NBC

Handel in virtueel geld computergames belast met btw?

In computergames wordt gespeeld met virtueel geld. Maar is dergelijk virtueel geld ook te vergelijken met echt geld en is de handel erin daarom vrijgesteld van btw? Onlangs deed het gerechtshof Amsterdam hierover uitspraak.

Virtueel geld

Rekenen

Virtueel geld in computergames stelt spelers in staat om virtuele goederen te kopen. Op die manier kan het spel beter en eenvoudiger worden gespeeld en kan het spel voor de speler leuker worden gemaakt. Virtueel geld kan binnen het spel verdiend worden, maar ook gekocht.

Betaalmiddel of dienst?

Hof Amsterdam kwam tot de volgende conclusie. Het virtuele geld dient binnen een spel tot betaalmiddel. Buiten de virtuele wereld kan het echter niet als zodanig worden aangemerkt. De handel in virtuele valuta valt daarom niet onder de btw-vrijstelling die geldt voor handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten.

Btw over de marge?

Bovengenoemde uitspraak van Hof Amsterdam betekent dan ook dat de handel in virtuele munten onderworpen wel is aan btw-heffing. Vervolgens kwam de vraag aan de orde of over de gehele omzet, of slechts over de marge btw verschuldigd was. Volgens het Hof kon de margeregeling niet worden toegepast, alleen al vanwege het feit dat deze betrekking heeft op ‘goederen’. Virtuele goederen behoren hier niet toe.

Lucratieve handel

De naheffingen bleven dan ook in stand. Dat het lucratieve handel betreft die zeker geen virtuele winst oplevert, bleek uit het feit dat het over een periode van zes jaar ging om een totaal aan naheffingen van ruim een half miljoen; echte euro’s wel te verstaan.

Door |2023-09-15T16:07:22+02:0012 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handel in virtueel geld computergames belast met btw?

Telt onderhanden werk mee voor TVL?

Tijdens de coronacrisis konden bedrijven die behoorlijk omzetverlies leden in aanmerking komen voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Maar is voor het vaststellen van dit omzetverlies ook van belang hoe groot de post ‘onderhanden werk’ is?

TVL

Portemonnee

De TVL was een tegemoetkoming voor de vaste lasten die een bedrijf tijdens de coronacrisis maakte. Zo was er in die periode soms sprake van een verplichte sluiting, zodat de vaste lasten moeilijker via de omzet gedekt konden worden. De omvang van de TVL was afhankelijk van het omzetverlies en van het percentage vaste lasten binnen de bedrijfstak.

Onderhanden werk

In een rechtszaak had een bedrijf voor het vierde kwartaal van 2020 TVL aangevraagd en gekregen. Omdat er echter geen sprake was van omzetverlies, werd de subsidie later weer ingetrokken. Volgens het bedrijf ten onrechte, omdat bij het omzetverlies met betrekking tot de referentieperiode geen rekening was gehouden met onderhanden werk ter waarde van ruim € 75.000.

Btw-aangifte leidend

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is het niet met het bedrijf eens en is van mening dat de TVL terecht is teruggevorderd. Voor het omzetverlies dat een bedrijf leidt, moet vanwege de uitvoerbaarheid van de TVL namelijk worden uitgegaan van de omzet die volgt uit de btw-aangiftes. Omdat onderhanden werk nog niet is gefactureerd, telt onderhanden werk dus ook nog niet mee bij de bepaling van het omzetverlies.

Afwijken alleen indien onjuist

Het CBb voegde hieraan toe dat alleen van de aangiftes omzetbelasting mag worden afgeweken als deze onjuist zijn en de Belastingdienst deze aangiftes ook corrigeert. Dit is zelfs het geval als twijfels bestaan over deze omzetcijfers. Van belang is slechts of de Belastingdienst al dan niet tot correctie overgaat. Dit blijkt uit een eerdere uitspraak van het CBb.

Door |2023-09-15T16:07:33+02:0012 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Telt onderhanden werk mee voor TVL?

Voorstel nieuw box 3-stelsel met werkelijk rendement

Het kabinet is demissionair maar doet toch een voorstel voor een nieuwe box 3-heffing vanaf 2027. De hoop is dat het nieuwe kabinet hiermee straks voortvarend een definitief voorstel voor een nieuwe box 3-heffing kan doen.

