box3

  • Nieuwsbrief mei 2023

Nieuwsbrief mei 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 8 mei 2023, 20:00 uur.


1. Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

In de op vrijdag 28 april 2023 aangeboden Voorjaarsnota 2023 valt een aantal fiscale maatregelen op die het kabinet voor ogen heeft. Zonder compleet te willen zijn, hebben wij een top 5 voor je samengesteld. We sluiten af met een opsomming van een aantal andere fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023.

1. Aanpassingen in de BOR en DSR
Al eerder kondigde het kabinet aan dat het de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling in schenk- en erfbelasting (hierna: BOR) en de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting (DSR) wil verbeteren. Ook wil het zo veel mogelijk knelpunten voor ondernemers wegnemen. Hiertoe is in de voorjaarsnota een aantal fiscale maatregelen genoemd:

  1. vanaf 2024 worden aan derden verhuurde onroerende zaken standaard aangemerkt als beleggingsvermogen in de BOR en DSR;
  2. vanaf 2025 wordt de vrijstelling in de BOR 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot 1,5 miljoen euro en 70% over het meerdere aan ondernemingsvermogen. Nu ligt de grens bij 1,2 miljoen en bedraagt het percentage boven die 1,2 miljoen nog 83%;
  3. de doelmatigheidsmarges in de BOR en in de DSR worden afgeschaft. Door deze doelmatigheidsmarges wordt nu nog beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen aangemerkt als ondernemingsvermogen;
  4. bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt, kwalificeren straks alleen nog voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt voor de BOR en de DSR;
  5. alleen reguliere aandelen met een belang van 5% die volledig meedelen in de winstgerechtigheid en liquidatieopbrengst komen straks nog in aanmerking voor de BOR en de DSR;
  6. de bezits- en voortzettingseis in de BOR worden in bepaalde situaties versoepeld en de dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft;
  7. constructies met de BOR (dubbel gebruik van de BOR en oneigenlijk gebruik van de BOR door constructies met personen op hoge leeftijd, ook wel rollatorinvesteringen genoemd) worden aangepakt.

Let op!
Over deze maatregelen zijn nog weinig details bekend. De planning is dat deze maatregelen eind juni 2023 in een Kamerbrief uitgebreider worden toegelicht.

2. Verfijningen in box 3 vanaf 2023
Het kabinet is voornemens om de volgende verfijningen in box 3 vanaf 2023 te realiseren:

  1. een aandeel in het vermogen van een VvE wordt in de categorie banktegoeden geplaatst (in plaats van in de categorie overige bezittingen tegen een veel hoger forfait van 6,17% in 2023);
  2. een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris wordt ook in de categorie banktegoeden geplaatst in plaats van in de categorie overige bezittingen;
  3. onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.

Tip!
Al eerder bekend, maar nu ook in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, is het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (naar op zijn vroegst 2027).

3. Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) bij stoppersregelingen
Als een HIR gevormd is, kan deze later worden afgeboekt bij de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel. Hiervoor gelden allerlei voorwaarden. Voor het toepassen van een HIR bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen gelden nu al soepelere voorwaarden. Deze voorwaarden worden per 2024 verruimd, zodat de HIR ook toegankelijker wordt voor onder andere stoppende agrariërs.

4. Afschaffen betalingskorting inkomstenbelasting
Als een voorlopige aanslag gedurende het lopende jaar in een keer wordt betaald, kan in de inkomstenbelasting een betalingskorting worden toegepast. Vanaf 2023 is deze betalingskorting voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting al afgeschaft. Vanaf 2024 wordt deze betalingskorting ook voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting afgeschaft.

5. Afschaffing of versobering laag BTW-tarief voor sierteelt, arbeidsintensieve diensten, cultuur en logies?
Het kabinet geeft in de Voorjaarsnota 2023 aan dat het in de aanloop naar de augustusbesluitvorming gaat kijken naar de doelmatigheid van het lage BTW-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% BTW-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Vóór Prinsjesdag 2023 beslist het kabinet welke vervolgstappen het neemt. Als het kabinet beslist tot afschaffing van het 9%-BTW-tarief voor een of meer van deze groepen of voor versobering, neemt het kabinet de impact op specifieke groepen daarin mee.

Andere fiscale maatregelen
In de Voorjaarsnota zijn nog meer fiscale maatregelen opgenomen. Zonder compleet te willen zijn, noemen wij:

  • afschaffen STAP-budget vanaf 2024; de aanvraagronde die op 1 mei 2023 start, staat in ieder geval wel nog open;
  • afschaffen loonkostenvoordelen voor ouderen per 1 januari 2026; de uitbetaling van het loonkostenvoordeel 2025 vindt nog wel in 2026 plaats;
  • de huidige twee regelingen voor het onbelast verstrekken van ov-abonnementen door werkgevers worden vervangen door één vrijstelling;
  • vanaf 2024 worden het aftrekpercentage van de EIA en het maximale investeringsbedrag structureel verlaagd;
  • vanaf 1 januari 2025 is bij culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht BTW verschuldigd in de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer;
  • medio juni 2023 komt het kabinet met voorstellen om een aantal bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te beëindigen of te versoberen.

Let op!
De maatregelen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.


2. Ontwikkelingen box 3 afgelopen maand

Ook afgelopen maand gebeurde er weer voldoende rondom box 3. Zo werd er meer bekend over de bezwaren en definitieve aanslagen met box 3-inkomen, maakte de staatssecretaris voorgenomen en mogelijke aanpassingen in box 3 vanaf 2023 en 2024 bekend en werd bekend welke wijzigingen waarschijnlijk niet gaan plaatsvinden. In dit artikel vind je een overzicht.

Aanhouden bezwaren en definitieve aanslagen box 3
Op dit moment lopen er meerdere procedures bij de Hoge Raad. Centrale vraag in deze procedures is of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest. De Belastingdienst houdt bezwaren box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022 daarom aan, in afwachting van de uitkomst van de procedures. Ook worden geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen over de jaren 2021 en 2022 opgelegd. Na de arresten van de Hoge Raad handelt de Belastingdienst dit verder af.

Let op!
Bestaat jouw box 3-inkomen alleen uit bank- en spaartegoeden, dan houdt de Belastingdienst jouw definitieve aanslag of bezwaar niet aan. Ook legt de Belastingdienst wel een definitieve aanslag inkomstenbelasting met box 3-inkomen op voor de jaren tot en met 2020. Ontvang je daarom toch een definitieve aanslag, dan moet je in bezwaar om jouw rechten veilig te stellen. Het bezwaar zal de Belastingdienst vervolgens wel aanhouden in afwachting van de arresten van de Hoge Raad.

