denhelder

  • Nieuwsbrief november 2022

Nieuwsbrief november 2022

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 november 2022, 20:00 uur.


1. Akkoord Tweede Kamer belastingplannen 2023: ondernemers en werkgevers

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen 2023. Tegelijkertijd werd nog een aantal wijzigingen op deze plannen aangenomen en werd het kabinet verzocht een aantal zaken te onderzoeken. Wat staat je op hoofdlijnen als ondernemer en/of werkgever vanaf 2023 te wachten?

Ondernemers

  • voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 2022 het laatste jaar waarin gedoteerd kan worden aan de fiscale oudedagsreserve. Voor alle tot en met 31 december 2022 opgebouwde bedragen in de FOR blijft de huidige regeling wel bestaan. Verder gaat voor hen de zelfstandigenaftrek de komende jaren in stappen omlaag tot €900 in 2027;
  • vanaf 2024 komen er voor houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, twee tarieven in box 2: 24,5% over inkomsten uit box 2 tot €67.000 en 31% over het meerdere;
  • het tarief in de vennootschapsbelasting gaat in 2023 omhoog. Tot een winst van €200.000 bedraagt het tarief 19%, daarboven 25,8%;
  • het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en energie-investeringsaftrek (EIA) wordt jaarlijks verhoogd met in totaal €150 miljoen. Ook kan op nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen vanaf 2023 willekeurig worden afgeschreven. De details van deze regeling zijn nog niet bekend;
  • de vrijstelling BPM op bestelauto’s die meer dan 10% zakelijk gebruikt worden, verdwijnt vanaf 2025. Vanaf die datum wordt de BPM berekend op basis van CO2-uitstoot. De voorgenomen verhoging van de MRB voor bestelauto’s per 2025 is van de baan;
  • ondernemers die zonnepanelen leveren/installeren, moeten vanaf 2023 rekening houden met het 0% BTW-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • al aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel of wet, is dat straks de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting en inkomstenbelasting niet meer geldt voor verhuurd vastgoed. Vanaf wanneer (de verwachting is 2024) en nadere details zijn nog niet bekend;
  • ook aangekondigd, maar nog niet vastgelegd in een wetsvoorstel, is de introductie van een maatregel in de vennootschapsbelasting, waarschijnlijk vanaf 2024. Hierdoor mogen fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) niet meer direct in vastgoed beleggen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of er fiscale belemmeringen zijn bij stopperregelingen voor agrariërs en om in de evaluatie van de BOR ook de aanpak van constructies als baby-BV’s te betrekken.

Werkgevers

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) bedraagt in 2023 over de eerste €400.000 fiscale loonsom 3%, daarboven bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Werkgevers kunnen verder een onbelaste reiskostenvergoeding geven van €0,21 per kilometer in 2023 en €0,22 per kilometer in 2024;
  • voor de werkende houder van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, verdwijnt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. Vanaf 2023 moet rekening gehouden worden met 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van 75%. De speciale regeling voor innovatieve start-ups verdwijnt vanaf 2023;
  • de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt vanaf 2024 beperkt tot de balkenendenorm (in 2022: €216.000). Voor ingekomen werknemers voor wie de 30%-regeling in het laatste loontijdvak van 2022 is toegepast, geldt een overgangsregeling tot en met 2025;
  • verder wordt de AOF-premie voor kleine werkgevers lager;
  • oorspronkelijk was nog voorgesteld om het lage-inkomensvoordeel (LIV) tijdelijk te verruimen. Bij de stemming in de Tweede Kamer is dit voorstel met betrekking tot het jaar 2023 (waarvan uitbetaling in 2024 plaatsvindt) echter geschrapt. De verruiming voor het jaar 2022 (waarvan uitbetaling in 2023 plaatsvindt), lijkt wel doorgang te vinden.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om de afschaffing van de buitenlandse partiële belastingplicht binnen de 30%-regeling en de mogelijkheid om belastingvrij een OV-abonnement te verstrekken, te onderzoeken.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


2. Belastingplannen 2023 particulieren en box 3: akkoord Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de belastingplannen voor 2023. Op een aantal onderdelen uit deze plannen zijn wijzigingen aangebracht en een aantal zaken moet nog door het kabinet nader worden onderzocht. Wat staat je als particulier te wachten en wat zijn de plannen voor box 3? De hoofdlijnen.