Werkelijk rendement

Euro

Het voorstel, waarop iedereen kan reageren, omvat een box 3-heffing op basis van het werkelijke rendement. Dit omvat niet alleen het directe rendement (bijvoorbeeld rente, huur, dividend en aftrek van de kosten) maar ook het indirecte rendement (de waardeontwikkeling).

Vermogensaanwasbelasting als hoofdregel

De waardeontwikkeling wordt in het voorstel belast volgens een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat jaarlijks heffing in box 3 plaatsvindt over de waardeontwikkeling (zowel positief als negatief). Het maakt daarbij niet uit of die waardeontwikkeling al dan niet te gelde is gemaakt.

Maar vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken en bepaalde aandelen

Onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen (in familiebedrijven en innovatieve startups of scale-ups), worden in het voorstel onderworpen aan een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat alleen heffing in box 3 plaatsvindt als de waardeontwikkeling ook te gelde wordt gemaakt, zoals bij verkoop.

Let op! Aandelenbelangen die nu ook al in box 2 belast worden (grofweg aandelenbelangen van 5% of meer) blijven in box 2. Deze worden dus niet door het voorstel geraakt. Voor alle andere aandelenbelangen geldt in het voorstel de vermogensaanwasbelasting, behalve als het gaat om niet-beursgenoteerde aandelen in familiebedrijven of startups en scale-ups.

Geen vermogenswinst- of aanwasbelasting voor bank- en spaartegoeden

Voor bank- en spaartegoeden geldt geen vermogenswinst- of aanwasbelasting. Bij dit vermogen wordt alleen het directe rendement (rente na aftrek van kosten) belast.

Eigen gebruik

Voor eigen gebruik is in het voorstel ook heffing in box 3 opgenomen:

  • Voor onroerende zaken in eigen gebruik is een nog nader te bepalen forfait voorgesteld dat de economische huurwaarde van het eigen gebruik weergeeft (het directe rendement dus).
  • Voor één woning (bijvoorbeeld een vakantiewoning) die voor minimaal 70% voor eigen gebruik ter beschikking is, wordt een ander nog nader te bepalen forfait voorgesteld. Dit forfait omvat zowel het directe rendement van het eigen gebruik, de kosten (waaronder financieringskosten) als de waardeontwikkeling. Een belastingplichtige kan voor de belastingheffing in box 3 voor deze woning dus volstaan met toepassing van dit forfait.
  • Eigen gebruik van roerende zaken blijft in het voorstel buiten de heffing. Net als nu wordt dus een auto, caravan of boot voor eigen gebruik niet in de box 3-heffing betrokken.

Overig

Het voorstel omvat uiteraard nog meer details die u kunt nalezen op de website internetconsultatie Wet werkelijk rendement box 3. Hier kunt u onder meer lezen over de voorgestelde verliesverrekening, de heffing over het nominale werkelijke rendement zonder rekening te houden met de inflatie en de in te voeren administratieplicht voor box 3. 

Let op! Het voorstel is nog geen voldragen wetsontwerp, maar het nieuwe kabinet kan het voorstel en de reacties hierop straks gebruiken bij de vormgeving van het nieuwe box 3-stelsel. Uiteraard kan het nieuwe kabinet hierin andere keuzes maken dan nu in het voorstel zijn opgenomen.

Door |2023-09-15T16:07:51+02:0012 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorstel nieuw box 3-stelsel met werkelijk rendement

Gaat de verhoogde vrijstelling verloren bij herroepen schenking?

Er geldt bij bepaalde schenkingen onder voorwaarden eenmalig een verhoogde fiscale vrijstelling. Maar wat zijn de fiscale gevolgen als een dergelijke schenking wordt herroepen? Gaat de verhoogde vrijstelling dan ook verloren?

Voorwaarden eenmalige verhoogde vrijstelling

Schenken

De eenmalige verhoogde vrijstelling vereist dat: 

  • degene die de schenking krijgt op het moment van verkrijgen tussen de 18 en 40 jaar is. Het is ook voldoende als hij of zij een partner heeft met een leeftijd tussen de 18 en 40 jaar. De dag waarop iemand 40 jaar wordt, telt ook nog mee;
  • de schenking eenmalig is; en
  • de schenking wordt gebruikt voor een van de volgende doelen: een eigen woning, een dure studie óf een bestedingsdoel naar keuze.

