vermogen

  • Heb je al je cryptocurrency opgegeven?

Heb je al je cryptocurrency opgegeven?

Belastingplichtigen doen er verstandig aan om cryptovaluta die ze nog niet eerder in hun aangiftes hadden opgenomen, alsnog aan te geven. Je kunt hiervoor gebruikmaken van de inkeerregeling. Doet je dit niet, dan loop je het risico op een boete.

Fiscus krijgt inzage
Er is een nieuwe EU-richtlijn inzake gegevensuitwisseling, waarmee de fiscus straks mag meekijken in de boekhouding van cryptobedrijven.

Box 3
In box 3 worden inkomsten uit sparen en beleggen belast. Ook beleggingen in cryptovaluta moeten hier worden opgegeven.

Alsnog aangeven
Belastingplichtigen die (een deel van hun) vermogen niet hebben opgegeven, kunnen gebruikmaken van de inkeerregeling. Je geeft dan zelf aan dat je een bepaald vermogen zoals cryptovaluta – al dan niet opzettelijk – hebt verzwegen. Je moet de verschuldigde belasting uiteraard alsnog betalen, plus rente.

Boete
Geef je inkomen of vermogen aan dat je meer dan twee jaar geleden al had moeten aangeven, dan krijgt u altijd een boete. Dat geldt ook als het gaat om inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) of uit sparen en beleggen (box 3). De boete is wel lager, omdat je alsnog vrijwillig aangifte hebt gedaan.

Let op! Heb je vermogen in de vorm van cryptovaluta de afgelopen jaren niet opgegeven in de aangifte? Doe dit dan nu alsnog. Je voorkomt hiermee een hoge boete.

Hoe corrigeren?
Je kunt op de aangifte terugkomen zolang deze nog niet definitief vaststaat. Is dit wel het geval, dan kun je het formulier ‘Melding vrijwillige verbetering’ gebruiken. Je vindt dit op de site van de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-02T14:13:41+01:002 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Heb je al je cryptocurrency opgegeven?

  • Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

De Belastingdienst heeft alle bezwaarschriften toegewezen met betrekking tot de massaal bezwaarprocedure inzake box 3. Het betreft ruim 200.000 bezwaarschriften.

Arrest Hoge Raad
Eind december vorig jaar heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de heffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Europese recht. Die heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement. De Hoge Raad is van mening dat het werkelijke rendement hiervoor doorslaggevend moet zijn.

Massaal bezwaar
De heffing in box 3 is via zogenaamde massaal bezwaarprocedures aangevochten. Na het arrest van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst beslist dat alle bezwaren via die procedures voor de jaren 2017 tot en met 2020 worden toegewezen.

Uitvoering laat op zich wachten
Degenen die door het arrest minder belasting hoeven te betalen, moeten nog wel even op hun geld wachten. Hierover wordt pas begin mei beslist. Dan wil het kabinet ook knopen doorhakken over de vraag hoeveel geld men terugkrijgt. De Hoge Raad heeft namelijk niet aangegeven hoe het werkelijk behaalde rendement moet worden berekend.

Reikwijdte
Verder is nog niet duidelijk wat de reikwijdte van het arrest is. Er gaan in Den Haag stemmen op om ook belastingplichtigen geld terug te geven die geen bezwaar hebben gemaakt. De politiek moet hierover nog beslissen.

Geen definitieve aanslagen
Omdat het arrest uitvoeringstechnisch enorm complex is, worden voorlopig geen definitieve aanslagen opgelegd als er inkomen in box 3 in het spel is. Dit is alleen anders als verjaring dreigt of als een belastingplichtige er belang bij heeft de aanslag wel op te leggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-11T10:03:34+01:0010 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alle bezwaarschriften box 3 toegewezen

  • Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

Het kabinet bekijkt of de heffing over vermogen in box 3 sneller kan worden aangepast dan gepland. Oorspronkelijk wilde het nieuwe kabinet dit in 2025 realiseren, maar het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 dwingt het kabinet min of meer dit eerder te doen.

Arrest Hoge Raad
In het arrest van de Hoge Raad besliste onze hoogste rechter dat het huidige systeem van belastingheffing in box 3 met forfaitaire rendementen in strijd is met het Europese recht. Het systeem gaat er namelijk vanuit dat met meer vermogen automatisch een hoger rendement wordt behaald en hierover meer belasting moet worden betaald.

