NBC

IACK: uitstel afschaffing? En aanpassing voor co-ouders

In 2022 is al besloten om de IACK vanaf 2025 voor nieuwe gevallen af te schaffen. Mogelijk komt hier nog een wijziging op. Tevens is op Prinsjesdag 2023 i voorgesteld om per 2024 de co-ouderschapsregeling voor de IACK aan te passen.

Voorwaarden IACK

Speelgoed

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is een korting op te betalen belasting voor ouders met jonge kinderen. Het kind moet in ieder geval jonger zijn dan 12 jaar en ten minste zes maanden staan ingeschreven op hetzelfde woonadres.

Tip! Welke voorwaarden nog meer gelden, vindt je hier.

Afschaffing IACK per 2025

Vanaf 2025 wordt de IACK voor nieuwe gevallen afgeschaft. Dit betekent dat voor kinderen die in of na 2025 geboren worden, geen recht meer bestaat op de IACK. Voor kinderen geboren vóór 2025 blijft dit recht wel bestaan, zolang aan de voorwaarden wordt voldaan. Dit betekent dat in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2036 voor sommige belastingplichtigen nog recht kan bestaan op IACK.

Of toch later?

De Tweede Kamer heeft  echter de vraag gesteld om de afschaffing van de IACK te herzien. Naar aanleiding hiervan heeft de staatssecretaris van Financiën in een Kamerbrief een aantal mogelijkheden geschetst om de afschaffing van de IACK uit te stellen naar 1 januari 2027, al dan niet in combinatie met een ander afbouwtraject. Dit zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat de afschaffing niet per 1 januari 2025 plaatsvindt, maar ook dat de IACK voor elke ouder eerder dan 31 december 2026 definitief eindigt.

Let op! Het kabinet heeft, onder meer vanwege de demissionaire status, (nog) geen voorstel gedaan tot invoering van een van de geschetste mogelijkheden. Wel is aangegeven dat de Tweede Kamer snel in actie moet komen als zij uitstel van de afschaffing van de IACK wensen. Een voorstel daartoe kan namelijk alleen uitgevoerd worden als het voorstel uiterlijk 31 december 2023 door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen.

Aanpassing co-ouderschapsregeling

Voor co-ouders geldt een uitzondering op de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving op hetzelfde woonadres. Het kind mag in zo’n geval ook op het woonadres van uw ex-partner staan ingeschreven. Door een arrest van de Hoge Raad uit 2022 kan een co-ouder die maar 78 dagen in een kalenderjaar voor een kind zorgt, toch in aanmerking komen voor de IACK. Op Prinsjesdag 2023 is voorgesteld om dit aan te passen.

Co-ouders komen door deze aanpassing vanaf 2024 alleen nog allebei voor de IACK in aanmerking als het kind tenminste 156 dagen in een kalenderjaar in elk van beide huishoudens verblijft.

Toeslagen

Voor de toeslagen wordt het co-ouderschap vanaf 2024 op dezelfde manier bepaald als voor de IACK. Het kabinet geeft daarbij aan dat in individuele gevallen de Dienst Toeslagen nog wel ruimte houdt om maatwerk te bieden.

Let op! Het voorstel met betrekking tot de co-ouderschapsregeling moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en is dus nog niet definitief. Dat geldt niet voor de afschaffing van de IACK voor nieuwe gevallen vanaf 2025. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen en in principe definitief (tenzij de Tweede Kamer nog een ander voorstel doet).

Door |2023-10-20T09:11:26+02:0020 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor IACK: uitstel afschaffing? En aanpassing voor co-ouders

Verruiming herinvesteringsreserve per 2024

Het kabinet heeft in het Belastingplan 2024 voorgesteld om de herinvesteringsreserve (HIR) te verruimen. De HIR kan dan in bepaalde situaties ook gevormd worden bij staking van een deel van een onderneming ten gevolge van overheidsingrijpen.

Let op! Als dit plan wordt goedgekeurd, is het in bepaalde situaties voordeliger jouw bedrijf pas in 2024 gedeeltelijk te staken in plaats van in 2023.

Herinvesteringsreserve (HIR)

Koeien

De HIR komt er in het kort op neer dat de bij verkoop van een bedrijfsmiddel behaalde boekwinst kan worden afgeboekt op de boekwaarde van een ander aangeschaft bedrijfsmiddel. Op die manier hoeft niet direct over de boekwinst te worden afgerekend met de fiscus. Door de lagere afschrijving op het aangeschafte andere bedrijfsmiddel, wordt de boekwinst gespreid over de toekomst, dus op een later moment belast.

Alleen binnen de onderneming

De HIR kan nu alleen binnen dezelfde onderneming worden toegepast. Ondernemers met meerdere ondernemingen kunnen de HIR van de ene onderneming dus niet verrekenen met de aanschafprijs van een bedrijfsmiddel van een andere onderneming. Dat gaat, als het aan het kabinet ligt, in bepaalde situaties dus veranderen.