Gevolg schenking herroepen

Als een schenking wordt herroepen, blijft de eenmalige verhoogde vrijstelling van kracht. Bij een latere schenking kan dan dus weer een beroep op de verhoogde vrijstelling worden gedaan, mits op dát moment aan alle voorwaarden wordt voldaan. 

Tip! Houd bij een schenking op een later moment vooral de leeftijd van de ontvanger en/of de partner in de gaten.

Ook bij (andere) ontbindende voorwaarden

Het herroepen van een schenking om andere dan fiscale redenen wordt gezien als een ontbindende voorwaarde. De vrijstelling blijft ook bij andere ontbindende voorwaarden van toepassing als in eerste instantie niet aan de voorwaarden wordt voldaan en dus niet van de vrijstelling geprofiteerd is.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan het niet doorgaan van de aankoop van een eigen woning na een schenking, waarbij een beroep is gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling voor de aanschaf van die eigen woning.

Door |2023-09-08T12:04:25+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Gaat de verhoogde vrijstelling verloren bij herroepen schenking?

Vrijgestelde gemengde kosten slechts beperkt aftrekbaar?

Als u zaken aan uw werknemers vergoedt of verstrekt, zijn deze in de regel belast. Dat kunt u deels voorkomen door ze onder te brengen in de werkkostenregeling. Maar zijn betreffende kosten dan nog wel volledig aftrekbaar of slechts ten dele als het gemengde kosten?

Gemengde kosten

Geld

Gemengde kosten zijn kosten met ten dele een privékarakter. Een bekend voorbeeld zijn de kosten van voedsel. Ondernemers die bijvoorbeeld met relaties dineren, besparen immers op hun kosten die ze in privé aan voedsel uitgeven. Voor gemengde kosten geldt een drempelbedrag  van € 5.100 (2023). In plaats hiervan kunt u als IB-ondernemer ook kiezen voor een aftrek van 80% van deze kosten. Dit percentage is 73,5% voor ondernemers in de Vpb.

Maaltijden onbelast?

In een zaak die onlangs speelde voor het gerechtshof in Den Bosch had een ondernemer zijn werknemers voorzien van maaltijden, consumpties, personeelsfeesten en werkkleding. Door toepassing van de werkkostenregeling bleven deze zaken bij de werknemer onbelast. De ondernemer had de kosten wel volledig afgetrokken. Ook voor zover het de gemengde kosten betrof, zoals de maaltijden. De inspecteur was het hiermee niet eens.

Uitbreiding loonbegrip

De ondernemer beriep zich erop dat met de invoering van de werkkostenregeling het loonbegrip was uitgebreid met de bepaling “hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking”. De vergoedingen en verstrekkingen behoorden dus tot het loon en loonkosten zijn nu eenmaal aftrekbaar, aldus de ondernemer.

Andere uitleg Hof

Het gerechtshof leidt uit de wetsgeschiedenis echter af dat gemengde kosten alleen voor 100% aftrekbaar zijn als ze ook belast zijn in de loonbelasting. Dat ze niet belast zijn omdat ze onder waren gebracht in de werkkostenregeling, betekent volgens het Hof dat deze kosten dus beperkt aftrekbaar zijn. De inspecteur wordt dan ook in het gelijk gesteld.

Let op! De uitspraak wordt naar verwachting aan de Hoge Raad voorgelegd. Wij houden u op de hoogte.

Door |2023-09-08T12:04:43+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vrijgestelde gemengde kosten slechts beperkt aftrekbaar?

Te vergoeden belastingrente Vpb weer terug naar 8%

Per 1 september 2023 bedraagt de te vergoeden belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) weer 8%. Daarmee is dit percentage weer gelijk aan de te betalen belastingrente voor de Vpb.

Verschil opgeheven

Geld

Vanaf 1 maart 2023 waren de rentepercentages voor de belasting in de Vpb verschillend. Voor te vergoeden belastingrente Vpb gold een percentage van 10,5%, voor de te betalen belastingrente 8%.

Belastingrente

Er wordt belastingrente in rekening gebracht als de Belastingdienst uw aanslag niet op tijd kan vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als u te laat aangifte heeft gedaan of als de uiteindelijke aanslag hoger ligt dan zou volgen uit uw aangifte. Anderzijds vergoedt de Belastingdienst belastingrente als de fiscus bijvoorbeeld zonder reden te lang doet over het opleggen van uw belastingaanslag.

