NBC

Controleer de beschikking Wtl 2023 op tijd!

Had je in 2023 recht op LIV, jeugd-LIV en/of een LKV, dan heb je waarschijnlijk een voorlopige berekening Wtl 2023 ontvangen. Controleer deze op tijd. Je hebt nog tot en met 1 mei 2024 om eventuele fouten te corrigeren.

LIV 2023

Detailhandel

Je kon in 2023 recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werknemers die rond het minimumloon verdienden (gemiddeld per uur van minimaal € 12,04  tot en met maximaal € 15,06). Er gelden nog meer voorwaarden waaraan moet zijn voldaan, onder meer dat voor de werknemer in 2023 minimaal 1248 uren verloond zijn.

Tip! Alle voorwaarden voor het LIV vindt u hier.

Jeugd-LIV 2023

U kon in 2023 recht hebben op jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) voor werknemers die op 31 december 2022 18, 19 of 20 jaar oud waren. Deze werknemers moesten in 2023 een gemiddeld uurloon hebben dat rond het minimumjeugdloon lag.

Tip! Alle voorwaarden en de uurloongrenzen voor het jeugd-LIV vindt u hier.

LKV

Je kon in 2023 onder meer recht hebben op een loonkostenvoordeel (LKV) als je werkeloze oudere werknemers of arbeidsgehandicapte werknemers in dienst had.

Tip! Er zijn nog meer werknemers waarvoor je mogelijk recht had op een LKV. Alle voorwaarden vindt je hier.

Voorlopige berekening Wtl 2023

Het UWV heeft voorlopig berekend hoeveel recht je voor het jaar 2023 heeft op LIV, jeugd-LIV en/of LKV. Deze voorlopige berekening sturen zij jou toe in de voorlopige berekening Wtl die je uiterlijk op 14 maart 2024 ontvangen zou moeten hebben.

Controleer of laat controleren!

Het is belangrijk dat je deze voorlopige berekening Wtl 2023 controleert. Klopt de berekening niet of heb je ten onrechte geen voorlopige berekening ontvangen, dan heb je tot en met 1 mei 2024 om dit te corrigeren.

Let op! Alle correcties na 1 mei 2024 worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van uw rechten op LIV, jeugd-LIV en LKV voor het jaar 2023.

Correctieberichten

Corrigeren kan via correctieberichten op de ingediende aangiften loonheffingen. Neem daarvoor contact op met jouw loonadviseur.

Heb je uiterlijk 14 maart 2024 geen voorlopige berekening Wtl 2023 ontvangen, dan moet zo spoedig mogelijk contact gezocht worden met het UWV. Ook daarvoor kunt je contact opnemen met jouw loonadviseur.

Door |2024-03-19T11:15:35+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Controleer de beschikking Wtl 2023 op tijd!

Btw over berekende en niet over contractuele vergoeding

Heb je contractueel een vergoeding afgesproken? Maar breng je uiteindelijk een lager bedrag in rekening? Dan ben je btw verschuldigd over dit lagere bedrag en niet over de contractueel afgesproken vergoeding. De Belastingdienst meende in een casus dat dit anders was.

De casus

Euro

Een ondernemer had met een bv afgesproken dat hij voor het verrichten van managementwerkzaamheden een managementvergoeding van € 100.000 per jaar zou ontvangen. De bv kwam echter onder (financieel) toezicht te staan. De hypotheekverstrekker eiste daarom dat  de managementvergoeding verlaagd werd naar € 75.000 per jaar. De ondernemer reikte daarna twee jaar lang facturen uit tot een bedrag van € 75.000 per jaar en droeg ook btw af over € 75.000 per jaar. Wel nam de ondernemer op zijn balans een vordering op onder de benaming “Nog te factureren € 50.000” (het verschil tussen de afgesproken vergoeding en de verlaagde vergoeding over een periode van twee jaar).

Belastingdienst: btw over contractuele vergoeding

De Belastingdienst stelde dat de ondernemer niet over € 75.000, maar over € 100.000 per jaar btw verschuldigd was, in totaal dus over € 50.000 meer voor een periode van twee jaar. De Belastingdienst was namelijk van mening dat de ondernemer facturen had moeten uitreiken tot een bedrag van € 100.000 per jaar omdat dit het bedrag was wat contractueel afgesproken was. De Belastingdienst stelde dat uit de balanspost de bedoeling bleek om het bedrag nog in rekening te brengen.