Overheidsingrijpen

Voorgesteld wordt de HIR alleen te versoepelen als een deel van een onderneming gestaakt wordt ten gevolge van overheidsingrijpen. Het voorstel vloeit voort uit het overheidsbeleid gericht op de uitkoop van veehouders, maar geldt ook voor andere branches.

Let op! De maatregel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen.

Door |2023-10-20T09:09:06+02:0020 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verruiming herinvesteringsreserve per 2024

Aanpassing van rentepercentage voor toeslagen

Het kabinet heeft op Prinsjesdag voorgesteld de rente voor toeslagen zelfstandig vast te stellen en niet meer te koppelen aan de belastingrente voor de inkomstenbelasting. Als het voorstel wordt aangenomen, gaat de rente voor terug te betalen toeslagen voorlopig 4% bedragen.

Rente op toeslagen

Euro

Toeslagen worden uitbetaald op basis van een geschat inkomen. Hierdoor komt het regelmatig voor dat mensen te weinig, of juist een teveel aan toeslag ontvangen. Bij terug te betalen toeslagen levert dit nogal eens problemen op, omdat toeslaggerechtigden vaak over weinig financiële reserves beschikken.

Actuele rente

De belastingrente voor de inkomstenbelasting bedraagt momenteel 6%. Omdat het wetsvoorstel nog niet is goedgekeurd, wordt via een aparte bepaling geregeld dat de rente op terug te betalen toeslagen vanaf 1 juli 2023 op 4% gehandhaafd blijft.

Mensen die te weinig toeslagen hebben ontvangen en het verschil nabetaald krijgen, ontvangen hierover vanaf 1 juli 2023 tot uiterlijk 1 januari 2024 wel 6% rente.

Uitgangspunten toekomstige rente

Het kabinet vindt het wenselijk dat uiteindelijk de rente over te veel betaalde en te veel ontvangen toeslagen hetzelfde wordt. Ook moeten schommelingen in het percentage zoveel mogelijk worden voorkomen.

Let op! Het kabinet wil wel de mogelijkheid openhouden om het rentepercentage op een gegeven moment te wijzigen als hiervoor aanleiding is.

Let op! Het voorstel moet nog wel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2023-10-20T09:07:34+02:0020 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanpassing van rentepercentage voor toeslagen

Formele inschrijvingseis IACK voor bepaalde situaties vervallen

Door een besluit van de staatssecretaris is de formele inschrijvingseis in de IACK voor bepaalde situaties met ingang van 21 september 2023 vervallen. Per 2025 wordt de formele inschrijvingseis in de wet vervangen door een materiële toets.

Formele inschrijvingseis

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is een korting op te betalen belasting voor ouders met jonge kinderen. Het kind moet in ieder geval jonger zijn dan 12 jaar en ten minste zes maanden staan ingeschreven op hetzelfde woonadres (de formele inschrijvingseis).

Er zijn situaties waarin de belastingplichtige en het kind wel tot hetzelfde huishouden behoren, maar niet kan worden voldaan aan de formele inschrijvingseis. Bijvoorbeeld omdat inschrijving op het woonadres niet mogelijk is (zoals bij een recreatiewoning of op een boot) of omdat inschrijving vanwege veiligheidsredenen van ouder en kind niet kan.

Vervallen voor bepaalde situaties

De staatssecretaris vindt het ongewenst dat in zulke situaties geen recht bestaat op IACK omdat niet voldaan wordt aan de formele inschrijvingseis. Daarom keurt hij voor alle belastingaanslagen tot en met het belastingjaar 2024 goed dat zonder inschrijving op hetzelfde woonadres toch recht bestaat op IACK onder de volgende voorwaarden:

  • de belastingplichtige voert met het kind in het kalenderjaar tenminste zes maanden een gezamenlijk huishouding, én
  • het kind staat niet voor tenminste zes maanden ingeschreven op een woonadres bij een ander dan de belastingplichtige, én
  • aan de overige voorwaarden van de IACK wordt voldaan. Welke voorwaarden voor de IACK gelden, vindt u hier.

Let op! Verblijft je tenminste zes maanden op hetzelfde woonadres met iemand anders en wordt diegene alleen niet als jouw fiscale partner aangemerkt door het ontbreken van een inschrijving op hetzelfde woonadres? Dan is diegene voor bovenstaande goedkeuring toch jouw fiscale partner.

Overigens was het voor bepaalde gevallen al goedgekeurd dat recht bestond op IACK als niet voldaan was aan de formele inschrijvingseis. Dit was bijvoorbeeld onder voorwaarden al het geval als inschrijving op hetzelfde woonadres om veiligheidsredenen niet mogelijk was.

Vanaf 21 september 2023

De goedkeuring geldt voor alle belastingaanslagen tot en met 2024 die op 21 september 2023 nog niet onherroepelijk vaststonden. Dat betekent dat de goedkeuring in ieder geval geldt voor de aanslagen 2023 en 2024 en afhankelijk van uw persoonlijke situatie mogelijk ook voor eerdere jaren.

