Agrarisch

  • Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Btw-verleggingsregeling onderaanneming 

Voor de btw geldt een verleggingsregeling voor het in onderaanneming uitvoeren van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak. Deze verleggingsregeling zorgt ervoor dat de voor de werkzaamheden verschuldigde btw niet is verschuldigd door de onderaannemer, maar wordt verlegd naar de hoofdaannemer.  

Let op! De hoofdaannemer geeft de voor de dienstverlening van de onderaannemer verschuldigde btw aan in zijn btw-aangifte. Deze btw kan de hoofdaannemer in diezelfde btw-aangifte in aftrek brengen, indien en voor zover de hoofdaannemer recht heeft op aftrek van voorbelasting. 

Gevolgen ten onrechte geen btw-verlegd 

Past de onderaannemer de btw-verleggingsregeling ten onrechte niet toe? Dan heeft hij ten onrechte btw gefactureerd. Deze btw is de onderaannemer wel verschuldigd aan de Belastingdienst, maar de hoofdaannemer kan deze btw in principe niet in aftrek brengen.  

Let op! Onder voorwaarden is het mogelijk om deze ten onrechte gefactureerde btw te herzien. Neem contact op met onze adviseurs wat in uw situatie de mogelijkheden zijn.

Loonwerker ingehuurd door loonbedrijf 

De Belastingdienst heeft de situatie beoordeeld waarin een loonbedrijf als aannemer loonwerk verrichtte voor een opdrachtgever in de tuinbouwsector. Het loonbedrijf huurde, als hoofdaannemer, voor de uitvoering van dat loonwerk een zelfstandige loonwerker in als onderaannemer. 

Het loonwerk bestond uit het toppen, draaien en oogsten van gewassen in de volle grond, frezen en spitten in de grond en schoonspuiten en krijten van de kassen. Omdat de gewassen in de volle grond staan, kwalificeren zij als onroerende zaken. 

Belastingdienst: btw-verleggingsregeling 

De Belastingdienst is van mening dat het loonwerk kwalificeert als werkzaamheden van stoffelijke aard die in onderaanneming worden verricht met betrekking tot het onderhoud en andere dienstverlening aan bomen, planten, gewassen, grond, kassen en andere onroerende zaken. Daarom was in deze situatie de btw-verleggingsregeling van toepassing. De zelfstandige loonwerker moest de verschuldigde btw wegens het loonwerk verleggen naar het loonbedrijf. 

Het loonbedrijf moest de verschuldigde btw aangeven in de btw-aangifte. Omdat het loonbedrijf btw-belaste activiteiten verrichtte, kon het loonbedrijf deze btw in diezelfde btw-aangifte weer in aftrek brengen. 

Let op! Als de btw-verleggingsregeling van toepassing is, mag de zelfstandig loonwerker geen btw op de factuur vermelden. Wel moet de zelfstandig loonwerker het btw-identificatienummer van het loonbedrijf op de factuur vermelden, en de woorden ‘btw verlegd’ zodat duidelijk is dat de btw-verleggingsregeling van toepassing is. 

Geen btw-verlegd tussen loonbedrijf en tuinbouwer 

Op dienst die het loonbedrijf verrichtte aan de tuinbouwer is de btw-verleggingsregeling in principe niet van toepassing. Het loonbedrijf stuurde dan ook een factuur met btw. 

Let op! Dit kan anders zijn als de tuinbouwer wordt aangemerkt als zogenaamde “eigenbouwer”. Daar zal niet snel sprake van zijn, maar neem voor uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.

Door |2026-06-16T13:00:25+02:0010 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker
  • Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?

Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?

Landbouwvrijstelling

Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.

Makelaarskosten aftrekbaar?

In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.

Direct op de verkoop drukkende kosten

De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.

Door |2026-06-16T13:00:34+02:008 mei 2026|Reacties uitgeschakeld voor Kosten aftrekbaar ondanks gedeeltelijke winstvrijstelling?
  • Vanaf 1 juni Subsidieregeling extensivering melkveehouderij

Vanaf 1 juni Subsidieregeling extensivering melkveehouderij

Compensatie voor verlies aan inkomen en fosfaatrecht

De nieuwe subsidie vereist dat melkveehouders 10% tot 20% minder koeien gaan houden ten opzichte van 2025. De subsidie voorziet drie jaar lang in een compensatie voor verlies aan inkomen als gevolg van de verminderde melkopbrengst.

Daarnaast krijgt de melkveehouder een vergoeding voor het vervallen van het fosfaatrecht dat samenhangt met de vermindering van het aantal koeien. Hoeveel fosfaatrechten moeten worden ingeleverd, hangt af van de gemiddelde melkproductie per koe. Deze ingeleverde fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.

