Familiebedrijf

  • Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf

Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf

Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht 

Bij de overdracht van een IB-onderneming moet je rekening houden met belastingclaims. Inkomstenbelasting is aan de orde als de overdrager bij de bedrijfsoverdracht fiscale winst realiseert. Dat is het geval als de onderneming wordt verkocht voor meer dan de fiscale boekwaarde. De overdrager realiseert dan stille reserves in vermogensbestanddelen en/of goodwill in de onderneming. Daarover betaalt de overdrager het progressieve belastingtarief in box 1. 

Let op! Bij bedrijfsoverdracht moet je ook rekening houden met de desinvesteringsbijtelling. Dat is een fiscale winstbijtelling waarmee investeringsaftrek uit de laatste vijf jaar deels wordt teruggedraaid, als in een kalenderjaar voor meer dan € 2.900 (bedrag 2026) wordt gedesinvesteerd. Er wordt per bedrijfsmiddel gekeken naar het percentage van de

Let op!Investeringsaftrek van destijds en dit wordt toegepast op de huidige overdrachtsprijs. Houd bij bedrijfsoverdracht ook rekening met het vrijvallen van de fiscale reserves. 

Wordt een onderneming verkocht met een onroerende zaak (bedrijfspand) op de balans? Dan moet de overnemer waarschijnlijk overdrachtsbelasting betalen. Bij verkoop van aandelen in een bv is dat niet altijd het geval. Daarnaast is er mogelijk, onder voorwaarden, een vrijstelling van toepassing. Die komt verderop aan bod. 

Schenkt de overdrager de onderneming of verkoopt hij de onderneming voor een te laag bedrag? Dan moet de overnemer schenkbelasting betalen. Er zijn vrijstellingen en betalingsregelingen, maar daarvoor gelden voorwaarden. Die worden hierna kort besproken. 

Tip! De overdrager van een persoonlijke onderneming kan belastingheffing over de stakingswinst, onder voorwaarden, (deels) uitstellen door een premie te betalen voor een zogenoemde stakingslijfrente of door premies te storten op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht. De lijfrentepremie komt dan in aftrek op de belaste winst. De overdrager betaalt pas belasting als de uitkering uit de lijfrente gaat vloeien. Ook kan de overdrager op deze manier de bestaande oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Opbouw van een oudedagsreserve is overigens vanaf 2023 al niet meer mogelijk. 

Is sprake van rechtstreekse overdracht van aandelen in een bv door een dga en is de verkoopprijs hoger dan de verkrijgingsprijs van de aandelen? Dan geniet de overdrager een boekwinst (ofwel: vervreemdingsvoordeel) en dus inkomen uit aanmerkelijk belang. Daarover moet hij in 2026 31% (tot € 68.843 en bij fiscale partners tot € 137.686 is dat 24,5%) belasting betalen in box 2. 

Tip! De directe inkomstenbelastingheffing in box 2 bij verkoop van de aandelen kun je voorkomen met een holdingstructuur. De holding verkoopt dan de aandelen in de werk-bv. De boekwinst die de holding-bv daarbij geniet door de verkoop van de werk-bv valt dan onder de deelnemingsvrijstelling. Zet deze structuur wel tijdig op. Zo kan de Belastingdienst bijvoorbeeld een probleem maken van een verkoop binnen drie jaar na opzetten van de holdingstructuur met gebruik van bepaalde faciliteiten. Hoewel er een tegenbewijsregeling is, is het altijd beter om een eventuele discussie met de Belastingdienst te voorkomen. 

Let op! Denk bij schenking van jouw bedrijf ook aan de mogelijke erfrechtelijke gevolgen. Door een schenking van jouw bedrijf kunnen jouww kinderen die het bedrijf niet voortzetten worden benadeeld in hun legitieme portie. Ga daarom ook na of er erfrechtelijke gevolgen zijn verbonden aan de bedrijfsopvolging en pas eventueel jouw testament hierop aan. 

Bedrijfsopvolging persoonlijke onderneming (inkomstenbelasting) 

Een beste manier om inkomstenbelasting te besparen bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming is er niet. Het hangt af van de omstandigheden. Kijkend naar het familiebedrijf zal vaak sprake zijn van een bekende die het bedrijf overneemt: de zoon of dochter of aangetrouwde familie. Om gebruik te kunnen maken van fiscale faciliteiten, moet het wel iemand zijn die al in het bedrijf meewerkt of al als ondernemer betrokken is. Er kan dan worden gekozen tussen afrekenen of doorschuiven. 

Afrekenen 

Afrekenen betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt, de stakingswinst opgeeft aan de Belastingdienst en daarover belasting betaalt. Hij mag in 2026 € 3.630 stakingsaftrek van deze stakingswinst aftrekken als deze € 3.630 of hoger bedraagt. De mkb-winstvrijstelling van in 2026 12,7% is ook in het stakingsjaar van toepassing. Houd er wel rekening mee dat deze aftrek in 2026 slechts plaatsvindt tegen ten hoogste het belastingtarief van 37,56%. Of de bedrijfsoverdrager daadwerkelijk inkomstenbelasting betaalt, hangt ook af van de omvang van zijn gewone jaarwinst, stakingswinst en eventueel de stakingslijfrentepremieaftrek. 

Let op! De regering is van plan om de startersaftrek in 2027 te verlagen en met ingang van 2028 volledig af te schaffen. 

Let op! Een staking op de eerste werkdag van een jaar wordt gezien als een staking in het voorgaande jaar, waardoor de stakingswinst opgeteld wordt bij de gewone jaarwinst van dat jaar. 

Tip! Controleer bij het staken van de onderneming of er misschien nog sprake is van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek (NGZA) uit het verleden. Een ondernemer kan namelijk niet meer zelfstandigenaftrek claimen dan er fiscale winst is. Het bedrag dat niet in aftrek komt, wordt gestald in de NGZA. 

Afrekenen vanwege onverrekende verliezen of stakingslijfrente 

In de inkomstenbelasting kan een verlies worden verrekend met de inkomsten van de drie voorafgaande jaren en de negen volgende kalenderjaren. Afrekenen in plaats van doorschuiven bij bedrijfsoverdracht kan fiscaal voordelig zijn als de bedrijfsoverdrager nog onverrekende verliezen heeft die hij kan verrekenen met de stakingswinst. Als de bedrijfsoverdrager de stakingswinst kan omzetten in een lijfrente, kan dat ook een reden zijn om te kiezen voor afrekenen. 

De bedrijfsoverdrager betaalt op het moment van de bedrijfsoverdracht dan geen (of veel minder) inkomstenbelasting over de stakingswinst, terwijl de bedrijfsopvolger kan afschrijven over de hogere werkelijke waarde van de onderneming in plaats van over de overgenomen fiscale boekwaarde. Ook heeft de bedrijfsopvolger dan investeringsaftrek en mag hij – als hij starter is – willekeurig afschrijven. 

Tip! Verkoopt de overdrager zijn persoonlijke onderneming aan een natuurlijke persoon en blijft die de koopsom schuldig? Dan kan de overdrager, onder voorwaarden, schriftelijk verzoeken om maximaal tien jaar renteloos uitstel van betaling van de inkomstenbelastingclaim over de stakingswinst zover die betrekking heeft op de overdracht van vermogensbestanddelen. Hij moet dan wel de inkomstenbelasting in gelijke jaarlijkse delen aan de Belastingdienst betalen. Om het uitstel van betaling moet worden verzocht en er moet zekerheid worden gesteld. 