De Belastingdienst legt wel voorlopige aanslagen met box 3-inkomen op. Dit betreft zowel voorlopige aanslagen waaruit een teruggaaf volgt als voorlopige aanslagen waaruit een te betalen bedrag volgt.

Verfijningen in box 3 vanaf 2023
De staatssecretaris maakte in een Kamerbrief en in de Voorjaarsnota bekend vanaf 2023 een aantal verfijningen in box 3 te willen realiseren. Zo wil het kabinet het aandeel in het vermogen van een VvE en het aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris in de categorie banktegoeden plaatsen in plaats van in de categorie overige bezittingen. Gevolg is dat hiervoor het lagere forfait van de categorie banktegoeden gaat gelden in plaats van het veel hogere forfait van 6,17% in 2023 van de categorie overige bezittingen.

Verder hoeven onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting worden opgenomen, niet in de aangifte inkomstenbelasting in box 3 te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend. Gevolg is dat fiscale partners en ouders niet in één aangifte de vordering tegen het forfait van 6,17% moeten aangeven en de corresponderende schuld tegen het veel lagere forfait dat hoort bij de categorie schulden.

Let op!
De verfijningen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024
Naast deze verfijningen is het kabinet met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen in box 3 vanaf 2024, te weten:

  • verhoging van de heffingskorting voor groen beleggen van 0,7% naar 1,1%;
  • introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen;
  • verdere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen in de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrentes en overige bezittingen, met elk hun eigen forfaitaire rendement.

Let op!
Het overleg gaat over de mogelijke aanpassingen, maar ook over de budgettaire dekking die hiervoor nodig is. Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het namelijk wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verdere verhoging van het tarief in box 3.

Geen lager forfait verpachte landbouwgronden en obligaties box 3
Het kabinet acht een apart (lager) forfait voor vermogensbestanddelen waarvoor een wettelijk maximum geldt (verpachte landbouwgronden) en laag renderende beleggingen (obligaties) niet wenselijk. Tot deze conclusie komt het kabinet na onderzoek. Het kabinet onderzocht ook de mogelijkheid van een tegenbewijsregeling waardoor belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Zo’n tegenbewijsregeling vindt het kabinet echter ook niet verstandig.


3. Extra klimaatmaatregelen: reductie CO2-uitstoot

Met een pakket aan extra maatregelen wil het kabinet de CO2-reductie verder terugbrengen. Het pakket is verdeeld over een flink aantal sectoren binnen de maatschappij. In totaal wordt er € 28,0 miljard vrijgemaakt voor klimaatuitgaven.

Elektriciteitssector
Het streven is de elektriciteitssector uitstootvrij te maken door zonne-energie op zee te realiseren, gascentrales om te bouwen voor gebruik van waterstof en een batterijverplichting voor zonneparken in te voeren. Voor de batterijverplichting wordt ruim €416 miljoen uitgetrokken.

Energie-intensieve industrie
De energie-intensieve industrie moet verder vergroenen. Afvalverbrandingscentrales moeten minder afval verbranden en meer recyclen. Daarnaast komt een verbod op fossiele warmteopwekking voor nieuwe en te vervangen industriële productie-installaties. Vanaf 2027 moeten alle plastics voor minimaal 25 tot 30% bestaan uit hergebruikt of biomateriaal.

Bouw
Gebouwen worden uitstoot- en aardgasvrij gemaakt, onder meer door extra geld voor verduurzaming van woningen in kwetsbare wijken waar energie-armoede voorkomt en door subsidie voor zonnepanelen op huurwoningen. Verder wordt het vanaf 2026 in woningen, winkels, scholen en kantoren verplicht om een warmtepomp te installeren als de cv-ketel vervangen moet worden. Deze verplichting geldt alleen niet voor monumenten en appartementen en voor gebouwen waarvoor binnen 10 jaar een collectieve wijkoplossing (zoals een warmtenet) gerealiseerd wordt.

Het kabinet wil ook de energiebesparingsplicht per 2025 aanscherpen door de terugverdientijd te verlengen naar 7 jaar. Dit betekent dat bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht vallen vanaf 2025 alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 7 jaar of minder verplicht zijn uit te voeren. Nu ligt die grens nog op 5 jaar. Hierdoor zal ook het MKB naar verwachting meer energiebesparende maatregelen moeten nemen. Er wordt een instrument ontwikkeld om het MKB hierbij te ontlasten.

Er wordt €25 miljoen uitgetrokken om Verenigingen van Eigenaren te activeren tot verduurzaming en ze bij de uitvoering te ondersteunen.

Vervoer
Elektrisch rijden wordt verder gestimuleerd, onder meer via een subsidie op elektrische occasions. Ook wordt er geïnvesteerd in extra laadpalen. Het gaat hierbij om onder meer (opschaling) slim laden, laden voor logistiek en laden voor bussen en taxi’s. Daarnaast worden werkgevers geprikkeld om het gebruik van elektrische auto’s, het openbaar vervoer en de fiets door werknemers te stimuleren. Dit gebeurt door het CO2-doel voor werkgebonden mobiliteit, waarover werkgevers met 100 of meer werknemers vanaf (waarschijnlijk) 2024 moeten rapporteren, te verhogen.

Landbouw
Het kabinet wil de landbouw verder verduurzamen. Voor de glastuinbouw wordt een CO2-belasting ingevoerd in combinatie met de uitrol van warmtenetten en SDE++-subsidie voor de toepassing van warmtepompen.

Energiebelasting
Om verduurzaming te laten lonen en de vervuiler meer te laten betalen, wordt de energiebelasting aangepast. Zo komt er een nieuw verlaagd tarief tot een bepaald gasverbruik van huishoudens, de tarieven boven de nieuwe schijf worden verhoogd. Daarnaast komt er een apart, lager belastingtarief voor waterstof. Het fiscale voordeel voor kolen wordt per 1 januari 2028 afgeschaft.

Let op!
Alle bovengenoemde plannen moeten nog nader worden uitgewerkt en door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


4. Vrijstelling Vpb voor stichting en vereniging, zo werkt het

Ook verenigingen en stichtingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor het gedeelte waarmee ze een onderneming drijven. Als de winst niet al te hoog is, geldt wel een vrijstelling. Hoe kun je hiervan gebruikmaken?

Vrijstelling bij relatief geringe winst
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting als de winst niet meer dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, opgeteld met de winsten van de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan €75.000.

Let op!
Ook als een vereniging of stichting nog geen vijf jaar bestaat, blijft de winstgrens van €75.000 van toepassing. Bij een winst in startjaar 1 van €30.000 en jaar 2 van €35.000 en jaar 3 van €5.000 is de vrijstelling gewoon van toepassing, omdat het totaal niet hoger is dan €75.000.

