NBC

  • Geen aanpassing NOW voor amateursport

Geen aanpassing NOW voor amateursport

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt niet aangepast voor amateursportclubs. Dit antwoordt minister Koolmees (SZW) op Kamervragen. Amateursportclubs kunnen voor hun loonkosten wel een tegemoetkoming krijgen via de TASO (Tegemoetkoming Amateur Sport Organisaties).

NOW
De NOW vergoed momenteel tot 85% van de loonkosten bij een minimaal omzetverlies van 20%. Voor de NOW, geldend voor de periode van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021, gebruikt het UWV de loonkosten van juni 2020 als vergelijkingsmaand. Voor veel amateursportverenigingen valt dit ongunstig uit, omdat in die maand de loonkosten vaak laag waren.

Aanpassen onmogelijk
Volgens de minister is aanpassing van de NOW op dit punt te complex en daarom onmogelijk. Hij wijst erop dat amateurclubs die hun loonkosten niet op andere wijze vergoed krijgen, een beroep op de TASO kunnen doen.

TASO
De TASO is bedoeld voor amateursportclubs die minstens 10% omzetverlies hebben gehad in het vierde kwartaal van 2020 en minstens €1.500 financiële schade hebben geleden. Deze regeling is een vervolg op de TASO-regeling die gold voor het tweede en derde kwartaal van 2020.

Hoeveel TASO kun je krijgen?
De hoogte van de TASO is afhankelijk van de geleden financiële schade met betrekking tot de doorlopende lasten van de sportaccommodatie, de personeelskosten, de bondsafdrachten en het kantineresultaat.

TASO minder dan NOW
De TASO dekt slechts een deel van het verlies en valt voor wat betreft de vergoeding van de loonkosten een stuk lager uit dan de NOW. Zo geldt bijvoorbeeld bij een schade van €19.001 tot €23.000 een vergoeding via de TASO van €9.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-30T12:31:14+02:0030 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Geen aanpassing NOW voor amateursport
  • Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Als aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking worden gesteld, geldt in beginsel ook voor meerdere auto’s de bekende bijtelling. Er zijn echter een paar uitzonderingen. Als dit het geval is, geldt voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling.

Bijtelling
Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van €40.000. Over het meerdere is de bijtelling ook 22%.

Meerdere auto’s
Staan aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking, dan geldt in beginsel de bijtelling voor iedere auto. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft.

Hoogste bijtelling
De Belastingdienst heeft eerder bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor iedere auto bijgeteld hoeft te worden, voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Tot 1 januari 2021 was dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Waar zit het verschil?
Het verschil kan onder andere optreden in situaties waarin ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft dan wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is.

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Wat scheelt dat nu?
Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van €50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van €40.000.

Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto €40.000 x 12% + €10.000 x 22% = €4.800 + €2.200 = €7.000.

Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling €40.000 x 22% = €8.800. De wijziging kost dan €8.800 -/- €7.000 = €1.800 meer aan bijtelling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-28T10:56:32+02:0028 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?
  • Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Hoe moet bij uitzendkrachten het arbeidsverleden worden bepaald voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding? Die vraag stond onlangs centraal bij een zaak die diende voor de kantonrechter Zaanstad. De uitzendkrachten kregen door de rechtszaak een veel hogere transitievergoeding.

Het ging hier om zes uitzendkrachten die als buschauffeur werkten en na een half jaar hun baan kwijt raakten. Het uitzendbureau betaalde daarop een kleine transitievergoeding van een paar honderd euro. De uitzendkrachten waren het hier niet mee eens. Ze verrichtten datzelfde werk namelijk al veel langer, sommigen zelfs al sinds 2009, voor verschillende opeenvolgende uitzendbureaus én onderaannemers van Connexxion. Ze spanden dan ook een procedure aan.