Gerechtshof: btw over in rekening gebrachte vergoeding

Het gerechtshof oordeelde anders, namelijk dat de ondernemer over € 75.000 per jaar btw verschuldigd was. De gerechtshof vond daarom dat de Belastingdienst ten onrechte een naheffingsaanslag had opgelegd voor een bedrag van € 50.000. Dit bedrag was door de ondernemer niet gefactureerd en ook niet ontvangen. Uit een arrest van het Hof van Justitie komt naar voren dat als een lager bedrag in rekening wordt gebracht dan op grond van de contractuele afspraken mogelijk is, btw verschuldigd is over het lagere in rekening gebrachte bedrag, aldus het gerechtshof.

Let op! Het maakte naar het oordeel van het gerechtshof ook niet uit dat de belanghebbende een vordering op de balans had opgenomen onder de benaming “Nog te factureren € 50.000”. Deze administratieve verwerking betekent naar het oordeel van het gerechtshof namelijk niet dat de ondernemer deze bedrag ook in rekening had gebracht of ontvangen.

Door |2024-03-19T11:13:01+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw over berekende en niet over contractuele vergoeding

Nog geen afspraken met Duitsland over belastingheffing thuiswerken

Voor thuiswerkende grenswerkers gelden voor de sociale zekerheidspositie vanaf 1 juli 2023 al afspraken met onder meer België en Duitsland. Voor de belastingheffing gelden vanaf 8 december 2023 ook afspraken met België. Afspraken met Duitsland hierover lijken voorlopig nog ver weg.

Afspraken sociale zekerheid België en Duitsland

Vlaggen

In principe is een werknemer die in een ander land werkt dan waar hij woont sociaal verzekerd in het land waar hij werkt. Als een werknemer substantieel (minimaal 25%) buiten het land werkt waar zijn werkgever gevestigd is – bijvoorbeeld in hun woonland -, is hij echter sociaal verzekerd in dat andere land. Dat is lastig voor werkgevers die dan in een ander land premies moeten afdragen.
Voor thuiswerksituaties zijn daarom vanaf 1 juli 2023 met verschillende landen, waaronder met België en Duitsland, afspraken gemaakt. Grofweg komen deze afspraken erop neer dat de werknemer in het werkland verzekerd blijft als hij structureel maximaal tot 50% van zijn totale arbeidstijd thuis in zijn woonland werkt.

Let op! Er gelden meer voorwaarden. Overleg met onze adviseurs over de gevolgen in jouw situatie.

Afspraken belastingheffing België

Vanaf 8 december 2023 zijn met België ook afspraken gemaakt over de belastingheffing. Een van de praktische toepassingen uit die afspraken is dat voor de werkgever geen vaste inrichting in het woonland van de werknemer bestaat als de werknemer voor maximaal 50% van zijn arbeidstijd thuiswerkt in zijn woonland. Dit is voor de werkgever praktisch omdat hij dan niet wordt geconfronteerd met onder meer inhoudingsplicht voor de loonheffing en vennootschapsbelastingplicht in het woonland van de werknemer.

Met deze afspraken sluiten de afspraken voor de sociale zekerheid en de belastingheffing op elkaar aan voor werknemers die wonen in België en werken in Nederland en vice versa.

Let op! Ook hier gelden meer voorwaarden. Overleg met onze adviseurs over de gevolgen in jouw situatie.

Afspraken belastingheffing Duitsland?

De Nederlandse regering heeft geprobeerd om met Duitsland vergelijkbare afspraken te maken als met België. Duitsland is echter op korte termijn alleen bereid om een beperkte dagendrempel af te spreken. Over een verdergaande regeling is helaas geen akkoord bereikt. Dit betekent dat een afstemming tussen de sociale zekerheid en de belastingheffing zoals die met België is afgesproken, met Duitsland voorlopig niet tot stand zal komen.

Nederland blijft zich wel inzetten om dit internationaal op de agenda te houden en te proberen de afspraken te verduidelijken in EU- en OESO-verband.

Door |2024-03-19T11:11:37+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nog geen afspraken met Duitsland over belastingheffing thuiswerken

Tijdelijke vrijstelling bpm en mrb voor Oekraïners verlengd

Heb je vluchtelingen uit Oekraïne in dienst? Wijs hen er dan op dat de tijdelijke vrijstelling voor bpm en mrb voor hen met een jaar verlengd is tot en met 4 maart 2025. De verlenging van de tijdelijke vrijstelling is een gevolg van de ongewijzigde oorlogssituatie in Oekraïne.