Kamervragen
In antwoord op Kamervragen deelt de staatssecretaris van Financiën mee dat bekeken wordt hoe het systeem van belastingheffing in box 3 al vóór 2025 kan worden gewijzigd. Daarbij wil het kabinet, in navolging van het arrest, uitgaan van het werkelijk behaalde rendement in plaats van het huidige forfaitaire rendement.

Let op! Een uitvoeringstechnisch probleem is dat onderzocht moet worden hoe het werkelijk behaalde rendement vastgesteld moet worden. Daarbij is het kabinet ook afhankelijk van derde partijen.

Rechtsherstel vanaf 2017
Degenen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de heffing in box 3 vanaf het jaar 2017, al dan niet via de ‘massaal bezwaarprocedure’, kunnen rechtsherstel tegemoet zien. Datzelfde geldt voor alle aanslagen vanaf het jaar 2017 die op 24 december 2021 nog niet definitief waren of nog niet onherroepelijk vast stonden.

Tip! De reikwijdte van de groep belastingplichtigen die in aanmerking komt voor rechtsherstel is nog niet bepaald. De staatssecretaris geeft aan ‘zeer serieus te overwegen’ of rechtsherstel ook mogelijk is voor degenen die niet of niet geheel volgens de voorschriften inzake de ‘massaal bezwaarprocedure’ bezwaar hebben gemaakt.

Geen aanpassingen vóór 2017
De staatssecretaris wil op dit moment niet terugkomen op het systeem van heffing van vóór 2017. Toen werd het rendement ook vastgesteld op basis van een verondersteld rendement, maar werd dit niet hoger geacht naarmate het vermogen toenam.

Tip! Op 2 februari aanstaande is een debat met de Tweede Kamer ingepland over de hersteloperatie van de box 3-heffing. De staatssecretaris informeert vervolgens op 4 februari de Tweede Kamer over de contouren van deze hersteloperatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-03T16:23:52+01:003 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Heffing box 3 zo mogelijk vóór 2025 aangepast

  • Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

De huidige belastingheffing over vermogen in box 3, de zogenaamde vermogensrendementsheffing, kan niet door de beugel. De Hoge Raad heeft in een zaak bepaald dat in box 3 het werkelijk behaalde rendement dient te worden belast en niet het fictieve rendement.

Heffing box 3
De heffing over vermogen in box 3 gaat sinds 2017 uit van een systeem waarbij belasting wordt geheven over een verondersteld rendement. Dit rendement wordt hoger geacht naarmate een belastingplichtige over meer vermogen beschikt. Volgens de wetgever zal iemand met meer vermogen eerder gaan beleggen en waarschijnlijk dus meer rendement behalen.

Onredelijke verhouding
De Hoge Raad, de hoogste Nederlandse rechter, is van mening dat er door dit systeem een onredelijke verhouding bestaat tussen de belangen van de wetgever en het verschil dat ontstaat tussen degenen die een positief dan wel negatief rendement hebben ervaren van hun beleggingen. Belastingplichtigen met een negatief rendement ervaren hierdoor namelijk een relatief zware belastingschuld.

Rechtsherstel
De Hoge Raad corrigeert in zijn uitspraak de belastingheffing in box 3 door niet uit te gaan van het veronderstelde rendement op het vermogen, maar van het werkelijk behaalde rendement. In plaats van belastingheffing over een verondersteld rendement van ruim €24.000 werd in de betreffende zaak uitgegaan van het werkelijke rendement van ruim €10.000.

Massaal bezwaar
De uitspraak van de Hoge Raad komt voort uit een zogenaamde massaal bezwaarprocedure. Dit heeft tot gevolg dat de Belastingdienst nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaal bezwaar. Dit betreft degenen die op dezelfde gronden bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingheffing in box 3.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-29T09:45:54+01:0029 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad maakt korte metten met systeem vermogensbelasting

  • Top 5 hoofdpunten regeerakkoord 2021 voor de ondernemer

Top 5 hoofdpunten regeerakkoord 2021 voor de ondernemer

Na de langste formatie in de Nederlandse geschiedenis presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie op 15 december het Coalitieakkoord 2021 – 2025 met de titel ’Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.