Uitzendkrachten krijgen gelijk
De chauffeurs vonden de kantonrechter aan hun zijde, die bepaalde dat het totale arbeidsverleden moest worden meegeteld. Dat geldt in het kader van opvolgend werkgeverschap sowieso voor de diensttijd bij de vorige werkgevers vanaf 1 juli 2015. De definitie van opvolgend werkgeverschap is met ingang van 1 juli 2015 verruimd. Van opvolgend werkgeverschap is nu sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn.

Recht op hogere transitievergoeding
Voor het opvolgend werkgeverschap gold voor 1 juli 2015 een beperkter begrip. Voor de werkgeverswisselingen die hebben plaatsgevonden voor 1 juli 2015 geldt dat niet alleen sprake moet zijn van dezelfde werkzaamheden, maar ook dat tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgevers zodanige banden bestaan dat het door de vorige werkgever op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De buschauffeurs hebben vervolgens voldoende toegelicht en aangetoond dat zij vanaf 2009, 2010, 2011 en 2013 altijd op dezelfde manier en (nagenoeg) onafgebroken hebben gewerkt als buschauffeur voor Connexxion. Dit betekende dat ze recht hadden op een veel hogere transitievergoeding. De brutobedragen variëren tussen €8.398 en €11.111. In totaal gaat het om een nabetaling van €58.781.

In geval van faillissement
Interessant is dat het niet uitmaakt dat het uitzendbureau Workbus de chauffeurs in maart 2020 heeft overgenomen van het failliete vervoersbedrijf TCR (onderaannemer van Connexxion). De wet maakt voor opvolgend werkgeverschap geen uitzondering in geval van faillissement. De bedoeling van de wet is juist dat ook sprake is van opvolgend werkgeverschap na een faillissement van een vorige werkgever en een ‘doorstart’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-26T10:07:54+02:0026 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding
  • Zonder inschrijving KvK geen TOZO

Zonder inschrijving KvK geen TOZO

Als je niet als ondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel heb je geen recht op de TOZO, aldus de rechtbank in Amsterdam. Er bestaat ook geen mogelijkheid om dan via een hardheidsclausule toch voor de TOZO in aanmerking te komen.

TOZO
De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) is een tegemoetkoming voor ondernemers die financieel getroffen worden door de maatregelen inzake het Coronavirus. De TOZO bestaat uit de mogelijkheid tot een uitkering voor levensonderhoud en voor een lening voor bedrijfskapitaal.

Voorwaarden luisteren nauw
In een zaak die onlangs gevoerd werd voor de rechtbank in Amsterdam, bleek dat de voorwaarden voor de TOZO nauw luisteren. Een ondernemer werkte als match-agent voor de internationale voetbalbond FIFA. Hiervoor is een licentie van de FIFA-vereist, maar geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Inschrijving vereist voor TOZO
De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is echter wel vereist voor het aanvragen van de TOZO. Alleen ondernemers die vóór 17 maart 2020 bij de Kamer van Koophandel stonden ingeschreven, komen voor de TOZO in aanmerking. Volgens de rechtbank kan van deze eis niet worden afgeweken.

Voorschot terugbetalen
De TOZO wordt door gemeentes in eerste instantie verstrekt als voorschot. Voor deze ondernemer betekende de beslissing van de rechtbank dat hij de verstrekte voorschotten moest terugbetalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-23T10:14:52+02:0023 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Zonder inschrijving KvK geen TOZO
  • Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Als medicus functioneer je vaak volledig zelfstandig. Toch is dit alleen onvoldoende om ook als zelfstandig ondernemer aangemerkt te kunnen worden. Daarvoor is meer nodig, aldus de rechtbank in Groningen.

Ondernemersfaciliteiten
Ook medici presenteren zich fiscaal vaak graag als zelfstandig ondernemer vanwege de hiervoor geldende fiscale faciliteiten. Met name de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek leveren een behoorlijke vermindering van de belastingdruk op.

Ondernemer ja of nee?
Voor medici die niet in loondienst zijn, is het vaak de vraag of de verrichte werkzaamheden al dan niet kwalificeren als winst uit onderneming. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een scala aan factoren. Met name is van belang of er voldoende ondernemersrisico gelopen wordt en hoeveel opdrachtgevers er zijn.

