belastingdienst

Voorlopige forfaits banktegoeden en schulden box 3 2025 bekend

De voorlopige forfaits voor het rendement van banktegoeden en schulden in box 3 voor 2025 zijn bekend. De Belastingdienst gebruikt deze forfaits voor het berekenen van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025.

Geen werkelijk rendement in voorlopige aanslag

Geld

Bij het berekenen van de voorlopige aanslag houdt de Belastingdienst geen rekening met jouw werkelijke rendement in 2025. Door verschillende uitspraken van de Hoge Raad in 2024 moet de Belastingdienst jouw box 3-heffing vaststellen op basis van jouw werkelijke rendement als dit lager is dan de box 3-heffing berekend op grond van de forfaitaire rendementspercentages. Het werkelijke rendement kan echter pas na afloop van 2025 berekend worden.

Let op! De Hoge Raad heeft in de verschillende uitspraken ook aanwijzingen gegeven over de wijze waarop jouw werkelijke rendement berekend moet worden. Houd er rekening mee dat wat je verstaat onder werkelijk rendement wellicht anders is dan de invulling die de Hoge Raad daaraan geeft. Zo rekent de Hoge Raad bijvoorbeeld ook waardestijgingen tot jouw werkelijke rendement en mag je bijvoorbeeld geen kosten in aftrek brengen.

Voorlopige en definitieve forfaits 2025

Bij het berekenen van jouw box 3-heffing in de voorlopige aanslag IB 2025 rekent de Belastingdienst met een voorlopig vastgesteld forfaitair rendement van 1,44% voor banktegoeden en 2,62% voor schulden. Het definitieve forfaitaire rendement voor banktegoeden en schulden worden pas begin 2026 bekendgemaakt.

Voor alle overige bezittingen in box 3 is het forfaitaire rendement voor 2025 wel al definitief vastgesteld. Dit bedraagt in 2025 5,88%.

Door |2025-01-30T15:18:35+01:0030 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorlopige forfaits banktegoeden en schulden box 3 2025 bekend

Alternatieve rapportagemethode DAC7 kleine platformen

De Belastingdienst komt op korte termijn met een alternatieve aanlevermethode voor DAC7. Dit alternatief is bestemd voor kleinere platformexploitanten. Totdat het alternatief beschikbaar is, zal slechts beperkt op de rapportageplicht gecontroleerd worden.

DAC7

Laptop

De verplichting volgens DAC7 betekent dat exploitanten van online platformen gegevens over zichzelf en gegevens over degenen die via hun platform goederen of diensten verkopen, moeten rapporteren aan de Belastingdienst. De gegevens inzake de verkopende partij betreffen onder meer hun NAW-gegevens, het btw-identificatienummer en de omzet per kwartaal.

Problemen

De Belastingdienst constateert dat vooral kleinere platformen problemen hebben met de rapportageplicht. De oorzaak is deels onbekendheid met DAC7, maar ook onduidelijkheid over de criteria en aanlevermethode spelen een rol. Ook de complexiteit en kosten van rapporteren zijn een hinderpaal.

Alternatief

De Belastingdienst werkt daarom aan een alternatief voor DAC7 voor met name kleinere platformen. Dit zal echter niet voor 31 januari 2025 beschikbaar zijn, de datum waarop de rapportages uiterlijk moeten worden aangeleverd.

Beperkt handhaven

Totdat de alternatieve rapportagemethode beschikbaar is, zal de Belastingdienst slechts beperkt op de rapportageplicht handhaven. Ondernemers die van de alternatieve rapportagemethode gebruik willen maken, kunnen dit per e-mail melden bij de Belastingdienst via DAC7@belastingdienst.nl.

Wel alvast starten

Platformexploitanten moeten al wel beginnen met het verzamelen, identificeren en verifiëren van gegevens over hun gebruikers. Wettelijk bestaat namelijk de plicht dit vóór 1 januari 2025 te doen. Zodra de alternatieve aanlevermethode beschikbaar is, dienen de rapportages zo spoedig mogelijk aangeleverd te worden. De Belastingdienst zal vanaf dat moment ook weer normaal gaan handhaven.

Door |2025-01-22T11:22:43+01:0022 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Alternatieve rapportagemethode DAC7 kleine platformen

Belastingdienst breidt inzien en intrekken machtigingen uit

Medewerkers van organisaties en intermediairs, zoals belastingadviseurs, kunnen voortaan in meer situaties machtigingen inzien en intrekken. Deze verruiming in het Machtigingenregister Digipoort is per 21 november 2024 ingegaan. Dit heeft de Belastingdienst bekendgemaakt.

