werknemer

  • Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Volgens de Wet verbetering poortwachter moet je als werkgever je best doen om zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Corona kan hieraan soms in de weg staan en is dan een ‘deugdelijke’ reden dat je niet aan deze verplichting kunt voldoen.

Wet verbetering poortwachter
De Wet verbetering poortwachter is bedoeld om het aantal langdurig zieke werknemers terug te dringen. De wet kent diverse verplichtingen voor werkgever en werknemer. Zo moet bijvoorbeeld na zes weken ziekte door de arbodienst of bedrijfsarts een probleemanalyse worden gemaakt. Hierin staat waarom de werknemer niet meer kan werken, wat zijn mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer hij weer aan het werk denkt te gaan.

Corona verhindert re-integratie
In bepaalde gevallen kan Corona in de weg staan bij de re-integratieverplichtingen. Het UWV kan de verplichtingen dan versoepelen als je een ‘deugdelijke grond’ kunt aanvoeren.

Deugdelijke gronden
Het UWV kent drie deugdelijke gronden. Dit is ten eerste de verplichte sluiting van het bedrijf vanwege Corona. Ook de bedrijfssluiting na herplaatsing bij de nieuwe werkgever of onvoldoende digitale vaardigheden voor begeleiding op afstand is een deugdelijke grond, evenals het niet kunnen bieden van passend werk, bijvoorbeeld als gevolg van Coronamaatregelen.

Let op! Het niet kunnen beschermen tegen Coronabesmetting of het niet kunnen doorbetalen van het loon, zijn geen deugdelijke gronden.

Re-integratieverslag
Je bent ook wettelijk verplicht om na twintig maanden ziekte een re-integratieverslag op te (laten) stellen. Vanwege dringende redenen is echter uitstel mogelijk. Dit kunnen ook redenen zijn die samenhangen met Corona. Je dient dan contact op te nemen met het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-25T11:43:44+02:0025 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

  • Wijziging bijtelling meerdere auto’s pas vanaf 2022

Wijziging bijtelling meerdere auto’s pas vanaf 2022

De Belastingdienst meldde eerder dat de bijtelling voor werknemers met meerdere auto’s van de zaak met ingang van dit jaar wordt gewijzigd. Inmiddels is bekendgemaakt dat vanwege ‘diverse praktijkvragen’ de wijziging met een jaar is opgeschort. Deze wordt nu per 2022 van kracht.

Meerdere auto’s ter beschikking
Werknemers die de beschikking hebben over meerdere auto’s, moeten in beginsel voor iedere auto de bekende bijtelling toepassen.

Hoogste cataloguswaarde
Er zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om een alleenstaande werknemer of wanneer men in het gezin van de werknemer maar over één rijbewijs beschikt. Staan meerdere auto’s ter beschikking en hoeft niet voor iedere auto de bijtelling te worden toegepast, dan moet men nu uitgaan van de auto of auto’s met de hoogste cataloguswaarde. Vanaf 2022 wordt dit dus anders.

Hoogste bijtelling
Vanaf 2022 dient men uit te gaan van de auto of auto’s met de hoogste bijtelling. Dat hoeft dus niet een auto te zijn met de hoogste cataloguswaarde. Bijvoorbeeld wanneer een auto elektrisch is en de andere niet.

Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van €50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van €40.000. Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto €40.000 x 12% + €10.000 x 22% = €4.800 + €2.200 = €7.000. Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling €40.000 x 22% = €8.800. Dit jaar moet men dus nog uitgaan van €7.000. De elektrische auto heeft immers de hoogste cataloguswaarde. Vanaf volgend jaar wordt de bijtelling €8.800, de hoogste bijtelling van de twee.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-21T09:31:53+02:0021 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijziging bijtelling meerdere auto’s pas vanaf 2022

  • Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 verhoogd

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 verhoogd

Het wettelijk minimumloon wordt halfjaarlijks aangepast. Per 1 juli 2021 wordt het verhoogd naar €1701,00 bruto per maand, €392,55 per week en €78,51 per dag. Het minimumloon per uur hangt af van het aantal uren dat de fulltime werkweek binnen de organisatie bedraagt.