Afwijkend percentage

De te vergoeden en de te betalen belastingrente kennen in beginsel eenzelfde percentage. Toch bestond er sinds 1 maart van dit jaar een verschil in te betalen en te ontvangen belastingrente voor de Vpb. De oorzaak lag in het feit dat het percentage volgens de wet zou moeten stijgen naar 10,5%. Het kabinet vond dit ongewenst en handhaafde daarom het percentage op 8% voor te betalen belastingrente. Voor de te ontvangen belastingrente werd de stijging wel doorgevoerd.

Percentage weer gelijk

Het Besluit belasting- en invorderingsrente is inmiddels gewijzigd. Daarin is geregeld dat de te betalen en de te ontvangen rentepercentages weer hetzelfde zijn. Beide worden gesteld op 8%.

Nieuw regime

Staatssecretaris Van Rij heeft kenbaar gemaakt een nieuw regime van belastingrentes na te streven. Uitgangspunt is de verschillen tussen belastingrentepercentages te verkleinen. Ook wil Van Rij het verschil in rentepercentages tussen belasting- en invorderingsrente verkleinen. De staatssecretaris streeft ernaar een en ander per 1 januari 2024 te wijzigen. 

Let op! Of er een nieuw regime kan worden geïntroduceerd is onder meer afhankelijk van het feit of die plannen niet controversieel verklaard worden in verband met het vallen van het kabinet.

Door |2023-09-08T12:08:42+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Te vergoeden belastingrente Vpb weer terug naar 8%

Naar verwachting forse stijging brandstofprijs per 1 januari 2024

De brandstofprijzen zullen naar verwachting per 1 januari 2024 fors gaan stijgen. Dit wordt veroorzaakt door het terugdraaien van de accijnsverlaging en het aanpassen van de accijnzen aan de inflatie. De exacte aanpassing van de accijnzen is nog onzeker.

Terugdraaien accijnsverlaging

Auto

In 2022 werden de accijnzen op brandstoffen flink verlaagd vanwege de sterk gestegen energieprijzen. Deze verlaging is in juli 2023 deels teruggedraaid. De rest van de verlaging wordt per 1 januari 2024 teruggedraaid. Daardoor wordt op een liter benzine 8,7 cent en op een liter diesel 5,6 cent meer accijns geheven.

Aanpassing inflatie

Per 1 januari 2024 worden de accijnzen ook aangepast aan de inflatie. Daardoor stijgt de accijns op een liter benzine nogmaals met 8,7 cent en op een liter diesel met 5,5 cent.

Btw over accijns

Een derde prijsverhogende factor is dat over de accijnsverhogingen ook nog eens btw wordt geheven. Per saldo kan dit voor benzine een prijsstijging opleveren van 20,95 cent en voor diesel van 13,43 cent.

Prijsstijgingen onzeker

Of de accijnzen daadwerkelijk in deze mate zullen stijgen, is nog onzeker. Staatssecretaris Van Rij geeft in antwoord op Kamervragen aan dat dit afhangt van nadere besluitvorming en van het Belastingplan 2024. Hierbij spelen naast het budgettaire belang ook het effect op het klimaat en grenseffecten en rol.

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding ook onzeker

Of de onbelaste reiskostenvergoeding in 2024 met één cent extra wordt verhoogd naar € 0,23 per kilometer ook nog onzeker. De vergoeding bedraagt thans € 0,21/km en zou stijgen naar € 0,22 per kilometer. De extra verhoging met één cent hangt onder meer af van de vraag of hiervoor budgettaire dekking kan worden gevonden.

Door |2023-09-08T12:08:29+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Naar verwachting forse stijging brandstofprijs per 1 januari 2024

Fiscus verlengt soepelere opstelling sanering belastingschulden naar 1 april 2024

Ben  je ondernemer en kunt je jouw belastingschulden niet meer betalen, dan stelt de fiscus zich tot 1 april 2024 soepeler op bij een schuldsanering. Hiervoor moet in ieder geval met alle schuldeisers een saneringsakkoord zijn afgesloten. De fiscus zou zich oorspronkelijk tot 1 oktober 2023 soepeler opstellen, maar heeft deze termijn dus met een half jaar verlengd.