Particulieren

  • de eenmalige schenkingsvrijstelling met betrekking tot een woning, ook bekend als de ‘jubelton’, wordt in 2023 verlaagd en in 2024 helemaal afgeschaft. Wie in 2022 al schenkt onder de jubelton, kan dit in 2023 nog nader aanvullen. De ontvanger van deze schenking moet deze uiterlijk in 2024 in overeenstemming met het doel van de jubelton besteden;
  • het laatste tijdvak waarin een sterk wisselend inkomen gemiddeld kan worden, is 2022 tot en met 2024;
  • vanaf 2023 bedraagt de maximale periodieke giftenaftrek €250.000 per kalenderjaar. Voor periodieke giften aangegaan uiterlijk 4 oktober 2022, 16.00 uur, geldt overgangsrecht;
  • de inkomensafhankelijke combinatiekorting vervalt per 2025. Voor kinderen die uiterlijk 31 december 2024 geboren zijn, blijft deze korting wel bestaan zolang aan de voorwaarden wordt voldaan;
  • diegene (particulier of ondernemer) die onroerend goed koopt, is vanaf 2023 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd (in plaats van 8%). Dit geldt niet als het verlaagde tarief van 2% of de startersvrijstelling van toepassing is bij aankoop van een eigen woning;
  • aan diegene (particulier of ondernemer) die zonnepanelen laat installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning, wordt 0% BTW berekend.

Tip!
Bij de aanname van het belastingpakket door de Tweede Kamer is onder meer besloten om het belastingregime voor laadpalen met twee jaar te verlengen, het algemene tarief van de kansspelbelasting verder te verhogen met 0,2% tot 29,5% en de voorgestelde tariefverhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken per 1 januari 2023 te schrappen.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties aangenomen waarin het kabinet onder meer wordt verzocht om te onderzoeken of de inkomstenbelasting transparanter kan worden, bijvoorbeeld door de afbouw van heffingskortingen in de nominale belastingtarieven te verwerken. Ook is een motie aangenomen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de fiscale faciliteiten voor ANBI’s ook toe te passen voor verenigingen.

Box 3

  • vanaf 2023 geldt een nieuwe wijze van berekening van de box 3-heffing, die lijkt op de wijze waarop momenteel rechtsherstel wordt geboden voor box 3. Uitgegaan wordt van de werkelijke verdeling van het vermogen in spaargeld, overige bezittingen en schulden met elk een eigen forfaitair rendement;
  • in de nieuwe wet is een zogenaamde anti-peildatumarbitragebepaling opgenomen. Bij de aanname van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is besloten dat deze bepaling in 2024 wordt geëvalueerd;
  • het tarief in box 3 wordt in 2023 verhoogd naar 32%. In 2024 en 2025 stijgt het tarief verder naar 33%, respectievelijk 34%.

Let op!
Tijdens de stemming over de belastingplannen in de Tweede Kamer zijn verschillende moties met betrekking tot box 3 aangenomen. Hierin wordt het kabinet onder meer verzocht om te onderzoeken of de belastingheffing in de categorie ‘overige bezittingen’ meer realistisch of verfijnd vormgegeven kan worden. Verder wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken hoe een miljonairsbelasting, bijvoorbeeld door een vermogensbelasting van 1% op het box 3-vermogen, vormgegeven kan worden.

Let op!
Deze plannen moeten nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd (december 2022).


3. Massaalbezwaarplusprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt tegen box 3, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de vraag of zij recht hebben op rechtsherstel opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het EVRM
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar geoordeeld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Het oordeel van de Hoge Raad betekent dat de Belastingdienst rechtsherstel moet bieden. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans dan ook uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd forfaitair rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die op tijd bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel geboden. Voor degenen die niet (op tijd) in bezwaar kwamen, heeft het kabinet aangegeven geen rechtsherstel te bieden. Dit leidde tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve alsnog rechtsherstel te krijgen. Daarnaast werden nog veel van dit soort verzoeken verwacht. Om enorme problemen in de uitvoering te voorkomen, heeft het kabinet nu toegezegd proefprocedures te starten waarbij de uitkomst voor iedere belastingplichtige gaat gelden. Het is dus niet nodig om zelf nog in actie te komen.

