• Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027

Wanneer geldt de platformfictie?

De zogenoemde platformfictie geldt vanaf 1 juli 2021 voor de volgende situaties:
1. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen van buiten de EU aan particulieren, terwijl de intrinsieke waarde van de goederen niet meer bedragen dan € 150 per zending; of
2. Ondernemers die met een platform faciliteren bij afstandsverkopen binnen de EU of faciliteren bij lokale leveringen in de EU aan particulieren, terwijl de leverancier van de goederen buiten de EU is gevestigd.

In deze situaties wordt het platform voor de btw geacht de goederen zelf te hebben ontvangen van de verkoper en vervolgens te hebben geleverd aan de consument.

Begrip platform

Met het begrip platform wordt een online portaal bedoeld, zoals een marktplaats of webwinkel, dat faciliteert bij de goederenlevering. De ondernemer met het platform brengt een afnemer en een leverancier die de goederen te koop aanbiedt via het platform met elkaar in contact, hetgeen resulteert in een goederenlevering via het platform. Daarbij handelt het platform niet op eigen naam.

Uitbreiding per 1 januari 2027

Vanaf 1 januari 2027 wordt de platformfictie voor de onder punt 2 vermelde situatie uitgebreid. Als gevolg van deze uitbreiding geldt de platformfictie vanaf genoemde datum niet alleen meer voor leveringen aan particulieren. Ook goederenleveringen binnen de EU door een platform aan btw-vrijgestelde ondernemers, of rechtspersonen niet-ondernemer, die met hun aankoop onder de verwervingsdrempel voor vrijgestelde intracommunautaire verwervingen blijven, vallen dan onder de platformfictie. In Nederland is de verwervingsdrempel € 10.000. 

Let op! De hoogte van de verwervingsdrempel verschilt per EU-land.

De uitbreiding betekent dat de platformfictie bijvoorbeeld ook gaat gelden als een Nederlands platform een goederenlevering binnen de EU faciliteert tussen een buiten de EU gevestigde leverancier en een in de EU gevestigde KOR-ondernemer die onder de verwervingsdrempel van blijft. Daarvan is bijvoorbeeld sprake in de volgende situatie.

Voorbeeld

Een in Groot-Brittannië gevestigde ondernemer verkoopt via een in Nederland gevestigd platform goederen aan een in Frankrijk gevestigde KOR-ondernemer. De goederen van de Britse ondernemer zijn reeds ingevoerd en opgeslagen in Nederland. Als de Franse KOR-ondernemer, en de afnemer van de goederen, met zijn aankoop onder de Franse verwervingsdrempel van € 10.000 blijft, is per 1 januari 2027 de platformfictie van toepassing op deze transactie.

Vanwege deze platformfictie, wordt de Britse ondernemer geacht de goederen voor de btw te leveren aan het Nederlandse platform. Voor deze levering geldt het btw-nultarief in het EU-land van vertrek van de goederen, dus in dit voorbeeld in Nederland.

Vervolgens verricht het Nederlandse platform bij wetsfictie een btw-belaste levering in Frankrijk (intracommunautaire afstandsverkoop), omdat de Franse KOR-ondernemer geen btw-belaste intracommunautaire verwerving verricht in Frankrijk. De verschuldigde Franse btw kan het Nederlandse platform aangeven via de OSS of via de reguliere Franse btw-aangifte.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De uitbreiding van de platformfictie maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Door |2026-10-22T17:00:28+02:0022 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Uitbreiding platformfictie btw per 1 januari 2027
  • Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce

Wanneer geldt de vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce?

De vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers houdt in dat de digitale diensten en afstandsverkopen binnen de EU die een Nederlandse ondernemer verricht voor consumenten in andere EU-landen zijn belast met Nederlandse btw. Met een kleine ondernemer wordt een ondernemer bedoeld die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de ondernemer is gevestigd in één EU-land;
  2. de ondernemer verricht de digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU voor consumenten uit een ander EU-land; én
  3. de totale omzet die de ondernemer realiseert met de grensoverschrijdende digitale diensten en/of afstandsverkopen binnen de EU is jaarlijks niet hoger dan € 10.000.