Nevenwerkzaamheden onvoldoende
In bovengenoemde zaak was een kaakchirurge in dienstbetrekking bij een ziekenhuis. Daarnaast verrichtte zij voor eigen rekening invalwerkzaamheden bij een aantal andere ziekenhuizen. Hiervoor presenteerde zij zich fiscaal als ondernemer, maar de fiscus en ook de rechter gingen hier niet in mee. De werkzaamheden en winst, variërend van €8.415 tot €16.924, waren hiervoor onvoldoende.

Resultaat uit werkzaamheid
Zo bleek dat de kaakchirurge slechts aan nieuwe opdrachten kwam door in het medische circuit aan te geven dat ze in de markt was voor praktijkwaarnemingen. De rechter achtte dit onvoldoende en besliste dat de neveninkomsten belast dienden te worden als ‘resultaat uit werkzaamheid’. In dat geval zijn de ondernemersfaciliteiten niet van toepassing.

Totaalplaatje
De uitspraak maakt duidelijk dat de rechter bij twijfel kijkt naar het totaalplaatje. Ondernemersrisico, waaronder het debiteurenrisico, de omvang van de inkomsten, het aantal opdrachtgevers, het totaal aan investeringen en het beperkte streven naar continuïteit leidden in deze zaak tot de conclusie dat er van een onderneming geen sprake was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-19T09:17:22+02:0019 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?
  • Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld

Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld

De versoepeling van het urencriterium vanwege Corona gaat niet alsnog gelden voor het laatste kwartaal van 2020. Dit antwoordt staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen.

Urencriterium
Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben recht op een aantal fiscale faciliteiten als ze aan het urencriterium voldoen. Dit betekent dat ze minstens 1.225 uur per jaar in hun bedrijf werkzaam moeten zijn en minstens de helft van hun werkzame tijd aan hun bedrijf besteden.

Versoepeling urencriterium
Vanwege Corona is het urencriterium zowel vorig jaar als dit jaar versoepeld. Bepaald is dat ondernemers ervan uit mogen gaan dat ze in de periode maart t/m september 2020 24 uren per week in hun bedrijf hebben gewerkt, ook als dit vanwege Corona in werkelijkheid niet het geval was. Ook voor de eerste helft van dit jaar geldt deze versoepeling.

Niet verder versoepelen
In antwoord op Kamervragen heeft staatssecretaris Vijlbrief aangegeven de voorwaarde niet verder te willen versoepelen. Onder meer vanwege de lockdownmaatregelen voor sommige branches, werkten ook in het laatste kwartaal van 2020 veel ondernemers niet of minder in hun bedrijf. Vijlbrief wil de versoepeling echter niet uitbreiden, om te voorkomen dat dan ook ondernemers die normaal gesproken niet voor de faciliteiten in aanmerking komen, er dan toch gebruik van kunnen maken.

Andersoortige werkzaamheden
De staatssecretaris wijst erop dat ondernemers ook andere werkzaamheden in hun bedrijf kunnen uitoefenen om daarmee aan het urencriterium te voldoen. Hij noemt onder meer onderhoud plegen, het onderhouden van de website en het bijhouden van de administratie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-16T10:41:45+02:0016 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld
  • Per 2022: gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof

Per 2022: gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof

Het ouderschapsverlof is nu in de meeste gevallen nog onbetaald. Maar dat gaat wijzigen. De bedoeling is dat werknemers per 2 augustus 2022 recht krijgen op negen weken gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof.
Waarom wijzigen deze regels? Het kabinet is verplicht om als gevolg van de implementatie van een nieuwe Europese richtlijn in wetgeving te regelen dat er recht bestaat op betaald ouderschapsverlof. Het wetsvoorstel betaald ouderschapsverlof dat dit moet gaan regelen, ligt al een tijdje bij de Tweede Kamer.