Voorwaarden

Auto

Wie van de vrijstelling gebruik wil maken, moet zich schriftelijk melden bij de Belastingdienst. Degene die vrijstelling aanvraagt moet naam, adres in Oekraïne, het burgerservicenummer (bsn), het adres van de verblijfplaats in Nederland en het kenteken van de auto waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd vermelden. Wie de vrijstelling al eerder heeft verkregen, hoeft deze niet te verlengen.

U dient uw verzoek te sturen naar:
Belastingdienst
CAP/Auto, Team vrijstellingsvergunningen
Postbus 90121
4800 RA Breda

Door |2024-03-15T15:04:59+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tijdelijke vrijstelling bpm en mrb voor Oekraïners verlengd

Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

De Belastingdienst heeft nog steeds de ambitie om per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties op te heffen. Onlangs zijn het handhavingsplan 2024, een perspectiefnota en een memo met richtlijnen over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en de omzetbelasting en inkomstenbelasting gepubliceerd.

Arbeidsrelaties

Administratie

Het kabinet vermoedt dat in te veel gevallen de inzet van zzp’ers niet in lijn is met wet- en regelgeving en dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst (werknemer) of een overeenkomst van opdracht (zzp’er) ligt in beginsel bij de opdrachtgever en de werkende. In de praktijk is dit een lastige beoordeling.

Herstel balans

Zowel in het handhavingsplan arbeidsrelaties 2023 als in de perspectiefnota zijn onder meer de al eerder door het kabinet aangekondigde drie lijnen opgenomen waarlangs het kabinet de balans wil herstellen:

  1. Een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen;
  2. Verduidelijking van de regels omtrent de beoordeling van arbeidsrelaties en de introductie van een rechtsvermoeden;
  3. Verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid en het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 via drie sporen:
    a. Actieve samenwerking met de markt;
    b. Specifieke aandacht voor risicovolle posten;
    c. Reguliere klantbehandeling.

Handhaving arbeidsrelaties in 2024

Constateert de Belastingdienst dat sprake is van een dienstbetrekking? Ook in 2024 legt de Belastingdienst alleen bij kwaadwillendheid correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en eventueel boetes op.

Het handhavingsmoratorium betekent dat de Belastingdienst in alle andere gevallen alleen een aanwijzing geeft, die u dan wel moet opvolgen. Meestal krijgt u drie maanden de tijd om de arbeidsrelatie als dienstbetrekking te verwerken in de loonaangifte. U kunt ook kijken of u de arbeidsrelatie anders vorm kunt geven, zodat sprake is van werken buiten dienstbetrekking.

Handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 en 2025

In het handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 wordt de tranche voor 2024 ‘Op weg naar opheffing van het handhavingsmoratorium’ nader uitgewerkt. Nu de ambitie is om het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 op te heffen, zal het handhavingsplan 2025 waarschijnlijk als tranche ‘Handhaven zonder handhavingsmoratorium’ krijgen.

Aan de slag met de beoordeling van arbeidsrelaties

Met het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025, zal de Belastingdienst vanaf die datum bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie zich niet meer beperken tot het geven van een aanwijzing. De Belastingdienst kan vanaf die datum in alle gevallen weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. In voorkomende gevallen kan vanaf 1 januari 2025 ook een boete worden opgelegd.

Tip! Het is verstandig om aan de slag te gaan met de beoordeling van uw verschillende arbeidsrelaties. Is er sprake van schijnzelfstandigheid binnen uw onderneming of van overeenkomsten van opdracht bij het werken met zzp’ers? Onze adviseurs helpen u graag bij deze in de praktijk lastige beoordeling.

Richtlijnen gevolgen voor omzetbelasting en inkomstenbelasting

De Belastingdienst heeft ook een memo gepubliceerd waarin richtlijnen zijn opgenomen voor medewerkers van de Belastingdienst over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en dat er sprake is van een dienstbetrekking tot de omzetbelasting en inkomstenbelasting. Grofweg komen die richtlijnen op het volgende neer:

  1. Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan werkt dit in beginsel ook door naar de inkomstenbelasting. Daarbij is de kwalificatie in de inkomstenbelasting ook afhankelijk van de overige feiten en omstandigheden bij de opdrachtnemer. In beginsel onderneemt de Belastingdienst bij de opdrachtnemer geen actie op belastingjaren die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
  2. Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan kan dit ook gevolgen hebben voor de btw-positie van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. De Belastingdienst gaat terughoudend om met het corrigeren van de btw-positie van de opdrachtgever en opdrachtnemer in de tijdvakken die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
Door |2024-03-15T09:11:34+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

Welke rente en kosten voor de eigen woning mag of moet je aftrekken?