Vaste percentages voor jongere werknemers
Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 0,96 % op vooruit. De bedragen gelden voor werknemers die fulltime werken.

Leeftijd  Per maand  Per week  Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1701,00 € 392,55 € 78,51
20 jaar 80% € 1360,80 € 314,05 € 62,81
19 jaar 60% € 1020,60 € 235,55 € 47,11
18 jaar 50% € 850,50 € 196,30 € 39,26
17 jaar 39,5% € 671,90 € 155,05 € 31,01
16 jaar 34,5% € 586,85 € 135,45 € 27,09
15 jaar 30% € 510,30 € 117,75 € 23,55

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd  36 uur per week  38 uur per week  40 uur per week
21 jaar en ouder € 10,91 € 10,34 € 9,82
20 jaar € 8,73 € 8,27 € 7,86
19 jaar € 6,55 € 6,20 € 5,89
18 jaar € 5,46 € 5,17 € 4,91
17 jaar € 4,31 € 4,09 € 3,88
16 jaar € 3,77 € 3,57 € 3,39
15 jaar € 3,28 € 3,10 € 2,95

Voor parttimers loon naar rato
Werkt een werknemer minder dan fulltime, dan geldt ook een lager minimumloon. Dat is afhankelijk van wat de organisatie als fulltime werkweek hanteert.

Voor BBL gelden andere percentages
Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden andere percentages.

Leeftijd  Per maand  Per week  Per dag
20 jaar 61,50% € 1046,10 € 241,40 € 48,28
19 jaar 52,50% € 893,05 € 206,10 € 41,22
18 jaar 45,50% € 773,95 € 178,60 € 35,72

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd  36 uur per week  38 uur per week  40 uur per week
20 jaar € 6,71 € 6,36 € 6,04
19 jaar € 5,73 € 5,43 € 5,16
18 jaar € 4,97 € 4,70 € 4,47

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

 

Door |2021-05-19T09:54:37+02:0019 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 verhoogd

  • Langdurig arbeidsongeschikte werknemer? Denk aan correct opzeggen

Langdurig arbeidsongeschikte werknemer? Denk aan correct opzeggen

Neem je de opzegtermijn niet goed in acht als je een arbeidsongeschikte werknemer het arbeidscontract opzegt? Dan moet je alsnog het loon over de niet in acht genomen opzegtermijn vergoeden. Ook al is geen sprake meer van een loondoorbetalingsverplichting.

Voor werkgever en werknemer gelden termijnen die ze bij de opzegging moeten hanteren. Als hoofdregel geldt dat opzegging tegen het einde van de maand dient plaats te vinden. Dit is slechts anders als in een schriftelijke overeenkomst, CAO of door het gebruik een andere dag is aangewezen. Denk aan de situatie dat opzegging dient plaats te vinden tegen het einde van de vierwekenperiode bij een salarisbetaling per vierwekenperiode.

Onregelmatige opzegging
Het niet in acht nemen van de juiste opzegtermijn, waardoor de arbeidsrelatie eerder eindigt dan formeel het geval had moeten zijn – we spreken dan van een onregelmatige opzegging – leidt tot de verplichting dat de werkgever alsnog de werknemer het loon over de niet in acht genomen opzegtermijn moet vergoeden.

Schade niet nodig
Het is niet van belang of de werknemer ook feitelijk schade lijdt. Het gaat om een zogeheten gefixeerde schadevergoeding. Conversie, dat wil zeggen omzetting met terugwerkende kracht van een onregelmatige in een regelmatige opzegging, is niet mogelijk.

Opzegging na twee jaar arbeidsongeschiktheid
Wanneer gedurende de opzegtermijn helemaal geen loon verschuldigd is, omdat bijvoorbeeld na 104 weken de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte is geëindigd, dient toch de correcte opzegtermijn te worden gehanteerd. Laat de werkgever dit na, dan kan de werknemer toch aanspraak maken op de gefixeerde schadevergoeding, aldus de rechter in een recente zaak. Het is niet van belang dat over de opzegtermijn geen loon verschuldigd is en dat de werknemer al een uitkering toegekend heeft gekregen.