Eerdere uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op verzoeken om ambtshalve rechtsherstel. Eerder oordeelde de Hoge Raad echter al dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Diverse belangen- en koepelorganisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen die nog niet aan de Hoge Raad zijn voorgelegd. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in zogenaamde proefprocedures voor te leggen aan de Hoge Raad.

Nieuwe massaalbezwaarplusprocedure
Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat op dit moment nog niet. Daarom is in het belastingpakket voor 2023 een wetswijziging opgenomen waarmee een nieuwe procedure wordt ingericht: de massaalbezwaarplusprocedure. Nadat deze wetswijziging per 1 januari 2023 in werking is getreden, zal het kabinet begin 2023 de procedure rondom de vraag of de niet-bezwaarmakers toch recht hebben op rechtsherstel, aanwijzen als massaalbezwaarplusprocedure. Het kabinet spreekt de komende tijd al verder met de belangenorganisaties over de zaken die worden voorgelegd aan de Hoge Raad.

Let op!
Het kabinet heeft toegezegd dat de uitspraak die de Hoge Raad doet op de voorgelegde zaken, straks voor iedere belastingplichtige geldt.


4. Versoepeling TEK: geen verbruiksdrempel én energiekosten verlaagd naar 7% van omzet

De voorwaarden voor de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) worden versoepeld. De energiekosten van een bedrijf moeten ten minste 7% van de omzet uitmaken in plaats van de eerder vastgestelde 12,5%. Ook is er een streep gezet door de verbruiksdrempel. Hierdoor komen meer MKB-bedrijven in aanmerking voor de TEK.

Aanpassing vanwege energiebelasting
De aanpassing van het percentage energie-intensiviteit heeft te maken met de energiebelasting. Het kabinet acht het bij nader inzien niet terecht om de energiebelasting een variabel in plaats van een vast onderdeel te laten zijn van de berekening waarmee de energie-intensiviteit in de TEK wordt bepaald.

Geen verbruiksdrempel meer
Een andere voorwaarde voor de TEK was dat een ondernemer jaarlijks meer dan 5.000 m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit moest verbruiken om in aanmerking te komen voor de TEK. Ook deze voorwaarde is geschrapt.

Voorwaarden TEK
De TEK is alleen bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen. Een MKB-bedrijf:

  • heeft minder dan 250 medewerkers, minder dan €50 miljoen omzet en/of een balanstotaal van minder dan €43 miljoen;
  • staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, én
  • is energie-intensief, waarbij minimaal 7% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Omvang tegemoetkoming
Energie-intensieve MKB’ers krijgen een compensatie van 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde drempelprijs tot een maximum van €160.000. De drempelprijs is vastgesteld op €1,19 per kuub gas en €0,35 per kilowattuur elektriciteit.

Let op!
Het maximum van €160.000 geldt per onderneming en niet per energiecontract of vestiging. Heeft jouw onderneming dus meerdere vestigingen, dan kan je niet maximaal €160.000 per vestiging ontvangen.

Uitvoering door de RVO
De uitvoering van de TEK komt in handen van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de site van de RVO is ook een ‘houd me op de hoogte-pagina’ opengesteld, waarbij MKB’ers na aanmelding informatie krijgen over de inrichting en openstelling van de TEK.

Let op!
De TEK zou mogelijk pas in het 2e kwartaal 2023 opengesteld worden. Na gesprekken in de Tweede Kamer lijkt het erop dat de TEK echter hoogstwaarschijnlijk per 1 januari 2023 wordt opengesteld. De regeling gaat dan met terugwerkende kracht gelden voor de periode november 2022 tot en met december 2023. Voor ondernemers die nu al problemen ervaren, zal het verlenen van uitstel van betaling van belasting een mogelijke oplossing kunnen bieden. Ook zijn banken bereid gevonden in die gevallen eerder krediet te verlenen.


5. Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer geldt een aanzegplicht. Je moet als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Bij een voortzetting informeer je ook over de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet. In bepaalde gevallen geldt de aanzegplicht niet. Bijvoorbeeld bij een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project of met een uitzendbeding of bij een tweede of derde overeenkomst die korter dan zes maanden duurt. Zeg je (schriftelijk) niet aan wanneer dit wel moet, dan moet je de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.


