accountancy

  • Deadline aanvraag TVL Q1: 18 mei!

Deadline aanvraag TVL Q1: 18 mei!

De aanvraag voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van dit jaar kun je tot 18 mei 17.00 uur indienen. Rond die tijd start ook de aanvraagperiode voor het tweede kwartaal. Houd deze data goed in de gaten, zodat je de tegemoetkoming niet misloopt.

TVL
Ondernemers die vanwege Corona minstens 30% omzetverlies hebben, komen in aanmerking voor de TVL. De TVL moet je voor ieder kwartaal apart digitaal aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Meer compensatie
De TVL vergoedt 85% van de kosten van vaste lasten in het eerste kwartaal van 2021. Dit percentage stijgt naar 100% voor de kosten van het tweede kwartaal.

Branchecijfers
Het percentage vaste lasten van een onderneming is afhankelijk van de sector en wordt bepaald op basis van cijfers van het CBS. Hierdoor kun je per saldo meer of minder dan 85% respectievelijk 100% van de vaste lasten aan subsidie verkrijgen.

Tip! Wil je niet het risico lopen de aanvraag voor het tweede kwartaal te vergeten, dan kun je via de site van de RVO een reminder aanvragen. Je krijgt dan per email bericht per wanneer je je voor de tegemoetkoming kunt aanmelden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-07T11:03:01+02:007 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Deadline aanvraag TVL Q1: 18 mei!
  • Informeer werknemer tijdig over opname vakantiedagen

Informeer werknemer tijdig over opname vakantiedagen

Een werkgever moet de werknemer tijdig infomeren over de wettelijke vakantiedagen die nog niet zijn opgenomen. Doet hij dat niet, dan blijven de niet opgenomen vakantiedagen gewoon staan en vervallen ze niet per 1 juli 2021.

Iedere werknemer heeft recht op vier weken vakantie op jaarbasis. Het gaat hier om de wettelijke vakantie-aanspraak. Komt iemand in de loop van het jaar in dienst dan vindt de opbouw naar rato plaats. In een individuele arbeidsovereenkomst of in een CAO is vaak geregeld dat de werknemer recht heeft op meer vakantiedagen dan het wettelijke minimum, de zogenaamde bovenwettelijke dagen. Bij de toekenning van bovenwettelijke dagen kan worden afgeweken van de wettelijke regeling.

Vervaltermijn wettelijke vakantiedagen
Wettelijke vakantiedagen vervallen een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Dit betekent concreet dat de wettelijke vakantiedagen over 2020 dus op 1 juli 2021 komen te vervallen. Afwijkende schriftelijke partijafspraken zijn mogelijk, mits in het voordeel van de werknemer. De vervaltermijn dient als stimulans voor werknemers om hun wettelijke vakantiedagen op te nemen.

Bovenwettelijke vakantiedagen
Deze korte vervaltermijn geldt niet voor bovenwettelijke vakantiedagen. Ook geldt de korte vervaltermijn niet als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn vakantiedagen op te nemen bijvoorbeeld in verband met drukte in de organisatie. Dan wordt weer teruggevallen op de reguliere verjaringstermijn van vijf jaar. Dit laatste mag niet te snel worden aangenomen. Ook zieke werknemers kunnen bijvoorbeeld gewoon vakantie opnemen. Dit geldt zeker als er re-integratieverplichtingen zijn opgelegd aan de werknemer. Tijdens vakantie is de zieke werknemer immers vrijgesteld van zijn re-integratieverplichting.

Verjaringstermijn bovenwettelijke vakantiedagen
Voor de bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar die begint te lopen na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Bovenwettelijke vakantiedagen over 2021 komen dus op 31 december 2026 te verjaren. Verjaringstermijnen kunnen in tegenstelling tot vervaltermijnen worden opgeschort. De werknemer kan een brief aan de werkgever schrijven waarin hij kenbaar maakt aanspraak te willen blijven maken op de bovenwettelijke vakantiedagen die komen te verjaren. Dan begint er weer een nieuwe verjaringstermijn te lopen.

Informatieplicht werkgever
Het Europese Hof van Justitie heeft in 2018 in het Max-Planck arrest bepaald dat alleen wanneer de werkgever kan bewijzen dat hij de werknemer erop heeft gewezen dat hij de vakantiedagen tijdig moet opnemen en wat de consequenties zijn als de werknemer dat niet doet, de vakantiedagen komen te vervallen. De werkgever heeft dus een vergaande inspanningsverplichting. Het is dus zaak voor een werkgever om een werknemer er vóór 1 juli 2021 op te wijzen dat zijn nog openstaande wettelijke vakantiedagen over 2020 komen te vervallen.