Machtigingenregister Digipoort

Laptop

Het Machtigingenregister Digipoort bevat de namen van organisaties waarvoor machtigingen zijn afgegeven voor het digitaal ophalen van berichten en gegevens. Deze hebben betrekking op specifieke klanten, zoals bedrijven en particulieren. Machtigen kan alleen als de klant hiervoor toestemming heeft gegeven. Een machtiging kan ook altijd weer worden ingetrokken.

Voorwaarden

Voor medewerkers van organisaties geldt dat zij nu ook machtigingen kunnen inzien of intrekken als de machtigingen geregistreerd staan op het fiscaal nummer van de organisatie of op het nummer van de Kamer van Koophandel. Intermediairs en hun medewerkers kunnen nu ook machtigingen inzien of intrekken als de machtigingen geregistreerd staan op het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN) van de intermediair.

Inloggen met eHerkenning

Als medewerkers van organisaties of intermediairs een machtiging willen inzien en/of intrekken dient men met behulp van eHerkenning eerst in te loggen bij Logius via het Machtigingenregister Digipoort.

Door |2024-11-29T14:18:41+01:0029 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst breidt inzien en intrekken machtigingen uit

Verzoek uiterlijk 3 december om de KOR in of uit te gaan

De termijnen om de KOR op te zeggen en weer gebruik te maken van de KOR wijzigen met ingang van 1 januari 2025. Om daarvan meteen met ingang van 1 januari 2025 gebruik te kunnen maken, moet je uiterlijk 3 december 2024 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

KOR

EU

De kleine ondernemersregeling, ook wel bekend als de KOR, houdt in dat een in Nederland gevestigde btw-ondernemer gebruik kan maken van een vrijstelling. Als de omzet per jaar niet hoger is dan € 20.000, hoeft de ondernemer geen btw te berekenen over zijn omzet.

Verzoek KOR

Om de KOR te kunnen toepassen, moet een ondernemer zich tijdig vooraf bij de Belastingdienst melden. Tijdig wil zeggen uiterlijk vier weken voorafgaand van het tijdvak waarin de ondernemer de vrijstelling wil toepassen.

Let op! Ben je nog niet aangemeld voor de KOR, maar wil je vanaf 1 januari 2025 de KOR toepassen, dan moet je je dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Tip! Ben je niet verplicht om jouw onderneming in te schrijven bij de KVK en bedraagt jou jaaromzet maximaal € 1.800, dan is aanmelding voor de KOR niet nodig. Let op: vanaf 2025 gaat de maximale jaaromzet voor deze regeling omhoog naar € 2.200.

Opzeggen KOR

De KOR duurt voort totdat je de KOR bij de Belastingdienst opzegt. Tot en met 2024 moet de KOR nog minimaal drie jaren duren voordat je deze kunt opzeggen. Vanaf 1 januari 2025 geldt er geen termijn meer, maar kan je de KOR op elk moment weer beëindigen. De KOR eindigt altijd op zijn vroegst met ingang van de eerste dag van de aangifteperiode. Hiervoor moet de opzegging wel minimaal vier weken voor deze eerste dag zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Let op! Wil je vanaf 1 januari 2025 de KOR beëindigen, dan moet je dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Je kunt de KOR dan beëindigen per 1 januari 2025, ook als deze nog niet minimaal drie jaren duurde. Beëindigen kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Weer aanmelden KOR

Als je de KOR heeft opgezegd, kun je je later toch weer aanmelden voor de KOR. Tot en met 2024 geldt een wachttijd van drie jaren na de opzegging van de KOR. Vanaf 2025 bedraagt de wachttijd nog maar het jaar van opzegging en het daaropvolgende kalenderjaar. Let wel dat voor het opnieuw aanmelden voor de KOR een termijn geldt van minimaal vier weken.

Let op! Wil je na een eerder opzegging van de KOR in 2023 of eerdere jaren, vanaf 1 januari 2025 weer gebruikmaken van de KOR, dan moet je dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Je kunt de KOR dan weer toepassen vanaf 1 januari 2025, ook als er nog geen drie jaren verstreken zijn sinds de eerder opzegging. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Overleg met onze adviseurs

Overleg met onze adviseurs of je voldoet aan de voorwaarden voor de KOR en of toepassing van de KOR in jouw situatie raadzaam is. Doe je ook zaken in het buitenland, dan kun je mogelijk (ook) gebruikmaken van de EU-KOR. Ben je een buitenlandse ondernemer met een vaste inrichting in Nederland, dan kun je vanaf 2025 niet langer gebruikmaken van de KOR. Onze adviseurs kunnen jou meer vertellen over al deze regelingen.