6. Lage WW-premie herzien bij kort dienstverband

Betaal je de lage WW-premie voor een werknemer met een vast contract, dan moet je dit herzien als het dienstverband uiterlijk twee maanden na aanvang van het dienstverband alweer eindigt. Je betaalt dan alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie. Het maakt daarbij niet uit of nog sprake is van een proeftijd of wie het initiatief tot beëindiging neemt. Ook bij overlijden van de werknemer binnen twee maanden na aanvang van het dienstverband moet alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betaald worden. Is sprake van overgang van een onderneming of een contractovername waarbij het contract ongewijzigd blijft? Dan vangt de tweemaandentermijn aan op de oorspronkelijk startdatum van het dienstverband bij de oude werkgever.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0014 november 2022|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief november 2022
  • Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Tijdens het aanvullend geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof ontvangt jouw werknemer een uitkering van het UWV. In een handreiking van de Belastingdienst op Forum Salaris staat hoe je deze uitkering moet verwerken in de aangifte loonheffingen wanneer je die uitkering betaalt aan jouw werknemer.

Werkgeversbetaling
Sinds 1 juli 2020 is het recht op aanvullend geboorteverlof ingevoerd en sinds 2 augustus 2022 ook het recht op betaald ouderschapsverlof. Dit is geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO). Werknemers kunnen dan een uitkering krijgen van het UWV. Je kunt als werkgever deze uitkering ontvangen van het UWV en uitbetalen aan de werknemer. Dat is de ‘werkgeversbetaling’.
De uitkering moet je verwerken in de aangifte loonheffingen. Op Forum Salaris, een online forum van de Belastingdienst, wordt in een handreiking uitgelegd hoe je dat moet doen. Daarnaast wordt uitgelegd hoe je een aanvulling op de uitkering verwerkt.

Witte tabel toepassen
Alle uitkeringen die onder de WAZO vallen en die je aan jouw werknemer betaalt, moeten op dezelfde manier in de aangifte loonheffingen verwerkt worden. Zo pas je de witte tabel toe. Zolang de werknemer bij jou in dienst is, is de uitkering namelijk loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Voor de uitkering geldt altijd de lage premie voor de Werkloosheidswet (WW) en de hoge premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

Vanaf 1 januari 2025 loon en uitkering in aparte inkomstenverhouding
Je mag de uitkering in de aangifte loonheffingen nu nog verwerken in dezelfde inkomstenverhouding (IKV) als het normale loon. Vanaf 1 januari 2025 moet je de werkgeversbetaling verwerken in een aparte inkomstenverhouding. Hoe je dit moet doen staat ook in de handreiking uitgelegd.

Let op! Om de handreiking van de Belastingdienst op het Forum Salaris te kunnen inzien, heb je een account nodig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-10T14:50:45+01:0014 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

  • Verlaagde accijnzen brandstoffen ook in 2023

Verlaagde accijnzen brandstoffen ook in 2023

De verlaagde accijnzen op brandstoffen blijven tot 1 juli 2023 van kracht. Daarna wordt de verlaging gehalveerd tot 1 januari 2024. Daarnaast wordt de jaarlijkse indexatie van de accijnstarieven uitgesteld tot 1 juli 2023, net als de al aangekondigde verhoging van het accijnstarief met 4,38 cent/liter voor diesel.

Hoge brandstofprijzen
Met de accijnsverlaging wil het kabinet iets doen aan de hoge brandstofprijzen. De accijnsverlaging bedraagt voor ongelode benzine 17,3 cent per liter, voor diesel 11,1 cent en voor lpg 4,1 cent. Vanaf 1 juli 2023 zullen de prijzen aan de pomp dus weer gaan stijgen, met name voor diesel. Ondanks dat de accijnsverlaging dan nog voor de helft van kracht blijft, stijgt de accijns op diesel dan toch met bijna 10 cent per liter.

Ook vervoersector profiteert
Ook bedrijven, met name de vervoersector, zullen van deze maatregelen profiteren. Volgens het kabinet doet dit enigszins af aan de doelmatigheid van de maatregelen.

Let op! Deze voorgenomen maatregelen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-08T10:47:28+01:0011 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verlaagde accijnzen brandstoffen ook in 2023

  • Extra lastenverlichting voor MKB

Extra lastenverlichting voor MKB

Het kabinet trekt voor de jaren 2023 tot en met 2027 per jaar €500 miljoen extra uit voor lastenverlichting voor het MKB. Denk aan verhoging van het budget voor de MIA en EIA, een indexering van de WBSO en een verruiming van het LIV. Hiernaast gaat de voorgenomen verhoging per 2025 van de wegenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers niet door.