Tip! Kun je door de goedkeuring alsnog de IACK toepassen? Heb je onlangs een definitieve aanslag ontvangen en zijn sinds de dagtekening van die aanslag nog geen zes weken verstreken? Maak dan zo spoedig mogelijk bezwaar!

Materiële toets vanaf 2025 in de wet

Op Prinsjesdag 2023 is voorgesteld om vanaf 2025 de formele inschrijvingseis wettelijk te vervangen door een materiële toets. Vanaf 2025 moet daarom aan de hand van de feitelijke situatie beoordeeld worden of een kind in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden tot hetzelfde huishouden behoort als de belastingplichtige.

Let op! Vanaf 2025 wordt de IACK voor nieuwe gevallen afgeschaft. Mogelijk komt de Tweede Kamer echter nog met een voorstel om de afschaffing met twee jaar uit te stellen tot 2027.

Let op! Het voorstel met betrekking tot de materiële toets vanaf 2025 moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en is dus nog niet definitief. Dat geldt niet voor de afschaffing van de IACK voor nieuwe gevallen vanaf 2025. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen en in principe definitief (tenzij de Tweede Kamer nog een ander voorstel doet).

Door |2023-10-20T09:00:26+02:0020 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Formele inschrijvingseis IACK voor bepaalde situaties vervallen

Wellicht snel aangifte nodig van schenking in 2023

Als je dit jaar een schenking ontving, kun je mogelijk jouw box 3-heffing over het jaar 2024 verlagen door zo snel mogelijk jouw aangifte schenkbelasting in te dienen. Zorg ervoor dat de Belastingdienst uw aangifte uiterlijk 5 november 2023 ontvangen heeft.

Aangifte schenkbelasting

Schenken

Als je een schenking ontvangt, moet je mogelijk schenkbelasting betalen. Dat is onder meer afhankelijk van de hoogte van de schenking en een mogelijk beroep op een schenkingsvrijstelling.

Ben je schenkbelasting verschuldigd over een schenking die je dit jaar ontving of nog ontvangt, dan moet jouw aangifte schenkbelasting in principe vóór 1 maart 2024 door de Belastingdienst ontvangen zijn. Je hebt dus nog wel even de tijd.

Of toch al eerder?

In bepaalde gevallen echter, kan het nu al indienen van de aangifte schenkbelasting tot een voordeel leiden. Als je de (voorlopige) aanslag schenkbelasting voor 1 januari 2024 betaalt, verlaagt dat immers uw banktegoeden op 1 januari 2024, zodat je over een lager rendement de box 3-heffing hoeft te betalen.

Uiterlijk 5 november 2023!

De Belastingdienst kan echter niet garanderen dat je nog voor 1 januari 2024 een (voorlopige) aanslag schenkbelasting ontvangt als je nu jouw aangifte schenkbelasting indient. Heb je vóór 1 januari 2024 nog geen (voorlopige) aanslag schenkbelasting ontvangen, dan kun je wel gebruikmaken van een goedkeuring van de Belastingdienst. Je mag dan namelijk een bedrag ter grootte van de verschuldigde schenkbelasting van jouw banktegoeden op 1 januari 2024 in box 3 aftrekken.

Let op! Deze goedkeuring geldt alleen als uw aangifte schenkbelasting uiterlijk 5 november 2023 door de Belastingdienst ontvangen is.

Banktegoeden nooit lager dan € 0

Worden jouw banktegoeden door de aftrek van de verschuldigde schenkbelasting lager dan € 0? Dan moet je in jouw aangifte voor box 3 € 0 opnemen. De banktegoeden kunnen dus nooit negatief worden door de aftrek.

Tip! Ben je schenkbelasting verschuldigd? Kun je jouw box 3-heffing verlagen? Onze adviseurs kijken graag met jou mee en kunnen zo nodig de aangifte schenkbelasting namens jou indienen.

Door |2023-10-20T08:56:18+02:0020 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wellicht snel aangifte nodig van schenking in 2023
  • Nieuwsbrief oktober 2023

Nieuwsbrief oktober 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 9 oktober 2023, 20:00 uur.


1. Dividend- en aandelenvervreemding in 2023 of vanaf 2024?

Vorig jaar is al besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 te introduceren. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen met het voorstel om de hoogste van die twee tarieven nog eens met 2%-punt extra te verhogen. Reden om na te denken over een dividenduitkering of mogelijk versnelde vervreemding van uw aandelen in 2023?

Box 2
In box 2 betaalt u belasting over inkomsten uit aanmerkelijk belang. Dit betreft enerzijds het dividend dat de bv uitkeert aan aanmerkelijk belangaandeelhouders-natuurlijke personen en anderzijds de winst die zo’n aandeelhouder haalt met de verkoop van zijn aandelen. In geval van overlijden wordt de aandeelhouder geacht zijn aandelen te hebben verkocht en treedt dus ook heffing op.