Doorschuiven 

Doorschuiven betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en dat de bedrijfsopvolger de inkomstenbelastingclaim van de bedrijfsoverdrager overneemt. De waarde van het bedrijf wordt op hetzelfde bedrag bepaald als bij de variant van afrekenen, maar de (contante waarde van de) overgedragen inkomstenbelastingclaim komt er nog op in mindering. Deze variant heet doorschuiven, omdat de bedrijfsopvolger in deze variant voor de onderneming in zijn fiscale winstaangifte de fiscale boekwaarde van de overgenomen onderneming hanteert. 

Tip! Heb je iemand op het oog aan wie je de zaak fiscaal wil doorschuiven? Dat kan alleen als die persoon al 36 maanden medeondernemer of werknemer is. Laat jou bedrijfsopvolger daarom als medeondernemer of werknemer ten minste 36 maanden voorafgaand aan de overdracht meedraaien in het bedrijf. 

Let op! In sommige situaties, zoals bij langdurige ziekte van de overdrager, wordt de termijn van 36 maanden verkort. 

De bedrijfsopvolger neemt de fiscale boekwaarde over en gaat na het doorschuiven afschrijven zoals de overdrager dat deed. Hij geniet dus geen afschrijvingsvoordeel. Zijn fiscale winst ten opzichte van de variant ‘afrekenen’ zal dus hoger zijn. Hij heeft geen recht op willekeurige afschrijving en als hij binnen drie jaar staakt, heeft hij geen recht op stakingsaftrek. 

Let op! Bij doorschuiving heeft de inkomstenbelastingclaim dus grote invloed op de overnamesom. De waardering van de inkomstenbelastingclaim hangt echter af van vele variabelen, zoals looptijd en rentepercentage, waarover bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer verschillend kunnen denken. 

Doorschuiving moet daarom ‘passen’ bij de personen van de bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer. Of je nou kiest voor afrekenen of doorschuiven, er zijn veel voorwaarden aan verbonden waar je rekening mee moet houden. Voor een afgewogen beslissing overleg je met een van onze adviseurs. 

Firma als opvolgingsinstrument van persoonlijke onderneming 

Als je jou persoonlijke onderneming liever niet in één keer overdraagt, maar de bedrijfsopvolging wilt blijven begeleiden of zelfs betrokken wilt blijven, dan kun je dat doen met een firma (vof) of cv. Bij de laatste variant kun je beherend vennoot blijven (‘op de bok’) of op de achtergrond als commanditair vennoot (‘geldschieter’). 

Jouw bedrijfsopvolger wordt vennoot in de firma en u spreekt een winstverdeling af die past bij ieders vermogensinbreng. Daarnaast kun je samen een arbeidsbeloning vóór winstverdeling afspreken op grond van de arbeidsinbreng. Vervolgens kun je jouw aandeel in de firma overdragen aan jouw bedrijfsopvolger, in één keer of in fasen. 

Tip! Heb je een onderneming met veel vermogen, maar relatief weinig liquiditeit? Dan kan de firma voor jou een oplossing zijn als opvolgingsinstrument. Je blijft dan in de firma (ofwel cv) zitten als geldschieter. Uw bedrijfsopvolger kan de bedrijfsopvolging dan gemakkelijker financieren. Hij kan zijn winst opsparen om later de commandiet uit te kopen. Let ook op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. 

Samenwerkingsovereenkomst 

Zorg ervoor dat je de afspraken over bedrijfsopvolging vastlegt in een samenwerkingsovereenkomst. Met afspraken over de toedeling van het vermogen regelt u dat de onderneming bij verbreking van de samenwerking kan worden voortgezet door de bedrijfsopvolger. Deze afspraken worden wel voortzettings-, verblijvens-, toescheidings- of overnemingsbedingen genoemd. Kern van deze bedingen is dat in de samenwerkingsovereenkomst afspraken worden gemaakt over de voortzetting van de onderneming en het ondernemingsgebonden vermogen bij uittreden van een van de firmanten. 

Ook leg je vast wat het ingebrachte vermogen van een ieder is. Als je bijvoorbeeld wil dat het bedrijfspand niet overgaat, kun je dit niet inbrengen en tot je buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen rekenen. De stille reserves in het pand blijven aan je voorbehouden en gaat het bedrijfspand verhuren aan de vof. 

Bedrijfsopvolging bv (inkomstenbelasting) 

Heb je een onderneming in de vorm van één enkele bv, realiseer je zich dan dat bij overdracht van de aandelen een vervreemdingsvoordeel ontstaat. Dat is het verschil tussen de verkrijgingsprijs van uw aandelen en de verkoopprijs of waarde bij overdracht van de aandelen. U betaalt over dat verschil in 2026 31% (tot € 68.843  en bij fiscale partners tot € 137.686 is dat 24,5%) inkomstenbelasting in box 2. 

Ook als je de aandelen schenkt of voor een lagere dan zakelijke prijs verkoopt, wordt de vervreemdingswinst berekend over de volle waarde van de aandelen. In zo’n geval kan, als en voor zover binnen de bv sprake is van ondernemingsvermogen, onder voorwaarden en op verzoek een doorschuiving van de inkomstenbelasting claim plaatsvinden. De schenker rekent dan niet af en de verkrijger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs over. Dit wordt ook wel de doorschuifregeling of DSR genoemd. De doorschuifregeling voor de inkomstenbelastingclaim van aandelen (ook wel DSR ab) mag alleen toegepast worden op ondernemingsvermogen en niet op beleggingsvermogen. 

Een van de voorwaarden voor de DSR ab die in 2024 nog gold, was dat de verkrijger gedurende minimaal 36 maanden voorafgaand aan de overdracht van de aandelen in dienstbetrekking was van de bv. Deze voorwaarde, ook wel de dienstbetrekkingseis genoemd, is met ingang van 1 januari 2025 te vervallen. In plaats daarvan geldt vanaf 2025 de voorwaarde dat de verkrijger op het moment van schenken minimaal 21 jaar oud moet zijn. 

Tip! Als de doorschuifregeling van toepassing is geldt meestal ook de bedrijfsopvolgingsregeling ofwel BOR, een vrijstelling voor de schenkbelasting. 

Tip! Als jouw bedrijfsopvolger de koopsom schuldig blijft, heb je onder voorwaarden recht op een renteloze betalingsregeling van maximaal tien jaar voor de inkomstenbelastingclaim. Voorwaarde is onder andere dat de bezittingen van de bv voor minder dan 30% uit beleggingen bestaan. De bedrijfsoverdrager moet om uitstel van betaling verzoeken en zekerheid stellen. 

Let op! Schenk je aandelen, dan kun je niet verzoeken om een betalingsregeling voor de inkomstenbelastingclaim. 

Holdingstructuur 

Om belastingheffing over het vervreemdingsvoordeel bij overdracht te voorkomen, kiezen de meeste ondernemers niet voor één bv maar voor een holdingstructuur. Heb je namelijk een holding die de aandelen van de werk-bv houdt, dan hoeft de holding over de overdrachtswinst op de aandelen van de werk-bv niet af te rekenen. Dat komt door de deelnemingsvrijstelling. De ontvangen verkoopprijs van de aandelen kan de holding ter belegging blijven aanhouden. Pas bij uitkering door de holding aan jou als aandeelhouder moet je over het dividend inkomstenbelasting betalen. In 2026 is dat tot € 68.843 en bij fiscale partners tot € 137.686  24,5% inkomstenbelasting in box 2. Voor zover het dividend hoger is, is dat 31% inkomstenbelasting in box 2. 