De partijen zetten in hun akkoord onder andere in op tegengaan van klimaatverandering, het bouwen van betaalbare woningen, verbeteren van de gezondheidszorg, verbeteren van de bestaanszekerheid via het aanpakken van onevenwichtigheden op de arbeidsmarkt, het gericht verlagen van belastingen, investeren in innovatie en een goed vestigingsklimaat voor ondernemers en bedrijven.

In dit artikel zetten wij per onderwerp de belangrijkste voorgenomen wijzigingen voor ondernemers op een rij.

1. Ondernemen:

  • de continuïteit van familiebedrijven wordt ondersteund door (reële) bedrijfsopvolging eenvoudiger en eerlijker te maken. Tegelijk wordt oneigenlijk gebruik van de huidige faciliteiten tegengegaan;
  • verdere ontwikkeling van een webmodule om vooraf zekerheid te verkrijgen voor ZZP’ers over de aard van de arbeidsrelatie;
  • invoering arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen;
  • verlagen van de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 met stappen van €650 tot €1.200 in 2030. Compensatie voor de verlaging via de arbeidskorting;
  • groei- en innovatief vermogen van MKB-ondernemers en bedrijven wordt versterkt en ondernemerschap wordt gestimuleerd;
  • meer aandacht voor goed opgeleid personeel en aanpakken van het tekort aan technisch en praktisch opgeleide werknemers;
  • er wordt geld uitgetrokken voor lastenverlichting van het MKB middels loondoorbetaling bij ziekte;
  • de grondslag voor het belastbare bedrag in de vennootschapsbelasting wordt verbreed;
  • de grens in het wetsvoorstel excessief lenen voor de DGA wordt verhoogd naar €700.000;
  • verhoging van onbelaste reiskostenvergoeding per 1 januari 2024;
  • de vrijstelling BPM voor bestelauto’s wordt per 1 januari 2024 in drie stappen afgebouwd naar nihil in 2026.

2. Toeslagen:

  • als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire heeft de coalitie de ambitie om de kinderopvangtoeslag af te schaffen. Daardoor kan men niet meer verdwalen in de ingewikkelde regelingen of te maken krijgen met terugvorderingen;
  • in stappen wordt de vergoeding van kinderopvang verhoogd naar 95% en wordt de vergoeding direct uitbetaald aan de kinderopvanginstellingen;
  • hervorming en vereenvoudiging van de huurtoeslag;
  • verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel.

3. Wonen

  • afschaffing van de verhuurdersheffing. Vervolgens kunnen met corporaties bindende prestatieafspraken gemaakt worden over de benutting van de investeringscapaciteit in flexwoningen, renovatie, verduurzaming en betaalbare huurwoningen;
  • de sociale huur voor mensen met een lager inkomen wordt verlaagd en stapsgewijs wordt de huur voor mensen met een hoger inkomen verhoogd tot een marktconforme huur;
  • tarters worden geholpen met de aankoop van een woning, door bijvoorbeeld een nieuwe vorm van premie A-woningen;
  • invoering van een meldplicht, registratieplicht of verhuurvergunning die gemeenten de mogelijkheid geeft om discriminatie en malafide verhuurders gerichter aan te pakken;
  • de verruimde schenkingsvrijstelling eigen woning (€105.302 bedrag 2021) wordt geschrapt;
  • in 2023 wordt de leegwaarderatio voor verhuurde woningen in box 3 afgeschaft;
  • overdrachtsbelasting voor niet-woningen wordt verhoogd naar 9%.

4. Duurzaamheid:

  • voorbereidingen worden getroffen voor het invoeren van een systeem van betalen naar gebruik in de automobiliteit vanaf 2030;
  • MKB wordt gestimuleerd om te verduurzamen en regelingen voor ondernemers worden versimpeld;
  • woningeigenaren worden gestimuleerd om hun woning te isoleren, waarbij lage- en middeninkomens extra worden ondersteund;
  • verhuurders van slecht geïsoleerde huurwoningen worden met normeringen en positieve prikkels gestimuleerd om te verduurzamen. Woningen met een slechte isolatie mogen op termijn niet meer worden verhuurd;
  • elektrisch vervoer, ook in de tweedehandsmarkt wordt gestimuleerd;
  • er worden met het bedrijfsleven en overheid afspraken gemaakt over thuiswerken;
  • uiterlijk in 2030 moeten alle nieuwe auto’s emissieloos zijn;
  • voor de komende tien jaar komt er een klimaat- en transitiefonds van €35 miljard.