Vanaf 2024 twee tarieven
Het tarief in box 2 bedroeg vanaf de invoering in 2001 tot en met 2019 25% (met uitzondering van 2007 en 2014, toen bij een inkomen in box 2 van € 250.000 een tarief van 22% gold). Nadat het tarief in 2020 al was verhoogd van 25 naar 26,25%, volgde vanaf 2021 een verdere verhoging naar 26,9%. Vervolgens is in 2022 besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 in te voeren: voor het inkomen in box 2 tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) een tarief van 24,5% en voor het inkomen daarboven 31%.

Aangenomen motie
De Tweede Kamer heeft echter een motie aangenomen met het voorstel om het tarief van 31% met ingang van 2024 nog verder te verhogen naar 33%. Als de motie wordt opgenomen in een wetsvoorstel waarmee de Tweede en Eerste Kamer instemmen, ziet het box 2-tarief er vanaf volgend jaar (2024) als volgt uit:

Inkomen in box 2 Tarief
Tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 24,50%
Boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 33%

 

Let op!
De nieuwe tarieven gaan ook gelden voor reserves die tot en met 2023 al zijn opgebouwd in de vennootschap!

Minder én meer belasting in box 2
Door de verlaging van het box 2-tarief voor de eerste € 67.000 (fiscale partners € 134.000) van 26,9 naar 24,5%, betaalt u over dividend of de verkoopwinst van uw aandelen tot € 67.000 (of € 134.000) in 2024 bijna 9% minder belasting in box 2 dan in 2023.

Door de verhoging van het box 2-tarief voor bedragen boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) van 26,9 naar 33%, betaalt u over dividend of de verkoopwinst van uw aandelen boven € 67.000 (of € 134.000) in 2024 echter bijna 23% meer belasting in box 2 dan in 2023.

Let op!
De introductie van twee tarieven in box 2 is al definitief aangenomen. Dat geldt niet voor de verhoging van het bovenste tarief van 31 naar 33%.

2023 of vanaf 2024 gunstiger?
De vraag is of het nu raadzaam is om in 2023 al dividend uit te keren of te wachten tot 2024 en latere jaren. Eenzelfde vraag kan gesteld worden voor een volgend jaar geplande vervreemding van aandelen. Is het raadzaam om die vervreemding, waar mogelijk, naar voren te halen en in 2023 uit te voeren?

Vuistregel lijkt in ieder geval dat voor bedragen rond € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) het raadzaam is te wachten tot 2024. In 2024 kunt u immers gebruikmaken van het lagere tarief van 24,5%. Gaat het om hogere bedragen, dan kan het financieel weleens aantrekkelijker zijn om de transactie nog in 2023 te laten plaatsvinden.

Individuele beoordeling
Of uitkeren in 2023 of vanaf 2024 gunstiger is, is niet alleen afhankelijk van het box 2-tarief, maar ook van andere individuele omstandigheden. Zo kan het bestedingsdoel van invloed zijn op de beslissing om in 2023 of op een later moment pas dividend uit te keren. Verder zullen onder meer de hoogte van de nog uit te keren reserves en het moment waarop u dividend moet of wilt gaan uitkeren of de verkoop van uw aandelen gepland heeft, een rol spelen.

Daarnaast speelt ook de toekomstige winstverwachting een rol: indien u verwacht de komende jaren een nettowinst in de bv te behalen waarmee u bij een dividenduitkering het laagste tarief al benut, zal iedere verdere uitkering belast zijn tegen het hogere tarief. Het lijkt dan aantrekkelijk om in 2023 belastingheffing actief op te zoeken. Uiteraard moeten er dan wel voldoende liquide middelen aanwezig zijn om de verschuldigde dividend- en inkomstenbelasting te voldoen.

Tip!
De beoordeling is niet eenvoudig en leidt helaas ook niet tot een duidelijke uitkomst. Onze adviseurs kunnen de diverse scenario’s van uw individuele situatie voor u beoordelen en met u bespreken om zo een keuze te kunnen maken om wel of niet in 2023 nog actie te ondernemen.


2. Wetsvoorstel aanpak schijnzelfstandigheid

Met de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden wil het kabinet de balans in het werken met en als zelfstandige(n) herstellen. Er ligt nu een wetsvoorstel ter consultatie inzake de richtlijnen en maatregelen wanneer er als werknemer gewerkt wordt en wanneer er als zelfstandige gewerkt kan worden.

Drie wetsvoorstellen
Het inmiddels demissionaire kabinet werkt nog wel verder aan diverse wetsvoorstellen op het terrein van werk en arbeid. Het wetsvoorstel dat nu ter consultatie ligt, is onderdeel van het in april 2023 gepresenteerde arbeidsmarktpakket met samenhangende maatregelen voor meer zekerheid voor werkenden en meer wendbaarheid voor ondernemers.