Bedrijfsopvolging met onroerende zaken – overdrachtsbelasting 

Gaan er bij de bedrijfsoverdracht van uw persoonlijke onderneming of van jouww onderneming in de bv in de vorm van de overdracht van de activa en passiva één of meer onroerende zaken over, let dan op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. De bedrijfsopvolger die de onroerende zaken overneemt, moet 10,4% (8% bij een woning) overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de overgenomen onroerende zaken. Er zijn bij bedrijfsoverdracht echter enkele vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting. 

Vrijstellingen overdrachtsbelasting 

Bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming in de familiesfeer geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat is het geval bij bedrijfsoverdracht aan kinderen, kleinkinderen, broers, zusters of echtgenoten van deze personen. Het moet gaan om de overdracht (en voortzetting) van de gehele onderneming, al dan niet in fasen. De onroerende zaak moet dienstbaar zijn aan de onderneming. 

Gaat de bedrijfsoverdrager een samenwerkingsverband aan met zijn bedrijfsopvolger, dan geldt onder voorwaarden een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de inbreng van de onderneming met onroerende zaken in het samenwerkingsverband. Bij de verdeling van het vermogen van een samenwerkingsverband geldt een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de toedeling van de onroerende zaak aan de oorspronkelijke inbrengers, als de onroerende zaak vrijgesteld van overdrachtsbelasting was ingebracht. 

Let op! Heb je één of meer onroerende zaken op de ondernemingsbalans staan? Let dan bij de bedrijfsopvolging op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. Bij een bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer kan overdrachtsbelasting vaak worden voorkomen. Namelijk door het gebruikmaken van een vrijstelling of door de onroerende zaken niet in te brengen dan wel over te dragen. 

Tip! Regel de bedrijfsopvolging ook in jouw testament. Door aan jouw bedrijfsopvolger via een legaat jouw onderneming na te laten bij jouw overlijden, ontvangt jouw bedrijfsopvolger de onderneming als ‘erfrechtelijke verkrijging’. Zo’n erfrechtelijke verkrijging wordt niet belast met overdrachtsbelasting. Dat geldt ook als je bij zo’n testamentaire regeling bepaalt dat jouw bedrijfsopvolger een bedrag moet betalen aan de boedel dat ten gunste komt van de erfgenamen. 

 

Onroerendezaakrechtspersoon 

Overdrachtsbelasting kan ook aan de orde zijn bij de overdracht van aandelen in een bv die een zogenaamde onroerendezaakrechtspersoon is. Van een onroerendezaakrechtspersoon is kort omschreven sprake als de bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken, voor minimaal 30% uit Nederlandse onroerende zaken en de onroerende zaken moeten voor 70% of meer dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van onroerende zaken. Kort gezegd moet de verkrijger van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de onroerende zaken, als hij ten minste een derde aandelenbelang heeft vóór of na de verkrijging van de aandelen. 

Bedrijfsopvolgingsregeling schenk- en erfbelasting 

De bedrijfsopvolgingsregeling, ook wel BOR- in de Successiewet is van toepassing bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (zoals een eenmanszaak, firma- of cv-aandeel) én bij aanmerkelijkbelangaandelen in een actieve bv. Om hiervan gebruik te maken, moet je bij de Belastingdienst een verzoek indienen. Dat doe je in de aangifte schenkbelasting, die je indient binnen twee maanden na het jaar waarin je de onderneming of aandelen overgedragen hebt gekregen. 

Tip! De BOR geldt, onder voorwaarden, ook bij erven van een persoonlijke onderneming en aanmerkelijkbelangaandelen in een bv. 

Let op! De BOR is vanaf 2025 bij schenken alleen nog van toepassing als de verkrijger op het moment van schenken minimaal 21 jaar oud is. Deze eis gold in 2024 nog niet. 

Let op! Vanaf 2026 gelden antimisbruikbepalingen die voorkomen dat meerdere keren gebruik wordt gemaakt van de BOR. 

 

Om in aanmerking te komen voor de doorschuifregeling bij schenken en erven van aandelen (DSR ab) en de BOR bij schenken en erven van aandelen moet de schenker of erflater een aanmerkelijk belang hebben in de bv (kort omschreven: ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal).  

Vrijstelling 

De BOR-vrijstelling wordt toegepast op de goingconcernwaarde. Als de liquidatiewaarde hoger is dan de goingconcernwaarde, dan is het verschil tussen de liquidatiewaarde en de goingconcernwaarde volledig vrijgesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor kapitaalintensieve bedrijven met een relatief laag rendement. De goingconcernwaarde is in 2026 100% vrijgesteld tot een bedrag van € 1.543.500 , daarboven geldt een vrijstelling van 75%. 

Betalingsregeling 

Is de goingconcernwaarde hoger dan de vrijstelling, dan kan de verkrijger kiezen voor tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de schenkbelasting over de belaste waarde. 

Bezitseis en voortzettingseis 

De schenker moet de onderneming op het moment van de schenking ten minste vijf jaar zelf hebben gedreven (bezitseis). Bij schenking van aandelen moeten deze vijf jaar tot het aanmerkelijk belang van de schenker hebben behoord.  

De voortzetter moet de onderneming een aantal jaren voortzetten. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedraagt deze termijn ten minste vijf jaar. Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 geldt een kortere voortzettingstermijn van ten minste drie jaar. Voldoet de voortzetter niet aan de voortzettingseis, dan moet hij alsnog schenkbelasting betalen over de verkregen onderneming. 

Let op! Bij erven van een onderneming geldt een bezitstermijn van een jaar voor het moment van overlijden 

Tip! Vanaf 2026 is het eenvoudiger om van structuur of rechtsvorm te wijzigen zonder dat strijd ontstaat met de voortzettingseis of de bezitseis. Onder voorwaarden zijn onder meer de ruisende omzetting in of terugkeer uit de bv en diverse ruisende fusies en splitsingen niet meer in strijd met de bezitseis of voorzettingseis. 

Let op! Zogenaamde rollatorinvesteringen worden vanaf 2026 ontmoedigd. Bij een rollatorinvestering koopt iemand op leeftijd een onderneming met als doel om erfbelasting bij overlijden of schenkbelasting bij schenken te besparen. Vanaf 1 januari 2026 w geldt een langere bezitstermijn voor iedereen die op het moment van overlijden meer dan twee jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd of die op het moment van schenken meer dan zes jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. 

 

Ondernemingsvermogen 

De vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting geldt alleen voor het ondernemingsvermogen. Bij een persoonlijke onderneming is dat het vermogen van de onderneming zoals dat op de balans mag staan. Het gaat hierbij om zogenaamd verplicht ondernemingsvermogen of vermogen waarbij je mag kiezen om dit op uw balans te zetten of dit als privé te etiketteren. Vermogen waarbij je die keuze niet hebt, zoals duurzaam beleggingsvermogen, telt niet mee. Dit vermogen mag je namelijk niet op de ondernemingsbalans zetten maar moet je als privé etiketteren. 

Let op! Als vermogen naar keuze als ondernemingsvermogen (op de balans dus) of als privévermogen mag worden geëtiketteerd, dan vormt vanaf 2025 niet altijd meer het gehele vermogensbestanddeel ondernemingsvermogen. Met ingang van 1 januari 2025 geldt dit voor vermogensbestanddelen met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 of meer. Als vanaf 2025 namelijk vermogensbestanddelen met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 of meer, voor meer dan 10% bestemd zijn voor niet-zakelijke doeleinden, moet er een splitsing plaatsvinden in ondernemingsvermogen (het zakelijke deel) en niet-ondernemingsvermogen (het niet-zakelijke deel). 