De Belastingdienst heeft een tweetal standpunten ingenomen over de aftrek van rente en kosten van een eigen woning in uw aangifte inkomstenbelasting. Het betreft de aftrekbaarheid van advies- en afsluitkosten en over de keuze om al dan niet de rente voor de eigen woning in aftrek te brengen.

Advies- en afsluitkosten aftrekbaar

Woning

Heb je voor de aankoop of onderhoud van jouw eigen woning een geldlening – meestal een hypotheek –  afgesloten, dan kun je de rente die je betaalt, onder voorwaarden, aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting. Als jouw rentevastperiode afloopt of je tussentijds jouw rente wilt wijzigen, moet je vaak advies- en afsluitkosten betalen aan de geldverstrekker. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze advies- en afsluitkosten dan ook aftrekbaar zijn in jouw aangifte inkomstenbelasting.

Advies- en afsluitkosten niet aftrekbaar

De advies- en afsluitkosten zijn niet aftrekbaar als deze betrekking hebben op een lening met betrekking tot een eigen woning die uiteindelijk toch niet wordt afgesloten. Hetzelfde geldt als je advieskosten betaalt voor de aanpassing van uw lening voor jouw eigen woning, terwijl de aanpassing uiteindelijk niet plaatsvindt. Ook dan kun je de advieskosten niet in aftrek brengen volgens de Belastingdienst.

Geen keuzerecht aftrekbare rente en kosten eigen woning

Als je een geldlening heeft afgesloten voor de aankoop of onderhoud van jouw eigen woning en deze geldlening voldoet aan de voorwaarden voor renteaftrek in de aangifte inkomstenbelasting, dan moét je die renteaftrek ook toepassen. De Belastingdienst heeft bevestigd dat je er niet voor kan kiezen om de rente niet in aftrek te brengen.

Aanpassen geldlening?

Je kunt er misschien wel voor kiezen om de geldlening te wijzigen zodat deze niet meer voldoet aan de voorwaarden. Op dat moment is de rente dan niet meer aftrekbaar. Voordat je zo’n keuze maakt is het verstandig om te overleggen met een van onze adviseurs over de bijkomende fiscale gevolgen van de keuze.

Let op! Is jouw geldlening oorspronkelijk afgesloten vóór 1 januari 2013, dan kun je niet door aanpassing van de geldlening ervoor zorgen dat de rente niet meer aftrekbaar is.

Door |2024-03-15T09:09:59+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Welke rente en kosten voor de eigen woning mag of moet je aftrekken?

Corrigeer jouw btw 2023 vóór 1 april 2024

Heb je nog niet alle btw over 2023 op de juiste wijze afgedragen aan de Belastingdienst? Je kunt dit dan corrigeren met een suppletie. Als je dit vóór 1 april 2024 doet, brengt de Belastingdienst geen rente in rekening.

Suppletie

Euro

Een suppletie btw dien je in als je in jouw btw-aangiften 2023 te weinig btw aangaf en daardoor ook te weinig btw afdroeg aan de Belastingdienst. Je kunt een suppletie alleen digitaal doen.

Let op! Een suppletie dien je ook in als je te veel btw afdroeg aan de Belastingdienst en dus nog geld tegoed heeft van de Belastingdienst.

Bedrag maximaal € 1.000

Moet je nog maximaal € 1.000 btw afdragen over 2023 of krijg je nog maximaal € 1.000 btw terug over 2023, dan mag je dit ook in jouw eerstvolgende btw-aangifte verwerken. Je hoeft dan dus niet apart een suppletie in te dienen.

Vóór 1 april 2024

Het is verstandig om jouw suppletie btw 2023 vóór 1 april 2024 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan namelijk geen belastingrente over de btw die je nog moet betalen. Dat scheelt weer, want de belastingrente bedraagt vanaf 1 januari 2024 7,5%.

Let op! Dien je jouw suppletie btw 2023 na 31 maart 2024 in, dan berekent de Belastingdienst de 7,5% belastingrente vanaf 1 januari 2024!