Een onderdeel van het pakket is het herstellen van de balans in het werken met en als zelfstandige(n). In dat kader worden in totaal drie wetsvoorstellen ter internetconsultatie aangeboden om tot een hervorming van de arbeidsmarkt te komen. Die hervorming wordt langs drie parallelle lijnen vormgegeven:

  • Het creëren van een gelijker speelveld voor contractvormen van werknemers en zelfstandigen.
  • Het verduidelijken van de regels over wanneer als werknemer gewerkt wordt en wanneer als zelfstandige gewerkt kan worden.
  • Het versterken en verbeteren van de handhaving in voorbereiding op het afschaffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025.

Het wetsvoorstel dat nu in consultatie is gegaan, is onderdeel van de tweede lijn.

Doel wetsvoorstel
Dit wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan het herstellen van de balans tussen het werken met zelfstandigen en als zelfstandige(n) aan de ene kant, en het werken met en als werknemer(s) aan de andere kant. Het voorstel verduidelijkt wanneer er als werknemer gewerkt moet worden en wanneer er als zelfstandige gewerkt kan worden. Daarnaast worden werkenden met beperkte onderhandelingsmacht ondersteund bij het opeisen van hun arbeidsovereenkomst.

De maatregelen
De internetconsultatie over het wetsvoorstel, dat op 6 oktober 2023 van start is gegaan, bevat de volgende maatregelen:

  • Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie

Het wetsvoorstel geeft aan wanneer er wordt gewerkt onder gezag van een leidinggevende. Er worden in dat kader drie hoofdelementen geïntroduceerd om duidelijkheid te geven aan werkenden, werkgevers, opdrachtgevers, uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak:

  • werkinhoudelijke ondergeschiktheid,
  • organisatorische inbedding en
  • werken voor eigen rekening en risico.

Deze criteria moeten ervoor zorgen dat het beoordelen van arbeidsrelaties consistent is.

  • Rechtsvermoeden uurtarief

Dit voorstel introduceert het rechtsvermoeden dat bij een uurtarief onder € 32,24 (peildatum 1 juli 2023) een arbeidsovereenkomst bestaat. De werkgever dient het tegendeel aan te tonen.

Eenvoudig een arbeidsovereenkomst
Hierdoor moet het voor werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt eenvoudiger worden om bij de werkgever dan wel bij de rechter een arbeidsovereenkomst te claimen. Bijkomend voordeel is dat er een preventief effect uitgaat van het rechtsvermoeden doordat bij werken tegen een lager tarief beter beoordeeld wordt of de klus door een zelfstandige gedaan kan worden of dat er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst.

Let op!
De internetconsultatie loopt tot en met 10 november 2023. Iedereen die wil, kan tot en met die datum op de internetconsultatie reageren.


3. Anticipeer op wijzigingen bedrijfsopvolgingsregelingen

De bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling bij schenken en overlijden gaan veranderen. Met name vanaf 2025 zijn er grote veranderingen op komst, maar op Prinsjesdag 2023 heeft het kabinet ook een aantal wijzigingen bekendgemaakt die in 2024 al ingaan.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR)
De BOR en de DSR zijn belangrijke fiscale faciliteiten bij het schenken of erven van een bedrijf. Beide faciliteiten kennen een forse vrijstelling van te betalen belasting, op voorwaarde dat het bedrijf wordt voortgezet. De BOR en DSR worden vanaf 2025 aangepast, maar één onderdeel wordt al per 1 januari 2024 gewijzigd.

Wijziging verhuurd vastgoed vanaf 2024
Deze wijziging betreft het standaard aanmerken van verhuurd vastgoed als belegging. In veel gevallen wordt verhuurd vastgoed nu ook al als belegging aangemerkt, maar door deze wijziging zal dit vanaf 2024 per definitie het geval zijn. Deze wijziging geldt zowel voor de BOR alsook voor de DSR voor een aanmerkelijk belang.

Wijziging in vrijstelling BOR vanaf 2025
Andere wijzigingen die de BOR en DSR betreffen, gaan per 2025 of 2026 in. Hoe deze wijzigingen eruit gaan zien, is voor 2025 in een op Prinsjesdag 2023 aangeboden wetsvoorstel opgenomen. Zo is vastgelegd dat het bedrag dat voor de BOR voor 100% is vrijgesteld per 2025 verhoogd wordt van € 1.205.871 naar € 1.500.000. Het meerdere wordt dan nog slechts voor 70% vrijgesteld in plaats van 83% nu.

Overige wijzigingen vanaf 2025
In het wetsvoorstel is ook de invoering van een minimumleeftijd van de verkrijger van 21 jaar opgenomen. Deze geldt vanaf 2025 bij schenking van een aanmerkelijk belang voor de DSR en bij schenking voor de BOR. Ook zal vanaf 2025 de dienstbetrekkingseis in de DSR voor een aanmerkelijk belang vervallen.