Beëindigingsovereenkomst
Indien en voor zover afscheid wordt genomen van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer door middel van een beëindigingsovereenkomst gelden andere regels. Bij een beëindigingsovereenkomst zijn beide partijen overeengekomen wanneer het dienstverband eindigt. Dan hoeft geen rekening te worden gehouden met de opzegtermijn, omdat beide partijen al met wederzijds goedvinden met een datum akkoord zijn gegaan.

Let op! Wees voorzichtig met het afsluiten van een beëindigingsovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer. Want als de werknemer met de werkgever een beëindigingsovereenkomst afsluit tijdens het opzegverbod door de ziekte, heeft de werknemer geen recht meer op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, omdat hij dan een benadelingshandeling pleegt ten opzichte van het UWV door voortijdig zijn loonaanspraken prijs te geven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-10T10:47:56+02:0010 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Langdurig arbeidsongeschikte werknemer? Denk aan correct opzeggen
  • Informeer werknemer tijdig over opname vakantiedagen

Informeer werknemer tijdig over opname vakantiedagen

Een werkgever moet de werknemer tijdig infomeren over de wettelijke vakantiedagen die nog niet zijn opgenomen. Doet hij dat niet, dan blijven de niet opgenomen vakantiedagen gewoon staan en vervallen ze niet per 1 juli 2021.

Iedere werknemer heeft recht op vier weken vakantie op jaarbasis. Het gaat hier om de wettelijke vakantie-aanspraak. Komt iemand in de loop van het jaar in dienst dan vindt de opbouw naar rato plaats. In een individuele arbeidsovereenkomst of in een CAO is vaak geregeld dat de werknemer recht heeft op meer vakantiedagen dan het wettelijke minimum, de zogenaamde bovenwettelijke dagen. Bij de toekenning van bovenwettelijke dagen kan worden afgeweken van de wettelijke regeling.

Vervaltermijn wettelijke vakantiedagen
Wettelijke vakantiedagen vervallen een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Dit betekent concreet dat de wettelijke vakantiedagen over 2020 dus op 1 juli 2021 komen te vervallen. Afwijkende schriftelijke partijafspraken zijn mogelijk, mits in het voordeel van de werknemer. De vervaltermijn dient als stimulans voor werknemers om hun wettelijke vakantiedagen op te nemen.

Bovenwettelijke vakantiedagen
Deze korte vervaltermijn geldt niet voor bovenwettelijke vakantiedagen. Ook geldt de korte vervaltermijn niet als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn vakantiedagen op te nemen bijvoorbeeld in verband met drukte in de organisatie. Dan wordt weer teruggevallen op de reguliere verjaringstermijn van vijf jaar. Dit laatste mag niet te snel worden aangenomen. Ook zieke werknemers kunnen bijvoorbeeld gewoon vakantie opnemen. Dit geldt zeker als er re-integratieverplichtingen zijn opgelegd aan de werknemer. Tijdens vakantie is de zieke werknemer immers vrijgesteld van zijn re-integratieverplichting.

Verjaringstermijn bovenwettelijke vakantiedagen
Voor de bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar die begint te lopen na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Bovenwettelijke vakantiedagen over 2021 komen dus op 31 december 2026 te verjaren. Verjaringstermijnen kunnen in tegenstelling tot vervaltermijnen worden opgeschort. De werknemer kan een brief aan de werkgever schrijven waarin hij kenbaar maakt aanspraak te willen blijven maken op de bovenwettelijke vakantiedagen die komen te verjaren. Dan begint er weer een nieuwe verjaringstermijn te lopen.

Informatieplicht werkgever
Het Europese Hof van Justitie heeft in 2018 in het Max-Planck arrest bepaald dat alleen wanneer de werkgever kan bewijzen dat hij de werknemer erop heeft gewezen dat hij de vakantiedagen tijdig moet opnemen en wat de consequenties zijn als de werknemer dat niet doet, de vakantiedagen komen te vervallen. De werkgever heeft dus een vergaande inspanningsverplichting. Het is dus zaak voor een werkgever om een werknemer er vóór 1 juli 2021 op te wijzen dat zijn nog openstaande wettelijke vakantiedagen over 2020 komen te vervallen.