Saneringsakkoord

Belastingdienst

In een saneringsakkoord maakt u met al jouw schuldeisers een afspraak over het bedrag dat u maximaal aflost op de openstaande vorderingen. Dit bedrag zal naar alle waarschijnlijkheid (veel) lager liggen dan de totale schuld die openstaat bij de betreffende schuldeisers.

Is ook de Belastingdienst een van de schuldeisers?

Normaal gesproken gaat de Belastingdienst alleen akkoord als zij tenminste het dubbele percentage ontvangt van wat de overige schuldeisers van u krijgen. Tot 1 april volgend jaar, 2024, gaat de Belastingdienst echter akkoord met hetzelfde percentage dat ook u de overige schuldeisers kunt betalen. Daardoor kun je die schuldeisers iets meer aflossing bieden en is de kans op een akkoord groter, waardoor naar verwachting minder bedrijven failliet zullen gaan.

Let op! De voorwaarde is dat álle schuldeisers akkoord gaan met het saneringsvoorstel.

Zzp’ers

Zzp’ers kunnen contact opnemen met hun gemeente om te informeren of zij in aanmerking komen voor een schuldsaneringstraject. Vaak is dit bij een loket schuldhulpverlening. Kom je in aanmerking, dan zullen zij voor jou een schuldsaneringstraject opstarten.

Bv’s en andere rechtspersonen

Andere rechtspersonen, zoals een bv, moeten zelf een schuldsaneringsakkoord met hun schuldeisers zien af te spreken. Er dient eerst een akkoord te zijn verkregen van alle schuldeisers, naast de Belastingdienst. Is dit akkoord bereikt, dan kunt u vervolgens bij de Belastingdienst een verzoek indienen een deel van de belastingschulden kwijt te schelden. Hoe zo’n schuldsaneringstraject aangepakt moet worden, is te vinden op bijvoorbeeld de website van het NIBUD of bij de KVK.

Aanvragen schuldsanering bij de Belastingdienst

Om een aanvraag in te dienen voor een schuldsanering bij de Belastingdienst moet u het formulier Verzoek kwijtschelding belasting en/of premie voor ondernemingen invullen en indienen.

Je vindt hier meer informatie, de overige voorwaarden en welke documenten de fiscus van u nodig heeft om uw verzoek te kunnen beoordelen.

Door |2023-09-04T20:27:44+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscus verlengt soepelere opstelling sanering belastingschulden naar 1 april 2024

Wanneer is auto verplicht privévermogen?

Als je als ondernemer in de inkomstenbelasting een bedrijfsmiddel zowel zakelijk als privé gebruikt, behoort het bedrijfsmiddel meestal tot het keuzevermogen. Dit betekent dat je binnen bepaalde grenzen zelf mag weten of je het tot jouw ondernemingsvermogen rekent of niet. Voor een personenauto gelden soms afwijkende grenzen.

De Hoge Raad heeft onlangs beslist wanneer die afwijkende grenzen voor een auto wel of juist niet gelden .

Hoofdregel: grens 10%

Auto

Gebruik je een bedrijfsmiddel minder dan 10% voor zakelijke doeleinden, dan ben je verplicht het als privévermogen aan te merken. Gebruik je het 90% of meer zakelijk, dan ben je juist verplicht het als ondernemingsvermogen aan te merken.

Gebruik je het minstens 10% privé en minstens 10% zakelijk, dan behoort het bedrijfsmiddel tot het keuzevermogen. In het jaar van aanschaf maak je dan de keuze of het tot jouw privévermogen of juist tot jouw ondernemingsvermogen behoort. Dit wordt vermogensetikettering genoemd.

Bijtelling auto

Zoals bekend kun je voor een auto van de zaak met bijtelling te maken krijgen indien je deze ook privé gebruikt. Je krijgt alleen geen bijtelling als de privékilometers in een jaar niet meer dan 500 bedragen. Voor een (zakelijke) auto is daarom in het verleden al beslist dat deze verplicht als ondernemingsvermogen moet worden aangemerkt, als met de auto in een jaar niet meer dan 500 kilometer privé is gereden. Dit wijkt dus af van de hoofdregel dat de auto 90% of meer zakelijk moet zijn gebruikt.

Andersom geldt dit niet

Een belastingplichtige trok hieruit de conclusie dat dit andersom ook geldt. De man had met zijn auto 22.000 kilometer gereden, waarvan 1.453 kilometer zakelijk. De man wilde de auto toch als zakelijk aanmerken. Hij meende dat dit mogelijk was, omdat er weliswaar minder dan 10% zakelijk was gereden, maar wel meer dan 500 km.