ATV-dagen vallen niet onder vakantieregeling
ATV-dagen vallen niet onder de regelgeving ten aanzien van vakantiedagen. Daarom is het wel mogelijk om ATV-dagen na een bepaalde tijd te laten vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-06T11:03:52+02:006 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Informeer werknemer tijdig over opname vakantiedagen
  • Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

De Belastingdienst stopt het beslag op loon of uitkering vanaf april deels. Dat komt omdat de Belastingdienst nog geen rekening heeft gehouden met de wijziging van de beslagvrije voet. Met de beslagvrije voet wordt het minimumbedrag bedoeld dat na beslag op het loon overblijft om in de basiskosten van het levensonderhoud te voorzien.

Beslag op loon of uitkering
Bij personen met een belastingschuld kan de Belastingdienst beslag leggen op loon, uitkering of vermogen.

Nieuwe beslagvrije voet
De nieuwe beslagvrije voet geldt alleen voor beslagen die op 1 januari van dit jaar al meer dan een jaar lopen. Om technische redenen heeft de Belastingdienst deze nieuwe berekening nog niet kunnen maken en is er wellicht te veel of te weinig loon of uitkering ingehouden in januari, februari of maart van dit jaar.

Let op! In die gevallen stopt het beslag op loon en uitkering waarvan de beslagvrije voet niet op tijd is berekend, ook als de belastingschuld nog niet is afbetaald. Werkgever of uitkeringsinstantie ontvangt hierover dan een brief.

Opnieuw berekenen
De Belastingdienst gaat eerst de nieuwe beslagvrije voet berekenen. Pas daarna wordt een beslag op loon of uitkering indien mogelijk hervat. Is er in januari t/m maart te veel beslag gelegd, dan ontvangt je dit automatisch terug.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-05T10:42:34+02:005 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst zet beslag op loon deels stil
  • Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer

Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer

Vergoed je als werkgever de kosten van een noodzakelijk internetabonnement aan een werknemer? Dan is die vergoeding onbelast als de werknemer een eigen bijdrage betaalt. Dit heeft de Belastingdienst bekendgemaakt.

Wanneer noodzakelijk?
‘Noodzakelijk’ betekent dat de werknemer zonder de voorziening zijn werk niet goed kan uitoefenen. Dat houdt in dat de werknemer de voorziening voor zijn werk nodig heeft en gebruikt. Als hij het werk in theorie ook zonder de voorziening kan uitvoeren, kan de voorziening toch noodzakelijk zijn.

Let op! Een eigen bijdrage van de werknemer betekende tot nog toe dat een voorziening niet als ‘noodzakelijk’ werd aangemerkt. Alleen een eigen bijdrage voor een duurdere uitvoering van een voorziening was toegestaan. Dit standpunt is dus verlaten.

Welke voorzieningen?
Ook gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen, zoals smartphones en dergelijke apparatuur, kunt je belastingvrij vergoeden of verstrekken als ze ‘noodzakelijk’ zijn.

Einde dienstbetrekking
Een noodzakelijke voorziening moet bij het einde van de dienstbetrekking, of wanneer deze voor het werk niet meer noodzakelijk is, worden teruggegeven of tegen de werkelijke waarde worden overgenomen. Een niet langer noodzakelijke laptop kan dus desgewenst tegen de dagwaarde worden overgenomen door de werknemer. Voor een internetabonnement betekent het dat dit vanaf dat moment niet meer onbelast vergoed of verstrekt kan worden.

Uitzondering DGA
Omdat een DGA van een BV veelal zelf kan beslissen of een voorziening noodzakelijk is, geldt voor de aan hem vergoede of verstrekte noodzakelijke voorzieningen een verzwaarde bewijslast.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-04T11:44:34+02:004 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Internetabonnement vrijgesteld met eigen bijdrage werknemer
  • Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?
Je bent inlener als je een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat je de leiding hebt over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doe je dit niet, dan is er geen sprake van inlening maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?
Als inlener kun je in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de BTW die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken
Je kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid
Als je kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet jouw schuld is, kan de aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij jou. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n €150.000 bleef dan ook in stand.

Let op! Leen je in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent je gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als je aan een aantal voorwaarden voldoet.