Daarnaast zullen bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt vanaf 2025 niet meer volledig kwalificeren voor de BOR en de DSR. Dat geldt overigens alleen voor bedrijfsmiddelen met een waarde in het economisch verkeer van minimaal € 100.000 die voor meer dan 10% buiten de onderneming worden gebruikt.

Tot slot verdwijnt per 2025 de zogenaamde doelmatigheidsmarge van 5% in de BOR. Voor beleggingsvermogen kunt u in beginsel de BOR niet toepassen. De doelmatigheidsmarge zorgt ervoor dat de BOR toch van toepassing is op een deel van het beleggingsvermogen. Die mogelijkheid is dus in het wetsvoorstel vanaf 2025 voor de BOR geschrapt. Voor de DSR bestaat eenzelfde doelmatigheidsmarge van 5%. Deze wordt ook geschrapt, maar niet al vanaf 2025. Vanaf wanneer wel, is op dit moment nog niet bekend.

Let op!
De voorstellen vanaf 2024 en vanaf 2025 zijn nog niet goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Het is verder nooit uit te sluiten dat bepaalde voorstellen vóór 2025 alsnog gewijzigd worden.

Vanaf 2026
Wijzigingen vanaf 2026 worden volgend jaar op Prinsjesdag in een wetsvoorstel opgenomen. Dit zal onder meer gaan om versoepelingen van de bezits- en voortzettingseis in de BOR voor bepaalde situaties en om bepalingen om constructies met de BOR aan te pakken.

Anticiperen?
Omdat de exacte voorstellen voor de nabije toekomst nog niet helemaal vaststaan, is het moeilijk er nu al op te anticiperen. Wel bestaat de indruk dat het met name voor grotere bedrijven met een waarde boven circa € 2 miljoen voordelig is als nog voor 2025 van de BOR gebruik wordt gemaakt. Daarnaast zal het in het algemeen voordelig zijn om nog in 2023 van de BOR en DSR gebruik te maken als er verhuurd vastgoed in het spel is dat nu nog als ondernemingsvermogen kwalificeert.

Tip!
Omdat dit complexe trajecten zijn, adviseren wij u graag daarbij.


4. Giftenaftrek vennootschapsbelasting vervalt

Een bv of een andere vpb-plichtige kan een gift aan een ANBI, onder voorwaarden, aftrekken van de winst. Het kabinet stelt voor om deze giftenaftrek in de vpb volledig te laten vervallen vanaf 2024. Daar staat tegenover dat die gift ook niet meer als uitdeling aan een aandeelhouder wordt aangemerkt.

Giftenaftrek
Giften aan een ANBI zijn momenteel in de vennootschapsbelasting (vpb) aftrekbaar tot maximaal 50% van de winst, met een maximum van € 100.000.

Uitdeling
Doet een bv een gift vanuit de persoonlijke vrijgevigheid van de aandeelhouder? Dan wordt deze gift aangemerkt als een ‘uitdeling aan de aandeelhouder’. De gift is dan niet aftrekbaar en deze uitdeling wordt dan in box 2 én met dividendbelasting belast.

Om het geven van grote periodieke giften vanuit een vennootschap aan een ANBI aantrekkelijker te maken, stelt het kabinet voor om de gift die als zo’n uitdeling kan worden aangemerkt, vanaf 2024 niet meer te belasten in box 2 of met dividendbelasting.

Let op!
Er is nog wel sprake van een uitdeling die belast is in box 2 en met dividendbelasting als de vennootschap de gift niet rechtstreeks doet, maar bijvoorbeeld het bedrag eerst uitkeert aan de aandeelhouder. In dat geval kan de aandeelhouder eventueel wel gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting.

Goedkeuring beleidsbesluit
In een beleidsbesluit is overigens vanaf 2016 al een goedkeuring opgenomen waardoor een gift vanuit de persoonlijke vrijgevigheid van de aandeelhouder, onder voorwaarden, niet als uitdeling wordt aangemerkt voor box 2 en de dividendbelasting. Deze goedkeuring geldt echter alleen voor zover de giften niet groter zijn dan het maximaal in aftrek te brengen bedrag in de vpb. Voor het meerdere is onder de goedkeuring dus op dit moment wel sprake van een uitdeling die niet aftrekbaar is in de vpb, maar wel belast is in box 2 en voor de dividendbelasting. In zoverre is het wetsvoorstel dus een verruiming.

Geen giftenaftrek in vennootschapsbelasting meer
Als tegenhanger van dit voorstel om geen uitdeling meer aan te nemen, wil het kabinet echter de giftenaftrek in de vpb vanaf 2024 voor alle lichamen laten vervallen. Giften zijn vanaf 2024 dus niet langer meer aftrekbaar van de winst in de vpb.

Sponsoring blijft mogelijk
Het steunen van goede doelen door sponsoring of reclame blijft, ook vanaf 2024, wel mogelijk. Dit zijn zakelijke kosten die aftrekbaar zijn van de winst voor de vpb.