Ouderschapsverlof
Het ouderschapsverlof is nu nog onbetaald en bedraagt 26 x de overeengekomen arbeidsduur per week. Het kabinet wil regelen dat werknemers per 2 augustus 2022 recht krijgen op 9 weken gedeeltelijk doorbetaald ouderschapsverlof. In die periode bestaat er recht op een uitkering van het UWV ter hoogte van 50% van het (maximum) dagloon. Dit betaalde verlof moet wel in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen.

Het resterende ouderschapsverlof kan nog steeds worden opgenomen tot de achtste verjaardag van het kind, maar blijft onbetaald. Bij adoptie is de uitkering voor ouderschapsverlof alleen beschikbaar in het eerste jaar na de dag van de feitelijke opneming ter adoptie.

Nieuwe plannen
Met de invoering van gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof beschikken ouders na de geboorte gezamenlijk over ten minste 40 weken (gedeeltelijk) betaald verlof inclusief 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof en 6 weken geboorteverlof. Het ouderschapsverlof en de gewenste wijze van inroostering moet nog steeds ten minste twee maanden voor de beoogde ingangsdatum zijn aangevraagd door de werknemer. Door het ouderschapsverlof gedeeltelijk betaald te maken wil het kabinet de betrokkenheid van mannen bij de opvoeding stimuleren en de arbeidsmarktpositie van vrouwen verbeteren.

Procedure aanvraag betaald ouderschapsverlof
De uitkering dient via de werkgever te worden aangevraagd. Het UWV zal hiervoor een speciaal digitaal formulier ter beschikking stellen. Een aanvraag kan eenmalig worden ingediend in de periode tussen de eerste betaalde verlofdag en de drie maanden nadat het kind de leeftijd van één jaar heeft bereikt.

Deze aanvraag kan betrekking hebben op de gehele verlofperiode (achteraf na negen weken), maar ook op de eerste opgenomen week of een aantal opgenomen weken. Het UWV stelt bij de afhandeling van de initiële aanvraag recht en hoogte van de uitkering vast en betaalt deze uit binnen zes weken na het afgeven van de beschikking. Voor de eenmalige vaststelling van het recht, de hoogte en de duur van de uitkering is bepalend de eerste dag waarop ouderschapsverlof is genoten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-15T10:08:07+02:0015 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Per 2022: gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof
  • Belastingvrij fit blijven met personal coach?

Belastingvrij fit blijven met personal coach?

Corona en de opdracht om zoveel mogelijk thuis te werken, zijn voor sommigen niet bevorderlijk voor de conditie. Om die op peil te houden kan een personal coach worden ingeschakeld. Zijn die kosten voor zo’n coach belastingvrij te vergoeden?

Belastingvrij vergoeden?
Of de kosten belastingvrij vergoed kunnen worden voor werknemers en DGA’s, hangt ervan af of een personal coach als arbovoorziening kan worden aangemerkt. De Belastingdienst geeft aan dat dit niet snel het geval zal zijn.

Uitzonderingen
Alleen als sprake is van fitness wegens bijzondere risico’s die samenhangen met de aard van het werk, of het in stand houden van een bijzonder fitheidsniveau dat voor het werk vereist is, zou de vrijstelling van toepassing kunnen zijn. Bij twijfel is het verstandig om dit vooraf met de inspecteur kort te sluiten.

Werkkostenregeling
Is geen sprake van genoemde uitzonderlijke situatie en wil men voor werknemers de personal coach toch belastingvrij vergoeden, dan kan dit wel via de werkkostenregeling. In dat geval betaalt de werkgever alleen belasting als hij in een jaar de zogenaamd ‘vrije ruimte’ overschrijdt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-12T09:02:10+02:0012 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingvrij fit blijven met personal coach?
  • Regel zelf digitaal NOW-betalingsregeling

Regel zelf digitaal NOW-betalingsregeling

Ondernemers die teveel NOW-subsidie hebben ontvangen, zullen dit terug moeten betalen. Ze kunnen hiervoor desgewenst zelf digitaal een betalingsregeling treffen. Dit meldt het UWV.