Tip! Je kunt het register raadplegen op www.normeringarbeid.nl.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-03T10:46:27+02:003 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid
  • Geen aanpassing NOW voor amateursport

Geen aanpassing NOW voor amateursport

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt niet aangepast voor amateursportclubs. Dit antwoordt minister Koolmees (SZW) op Kamervragen. Amateursportclubs kunnen voor hun loonkosten wel een tegemoetkoming krijgen via de TASO (Tegemoetkoming Amateur Sport Organisaties).

NOW
De NOW vergoed momenteel tot 85% van de loonkosten bij een minimaal omzetverlies van 20%. Voor de NOW, geldend voor de periode van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021, gebruikt het UWV de loonkosten van juni 2020 als vergelijkingsmaand. Voor veel amateursportverenigingen valt dit ongunstig uit, omdat in die maand de loonkosten vaak laag waren.

Aanpassen onmogelijk
Volgens de minister is aanpassing van de NOW op dit punt te complex en daarom onmogelijk. Hij wijst erop dat amateurclubs die hun loonkosten niet op andere wijze vergoed krijgen, een beroep op de TASO kunnen doen.

TASO
De TASO is bedoeld voor amateursportclubs die minstens 10% omzetverlies hebben gehad in het vierde kwartaal van 2020 en minstens €1.500 financiële schade hebben geleden. Deze regeling is een vervolg op de TASO-regeling die gold voor het tweede en derde kwartaal van 2020.

Hoeveel TASO kun je krijgen?
De hoogte van de TASO is afhankelijk van de geleden financiële schade met betrekking tot de doorlopende lasten van de sportaccommodatie, de personeelskosten, de bondsafdrachten en het kantineresultaat.

TASO minder dan NOW
De TASO dekt slechts een deel van het verlies en valt voor wat betreft de vergoeding van de loonkosten een stuk lager uit dan de NOW. Zo geldt bijvoorbeeld bij een schade van €19.001 tot €23.000 een vergoeding via de TASO van €9.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-30T12:31:14+02:0030 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Geen aanpassing NOW voor amateursport
  • Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Als aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking worden gesteld, geldt in beginsel ook voor meerdere auto’s de bekende bijtelling. Er zijn echter een paar uitzonderingen. Als dit het geval is, geldt voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling.

Bijtelling
Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van €40.000. Over het meerdere is de bijtelling ook 22%.

Meerdere auto’s
Staan aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking, dan geldt in beginsel de bijtelling voor iedere auto. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft.

Hoogste bijtelling
De Belastingdienst heeft eerder bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor iedere auto bijgeteld hoeft te worden, voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Tot 1 januari 2021 was dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Waar zit het verschil?
Het verschil kan onder andere optreden in situaties waarin ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft dan wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is.

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Wat scheelt dat nu?
Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van €50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van €40.000.

Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto €40.000 x 12% + €10.000 x 22% = €4.800 + €2.200 = €7.000.

Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling €40.000 x 22% = €8.800. De wijziging kost dan €8.800 -/- €7.000 = €1.800 meer aan bijtelling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-28T10:56:32+02:0028 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?
  • Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Hoe moet bij uitzendkrachten het arbeidsverleden worden bepaald voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding? Die vraag stond onlangs centraal bij een zaak die diende voor de kantonrechter Zaanstad. De uitzendkrachten kregen door de rechtszaak een veel hogere transitievergoeding.

Het ging hier om zes uitzendkrachten die als buschauffeur werkten en na een half jaar hun baan kwijt raakten. Het uitzendbureau betaalde daarop een kleine transitievergoeding van een paar honderd euro. De uitzendkrachten waren het hier niet mee eens. Ze verrichtten datzelfde werk namelijk al veel langer, sommigen zelfs al sinds 2009, voor verschillende opeenvolgende uitzendbureaus én onderaannemers van Connexxion. Ze spanden dan ook een procedure aan.

Uitzendkrachten krijgen gelijk
De chauffeurs vonden de kantonrechter aan hun zijde, die bepaalde dat het totale arbeidsverleden moest worden meegeteld. Dat geldt in het kader van opvolgend werkgeverschap sowieso voor de diensttijd bij de vorige werkgevers vanaf 1 juli 2015. De definitie van opvolgend werkgeverschap is met ingang van 1 juli 2015 verruimd. Van opvolgend werkgeverschap is nu sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn.