Geen schenkbelasting
Als een ANBI of steunstichting SBBI een gift van een lichaam ontvangt, is daarover geen schenkbelasting verschuldigd. Dat is nu al zo en dat blijft ook zo.

Let op!
Deze plannen moeten nog door de Tweede én Eerste kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.


5. Aanpassing box 3 met terugwerkende kracht vanaf 2023

Het kabinet stelt voor om een aandeel in een VvE en geld op een derdengeldenrekening bij een notaris of gerechtsdeurwaarder met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 in de categorie banktegoeden onder te brengen. Dit betekent dat niet langer het rendement van de categorie overige bezittingen (6,17%) geldt, maar het veel lagere rendement van de categorie banktegoeden. Verder stelt het kabinet voor om onderlinge schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 te negeren voor de belastingheffing van box 3. Deze hoeven dus niet meer in de aangifte inkomstenbelasting 2023 in box 3 te worden vermeld. De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief. Dat geldt ook voor het voorstel om het tarief in box 3 vanaf 2024 te verhogen naar 34% of misschien zelfs 36%! Het tarief in 2023 bedraagt nog 32%.


6. Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024

De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt volgend jaar 1,92% van de loonsom tot € 400.000. In 2023 is dat nog 3% van de loonsom tot € 400.000. Over het meerdere is de vrije ruimte zowel in 2023 als in 2024 1,18%. De verlaging van het percentage voor de loonsom tot € 400.000 betekent dat werkgevers volgend jaar misschien eerder te maken krijgen met een belastingheffing van 80% over vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen aan werknemers. Werkgevers kunnen anticiperen op de maatregel door vrije ruimte over 2023 in kaart te brengen. Is er nog ruimte, dan kunnen bepaalde vergoedingen en verstrekkingen mogelijk in 2023 in plaats van 2024 gegeven worden.

Door |2024-05-31T08:59:50+02:0017 oktober 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2023

Vermogensinkomsten vanaf 2024 veel zwaarder belast

Het kabinet wil vermogensinkomsten vanaf 2024 veel zwaarder belasten. Dit voornemen is op Prinsjesdag bekendgemaakt. Inmiddels is gebleken, tijdens de Algemene Beschouwingen, dat een meerderheid in de Tweede Kamer de vermogensinkomsten nog zwaarder wil belasten.

Belastingheffing box 3

Sparen

Vermogensinkomsten worden momenteel in box 3 belast tegen 32% (2023). Deze vermogensinkomsten worden gebaseerd op een verondersteld rendement. Voor de berekening van dat rendement worden drie aparte percentages gehanteerd: 1. voor inkomsten uit spaargeld, 2. overige inkomsten zoals beleggingen en 3. schulden. Voor schulden wordt een negatief percentage gehanteerd.

Banktegoeden (spaargeld)  Overige bezittingen  Schulden 
2022 -0,01% 5,53% 2,28%
2023 0,01% 6,17% 2,46 %
2024 Nog niet vastgesteld Nog niet vastgesteld Nog niet vastgesteld

Stijging tarief naar 34%

Eerder was al aangekondigd dat het tarief in box 3 in 2024 zou stijgen naar 33%. Het kabinet heeft echter voorgesteld het tarief in 2024 te laten stijgen naar 34%. Oorspronkelijk zou deze stijging pas in 2025 plaatsvinden, maar dat voornemen is dus met een jaar vervroegd.

Tweede Kamer wil 36%

Bij de behandeling van de voorstellen van het kabinet heeft de Tweede Kamer voorgesteld het tarief niet te verhogen naar 34%, maar naar 36%.

Let op! Het is nog niet duidelijk of het kabinet dit voorstel ook zal overnemen.

Geen indexering heffingsvrij vermogen

In box 3 wordt over een deel van het vermogen geen belasting geheven. Dit is in 2023 een bedrag van maximaal € 57.000 en van maximaal € 114.000 voor belastingplichtigen met een partner. Het kabinet heeft ook voorgesteld dit bedrag niet te indexeren in verband met de inflatie. De meeste belastingbedragen worden dit jaar geïndexeerd met 9,9%, het achterwege laten van de indexering betekent daardoor een extra verhoging van de belastingdruk in box 3.

Forse lastenverzwaring

Alleen al het voorstel van het kabinet om het tarief te verhogen naar 34%, betekent dat over het belastbare vermogen in box volgend jaar 6,25% meer belasting betaald moet worden. Wordt het tarief verhoogd naar 36%, dan betekent dit dat zelfs 12,5% meer belasting betaald moet worden. Daar komt de extra belasting als gevolg van het niet-indexeren van het heffingsvrije vermogen dus nog eens bovenop.

Let op! Alle plannen zijn nog niet definitief en moeten nog eerst door de Tweede en Eerste Kamer definitief worden goedgekeurd.