Hierbij gaat het om afstandsverkopen vanuit het EU-land waarin de kleine ondernemer is gevestigd. 

Deze vereenvoudigde regeling voorkomt dat de kleine ondernemer OSS-aangiften moet doen of zich voor de btw moet registreren in een ander EU-land.

Let op! Zodra de ondernemer met de digitale diensten en/of afstandsverkopen de drempel van € 10.000 overschrijdt, geldt het volgende. De digitale diensten zijn belast in het EU-land van de consument en de afstandsverkopen in het EU-land van aankomst van de goederen. Vaak zal het land van aankomst van de goederen gelijk zijn aan het EU-land van de consument. Voor de leesbaarheid van dit artikel geldt hierna daarom als uitgangspunt dat voor de afstandsverkopen het land van aankomst van de goederen gelijk is aan het land van de consument (hierna: EU-land van de consument).

Keuze voor btw-heffing in EU-land consument

De kleine ondernemer mag ervoor kiezen om de btw-regels van het EU-land van de consument toe te passen. Als het btw-tarief in het andere EU-land lager is, kan dit voordelig zijn.

Meldingsplicht vervalt vanaf 1 januari 2027

Tot 1 januari 2027 moet de ondernemer die kiest voor btw-heffing in het EU-land van de consument dat bij de Belastingdienst melden. Dit moet vóór de 10e dag van de maand volgend op de datum waarop de ondernemer de eerste digitale dienst of afstandsverkoop aan de consument uit een ander EU-land verricht. Lukt dat niet binnen deze termijn, dan geldt de keuze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak volgend op het aangiftetijdvak waarin de keuze aan de Belastingdienst is gemeld.

Deze meldingsplicht vervalt per 1 januari 2027. Vanaf deze datum wordt een ondernemer die de Unieregeling binnen de OSS toepast, geacht te hebben gekozen voor btw-heffing in het EU-land. Als de ondernemer deze keuze niet maakt, en dus de vereenvoudigde regeling voor kleine ondernemers toepast, blijkt dat uit de administratie.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

Het vervallen van de meldingsplicht per 1 januari 2027 maakt onderdeel uit van de implementatie van het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese richtlijn ‘VAT In the Digital Age’ (VIDA) . Het wetsvoorstel, waarin dit onderdeel wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is op 6 oktober 2026 aangenomen door de Eerste Kamer.

Door |2026-10-22T17:00:28+02:0020 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vereenvoudigde btw-regeling voor kleine ondernemers bij e-commerce
  • Controleer voor de start van je onderneming de KOR

Controleer voor de start van je onderneming de KOR

KOR

Een ondernemer met een in Nederland gevestigde onderneming en een omzet van niet meer dan € 20.000 per kalenderjaar, kan deelnemen aan de KOR. De ondernemer mag dan geen btw berekenen aan de klanten, hoeft ook geen btw-aangifte te doen, maar kan ook de btw op kosten en investeringen niet in aftrek brengen.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden voor deelname aan de KOR op de website van de Belastingdienst. Daar vind je ook een overzicht van de gevolgen.

Aanmelden

Om deel te nemen aan de KOR moet je wel een aanmelding doen. Dit kan pas als je bij de Belastingdienst geregistreerd bent als btw-ondernemer.

Let op! Meld je op tijd aan! Dit moet uiterlijk vier weken vóór de ingangsdatum van de KOR. Bij een kwartaalaangifte btw moet je aanmelding daarom op 3 december binnen zijn om vanaf 1 januari aan de KOR deel te nemen.

Afmelden

Deelname aan de KOR loopt door totdat je een afmelding doet. Die afmelding moet je verplicht doen als je omzet in een kalenderjaar boven de € 20.000 komt. Maar je kunt je ook vrijwillig afmelden.