MIA en EIA
Het pakket aan maatregelen is er vooral op gericht investeringen in het MKB aan te jagen. Zoals al aangegeven in de Miljoenennota wordt onder meer het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA) verhoogd, in totaal met €150 miljoen.

Willekeurige afschrijving
Daarnaast mogen investeringen in nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen in 2023 willekeurig worden afgeschreven. Welke investeringen dit betreffen, is nog niet bekendgemaakt.

Indexatie WBSO
Onderdeel van het pakket is ook een indexering van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). De WBSO is een fiscale korting op de loonkosten voor onderzoek en ontwikkeling om innovatie te stimuleren. Bedrijven met personeel kunnen tevens een extra aftrek ontvangen over andere kosten en uitgaven van het S&O-project. Denk aan de inkoop van materialen.
De korting bedraagt in 2022 32% op innovatiekosten tot €350.000, daarboven bedraagt de korting 16%. De indexering zal mogelijk betrekking hebben op de grens van €350.000, zodat langer van het hogere percentage geprofiteerd kan worden.

Lage-inkomensvoordeel verruimd
Ook het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt tijdelijk verruimd. Via het LIV krijgt een werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers die niet meer dan 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Hoe de verruiming eruit komt te zien, is nog niet bekend.

Wegenbelasting bestelauto’s niet verhoogd
Ook de voorgenomen verhoging van de wegenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers per 2025 wordt geschrapt. Het verlaagde tarief zou in 2025 verhoogd worden met 15% en in 2026 met nogmaals 6,96%. Dekking wordt gevonden door de BPM bij import van gebruikte auto’s te verhogen, de kansspelbelasting te verhogen, evenals de accijns op rooktabak.

Let op! Het kabinet is van plan vanaf 2028 jaarlijks €600 miljoen beschikbaar te stellen voor alle bovengenoemde tegemoetkomingen voor het MKB.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-07T11:04:17+01:0011 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra lastenverlichting voor MKB

  • Toch massaalbezwaarprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Toch massaalbezwaarprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Belastingplichtigen die voor de jaren 2017 tot en met 2020 geen bezwaar hadden gemaakt om rechtsherstel inzake box 3 te verkrijgen, hoeven geen actie meer te ondernemen. Het kabinet heeft besloten de zaak opnieuw voor te leggen aan de Hoge Raad en de uitspraak in die zaak voor iedere belastingplichtige toe te passen.

Heffing box 3 in strijd met het recht
De Hoge Raad heeft eind vorig jaar vastgesteld dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het recht. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen in deze zaak moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement. Naar aanleiding van deze uitspraak wordt voor de heffing in box 3 thans uitgegaan van de werkelijke samenstelling van het vermogen en een hierop gebaseerd fictief rendement.

Rechtsherstel
Voor degenen die bezwaar hadden gemaakt, heeft het kabinet inmiddels rechtsherstel toegezegd. Voor degenen die geen bezwaar hebben gemaakt echter niet. Dit heeft inmiddels tot tal van individuele verzoeken om ambtshalve vermindering geleid, terwijl er ook nog een flink aantal wordt verwacht. Dit kan tot enorme problemen in de uitvoering leiden. De toezegging van het kabinet is bedoeld om dit te voorkomen.

Uitspraak Hoge Raad
De verzoeken om ambtshalve vermindering komen in feite allemaal neer op een verzoek om rechtsherstel, ook als er geen bezwaar was ingediend. Eerder heeft de Hoge Raad al besloten dat dergelijke verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden.

Nieuwe massaalbezwaarprocedure
Diverse organisaties zijn echter van mening dat hier nieuwe argumenten tegen zijn in te brengen. Om een verdere stroom aan verzoeken om ambtshalve vermindering te voorkomen, is daarom besloten een aantal van deze zaken in de vorm van een nieuwe massaalbezwaarprocedure aan de Hoge Raad voor te leggen.

