NBC

  • Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

Als je moet interen op het vermogen om de verschuldigde belasting in box 3 te voldoen en je hebt alleen inkomsten uit rente, dan moet de verschuldigde box 3-belasting worden gecorrigeerd. Dit volgt uit een uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Box 3 ter discussie
De belastingheffing in box 3 staat al jaren ter discussie. De heffing is namelijk gebaseerd op een fictief rendement, dat hoger wordt verondersteld naarmate het vermogen toeneemt. Dus los van de vraag wat het werkelijke rendement is dat met het vermogen wordt behaald.

Buitensporige last
In bovengenoemde zaak concludeerde de rechtbank dat de heffing in deze specifieke situatie een individuele en buitensporige last oplevert. Uit eerdere rechtszaken is af te leiden dat dit een reden kan zijn de belastingheffing met succes aan te vechten.

Alleen inkomsten uit rente
In de betreffende zaak had een echtpaar alleen inkomsten uit rente. De te betalen belasting bedroeg meer dan het inkomen dat uit rente werd verkregen. Het echtpaar had ook geen andere inkomsten. De rechtbank verminderde daarop het fictieve rendement met ruim €125.000, zodat dit beter aansloot bij het inkomen dat uit rente werd verkregen.

Heffingskorting
De rechtbank hield daarbij ook rekening met het feit dat er van een individuele en buitensporige last sprake kan zijn als de belastingheffing de rente-inkomsten niet overschrijdt. Indien dit namelijk wordt veroorzaakt door de algemene heffingskorting is van belang dat deze juist in het leven is geroepen om over een bepaald minimuminkomen geen belasting te heffen.

Toekomstig inkomen niet van belang
Het echtpaar had ook nog aandelen in een stamrecht-BV die te zijner tijd uitkeringen op zouden leveren. Hiermee mocht volgens de rechtbank echter nu nog geen rekening worden gehouden. Ondanks deze toekomstige uitkeringen en een bezit van ruim €1,2 miljoen aan spaartegoeden en een hypotheekvrije eigen woning, werden de aanslagen vanwege de geconstateerde buitengewone last dus toch verlaagd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-03T16:40:55+01:003 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Correctie heffing box 3 door interen op vermogen

  • Is de fiscale eenheid vennootschapsbelasting nog aantrekkelijk?

Is de fiscale eenheid vennootschapsbelasting nog aantrekkelijk?

In de vennootschapsbelasting bestaan al jaren twee tarieven. In 2021 is het verschil tussen het lage en hoge tarief weer groter geworden. En voor 2022 is voorzien dat het verschil nog groter wordt. Reden om afscheid te nemen van de fiscale eenheid?

Tarieven vennootschapsbelasting
In 2021 bedraagt het tarief 15% voor het winstdeel tot €245.000 en 25% voor het winstdeel daarboven. Vanaf 2022 bedraagt het tarief 15% voor het winstdeel tot €395.000 en 25% voor het winstdeel daarboven. Als meerdere BV’s onderdeel zijn van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting, kan niet elke BV apart gebruikmaken van deze zogenaamde tariefopstap. De fiscale eenheid zal bij hogere winsten daarom veelal leiden tot hogere belastingen.

Voorbeeld: drie BV’s met elk €250.000 winst maken onderdeel uit van een fiscale eenheid. De vennootschapsbelasting bedraagt in 2021 €163.000 en in 2022 €148.000. Vormden de drie BV’s geen fiscale eenheid, dan zou de vennootschapsbelasting totaal in 2021 €114.000 en in 2022 €110.250 bedragen.

Let op! Het tarief vanaf 2022 staat wettelijk vast. Maar de Tweede Kamer heeft nu echter voorgesteld het tarief in de vennootschapsbelasting te willen verhogen naar 25,8% ter financiering van andere zaken. Het kabinet heeft aangegeven hierin mee te gaan. Deze verhoging moet nog wel door het parlement worden goedgekeurd.

Voordelen fiscale eenheid
Neem bij de overweging om de fiscale eenheid te verbreken altijd ook de voordelen van de fiscale eenheid ten opzichte van aparte BV’s mee.

Zo kunnen na verbreking van de fiscale eenheid verliezen van de ene BV niet meer verrekend worden met winsten van de andere BV. Ook het voordeel dat geen winstverantwoording hoeft plaats te vinden op onderlinge diensten en leveringen, vervalt na verbreking van de fiscale eenheid. En denk ook aan het verdwijnen van de mogelijkheid om zonder fiscale afrekening bezittingen en schulden te verplaatsen tussen BV’s.

Fiscale gevolgen verbreken fiscale eenheid
Wegen de voordelen van de fiscale eenheid niet meer op tegen de nadelen, vergeet dan niet ook de fiscale gevolgen die optreden bij verbreken van de fiscale eenheid in ogenschouw te nemen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is bijvoorbeeld de sanctie die op kan treden als vermogensbestanddelen de afgelopen drie of zes kalenderjaren tussen BV’s zijn overgedragen.

Tip! Hoewel het tariefvoordeel eenvoudig te berekenen lijkt, kan het verbreken van de fiscale eenheid mogelijk onvoorziene nadelen met zich meebrengen die niet tegen het tariefvoordeel opwegen. In dit bericht zijn niet alle nadelen en voordelen van de fiscale eenheid benoemd. Bovendien zal de beoordeling voor elke individuele situatie weer anders zijn. Laat je daarom goed over de eigen situatie adviseren.

Toekomst fiscale eenheid
De afgelopen jaren zijn de wettelijke bepalingen voor de fiscale eenheid diverse keren gewijzigd. Daarnaast bestaat onduidelijkheid over het voortbestaan van de fiscale eenheid. Zo is nagedacht over een nieuwe groepsregeling in de vennootschapsbelasting. Of die er komt en hoe deze regeling er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. De beslissing hierover is overgelaten aan een volgend kabinet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-11-03T09:42:09+01:003 november 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is de fiscale eenheid vennootschapsbelasting nog aantrekkelijk?

  • Verliezen verrekenen: wat verandert er per 1 januari 2022?

Verliezen verrekenen: wat verandert er per 1 januari 2022?

Heb of verwacht je verrekenbare verliezen in de vennootschapsbelasting? Bekijk dan tijdig de gevolgen van de gewijzigde verliesverrekeningsregels. De regels worden verruimd, maar ook beperkt vanaf 1 januari 2022.

Op hoofdlijnen
Vanaf 1 januari 2022 zijn verliezen in tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar. Tegelijkertijd zijn vanaf die datum verliezen in omvang beperkt verrekenbaar: volledige verliesverrekening is straks slechts mogelijk tot een bedrag van €1 miljoen.

Waarom?
Het doel van de wijzigingen is om te voorkomen dat bedrijven met winstgevende activiteiten jaren achtereen geen vennootschapsbelasting (Vpb) betalen. De wijzigingen moeten leiden tot een meer geleidelijke verliesverrekening en daarmee stabielere belastinginkomsten.

Verruiming verliesverrekeningsregels Vpb
Nu geldt voor de achterwaartse verliesverrekening nog een termijn van één jaar en voor voorwaartse verliesverrekening een termijn van zes jaar. Dat verliezen vanaf 1 januari 2022 in de tijd onbeperkt voorwaarts verrekenbaar zullen zijn, is een verruiming van de huidige regels.

Beperking verliesverrekeningsregels Vpb
Onder de huidige regels zijn verliezen in omvang onbeperkt verrekenbaar. Daardoor is het bij voldoende verliezen mogelijk om winsten jarenlang tot nihil te verminderen en daardoor geen vennootschapsbelasting te betalen. Deze praktijken wil het kabinet voorkomen. Daarom zijn verrekenbare verliezen vanaf 2022 in een jaar tot een bedrag van €1 miljoen volledig verrekenbaar met de winst. Boven €1 miljoen is het verlies slechts verrekenbaar met 50% van de resterende belastbare winst van dat jaar. Op die manier is, ondanks de aanwezigheid van compensabele verliezen, toch vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze beperking is vanaf 2022 ook van toepassing op de in termijn ongewijzigde achterwaartse verliesverrekening van één jaar. Een verlies dat door de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar is, wordt wel doorgeschoven. Het kan dan in volgende jaren met inachtneming van dezelfde beperking worden verrekend.

Let op! Er is geen overgangsrecht. De wijzigingen zijn daarom van toepassing op verliezen die stammen uit boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013. Deze verliezen gaan dus niet meer verloren, maar de verrekening per jaar wordt wel in omvang beperkt. Verliezen uit boekjaren die zijn aangevangen voor die datum zijn – conform de huidige regels – tot 31 december 2021 verrekenbaar. Daarna verdampen ze en kun je ze dus niet meer verrekenen.

Tip! Zijn er dus mogelijkheden om in 2021 bestaande verliezen te verrekenen? Maak daar dan gebruik van!
Tip! Per 1 januari 2019 is de houdsterverliesregeling afgeschaft. Er geldt een overgangsregeling. De wijzigingen gaan ook gelden voor houdster- en financieringsverliezen die onder deze regeling vallen. Ook deze verliezen zijn dus tot een bedrag van €1 miljoen volledig en daarboven slechts tot een bedrag van 50% van de belastbare houdster- of financieringswinst verrekenbaar. Daarbij blijft de regel gelden dat deze slechts verrekenbaar zijn met houdster- of financieringswinsten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-31T14:53:15+01:0031 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verliezen verrekenen: wat verandert er per 1 januari 2022?

  • Voorschot UWV niet op eigenrisicodrager WGA verhalen

Voorschot UWV niet op eigenrisicodrager WGA verhalen

Vanwege de achterstanden bij de geneeskundige keuringen heeft het UWV aan (ex-)werknemers van werkgevers die eigenrisicodrager voor de WGA zijn, voorschotten verleend in afwachting van een beslissing op de WIA-aanvraag. Vervolgens zijn deze voorschotten doorbelast aan de WGA-eigenrisicodrager. Dit is echter niet toegestaan volgens de rechtbank in Roermond.

De WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) kent twee uitkeringen: de WGA voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten en de IVA-uitkering voor volledig arbeidsongeschikten.

Bezwaar tegen toerekening voorschotten WGA
Bij de rechtbank in Roermond is er geprocedeerd over de vraag of het UWV de uitbetaalde voorschotten aan (ex-)werknemers mag doorbelasten aan de WGA-eigenrisicodrager, de (ex-)werkgever dus. Dat mag niet, aldus de rechtbank.

Ontbreken wettelijke grondslag
De rechtbank Roermond bepaalde in de zaak dat het UWV een wettelijke grondslag moet kunnen aanwijzen waarop de betalingsverplichtingen voor de (ex-)werkgever, tevens eigenrisicodrager WGA, worden gebaseerd. Deze grondslag moet ondubbelzinnig uit de wet voortvloeien en daarvan is waar het gaat om de toegekende WGA-voorschotten geen sprake. Ook ontbreekt een wettelijke bepaling die een voorschot op een WIA-uitkering gelijkstelt met een WIA-uitkering.

Schade door het UWV
De WGA-eigenrisicodrager was in deze zaak van mening dat zij schade heeft geleden door de in haar ogen onrechtmatige toerekenbesluiten van de voorschotten van het UWV. Die schade wil zij vergoed zien. Er is onder andere schade geleden omdat de WGA-eigenrisicodrager administratieve werkzaamheden heeft moeten verrichten om alle individuele toerekenbesluiten te verwerken en het UWV daarop te antwoorden. De rechtbank gaat hierin mee door te oordelen dat het niet op voorhand onaannemelijk is dat de WGA-eigenrisicodrager deze gestelde schade geleden heeft.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-31T14:33:35+01:0031 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorschot UWV niet op eigenrisicodrager WGA verhalen

  • Strenge eisen Milieulijst niet altijd fataal

Strenge eisen Milieulijst niet altijd fataal

Als je milieuvriendelijk investeert, kun je in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en voor de Vamil (willekeurige afschrijving milieu-investeringen). Voor deze faciliteiten gelden vaak zeer specifieke eisen. Die mogen echter niet onevenredig zwaar uitpakken, aldus de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

MIA
Als een bedrijfsmiddel voor de MIA in aanmerking komt, betekent dit dat je een percentage van de aanschafprijs extra mag afschrijven. Het percentage hangt af van het bedrijfsmiddel. Dit jaar zijn de percentages 13,5%, 27% en 36%, volgend jaar worden ze verhoogd naar 27%, 36% en 45%.

Vamil
Een bedrijfsmiddel waarop je de Vamil kunt toepassen, kun je willekeurig voor 75% afschrijven. Dat kan desgewenst al in het eerste jaar. Op het restant van de aanschafprijs schrijf je normaal af. De Vamil levert je een liquiditeits- en rentevoordeel op.

Let op! Je mag op een bedrijfsmiddel de MIA en/of de Vamil toepassen als het bedrijfsmiddel op de Milieulijst staat.

Specifieke eisen
De bedrijfsmiddelen op de Milieulijst moeten vaak aan erg specifieke eisen voldoen. Die zijn vaak bedoeld om ervoor te zorgen dat de milieuwinst van het bedrijfsmiddel overeenkomt met de bedoeling van de wetgever. Soms zijn de eisen echter onverklaarbaar.

Stalontwerpcertificaat te laat afgegeven
In een zaak die eerder diende voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant had een agrariër fors geïnvesteerd in milieuvriendelijke varkensstallen. Hiervoor was vereist dat een stalontwerpcertificaat diende te zijn afgegeven vóórdat de investering werd aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de organisatie die de Milieulijst uitvoert. Helaas was het certificaat niet tijdig afgegeven, wat de agrariër op een flinke naheffing kwam te staan.

Wat is het nut ervan?
De rechter stelde dat de eis inzake de tijdige aanlevering van het stalontwerpcertificaat gebaseerd was op de Milieulijst. Dit is geen wet in formele zin. De inspecteur kon ter zitting niet duidelijk maken wat het nut is van de eis inzake het certificaat. Omdat de agrariër verder voldeed aan alle eisen inzake de MIA en Vamil, kende de rechter de faciliteiten toch toe.

Evenredigheidsbeginsel
Volgens de rechter woog het financiële belang van de agrariër namelijk ruimschoots op tegen het doel van de eis inzake het stalontwerpcertificaat. Toepassing van het evenredigheidsbeginsel betekende dan ook dat de fiscus in het ongelijk werd gesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-27T09:11:54+02:0027 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Strenge eisen Milieulijst niet altijd fataal

  • Tijdens vakantie ook recht op doorbetaling overuren

Tijdens vakantie ook recht op doorbetaling overuren

Moeten overuren en ook de onregelmatigheidstoeslag tijdens de vakantie worden doorbetaald? Ja, zo zegt het gerechtshof Den Haag. Het gerechtshof gaat uit van een ruim loonbegrip.

In een zaak die eerder bij het gerechtshof Den Haag speelde stond de vraag centraal of tijdens de vakantie van chauffeurs ook het loon over de overuren betaald moest worden. Een chauffeur maakte gedurende meerdere jaren op maandelijkse basis veel overuren. Deze overuren vormden een aanzienlijk deel van haar salaris. Ze was daarom van oordeel dat deze overuren (inclusief de onregelmatigheidstoeslag) ook tijdens de opname van vakantie moesten worden doorbetaald. De werkgever kon zich hier niet in vinden en bracht hiertegen in dat ze niet verplicht was over te werken maar hierin een keuze had.

Ruim loonbegrip
Het gerechtshof Den Haag gaat uit van een ruim loonbegrip. Dit vanuit de gedachte dat een werknemer de gelegenheid moet hebben van zijn werkinspanningen te herstellen gelet op de zogeheten recuperatiefunctie die inherent is aan de opname van vakantiedagen. Tevens moet hij er niet van worden weerhouden vakantie op te nemen omdat hij als gevolg daarvan een lager salaris ontvangt. De werkgever verwees in deze situatie uitdrukkelijk naar het ontbreken van een verplichting tot overwerk in de arbeidsovereenkomst. Het gerechtshof gaat hier niet in mee. Verplichtingen kunnen immers ook volgen uit een mondelinge overeenkomst of een overeenkomst die stilzwijgend tot stand komt. De werkneemster in kwestie had jarenlang fors overgewerkt. De werkgever had deze situatie laten ontstaan en laten voortbestaan en had door deze handelwijze dus ingestemd met het maken van overuren.

Noodzaak tot overwerken
Daarbij zorgde ook de wijze van inroosteren voor een noodzaak tot overwerken. Dit omdat de werkneemster immers niet halverwege het verrichten van de werkzaamheden kon stoppen omdat zij al aan haar gebruikelijke arbeidsuren per dag zat. Het gerechtshof acht niet van belang dat andere werknemers andere afspraken hebben gemaakt met de werkgever. Het gaat immers om de afspraken tussen de werknemer in kwestie en de werkgever.

Dat ze de vrijheid had om met de werkgever af te spreken dat zij geen of minder overuren (meer) wilde maken, doet niet af aan het feit dat zij op basis van de bestaande (stilzwijgende) afspraken deze overuren wel maakte. Kortom, tijdens vakantie had ze ook recht op doorbetaling van overuren op basis van het gemiddelde van de gemaakte overuren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-26T09:17:19+02:0026 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Tijdens vakantie ook recht op doorbetaling overuren

  • Wijzigingen 2022 in belastingheffing eigen woning

Wijzigingen 2022 in belastingheffing eigen woning

Ook rond de eigen woning vindt volgend jaar een aantal wijzigingen in de belastingheffing plaats. Dit staat te lezen in het Belastingplan dat op Prinsjesdag bekend is gemaakt.

Aftrek hypotheekrente verder beperkt
Vanaf 2022 kan de hypotheekrente nog maar worden afgetrokken tegen een tarief van maximaal 40%. Momenteel is dat nog tegen maximaal 43%. Alleen degenen met een belastbaar inkomen van €69.398 of meer worden hierdoor getroffen.

Eigenwoningforfait daalt
Woningeigenaren moeten jaarlijks een percentage van de WOZ-waarde van de woning bij hun inkomen tellen, het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit jaar bedraagt het eigenwoningforfait voor de meeste woningen 0,5%, volgend jaar 0,45%.

Let op! Voor woningen met een WOZ-waarde van meer dan €1.100.000 bedraagt het eigenwoningforfait over het meerdere van de WOZ-waarde boven €1.100.000 2,35%. Dit blijft in 2022 ongewijzigd.

Netto effect verschillend
Wat het lagere eigenwoningforfait per saldo oplevert, verschilt per belastingplichtige. Gemiddeld stegen de woningprijzen in 2020 namelijk 7,8%, maar dit percentage verschilt sterk per gemeente en per type woning.

Vermindering ‘Hillen-aftrek’
Betaal je geen of weinig rente omdat je een geringe hypotheekschuld hebt, dan is de eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare hypotheekrente. Je hebt dan recht op een extra aftrek omdat je geen of een kleine eigenwoningschuld hebt. Dit wordt ook wel Hillen-aftrek genoemd. In 2022 heb je nog recht op een aftrek van 86,67% van het verschil tussen de eigenwoningforfait en de aftrekbare hypotheekrente. Dit jaar was dat nog 90%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-26T08:59:57+02:0026 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijzigingen 2022 in belastingheffing eigen woning

  • Vereenvoudiging BTW-regels voor EU-ondernemer

Vereenvoudiging BTW-regels voor EU-ondernemer

Voor afstandsverkopen kunnen ondernemers tegenwoordig voor de BTW gebruik maken van het OSS-systeem (One Stop Shop). De Belastingdienst gaat dit systeem voor buitenlandse ondernemers die in Nederland afstandsverkopen hebben, vereenvoudigen.

Wijziging BTW op afstandsverkopen
Dit jaar is op 1 juli het systeem van BTW op afstandsverkopen gewijzigd. Er geldt nog maar één omzetdrempel van €10.000 per kalenderjaar. Ondernemers met een omzet boven de €10.000 dienen BTW te berekenen van het EU-land waaraan men goederen of digitale diensten levert.

OSS-systeem
Om administratieve lasten te beperken, kunnen ondernemers bij afstandsverkopen, zoals via een webshop, gebruik maken van het éénloketsysteem (One Stop Shop) van de Belastingdienst. Hiermee kan de BTW-aangifte over verkopen aan particulieren in andere EU-landen worden gedaan. Dit systeem voorkomt dat in ieder EU-land apart BTW-aangifte moet worden gedaan.

Wijziging voor negatieve aangifte
Het kan voorkomen dat een buitenlandse ondernemer meer BTW uit Nederland terugkrijgt dan hij moet afdragen. Bijvoorbeeld wanneer hij in het tijdvak veel retouren heeft. Bekend is gemaakt dat in die gevallen de buitenlandse ondernemer geen apart teruggaveverzoek hoeft in te dienen. De versoepeling heeft terugwerkende kracht tot 1 juli van dit jaar.

Let op! Dit betekent dat de Nederlandse Belastingdienst een negatieve OSS-aangifte als teruggaveverzoek in aanmerking zal nemen. Dit scheelt de buitenlandse leverancier dus de administratieve rompslomp van een apart teruggaveverzoek.

Nog niet in hele EU
De toezegging is nog niet in alle andere EU-landen gedaan. Dat wil zeggen dat Nederlandse ondernemers bij een negatief BTW-bedrag zelf moeten uitzoeken of in het betreffende EU-land een teruggaveverzoek moet worden gedaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-25T16:17:09+02:0025 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vereenvoudiging BTW-regels voor EU-ondernemer

  • Wetsvoorstel lenen bij eigen BV aangehouden

Wetsvoorstel lenen bij eigen BV aangehouden

Het kabinet heeft de behandeling van het wetsvoorstel ‘Excessief lenen bij de eigen vennootschap’ voorlopig opgeschort. Staatssecretaris Vijlbrief heeft dit aan de Tweede Kamer laten weten.

Excessief lenen bij de eigen vennootschap
Het kabinet wil met ingang van 2023 het lenen bij de eigen BV aan banden leggen. Daarom is een wetsvoorstel ingediend om leningen van meer dan €500.000 bij de eigen BV te belasten in box 2. Naast deze lening mag ook nog een hypothecaire lening bij de eigen BV worden afgesloten voor een eigen woning.

Herziening box 3
Het kabinet wil de behandeling van het wetsvoorstel aanhouden vanwege de herziening van de belasting op vermogen in box 3. Het kabinet heeft al langer het voornemen om het vermogen in box 3 te belasten op basis van het werkelijk behaalde rendement.

Vermogen in box 1
De staatssecretaris noemt in zijn brief ook het vermogen dat in box 1 wordt belast, zoals het vermogen van een eenmanszaak. Het idee is om de verschillende behandeling van vermogens in één discussie te betrekken.

Uitstel ingangsdatum?
Uit de brief valt niet op te maken of dit ook betekent dat de ingangsdatum van het wetsvoorstel wijzigt. De wet zou op 1 januari 2023 moeten ingaan, wat betekent dat excessieve leningen die uiterlijk op 31 december 2023 nog bestaan, belast worden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-22T12:41:59+02:0022 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wetsvoorstel lenen bij eigen BV aangehouden

  • Coronamaatregelen: wat is gestopt en wat niet?

Coronamaatregelen: wat is gestopt en wat niet?

Vanaf 1 oktober 2021 is het generieke deel van het steunpakket in verband met de Coronacrisis stopgezet. Zo zijn de regelingen NOW, TVL, TOZO en TONK en diverse belastingmaatregelen vanaf die datum niet meer verlengd. Op onderdelen loopt de steun nog door en zijn nieuwe maatregelen bekendgemaakt.

Nieuwe steunmaatregelen: horeca en boekhandels
Voor een paar sectoren is een aantal nieuwe maatregelen bekendgemaakt. Horecaondernemers die getroffen worden door de verplichte nachtsluiting tussen 0.00 en 6.00 uur kunnen in het vierde kwartaal 2021 een beroep doen op de nieuwe regeling Vaste Lasten Nachtsluiting Horeca (VLN). Voorwaarden zijn onder meer dat de ondernemer minimaal 50% minder omzet maakt dan in het vierde kwartaal 2019 én dat de ondernemer in het tweede en derde kwartaal 2021 de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) kreeg. Het streven is om de aanvraag voor de VLN in de tweede helft van november open te stellen.

Vanaf 22 september tot en met 15 november 2021 kunnen fysieke boekhandels een vergoeding voor distributiekosten aanvragen met een beroep op een impulsregeling via het portaal van de Koninklijke Boekverkopersbond. Over een tweede steunmaatregel, een garantiefonds om de boekhandels de ruimte te bieden om hun aanbod weer breed in te kunnen kopen, wordt later nog meer bekendgemaakt.