5. Arbeid – inkomen – vermogen

  • verschillen tussen een vaste en flexibele arbeidsovereenkomst worden verkleind;
  • invoering van een minimumuurloon op basis van een 36-urige werkweek. Waarbij het minimumloon stapsgewijs met 7,5% wordt verhoogd;
  • vereenvoudiging van het belastingstelsel;
  • pensioenakkoord wordt uitgevoerd;
  • invoeren van belastingheffing op werkelijk rendement box 3 per 2025;
  • verhoging vrijstelling heffingsvrij vermogen in box 3 naar ongeveer €80.000;
  • de middelingsregeling in de inkomstenbelasting wordt per 2023 afgeschaft;
  • nieuwe gevallen krijgen na 2024 geen inkomensafhankelijke combinatiekorting meer.

Let op! Het regeerakkoord bevat voornamelijk algemene voorstellen en standpunten. We wachten nu de wetsvoorstellen die volgen uit dit regeerakkoord, af. Wij brengen je vanzelfsprekend op de hoogte van nieuwe wetsvoorstellen en goedkeuringen door het parlement. 

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-16T09:47:50+01:0016 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 5 hoofdpunten regeerakkoord 2021 voor de ondernemer

  • Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Als je moet interen op het vermogen om de verschuldigde belasting in box 3 te voldoen en je hebt alleen inkomsten uit rente, dan moet de verschuldigde box 3-belasting worden gecorrigeerd. Dit volgt uit een uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Box 3 ter discussie
De belastingheffing in box 3 staat al jaren ter discussie. De heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement, dat hoger wordt verondersteld naarmate het vermogen toeneemt. Dus los van de vraag wat het werkelijke rendement is dat met het vermogen wordt behaald.

Buitensporige last
In bovengenoemde zaak concludeerde de rechtbank dat de heffing in deze specifieke situatie een individuele en buitensporige last oplevert. Uit eerdere rechtszaken is af te leiden dat dit een reden kan zijn de belastingheffing met succes aan te vechten.

Alleen inkomsten uit rente
In de betreffende zaak had een echtpaar alleen inkomsten uit rente. De te betalen belasting bedroeg meer dan het inkomen dat uit rente werd verkregen. Het echtpaar had ook geen andere inkomsten. De rechtbank verminderde daarop het fictieve rendement met ruim €125.000, zodat dit beter aansloot bij het inkomen dat uit rente werd verkregen.

Heffingskorting
De rechtbank hield daarbij ook rekening met het feit dat er van een individuele en buitensporige last sprake kan zijn als de belastingheffing de rente-inkomsten niet overschrijdt. Indien dit namelijk wordt veroorzaakt door de algemene heffingskorting is van belang dat deze juist in het leven is geroepen om over een bepaald minimuminkomen geen belasting te heffen.

Toekomstig inkomen niet van belang
Het echtpaar had ook nog aandelen in een stamrecht-BV die te zijner tijd uitkeringen op zouden leveren. Hiermee mocht volgens de rechtbank echter nu nog geen rekening worden gehouden. Ondanks deze toekomstige uitkeringen en een bezit van ruim €1,2 miljoen aan spaartegoeden en een hypotheekvrije eigen woning, werden de aanslagen vanwege de geconstateerde buitengewone last dus toch verlaagd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-03T16:40:55+01:003 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

  • Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

Sparen en beleggen wordt volgend jaar iets minder zwaar belast. Dit blijkt uit de stukken die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd.

Belasting box 3
De belasting op sparen en beleggen vindt plaats via een heffing op het privévermogen dat zich in box 3 bevindt. In deze box wordt voor sparen en beleggen uitgegaan van een forfaitair rendement, los van de vraag of dit rendement ook daadwerkelijk wordt behaald.

Heffingsvrij vermogen
Belastingplichtigen hebben in box 3 ieder ook recht op een vrijstelling van een deel van het vermogen. Voor 2022 bedraagt dit €50.650 per persoon, zodat fiscale partners samen recht hebben op een vrijstelling van €101.300. Dit is €1.300 ofwel 1,3% meer vanwege de inflatiecorrectie.