Overleg hoe voor te leggen
Om dit mogelijk te maken, moet de wet worden aangepast. Een massaalbezwaarprocedure met betrekking tot verzoeken om ambtshalve vermindering bestaat namelijk momenteel niet. Het is de bedoeling dat het kabinet begin 2023 in overleg gaat met belangenorganisaties om tot overeenstemming te komen hoe de rechtsvraag het beste aan de Hoge Raad kan worden voorgelegd.

Let op! De uitspraak hierop geldt dan voor iedere belastingplichtige.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-07T10:34:45+01:0010 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Toch massaalbezwaarprocedure voor niet-bezwaarmakers box 3

  • Update fiscale handleiding fiets van de zaak

Update fiscale handleiding fiets van de zaak

De Belastingdienst heeft de handleiding betreffende de fiets van de zaak geüpdatet. Voor deze fiets geldt een speciale fiscale regeling. De update bevat ook een aantal nieuwe punten.

Fietsregeling
Volgens de fietsregeling moet voor een ter beschikking gestelde fiets die ook privé kan worden gebruikt, jaarlijks 7% van de consumentenadviesprijs als loon worden aangemerkt en belast. Volgens de update geldt dit ook als de werkgever de fiets leaset en ter beschikking stelt of als de werknemer de fiets zelf leaset en alle kosten vergoed krijgt.

Ter beschikking stellen
De fietsregeling geldt alleen bij het ter beschikking stellen van een fiets. Dit betekent dat de fiets eigendom blijft van de werkgever en de werknemer de fiets alleen mag gebruiken. Bij het einde van het dienstverband moet de fiets dan ook worden ingeleverd of door de werknemer worden overgenomen.

Overnameprijs
Als de werknemer de fiets na verloop van tijd overneemt, mag de werkgever voor wat betreft de overnameprijs uitgaan van de prijs bij aanschaf minus een afschrijving van 20% per jaar. Dit betekent dat de fiets na vijf jaar gratis door de werknemer zou kunnen worden overgenomen, waardoor ook de bijtelling niet meer van toepassing is.

Accessoires
Accessoires die deel uitmaken van de comsumentenadviesprijs, hebben geen invloed op de te betalen belasting. Dit is anders als ze er geen deel van uitmaken, want dan moet de werknemer over de waarde van de accessoires belasting betalen.

Cafetariaregeling toepassen?
Je kunt de fiets ook onderdeel uit laten maken van een cafetariaregeling en deze uitruilen tegen brutoloon. Desgewenst kun je de bijtelling dan ook onderbrengen in de werkkostenregeling. Hiermee behaal je als werkgever een extra voordeel, omdat je hierover dan geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd bent.

Betalingen aan derden
Betalingen aan derden komen niet in mindering op de bijtelling, maar kun je wel onbelast vergoeden. Dat geldt ook voor de kosten van elektra als de werknemer de elektrische fiets thuis oplaadt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-07T10:14:47+01:0010 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Update fiscale handleiding fiets van de zaak

  • Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

Er geldt een aanzegplicht voor contracten voor bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer. Het doel hiervan is de werknemer tijdig duidelijkheid te bieden over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst.

Schriftelijk informeren
Ga je met een werknemer een contract aan voor een bepaalde tijd met een looptijd van een half jaar of langer? Dan moet je als werkgever uiterlijk een maand voordat een dergelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over:

a. het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst;
b. bij een voortzetting, de voorwaarden waaronder de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet.

Het doel hiervan is de werknemer tijdig duidelijkheid te bieden over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, zodat de werknemer eventueel tijdig ander werk kan zoeken waardoor een beroep op de WW mogelijk wordt voorkomen.

Wanneer geen aanzegplicht?
De aanzegplicht geldt niet bij een contract voor bepaalde tijd waarbij het einde niet op een kalenderdatum is bepaald. Denk aan een arbeidsovereenkomst voor de duur van een project. Dit is ook logisch, omdat niet van tevoren bekend is wanneer het project eindigt en er dus aangezegd moet worden. De aanzegplicht geldt ook niet voor een tweede of derde arbeidscontract dat telkens korter dan zes maanden duurt. Ook bij arbeidsovereenkomsten met daarin opgenomen een uitzendbeding geldt de aanzegtermijn niet.

Aanzegvergoeding
Vindt er geen (schriftelijke) aanzegging plaats wanneer dit wel had gemoeten, dan moet je als werkgever de werknemer een aanzegvergoeding betalen ter grootte van een kaal bruto maandsalaris. Dit kan ook een pro rato deel zijn als de aanzegging te laat plaatsvindt.