Automatische toepassing
Als een vereniging of stichting voor de vrijstelling in aanmerking komt, past de Belastingdienst deze automatisch toe. Als aangifte is gedaan, volgt een nihilaanslag.

Liever geen vrijstelling?
Soms is het voor een vereniging of stichting voordeliger om niet onder de vrijstelling te vallen, bijvoorbeeld om een verlies te kunnen verrekenen of om een eindafrekening (nadat er eerst wel belastingplicht was) te voorkomen. Men kan er dan voor kiezen om niet te worden vrijgesteld.

Let op!
De keuze om niet onder de vrijstelling te vallen, geldt voor een periode van vijf jaar.

Let erop dat dit niet automatisch gaat en tijdig moet gebeuren. Beoordeel daarom ieder jaar of het verstandig is om de vrijstelling toe te passen. Je moet voor het niet toepassen van de vrijstelling namelijk een brief sturen naar het belastingkantoor. Dit moet voordat de aangifte vennootschapsbelasting over het eerste jaar van de periode van vijf jaar is afgehandeld.

Expliciete uitspraak Belastingdienst
De Belastingdienst beveelt stichtingen en verenigingen aan om bij de aangifte te vermelden dat de vrijstelling van toepassing is. Dit kan door bij het punt ‘expliciet uitspraak Belastingdienst gevraagd’ te vermelden ‘vrijgesteld op grond van artikel 6 Wet Vpb’.


5. Uiterlijk 2 juni definitieve NOW 5 en 6 aanvragen

Je kunt tot en met 2 juni 2023 de definitieve berekening aanvragen voor de NOW 5 (zevende periode betreffende november en december 2021) en NOW 6 (achtste periode betreffende januari, februari en maart 2022). Ligt jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming NOW tussen €40.000 en €125.000, dan moet je bij de definitieve berekening een derdenverklaring overleggen. Zijn deze bedragen €125.000 of meer, dan moet dit een accountantsverklaring zijn. Wacht je nog op deze verklaringen, vraag dan uiterlijk 2 juni 2023 uitstel aan tot en met 3 november 2023. Blijkt dat je NOW moet terugbetalen, dan kun je maximaal 12 maanden uitstel van betaling krijgen van het UWV en/of een betalingsregeling krijgen van maximaal 60 maanden.


6. Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 3,13% op vooruit. Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2023 namelijk bij een fulltime dienstverband verhoogd naar €1.995,00 bruto per maand, €460,40 per week en €92,08 per dag. Of sprake is van een fulltime dienstverband is afhankelijk van de normale arbeidsduur bij de werkgever. Ook de hoogte van het minimumloon per uur is daarvan afhankelijk en is als gevolg daarvan hoger bij een normale arbeidsduur van 36 uur dan bij een normale arbeidsduur van 38 of 40 uur per week. Dit verandert als de Wet invoering minimumloon wordt ingevoerd (beoogd per 1 januari 2024). Vanaf dat moment is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur.

Door |2024-05-31T09:06:04+02:009 mei 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2023

Lager forfait voor aandeel VvE en derdenrekening notaris in box 3

Een aandeel in het vermogen van een reservefonds van een VvE valt in box 3 in de categorie overige bezittingen. Hiervoor geldt in 2023 een forfaitair rendement van 6,17%. Hetzelfde geldt voor een aandeel in geld dat op een derdengeldrekening bij een notaris staat. Het kabinet wil voor beide zaken hier verandering in aanbrengen.

Vermogensrechten tegen 6,17%

Aandelen in het vermogen van een reservefonds van een VvE en in het vermogen op een derdengeldrekening bij een notaris zijn vermogensrechten. Deze vermogensrechten vallen onder de box 3-heffing vanaf 2023 in de categorie overige bezittingen. Hiervoor geldt in 2023 een forfaitair rendement van 6,17%.

Meestal op bank- of spaarrekening

Uit onderzoek in de systemen van de Belastingdienst komt naar voren dat 99,92% van de middelen van VvE’s en meer dan 99% van derdengelden bij een notaris op bank- of spaarrekeningen staan. Het rendement op deze vermogensrechten past daarom beter bij de categorie banktegoeden. Voor de categorie banktegoeden is het forfaitair rendement voor 2023 voorlopig vastgesteld op 0,36%. Het definitieve forfaitaire rendement wordt pas begin 2024 bekend.

Categorie banktegoeden tegen (voorlopig) 0,36%

Het kabinet wil deze vermogensrechten onder de categorie banktegoeden brengen. De verwachting is dat dit vanaf 2023 al mogelijk is. Er is hier nog wel een wetswijziging voor nodig waar zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer mee in moet stemmen. Als dat gebeurt, bedraagt uw rendement over deze vermogensrechten in box 3 in 2023 geen 6,17% maar 0,36% (voorlopig percentage, het definitieve percentage volgt in 2024).
Tip!De staatssecretaris lijkt het logisch dat vergelijkbare situaties ook onder de categorie banktegoeden worden ondergebracht. Bent u daarom direct rechthebbende tot geld dat wordt aangehouden op een bank- of spaarrekening, maar staat dit geld niet direct aan u ter beschikking? Dan kunt u mogelijk, na inwerkingtreding van de wetswijziging, ook een beroep doen op het lagere rendement van de categorie banktegoeden.

Let op!Deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T21:18:53+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager forfait voor aandeel VvE en derdenrekening notaris in box 3

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024

Het kabinet gaat op 9 mei 2023 met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen vanaf 2024 in de box 3-heffing. Het overleg zal ook gaan over de budgettaire dekking die nodig is voor deze mogelijke aanpassingen.

Heffingskorting groen beleggen naar 1,1%

Om groen sparen en groen beleggen te stimuleren, geldt hiervoor een box 3-vrijstelling van (in 2023) € 65.072 per persoon. Fiscale partners hebben beiden recht op deze vrijstelling. Daarnaast geldt een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag. Deze fiscale stimulans is een tegemoetkoming voor het lagere rendement op dit soort groene producten. De regeling kan voor groen sparen minder aantrekkelijk worden omdat, gezien de lage forfaitaire rendementen op banktegoeden, de vrijstelling minder van belang wordt. Om ook voor spaarders de prikkel om groen sparen te behouden, suggereert het kabinet de mogelijkheid om de heffingskorting vanaf 2024 tijdelijk te verhogen van 0,7% naar 1,1%.

Apart forfait voor vorderingen

Een andere mogelijke aanpassing is de introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen. Deze aanpassingen zou vanaf 2024 in kunnen gaan.