 

Ook bij bv’s is de vrijstelling beperkt tot het ‘echte’ ondernemingsvermogen in de bv. Wat echt ondernemingsvermogen is wordt bepaald alsof het vermogen van een persoonlijke onderneming is. Zoals hiervoor beschreven is dus. In de bv mocht je tot en met 2024 het beleggingsvermogen voor een waarde van 5% tot het ondernemingsvermogen rekenen. Dit werd de doelmatigheidsmarge genoemd. Deze doelmatigheidsmarge is met ingang van 2025 vervallen voor de BOR. Je kunt dus niet meer 5% van het beleggingsvermogen tot het ondernemingsvermogen rekenen.  

Let op! Voor de doorschuifregeling bij schenken en erven van aandelen (DSR ab) vervalt de doelmatigheidsmarge op een later moment pas, naar verwachting niet eerder dan per 1 januari 2028. 

Tip! Zorg dat zo veel mogelijk liquide middelen tot het werkkapitaal en/of investeringskapitaal van de onderneming behoren en niet kunnen worden aangemerkt als duurzaam beleggingsvermogen. Deze worden dan meegenomen in de BOR. 

 

Bij een holdingstructuur kan het ondernemingsvermogen geconsolideerd worden beoordeeld. Dat houdt in dat het ondernemingsvermogen van de werk-bv aan de holding kan worden toegerekend, waardoor de vrijstelling toch van toepassing is bij schenking van de aandelen van de holding. De uiteindelijke aandeelhouder moet dan wel een indirect aanmerkelijk belang (ten minste 5%) in de werk-bv hebben. 

Verhuurd vastgoed is meestal beleggingsvermogen 

Zoals aangegeven, geldt de vrijstelling van de BOR en de DSR ab alleen voor ondernemingsvermogen. Verhuurd vastgoed leidde in de praktijk altijd tot een discussie met de Belastingdienst of dit ondernemingsvermogen was of beleggingsvermogen. Aan deze discussie is per 1 januari 2024 een einde gekomen. Vastgoed dat aan derden wordt verhuurd of ter beschikking gesteld, valt met ingang van 1 januari 2024 niet meer onder de BOR en de DSR ab, omdat het in de wet is aangewezen als beleggingsvermogen. 

Tip! Onroerende zaken die gebruikt worden voor de eigen bedrijfsuitoefening zijn uitgezonderd en vormen wel ondernemingsvermogen. Verder blijven onroerende zaken die kortdurend verhuurd/ter beschikking gesteld worden ook ondernemingsvermogen. Denk hierbij aan de verhuur van een hotelkamer of tennis- en bowlingbanen. 

 

Terbeschikkingstellingsregeling (TBS) 

Ook op het ter beschikking gestelde vermogen kan de vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing zijn. Verhuur je bijvoorbeeld als directeur-grootaandeelhouder een pand aan uw bv en schenk je het pand en de aandelen aan uw opvolger, dan is op het pand en de aandelen deze vrijstelling van toepassing. Let wel, dat de BOR hierop alleen van toepassing is als het ter beschikking gestelde pand dienstbaar is aan de onderneming van de bv. 

Let op! Het schenken wordt minder aantrekkelijk doordat er wel een afrekening plaatsvindt in de inkomstenbelasting. Bij de schenking is het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van het pand minus de boekwaarde belast met progressieve inkomstenbelasting. Er geldt hier geen doorschuifregeling. Wel kan op verzoek de belasting in maximaal tien jaar worden voldaan. 

 

Tot slot 

Start tijdig met de fiscale voorbereiding van de bedrijfsoverdracht. Reken zeker op een voorbereidingsperiode van zo’n vijf tot zeven jaar. Neem voor het overwegen van de beste opties contact met ons op. 

Disclaimer 
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen. 

 

Door |2026-06-16T17:00:14+02:008 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf
  • Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?

Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?

Landbouwvrijstelling

Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.

Makelaarskosten aftrekbaar?

In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.

Direct op de verkoop drukkende kosten

De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.

Door |2026-06-16T17:00:20+02:008 mei 2026|Reacties uitgeschakeld voor Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?
  • Advieswijzer Alternatieve financieringsvormen

Advieswijzer Alternatieve financieringsvormen

Private financiering

Welke ondernemer kent ze niet: de private financiers. Of het nu familie, vrienden of zakenrelaties zijn, voor velen zijn ze bij de start van een bedrijf onmisbaar om aan aanvullend kapitaal of een geldlening te komen. Toch biedt dit persoonlijke netwerk niet altijd uitkomst. Naarmate de financieringsbehoefte, de risico’s, de omvang en complexiteit van je plannen toenemen, zul je sneller op zoek moeten naar andere financieringsvormen, als alternatief of aanvullend. De particuliere financieringsmarkt kent een breed palet aan potentiële geldschieters.

Tip! Denk bij alternatieve financieringsbronnen ook aan leverancierskrediet, hypotheekbanken, leasemaatschappijen, huur en factoring. Voor je liquiditeitspositie het overwegen waard!

Business angels

Deze ‘angels’ worden ook wel informal investors genoemd. Het zijn veelal particulieren en voormalig ondernemers die, al dan niet verenigd, hun kennis, ervaring, netwerk en kapitaal inzetten voor startende of jonge, veelal innovatieve ondernemingen. Voor deze investeerders draait het om een goed plan en geloof in de ondernemer. Wat ze ook hebben, is de wil om risicodragend te investeren. De ondernemer ontvangt risicokapitaal. De informal investor krijgt een aandeel in de zeggenschap, het eigendom of de winst van de onderneming. De informal investor kan aandelen in je bedrijf kopen, zodat hij automatisch invloed kan uitoefenen op het bedrijf, of een geldlening verstrekken. Je kunt met hen in contact komen via erkende adviseurs voor mkb-bedrijfsfinanciering.

Tip! Informeer ook naar initiatieven van business angels en bijeenkomsten bij jou in de regio of daarbuiten. Zij brengen ondernemers en investeerders bij elkaar.

Private equity

Investerings- en participatiemaatschappijen, ook wel private equity genoemd, zijn doorgaans private maatschappijen waarin kleinere en grotere beleggers en/of investeerders zijn verenigd. Zij kunnen zorgen voor het benodigde risicodragend vermogen dat je als ondernemer nodig hebt om bij andere financiers met succes je kredietbehoefte te regelen. Risicodragend vermogen kan worden verstrekt in de vorm van zowel aandelenkapitaal als een (achtergestelde) lening. De drijfveer van private equity is rendement!

Kredietunie: een financieringsvorm in een coöperatief jasje

De kredietunie is een coöperatieve kredietvereniging van mkb-ondernemers. Doel van een kredietunie is om via een gemeenschappelijke kas geld uit te lenen aan collega-ondernemers binnen een sector of regio. Zowel kredietgevers als kredietnemers zijn lid en mede-eigenaar van de coöperatie. De kredietunie heeft geen winstoogmerk en wil voorzien in het verlenen van krediet van €50.000 tot € 500.000. Onder voorwaarden zijn hogere bedragen ook mogelijk. Verliezen en levende have worden in het algemeen niet door een kredietunie gefinancierd. De looptijd van de leningen ligt tussen de 1 en 10 jaar. De rente is meestal lager dan bij een commerciële instelling, zoals een bank.

Crowdfunding

Deze financieringsvorm wint snel aan populariteit. Het is een internetmarktplaats voor financiering. Hoe werkt het? De ondernemer plaatst het idee of plan op een van de crowdfundingplatforms en doet een beroep op meerdere particuliere investeerders om te financieren. Het crowdfundingsplatform vraagt meestal een vergoeding als je een idee plaatst. De kredietvraag, rente en looptijd van je financiering bepaalje zelf. Wil je de geldverschaffers in ruil voor hun inleg aandelen in het bedrijf of een percentage van de omzet of winst aanbieden, dan kan dat ook. Investeerders kunnen inschrijven tot de inschrijving vol is, waarna je financiering rond is!