Let op!Deelnemers aan de SEM kunnen na de periode van drie jaar eventueel terugkeren naar het oorspronkelijke aantal koeien. Wel zullen ze dan nieuwe fosfaatrechten aan moeten schaffen.

Andere voorwaarden

Naast de vermindering van het aantal koeien met 10% tot 20% mag het areaal grasland van het bedrijf drie jaar lang niet afnemen en mag het aantal graasdieren (jongvee, schapen, geiten, paarden enzovoort) gedurende die periode niet toenemen.

Omvang subsidie

De subsidie voor het verlies aan melkinkomsten bedraagt € 1.606 per verminderde koe. Dit is gebaseerd op de melkproductie van een gemiddelde koe, inclusief transactiekosten. De vergoeding voor het inleveren van een fosfaatrecht bedraagt € 110 per recht. Deze vergoeding wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald.

Impact SEM

Het budget voor de SEM bedraagt € 627 miljoen. Hiervan is €11,3 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de subsidie door de RVO. Met dit budget kan het aantal melkkoeien naar verwachting met maximaal 64.000 suks afnemen, ofwel 4% van het totale aantal.

Rentekortingen

In overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken is daarnaast besloten om melkveehouders die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren en overgaan tot nieuwe duurzame investeringen, een rentekorting te verlenen. Op deze manier kunnen de vaste lasten van deelnemers aan de SEM worden verminderd. De omvang van de korting is nog niet bekend.

Aanvragen SEM

Melkveehouders kunnen de SEM aanvragen via de RVO van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Nadere informatie over de SEM is op termijn beschikbaar via de site van de RVO. Er zal hier onder meer een rekentool te vinden zijn, met behulp waarvan een schatting gemaakt kan worden van de te verkrijgen subsidie.

Door |2026-06-16T13:00:39+02:0020 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 juni Subsidieregeling extensivering melkveehouderij
  • Lagere WOZ-waarde voor PAS-melder

Lagere WOZ-waarde voor PAS-melder

PAS-melder

In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.

WOZ-waarde lager?

De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.

Oordeel rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.

In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.

Agrarische taxatiewijzer

De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.

Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.

De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.

Door |2026-06-16T13:00:41+02:0013 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Lagere WOZ-waarde voor PAS-melder
  • Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten

Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten

Sierteeltproducten

Bij sierteeltproducten moet gedacht worden aan bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten. Deze producten vallen nu nog onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Het kabinet wil echter dat deze producten vanaf 1 januari 2028 onder het normale btw-tarief van 21% vallen.

Waarom?

Vanaf 1975 geldt het verlaagde btw-tarief op de levering sierteeltproducten. Het doel was om de betaalbaarheid van sierteeltproducten voor lagere inkomens te bevorderen en de werkgelegenheid in de sierteelt te stimuleren. Uit een evaluatie komt naar voren dat het btw-verlaagde btw-tarief niet geschikt is voor dit doel.

Internetconsultatie

Het kabinet begrijpt de impact van de voorgenomen btw-verhoging en wil iedereen de kans geven om te reageren op het voorstel. Daarom kan iedereen die dat wil tot en met 7 mei 2026 reageren op de internetconsultatie.

Door |2026-06-16T13:00:42+02:008 april 2026|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten
  • Kabinetsreactie op fiscale knelpunten agrarische sector

Kabinetsreactie op fiscale knelpunten agrarische sector

BOR

Ook is verzocht om fiscale knelpunten in de samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers weg te nemen. Specifiek is gevraagd te onderzoeken of bij tijdelijke uitruil van grond de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) kan blijven gelden. 

Voorstellen belangenorganisaties

In de reactie van het kabinet is ingegaan op de voorstellen van belangenorganisaties op de gestelde fiscale knelpunten. Ook is aangegeven in hoeverre het kabinet de voorgestelde oplossingen ondersteunt. 

Introductie klimaat- en calamiteitenreserve

De belangenorganisaties hebben onder andere de invoering van een klimaat- en calamiteitenreserve bepleit, om op die manier de inkomensgevolgen van risicovolle gebeurtenissen te beperken. Het kabinet is hiervan geen voorstander en geeft aan dat er in zijn optiek beter een al dan niet verplicht fonds voor dergelijke risico’s gevormd kan worden. De premie ervan is namelijk eveneens fiscaal aftrekbaar, is goedkoper dan wanneer ieder individueel bedrijf zijn risico’s moet afdekken en zou met name voor jonge bedrijven bij een calamiteit meer soelaas bieden, aldus het kabinet.