Tip!Als deze aanpassing wordt doorgevoerd, zal bijvoorbeeld een lening die een ouder aan een kind verstrekt bij de ouder in box 3 tegen hetzelfde forfait belast zijn als de schuld bij het kind. Op dit moment valt de vordering van de ouder in de categorie overige bezittingen tegen een forfaitair rendement van 6,17%. De schuld van het kind valt echter in box 3 tegen een veel lager forfaitair rendement (voor 2023 voorlopig vastgesteld op 2,57%).
Verdere uitsplitsing categorie overige bezittingen

Ook een nadere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen behoort tot de mogelijke aanpassingen. Vanaf 2024 zouden dan de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrente en overige bezittingen elk hun eigen forfaitair rendement krijgen.

Budgettaire dekking

Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verder verhoging van het tarief in box 3.

Let op!Het box 3-tarief bedroeg in 2022 nog 31%, maar bedraagt in 2023 al 32%. In 2024 wordt dit tarief verder verhoogd naar 33% en vanaf 2025 bedraagt het 34%. Als de budgettaire dekking gevonden wordt in een verdere verhoging, bestaat dus de kans dat het box 3-tarief uiteindelijk uitkomt op 35% (of zelfs nog hoger?).

Overleg Tweede Kamer

Op 9 mei 2023 wil het kabinet in overleg met de Tweede Kamer over de mogelijke aanpassingen vanaf 2024. Op dat moment zal ook gesproken worden over de budgettaire dekking.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T21:12:49+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024

Bezwaren en definitieve aanslagen box 3 aangehouden

De Belastingdienst houdt bezwaren inzake box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022 aan. Ook worden geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen over de jaren 2021 en 2022 opgelegd. Dit allemaal in afwachting van nieuwe arrest van de Hoge Raad over box 3.

Aanhouden tot arresten Hoge Raad
Op dit moment lopen er meerdere procedures bij de Hoge Raad. Centrale vraag in deze procedures is of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest. De Belastingdienst houdt de bezwaren box 3 nu aan en legt geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen op om te voorkomen dat iedere belastingplichtige met box 3-inkomen zelf moet procederen. Na de arresten van de Hoge Raad handelt de Belastingdienst dit verder af.

Let op: er zijn uitzonderingen!
Bestaat jouw box 3-inkomen alleen uit bank- en spaartegoeden, dan houdt de Belastingdienst jouw definitieve aanslag of bezwaar niet aan. Het forfaitair rendement over bank- en spaartegoeden is immers (nagenoeg) gelijk aan het werkelijk genoten rendement. De vraag of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest speelt in zulke gevallen daarom niet.
Definitieve aanslagen inkomstenbelasting met box 3-inkomen voor de jaren tot en met 2020 worden niet aangehouden. De Belastingdienst legt voor die jaren dus wel definitieve aanslagen op, ook als daar box 3-inkomen in opgenomen is.
Als je de Belastingdienst in gebreke stelt vanwege overschrijding van de wettelijke termijn waarbinnen hij normaal moet beslissen op jouw bezwaar, wordt jouw bezwaar ook niet aangehouden. Het wordt dan afgehandeld in lijn met de wet rechtsherstel box 3. Dit betekent waarschijnlijk dat jouw bezwaar wordt afgewezen. Je moet dan zelf in beroep bij de rechtbank om jouw rechten veilig te stellen.

Tip! Het advies is daarom om de Belastingdienst niet in gebreke te stellen.

Rechtspositie blijft gelijk
Jouw rechtspositie blijft door het aanhouden van de bezwaren gelijk. Als je het niet eens bent met de afhandeling na de arresten van de Hoge Raad, kun je alsnog in beroep bij de rechtbank. Dat geldt ook voor het aanhouden van de definitieve aanslag. Ben je het daar straks niet mee eens, dan kun je bezwaar maken en daarna in beroep.

Voorlopige aanslagen

De Belastingdienst legt wel voorlopige aanslagen met box 3-inkomen op. Dit betreft zowel voorlopige aanslagen waaruit een teruggaaf volgt, als voorlopige aanslagen waaruit een te betalen bedrag volgt.

Let op! Als je een verzoek doet tot herziening van de voorlopige aanslag of als je in bezwaar komt tegen een afwijzing van zo’n verzoek, dan houdt de Belastingdienst dit aan totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.

Wel in bezwaar tegen definitieve aanslag!
Ontvang je een definitieve aanslag met box 3-inkomen, bijvoorbeeld over het belastingjaar 2020? Dan kun je niet afwachten, maar moet je in bezwaar om jouw rechten veilig te stellen. Dit bezwaar zal de Belastingdienst vervolgens aanhouden in afwachting van de arresten van de Hoge Raad.
Let op! Het is nog onbekend wanneer de Hoge Raad uitspaak doet. Uiteraard houden wij jou op de hoogte.

Vragen?
Heeft u vragen over uw eigen specifieke situatie? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Contact
Telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-21T14:50:36+02:0021 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bezwaren en definitieve aanslagen box 3 aangehouden

Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vindt je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend

Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.
2022 2023
Bank- en spaartegoeden 0,00% 0,36%*
Schulden 2,28% 2,57%
Overige bezittingen 5,53% 6,17%
*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan

De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:
• volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van uw vermogen, en
• volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.
Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.
Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijk behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op! De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van uw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.
Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op! De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).
Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T19:44:34+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

  • Nieuwsbrief april 2023

Nieuwsbrief april 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 10 april 2023, 20:00 uur.


1. Nieuwe maatregelen voor de arbeidsmarkt

Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Het pakket is bedoeld om werkenden meer inkomenszekerheid te bieden en om ondernemers meer flexibiliteit te geven. Zelfstandigen moeten zich bij tegenslag beter beschermd weten.

Zekerheid voor werkenden
Het vaste contract moet weer de norm worden. Dit betekent onder meer dat nulurencontracten worden verboden. Werknemers met een oproepcontract dienen een vast basiscontract te krijgen voor het aantal uren waarvoor ze ten minste standaard worden ingeroosterd. Dit moet hun een stuk zekerheid gaan bieden. Ook uitzendkrachten krijgen dan sneller een contract met meer zekerheid.

Onderbrekingstermijn naar vijf jaar
De onderbrekingstermijn na drie tijdelijke contracten wordt opgerekt van zes maanden naar vijf jaar. Pas na vijf jaar mag de werkgever een nieuw contract aanbieden. Draaideurconstructies worden hierdoor een halt toegeroepen.

Verplichte AOV
Zelfstandigen krijgen te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kabinet verkent de mogelijkheid van een ‘opt-out’. Dat wil zeggen de optie om uit de publieke verzekering te stappen als de zelfstandige een private verzekering afsluit met ten minste dezelfde dekking en premie als de publieke variant. Het doel van de opt-out is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf te bepalen welke verzekering voor hen passend is, zodat deze tegemoetkomt aan de verzekeringsbehoefte die de zelfstandige heeft.