NOW
De NOW-regeling voorziet in een subsidie van de loonkosten voor ondernemers die vanwege Corona met een omzetvermindering van minstens 20% worden geconfronteerd. De regeling voorziet in een dekking van maximaal 85% van de loonkosten bij 100% omzetverlies.

Terugbetalen
De NOW wordt in eerste instantie uitgekeerd als voorschot, op basis van het geschatte omzetverlies. Blijkt achteraf het omzetverlies minder groot, dan moet de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk worden terugbetaald. Hierdoor komen sommige bedrijven in financiële moeilijkheden.

Let op! Terugbetaling kan zich ook voordoen bij een daling van de loonsom.

Betalingsregeling
Het UWV maakt bekend dat er bij financiële moeilijkheden een ruime betalingsregeling getroffen kan worden. Dit kan digitaal via de site van het UWV, waarbij de ondernemer kan kiezen uit verschillende betalingstermijnen, met een maximum van 36 maandtermijnen.

Tip! Werkgevers die een nog langere betalingstermijn nodig hebben of de terugbetaling op een later tijdstip willen laten ingaan, kunnen dit ook aangeven. Het UWV neemt dan telefonisch contact op en bespreekt dan de mogelijkheden.

Definitieve berekening
Het UWV werkt momenteel aan de definitieve berekening van de eerste en tweede NOW-subsidies, over de periodes maart t/m mei en juni t/m september 2020. Het aanvragen van de definitieve berekening hiervoor kan nog tot uiterlijk 31 oktober 2021 respectievelijk 5 januari 2022. Na de aanvraag volgt de definitieve tegemoetkoming, al dan niet vergezeld van een gehele of gedeeltelijke terugbetalingsverplichting.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-09T11:50:56+02:009 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Regel zelf digitaal NOW-betalingsregeling
  • Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV

Als je in 2020 recht had op het lage-inkomensvoordeel (LIV), het jeugd lage-inkomensvoordeel of het loonkostenvoordeel (LKV), heb je van het UWV een voorlopige berekening ontvangen. Controleer deze goed, want fouten kun je tot en met 1 mei wijzigen.

LIV, jeugd-LIV en LKV
Bovengenoemde regelingen zijn een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers met een laag loon, jeugdigen met een laag loon en werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst hebben. In de berekening zie je voor welke werknemers je recht hebt op een tegemoetkoming en voor welk bedrag.

Aangifte onjuist?
De tegemoetkomingen worden gebaseerd op de aangiften loonheffingen. Zit hierin een fout, dan dien je de aangifte te corrigeren. Doe je dit niet, dan kan het zijn dat je minder tegemoetkoming krijgt dan waar je recht op hebt. Krijg je door een fout te veel aan tegemoetkoming, dan wordt dit later teruggevorderd. Daarbij kan een boete opgelegd worden en rente geheven.

Extra aandacht: doelgroepverklaring
Voor het LKV heb je een zogenaamde doelgroepverklaring nodig. Was de aanvraag op 31 januari 2021 nog in behandeling, dan staat dit LKV niet in de voorlopige berekening. Zodra de doelgroepverklaring LKV wordt toegekend, kun je dit nog tot uiterlijk 1 mei via een correctie doorgeven aan de Belastingdienst.

Extra aandacht: overgangsregeling
Kom je in aanmerking voor de overgangsregeling premiekorting oudere of arbeidsgehandicapte werknemer, dan dien je in de aangiften over 2020 aan te geven dat je het LKV aanvraagt voor een werknemer. Als je dit vergeten bent, is er geen LKV toegekend in de voorlopige berekening. Ook in dat geval dien je uiterlijk 1 mei een correctie naar de Belastingdienst te sturen.

Contact
Bij andere onjuistheden in de voorlopige berekening of als je deze naar jouw mening ten onrechte niet hebt ontvangen, dien je contact op te nemen met het UWV. Wanneer je vragen hebt over de voorlopige berekening, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-08T09:34:50+02:008 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Controleer voorlopige berekening LIV, jeugd-LIV en LKV