afweging heb ik gekozen voor 1 april als startdatum voor de handhaving. Horecaondernemers hebben daarmee de tijd om de nodige aanpassingen te maken en afspraken te maken met gemeenten over eventuele overlast van rokers op straat.”

Reguliere controles

De komende tijd gaan de NVWA, KHN en andere brancheorganisaties een flyer uitdelen waarin vragen en antwoorden staan over de toepassing van het rookverbod. Ook gaat de NVWA straks bij reguliere controles ondernemers aanspreken die nog een rookruimte hebben. Zij kunnen na 1 april opnieuw bezoek verwachten.

Blokhuis gaat ook onderzoeken of een sluiting van rookruimtes op werkplekken in 2022 haalbaar is. Ook laat hij onderzoeken of rookruimtes in de (semi-)publieke sector en openbare gebouwen vanaf 2021 kunnen worden afgeschaft.

Door |2019-11-11T15:03:14+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor 1 april verbod rookruimte horeca

Eten tijdens winkeluren, belast of onbelast?

Tegenwoordig is het heel normaal dat winkelpersoneel ook wel eens ’s avonds werkt. Kunt u uw werknemers dan belastingvrij een maaltijd vergoeden of verstrekken en waar hangt dat vanaf?

Maaltijd is loonbelasting

Dame winkelenHet uitgangspunt is dat een door u vergoede of verstrekte maaltijd tot het loon behoort. Daarom is deze in beginsel ook belast en moet u er loonbelasting over inhouden.

Vast bedrag

Als u uw werknemers een maaltijd verstrekt, hoeft u niet uit te gaan van de werkelijke waarde. U moet uitgaan van een vast bedrag dat voor 2019 is vastgesteld op € 3,35. Het maakt niet uit of het een ontbijt, lunch of avondmaaltijd betreft, dus het vaste bedrag van € 3,35 is voor alle drie gelijk.

Zakelijke maaltijd vrijgesteld

Als een maaltijd voor minstens 10% een zakelijk karakter heeft, is deze vrijgesteld en hoeft u dus geen bedrag tot het loon te rekenen. Het is niet altijd even duidelijk wanneer hiervan sprake is, maar dit is in ieder geval zo als uw werknemer vanwege het werk ’s avonds tussen 17.00 uur een 20.00 uur niet thuis kan eten.

Let op! Dit betekent dat u werknemers die op koopavond moeten werken, een vrijgestelde maaltijd mag vergoeden of verstrekken, omdat ze op bovengenoemde tijden dan niet thuis kunnen eten.

Werkkostenregeling

Verstrekt u uw werknemers bijvoorbeeld tussen de middag een gratis lunch in de bedrijfskantine, dan is deze dus wel belast voor € 3,35. U mag dit desgewenst ook onderbrengen in de werkkostenregeling. De lunch is dan voor de werknemer onbelast.

Vrije ruimte

De werkkostenregeling kent in 2019 een zogenaamde vrije ruimte van 1,2% van uw loonsom. Alleen als al uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel, zoals lunches maar bijvoorbeeld ook kerstpakketten, meer bedragen dan 1,2% van uw loonsom, betaalt u als werkgever 80% belasting over het meerdere.

Let op! Volgend jaar bedraagt de vrije ruimte van de werkkostenregeling over de eerste € 400.000 van de loonsom 1,7% en over het meerdere 1,2%. Dit betekent dat de vrije ruimte met maximaal 0,5% x € 400.000 ofwel € 2.000 toeneemt. Vergoedingen en verstrekkingen leiden bij u dan dus minder snel tot belastingheffing.

Heeft u vragen over het vergoeden of verstrekken van maaltijden, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-11T15:04:04+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Eten tijdens winkeluren, belast of onbelast?

Toch fors hogere bpm door andere meetmethode

De nieuwe meetmethode die gebruikt wordt ter bepaling van de CO2-uitstoot door auto’s, leidt tot een fors hogere bpm. Dit stellen de organisaties RAI en BOVAG, op basis van een onderzoek door KPMG.

Nieuwe meetmethode

AutoDe nieuwe meetmethode ter vaststelling van de CO2-uitstoot, vervangt vanaf 2017 langzaam de oude meetmethode. De nieuwe methode zou de CO2-uitstoot nauwkeuriger vaststellen.

Geen hogere bpm

De nieuwe methode zou niet tot een hogere bpm leiden, maar genoemde organisaties stellen dat dit wel het geval is. Vanaf 1 juli van dit jaar zouden de bpm-tabellen worden aangepast aan de nieuwe methode, zodat per saldo geen hogere bpm zou resulteren. RAI en BOVAG stellen dat er alleen al tot 1 juli 2020 een hogere bpm-opbrengst is van € 600 miljoen en dat ook na 1 juli van dat jaar per auto meer wordt betaald dan nu.

Groter en zwaarder

Volgens het ministerie van Financiën is de hogere opbrengst het gevolg van de aanschaf van grotere en meer vervuilende auto’s. Het ministerie bestrijdt dat de hogere bpm veroorzaakt wordt door de nieuwe meetmethode.

Compensatie

RAI en BOVAG eisen echter compensatie voor de automobilist. Ze stellen dat er een onterecht extra meeropbrengst van honderden miljoenen over de ruggen van de automobilist wordt geïnd aan bpm.