Verlenging IOW
De Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) wordt nogmaals met een periode van vier jaar verlengd. Deze wet verstrekt aan werknemers die ouder zijn dan 60 jaar en 4 maanden, aansluitend aan de verlengde WW- of de WGA-uitkering, een uitkering op bijstandsniveau zonder een partner- en vermogenstoets.

Flexibiliteit voor ondernemers
Ondernemerschap moet worden gestimuleerd, ook als het gaat om kleine organisaties. De re-integratie van zieke werknemers zal zich in het tweede ziektejaar primair richten op re-integratie in spoor 2, dus bij een andere werkgever. Hierdoor krijgen kleine en middelgrote werkgevers (tot en met 100 werknemers) al na één ziektejaar van een werknemer duidelijkheid over de mogelijkheid van duurzame vervanging van deze medewerker, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten.

Crisisregeling
Werkgevers die te maken krijgen met een crisis of calamiteit die buiten het reguliere ondernemersrisico valt (denk aan de Coronacrisis), kunnen een beroep doen op de Crisisregeling Personeelsbehoud (voorheen Deeltijd WW). Die regeling maakt het mogelijk dat werknemers maximaal zes maanden op een andere plek in het bedrijf kunnen werken of tijdelijk minder gaan werken met behoud van hun WW-rechten. Verlenging van deze regeling is niet mogelijk.

Minder werk?
De werkgever kan ervoor kiezen werknemers minimaal 20% minder te laten werken. Over het aantal niet-gewerkte uren wordt 80% loon betaald, waarbij het totale loon niet meer dan 10% mag dalen. Ook mag het inkomen van de werknemer niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Als de werkgever hiervoor kiest, kan deze een tegemoetkoming van 60% voor de loonkosten van de niet-gewerkte uren aanvragen.

Wijziging WW-premie
Ook ten aanzien van de WW-premie komen er wijzigingen. Zo worden bij grote vaste contracten van minimaal 30 uur (thans: 35 uur) de kosten in de WW-premie voor overwerk beperkt. Het vaste basiscontract gaat onder de lage WW-premie vallen.

Let op!
Dit pakket aan maatregelen moet nog verder worden uitgewerkt en voorgelegd worden aan de Tweede en Eerste Kamer.


2. Bezorgers Deliveroo zijn werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezorgers van Deliveroo in Nederland werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst, met als consequentie dat zij werknemersbescherming hebben. Dit houdt in dat zij recht hebben op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen.

Drie eisen van de arbeidsovereenkomst
De Hoge Raad deed onlangs uitspraak in de zaak van de bezorgers van het inmiddels uit Nederland vertrokken platform Deliveroo. Volgens de Hoge Raad is voldaan aan de drie eisen die de wet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst verbindt, te weten:

  • persoonlijke arbeidsverrichting door de werknemer;
  • loonbetaling door de werkgever; en
  • het werken onder gezag van de werkgever.

Dat de bezorgers de vrijheid hadden om al dan niet in te loggen op de app waarmee zij maaltijdritten konden accepteren en het feit dat zij de vrijheid hadden zich te laten vervangen, waren in deze zaak onvoldoende om niet van een arbeidsovereenkomst te spreken.

Omstandigheden van het geval
Het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad namelijk af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Om het onderlinge verband van alle genoemde omstandigheden te bepalen, gaat de Hoge Raad uit van een zogenaamde holistische benadering. Hierbij wordt gekeken vanuit diverse gezichtspunten. Van belang kunnen onder meer zijn:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  • het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  • de hoogte van deze beloningen;
  • de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.

Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verwerven van een reputatie, het plegen van acquisitie en de fiscale behandeling, mede gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Wetgever aan zet
Het is nu aan de wetgever om een en ander tot uitdrukking te brengen in nieuwe wetgeving. Met name de nadere invulling van het begrip ‘organisatorische inbedding’ is van belang voor bedrijven die werken met zzp’ers die werkzaamheden verrichten die tot de normale bedrijfsvoering behoren.


3. Wet toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen

Op 14 maart 2023 heeft de Tweede Kamer de wet Toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen. Hierin is onder meer opgenomen dat werkgevers verplicht zijn een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten, zodanig dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen.

Let op!
Deze wet zal waarschijnlijk in mei 2024 in werking treden.

Onbewuste vooroordelen
Veel werkgevers selecteren kandidaten op basis van een eerste indruk. Dit betekent in veel gevallen dat de kandidaat gelijkenissen vertoont met degene die hem of haar aanneemt. Hierdoor neemt de kans op een organisatie met een divers personeelsbestand af. Daarom is het van belang stil te staan bij deze onbewust levende (voor)oordelen.

Verplichte werkwijze opstellen
Om bedrijven actief na te laten denken over de vaak onbewuste discriminatie, is de wet Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie in het leven geroepen. Werkgevers zijn op grond van deze wet verplicht een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten en ervoor zorgen dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen. Deze verplichting gaat gelden voor alle werkgevers.

Vastleggen door ‘grotere’ werkgevers
Uit de ‘werkwijze’ moet blijken dat er uitsluitend geworven wordt op basis van relevante functie-eisen. De werkwijze moet controleerbaar en systematisch ingericht zijn. Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten deze werkwijze op schrift uitwerken.

Kleinere werkgevers
Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers hoeven dit pas op schrift te stellen als de Arbeidsinspectie dit eist of als de werkgever gerechtelijk is veroordeeld voor een verboden onderscheid of als er een oordeel is van het College voor de Rechten van de Mens in verband met een verboden onderscheid.

Inspectie
De Nederlandse Arbeidsinspectie is de handhavende instantie. Signaleert deze tekortkomingen, dan krijgt de werkgever een mogelijkheid om deze te herstellen. Als deze niet hersteld worden, kan de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen van maximaal €4.500.

Meldplicht intermediairs
Er gaat een meldplicht gelden voor intermediairs. Deze meldplicht houdt in dat intermediairs moeten beschikken over een ‘procedure’ hoe met verzoeken die (vermoedelijk) tot arbeidsmarktdiscriminatie (kunnen) leiden, wordt omgegaan. Zij moeten deze procedure ook toepassen. Er geldt weliswaar geen schriftelijkheidseis, maar het is aan te raden de procedure schriftelijk vast te leggen.

