fiscaal

  • Houd als DGA privézaken gescheiden van de BV

Houd als DGA privézaken gescheiden van de BV

Als de BV investeert en hier mee verlies lijdt, is dit in beginsel fiscaal aftrekbaar. Investeert je als DGA in privé, dan is dit niet fiscaal aftrekbaar. Daarom is het belangrijk om privé- en zakelijke investeringen goed van elkaar te scheiden.

BV of DGA?
Eerder speelde er een zaak voor de rechtbank Gelderland, waarbij de vraag aan de orde was of de gepleegde investeringen waren verricht door de BV of door de DGA in privé. Succesvolle transacties rekent men in de regel het liefst aan privé toe, zodat ze onbelast blijven. Anderzijds schrijft men eventueel geleden verliezen het liefst op het conto van de BV, zodat ze fiscaal aftrekbaar zijn.

Feiten van belang
Ook in deze zaak bleken de feiten van belang. Hieruit bleek dat de DGA van een BV waarin een handelsagentschap in schoenen werd uitgeoefend, had geïnvesteerd in een BV met vastgoed. De zaken liepen minder voorspoedig dan gehoopt, met als resultaat dat de BV van de DGA in een bepaald jaar €740.000 op de vorderingen wilde afboeken. De fiscus ging hier echter niet in mee.

Wie investeert?
Voor de rechter was met name van belang wie de investeringen had gepleegd, de BV of de DGA? Uit de stukken bleek dat de betreffende lening en de hieraan gekoppelde opties door de DGA in privé waren aangegaan.

Ook latere stortingen bleken hiermee samen te hangen. Dit leidde tot de conclusie dat de BV geen vordering had op de vastgoed-BV maar op zijn eigen DGA. Die was echter dermate vermogend, dat van afwaardering van de vordering geen sprake kon zijn. De fiscus werd daarop in het gelijk gesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-08T11:09:02+02:008 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Houd als DGA privézaken gescheiden van de BV

  • Eénloketsysteem BTW niet voor fiscale eenheid

Eénloketsysteem BTW niet voor fiscale eenheid

Vanaf 1 juli dit jaar gaat de nieuwe EU-BTW-richtlijn voor e-commerce gelden en komen er nieuwe regels voor de BTW. De nieuwe regeling bevat ook het éénloketsysteem (of OSS-systeem). Inmiddels is echter bekend geworden dat fiscale eenheden hiervan geen gebruik kunnen maken.

Uitleg OSS-systeem
Het OSS-systeem (One Stop Shop) kan gebruikt worden wanneer e-commerce diensten en afstandsverkopen aan consumenten en ondernemers die geen BTW-aangifte doen en wonen in andere lidstaten van de EU, samen een omvang hebben van meer dan €10.000. Komen de afstandsverkopen boven dit bedrag uit, dan berekent de ondernemer de BTW van het land waar de afnemer woont. De ondernemer moet de BTW daar ook afdragen en er aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor het OSS-systeem. In dit systeem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde BTW aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst.

Werkmaatschappij
Zoals eerder gezegd kan een fiscale eenheid dus niet deelnemen aan de OSS. Ondernemingen die deel uitmaken van een fiscale eenheid kunnen zich daarentegen wel aanmelden voor het OSS-systeem. Inschrijving vindt namelijk plaats op het niveau van de werkmaatschappij met het BTW-identificatienummer van de werkmaatschappij dat de leveringen verricht. Op de vraag of de aanvrager onderdeel is van een fiscale eenheid moet men het antwoord ‘nee’ invullen.

Let op! Zijn er meerdere onderdelen binnen de fiscale eenheid die leveringen verrichten, dan moet men deze afzonderlijk registreren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-17T15:45:44+02:0017 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eénloketsysteem BTW niet voor fiscale eenheid

  • Steunpakket met drie maanden verlengd: wat wijzigt er?

Steunpakket met drie maanden verlengd: wat wijzigt er?

De financiële steunmaatregelen aan bedrijven die vanwege Corona in moeilijkheden verkeren, worden ook de komende maanden voortgezet (tot en met september). Bovendien mogen belastingschulden op een later moment en in een langzamer tempo worden afgelost. Dit heeft het kabinet donderdag 27 mei bekendgemaakt.