ATV-dagen vallen niet onder vakantieregeling
ATV-dagen vallen niet onder de regelgeving ten aanzien van vakantiedagen. Daarom is het wel mogelijk om ATV-dagen na een bepaalde tijd te laten vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-06T11:03:52+02:006 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Informeer werknemer tijdig over opname vakantiedagen
  • Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

De Belastingdienst stopt het beslag op loon of uitkering vanaf april deels. Dat komt omdat de Belastingdienst nog geen rekening heeft gehouden met de wijziging van de beslagvrije voet. Met de beslagvrije voet wordt het minimumbedrag bedoeld dat na beslag op het loon overblijft om in de basiskosten van het levensonderhoud te voorzien.

Beslag op loon of uitkering
Bij personen met een belastingschuld kan de Belastingdienst beslag leggen op loon, uitkering of vermogen.

Nieuwe beslagvrije voet
De nieuwe beslagvrije voet geldt alleen voor beslagen die op 1 januari van dit jaar al meer dan een jaar lopen. Om technische redenen heeft de Belastingdienst deze nieuwe berekening nog niet kunnen maken en is er wellicht te veel of te weinig loon of uitkering ingehouden in januari, februari of maart van dit jaar.

Let op! In die gevallen stopt het beslag op loon en uitkering waarvan de beslagvrije voet niet op tijd is berekend, ook als de belastingschuld nog niet is afbetaald. Werkgever of uitkeringsinstantie ontvangt hierover dan een brief.

Opnieuw berekenen
De Belastingdienst gaat eerst de nieuwe beslagvrije voet berekenen. Pas daarna wordt een beslag op loon of uitkering indien mogelijk hervat. Is er in januari t/m maart te veel beslag gelegd, dan ontvangt je dit automatisch terug.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-05T10:42:34+02:005 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst zet beslag op loon deels stil
  • Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer

Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer

Vergoed je als werkgever de kosten van een noodzakelijk internetabonnement aan een werknemer? Dan is die vergoeding onbelast als de werknemer een eigen bijdrage betaalt. Dit heeft de Belastingdienst bekendgemaakt.

Wanneer noodzakelijk?
‘Noodzakelijk’ betekent dat de werknemer zonder de voorziening zijn werk niet goed kan uitoefenen. Dat houdt in dat de werknemer de voorziening voor zijn werk nodig heeft en gebruikt. Als hij het werk in theorie ook zonder de voorziening kan uitvoeren, kan de voorziening toch noodzakelijk zijn.

Let op! Een eigen bijdrage van de werknemer betekende tot nog toe dat een voorziening niet als ‘noodzakelijk’ werd aangemerkt. Alleen een eigen bijdrage voor een duurdere uitvoering van een voorziening was toegestaan. Dit standpunt is dus verlaten.

Welke voorzieningen?
Ook gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, zoals smartphones en dergelijke apparatuur, kunt je belastingvrij vergoeden of verstrekken als ze ‘noodzakelijk’ zijn.

Einde dienstbetrekking
Een noodzakelijke voorziening moet bij het einde van de dienstbetrekking, of wanneer deze voor het werk niet meer noodzakelijk is, worden teruggegeven of tegen de werkelijke waarde worden overgenomen. Een niet langer noodzakelijke laptop kan dus desgewenst tegen de dagwaarde worden overgenomen door de werknemer. Voor een internetabonnement betekent het dat dit vanaf dat moment niet meer onbelast vergoed of verstrekt kan worden.

Uitzondering DGA
Omdat een DGA van een BV veelal zelf kan beslissen of een voorziening noodzakelijk is, geldt voor de aan hem vergoede of verstrekte noodzakelijke voorzieningen een verzwaarde bewijslast.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-04T11:44:34+02:004 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer
  • Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?
Je bent inlener als je een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat je de leiding hebt over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doe je dit niet, dan is er geen sprake van inlening maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?
Als inlener kun je in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de BTW die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken
Je kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid
Als je kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet jouw schuld is, kan de aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij jou. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n €150.000 bleef dan ook in stand.