Het gaat er concreet om dat bij een (mogelijk) discriminerend verzoek door een opdrachtgever – denk bijvoorbeeld aan een werkervaringseis – de intermediair eerst hierover het gesprek moet gaan voeren met de opdrachtgever om het verzoek aan te passen. Leidt dit niet tot een oplossing, dan moet de intermediair dit melden bij de Arbeidsinspectie. Op basis van deze melding kan de Arbeidsinspectie de werkwijze voor het wervings- en selectiebeleid van de opdrachtgever controleren.

Vervolg
De Eerste Kamer moet nog instemmen met deze wet. De eisen aan de werkwijze worden verder uitgewerkt en vastgelegd in nadere regels. Ook worden hulpmiddelen voor werkgevers ontwikkeld. De wet treedt naar verwachting vanaf medio 2024 in werking.


4. Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vind je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend
Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.

Nieuwsbrief april 2023

*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan
De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!
Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:

  • volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van jouw vermogen, en
  • volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.

Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.

Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijke behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op!
De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van jouw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.

Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op!
De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep, dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).


5. Voorkom belastingrente inkomsten- en vennootschapsbelasting

Als de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting aan je oplegt met een te betalen bedrag, berekent de Belastingdienst in beginsel ook belastingrente. Deze rente bedraagt 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Je kan deze belastingrente voorkomen. De Belastingdienst berekent namelijk geen belastingrente over jouw aanslag inkomstenbelasting 2022 als je voor 1 mei 2023 jouw aangifte indient of om een voorlopige aanslag vraagt. Over jouw aanslag vennootschapsbelasting 2022 berekent de Belastingdienst geen belastingrente als je voor 1 juni 2023 jouw aangifte indient of voor 1 mei 2023 om een voorlopige aanslag vraagt.


6. Welke verplichtingen heb je bij loonbeslag?

Als beslag op het loon van jouw werknemer wordt gelegd, heb je als werkgever een aantal verplichtingen. Zo ben je verplicht de vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer (het verklaringsformulier derdenbeslag) in te vullen en terug te sturen naar de deurwaarder. Dit moet na ten minste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken. Doe je dit niet, dan loop je het risico schade te moeten vergoeden en/of het bedrag waarvoor beslag is gelegd zelf te moeten betalen. Daarna moet je een bedrag ter grootte van het nettoloon na aftrek van de beslagvrije voet maandelijks aan de beslaglegger betalen. Als je weigert, kan de rechter je veroordelen tot nakoming van deze verplichting. De beslagvrije voet is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Je kan dit bedrag samen met jouw werknemer narekenen via www.uwbeslagvrijevoet.nl. Als het niet klopt, kan jouw werknemer daartegen bezwaar maken.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0011 april 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2023
  • Fiscus stuurt brief aan niet-bezwaarmakers box 3

Fiscus stuurt brief aan niet-bezwaarmakers box 3

De fiscus stuurt een brief aan degenen die eerder geen bezwaar hadden gemaakt over de heffing in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 in de massaalbezwaarprocedure en dit later alsnog gedaan hebben. In de brief staat onder meer het verdere verloop van de procedure.

Heffing box 3
Eind 2021 heeft de Hoge Raad in het zogenaamde Kerstarrest beslist dat de belastingheffing over vermogen destijds in strijd was met het recht. De uitspraak had tot gevolg dat de bezwaren werden toegewezen aan degenen die mee hadden gedaan aan de massaalbezwaarprocedure hierover.

Massaal bezwaar plus
Naar aanleiding van het Kerstarrest dienden veel belastingplichtigen die niet aan de massaalbezwaarprocedure hadden meegedaan, alsnog bezwaar in. Ze deden dit via een verzoek om ambtshalve herziening. Momenteel wordt aan de rechter voorgelegd of ook deze belastingplichtigen rechtsherstel kunnen eisen.

Let op! Inmiddels is toegezegd dat de uitkomst van die rechtszaak ook zal gelden voor degenen die ook later niet alsnog in bezwaar zijn gegaan.

Actie niet nodig
Alle niet-bezwaarmakers die later alsnog bezwaar hebben gemaakt, ontvangen de komende periode bovengenoemde informatiebrief van de fiscus. Hierin staat ook dat men voor de jaren waarvoor geen bezwaar of verzoek is ingediend, men dit niet alsnog hoeft te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-23T15:31:51+01:0024 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Fiscus stuurt brief aan niet-bezwaarmakers box 3
  • Reserves VvE waarderen op rendement spaartegoed

Reserves VvE waarderen op rendement spaartegoed

Het aandeel in de reserves van een Vereniging van Eigenaren (VvE) moet voor box 3 gewaardeerd worden tegen het rendement op spaar- en banktegoeden. Daarnaast moet voor de leegwaarderatio worden uitgegaan van de kale huur.

Rechtsherstel
Dit is de uitkomst van een zaak die speelde bij het Hof Arnhem-Leeuwarden in het kader van het rechtsherstel voor box 3. In het kader van dit rechtsherstel moet worden aangesloten bij de werkelijke verdeling van vermogen in spaar- en banktegoeden, beleggingen en schulden. Voor het bieden van rechtsherstel is voor iedere categorie een forfaitair rendement bepaald.

Aandeel VvE
Bezitters van een appartement zijn automatisch lid van een VvE van het betreffende appartementencomplex. Een VvE int van iedere bezitter van een appartement een bedrag om gezamenlijke uitgaven te bekostigen, zoals onderhoud van de lift. Iedere lid van de VvE moet zijn aandeel in de reserves van de VvE opgeven als bezitting in box 3. Voor de bepaling van het rechtsherstel moet deze bezitting volgens het Hof dus worden aangemerkt als spaar- en banktegoed.

Let op! Dit betekent dat dus uitgegaan kan worden van het geringe forfaitaire rendement op spaar- en banktegoeden.

Leegwaarderatio
De waardering van een verhuurde woning in box 3 geschiedt op basis van de WOZ-waarde, gecorrigeerd voor de verhuurde staat. De omvang van de correctie is afhankelijk van de huuropbrengst. Hoe hoger deze is, hoe geringer de correctie. Volgens het Hof moet voor deze berekening worden uitgegaan van de kale huur.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-21T11:34:07+01:0022 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Reserves VvE waarderen op rendement spaartegoed
  • Nieuwsbrief februari 2023

Nieuwsbrief februari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 februari 2023, 20:00 uur.


1. Rentevergoeding over te veel betaalde box 3-heffing

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de Belastingdienst een passende rentevergoeding moet geven aan een belastingplichtige die te veel box 3-heffing betaalde over de jaren vanaf 2017.

Kerstarrest box 3
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 (hierna het Kerstarrest) dat de wijze van belastingheffing in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM. Om die reden werd in dat geval geoordeeld dat het box 3-inkomen moest worden verlaagd en moest worden uitgegaan van het werkelijke lagere inkomen.