Steunmaatregelen
De steunmaatregelen worden ook in het derde kwartaal van 2021 vrijwel ongewijzigd voortgezet. Zo blijven de loonkosten voor maximaal 85% gecompenseerd via de NOW en de vaste lasten voor maximaal 100% via de TVL. Ook de TOZo en TONK worden via de gemeenten gecontinueerd.

Wijzigingen NOW
De referentiemaand voor de NOW wordt wel gewijzigd. Voor de NOW 4 voor de periode juli t/m september 2021 geldt nu februari 2021 als referentiemaand in plaats van juni 2020, aangezien deze maand een beter beeld van de loonsom geeft.

Wijziging TVL
Een andere wijziging betreft de TVL door deze vanaf de NOW 3, dus vanaf oktober 2020, niet meer mee te tellen als omzet voor de NOW. Hierdoor valt de NOW hoger uit. Voor wat betreft de TVL zelf is het maximum voor grote bedrijven voor het tweede kwartaal van 2021 verhoogd van €600.000 naar €1.200.000. Verder zijn de opslagen voor de horeca en reisbranche vanaf het tweede kwartaal van 2021 vervallen. De opslag voor de land- en tuinbouwbranche blijft in het tweede en derde kwartaal van dit jaar wel bestaan.

Aflossen belastingschulden versoepeld
Ook is besloten het aflossen van opgebouwde belastingschulden te versoepelen. Deze hoeven pas vanaf 1 oktober 2022 afgelost te worden in plaats van 1 oktober van dit jaar. De schulden mogen bovendien in vijf jaar worden afgelost in plaats van in drie jaar. Wel moet vanaf 1 januari 2022 rente worden betaald over deze schulden. Vanaf 1 januari 2022 is het tarief 1%, in stapjes oplopend naar 4% vanaf 2024.

Overige fiscale maatregelen ook voortgezet
Ook de overige fiscale tegemoetkomingen, zoals de onbelaste reiskostenvergoeding bij thuiswerken en de tegemoetkoming bij een betaalpauze voor de hypotheek, worden voortgezet tot 1 oktober van dit jaar. Dit geldt niet voor de versoepeling van het urencriterium.

Kredietfaciliteiten
Ook de meeste kredietfaciliteiten worden voortgezet, in beginsel tot 31 december van dit jaar. Uitzondering is de herverzekering van leverancierskrediet. Deze faciliteit wordt na 30 juni van dit jaar beëindigd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-01T09:30:12+02:001 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Steunpakket met drie maanden verlengd: wat wijzigt er?

  • Scholingskosten in 2022? Gebruik het nieuwe STAP-budget

Scholingskosten in 2022? Gebruik het nieuwe STAP-budget

Per 1 januari 2022 treedt de subsidieregeling STAP-budget in werking. Dan wordt ook de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven afgeschaft. Kosten voor scholing komen dan niet meer in aftrek bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting 2022. In plaats daarvan kun je dus een beroep doen op de nieuwe subsidieregeling.

Let op! De definitieve subsidieregeling STAP-budget wordt rond de zomer van 2021 verwacht.

Subsidieregeling
De STAP-budget regeling is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen mensen aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Ook kosten voor een procedure waarbij eerder opgedane competenties worden erkend (EVC-procedure) komen in aanmerking. Jaarlijks is €218 miljoen beschikbaar waarmee minimaal 100.000 mensen aanspraak kunnen maken op een persoonlijk ontwikkelbudget. Werkenden en niet-werkenden kunnen maximaal €1.000 (inclusief BTW) budget aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het budget kan een aanvulling zijn op andere tegemoetkomingen van bijvoorbeeld werkgever, gemeente of UWV.

Aanvraag indienen
Het beschikbare bedrag wordt verdeeld over zes tijdvakken per jaar. Per tijdvak kan een aanvraag worden ingediend met een online aanvraagformulier. Is het beschikbare bedrag voor een bepaald tijdvak uitgeput? Dan worden reeds ingediende aanvragen doorgeschoven naar het eerstvolgende tijdvak.