Door |2024-11-22T09:20:17+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verzoek uiterlijk 3 december om de KOR in of uit te gaan

Ook maaltijden aftrekbaar bij zakelijk verblijf

Huur je verblijfsruimte buiten jouw woonplaats in verband met jouw ondernemingsactiviteiten, dan vond de Belastingdienst dat je de kosten van jouw gebruikelijke maaltijden niet in aftrek kon brengen van jouw winst in de inkomstenbelasting. De Hoge Raad denkt daar echter anders over.

Belastingdienst: maaltijden zijn privé

Lunch

Een ondernemer werkte voor zijn onderneming een groot gedeelte van het jaar ver weg van zijn woonplaats. Daarom huurde hij een verblijfsruimte dichtbij dat werk. De Belastingdienst erkende dat deze huurkosten ten behoeve van zijn onderneming werden gemaakt en stond aftrek van deze kosten van de winst toe.

De ondernemer moest echter ook eten en koos ervoor om de maaltijden niet zelf te bereiden, maar uit eten te gaan. De kosten hiervan wilde hij ook in aftrek brengen van zijn winst, maar de Belastingdienst, de rechtbank en het gerechtshof stonden dat niet toe. Zij vonden dat de noodzaak om te eten ook aanwezig was als de ondernemer gewoon thuis verbleef. De kosten waren daarom geen ondernemingskosten maar privékosten.

Hoge Raad: maaltijden in beginsel zakelijk

De Hoge Raad is het daar niet mee eens. De Hoge Raad vindt dat als de verblijfkosten zakelijk zijn, de kosten voor maaltijden dat in beginsel ook zijn. Alleen als het belopen van die kosten uitsluitend in de privésfeer zou zijn gelegen, kan dit anders zijn. Het enkele feit dat de kosten van uit eten gaan hoger zijn dan eten wat thuis bereid en genuttigd wordt, betekent echter nog niet dat het belopen van die kosten uitsluitend in de privésfeer gelegen is.

De ondernemer kon de kosten van het eten buiten de deur daarom gewoon in aftrek brengen.

Wel wettelijke correctie privé

Voor de aftrek van onder meer de kosten van voedsel is in de wet echter wel een correctie opgenomen voor het privé-element. De kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie, congressen, seminars, studiereizen en dergelijk komen tot een bedrag van € 5.600 per jaar daarom niet in aftrek van de winst. In plaats van een niet aftrekbaar bedrag van € 5.600, kan de ondernemer er echter ook voor kiezen om 80% van deze kosten in aftrek te brengen. De ondernemer uit de zaak die speelde bij de Hoge Raad kon daarom niet alle kosten voor het uit eten gaan in aftrek brengen, maar hield rekening met deze correctie.

Wat betekent dit voor jou?

Als u ook in verband met uw onderneming een verblijfsruimte ver weg van jouw thuis huurt, kun je naast de huurkosten, dus ook de kosten van jouw maaltijden in aftrek brengen. In het arrest van de Hoge Raad ging het om kosten van eten buiten de deur, maar uit het arrest lijkt opgemaakt te kunnen worden dat dit ook geldt voor de kosten van het in de verblijfsruimte zelf bereiden van de maaltijden.

Je moet uiteraard wel rekening houden met het niet aftrekbare bedrag van € 5.600 of maar 80% van de kosten in aftrek brengen.

Vragen?

Neem voor vragen contact op met onze adviseurs. Houd er verder rekening mee dat de staatssecretaris waarschijnlijk niet blij is met het oordeel van de Hoge Raad. Mogelijk betekent dit dat de wet op dit punt in de toekomst gewijzigd wordt.

Door |2024-11-06T10:33:00+01:006 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook maaltijden aftrekbaar bij zakelijk verblijf

Verduidelijking vrijstelling ov-kaart in Belastingplan 2025

Het Belastingplan 2025 bevat een verduidelijking van de regels inzake verstrekkingen en vergoedingen voor het gebruik van het openbaar vervoer. De verduidelijking is volgens het kabinet nodig, omdat de sinds dit jaar verruimde mogelijkheden voor het verstrekken en vergoeden van een ov-kaart nog niet voor iedereen helemaal duidelijk zijn.

Wanneer gericht vrijgesteld?