Let op! De regelgeving voor alternatieve financieringsvormen staat nog in de kinderschoenen. Controleer of het crowdfundingplatform beschikt over een AFM-vergunning!

Nederlandsche Participatie Exchange (NPEX)

NPEX is een aandelenbeurs voor mkb-bedrijven. Via NPEX kan men financieringen krijgen van €500.000 tot €10.000.000 door de uitgifte van aandelen of obligaties. Vereist is dat je bedrijf minstens drie jaar bestaat en in deze drie jaar minstens één jaar winst heeft gemaakt. Aan de toegang tot de NPEX zijn kosten verbonden, eenmalig en periodiek. De obligaties kennen bij NPEX een looptijd tussen vier en zeven jaar. Je kunt ook kiezen voor converteerbare obligaties. Deze obligaties kan men na een afgesproken tijd omzetten in aandelen.

Overheid als cofinancier

Met de helpende hand van de overheid heb je als ondernemer meer kans van slagen om bij kredietinstellingen een lening te kunnen afsluiten. Ook al zijn je plannen en de financiële vooruitzichten nog zo goed, zonder voldoende zekerheden zul je de kredietaanvraag al snel zien stranden. Vandaar dat de overheid diverse regelingen in het leven heeft geroepen om de toegang tot de kredietmarkt te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn veelal voorzien van soepeler voorwaarden.

Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB)

Voor ondernemers met een financieringsbehoefte, maar onvoldoende onderpand, kan de BMKB uitkomst bieden. Deze is bedoeld voor bedrijven met niet meer dan 250 werknemers (fte’s) in dienst en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen. De kredietregels inzake omvang, aflossing en looptijd zijn afhankelijk van het bestedingsdoel en type onderneming. Voorwaarde is wel dat de toekomstperspectieven gunstig zijn en de kredietverstrekker een aanvraag hiervoor indient. In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de bank verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet. De BMKB is verruimd tot en met 1 juli 2027. Bedrijven met een kredietbehoefte tot € 333.333 kunnen driekwart financieren met BMKB-krediet en dus niet maximaal de helft van de kredietverstrekking. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen.

Tip! Om tegemoet te komen aan de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten kondigde het kabinet op 20 april 2026 aan het borgstellingskrediet voor de periode 1 juli 2026 tot 1 juli 2027 te willen verhogen van 50% naar 75% van het krediet dat de bank verstrekt.

Ook is de BMKB verruimd voor investeringen inzake verduurzaming, de BMKB-G (Groen). Deze verruiming is bedoeld voor mkb-ondernemingen met maximaal 250 personeelsleden. Met deze verruiming is de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50 naar 75% van het kredietbedrag. De looptijd van de garantie bedraagt maximaal 12 jaar. De provisie voor BMKB-G bedraagt 2% bij een looptijd tot en met 24 kwartalen en 3% bij een looptijd van 25 tot en met 48 kwartalen. De regeling is toepasbaar op:

  • Bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de Energielijst
  • Overige middelen verbonden aan energie-investeringen (maximaal aandeel 50%)
  • De aanpassing of vervanging van bedrijfspanden naar ten minste Label C

Tip! De aanvraag van een BMKB-krediet of BMKB-G krediet loopt via je financier. Vraag de bank (of de niet-bancaire financierder) bij je kredietaanvraag of je in aanmerking komt voor de BMKB of BMKB-G!

Innovatiekrediet

Heb je een innovatief idee, maar ontbreken alleen de middelen nog om verder te investeren, dan biedt wellicht het Innovatiekrediet uitkomst. Hiermee kunnen veelbelovende innovatietrajecten worden gefinancierd. Het is een risicodragend krediet. Het krediet voor klinische ontwikkelingsprojecten bedraagt maximaal € 5 miljoen; voor technische ontwikkelingsprojecten bedraagt het krediet maximaal € 10 miljoen. In 2026 is € 10 miljoen voor klinische ontwikkelprojecten beschikbaar, € 10 miljoen voor technische ontwikkelprojecten en € 30 miljoen voor klinische én technische ontwikkelprojecten. Voor beide groepen projecten is in 2026 in totaal dus € 50 miljoen beschikbaar. Je kunt het innovatiekrediet aanvragen bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl) tot en met 31 december 2026. Op de site van de RVO kun je via een Quick Scan snel nagaan of je voor een innovatiekrediet in aanmerking komt.

Microkrediet

Veel ondernemers zijn al geholpen met een relatief gering krediet. Maar het risicoprofiel belemmert de toegang tot een bankkrediet. Denk dan eens aan microfinanciering. Op dit moment bedraagt het kredietplafond € 50.000 en de rente 9,95%. Daarnaast betaalje een bedrag aan behandelkosten, dat loopt uiteen van € 375  tot maximaal € 850. Voor ondernemers met een zogenaamde sociale doelstelling is het kredietplafond € 250.000 en bedraagt de rente 7,95%. De regeling staat open voor startende en bestaande ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en wordt uitgevoerd door Qredits Microfinanciering Nederland. Qredits komt alleen in beeld als de bank je kredietaanvraag heeft afgewezen.

MKB-krediet

Sinds enkele jaren biedt Qredits ook het MKB-krediet aan. Dit is een zakelijke lening aan startende en bestaande ondernemers in het mkb van minimaal € 50.000 en maximaal € 250.000. Deze lening is er speciaal voor ondernemers die een financiering nodig hebben en hiervoor niet bij een bank terechtkunnen. Er geldt wel een aantal voorwaarden. De rente bedraagt 9,95%. Voor ondernemers met een zogenaamde sociale doelstelling bedraagt de rente 7,95%.

Voor bestaande ondernemers die onverwachts extra geld nodig hebben voor hun bedrijf is er het flexibel krediet. Je betaalt daarbij alleen rente over het opgenomen bedrag van je lening. Het maximum bedraagt € 25.000 en de rente bedraagt 1,1% per maand over het opgenomen bedrag. Ook betaalt u 2% aan beheerskosten per jaar en eenmalig een vast bedrag dat varieert van € 375 tot € 650. Speciaal voor de financiering van zakelijk onroerend goed biedt Qredits een hypothecair krediet.

Vroegefasefinanciering

Ben je ambitieus, groeit je onderneming in de komende periode substantieel in omvang en wil je onderzoeken of je idee kans van slagen heeft op de markt, dan is de Vroegefasefinanciering misschien iets voor je. Met een lening uit deze financieringsvorm kan de overheid je ondersteunen om je idee van de planfase naar de startfase te brengen. Het maximum van de lening bedraagt €450.000. Uiteraard moet je de lening, inclusief 7,19% (per 1 januari 2026) rente, terugbetalen. Meer informatie vind je op RVO.nl.

Garantie Ondernemingsfinanciering GO-regeling)

Speciaal voor (middel)grote ondernemingen die hoofdzakelijk actief zijn in Nederland, financieel gezond zijn en toekomstperspectief hebben, is er nog de GO-regeling. Via de GO-regeling kan de bank met 50% overheidsgarantie de benodigde extra zekerheden binnenhalen. Leningen van maximaal € 150 miljoen zijn tot maximaal de helft gegarandeerd. De GO-regeling kun je aanvragen tot 1 juli 2026 17.00 uur bij één van de twaalf tot de GO-regeling toegelaten banken, waaronder ABN-Amro, ING en de Rabobank.

Tip! Om tegemoet te komen aan de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten kondigde het kabinet op 20 april 2026 aan de GO-regeling vanaf 1 juli 2026 met vijf jaar te willen verlengen met een garantieplafond van € 300 miljoen.