Is jouw suppletie btw 2023 een te ontvangen bedrag? Dan ontvang je in principe geen belastingrente van de Belastingdienst. Dit is alleen anders als de Belastingdienst vanaf 1 april 2024 niet binnen acht weken na het indienen van de suppletie btw 2023 een beslissing hierover neemt.

Door |2024-03-15T09:04:33+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Corrigeer jouw btw 2023 vóór 1 april 2024

Versterking positie platformwerker

Er is een akkoord bereikt over nieuwe Europese regels voor platformwerk. De belangrijkste wijziging uit het akkoord is de zogenaamde ‘omgekeerde bewijslast’.

Zzp’er of in loondienst?

Boeket

De meeste platformwerkers in de EU, zoals taxichauffeurs, huishoudelijk personeel en voedselbezorgers, zijn formeel zelfstandig. Onder druk van een algoritme worden ze min of meer gedwongen bepaalde diensten of tarieven te hanteren. Ook kunnen ze via een app ontslagen worden. Dit gaat veranderen als het aan het Europese Parlement ligt. Platformwerkers gaan namelijk te maken krijgen met dezelfde regels en beperkingen als een werknemer in loondienst.

Omgekeerde bewijslast

Nu nog moet een zzp’er die voor bijvoorbeeld Uber werkt en vindt dat hij eigenlijk werknemer is,  daarvoor zelf bewijs verzamelen voor de rechter. Straks wordt de bewijslast omgedraaid, in die zin dat het platform voortaan moet aanvoeren waarom de werkende wél zzp’er zou zijn.

Wat staat er in het akkoord?

Er is sprake van loondienst als aan twee van de vijf indicatoren uit de Europese Richtlijn wordt voldaan. Te denken valt aan beperkte zeggenschap over werkuren en vergoedingen en het hanteren van gedragsregels.

De vijf indicatoren:

  • er is een maximumbedrag dat platformwerkers kunnen ontvangen;
  • er is toezicht op hun prestaties, ook langs elektronische weg;
  • er is controle over de verdeling of toewijzing van taken;
  • er is controle op de arbeidsvoorwaarden en beperkingen bij de keuze van de werktijden;
  • er zijn beperkingen op de vrijheid om het werk te organiseren en regels voor verschijning of gedrag.

Let op! Lidstaten kunnen uit hoofde van hun nationale recht nog andere indicatoren aan deze lijst toevoegen.

Verdere afspraken

In het akkoord zijn onder meer ook afspraken gemaakt over het gebruik van algoritmes. Ook mag een werkende straks niet langer ontslagen worden via de app. Daarnaast wordt in de wet ook geregeld dat platformwerkers straks inzage krijgen in de wijze waarop algoritmes de prijs van een opdracht bepalen en de klussen verdelen.

Gevolgen?

Een en ander kan wel betekenen dat de producten die platformwerkers bezorgen duurder worden omdat de platforms de loonkosten van de bezorgers – als er vaker sprake is van loondienst – wellicht doorberekenen in de prijs.

Definitief?

Volgens minister Van Gennip van SZW sluit de Europese aanpak van schijnzelfstandigheid goed aan bij de nationale plannen, waaronder het opheffen van het geldende handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 en de nieuwe zzp-wetgeving.

Het Europees Parlement moet in april 2024 nog een laatste  keer hierover stemmen en daarna zal de wet over twee jaar in werking treden.

Door |2024-03-15T08:59:07+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Versterking positie platformwerker

Instructies inzake foto’s voor WOZ-waardering

De Waarderingskamer heeft instructies bekendgemaakt voor het gebruik van foto’s bij de waardering van woningen voor de Wet WOZ. De Waarderingskamer houdt toezicht op het correct uitvoeren van de Wet WOZ.

Gebruik foto’s

Bedrijfspand

Foto’s kunnen nodig zijn voor het bepalen van secundaire kenmerken van onroerend goed, zoals de staat van onderhoud en aanwezige voorzieningen. Deze kunnen soms van buitenaf worden waargenomen, soms zal een opname binnenskamers nodig zijn. Dit kan dan met een digitaal inlichtingenformulier of met foto’s.

Vrije keuze

Uitgangspunt is dat bewoners zelf kunnen kiezen of ze gebruikmaken van het digitale inlichtingenformulier of dat ze foto’s aan willen leveren. Aangegeven dient te worden dat er geen voorkeur bestaat voor een bepaalde keuze. Ook moet vermeld worden waarom de gevraagde informatie nodig is.