Hoge Raad geeft duidelijkheid

De Hoge Raad oordeelt dat dit niet juist is. In de omgekeerde situatie is bepalend of met de auto 10% of meer zakelijk is gereden, dus geldt dan de toepassing van de hoofdregel. Dat was hier niet het geval, zodat de auto verplicht tot het privévermogen moest worden gerekend.

Tenzij…

De Hoge Raad geeft in het arrest verder nog aan dat een auto waarmee niet meer dan 500 kilometer privé is gereden, verplicht tot het ondernemingsvermogen behoort, op voorwaarde dat het aantal zakelijke kilometers meer bedraagt dan het aantal privékilometers. Daarboven gelden weer de normale regels. In het geval er met een auto bijvoorbeeld 400 kilometer privé wordt gereden en 450 kilometer zakelijk, kan men dus weer kiezen of de auto tot het privé- of tot het ondernemingsvermogen wordt gerekend.

Door |2023-09-04T20:31:10+02:008 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer is auto verplicht privévermogen?

Check Modelovereenkomst gebaseerd op vrije vervanging

De Belastingdienst trekt de goedkeuring in van Modelovereenkomsten waarin staat opgenomen dat de opdrachtnemer zich vrij mag laten vervangen. De goedkeuring wordt per 1 januari 2024 ingetrokken. Het intrekken is het gevolg van het zogenaamde Deliveroo-arrest.

Modelovereenkomst

Rekenen

Als opdrachtgever en -nemer zekerheid willen hebben over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking, kunnen ze de afspraken vastleggen in een Modelovereenkomst. Als de opdracht conform de Modelovereenkomst wordt uitgevoerd, hebben partijen gedurende de looptijd van deze overeenkomst zekerheid over het al dan niet bestaan van een dienstbetrekking. Zo kunnen ze naheffingen voorkomen.

Deliveroo-arrest

In het zogenaamde Deliveroo-arrest bepaalde de Hoge Raad dat er sprake kan zijn van een dienstbetrekking, ook als de opdrachtnemer zich voor zijn werkzaamheden kan laten vervangen door een derde. Of er sprake is van een dienstbetrekking, hangt af van alle omstandigheden van het betreffende geval. Het persoonlijk uitvoeren van de opdracht is daarbij medebepalend, maar niet doorslaggevend. Er vindt een weging plaats van alle feiten en omstandigheden.

Fiscus trekt goedkeuring in

Naar aanleiding van het arrest heeft de Belastingdienst besloten de goedkeuring in te trekken van de Modelovereenkomsten waarin staat opgenomen dat de opdrachtnemer zich vrij kan laten vervangen. Op basis van het arrest kan er in dergelijke situaties namelijk tóch sprake zijn van een dienstbetrekking, afhankelijk van het geval. Vanaf 1 januari 2024 biedt het werken conform de Modelovereenkomst vrije vervanging geen zekerheid meer over de arbeidsrelatie. Brancheorganisaties en individuele opdrachtgevers met een eigen goedgekeurde Modelovereenkomst vrije vervanging ontvangen uiterlijk 1 oktober 2023 een brief van de Belastingdienst over de intrekking.

Check arbeidsrelatie

Zijn er in uw bedrijf arbeidsrelaties met een Modelovereenkomst gebaseerd op vrije vervanging, check deze dan. Houd daarbij in uw achterhoofd dat alleen het feit dat er sprake is van vrije vervanging, nog niet betekent dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Of hiervan sprake is, wordt gebaseerd op alle relevante aspecten. U kunt dit onder andere checken op de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl zoekterm ondernemerscheck) of op de site van de KVK.

Let op! Deze checks geven een indicatie, maar geen zekerheid. Wilt u zekerheid, dan moet u uw Modelovereenkomst voorleggen aan de Belastingdienst.

Geen sancties

Bent u er ten onrechte vanuit gegaan dat er geen sprake is van een arbeidsrelatie, dan legt de Belastingdienst voorlopig nog geen sancties op. Dit is alleen anders bij kwaadwillendheid. U krijgt bij een controle wel aanwijzingen hoe u de arbeidsrelatie dient aan te passen.

Door |2023-09-01T08:29:29+02:001 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Check Modelovereenkomst gebaseerd op vrije vervanging