Tot slot

De besproken regelingen zijn slechts een selectie uit het groeiende aanbod. Wij kunnen de kansen en de valkuilen met je verkennen om uiteindelijk te komen tot een passende financieringsoplossing.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2026-06-16T17:00:23+02:0028 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Alternatieve financieringsvormen
  • Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Rekening-courant

In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er – onder voorwaarden – geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente ook niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld in dat geval ook niet in box 3 opnemen. Een eventuele rekening-courantvordering valt in box 1 en dus ook niet in box 3.

Let op! Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

De goedkeuring van de staatssecretaris geldt niet voor leningen, dus ook niet voor leningen waarvan het saldo niet hoger is dan € 17.500.

Dga-tax

Sinds 1 januari 2023 bestaat een maatregel om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond de ‘dga-tax’ genoemd. De maatregel houdt in 2026 kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 van de bv is geleend, bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang wordt gerekend. De drempel van € 500.000 geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk, en ook voor alle bv’s tezamen waarin de dga en de partner een aanmerkelijk belang houden. Deze maatregel geldt voor alle directe en indirecte schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan.. Alleen eigenwoningschulden die voldoen aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting zijn uitgezonderd. Er moet wel ook een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv, tenzij de eigenwoningschuld op 31 december 2022 al aan de bv verschuldigd was.

Als uw bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (groot)ouders en (klein)kinderen) ook schulden hebben aan uw bv, dan tellen deze schulden over het algemeen ook mee voor het deel dat boven de € 500.000 uitkomt. Wel heeft iedere bloed- of aanverwant nog een ‘eigen’ drempel van € 500.000. Slechts het meerdere is dan belast, maar wel bij de dga en dus niet bij de betreffende bloed- of aanverwant. Maar let op, dat is anders als de bloed- en aanverwanten zelf een aanmerkelijk belang hebben in uw bv.

Let op! De peildatum voor dit jaar is 31 december 2026. Heeft u dus voor meer dan € 500.000 aan schulden bij uw eigen bv, dan kunt u belastingheffing in box 2 nog voorkomen door het meerdere boven € 500.000 uiterlijk op 31 december 2026 af te lossen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel kunt doen.

Sparen en beleggen in de bv

U kunt ook sparen en beleggen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair of werkelijk rendement dat bij u in box 3 belast is.

Tip! In box 3 kan het werkelijk rendement belast zijn als dit lager is dan het forfaitair rendement. Het werkelijk rendement in box 3 kan, door de spelregels die de Hoge Raad hierover gaf, anders zijn dan het werkelijk rendement in de bv. Of het fiscaal voordeliger is om privékapitaal in de bv in te brengen of te (blijven) sparen en beleggen in privé zal van geval tot geval verschillen. Overleg over uw eigen situatie met onze adviseurs. 

Let op!Sparen of beleggen in de bv kan misschien ook aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Geldleningen

Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een zakelijk rentepercentage. Bovendien zal het over het algemeen zakelijk zijn om zekerheden te stellen. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf onder meer afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Borgstelling

Als dga kunt u zich ook borg stellen voor schulden van uw bv. Soms is dit vereist om voor de bv een lening van de bank te verkrijgen. Zorg ervoor dat wanneer u zich borg stelt, u dit doet op zakelijke voorwaarden. 

Let op! Houd er rekening mee dat wanneer u als borg wordt aangesproken voor een lening van uw bv, dit verlies voor u meestal niet aftrekbaar is volgens de Belastingdienst. Het verlies is namelijk niet aftrekbaar als u het risico van de borgstelling aanvaard vanuit uw rol als aandeelhouder van de bv. De Belastingdienst vindt dat hier bijna altijd sprake van is.

Zorg er in ieder geval voor dat u zakelijke voorwaarden hanteert. Ook hierbij geldt dat dit voorwaarden moeten zijn, waaronder u zich ook voor de schuld van een willekeurige derde borg bij de bank zou willen stellen. De vergoeding die u van uw bv ontvangt voor de borgstelling, is bij u belast in box 1 en is voor de bv aftrekbaar.

Tip! Heeft u al een lenings- of borgstellingsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv

Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Uzelf krijgt te maken met de regeling omtrent het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen (hierna: TBS-regeling). Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12% tegen maximaal een tarief van 37,56%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale, zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv

Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders (kunnen) zijn.

Let op! Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden aangewezen als eindheffingsloon en eventueel opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling. Die bedraagt in 2026 2% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere daarvan. Voor zover de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen meer bedragen dan de vrije ruimte, is de werkgever 80% heffing verschuldigd.

Let op! Als u niet aanwijst als eindheffingsloon, is het rentevoordeel individueel bij u belast in de loonheffing.  Houd er rekening mee dat het totaal van alle aangewezen vergoedingen en verstrekkingen aan een werknemer gebruikelijk moet zijn.. Als de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen maximaal € 2.400 per persoon per jaar bedragen, zal de Belastingdienst  ̶  met uitzondering van bijzondere gevallen  ̶  de gebruikelijkheid niet ter discussie stellen.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura, waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2025 bepaald op 37,56%.

Tip! Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het mogelijk om geen of een lagere rente te rekenen. Het rentevoordeel blijft dan onbelast.

Let op! Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijk handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar als u in box 3 belast wordt volgens de forfaitaire regeling, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast. Deze lening telt dan uiteraard ook mee voor de regeling van de dga-tax (zie hiervoor).

Let op!Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is in 2026 waarschijnlijk niet  aantrekkelijk als u in box 3 belast wordt volgens de forfaitaire regeling. Voor de beleggingen geldt in 2026 in box 3 namelijk een forfaitair rendement van 6,00%, terwijl de schulden maar aftrekbaar zijn tegen waarschijnlijk 2,70% (het percentage van 2,70% is voorlopig, het definitieve percentage is pas begin 2027 bekend).

Let op! In box 3 mag u volgens de tegenbewijsregeling ook uitgaan van uw werkelijk behaalde rendement, als dit lager is dan het forfaitaire rendement. Dit werkelijke rendement is niet altijd wat u zelf als werkelijk rendement ervaart omdat dit berekend wordt volgens de spelregels die de Hoge Raad daarover gaf. Onze adviseurs kunnen u daar voor uw eigen situatie meer over vertellen.

Lenen voor de eigen woning

De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een zakelijke leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1  en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw op 31 december 2022 bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met deze aflossingseisen. Voor het nieuwe deel van de lening is de rente dan alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst informeren over deze hypothecaire geldlening in uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op!De hypotheekrente is in 2026 maximaal aftrekbaar tegen 37,56%

Investeren in eigen bedrijfspand

 Mocht u willen en kunnen  investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is de vraag wie gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op! Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie de mogelijkheden zijn, kunnen wij met u bespreken.

Op naam van de bv

De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en (financierings)kosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga

Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen, exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgeno(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2024 zowel in de vennootschapsbelasting als in de inkomstenbelasting beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand. Voor bedrijfspanden waarop vóór 1 januari 2024 al is afgeschreven, maar waarop nog geen drie volledige jaren zijn afgeschreven, geldt overgangsrecht. In die gevallen is de bodemwaarde, onder voorwaarden, nog niet beperkt tot 100% van de WOZ-waarde, maar tot 50% van die waarde.

Tip! Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, maar door toepassing van de TBS-vrijstelling is het effectieve tarief voor de dga lager. Door de TBS-vrijstelling is namelijk 12% van het resultaat vrijgesteld. Let wel dat deze 12% vrijstelling geldt tegen maximaal een tarief van 37,56%.