Tip! Wees op tijd met het aanvragen van het STAP-budget. De aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

Scholingsactiviteiten
De scholingsactiviteiten die voor subsidiëring in aanmerking komen, worden opgenomen in een scholingsregister. Dat register wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden. Het gaat om:

  • een opleiding of training dat door een erkend instituut wordt verzorgd en opleidt tot een bepaalde kwalificatie;
  • een EVC-procedure, uitgevoerd door een EVC-aanbieder;
  • bedrijfsopleidingen, cursussen of trainingen.

Gaat het om een meerjarige scholingsactiviteit? Dan moet het budget per opleidingsjaar worden aangevraagd en toegekend.

Voorwaarden
De aanvrager van een STAP-budget:

  • is een (familielid van een) burger van de EU;
  • moet tussen de 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd zijn;
  • moet in de afgelopen twee jaar minimaal zes maanden volksverzekerd zijn (bijvoorbeeld AOW, ANW, WLZ);
  • ontvangt geen studiefinanciering of lerarenbeurs;
  • mag maximaal één keer per jaar STAP-budget aanvragen;
  • volgt een scholingsactiviteit van een erkende STAP-aanbieder;
  • start de scholingsactiviteit binnen zes maanden na sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de aanvraag is ingediend.

Let op! Het is wel de bedoeling dat de scholing wordt afgerond. Anders kan de ontvangen subsidie worden teruggevorderd.

Tip! Maak in de aangifte inkomstenbelasting 2020 en 2021 nog gebruik van de dan nog geldende fiscale aftrek scholingskosten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-28T09:11:45+02:0028 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Scholingskosten in 2022? Gebruik het nieuwe STAP-budget

  • Eropuit met de camper? Houd het rijden ook fiscaal leuk!

Eropuit met de camper? Houd het rijden ook fiscaal leuk!

Ben je van plan om deze zomer in Nederland met een camper op vakantie rond te toeren? En wil je er een aanschaffen of huren? Let dan op de mogelijke fiscale gevolgen die het rijden in een camper een stuk minder leuk kunnen maken. Laat je dus vooraf goed informeren!

Motorrijtuigenbelasting (MRB)
Een camper komt op verzoek in aanmerking voor het bijzondere tarief MRB. Fiscaal is sprake van een camper wanneer de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen, is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid en voldoet aan de inrichtingseisen. De aantekening ‘kampeerauto’ op het kentekenbewijs of -card is niet voldoende. Zo moet de ruimte bijvoorbeeld een slaapplaats voor ten minste twee personen hebben, vaste en afsluitbare opbergruimten en een vaste kookgelegenheid. Het bijzondere tarief MRB voor een camper over een tijdvak van drie maanden is een kwart van de personenautobelasting (kwarttarief) of de helft van de personenautobelasting (halftarief).

Verhuur camper
Het kwarttarief geldt bij particulier gebruik. Bij bedrijfsmatige verhuur van de camper geldt het halftarief. Ook wanneer de camper tijdelijk op naam van de huurder staat. In dat geval betaalt de huurder het halftarief.

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM)
Over de aankoop van een nieuwe camper in Nederland of de invoer van een gebruikt model uit het buitenland is BPM verschuldigd. Ook voor de BPM moet de camper aan bepaalde inrichtingseisen voldoen om fiscaal als camper te kwalificeren. Zo moet de binnenruimte bijvoorbeeld zijn voorzien van minimaal twee vaste zitplaatsen, een tafel en slaapplaatsen voor ten minste twee personen.

Buitenlandse camper huren en BPM
Het als inwoner van Nederland rijden in een camper met buitenlands kenteken geldt als import van een camper. Dat betekent dat BPM verschuldigd is. Als die niet betaald is, kan daar bovenop een boete worden opgelegd van maximaal 100% van de verschuldigde BPM.

Vrijstelling kortstondig gebruik
Rijd je maximaal twee weken als Nederlander in een camper met buitenlands kenteken, dan is vrijstelling van BPM en MRB mogelijk. De vrijstelling geldt binnen een periode van twaalf maanden voor maximaal twee aaneengesloten weken voor de aanvrager inclusief zijn thuiswonende gezinsleden.

Let op! De vrijstelling moet vooraf middels een formulier bij de Belastingdienst worden aangevraagd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-12T10:56:54+02:0012 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Eropuit met de camper? Houd het rijden ook fiscaal leuk!
  • Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK.