Door |2019-11-11T15:03:45+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Toch fors hogere bpm door andere meetmethode

Uw medewerker volgend jaar een fiets van de zaak?

Met ingang van 1 januari 2020 is er een nieuwe fiscale regeling voor een fiets van de zaak. Hoe ziet de regeling er precies uit, wat zijn de kosten en met welke voorwaarden moet u zeker rekening houden?

Ter beschikking stellen

De regeling geldt alleen voor een fiets die u ter beschikking stelt. Dit betekent dat u als werkgever de fiets moet aanschaffen en dat deze ook uw eigendom blijft. De werknemer mag er dus alleen gebruik van maken. Zakelijk, voor het woon-werkverkeer, maar ook privé. De fiets blijft uw eigendom, daarom moet de werknemer de fiets teruggeven als hij deze niet meer voor het woon-werkverkeer gebruikt of als hij bij u uit dienst treedt.

Tip! Onder ‘fiets’ wordt ook een elektrische fiets en een zogenaamde ‘speed pedelec’ verstaan.

Forfaitaire bijtelling

FietsVoor het privégebruik van de fiets geldt vanaf 2020 een forfaitaire bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs. Net als bij de auto van de zaak wordt de bijtelling bij het loon geteld en moet u hierover loonbelasting inhouden. Wat het gebruik van de fiets de werknemer uiteindelijk kost, is mede afhankelijk van de hoogte van zijn loon. Hoe hoger het belastingtarief, des te meer kost het.

Voorbeeld: u stelt een fiets van € 1.000 ter beschikking. De bijtelling is 7% x € 1.000 = € 70 per jaar. Bij een belastingtarief van 37,35% (in 2020 tot een inkomen van € 68.507), kost dit € 26 per jaar.

Geen vergoeding meer geven!

Houd er rekening mee dat u uw werknemer met een fiets van de zaak geen vergoeding meer kunt geven voor zakelijk gefietste kilometers, waaronder het woon-werkverkeer. Dat kan alleen voor kilometers die hij fietst op een fiets die zijn eigendom is. Voor het zakelijk gebruik van de eigen fiets kunt u een werknemer onbelast € 0,19 per kilometer geven. Iemand die bijvoorbeeld vijf km van de zaak woont, kunt u dus 5 x 2 x € 0,19 = € 1,90 per dag onbelast vergoeden. Gebruikt hij de fiets op 100 dagen per jaar voor het woon-werkverkeer, dan is dit dus € 190 netto. Ga dus eerst met uw personeel om de tafel of er wel animo is voor een fiets van de zaak, met name als u nu een vergoeding verstrekt.

Kosten voor uw rekening

De bijkomende kosten van bijvoorbeeld onderhoud of van een verzekering komen ook voor uw rekening, omdat de fiets uw eigendom is. Deze aftrekbare kosten komen gewoon ten laste van de winst.

Ook voor ondernemer en dga

De regeling geldt ook voor u als ondernemer in de inkomstenbelasting of voor de dga met een bv. In het eerste geval wordt de forfaitaire bijtelling bij de winst geteld, bij de dga wordt de bijtelling net als bij andere werknemers ingehouden op het loon. Bij twijfel moet de inspecteur aannemelijk maken dat een zakelijke fiets ook voor privégebruik ter beschikking staat. Dit is in ieder geval zo als de fiets voor het woon-werkverkeer ter beschikking staat. Woont u als ondernemer of dga bij uw bedrijf, dan zal het voor de inspecteur nog niet meevallen dit te bewijzen.

Tip! Bij een terbeschikkinggestelde fiets wordt 7% van de waarde per jaar belast. Leg wel vast dat de fiets uw eigendom blijft en teruggegeven moet worden bij het einde van de dienstbetrekking.

Door |2019-11-11T15:03:34+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uw medewerker volgend jaar een fiets van de zaak?

Update Handboek Loonheffingen

Het Handboek Loonheffingen is door de Belastingdienst op een aantal punten aangepast. Deze betreffen de regeling kleine geschenken, RVU-uitkeringen (VUT), gegevens inzake de loonstrook en de jaaropgave en de loonkostenvoordelen.

Aanpassingen

BoekenVolgens de bekendgemaakte aanpassingen tellen bezorgkosten niet mee bij de grens van € 25 voor kleine geschenken. Verder wordt onder meer verduidelijkt wanneer over RVU-uitkeringen Zvw-premies betaald of ingehouden moeten worden.

Verplichte gegevens loonstrook

Ook is de lijst met verplichte gegevens op de loonstrook gewijzigd en is aangegeven dat een jaaropgave geen adresgegevens meer hoeft te bevatten. Tenslotte is een verduidelijking gegeven van het recht op loonkostenvoordelen na een doorstart of overname na faillissement.

Handboek downloaden

Het Handboek Loonheffingen bevat een uitleg voor de werkgever met betrekking tot de loonheffingen. Het Handboek is gratis te downloaden via de site van de Belastingdienst. Het Handboek is ook via een onlineversie te raadplegen.

Heeft u vragen over de aanpassingen in het Handboek Loonheffingen, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-11T15:24:33+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Update Handboek Loonheffingen