Recht op hogere transitievergoeding
Voor het opvolgend werkgeverschap gold voor 1 juli 2015 een beperkter begrip. Voor de werkgeverswisselingen die hebben plaatsgevonden voor 1 juli 2015 geldt dat niet alleen sprake moet zijn van dezelfde werkzaamheden, maar ook dat tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgevers zodanige banden bestaan dat het door de vorige werkgever op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De buschauffeurs hebben vervolgens voldoende toegelicht en aangetoond dat zij vanaf 2009, 2010, 2011 en 2013 altijd op dezelfde manier en (nagenoeg) onafgebroken hebben gewerkt als buschauffeur voor Connexxion. Dit betekende dat ze recht hadden op een veel hogere transitievergoeding. De brutobedragen variëren tussen €8.398 en €11.111. In totaal gaat het om een nabetaling van €58.781.

In geval van faillissement
Interessant is dat het niet uitmaakt dat het uitzendbureau Workbus de chauffeurs in maart 2020 heeft overgenomen van het failliete vervoersbedrijf TCR (onderaannemer van Connexxion). De wet maakt voor opvolgend werkgeverschap geen uitzondering in geval van faillissement. De bedoeling van de wet is juist dat ook sprake is van opvolgend werkgeverschap na een faillissement van een vorige werkgever en een ‘doorstart’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-26T10:07:54+02:0026 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding
  • Zonder inschrijving KvK geen TOZO

Zonder inschrijving KvK geen TOZO

Als je niet als ondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel heb je geen recht op de TOZO, aldus de rechtbank in Amsterdam. Er bestaat ook geen mogelijkheid om dan via een hardheidsclausule toch voor de TOZO in aanmerking te komen.

TOZO
De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) is een tegemoetkoming voor ondernemers die financieel getroffen worden door de maatregelen inzake het Coronavirus. De TOZO bestaat uit de mogelijkheid tot een uitkering voor levensonderhoud en voor een lening voor bedrijfskapitaal.

Voorwaarden luisteren nauw
In een zaak die onlangs gevoerd werd voor de rechtbank in Amsterdam, bleek dat de voorwaarden voor de TOZO nauw luisteren. Een ondernemer werkte als match-agent voor de internationale voetbalbond FIFA. Hiervoor is een licentie van de FIFA-vereist, maar geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Inschrijving vereist voor TOZO
De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is echter wel vereist voor het aanvragen van de TOZO. Alleen ondernemers die vóór 17 maart 2020 bij de Kamer van Koophandel stonden ingeschreven, komen voor de TOZO in aanmerking. Volgens de rechtbank kan van deze eis niet worden afgeweken.

Voorschot terugbetalen
De TOZO wordt door gemeentes in eerste instantie verstrekt als voorschot. Voor deze ondernemer betekende de beslissing van de rechtbank dat hij de verstrekte voorschotten moest terugbetalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-23T10:14:52+02:0023 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Zonder inschrijving KvK geen TOZO
  • Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld

Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld

De versoepeling van het urencriterium vanwege Corona gaat niet alsnog gelden voor het laatste kwartaal van 2020. Dit antwoordt staatssecretaris Vijlbrief op Kamervragen.

Urencriterium
Ondernemers in de inkomstenbelasting hebben recht op een aantal fiscale faciliteiten als ze aan het urencriterium voldoen. Dit betekent dat ze minstens 1.225 uur per jaar in hun bedrijf werkzaam moeten zijn en minstens de helft van hun werkzame tijd aan hun bedrijf besteden.

Versoepeling urencriterium
Vanwege Corona is het urencriterium zowel vorig jaar als dit jaar versoepeld. Bepaald is dat ondernemers ervan uit mogen gaan dat ze in de periode maart t/m september 2020 24 uren per week in hun bedrijf hebben gewerkt, ook als dit vanwege Corona in werkelijkheid niet het geval was. Ook voor de eerste helft van dit jaar geldt deze versoepeling.

Niet verder versoepelen
In antwoord op Kamervragen heeft staatssecretaris Vijlbrief aangegeven de voorwaarde niet verder te willen versoepelen. Onder meer vanwege de lockdownmaatregelen voor sommige branches, werkten ook in het laatste kwartaal van 2020 veel ondernemers niet of minder in hun bedrijf. Vijlbrief wil de versoepeling echter niet uitbreiden, om te voorkomen dat dan ook ondernemers die normaal gesproken niet voor de faciliteiten in aanmerking komen, er dan toch gebruik van kunnen maken.

Andersoortige werkzaamheden
De staatssecretaris wijst erop dat ondernemers ook andere werkzaamheden in hun bedrijf kunnen uitoefenen om daarmee aan het urencriterium te voldoen. Hij noemt onder meer onderhoud plegen, het onderhouden van de website en het bijhouden van de administratie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-16T10:41:45+02:0016 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Urencriterium laatste kwartaal 2020 niet versoepeld