Rendement lager
Vanwege het feit dat de rendementen de afgelopen tijd zijn gedaald, is ook het forfaitaire rendement lager vastgesteld. Box 3 kent drie schijven, waarvoor het forfaitaire rendement is bepaald op 1,82%, 4,37% en 5,53%. De eerste schijf is van toepassing op de eerste €50.000 van het belastbare vermogen, de tweede schijf op de volgende €900.000 en de derde schijf op het meerdere van het vermogen.

Wat scheelt dat nu?
Hoeveel minder belasting in box 3 je gaat betalen, hangt af van de omvang van je vermogen. Zo betalen fiscale partners met een vermogen van €500.000 nu €4.774 aan belasting in box 3 en volgend jaar €4.596, ofwel €178 minder. Bezitten ze een vermogen van €1.500.000, dan betalen ze nu €18.728 en in 2022 €18.132, ofwel €596 minder.

Let op! Alle plannen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-29T09:16:32+02:0029 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

  • Belastingheffing Box 3 buitensporige last?

Belastingheffing Box 3 buitensporige last?

Als je moet interen op je vermogen om de verschuldigde belasting te kunnen betalen, is dit een aanwijzing dat er sprake kan zijn van een zogenaamde buitensporige last. Dit blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad. De zaak werd voor verder onderzoek doorverwezen naar het hof.

Heffing Box 3
In genoemde zaak ging het om de belastingheffing in Box 3. Deze gaat uit van een verondersteld rendement en niet van het werkelijk behaalde rendement. Deze heffing staat met name vanwege de lage rentestand dan ook al jaren ter discussie en wordt door vele belastingplichtigen ook aangevochten via bezwaarprocedures.

Individuele en buitensporige last
Volgens huidig recht is het kort gezegd niet toegestaan belasting te heffen indien deze heffing leidt tot een ‘individuele en buitensporige last’. In genoemde zaak voor de Hoge Raad was de vraag aan de orde of hiervan sprake was.

Belastingheffing hoger dan rendement
In deze zaak bedroeg in het jaar 2017 het rendement in Box 3 op het daarin aanwezige vermogen van de belastingplichtige €1.244 terwijl €1.354 betaald moest worden aan belasting in Box 3. De Hoge Raad moest zich in deze zaak dan ook uitspreken over de vraag of dit betekende dat er sprake was van een individuele en buitensporige last.

Interen op vermogen?
Als de belastingheffing hoger is dan het behaalde rendement, moet volgens de Hoge Raad ook in aanmerking worden genomen of en in hoeverre iemand een zodanig laag inkomen heeft dat hij op zijn vermogen moet interen om de belasting te voldoen. De wetgever heeft immers geen belastingheffing beoogt waardoor men op zijn vermogen moet interen om de verschuldigde belasting te kunnen voldoen, aldus de Hoge Raad. Is dit wél het geval, dan kan er dus sprake zijn van een buitensporige last. De zaak werd verwezen naar een ander hof om dit uit te zoeken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-03T10:52:34+02:003 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingheffing Box 3 buitensporige last?

  • Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

Als je een woning voorziet van zonnepanelen, is de BTW op deze zonnepanelen in beginsel aftrekbaar. Of de BTW op de woning zelf door de plaatsing van de zonnepanelen ook aftrekbaar is, is nog maar de vraag. Dit volgt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

BTW zonnepanelen
Dat de btw op de zonnepanelen zelf aftrekbaar kan zijn, volgt uit het feit dat de opgewekte energie wordt teruggekeerd aan de energiemaatschappij. De eigenaar van de zonnepanelen opereert hiermee als ondernemer.

BTW op woning ook aftrekbaar?
Er wordt al jaren gediscussieerd en geprocedeerd over de vraag of ook de BTW op de woning waarop de zonnepanelen zijn bevestigd, aftrekbaar is. De woning is immers noodzakelijk voor de bevestiging van de zonnepanelen en zou daarom ook tot het ondernemingsvermogen voor de BTW moeten kunnen worden gerekend, zo is de redenering.

Hoge Raad akkoord
In 2017 had het hof Arnhem de aftrek van BTW op een woning waarop zonnepanelen waren geplaatst, toegestaan. Deze woning behoorde tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige. De BTW op het deel van het dak waarop de zonnepanelen waren geplaatst, kwam volgens het hof voor aftrek in aanmerking. De Hoge Raad ging hiermee akkoord.