Let op! Leen je in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent je gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als je aan een aantal voorwaarden voldoet.

Tip! Je kunt het register raadplegen op www.normeringarbeid.nl.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-03T10:46:27+02:003 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid
  • Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Als aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking worden gesteld, geldt in beginsel ook voor meerdere auto’s de bekende bijtelling. Er zijn echter een paar uitzonderingen. Als dit het geval is, geldt voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling.

Bijtelling
Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van €40.000. Over het meerdere is de bijtelling ook 22%.

Meerdere auto’s
Staan aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking, dan geldt in beginsel de bijtelling voor iedere auto. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft.

Hoogste bijtelling
De Belastingdienst heeft eerder bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor iedere auto bijgeteld hoeft te worden, voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Tot 1 januari 2021 was dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Waar zit het verschil?
Het verschil kan onder andere optreden in situaties waarin ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft dan wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is.

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Wat scheelt dat nu?
Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van €50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van €40.000.

Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto €40.000 x 12% + €10.000 x 22% = €4.800 + €2.200 = €7.000.

Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling €40.000 x 22% = €8.800. De wijziging kost dan €8.800 -/- €7.000 = €1.800 meer aan bijtelling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-28T10:56:32+02:0028 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?
  • Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Hoe moet bij uitzendkrachten het arbeidsverleden worden bepaald voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding? Die vraag stond onlangs centraal bij een zaak die diende voor de kantonrechter Zaanstad. De uitzendkrachten kregen door de rechtszaak een veel hogere transitievergoeding.

Het ging hier om zes uitzendkrachten die als buschauffeur werkten en na een half jaar hun baan kwijt raakten. Het uitzendbureau betaalde daarop een kleine transitievergoeding van een paar honderd euro. De uitzendkrachten waren het hier niet mee eens. Ze verrichtten datzelfde werk namelijk al veel langer, sommigen zelfs al sinds 2009, voor verschillende opeenvolgende uitzendbureaus én onderaannemers van Connexxion. Ze spanden dan ook een procedure aan.

Uitzendkrachten krijgen gelijk
De chauffeurs vonden de kantonrechter aan hun zijde, die bepaalde dat het totale arbeidsverleden moest worden meegeteld. Dat geldt in het kader van opvolgend werkgeverschap sowieso voor de diensttijd bij de vorige werkgevers vanaf 1 juli 2015. De definitie van opvolgend werkgeverschap is met ingang van 1 juli 2015 verruimd. Van opvolgend werkgeverschap is nu sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn.

Recht op hogere transitievergoeding
Voor het opvolgend werkgeverschap gold voor 1 juli 2015 een beperkter begrip. Voor de werkgeverswisselingen die hebben plaatsgevonden voor 1 juli 2015 geldt dat niet alleen sprake moet zijn van dezelfde werkzaamheden, maar ook dat tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgevers zodanige banden bestaan dat het door de vorige werkgever op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De buschauffeurs hebben vervolgens voldoende toegelicht en aangetoond dat zij vanaf 2009, 2010, 2011 en 2013 altijd op dezelfde manier en (nagenoeg) onafgebroken hebben gewerkt als buschauffeur voor Connexxion. Dit betekende dat ze recht hadden op een veel hogere transitievergoeding. De brutobedragen variëren tussen €8.398 en €11.111. In totaal gaat het om een nabetaling van €58.781.

In geval van faillissement
Interessant is dat het niet uitmaakt dat het uitzendbureau Workbus de chauffeurs in maart 2020 heeft overgenomen van het failliete vervoersbedrijf TCR (onderaannemer van Connexxion). De wet maakt voor opvolgend werkgeverschap geen uitzondering in geval van faillissement. De bedoeling van de wet is juist dat ook sprake is van opvolgend werkgeverschap na een faillissement van een vorige werkgever en een ‘doorstart’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-26T10:07:54+02:0026 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding