medisch

  • Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

Als een werknemer na een periode van ziekte is hersteld en binnen een periode van vier weken wederom uitvalt waarbij de reden van de uitval niet van belang is, gaat de telling van de 104-weken periode, waarin loon is verschuldigd door de werkgever gewoon, door.

Is de werknemer echter vier weken of langer hersteld voordat hij weer uitvalt, dan begint er weer een nieuwe periode van 104 weken loonbetaling, dan wel een nieuwe periode waarin recht op een Ziektewetuitkering ontstaat.

Hernieuwde  loonbetaling
Het mag voor zich spreken dat dit voor jou als werkgever een kostbare zaak is omdat je opdraait voor de loondoorbetaling bij ziekte. Zeker in situaties waarin de werknemer na bijvoorbeeld een jaar ziek te zijn geweest terugvalt in inkomen, komt het wel eens voor dat een werknemer zich beter meldt, dat vier weken of langer volhoudt, maar dan toch weer uitvalt. Feitelijk is er veelal geen sprake geweest van een echte herstelmelding.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft hier onlangs paal en perk aan gesteld. Volgens de CRvB kan een herstelmelding en het meer dan vier weken verrichten van het eigen werk, zonder medisch oordeel van een bedrijfs- of verzekeringsarts over dat herstel, niet leiden tot de conclusie dat de zieke werknemer medisch hersteld kan worden geacht. Dit betekent concreet dat er in dat geval geen nieuwe periode van 104 weken loonbetaling dan wel een nieuwe Ziektewetuitkering ontstaat.

Tip! Als je als werkgever met een dergelijke situatie wordt geconfronteerd, is het raadzaam het medisch herstel zo snel mogelijk, maar uiterlijk  binnen vier weken te laten beoordelen door een bedrijfs- of verzekeringsarts. De bedrijfs- dan wel verzekeringsarts kan dan bepalen of sprake is van een reële herstelmelding.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-10T08:35:58+01:0010 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

  • Nieuwe regels registratie medisch-specialistische zorg

Nieuwe regels registratie medisch-specialistische zorg

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft eerder aangekondigd dat per 1 januari 2022 de regels die gelden bij de registratie van medisch-specialistische zorg (MSZ) worden aangepast. De uitvoerende zorgverlener (de beroepsbeoefenaar die de zorg feitelijk levert) moet vanaf dan de zorgactiviteit registreren op zijn eigen unieke AGB-code. De nieuwe regels gelden voor alle zorgverleners die zo’n code kunnen aanvragen.

De nieuwe regels hebben als doel dat er een halt wordt toegeroepen aan de steeds stijgende zorgkosten en personeelstekorten. Om die reden wil de NZa inzichtelijker maken op welke momenten in het zorgproces de zorg wordt overgedragen door de medisch specialist aan ondersteunende zorgverleners, zoals bijvoorbeeld de physician assistant (PA) of de verpleegkundig specialist (VS).

Dat inzicht ontbreekt nu nog, omdat zorgactiviteiten doorgaans niet worden geregistreerd op degene die de zorg feitelijk verleent. Daarnaast geven de nieuwe regels meer inzicht in hoe het zorgproces ook anders, en daarmee goedkoper en efficiënter, kan worden ingericht.

Impact
Juist omdat op dit moment in de praktijk zorgactiviteiten meestal worden geregistreerd op de AGB-code van de verantwoordelijke medisch-specialist hebben de nieuwe regels een behoorlijke impact op de zorgverleners. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat hierdoor op basis van de afspraken die u heeft gemaakt met zorgverzekeraars lagere vergoedingen worden verstrekt voor de verleende zorg.

Tip! Evalueer tijdig hoe de exacte afspraken met de zorgverzekeraars luiden om te kunnen bepalen wat exact de impact is op de praktijkvoering.

Een goede voorbereiding
Om ervoor te zorgen dat er voor 1 januari 2022 kan worden voldaan aan de nieuwe regels is het noodzakelijk dat er tijdig een unieke AGB-code wordt aangevraagd voor alle ondersteunende zorgverleners die zo’n code kunnen aanvragen. Dit geldt onder meer voor de physician assistant en de verpleegkundig specialist, maar bijvoorbeeld niet voor arts-assistenten. Voor zorgverleners die niet onder de medisch-specialistische zorg, zoals huisartsen, geldt de verplichting ook niet.

Let op! De verwachting is dat de doorlooptijd van de aanvraag de komende maanden en zeker richting het einde van het jaar gaat stijgen. Wacht dus niet te lang met de aanvraag van de AGB-codes

De ICT en de werkprocessen
Naast de aanvraag van de AGB-codes en de evaluatie van de afspraken met de zorgverzekeraars is het van belang dat tijdig wordt beoordeeld of het gebruikte ICT-systeem voorziet in de mogelijkheid om alle betrokken medewerkers hun zorgactiviteiten te laten registreren op hun eigen AGB-code.

Tip! Zorg er tevens voor dat je de werkprocessen aanpast, zodat iedere betrokken zorgverlener ook daadwerkelijk zijn of haar zorgactiviteiten op zijn of haar eigen AGB-code registreert.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-23T12:06:27+02:0023 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe regels registratie medisch-specialistische zorg

  • Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

Huisartsen kenden een goed 2020, alternatieve zorg en tandartsen hadden het moeilijk
De Coronapandemie heeft in 2020 een gigantische druk gelegd op de medische zorg. Er waren echter ook positieve effecten, zoals een versnelde digitalisering en innovatie in de branche. Per saldo zijn de omzet en de winst vorig jaar gegroeid, maar door de lockdowns lopen de cijfers binnen de medische zorg nogal uiteen.
Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Grote verschillen in omzet en winst
De medische zorg heeft in 2020 een verdere groei laten zien, maar per saldo iets minder sterk dan in de voorgaande vier jaren. De omzetgroei kwam uit op bijna 6 procent, tegenover 0,6 procent voor het MKB als geheel. De groei werd iets minder breed gedragen dan in eerdere jaren: 63,8 procent van de zorgondernemers zag de omzet stabiliseren of toenemen (in 2019 was dit bijna 72 procent). De winstgroei bedroeg per saldo bijna 11 procent, maar de verschillen waren groot. Ruim 45 procent van de zorgondernemers zag de winst afnemen en 14 procent zelfs met 50 procent of meer. Daar stond tegenover dat bijna een kwart de winst met 50 procent of meer zag stijgen.

Omzet en winst over de jaren
Over de afgelopen vijf jaar zien we een redelijk stabiel verloop van de omzetontwikkeling. De jaarlijkse winststijgingen liggen elk jaar beneden het MKB-gemiddelde, met uitzondering van het Coronajaar 2020 waarin de toename van de winst met 10,5% juist iets sterker was dan MKB-gemiddeld (zie de grafiek).

Huisartsen doen het goed
Binnen de branche valt op dat vooral alternatieve zorgverleners achterblijven. Ook tandartsen presteren minder goed. Beide deelbranches moesten hun behandelingen afgelopen jaar tijdelijk staken in verband met de Coronamaatregelen. Huisartsen kenden over het algemeen juist een goed jaar, net als praktijken van fysiotherapeuten. Huisartsen hebben in april 2020 een vergoeding van 10 euro per patiënt gekregen als compensatie voor de extra kosten die huisartsenpraktijken hebben moeten maken. De extra kosten lijken hiermee veelal gedekt.

Personeelskosten relatief sterk omhoog
Net als in voorgaande jaren liepen de personeelskosten, met afstand de grootste kostenpost van een zorgorganisatie, op. De stijging van 8 procent lag ongeveer in lijn met 2019 en ook duidelijk boven het MKB-gemiddelde (lichte daling). Hierbij tekenen we wel aan dat in veel andere branches een forse NOW-steun in mindering is gebracht op de personeelskosten, waardoor het beeld enigszins vertekend is.

In de medische zorg zijn de loonkosten vorig jaar met ruim 10 procent gestegen, ten opzichte van een stijging van 3 procent voor het MKB als geheel. De post overige personeelskosten, waaronder ook de inzet van uitzendkrachten valt, is met 19 procent gedaald, na behoorlijke stijgingen in de voorgaande vier jaren.

Financiële gezondheid stabiel
De financiële positie van bedrijven in de medische zorg is vrijwel onveranderd gebleven. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating < 1 procent), is uitgekomen op 89,4. De branche doet het daarmee duidelijk beter dan het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar 83,2 procent. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche aanzienlijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-10T09:16:33+02:0010 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Winstgroei medische zorg trekt aan, grote onderlinge verschillen

  • Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Als medicus functioneer je vaak volledig zelfstandig. Toch is dit alleen onvoldoende om ook als zelfstandig ondernemer aangemerkt te kunnen worden. Daarvoor is meer nodig, aldus de rechtbank in Groningen.

Ondernemersfaciliteiten
Ook medici presenteren zich fiscaal vaak graag als zelfstandig ondernemer vanwege de hiervoor geldende fiscale faciliteiten. Met name de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek leveren een behoorlijke vermindering van de belastingdruk op.

Ondernemer ja of nee?
Voor medici die niet in loondienst zijn, is het vaak de vraag of de verrichte werkzaamheden al dan niet kwalificeren als winst uit onderneming. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een scala aan factoren. Met name is van belang of er voldoende ondernemersrisico gelopen wordt en hoeveel opdrachtgevers er zijn.

Nevenwerkzaamheden onvoldoende
In bovengenoemde zaak was een kaakchirurge in dienstbetrekking bij een ziekenhuis. Daarnaast verrichtte zij voor eigen rekening invalwerkzaamheden bij een aantal andere ziekenhuizen. Hiervoor presenteerde zij zich fiscaal als ondernemer, maar de fiscus en ook de rechter gingen hier niet in mee. De werkzaamheden en winst, variërend van €8.415 tot €16.924, waren hiervoor onvoldoende.

Resultaat uit werkzaamheid
Zo bleek dat de kaakchirurge slechts aan nieuwe opdrachten kwam door in het medische circuit aan te geven dat ze in de markt was voor praktijkwaarnemingen. De rechter achtte dit onvoldoende en besliste dat de neveninkomsten belast dienden te worden als ‘resultaat uit werkzaamheid’. In dat geval zijn de ondernemersfaciliteiten niet van toepassing.

Totaalplaatje
De uitspraak maakt duidelijk dat de rechter bij twijfel kijkt naar het totaalplaatje. Ondernemersrisico, waaronder het debiteurenrisico, de omvang van de inkomsten, het aantal opdrachtgevers, het totaal aan investeringen en het beperkte streven naar continuïteit leidden in deze zaak tot de conclusie dat er van een onderneming geen sprake was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-19T09:17:22+02:0019 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?
  • Kan een werkgever een mondkapje verplicht stellen?

Kan een werkgever een mondkapje verplicht stellen?

Kan een werkgever, om te voldoen aan zijn zorgplicht, het dragen van een niet-medisch mondkapje verplicht stellen? En wie betaalt dat dan? En wat als een werknemer geen mondkapje wil dragen?

De werkgever heeft een wettelijke zorgplicht. Dat houdt in dat hij moet zorgen voor een veilige werkomgeving voor de medewerkers. Ook is hij op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht een arbeidsomstandighedenbeleid te voeren en daarin aandacht te besteden aan de risico’s op de werkvloer. Het basisdocument hiervoor is de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Ook daarin moet aandacht worden geschonken aan de maatregelen in verband met Corona.

Voldoen aan de zorgplicht
Om te voldoen aan de zorgplicht kan de werkgever het dragen van een niet-medisch mondkapje verplicht stellen. De werkgever heeft immers ook een instructierecht. Dit instructierecht houdt in dat de werkgever aanwijzingen kan geven over de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de arbeid moet worden verricht. Wel geldt dat het moet gaan om redelijke voorschriften. Indien het bijvoorbeeld niet mogelijk is op de werkvloer genoeg afstand te houden, zoals in een supermarkt met smalle gangpaden, dan kan het redelijk zijn een mondkapje verplicht te stellen.

Wie betaalt het mondkapje?
Indien de werkgever het dragen van een niet-medisch mondkapje verplicht stelt, moet de werkgever mondkapjes beschikbaar stellen of de mogelijkheid bieden om de kosten te declareren. Ook moet de werkgever duidelijke instructies geven over het gebruik ervan.

Als een werknemer geen mondkapje wil dragen
Geeft de werknemer geen gehoor aan het verzoek van de werkgever om mondkapjes te dragen op de werkvloer, dan kan zijn werkgever hem naar huis sturen om daar te gaan werken. Betreft het een werknemer die vanwege de aard van zijn werkzaamheden niet kan thuiswerken, dan kan het gedrag van de werknemer aanleiding vormen voor de werkgever om een disciplinaire maatregel op te leggen, zoals een waarschuwing of het stoppen van de loonbetaling. Dit is uiteraard een uiterste middel. Het blijft altijd van belang om met elkaar in gesprek te gaan.

Medische belemmeringen voor het dragen
Er zijn werknemers die om gezondheidsredenen geen (of niet langdurig) een mondkapje kunnen dragen. In dit verband kan worden gedacht aan mensen met luchtwegklachten, zoals astma of COPD. Ook kunnen werknemers in paniek raken als gevolg van het dragen van een mondkapje. Door mondkapjes op het werk te verplichten, zijn deze werknemers feitelijk niet meer geschikt voor het eigen werk. Het invoeren van een mondkapjesplicht betreft daarom maatwerk.

Instemmingsrecht OR/PVT
Aangezien het verplicht stellen van mondkapjes op de werkvloer betrekking heeft op de arbeidsomstandigheden, geldt er een instemmingsrecht voor de Ondernemingsraad (or) of de Personeelsvertegenwoordiging (pvt). Zonder instemming van de OR of PVT zal het lastig zijn een mondkapjesverplichting in te voeren.

Tip! Check of de branche een (erkende) RI&E of een Coronaprotocol heeft. Daar kunnen handvatten in staan die van toepassing zijn op jouw bedrijfssituatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-12-18T09:51:46+01:0018 december 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Kan een werkgever een mondkapje verplicht stellen?