OV

Sinds dit jaar kunt u als werkgever onder voorwaarden een ov-kaart aan uw werknemer vrijgesteld van loonheffingen verstrekken of vergoeden. Dat kon voor die tijd ook al, maar daarvoor golden verschillende en strengere voorwaarden. Vanaf 2024 geldt alleen nog maar als voorwaarde dat uw werknemer de ov-kaart ook (in ieder geval in enige mate) gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer.

Terminologie aangepast

Bij een ov-kaart kan het gaan om een ov-abonnement of een voordeelurenkaart. In de praktijk bestond onduidelijkheid over de vraag wat onder een ov-abonnement en wat onder een voordeelurenkaart moest worden verstaan. De voorgestelde wijzigingen bevatten daarom ook een wijziging van de gebruikte terminologie. Vanaf 2025 wordt de voorkeur gegeven aan algemene omschrijvingen, waarmee de regelingen ook toekomstbestendig worden gemaakt. Er wordt in de wet daarom opgenomen dat het gaat om de mogelijkheid om vrij te reizen met het openbaar vervoer of om het verlenen van korting op de prijs van het openbaarvervoersbewijs.

Praktijk blijft gelijk

Aan de gerichte vrijstelling verandert in de praktijk eigenlijk niets. De voorwaarde is en blijft dat de ov-kaart ook (in ieder geval in enige mate) gebruikt wordt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer. Het maakt daarbij niet uit of uw werknemer de kaart ook gebruikt voor privéreizen.

Niet alleen Nederlands openbaar vervoer

Met de aanpassing van de wet wordt vanaf 2025 ook het onderscheid weggenomen tussen Nederlands openbaar vervoer en reizen met ander openbaar vervoer. Er is naar oordeel van het kabinet namelijk geen goede reden om dit onderscheid te handhaven.

Let op! Deze wijzigingen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-30T09:29:16+01:0030 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verduidelijking vrijstelling ov-kaart in Belastingplan 2025

Informatiebrief over verder rechtsherstel box 3

De Belastingdienst is gestart met het versturen van een informatiebrief aan iedereen die mogelijk in aanmerking komt voor verder rechtsherstel in box 3. Het gaat om in totaal 2,6 miljoen brieven, waarvan de laatsten begin november verzonden worden.

Box 3-arresten Hoge Raad juni 2024

Euro

In juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat je in box 3 het werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij aanwijzingen over hoe het werkelijke rendement berekend moet worden. Zo oordeelde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat het gaat om het nominale werkelijke gerealiseerde én ongerealiseerde rendement zonder rekening te houden met inflatie en zonder aftrek van kosten.

Tegenbewijsregeling

De staatssecretaris gaf nadien een nadere invulling aan de wijze waarop het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de aanwijzingen van de Hoge Raad. Deze invulling wordt in een wetsvoorstel opgenomen, waarmee in feite een wettelijke tegenbewijsregeling ontstaat. Op die wettelijke tegenbewijsregeling kun je een beroep doen als jouw wettelijke rendement – berekend volgens de nadere invulling van de staatssecretaris – lager is dan het forfaitaire rendement.

Let op! Als je in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling, betekent dit niet dat straks per definitie jouw box 3-aanslag verminderd wordt. Hiervoor moet jouw werkelijke rendement lager zijn dan het forfaitaire rendement. Houd er daarbij rekening mee dat wat je wellicht verstaat onder werkelijk rendement anders is dan de invulling die de Hoge Raad daaraan gaf. 

Brief Belastingdienst

In september maakte de staatssecretaris de doelgroep bekend die in aanmerking komt voor de wettelijke tegenbewijsregeling. Tot en met begin november 2024 stuurt de Belastingdienst deze doelgroep een brief. Het gaat om de periode vanaf 2017.

Let op! Denk je dat je in aanmerking komt voor de wettelijke tegenbewijsregeling, maar heb je medio november 2024 nog geen brief van de Belastingdienst ontvangen? Neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met jou bepalen of je terecht geen brief heeft ontvangen.

Geen actie?

De Belastingdienst geeft in de brief aan dat je nu nog niet in actie hoeft te komen. Dat klopt over het algemeen, behalve als je een definitieve aanslag met box 3-inkomen ontvangt óf als je een definitieve aanslag IB 2019 met box 3-inkomen heeft die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. In die gevallen is het mogelijk verstandig om wel in actie te komen.