Let op! Ook afmelden moet je op tijd doen, uiterlijk vier weken voordat je de afmelding wilt laten ingaan. Bij een kwartaalaangifte btw moet je afmelding daarom op 3 december binnen zijn om vanaf 1 januari de KOR niet meer toe te passen.

Eerder zonnepanelen gekocht?

Bij startende ondernemers die in het verleden als particulier zonnepanelen hebben aangeschaft, gaat het weleens mis. In het verleden konden particulieren de btw op hun zonnepanelen in aftrek brengen als zij zich als btw-ondernemer registreerde. Meestal volgde daarna meteen een aanmelding voor de KOR, zodat de particulier geen btw meer hoefde af te dragen.

Veel startende ondernemers realiseren zich niet dat zij al btw-ondernemer zijn vanwege de eerder aangekochte zonnepanelen en ook aangemeld zijn voor de KOR. Als zij dan een onderneming starten en al investeringen doen en kosten maken terwijl ze nog aangemeld zijn voor de KOR, kunnen ze de btw op die investeringen en kosten niet in aftrek brengen.

Tip! Controleer daarom altijd of je (nog) deelneemt aan de KOR. Meld je daar op tijd voor af en investeer pas vanaf het moment dat de KOR echt beëindigd is.

Door |2026-10-22T17:00:30+02:0019 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Controleer voor de start van je onderneming de KOR
  • Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

Vanaf 1 november € 2 handling fee op import

Handling fee

Met de handling fee van € 2 per productgroep willen de Europese lidstaten stimuleren dat dezelfde producten in grotere hoeveelheden tegelijk geïmporteerd worden. Dit is voor de Douane beter en efficiënter te controleren. De handling fee wordt op 1 november 2026 waarschijnlijk in alle EU-lidstaten tegelijk ingevoerd.

Omdat de € 2 per productgroep geldt, zullen vooral kleinere pakketjes getroffen worden door de handling fee. De toeslag van € 2 is dan ook een compensatie voor de kosten die de Douane moet maken om de kleine pakketjes te controleren.


Let op! De hoogte van de handling fee wordt iedere twee jaar door de Europese Commissie herzien zodat de hoogte van deze onkostenvergoeding kan worden aangepast aan de actuele ontwikkelingen.

Invoerrechten kleine pakketten tot € 150

Op de invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 ook al € 3 invoerrechten per productgroep geheven. Door het vervallen van de vrijstelling van invoerrechten die vóór 1 juli 2026 voor dit soort pakketten gold, is de stroom kleine pakketten van buiten de EU vanaf 1 juli 2026 al flink gedaald. Zo betrof de daling in augustus 2026 ten opzichte van augustus 2025 75%. Desondanks verwerkt de Douane nog dagelijks een pakketstroom met meer dan 500.000 aangifteregels.

Door |2026-10-22T17:00:30+02:0015 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 november € 2 handling fee op import
  • 21% btw op sierteeltproducten vanaf 2028

21% btw op sierteeltproducten vanaf 2028

Sierteeltproducten

Onder sierteeltproducten vallen bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten. Deze producten vallen nu nog onder het 9% btw-tarief. Op grond van de in het Belastingplan 2027 opgenomen wetswijzing vallen de sierteeltproducten vanaf 1 januari 2028 onder het 21% btw-tarief.

Geen overgangsrecht

In het wetsvoorstel is geen overgangsrecht opgenomen voor de tariefsverhoging naar 21% btw. Dit betekent dat bij vooruitbetalingen het btw-tarief van toepassing is dat geldt op het moment dat de ondernemer de vooruitbetaling ontvangt. Dus voor een vooruitbetaling in 2027 voor sierteeltproducten die pas op of na 1 januari 2028 worden geleverd, geldt het 9% btw-tarief.