Belastingtarief in box 2

Als uw bv dividend aan u uitkeert, bent u belasting verschuldigd in box 2. Dat kan ook het geval zijn in andere situaties, waarvan er een aantal hiervoor beschreven staan.  In 2026 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen (voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag) bent u 24,5% belasting verschuldigd in box 2. Over het meerdere bedraagt de belasting 31%.

Bv studiekosten laten betalen

De bv kan voor u als werknemer, net als voor ‘gewone’ werknemers, onbelast studiekosten vergoeden. Het gaat om kosten voor het onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden voor  uw huidige werk of om een opleiding of studie voor toekomstig werk. In dat laatste geval is het wel belangrijk dat het gaat om realiseerbaar inkomen. Loopt u bijvoorbeeld tegen pensioenleeftijd en duurt de opleiding lang? Dan is het de vraag of u daadwerkelijk inkomen gaat realiseren.

Naast voor uzelf, kunt u bijvoorbeeld ook uw kinderen in dienst nemen en hun opleidingskosten betalen. Let hierbij wel op dat het een zakelijke uitgave moet zijn voor uw onderneming. Als u uw eigen kind hierbij heel anders behandelt dan andere werknemers of de opleiding heeft geen verband met de (toekomstige) werkzaamheden van het kind , dan zal de Belastingdienst de kosten al gauw onzakelijk vinden. De kosten zijn dan niet meer aftrekbaar bij de bv en de Belastingdienst zal dit als een uitdeling beschouwen.

Kopen van en verkopen aan de bv

Regelmatig komt het voor dat een dga spullen koopt van of verkoopt aan zijn bv. Denk aan een auto, beleggingen of onroerende zaken. Dergelijke transacties zullen altijd kritisch bekeken worden om te zien of u wel zakelijk handelt. In een dergelijk geval is het handig om de waarde te kunnen bewijzen, denk bijvoorbeeld aan een taxatie door een onafhankelijke partij of een aanbieding voor een vergelijkbaar bedrag. Zorg dat u deze bewijsmiddelen goed bewaard en voorkom dat u bijvoorbeeld een uitdeling in aanmerking moet nemen (geen aftrek van Vpb en wel belasting over de uitkering).

Tot slot

U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv, maar moet daarbij goed de (fiscale) regels in het oog houden. In deze advieswijzer staan slechts enkele voorbeeldengenoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

 
Door |2026-06-16T17:00:24+02:0023 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv
  • Vanaf 1 juni Subsidieregeling extensivering melkveehouderij

Vanaf 1 juni Subsidieregeling extensivering melkveehouderij

Compensatie voor verlies aan inkomen en fosfaatrecht

De nieuwe subsidie vereist dat melkveehouders 10% tot 20% minder koeien gaan houden ten opzichte van 2025. De subsidie voorziet drie jaar lang in een compensatie voor verlies aan inkomen als gevolg van de verminderde melkopbrengst.

Daarnaast krijgt de melkveehouder een vergoeding voor het vervallen van het fosfaatrecht dat samenhangt met de vermindering van het aantal koeien. Hoeveel fosfaatrechten moeten worden ingeleverd, hangt af van de gemiddelde melkproductie per koe. Deze ingeleverde fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.

Let op!Deelnemers aan de SEM kunnen na de periode van drie jaar eventueel terugkeren naar het oorspronkelijke aantal koeien. Wel zullen ze dan nieuwe fosfaatrechten aan moeten schaffen.

Andere voorwaarden

Naast de vermindering van het aantal koeien met 10% tot 20% mag het areaal grasland van het bedrijf drie jaar lang niet afnemen en mag het aantal graasdieren (jongvee, schapen, geiten, paarden enzovoort) gedurende die periode niet toenemen.

Omvang subsidie

De subsidie voor het verlies aan melkinkomsten bedraagt € 1.606 per verminderde koe. Dit is gebaseerd op de melkproductie van een gemiddelde koe, inclusief transactiekosten. De vergoeding voor het inleveren van een fosfaatrecht bedraagt € 110 per recht. Deze vergoeding wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald.

Impact SEM

Het budget voor de SEM bedraagt € 627 miljoen. Hiervan is €11,3 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de subsidie door de RVO. Met dit budget kan het aantal melkkoeien naar verwachting met maximaal 64.000 suks afnemen, ofwel 4% van het totale aantal.

Rentekortingen

In overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken is daarnaast besloten om melkveehouders die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren en overgaan tot nieuwe duurzame investeringen, een rentekorting te verlenen. Op deze manier kunnen de vaste lasten van deelnemers aan de SEM worden verminderd. De omvang van de korting is nog niet bekend.

Aanvragen SEM

Melkveehouders kunnen de SEM aanvragen via de RVO van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Nadere informatie over de SEM is op termijn beschikbaar via de site van de RVO. Er zal hier onder meer een rekentool te vinden zijn, met behulp waarvan een schatting gemaakt kan worden van de te verkrijgen subsidie.

Door |2026-06-16T17:00:25+02:0020 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 juni Subsidieregeling extensivering melkveehouderij
  • KVK lanceert nieuwe financieringstool

KVK lanceert nieuwe financieringstool

Informatie financieringsvormen

De site biedt uitgebreid info over diverse financieringsvormen, zoals bijvoorbeeld een zakelijke lening, crowdfunding, factoring of leasing. Na een korte toelichting kan informatie worden opgevraagd over de betreffende financieringsvorm, inclusief kosten en bijvoorbeeld eventuele fiscale aspecten. Ook wordt desgewenst doorverwezen naar experts die nader kunnen adviseren.

Specifieke situatie

Door aan te geven waarvoor een financiering nodig is, worden mogelijkheden aangereikt betreffende een specifieke situatie. Zo zijn de financieringsbehoeften verschillend voor starters, ondernemers die gaan innoveren of bijvoorbeeld een bestaand bedrijf willen overnemen. 

Keuzetool

Via een keuzetool wordt de ondernemer begeleidt bij het vinden van de juiste financieringsvorm. Gevraagd wordt naar het benodigde kapitaal en waarvoor het gebruikt gaat worden, de gewenste terugbetalingstermijn en eventueel te bieden zekerheden. Ook dient onder meer de rechtsvorm aangegeven te worden en de branche.  

Resultaat

Na invulling van de gevraagde gegevens wordt automatisch inzicht verstrekt in de financieringsmogelijkheden voor de betreffende situatie. Op basis van een keuze te maken uit de beschikbare financieringsvormen, worden organisaties gemeld die de betreffende financieringsvorm kunnen aanbieden. Ook het telefoonnummer, emailadres en de website worden verstrekt, zodat de aanvraag voor een financiering gestart kan.  

Hulp nodig?

De KVK biedt ook de helpende hand voor ondernemers die bij hun financieringsvraagstukken hulp nodig hebben. Dit kan telefonisch, maar er kan ook online een afspraak gemaakt worden met een financieel expert van de KVK in de regio.

Door |2026-06-16T17:00:26+02:0017 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor KVK lanceert nieuwe financieringstool
  • Brief Belastingdienst voortzettingseis bij schenking onderneming

Brief Belastingdienst voortzettingseis bij schenking onderneming

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

De BOR kan – grofweg omschreven – van toepassing zijn bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (denk aan eenmanszaak of aandeel in een firma) en bij het schenken van aandelen in een bv die een onderneming drijft.

Let op!De vrijstelling bedraagt in 2026 100% van de goingconcernwaarde tot een bedrag van € 1.543.500 en 75% daarboven.

Voorzettingseis

De vrijstelling is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat de onderneming door ontvanger van de schenking een aantal jaren wordt voortgezet. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedroeg deze voortzettingstermijn nog minimaal vijf jaar.