Definitieve aanslag IB met box 3-inkomen

Ontvang je een definitieve aanslag IB met box 3-inkomen, neem dan zo snel mogelijk contact op met een van onze adviseurs. Als een voorlopige berekening van jouw werkelijke inkomen lager is dan het wettelijke forfaitaire inkomen in box 3, kan het namelijk verstandig zijn om jouw rechten veilig te stellen en tijdig bezwaar te maken tegen de definitieve aanslag IB. Tijdig wil zeggen binnen zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag.

Definitieve aanslag IB 2019 met box 3- inkomen

Heb je een definitieve aanslag IB 2019 met box 3-inkomen en stond deze op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vast? Dan ontvang je een andere brief van de Belastingdienst. In deze brief staat dat je vóór 31 december 2024 een verzoek om ambtshalve vermindering in moet dienen, als je dat niet al eerder heeft gedaan. Alleen dan houd je recht op de tegenbewijsregeling voor de IB 2019.

Let op! Ontvang je zo’n brief, overleg dan met onze adviseurs of een verzoek om ambtshalve vermindering verstandig is. Heb je medio november 2024 nog niet zo’n brief ontvangen en denk je dat je voor jouw IB 2019 wel in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling? Neem dan ook contact op. Zij kunnen dan samen met jou bepalen of je terecht geen brief heeft ontvangen en nadere actie ondernemen.

Vervolg

Het wetsvoorstel met daarin de wettelijke tegenbewijsregeling wordt naar verwachting in het eerste kwartaal 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Beoogd is om de wet per 1 juni 2025 in te laten gaan. Het aan het tegenbewijs gekoppelde Formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) is naar verwachting ook medio 2025 gereed. Pas vanaf dat moment kun je met behulp van dit Formulier OWR jouw werkelijke rendement aan de Belastingdienst doorgeven. Je ontvangt daarvoor vanaf de zomer van 2025 van de Belastingdienst een uitnodiging met details over de benodigde stappen die je moet nemen.

Door |2024-10-23T11:16:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Informatiebrief over verder rechtsherstel box 3

Internetconsultatie herijking fiscaal bodem(voor)recht

Als de Belastingdienst schulden wil innen, heeft de Belastingdienst de beschikking over een fiscaal voorrecht. Dit voorrecht houdt kort gezegd in dat het innen van schulden van de Belastingdienst in veel gevallen voor gaat op andere schulden. Het kabinet overweegt het fiscale (bodem)voorrecht te herzien.

Omdat het gevolgen heeft voor diverse maatschappelijke partijen, is over deze herziening een internetconsultatie gestart.

Fiscale bodem(voor)voorrecht

Overheid

Het fiscale voorrecht komt ná hypotheek en pandrecht, tenzij het bezitloos pandrecht betreft dat is gevestigd op een bodemzaak. Het fiscale voorrecht gaat dan wel voor. Dit is het zogenaamde bodemvoorrecht. Ook kan de Belastingdienst onder voorwaarden verhaal halen op zaken die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden, maar eigendom zijn van een ander. Dit is het zogenaamde bodemrecht. Het fiscale bodem(voor)recht omvat het bodemrecht en bodemvoorrecht samen.

Drie alternatieven

Tijdens de consultatie kunnen belangstellenden reageren op drie uitgewerkte alternatieven. Dit betreft een modernisering van het fiscale bodem(voor)recht, de vervanging ervan door een nieuw bijzonder verhaalsrecht en als derde het afschaffen van het fiscale bodem(voor)recht en om de positie van de Belastingdienst anders in te vullen.

Afwegingen

Bij de consultatie kunnen belangstellenden een afweging maken tussen genoemde opties. Zo blijft in de eerste optie het huidige bodem(voor)recht goeddeels gelijk, maar wordt het meer voorspelbaar en eenvoudiger. In de tweede optie krijgt de Belastingdienst het recht op een percentage van de opbrengst van een zaak, terwijl in de derde optie de Belastingdienst zelfstandig faillissement aan kan vragen, gecombineerd met strengere invorderingsmaatregelen.

Internetconsultatie

Belangstellenden kunnen de volledige voorstellen inzien en hierop reageren. De consultatie staat open tot 9 december 2024.

Door |2024-10-11T14:49:04+02:0011 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Internetconsultatie herijking fiscaal bodem(voor)recht

Restant persoonsgebonden aftrek niet verrekend, wat nu?

Een persoonsgebonden aftrekpost kunt u in mindering brengen op uw inkomen. Kunt u niet de hele aftrekpost verrekenen, dan schuift het restant door naar volgende jaren. Maar wat nu als u dit restant vergeet in aftrek te brengen? Wanneer verjaart dit dan?