Introductie fiscale investeringsreserve en verbetering verliesverrekening

Om aan nieuwe eisen van milieu en dierenwelzijn te voldoen wordt ook voorgesteld een fiscale investeringsreserve te introduceren. Het kabinet geeft aan de MIA en Vamil hiervoor in beginsel voldoende te vinden, maar gaat nog wel met de branche in overleg over het stimuleren van dierwaardige investeringen. 

Een ander voorstel betreft een verbetering van de achterwaartse verliesverrekening, specifiek voor de landbouw vanwege sterk fluctuerende resultaten. Het kabinet geeft aan dat dit laatste in meerdere branches voorkomt. Ook zijn er budgettaire en uitvoeringstechnische bezwaren, reden waarom het kabinet dit voorstel niet steunt.

Opheffen beperkingen landbouwvrijstelling en BOR

Zowel binnen de landbouwvrijstelling als binnen de BOR komen beperkingen voor die betrekking hebben op de verhuur of verpachting van landbouwgrond. De organisaties stellen voor deze beperkingen op te heffen. In zijn reactie geeft het kabinet aan dat zowel in de regeling inzake de landbouwvrijstelling als die inzake de BOR er al vergaande tegemoetkomingen voor de agrarische sector zijn opgenomen. Toch gaat het kabinet onderzoeken of de uitzondering op devastgoedmaatregel binnen de BOR kan worden verruimd. Besluitvorming hierover kan naar verwachting in augustus 2026 worden verwacht.

Door |2026-06-16T13:00:44+02:0031 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor Kabinetsreactie op fiscale knelpunten agrarische sector
  • Nieuwe regelhulp voor nabestaanden ondernemers

Nieuwe regelhulp voor nabestaanden ondernemers

Rechtsvorm

In de online regelhulp komt u aan de hand van een ingevulde vragenlijst automatisch terecht bij de vraagstukken die in de betreffende situatie geregeld dienen te worden. Allereerst moet u aangeven welke rechtsvorm van toepassing is. De regelhulp is met name bestemd voor eenmanszaken, bv’s, vof’s en maatschappen. Vervolgens wordt gevraagd of een testament beschikbaar is. 

Vervolgvragen 

Vervolgens kunt u aangeven of er personeel in dienst is en of het bedrijf over schulden beschikt. Dit zorgt namelijk voor extra te regelen zaken. Ook dient te worden aangegeven hoe het bedrijf gehuisvest is en of, en door wie, het wordt voortgezet. 

Branches

De regelhulp speelt tevens in op twee specifieke branches, de agrarische en medische branche, en de hiermee samenhangende problemen.

Volgorde van belang

Na invulling van de regelhulp verschijnt een overzicht van de te regelen zaken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in zaken die zo snel mogelijk geregeld moeten worden, dan wel binnen enkele maanden en zaken waarvan het regelen nog wel even kan wachten.

Tips en advies

De opsomming van de te regelen zaken is ook voorzien van de nodige tips en adviezen. Ook wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen voor het personeel en welke instanties hierbij behulpzaam kunnen zijn.

Tip! In een situatie als deze helpen wij u uiteraard graag met het regelen van zaken en geven u daar deskundig advies bij. 

Door |2026-06-16T13:00:48+02:0012 maart 2026|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe regelhulp voor nabestaanden ondernemers
  • Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend

Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend

Onderverdeling

De normbedragen kennen een onderverdeling in veehouderij en akkerbouw. Voor de veehouderij geldt een vast bedrag per eenheid. Zo geldt voor melkgeiten bijvoorbeeld een bedrag van € 184 per stuk en voor pluimveegrondhuisvesting een bedrag van € 16,70 per netto leefoppervlak m2. Voor akkerbouw geldt een vast bedrag voor alle gewassen per hectare grond.

Hulpmiddel

Om met de normbedragen de waarde te berekenen, stelt de Belastingdienst ook een hulpmiddel beschikbaar. Door aan te geven welke agrarische zaken via erfenis of schenking zijn verkregen, kan de waarde worden bepaald. Ook kunnen onder meer langlopende schulden in het hulpmiddel worden opgenomen. De verkregen waarde dient te worden gebruikt voor de aangifte erf- of schenkbelasting.

Uitzonderingen 

Het hulpmiddel geeft ook aan wanneer dit middel niet gebruikt kan worden voor de waardeberekening. Het gaat dan om beleggingen en bedrijfsmiddelen die niet bestemd zijn voor activiteiten in de veehouderij en/of akkerbouw. Denk aan grond die eerder in een akkerbouwbedrijf gebruikt werd, maar nu verpacht wordt, of als er maar één gewas geteeld wordt.

Let op! Het hulpmiddel met de normbedragen voor 2026 komt later dit jaar beschikbaar.