Hoge Raad niet akkoord
Onlangs besliste de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie dat de BTW op een deel van de woning door plaatsing van zonnepanelen niet aftrekbaar is. In deze zaak ging het om een DGA die een werkruimte in zijn woning aan zijn BV verhuurde. De DGA kon de woning dus ook niet tot het ondernemingsvermogen rekenen, wat een mogelijke verklaring voor de andersluidende visie van de Hoge Raad kan zijn.

Rechtstreeks en onmiddellijk verband
Volgens het arrest dient er een ‘rechtstreeks en onmiddellijk verband’ te bestaan tussen de aankoop van de woning en de te leveren zonne-energie. Volgens de Hoge Raad is onvoldoende aangetoond dat dit verband bestaat en dus staat de Hoge Raad de aftrek van de BTW op een deel van het dak niet toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-27T09:50:32+02:0027 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

  • Bovengemiddelde winstontwikkeling in de industrie

Bovengemiddelde winstontwikkeling in de industrie

Per saldo is de branche financieel gezond, maar de verschillen zijn groot
De Coronacrisis heeft 2020 voor de industrie gemaakt tot een jaar van onzekerheid, vraaguitval, grote verstoringen in de toeleveringsketen en per saldo een forse krimp van de industriële productie. Toch heeft de branche een bovengemiddelde winstgroei laten zien van bijna 15 procent, tegenover ruim 9 procent voor het MKB als geheel. De omzet kromp met ruim 2 procent, versus een gemiddelde groei van 0,6 procent voor het MKB. De brutomarge bleef vrijwel onveranderd. Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzet en winst over de jaren
De daling van de omzet in 2020 is voor de industrie bijzonder, want in de afgelopen vijf jaar was elk jaar een stijging van de omzet te zien ten opzichte van het voorgaande jaar. Desondanks is de winsttoename van 15 procent in het afgelopen jaar fors hoger dan in 2019 (+ 8 procent), als gevolg van de steunmaatregelen (sterke toename van de ‘overige bedrijfsopbrengsten’), zie de grafiek.

Grote verschillen binnen de branche
Hoewel de winstontwikkeling per saldo sterk is, zijn de verschillen binnen de industrie in 2020 groot. Het deel van de industriële bedrijven dat de winst stabiel heeft zien blijven of heeft zien toenemen, is gedaald naar iets meer dan 51 procent. Wel gaat het hierbij voor een groot deel om forse winststijgingen van 50 procent of meer. Tegelijkertijd heeft bijna drie op de tien industriële ondernemers de winst met 50 procent of meer zien kelderen. Verder is het aantal ondernemers met een hogere of stabiele omzet sterk afgenomen, tot minder dan de helft.

Voedingsmiddelenproducenten blinken uit
Binnen de industrie hebben vooral producenten van voedingsmiddelen en machines en apparaten (exclusief computers en elektronische apparatuur) in 2020 een gezonde winstontwikkeling laten zien. Makers van producten van metaal (exclusief machines en apparaten) en industriële bedrijven gericht op reparatie en onderhoud van machines hebben op dit punt relatief laag gescoord. De ontwikkeling van de omzet was vorig jaar vooral gunstig voor voedingsmiddelenproducenten.

Iets sterkere daling personeelskosten
De personeelskosten zijn in de industriële branche met ruim 1 procent gedaald, mede door het in mindering brengen van de NOW-regeling. Deze daling is iets sterker dan het MKB-gemiddelde (-0,4 procent). Per saldo zijn de loonkosten in de industrie met bijna 1 procent gestegen. Dit is minder sterk dan het MKB-gemiddelde en duidelijk minder sterk dan in de voorgaande jaren.

Verdere groei eigen vermogen
Het eigen vermogen is bijna 15 procent hoger uitgekomen. Deze stijging is groter dan in 2019 en ook sterker dan het MKB-cijfer. De langlopende schulden zijn met ruim 4 procent relatief fors toegenomen, maar dit cijfer wordt wellicht vertekend doordat hierin ook uitgestelde belastingbetalingen zijn opgenomen. De kortlopende schulden zijn met 2 procent gedaald.

Financiële positie licht verbeterd
De financiële positie van bedrijven in de industrie is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating < 1 procent), is uitgekomen op bijna 85. Dit betekent een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar. De branche doet het ook iets beter dan het MKB-gemiddelde (83,2 procent).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-14T09:09:42+02:0014 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bovengemiddelde winstontwikkeling in de industrie