Eenvoud voorop

Het moet even eenvoudig zijn om de gevraagde informatie via een digitaal inlichtingenformulier of door foto’s door de bewoners aan te kunnen leveren. Van al bekende gegevens mag alleen worden gevraagd of deze nog correct zijn.

Privacy van belang bij foto’s

In de instructie moet het belang van privacy nadrukkelijk duidelijk zijn aangegeven. Foto’s met privacygevoelige informatie worden niet gebruikt en direct verwijderd. Zo mogen er geen personen op foto’s staan en mogen er geen foto’s waar foto’s met personen op staan worden aangeleverd. Ook kenmerken van geloofsovertuigingen mogen niet op beeld staan. Foto’s met bijzondere persoonsgegevens, zoals etnische afkomst of seksuele gerichtheid, worden eveneens direct verwijderd.

Kenmerken inzake onroerend goed

Het is de bedoeling dat aan de hand van de foto’s kenmerken inzake de woning duidelijk worden. Zo kan een foto bijvoorbeeld wel trappen of muren bevatten, maar geen meubels of schilderijen.

Bewaren van foto’s

Alleen foto’s die verband houden met secundaire kenmerken van de woning, mogen maximaal 7 jaar worden bewaard.

Door |2024-03-15T08:56:32+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Instructies inzake foto’s voor WOZ-waardering

Zo verwerk je aftrek AOV-premie in jouw aangifte

Veel ondernemers hebben een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afgesloten. Bij een ongeluk of ziekte hebben ze dan recht op een uitkering. De premie is meestal aftrekbaar, maar dat wordt in de aangifte niet altijd goed verwerkt. De Belastingdienst heeft daarom een aantal aandachtspunten op een rij gezet.

Aftrek premie

Euro

De premie van een AOV is aftrekbaar als jij verzekeringnemer, verzekerde én begunstigde bent. Ook moet er sprake zijn van een periodieke uitkering bij ziekte, ongeval of invaliditeit. Je trekt de premie in jouw aangifte af als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’. Trek de premie niet af van de winst, dat is niet correct en u zou zichzelf dan tekort doen vanwege de mkb-winstvrijstelling waardoor de aftrek in 2023 14% minder voordeel oplevert.

Uitkering belast

Krijg je bij arbeidsongeschiktheid een uitkering, dan is deze belast. Jouw verzekeraar houdt hierop loonheffingen in. Controleer of dit is opgenomen bij jouw vooraf ingevulde aangifte. Als met een tussenpersoon betreft verzekeringen wordt gewerkt, verloopt dit namelijk niet altijd goed.

Vof of maatschap

Is een AOV-verzekering afgesloten via een vof of maatschap, dan dient de premie per vennoot of maat in diens eigen aangifte in aftrek te worden gebracht. Ook nu moet de premie dus niet van de winst worden afgetrokken, maar zoals eerder benoemd als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’. Ook bij een uitkering wordt deze aan de betreffende vennoot of maat toegerekend, los van de vraag aan wie de uitkering is uitbetaald.

Let op! Is de maat of vennoot een rechtspersoon, zoals een bv, dan kan de dga de premies alleen aftrekken als hij de verzekerde en begunstigde is, én daarnaast als premieverschuldigde op de verzekering wordt aangetekend.

Eigen bv

Sluit de eigen bv een AOV af voor zijn dga, dan is de premie niet aftrekbaar. Ook niet als de bv de verschuldigde premie met de dga verrekent. Zorg dus dat de dga verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde is.

Semicollectief

Bij opdrachtgevers en -nemers komt het voor dat de opdrachtgever voor de opdrachtnemers een AOV afsluit en dit verrekent met de prijs. De premie is voor de opdrachtnemers dan niet aftrekbaar. Zorg daarom dat de opdrachtnemer als premieverschuldigde op de verzekering wordt aangetekend.

Werkgever betaalt premie

Als een werknemer via zijn werkgever tegen arbeidsongeschiktheid is verzekerd, kan de werkgever de betaalde premies in mindering brengen op het brutoloon. De werknemer kan ze dan niet zelf ook nog in zijn aangifte in aftrek brengen. Controleer dit, zodat er geen sprake is van dubbele aftrek.

Door |2024-03-15T08:55:23+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zo verwerk je aftrek AOV-premie in jouw aangifte