IACK
De IACK bedraagt dit jaar in beginsel 11,45% van het arbeidsinkomen boven €5.153, met een maximum van €2.815. Je moet wel ten minste €5.153 verdienen of, wanneer je ondernemer bent, recht hebben op de zelfstandigenaftrek.

Voorwaarden IACK
Verder gelden voor de IACK in 2021 de volgende voorwaarden:

  • je hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2008 en in 2021 minstens 6 maanden is ingeschreven op jouw woonadres. Ben je co-ouder, dan mag het kind ook zijn ingeschreven op het adres van je ex;
  • je hebt geen fiscale partner of je hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of je hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én je verdient minder dan je fiscale partner.

Wanneer ben je co-ouder?
Je bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week.

Verdeling zorg
Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Niet alleen overdag
Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van één jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Dagdeel
Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen meetellen. Of de rechter deze uitleg onderschrijft, is nog onzeker.

Tip! Wil je op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij je je kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip! Heb je twee of meer jonge kinderen met je ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoe je beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. Je hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-22T11:51:34+02:0022 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?
  • Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Als medicus functioneer je vaak volledig zelfstandig. Toch is dit alleen onvoldoende om ook als zelfstandig ondernemer aangemerkt te kunnen worden. Daarvoor is meer nodig, aldus de rechtbank in Groningen.

Ondernemersfaciliteiten
Ook medici presenteren zich fiscaal vaak graag als zelfstandig ondernemer vanwege de hiervoor geldende fiscale faciliteiten. Met name de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek leveren een behoorlijke vermindering van de belastingdruk op.

Ondernemer ja of nee?
Voor medici die niet in loondienst zijn, is het vaak de vraag of de verrichte werkzaamheden al dan niet kwalificeren als winst uit onderneming. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een scala aan factoren. Met name is van belang of er voldoende ondernemersrisico gelopen wordt en hoeveel opdrachtgevers er zijn.

Nevenwerkzaamheden onvoldoende
In bovengenoemde zaak was een kaakchirurge in dienstbetrekking bij een ziekenhuis. Daarnaast verrichtte zij voor eigen rekening invalwerkzaamheden bij een aantal andere ziekenhuizen. Hiervoor presenteerde zij zich fiscaal als ondernemer, maar de fiscus en ook de rechter gingen hier niet in mee. De werkzaamheden en winst, variërend van €8.415 tot €16.924, waren hiervoor onvoldoende.

Resultaat uit werkzaamheid
Zo bleek dat de kaakchirurge slechts aan nieuwe opdrachten kwam door in het medische circuit aan te geven dat ze in de markt was voor praktijkwaarnemingen. De rechter achtte dit onvoldoende en besliste dat de neveninkomsten belast dienden te worden als ‘resultaat uit werkzaamheid’. In dat geval zijn de ondernemersfaciliteiten niet van toepassing.

Totaalplaatje
De uitspraak maakt duidelijk dat de rechter bij twijfel kijkt naar het totaalplaatje. Ondernemersrisico, waaronder het debiteurenrisico, de omvang van de inkomsten, het aantal opdrachtgevers, het totaal aan investeringen en het beperkte streven naar continuïteit leidden in deze zaak tot de conclusie dat er van een onderneming geen sprake was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-19T09:17:22+02:0019 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?
  • Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld

Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld

De versoepeling van het urencriterium vanwege Corona gaat niet alsnog gelden voor het laatste kwartaal van 2020. Dit antwoordt staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen.

Urencriterium
Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben recht op een aantal fiscale faciliteiten als ze aan het urencriterium voldoen. Dit betekent dat ze minstens 1.225 uur per jaar in hun bedrijf werkzaam moeten zijn en minstens de helft van hun werkzame tijd aan hun bedrijf besteden.

Versoepeling urencriterium
Vanwege Corona is het urencriterium zowel vorig jaar als dit jaar versoepeld. Bepaald is dat ondernemers ervan uit mogen gaan dat ze in de periode maart t/m september 2020 24 uren per week in hun bedrijf hebben gewerkt, ook als dit vanwege Corona in werkelijkheid niet het geval was. Ook voor de eerste helft van dit jaar geldt deze versoepeling.