Voor degenen die tijdig bezwaar maakten tegen de box 3-heffing en voor degenen van wie de aanslagen op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden, is op basis van de massaalbezwaarprocedure rechtsherstel verleend voor de jaren 2017 tot en met 2021. Dit proces is inmiddels in gang gezet.

Rentevergoeding
In de door het gerechtshof besliste zaak was de vraag of ook recht op rentevergoeding bestaat als de Belastingdienst naar aanleiding van het Kerstarrest de box 3-heffing vermindert. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft deze vraag positief beantwoord.

In deze zaak werd de grondslag box 3 verminderd tot nihil. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat zij ook recht had op een rentevergoeding over de periode dat de Belastingdienst over de te veel betaalde box 3-heffing heeft beschikt. Hoewel volgens de Nederlandse wetgeving geen recht bestaat op een rentevergoeding, is dat volgens het gerechtshof wel het geval op basis van het Europese recht: indien sprake is van schending van het EVRM, wordt door het EHRM (Europese Hof voor de rechten van de mens) een rentevergoeding toegekend. Voor de berekening van die rentevergoeding moet dan worden aangesloten bij de Nederlandse wetgeving, aldus het gerechtshof. Daarom had de belastingplichtige wel recht op een rentevergoeding.

Berekening rente
Het gerechtshof sluit voor de berekening (en de hoogte van het rentepercentage) in dit geval aan bij de belastingrenteregeling. Volgens het gerechtshof volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie dat rente moet worden vergoed vanaf de dag na betaling van de onverschuldigde box 3-heffing tot en met de dag voorafgaand aan terugbetaling.

Verzoek om rente
Krijg of kreeg je rechtsherstel box 3 voor de jaren vanaf 2017 en is de verschuldigde belasting daarom verminderd? Verzoek de Belastingdienst dan om een rentevergoeding. Wij kunnen je hierbij van dienst zijn. De verwachting dat de staatssecretaris beroep in cassatie instelt om het oordeel van de Hoge Raad te vernemen, wordt inmiddels door diverse bronnen bevestigd. Of je daadwerkelijk recht hebt op rentevergoeding, is op dit moment daarom nog afwachten.

Let op!
Het is nog niet duidelijk of voor aanslagen die al onherroepelijk vaststaan, in een verzoek om ambtshalve vermindering alsnog om rente verzocht kan worden. Ook is niet duidelijk of voor onherroepelijk vaststaande aanslagen over het jaar 2017 nog om rente verzocht kan worden. Voor die aanslagen is het inmiddels, vanwege het verstrijken van de vijfjaarstermijn, in ieder geval niet meer mogelijk om een verzoek om ambtshalve vermindering te doen.


2. Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers in Nederland laten werken, moeten dit melden. Dit geldt ook voor buitenlandse zelfstandigen die tijdelijk in Nederland werken. Nederlandse opdrachtgevers zijn verplicht om te controleren of er gemeld is en of de melding juist is.

EU, EER of Zwitserland
De meldingsplicht geldt voor buitenlandse werkgevers of zelfstandigen uit de EU, EER of Zwitserland. Als zij tijdelijk een dienst of opdracht uitvoeren in Nederland moeten zij dit melden via het Nederlandse online meldloket.

Let op!
De dienstontvanger of opdrachtgever moet controleren of de dienstverrichter of zelfstandige aan zijn meldplicht heeft voldaan en of de melding juist is.

Dienstverrichter
De dienstverrichter voor wie de meldplicht geldt, is een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland die tijdelijk:

  • in Nederland met eigen werknemers een dienst of opdracht komt uitvoeren, of
  • vanuit een multinationale onderneming werknemers detacheert naar een vestiging van hetzelfde bedrijf of concern in Nederland, of
  • als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt voor werkzaamheden in Nederland.

Zelfstandige
Voor zelfstandigen geldt de meldplicht alleen als zij werkzaam zijn in een aantal aangewezen sectoren in onder meer de bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij en land- en tuinbouw. Meer informatie hierover vindt je op de website postedworkers.nl op de pagina zelfstandigen.

Tip!
De transportsector kent enkele uitzonderingen op de meldingsregels.

Melden
De melding moet plaatsvinden vóór de start van de werkzaamheden in Nederland. De gegevens die nodig zijn voor de melding zijn opgenomen in de checklist buitenlandse werkgevers en de checklist buitenlandse zelfstandigen.

Tip!
Soms geldt een beperkte meldingsplicht en hoeft maar één keer per jaar een melding plaats te vinden (jaarmelding).

Tip!
Voor bepaalde incidentele werkzaamheden hoeft niet gemeld te worden. Voorbeelden zijn zakelijke besprekingen, dringend onderhoud en reparaties of het bijwonen van congressen. Deze uitzondering geldt niet voor zelfstandigen of bij detachering van een werknemer met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

Toezicht en boete
De Nederlandse arbeidsinspectie controleert of voldaan wordt aan de meld- en controleplicht. Als blijkt dat niet voldaan is aan de meldingsplicht, kan zowel de dienstverrichter/zelfstandige als de dienstontvanger/opdrachtgever een boete krijgen.

Tip!
Ben je meldings- of controleplichtige of twijfel je hierover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs voor meer informatie.


3. Duidelijkheid over loonbelastingtabel voor vluchteling uit Oekraïne

Als je een vluchteling uit de Oekraïne in dienst wilt nemen, moet je ook weten welke loonbelastingtabel je moet toepassen. Hiervoor moet je weten wat de fiscale woonplaats is. Wat te doen als hierover onzekerheid bestaat? De Belastingdienst heeft hier nu duidelijkheid over gegeven.

Wat is de fiscale woonplaats?
Als iemand een verblijfplaats in Nederland heeft, betekent dit nog niet dat Nederland zijn fiscale woonplaats is. Daarvoor is bepalend of de werknemer een duurzame, persoonlijke band met Nederland heeft. Hij is alleen inwoner van Nederland als zijn sociale en economische leven zich hier afspeelt.

Feiten en omstandigheden
Waar een werknemer woont, bepaal je op basis van alle feiten en omstandigheden die bij jou bekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan de woonplaats die hij jou aanlevert en de reiskostenvergoedingen die je hem betaalt. Woont het gezin van de werknemer bijvoorbeeld in het buitenland, gaan zijn kinderen daar naar school en houdt hij daar bankrekeningen aan, dan kan je aannemen dat hij geen inwoner van Nederland is.

Vluchteling uit Oekraïne
Voor een vluchteling uit de Oekraïne kan het zijn dat de fiscale woonplaats op basis van de feiten en omstandigheden Oekraïne blijkt te zijn. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van een derde land. Ook kan het zijn dat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat Nederland de fiscale woonplaats is. Dan pas je de tabel toe voor een inwoner van Nederland.