Toch nog uitstel van betaling vanaf 1 oktober 2021
De mogelijkheid om uitstel van betaling in verband met de Coronacrisis te vragen is per 1 oktober 2021 vervallen. Ondernemers die echt nog niet in staat zijn om de belastingen die opkomen vanaf 1 oktober op tijd te betalen, kunnen tot en met 31 januari 2022 alsnog uitstel van betaling hiervoor vragen. Voorwaarden zijn onder meer dat de ondernemer tot 1 oktober al uitstel van betaling in verband met de Coronacrisis had en dat de onderneming levensvatbaar is. Verder moeten de betalingsproblemen tijdelijk van aard zijn, veroorzaakt zijn door de Coronacrisis en op een bepaald tijdstip zijn opgelost.

Let op! Als de totale belastingschuld €20.000 of hoger is, moet het verzoek om uitstel van betaling voorzien zijn van een verklaring van een derde deskundige. Is de totale belastingschuld lager, dan volstaat een eigen verklaring.

Bestaande steunmaatregelen
Hoewel de regeling NOW, TVL, Tozo en TONK niet verlengd zijn per 1 oktober 2021, lopen de aanvraag en afwikkeling nog wel door:

  • tot en met 26 oktober 2021 17.00 uur kunt u nog een aanvraag doen voor de TVL derde kwartaal 2021;
  • de werkelijke omzet voor de TVL eerste kwartaal 2021 moet u uiterlijk 11 november 2021, 17.00 uur doorgeven. Voor de TVL tweede kwartaal 2021 ligt deze deadline op 12 januari 2022 en voor de TVL derde kwartaal 2021 op 2 april 2022;
  • aanvragen van NOW is niet meer mogelijk. Het aanvraagloket van de definitieve berekening sluit voor de NOW eerste aanvraagperiode 2020 op 31 oktober 2021. Voor de tweede aanvraagperiode 2020 sluit dit loket op 5 januari 2022, voor de derde aanvraagperiode 2020 en de eerste, tweede en derde aanvraagperiode 2021 op 22 februari 2023.

Tip! Hoewel de NOW per 1 oktober is gestopt, kunnen werkgevers vanaf 1 oktober wel weer een beroep doen op de Regeling Werktijdverkorting (WTV).

Kredietregelingen
De volgende garantieregelingen kunnen nog aangevraagd worden tot eind 2021: Borgstelling MKB-kredieten Corona (BMKB-C), Klein Krediet Corona (KKC), krediet via Qredits tot eind 2021, Borgstelling MKB-Landbouwkredieten voor coronaoverbruggingsfinanciering (BL-C), Opengestelde Monumentenlening en Cultuur opstartlening en Cultuurvermogenslening. Garantie Ondernemersfinanciering (GO-C) kan nog tot en met 15 december 2021 aangevraagd worden.

Verlengde en gestopte belastingmaatregelen
Een aantal belastingmaatregelen blijft gelden voor het hele jaar 2021:

  • het onbelast vergoeden van de vaste reiskostenvergoeding waarop een werknemer op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had;
  • de mogelijkheid om het gebruikelijk loon aan de hand van het omzetverlies t.o.v. 2019 lager vast te stellen;
  • de verhoging van de vrije ruimte in de WKR (het percentage over de eerste € 400.000 loonsom is verhoogd van 1,7% naar 3%);
  • de goedkeuring met betrekking tot de betaalpauze voor rente en aflossing van de eigenwoninglening;
  • de vrijstelling uitkering ‘Kurzarbeitergeld’, ‘Insolvensgeld’ en ‘Arbeitslosengeld’ ontvangen door een inwoner van Nederland vanaf 11 maart 2020 tot en met 31 december 2021.

Let op! Niet verlengd, dus gestopt per 1 oktober, zijn de volgende belastingmaatregelen: het BTW-nultarief op mondkapjes, Coronavaccins en testkits, de BTW-vrijstelling voor de uitleen van zorgpersoneel en de versoepeling van administratieve verplichtingen in de loonheffingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-21T11:39:50+02:0021 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Coronamaatregelen: wat is gestopt en wat niet?