Geen schriftelijke vastlegging?
Stel nu dat je als werkgever tijdig mondeling aan de werknemer laat weten dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet verlengd zal worden, maar je verzuimt dit schriftelijk aan de werknemer te bevestigen. Is er dan toch een aanzegvergoeding verschuldigd, ook al weet de werknemer waar hij aan toe is?
De Hoge Raad heeft deze vraag recentelijk bevestigend beantwoord door te overwegen dat de regeling van de aanzegplicht van dwingend recht is en opgesteld is ter bescherming van de werknemer. Je moet dan dus toch de aanzegvergoeding betalen.

Tip! Leg contracten voor een bepaalde tijd altijd schriftelijk vast en zorg voor een deugdelijke administratie zodat je de werknemer tijdig én schriftelijk kunt informeren dat het contract eindigt dan wel wordt verlengd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-06T09:33:16+01:009 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aanzeggen tijdelijk arbeidscontract moet verplicht schriftelijk

  • Wie komen er in aanmerking voor de TEK?

Wie komen er in aanmerking voor de TEK?

Minister Adriaansens heeft de Tweede Kamer geïnformeerd omtrent het verwachte gebruik van de regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK). De geleverde informatie is gebaseerd op een steekproef van het CBS en geeft onder meer aan hoeveel procent van de MKB-bedrijven binnen een bepaalde sector waarschijnlijk aan de energie-intensiteitsdrempel van 12,5% voldoet.

De voorwaarden
De TEK is uitdrukkelijk bedoeld voor energie-intensieve MKB-bedrijven. Om voor de TEK in aanmerking te komen, moet een bedrijf dan ook voldoen aan een aantal eisen.
Een MKB-bedrijf:

• heeft maximaal 250 medewerkers, maximaal €50 miljoen omzet en/of balans totaal van maximaal €43 miljoen;
• staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK;
• verbruikt jaarlijks meer dan 5.000m³ gas of 50.000 kWh elektriciteit, én
• is energie-intensief, waarbij minimaal 12,5% van de omzet bestaat uit energiekosten.

Bakkers ‘aan kop’
Op basis van de gebruikte informatie blijkt bijvoorbeeld dat ruim 90% van de bakkers voldoet aan de voorwaarden en ook boven de energie-intensiteitsdrempel van 12,5% uitkomt. Zij zullen dus aanspraak kunnen maken op de TEK. Bij bijvoorbeeld specialistische voedingswinkels, zoals de slager en groenteboer, is dit 28%.

Let op! De TEK kan over de periode 1 november 2022 tot en met december 2023 worden aangevraagd, maar wordt – waarschijnlijk pas – in Q2 van 2023 met terugwerkende kracht uitgekeerd. Dit betekent dat een MKB-ondernemer tot die tijd de energiekosten zelf moet voldoen. Je kunt de TEK aanvragen bij RVO.nl.

Voldoe je niet aan de voorwaarden?
Bedrijven die niet in aanmerking komen voor de TEK omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen, profiteren mogelijk nog wel van het prijsplafond voor gas en elektra. Voor gas betreft dit minstens 100.000 bedrijven en voor elektra zelfs minstens 250.000. Het betreft dan onder andere ZZP’ers, kleine kantoren en kleine winkels.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-06T09:17:11+01:009 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wie komen er in aanmerking voor de TEK?

  • Bestelauto voor ondernemer vanaf 2025 fors duurder

Bestelauto voor ondernemer vanaf 2025 fors duurder

Bestelauto’s worden voor ondernemers vanaf 2025 fors duurder, zowel bij aankoop als in gebruik. Dit wordt veroorzaakt door een hogere BPM bij aanschaf en een hogere motorrijtuigenbelasting. Deze voorstellen staan in het Belastingplan 2023.

Meer BPM
De BPM is een belasting op nieuwe personen- en bestelauto’s en op motoren. Voor ondernemers geldt echter een vrijstelling van BPM op bestelauto’s, voor zover een bestelauto meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. In het Belastingplan wordt voorgesteld deze vrijstelling per 2025 af te schaffen.