Niet verder versoepelen
In antwoord op Kamervragen heeft staatssecretaris Vijlbrief aangegeven de voorwaarde niet verder te willen versoepelen. Onder meer vanwege de lockdownmaatregelen voor sommige branches, werkten ook in het laatste kwartaal van 2020 veel ondernemers niet of minder in hun bedrijf. Vijlbrief wil de versoepeling echter niet uitbreiden, om te voorkomen dat dan ook ondernemers die normaal gesproken niet voor de faciliteiten in aanmerking komen, er dan toch gebruik van kunnen maken.

Andersoortige werkzaamheden
De staatssecretaris wijst erop dat ondernemers ook andere werkzaamheden in hun bedrijf kunnen uitoefenen om daarmee aan het urencriterium te voldoen. Hij noemt onder meer onderhoud plegen, het onderhouden van de website en het bijhouden van de administratie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-16T10:41:45+02:0016 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld
  • Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege Corona werkt Nederland zoveel mogelijk thuis. Maar kun je als werkgever het personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Is thuis fiscaal gezien een werkplek?

Voor het antwoord op bovenstaande vraag is allereerst van belang of de werknemer thuis een ruimte heeft die fiscaal als ‘werkplek’ aangemerkt kan worden. Er moet dan sprake zijn van een eigen in- of opgang met eigen sanitair en je moet de werknemer voor het gebruik ervan huur betalen. Meestal is aan deze voorwaarden niet voldaan.

Mag: PC’s, mobieltjes en gereedschap
Je mag PC’s, mobieltjes, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als je in alle redelijkheid vindt dat deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag: Inrichting werkkamer
Als werkgever ben je volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van de werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat je daarom Arbovoorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen ook een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. De werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie / thee / toiletpapier
Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken is belast. Je kunt deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de werkkostenregeling.

Einde thuiswerken, wat dan?
Komt het personeel weer naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast.

Werkkostenregeling
Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kun je desgewenst onder brengen in de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld €10 per dag voor bijkomende kosten, zoals verwarming. Allereerst kun je natuurlijk kijken of je deze kosten kunt betalen onder de noemer van een belastingvrije vergoeding die je niet al geeft. Deze bestemming moet je van tevoren benoemen. Als dat niet meer mogelijk is, komt de vrije ruimte in beeld. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende word je als werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die je moet betalen voor zover je over de vrije ruimte heen schiet.

Vergoeding woon-werkverkeer
Kregen de werknemers al vóór 13 maart 2020 een onbelaste vergoeding voor het woon-werkverkeer, dan mag je die in ieder geval tot 1 april van dit jaar onbelast blijven doorbetalen. Op die manier kun je toch tegemoet komen in de extra kosten van thuis werken. Het kabinet beraadt zich op een nieuwe regeling voor thuiswerkers vanaf 1 april 2021.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-31T09:18:57+02:0031 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?
  • WBSO uiterlijk 31 maart melden

WBSO uiterlijk 31 maart melden

Heb je in 2020 WBSO aangevraagd, dan dien je uiterlijk 31 maart van dit jaar het aantal uren en eventueel de kosten te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ben je te laat, dan krijg je een boete.

WBSO
Via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) kan een fiscale subsidie verkregen worden voor innoverende activiteiten. De subsidie moet vooraf bij de RVO worden aangevraagd. Na afloop van het jaar volgt de eindafrekening.

Tegemoetkoming werkgevers
Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen voor de personeelskosten. Daarnaast kunnen ze een tegemoetkoming in de overige kosten krijgen. Voor personeelskosten en overige kosten gelden forfaits. Werkgevers kunnen hiervan echter afwijken. In dat geval moeten ze de werkelijke kosten doorgeven aan de RVO.

Aftrek zelfstandigen
Zelfstandigen die zelf innovatieve werkzaamheden uitvoeren, komen ook in aanmerking voor de WBSO, in de vorm van een aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Hiervoor is vereist dat de zelfstandige minstens 500 uren in een jaar innovatief bezig is. Haalt de zelfstandige die 500 uren niet, dan moet hij dit uiterlijk 31 maart aan de RVO doorgeven.

Correctie
Wijkt het aantal aangevraagde WBSO-uren af van de realisatie, dan ontvang je een correctie. Die kan positief of negatief uitpakken, afhankelijk van de vraag of je meer of minder uren aan innovatie hebt besteed dan gepland.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-26T10:49:04+01:0026 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor WBSO uiterlijk 31 maart melden