Let op! Het btw-tarief op een ballonvaart wordt op grond van het Belastingplan 2027 per 1 januari 2028 ook verhoogd naar 21% btw. Voor deze tariefsverhoging geldt wel een overgangsregeling. Als een vooruitbetaling in 2027 voor een ballonvaart in 2028 plaatsvindt, is het 21% btw-tarief van toepassing.

Nog niet definitief

Het Belastingplan 2027 moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. De btw-verhoging naar 21% btw is daarom nog niet definitief.

Door |2026-10-22T17:00:36+02:001 oktober 2026|Reacties uitgeschakeld voor 21% btw op sierteeltproducten vanaf 2028
  • Verplichte e-facturering tussen bedrijven vanaf 1 juli 2030

Verplichte e-facturering tussen bedrijven vanaf 1 juli 2030

Binnenlandse en intracommunautaire transacties tussen ondernemers

Ondernemers moeten waarschijnlijk vanaf 1 juli 2030 voor de zogenoemde business-to-business-transacties (hierna: B2B-transacties) elektronische facturen versturen naar andere ondernemers. Dit geldt zowel voor binnenlandse als intracommunautaire B2B-transacties. Met intracommunautaire B2B-transacties wordt grensoverschrijdende handel bedoeld tussen twee ondernemers binnen de EU.

Let op! Voor intracommunautaire B2B-transacties zal vanaf 1 juli 2030 ook een digitale rapportageverplichting gelden. Deze digitale rapportageverplichting zal voor binnenlandse B2Btransacties vanaf 1 juli 2031 gelden.

Implementatie onderdeel ‘elektronisch factureren en digitale rapportage’ van de Europese VIDA-richtlijn

Het kabinet is bezig met de voorbereidingen voor de implementatie van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:

  1. De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030). Waarschijnlijk wordt dit najaar de internetconsultatie voor dit onderdeel gestart.
  2. Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028). Over dit onderdeel heeft inmiddels een internetconsultatie plaatsgevonden. Het wachten is op de indiening van het wetsvoorstel.
  3. De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Het wetsvoorstel dat betrekking heeft op dit onderdeel is op 17 september 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Nu moet de Eerste Kamer nog stemmen over dit wetsvoorstel.

Voor de implementatie van het eerste onderwerp ‘elektronisch factureren en digitale rapportage’ mogen de EU-landen zelf een aantal keuzes maken. In september 2026 maakte het kabinet bekend dat zij ervoor kiest om de verplichtingen voor e-facturering en digitale rapportage voor zowel intracommunautaire B2B-transacties als binnenlandse B2B-transactie in te voeren. 

Let op! De binnenlandse e-facturatieverplichting geldt straks niet voor ondernemers die de kleineondernemersregeling (KOR) toepassen.

Waarom wordt e-facturatie en digitale rapportage verplicht gesteld?

Volgens het kabinet is de e-facturatie- en digitale rapportageverplichting noodzakelijk voor effectieve fraudebestrijding in de btw, versterking van de digitale economie en vermindering van administratieve lasten. Bovendien leiden deze regels ertoe dat de e-facturatie- en digitale rapportageverplichting van intracommunautaire B2B-transacties in alle EU-landen hetzelfde is.

Wat zijn de drie belangrijkste wijzigingen?

  1. Ondernemers worden straks verplicht om de e-facturen uit te reiken binnen 10 werkdagen na het verrichten van de goederenlevering of dienst. Deze e-facturen moeten voldoen aan een uniforme EU-norm.
  2. Op het tijdstip waarop de e-factuur wordt uitgereikt, moet het bedrijf de factuurgegevens ook digitaal rapporteren aan de Belastingdienst. 
  3. De digitale rapportage vervangt de Opgaaf Intracommunautaire Prestatie (Opgaaf ICP). Dit betekent dat de rapportage niet langer per maand of per kwartaal plaatsvindt, maar per factuur.

Let op! Vanwege deze nieuwe regels en elektronische verplichtingen moeten ondernemers hun factureringsprocessen aanpassen.