Geen BPM voor elektrische bestelauto
Voor elektrische bestelauto’s verandert er per 2025 niets. Voor de aanschaf hiervoor hoeft ook vanaf 2025 geen BPM te worden betaald. Vanaf 2025 wordt de BPM namelijk ook voor bestelauto’s berekend op basis van de uitstoot van CO2.

Hoeveel BPM?
De berekening van het tarief van de BPM voor bestelauto’s gaat vanaf 2025 ook veranderen. De BPM wordt vastgesteld op €66,91 (prijspeil 2022) per gram CO2-uitstoot. Vervuilende bestelwagens betalen daardoor straks meer BPM. Nu is deze BPM nog afhankelijk van de cataloguswaarde en van de gebruikte brandstof.

Ook meer MRB
In het Belastingplan 2023 wordt ook voorgesteld om bestelauto’s per 2025 meer motorijtuigenbelasting (MRB), ofwel wegenbelasting te laten betalen. Voor bestelauto’s geldt voor ondernemers nu een verlaagd tarief. Ook daarvoor is vereist dat de bestelauto meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit verlaagde tarief wordt in 2025 verhoogd met 15%. Een jaar later, 2026, volgt een verhoging met nogmaals 6,96%.

Let op! Deze plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-05T10:21:49+01:008 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bestelauto voor ondernemer vanaf 2025 fors duurder

  • Subsidie voor omzetverlies door hoogwater

Subsidie voor omzetverlies door hoogwater

Ondernemers uit Noord-Brabant en Limburg kunnen vanaf 24 oktober subsidie aanvragen voor het omzetverlies dat zij leden door hoogwater in de zomer van 2021. Het betreft omzetverlies in het derde en vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022.

Materiële schade
In de zomer van 2021 werden delen van Limburg en Noord-Brabant getroffen door hoogwater. Veel bedrijven en winkelpanden hebben hierdoor enorme schade geleden.
Voor een tegemoetkoming van materiële schade heeft het kabinet in het najaar 2021 de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (WTS) ingezet. Op grond van deze wet is een tegemoetkoming voor omzetverlies echter niet mogelijk. Daarom is hiervoor een aparte regeling opgezet.

Welke periode?
Voor in het derde en vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022 geleden omzetverlies als gevolg van het hoogwater kunnen ondernemers een beroep doen op de ‘Tegemoetkoming omzetschade na waterschade Limburg en Noord-Brabant (TOWL)’.

Let op! Aanvragen is mogelijk van 24 oktober 2022 9.00 uur tot en met 5 december 2022 17.00 uur via een meldingsformulier op de website van de RVO. Provincie Limburg voert de regeling echter uit en besluit over de aanvraag en verzorgt de betaling.

Voorwaarden
Om voor de TOWL in aanmerking te komen:

• stond je op 13 juli 2021 ingeschreven in het handelsregister KVK met één of meer vestigingen;
• bevond(en) jouw vestiging(en) zich op 13 juli 2021 in het schadegebied;
• had je door de overstromingen in juli 2021 tenminste €5.000 materiële schade (per vestiging) of bedroeg deze schade tenminste 20% van de omzet, en
• was jouw omzetverlies tenminste 50% in het derde kwartaal 2021 en/of vierde kwartaal 2021 en/of eerste kwartaal 2022.

Als je geen materiële schade leed maar kunt aantonen dat je in het derde kwartaal 2021 minimaal 65% omzetverlies leed, kom je ook voor de TOWL in aanmerking. In die situatie betreft het alleen het derde kwartaal 2021.

Let op! Overheidsbedrijven en landbouwondernemingen komen niet in aanmerking voor de subsidie. Landbouwondernemingen komen op grond van de WTS wel in aanmerking voor een tegemoetkoming in teeltplanschade en verlies of materiële beschadiging van dieren.

Tip! Meer informatie over de exacte voorwaarden en de bijlagen die je bij jouw aanvraag moet meesturen, vind je op de website van RVO en de website van de Provincie Limburg.

Hoogte
De subsidie bedraagt 30% van het omzetverlies, maar bedraagt minimaal €750 en maximaal €200.000.

Let op! Voor het bepalen van de omzet wordt in principe aangesloten bij de BTW-aangifte. Subsidies, tegemoetkomingen of steun die je ontving in verband met Corona (zoals NOW of TVL) of de gevolgen van het hoogwater in 2021 tellen niet mee als omzet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-05T09:58:56+01:008 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidie voor omzetverlies door hoogwater