Persoonsgebonden aftrekposten (PGA)

Kantoor

Er bestaan enkele persoonsgebonden aftrekposten. Dit betreft de kosten van partneralimentatie,  zorgkosten, giften en kosten voor verblijf thuis van ernstig gehandicapten. U kunt deze aftrekposten respectievelijk verrekenen met uw inkomsten in box 1, box 3 en box 2. Een eventueel restant kan worden doorgeschoven naar volgende jaren.

Restant vergeten te verrekenen

Het komt in de praktijk voor dat een restant aan PGA soms per ongeluk niet verrekend wordt met een volgend jaar. De Belastingdienst heeft duidelijk gemaakt wat hiervan het gevolg is. Aan de hand van een voorbeeld is geschetst hoe lang een dergelijk restant toch nog in aftrek kan worden gebracht.

Voorbeeld
Stel, een belastingplichtige heeft in 2017 een restant van € 10.000 aan PGA. De belastingplichtige vergeet echter zowel in 2017 als in 2018 het restant in aftrek op zijn inkomen te brengen. Uiteindelijk doet hij dit in 2019. De inspecteur ontdekt dit in 2024.

Restant vervalt niet

De Belastingdienst maakt om te beginnen duidelijk dat een vergeten restant aan PGA niet vervalt. Dit gebeurt pas bij het einde van de belastingplicht, dus bij overlijden. Dat de aftrek eerder met het inkomen verrekend had moeten worden, is niet van belang.

Verrekening in 2019

Omdat de fout van de belastingplichtige pas in 2024 ontdekt wordt, moet het restant aan PGA in deze situatie in 2019 in aftrek op het inkomen worden gebracht, als ervan wordt uitgegaan dat de aanslagen over 2018 en 2019 al definitief zijn opgelegd. Die aanslagen kunnen immers nog vijf jaar ambtshalve worden verminderd. Omdat dat in 2024 voor het jaar 2018 niet meer kan, wordt het restant met 2019 verrekend.

Door |2024-10-11T14:48:14+02:0011 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Restant persoonsgebonden aftrek niet verrekend, wat nu?

Ook bij btw en loonheffingen mogelijk te veel belastingrente

Heb je een aanslag of beschikking btw of loonheffingen van de Belastingdienst ontvangen met belastingrente? Controleer dan of er niet te veel belastingrente is berekend. Het te veel berekende bedrag kun je, onder voorwaarden, terugvragen.

Belastingrente

Geld

De Belastingdienst berekent belastingrente als je te laat jouw btw of loonheffingen betaalt. De belastingrente wordt dan berekend vanaf het moment dat de belasting betaald had moeten zijn. In bepaalde situaties heb je misschien in (een deel van) die periode wel al (een deel van) de belasting betaald. Je kunt de Belastingdienst dan vragen om de belastingrente te verlagen.

Een voorbeeld
Stel dat je in juli 2022 netjes op tijd jouw aangifte btw indiende over juni 2022 en de verschuldigde btw betaalde. In 2023 kom je tot de ontdekking dat je, naar jouw mening, te veel btw afdroeg over juni 2022 en vraag je  een deel van de afgedragen btw terug. In 2024 blijkt dat je toch te weinig btw betaalde over juni 2022. De Belastingdienst legt een naheffingsaanslag btw op met belastingrente. De Belastingdienst berekent daarbij ook over de periode tussen jouw betaling in juli 2022 en jouw teruggave in 2023 belastingrente. Daarom kun je de Belastingdienst verzoeken om die belastingrente te verlagen.

Voorwaarden

Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo kun je geen verzoek doen als de totale belastingrente op de aanslag of de beschikking lager is dan € 100. Verder moet je in jouw verzoek een aantal gegevens verstrekken, zoals het aanslag- of beschikkingsnummer, de periode waarover je renteverlaging vraagt, het bedrag waarover ten onrechte belastingrente is berekend en de datum waarop je dit bedrag betaalde (inclusief betalingskenmerk).

Let op! Denk je belastingrente te moeten betalen over een periode dat de Belastingdienst al over de belasting beschikte, neem dan contact met ons op. Onze adviseurs kunnen voor jou beoordelen of je inderdaad te veel belastingrente betaalde en of het loont om een verzoek tot verlaging te doen.

Door |2024-09-25T09:28:25+02:0025 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook bij btw en loonheffingen mogelijk te veel belastingrente