Wat nu als de woonplaats niet is vast te stellen?
Kan je de woonplaats niet vaststellen, verblijft de werknemer al ten minste zes maanden in Nederland en beschik je over zijn volledige verblijfsadres in Nederland, dan mag je er voor de loonheffingen van uitgaan dat het verblijfsadres de fiscale woonplaats is. Je past dan de loonbelastingtabel toe voor een inwoner van Nederland. In alle andere gevallen pas je het anoniementarief toe.

Let op!
Als je de tabel voor een inwoner van een derde land moet toepassen, heeft de werknemer geen recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Om die reden is het voor de werknemer financieel aantrekkelijk als je gebruik kan maken van de aanname dat na zes maanden de fiscale woonplaats Nederland is. Je kan dan de tabel voor een inwoner van Nederland toepassen, zodat de werknemer ook recht heeft op het belastingdeel van de loonheffingskorting.


4. Aanvragen ISDE-subsidie gestart

Ook dit jaar kunnen woningeigenaren en zakelijke gebruikers de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) aanvragen. De aanvraagperiode is inmiddels gestart. Aanvragen moet digitaal via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), voor bedrijven is eHerkenning verplicht.

ISDE-regeling
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hun hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor onder meer isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet. Zakelijke gebruikers kunnen subsidie krijgen voor een (hybride) warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en kleinschalige windturbines.

Let op!
Voorkom dat de ISDE-subsidie niet wordt toegekend en beoordeel daarom altijd of je wel aan alle voorwaarden voldoet. Zo kan een woningeigenaar de subsidie pas aanvragen als de energiebesparende maatregel is geïnstalleerd, terwijl de zakelijke gebruiker eerst de subsidie moet aanvragen en daarna pas de koopovereenkomst kan sluiten. Meer informatie over de ISDE-subsidie en de voorwaarden vindt je op de website van RVO.

Meer budget beschikbaar
Er is dit jaar, 2023, meer budget beschikbaar. Vorig jaar was dit €325 miljoen, dit jaar €350 miljoen. De ISDE-regeling loopt tot 2030.

Verruiming regeling
Er zijn dit jaar enkele wijzigingen in de subsidieregeling ten opzichte van vorig jaar. Zo kunnen woningeigenaren vanaf dit jaar ook voor één isolerende maatregel subsidie aanvragen. Vorig jaar moesten dit er minstens twee zijn. Ook is de termijn voor de aanvraag verlengd naar 24 maanden.

Let op!
De ISDE-subsidie voor kleinschalige turbines en zonnepanelen is alleen nog in 2023 beschikbaar.


5. Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

In 2022 bedroeg de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, 1,7% over de eerste €400.000 van de totale fiscale loonsom van jouw werknemers en 1,18% over het meerdere. Was het bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen die je ten laste van de vrije ruimte bracht meer dan de vrije ruimte? Dan ben je over het meerdere 80% eindheffing (belasting) verschuldigd. Deze eindheffing moet je uiterlijk in jouw tweede aangifte loonheffingen 2023 aangeven en betalen. Doe je per maand aangifte, dan moet je dit dus bij jouw aangifte februari 2023 doen. Deze aangifte moet je uiterlijk 31 maart 2023 indienen en betalen.


6. Schenking gehad in 2022? Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2022

Kreeg je in 2022 een of meerdere schenkingen? Vergeet dan niet aangifte schenkbelasting 2022 te doen. Je moet dit doen als je in 2022 een of meer schenkingen van jouw ouder(s) kreeg met een totale waarde hoger dan €5.677. Je moet dit ook doen als je in 2022 een of meer schenkingen van dezelfde schenker (niet jouw ouders) kreeg met een totale waarde hoger dan €2.274. Ook bij toepassing van een eenmalig verhoogde vrijstelling (bijvoorbeeld voor de eigen woning) moet je aangifte schenkbelasting doen. De aangifte schenkbelasting 2022 moet voor 1 maart 2023 door de Belastingdienst ontvangen zijn. Lukt het niet om op tijd aangifte schenkbelasting 2022 te doen, dan kan je uitstel aanvragen. Je krijgt dan vijf maanden uitstel.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0013 februari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief februari 2023
  • Diverse landbouwnormen 2022 bekend

Diverse landbouwnormen 2022 bekend

Personen die landbouwgrond verpachten, moeten de waarde van deze grond aangeven in box 3. De Belastingdienst publiceert jaarlijks de cijfers inzake de waardering ervan. Ook zijn de landbouwnormen 2022 voor de BTW-aangifte bekend.

Landbouwnormen BTW-aangifte
De Belastingdienst heeft de landbouwnormen voor onttrekkingen voor eigen gebruik en de richtlijnen voor het bepalen van het privégebruik voor het jaar 2022 bekendgemaakt. Het gaat om de normen voor het eigen verbruik van de meest gangbare agrarische producten en richtlijnen voor het privégedeelte van de kosten van energie en water. De cijfers zijn nodig voor de laatste BTW-aangifte over 2022.

Soms geen normbedragen
Bij sommige producten zijn geen normbedragen opgenomen, zoals bij vleeskalkoenen. Agrariërs moeten dan zelf hun verbruik berekenen met behulp van een dagprijs.

Verpachting
De cijfers inzake verpachting hebben betrekking op verpacht grasland en akkerland die ten behoeve van de landbouw worden gebruikt. De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals voor tuinland of boomgaarden en voor grond bestemd voor recreatie.

Verpachte grond
De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. De hoogte van het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60% en maximaal 98% van de waarde in onverpachte staat.

Uiteenlopende waardes
De waarde van de grond verschilt per regio enorm. Zo bedraagt de normwaarde van een hectare grond op de Waddeneilanden €37.300, terwijl deze in de zuidelijke IJsselmeerpolders €147.900 is.

Tip! Je vindt alle waarden hier.

Heffing box 3
Verpachte gronden moeten voor de belastingheffing in box 3 aangemerkt worden als beleggingen/andere bezittingen. Hiervoor wordt een rendement verondersteld dat voor 2023 waarschijnlijk 6,17% bedraagt. Dit percentage wordt nog definitief vastgesteld. Over dit veronderstelde rendement betaal je 32% belasting.

Lagere waarde?
Ben je van mening dat de waarde van jouw grond lager is, dan kun je hiervan afwijken. Je dient dan wel te onderbouwen waarom naar jouw mening de standaardwaardering op jouw grond niet van toepassing is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-07T08:44:01+01:009 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Diverse landbouwnormen 2022 bekend