Door |2026-10-22T17:00:36+02:0030 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Verplichte e-facturering tussen bedrijven vanaf 1 juli 2030
  • Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?

Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?

Leaseauto op naam leasemaatschappij

In beginsel is btw verschuldigd over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto. Dit is in ieder geval zo wanneer de leaseauto op naam van de leasemaatschappij staat.

Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij echter toch geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring aangemerkt als zogenaamde quasi doorlopende post waarover geen btw verschuldigd was.

Hoewel het de bedoeling was om deze goedkeuring in te trekken was het besluit daarover van 25 januari 2007 niet helemaal helder. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.

Dit eindigt echter per 1 januari 2027. Vanaf die datum moet dan ook btw berekend worden over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij.

Leaseauto op naam lessee

Als de mrb een zogenaamde doorlopende post is (dus zonder de quasi zoals hiervoor beschreven), kan de mrb zonder btw doorberekend worden. Er is sprake van een doorlopende post als de leaseauto op naam van de lessee (particulier dan wel zakelijk) staat én de leasemaatschappij de mrb betaalt. De leasemaatschappij heeft dan bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ aangevinkt.

De leasemaatschappij kan dan de mrb één op één zonder btw doorberekenen aan de lessee. De mrb moet dan wel afzonderlijk op de factuur gespecificeerd zijn. Dit kan nu al, maar vanaf 2027 nog steeds.

Alternatief voor leaseauto op naam leasemaatschappij

Lease je een auto die op naam staat van de leasemaatschappij en heb je geen (volledig) recht op aftrek van btw, omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent het einde van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekent over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.

Er is een alternatief. Het is namelijk mogelijk om de lessee als houder van de leaseauto aan te merken. De mrb is dan verschuldigd door de lessee en niet meer door de leasemaatschappij. Betaalt de leasemaatschappij dan toch de mrb omdat bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ is aangevinkt? Dan is de aan de lessee doorberekende mrb een doorlopende post. Dit doorberekenen kan dan zonder btw.

Door |2026-10-22T17:00:37+02:0029 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Wel of geen btw over mrb in de lease vanaf 2027?
  • VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers

VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers

Btw-ondernemerschap VvE

Voor het beheer en onderhoud van gemeenschappelijke delen van een onroerende zaak is een VvE geen btw-ondernemer. Hierdoor is de financiële bijdrage die de leden betalen aan de VvE ook niet belast met btw. Keerzijde daarvan is dat de VvE geen recht heeft op aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op deze beheers- en onderhoudsactiviteiten. 

Voor ander activiteiten, zoals de exploitatie van laadpalen of de verhuur van ruimten, kan een VvE wel btw-ondernemer zijn. Daardoor kan een VvE wel recht hebben op aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op deze btw-belaste activiteiten van de VvE.

Let op! Als de verhuur van ruimten is vrijgesteld van btw, kan de VvE de btw die daarop betrekking heeft ook niet in aftrek brengen. De onderstaande goedkeuring geldt niet voor deze niet-aftrekbare btw.

Goedkeuring

Omdat de VvE de btw op de beheers- en onderhoudskosten niet in aftrek kan brengen, vormt de btw een kostenpost. Dit kan tot cumulatie van btw leiden als de VvE leden-btw-ondernemers heeft die wel recht op btw-aftrek hebben. Daarom bestond vroeger al een bestendige gedragslijn die in 2011 als goedkeuring is opgenomen in het  Besluit Aftrek van omzetbelasting. Deze goedkeuring houdt in dat de leden-btw-ondernemers de door de VvE niet in aftrek gebrachte btw onder voorwaarden – naar rato- in aftrek mogen brengen. Op deze manier wordt de btw op de beheers- en onderhoudskosten doorgeschoven naar deze leden.

Het bedrag dat zij in aftrek mogen brengen, wordt berekend naar rato van de financiële bijdrage van de betreffende btw-ondernemer aan de vereniging.

Let op! Een ondernemer-lid dat de btw op de beheers- en onderhoudskosten in aftrek brengt op grond van deze goedkeuring, neemt voor de btw-heffing alle rechten en verplichtingen op zich alsof de btw aan hem in rekening is gebracht en alsof hij de beschikkingsmacht over het goed heeft verworven. Dit betekent dat de ondernemer eventueel ook rekening moet houden met de btw-herzieningsregels.

Verruiming goedkeuring in 2026

In de oorspronkelijke goedkeuring stond als voorwaarde dat de VvE niet mocht kwalificeren als btw-ondernemer. Omdat tegenwoordig steeds vaker voorkomt dat een VvE naast haar reguliere activiteiten, waarvoor zij geen btw-ondernemer is, ook btw-belaste activiteiten verricht, is deze voorwaarde verruimd. Nu geldt als voorwaarde voor de doorschuifmogelijkheid dat de VvE de betreffende goederen en diensten waarop de btw drukt, niet als ondernemer heeft aangeschaft. Hierdoor kan een VvE de btw op kosten voor haar reguliere activiteiten doorschuiven naar haar leden-btw-ondernemers, ondanks dat zij wel btw-ondernemer is voor eventuele andere activiteiten.

Door |2026-09-07T17:00:11+02:004 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers
  • Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente

Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente

Zelfstandige doktersassistente

Aan de Belastingdienst is gevraagd of in de volgende situatie de medische btw-vrijstelling geldt. Een doktersassistente werkt als zelfstandige in een zorgcentrum en als waarnemend doktersassistente bij verschillende huisartsenpraktijken.

De doktersassistente heeft een MBO-4-opleiding tot doktersassistente afgerond en volgt elke jaar relevante bij- en nascholing. Zij is niet BIG-geregistreerd maar heeft wel al meer dan 10 jaar kennis en ervaring opgedaan in het beroep.

Zij verricht diverse medische handelingen tijdens de werkzaamheden: bloedafname, vingerprikken, urineonderzoek, vaccineren, toedienen van injecties, verwijderen van hechtingen, wrattenbehandeling, oren uitspuiten, zwachtelen, baarmoederhalsonderzoek, behandelen van (brand)wonden, triage, lichamelijk onderzoek en het maken van hartfilmpjes (ECG’s).

Medische btw-vrijstelling

In principe kan de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing zijn op diensten met een therapeutisch doel die een BIG-geregistreerde beoefenaar van een medisch of paramedisch beroep uitvoert.

Maar ook een niet BIG-geregistreerde kan deze btw-vrijstelling toepassen op diensten met een therapeutisch doel als hij/zij aantoont dat hij beroepskwalificaties heeft die zorgen voor een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als een BIG-geregistreerde. Dit kan aangetoond worden met een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.
Doktersassistente vergelijkbaar met verpleegkundige

In de hiervoor beschreven casus vindt de Belastingdienst dat de doktersassistente de medische btw-vrijstelling kan toepassen. Dit is het geval omdat:

  • de diensten van de doktersassistente een therapeutisch doel hebben, en
  • kwalitatief soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten van een verpleegkundige die wel BIG-geregistreerd is.

Let op!Ben jij zelfstandig doktersassistente met vergelijkbare werkzaamheden en opleiding en ervaring? Dan is de medische btw-vrijstelling ook bij jou waarschijnlijk van toepassing. Overleg hierover met onze adviseurs.

Door |2026-09-07T17:00:12+02:001 september 2026|Reacties uitgeschakeld voor Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente
  • Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialist op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon)
  2. Het behandelen van acné
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen door de schoonheidsspecialist in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan dit wel.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialist mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen. Dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialist in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialist qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialist moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialist.

Door |2026-09-07T17:00:13+02:0024 augustus 2026|Reacties uitgeschakeld voor Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?