Door |2023-10-13T11:35:28+02:0013 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vermogensinkomsten vanaf 2024 veel zwaarder belast

Wijziging belasting- en invorderingsrente

Staatssecretaris Van Rij heeft voorstellen ingediend tot wijziging van de belasting- en invorderingsrente per 1 januari 2024. Doel hiervan is om de onderlinge verschillen tussen de diverse rentepercentages die de Belastingdienst hanteert te verkleinen.

Andere berekeningswijze

Rekenen

Door een andere berekeningswijze zal de belastingrente voor de vennootschapsbelasting, de bronbelasting en de solidariteitsbijdrage per 1 januari 2024 naar verwachting 10% gaan bedragen. Voor de overige belastingen is dit naar verwachting 7,5%. De invorderingsrente gaat naar verwachting voor alle belastingsoorten 4% bedragen.

Belastingrente

Er wordt belastingrente in rekening gebracht als de Belastingdienst jouw aanslag niet op tijd kan vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het geval als je te laat aangifte heeft gedaan of als de uiteindelijke aanslag hoger ligt dan zou volgen uit jouw aangifte.

Anderzijds vergoedt de Belastingdienst belastingrente als de fiscus bijvoorbeeld zonder reden te lang doet over het opleggen van uw belastingaanslag.

Invorderingsrente

Je betaalt invorderingsrente als je na de uiterste betaaldatum nog een bedrag aan belasting moet betalen. Dit geldt ook als je uitstel van betaling hebt gekregen. De periode waarover je invorderingsrente moet betalen, begint op de dag na de uiterste betaaldatum en loopt tot de dag waarop het geld op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven.

Je ontvangt invorderingsrente als de Belastingdienst je niet binnen de daarvoor gestelde termijnen de te veel betaalde belasting terugbetaalt.

Door |2023-10-13T11:33:33+02:0013 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijziging belasting- en invorderingsrente

Vanaf 2024 minder afschrijven op pand voor IB-ondernemer

Ondernemers waarvan de winst wordt belast met inkomstenbelasting, mogen vanaf 2024 minder afschrijven op hun bedrijfspanden. Het kabinet wil de afschrijving beperken, om zo tal van extra uitgaven te kunnen bekostigen.

Minder afschrijven

Bedrijfspand

IB-ondernemers kunnen op hun bedrijfspand dat men zelf gebruikt nu nog afschrijven tot 50% van de WOZ-waarde van het pand. Vanaf 2024 kan nog maar worden afgeschreven tot 100% van de WOZ-waarde. Door de geringere afschrijvingsmogelijkheid zal in veel gevallen de winst hoger uitvallen en moet meer belasting worden betaald.

Minder belastingheffing bij staking

Keerzijde van de medaille is dat bij staking van het bedrijf minder boekwinst wordt gerealiseerd bij verkoop van het pand. Het pand staat dan immers voor minstens 100% van de WOZ-waarde op de balans in plaats van 50% nu. Door de lagere boekwinst hoeft bij staking dus minder belasting te worden betaald.

Gelijkstelling

Door het voorstel worden ondernemers in de inkomstenbelasting op dit punt gelijkgesteld aan ondernemers in de vennootschapsbelasting. Voor hen geldt namelijk al jaren dat bedrijfspanden slechts tot 100% van de WOZ-waarde kunnen worden afgeschreven.

Let op! Dit plan is opgenomen in het Belastingplan 2024 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2023-10-13T11:31:26+02:0013 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2024 minder afschrijven op pand voor IB-ondernemer

Geen betalingskorting op voorlopige aanslag IB meer

Belastingplichtigen die hun voorlopige aanslag inkomstenbelasting in één keer betalen, krijgen vanaf 2024 geen betalingskorting meer. Het kabinet heeft dit voorstel op Prinsjesdag 2023 gepresenteerd.

Betalingskorting

Bril

Je krijgt een betalingskorting als je jouw voorlopige aanslag inkomstenbelasting niet in maandelijkse termijnen betaalt, maar in één keer. De Belastingdienst heeft hierdoor namelijk een rentevoordeel, omdat men het grootste deel van de te betalen belasting eerder ontvangt. De korting staat gewoon op de voorlopige aanslag vermeld.

Let op! De betalingskorting bij de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting is al afgeschaft.

Administratief onnodig

De korting wordt afgeschaft omdat het volgens het kabinet administratief niet meer nodig is. Via een automatische bankbetaling levert het betalen in maandelijkse termijnen namelijk nauwelijks extra administratieve lasten meer op. Dit was bij invoering van de korting nog wel het geval.

Ineens betalen blijft mogelijk

Belastingplichtigen kunnen ook vanaf 2024 hun voorlopige aanslag inkomstenbelasting nog steeds ineens betalen, maar dit levert dus geen voordeel meer op.

Let op! Dit plan moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2023-10-13T11:30:11+02:0013 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen betalingskorting op voorlopige aanslag IB meer