Door |2026-06-16T13:00:58+02:003 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Agrarische normbedragen erf- en schenkbelasting bekend
  • Landbouwnormen voor winstberekening bekendgemaakt

Landbouwnormen voor winstberekening bekendgemaakt

Onderverdeling

De normen betreffen de meest gangbare kostenposten, sommige bedrijfsmiddelen en voorraden voor agrarische bedrijven. De normen kennen een onderverdeling in veehouderij, land- en tuinbouw, agrarische bedrijfsgebouwen, landbouwmachines, productierechten en eigen gebruik. Per categorie wordt waar nodig een verdere onderverdeling gemaakt. 

Afschrijvingen

Er zijn ook normen beschikbaar met betrekking tot afschrijvingen. Dit betreft afschrijvingsmethodes, afschrijvingsgegevens en afschrijvingsnormen. Ook wordt aangegeven wanneer specifieke regels gelden, zoals een afschrijvingsbeperking.

Eigen gebruik

De normen voor eigen gebruik zijn bedoeld als richtlijn. De onderlinge verschillen tussen gezinnen zijn dermate groot, dat een zo goed mogelijke schatting gemaakt moet worden op basis van de specifieke gezinssituatie, waarbij de richtlijnen een hulpmiddel zijn. Ook is aangegeven hoe u met een bepaalde gezinssituatie rekening moet houden met dit gebruik.

Afwijken mogelijk

U kunt afwijken van de landbouwnormen als deze niet tot een juiste winstbepaling leiden. U moet dit wel kunnen onderbouwen. U dient verder ook rekening te houden met specifieke situaties, zoals de eventuele aanwezigheid van een warmtepomp.

Voorbeeldberekeningen

De Landelijke Landbouwnormen bevatten ook voorbeeldberekeningen, zodat voor verschillende situaties duidelijk wordt hoe de kostprijs moet worden berekend. 

Door |2026-06-16T13:01:02+02:0016 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Landbouwnormen voor winstberekening bekendgemaakt
  • Stikstofdispositieruimte is zelfstandig bedrijfsmiddel, HIR mogelijk

Stikstofdispositieruimte is zelfstandig bedrijfsmiddel, HIR mogelijk

Stikstofdispositieruimte

De mogelijkheid om stikstof uit te stoten hangt af van de vereiste omgevingsvergunning. In sommige gevallen kan de hoeveelheid uit te stoten stikstof, de stikstofdispositieruimte, worden gebruikt door andere ondernemers. Deze betalen hiervoor een prijs aan de ondernemer, die de na wijziging van zijn bedrijfsactiviteiten de stikstofdispositieruimte aanbiedt.

Zelfstandig bedrijfsmiddel

De Belastingdienst neemt het standpunt in dat stikstofdispositieruimte een zelfstandig bedrijfsmiddel is. In een eerder Besluit (d.d. 27 oktober 1998, nr. DB98/2669M) is het standpunt ingenomen dat ammoniakrechten een zelfstandig bedrijfsmiddel vormen. Omdat stikstofdispositieruimte hiermee vergelijkbaar is, geldt dit daarom ook voor deze rechten. Ook rechtspraak uit het verleden steunt deze zienswijze.

Afschrijven mogelijk?

De Belastingdienst geeft aan dat afschrijven op stikstofdispositieruimte niet mogelijk is. De omgevingsvergunning waarmee de stikstofdispositieruimte verbonden is, kent namelijk geen einddatum. 

Herinvesteringsreserve (HIR) mogelijk?

Aangegeven wordt dat het mogelijk is een HIR te vormen voor de ontvangen vergoeding die betaald wordt voor de mogelijkheid stikstof uit te stoten. Het is immers een verkregen vergoeding voor de vervreemding van een zelfstandig bedrijfsmiddel. Uiteraard moet voldaan worden aan de voor een HIR geldende voorwaarden.

HIR afboeken op nieuwbouw?

Het is niet mogelijk deze HIR af te boeken op nieuwbouw als een ondernemer na beëindiging van stikstofbelastende activiteiten hierin investeert. Een investering in nieuwbouw dient namelijk te worden afgeschreven in meer dan tien jaar. De HIR vereist dan dat de nieuwe investering eenzelfde economische functie heeft als de vervreemde investering. Het huisvesten van bedrijfsactiviteiten heeft niet dezelfde economische functie als die van de stikstofdispositieruimte, namelijk een vergunning om bepaalde activiteiten te verrichten. Het afboeken op de HIR is daarom dan ook niet mogelijk.

Door |2026-06-16T13:01:05+02:007 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Stikstofdispositieruimte is zelfstandig bedrijfsmiddel, HIR mogelijk