Let op!Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 bedraagt de voortzettingstermijn minimaal drie jaar.

Als de ontvanger van de schenking de onderneming niet minimaal zolang voortzet, vervalt de vrijstelling en moet alsnog schenkbelasting betaald worden over de verkregen onderneming.

Brief Belastingdienst

In een brief die de Belastingdienst in de week van 23 april 2026 stuurt, wijst de Belastingdienst op deze voortzettingseis voor schenkingen die gedaan zijn in het jaar 2022. Ontvangt u zo’n brief en heeft u niet voldaan aan de voortzettingseis of twijfelt u daaraan? Neem dan contact op met één van onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met u beoordelen of u nog voldoet aan de voorwaarden, zo nodig na overleg met de Belastingdienst.

Let op!U voldoet bijvoorbeeld niet meer (geheel) aan de voorzettingseis als u binnen de voortzettingstermijn de onderneming (deels) verkoopt, uw aandelen (deels verkoopt), uw onderneming of de bv failliet wordt verklaard, de onderneming wordt beëindigd, de activiteiten van de onderneming wijzigen et cetera.

Aangifte

Voldoet u niet meer aan de voorzettingseis, dan moet u daarvan aangifte doen. Dit moet uiterlijk binnen acht maanden nadat u niet meer voldeed aan de voorzettingeis met het formulier Aangifte niet voldoen aan het voortzettingsvereiste.

Let op!Als u via een erfenis een onderneming verkreeg en daarbij de BOR toepaste, moet u ook voldoen aan de voortzettingseis. Doet u dat niet meer, dan vervalt de vrijstelling en moet u daarvan ook aangifte doen.

Door |2026-06-16T17:00:26+02:0015 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Brief Belastingdienst voortzettingseis bij schenking onderneming
  • Lagere WOZ-waarde voor PAS-melder

Lagere WOZ-waarde voor PAS-melder

PAS-melder

In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.

WOZ-waarde lager?

De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.

Oordeel rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.

In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.

Agrarische taxatiewijzer

De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.

Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.

De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.

Door |2026-06-16T17:00:27+02:0013 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Lagere WOZ-waarde voor PAS-melder
  • Fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2026

Fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2026

De meeste maatregelen waren in het coalitieakkoord al opgenomen of al eerder bekendgemaakt door het vorige kabinet. Houd er rekening mee dat niet alle door het kabinet voorgenomen fiscale maatregelen rechtstreeks uit de Voorjaarsnota kunnen worden afgeleid. Er zijn dus nog andere voorgenomen fiscale maatregelen dan in dit artikel zijn opgenomen.


Let op! De impact van de recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in de Voorjaarsnota.

Vrijheidsbijdrage

Werkgevers en burgers gaan vanaf 2027 een bijdrage voor de veiligheid betalen.

  • Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel € 1,7 miljard per jaar). Over de invulling hiervan zal nog overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties.
  • Voor burgers vindt inning plaats via het niet volledig doorrekenen van de inflatie in de aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel € 3,4 miljard per jaar).

Bouwen en wonen

Op het gebied van bouwen en wonen is ook een aantal maatregelen af te leiden.

  • Via een faciliteit in de Vpb wordt de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties vanaf 2028 uitgebreid (beschikbaar per 2028 250 miljoen euro per jaar, oplopend tot structureel 325 miljoen euro per jaar vanaf 2032).
  • Vanaf 2027 geldt een nieuwe vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties.
  • Het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper zelf niet gaat wonen, wordt vanaf 2027 verlaagd van 8 naar 7%. Dit gaat bijvoorbeeld om verhuurwoningen of een vakantiewoning.

Ondernemers

Voor ondernemers komt uit de Voorjaarsnota o.a. het volgende naar voren:

  • Verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9 naar 21% vanaf 2028.
  • Tot en met 2035 komt er budget beschikbaar voor het verlagen van de elektriciteitsprijs van de (basis)industrie die veel elektriciteit verbruikt. Het bestedingsvoorstel hiervoor moet nog nader worden uitgewerkt.
  • Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
  • Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren, komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
  • Over voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van 6% of meer wordt vanaf 2030 een suikertaks geheven.
  • De teruggaafregeling voor accijns op biobrandstoffen wordt vanaf 2027 herzien. Hoe deze herziening eruitziet is nog niet bekend, maar houd er rekening mee dat de regeling (veel) minder gunstig zal worden.

Particulieren

Voor particulieren zijn, naast de vrijheidsbijdrage, ook de volgende maatregelen opgenomen:

  • De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten wordt met ingang van 2028 volledig afgeschaft.
  • De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
  • Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
  • De invoering van de Wet herziening bedrag ineens, de mogelijkheid om een deel van het pensioen ineens uit te keren, wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029.
  • Aangekondigd was dat woningen in de schenkbelasting vanaf 2027 gewaardeerd zouden worden op de waarde in het economisch verkeer in plaats van op de WOZ-waarde. Deze maatregel wordt vanwege een negatieve Uitvoeringstoets echter niet ingevoerd.

Opmerkelijke belastingconstructies

Het kabinet komt vanaf de Voorjaarsnota 2023 jaarlijks met een lijst met opmerkelijke belastingconstructies. De bij de Voorjaarsnota 2026 gepubliceerde lijst bevat zeven constructies die in 2025 ook al op de lijst stonden en twee nieuwe. De nieuwe constructies zijn:

  • papieren schenkingen;
  • leningen met onzakelijke voorwaarden of een zogenoemde onzakelijke lening.
Door |2026-06-16T17:00:31+02:0030 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2026
  • DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen

DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen

Let op! Dien uw aanvraag tijdig in. Er is een totaalbudget van € 8,5 miljoen.

Belangrijkste voorwaarden

Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet u rechtspersoonlijkheid hebben, u voert uw onderneming bijvoorbeeld vanuit een bv. Als u uw onderneming vanuit een eenmanszaak of vof voert, kunt u deze subsidie niet aanvragen. Verder moet u exporteren naar of investeren in het buitenland, dient u uw product of dienst in Nederland te ontwikkelen en moet u minimaal drie werknemers in dienst hebben.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden

Hoogte subsidie

Voor een demonstratieproject kunt u 50% subsidie krijgen. Draagt het project bij aan vergroeningsdoelen, dan bedraagt de subsidie 70%. De maximale subsidie is € 200.000.
Ook voor een haalbaarheidsstudie en een investeringsvoorbereidingsproject kunt u 50% subsidie krijgen, of 70% bij projecten die bijdragen aan vergroeningsdoelen. De maximale subsidie is € 100.000.

De minimale subsidie is € 25.000.

Marktvalidatie

Vanaf 2026 is het onder de DHI ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor marktvalidaties in het buitenland. Startups tot tien jaar oud kunnen deze subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt € 25.000, mits de projectkosten minimaal € 50.000 bedragen. Met deze subsidie kunnen startups bijvoorbeeld testen of hun product of dienst aansluit bij de lokale vereisten of samenwerken met lokale ondernemers of juridische barrières oplossen.

Let op! Subsidieaanvragen voor marktvalidatie in het buitenland worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Er wordt in 2026 voor maximaal 40 marktvalidaties in het buitenland subsidie toegekend: 20 in ontwikkelingslanden en 20 in andere landen.

Stappenplan

RVO heeft een stappenplan DHI-subsidie aanvragen ontwikkeld. Aan de hand van dit stappenplan kunt u beoordelen of u in aanmerking komt voor de DHI-subsidie en deze ook aanvragen.

Door |2026-06-16T17:00:32+02:0023 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen