Nieuws

  • Bovengemiddelde omzet- en winstontwikkeling in de industrie

Bovengemiddelde omzet- en winstontwikkeling in de industrie

Voor de industrie is 2021 een jaar van sterk herstel geweest. Zowel wat betreft omzet als qua toegevoegde waarde heeft de branche de niveaus van voor de Coronacrisis overtroffen. Over bijna de hele linie hebben industriële ondernemers geprofiteerd van een robuuste vraag. Wel zorgden schaarste en leveringsproblemen hier en daar voor een rem op de groei, maar tot nu toe heeft de branche de hogere kosten goed kunnen doorberekenen.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Bovengemiddelde omzet- en winstgroei
Na een jaar van krimp heeft de industrie zich in 2021 duidelijk herpakt, met een omzetstijging van bijna 21%. Daarmee doet de branche het aanmerkelijk beter dan het MKB als geheel (+10%). Ook de winstontwikkeling is met +45,6% sterker dan het MKB-gemiddelde (37,6%). Voor zowel de omzet als de winst betekent dit de sterkste ontwikkeling voor de industrie in zeven jaar.
Ook als we vergelijken met de situatie voor de Coronacrisis heeft de industrie het goed gedaan. Zowel de omzet- als de winstontwikkeling is in 2021 aanmerkelijk beter dan in 2019. Wel blijft de branche in deze vergelijking enigszins achter bij de plussen voor het MKB als geheel, maar dit komt ook doordat sommige andere branches in 2020 veel sterker zijn teruggevallen dan de industrie.

Over bijna hele linie verbetering
Binnen de industrie is het in 2021 bijna in alle segmenten beter gegaan dan een jaar eerder. Zo is het deel van de industriële ondernemingen dat de omzet stabiel heeft zien blijven of heeft zien toenemen, gestegen van minder dan de helft naar bijna 66%. In 20% van de gevallen ging het zelfs om een omzetstijging van 50% of meer. Tegelijkertijd heeft ruim 60% van de industriële bedrijven de winst zien stabiliseren of stijgen (tegenover iets meer dan 51% in 2020).

Personeelskosten relatief sterk omhoog
De personeelskosten zijn met ruim 8% toegenomen, versus +7,7% voor het MKB als geheel. In 2021 hebben nog relatief weinig industriële ondernemers de NOW-regeling aangevraagd, die in mindering kan worden gebracht op de personeelskosten. Dit kan een verklaring zijn voor het verschil met het voorgaande jaar (een lichte daling). Per saldo zijn de loonkosten met bijna 5% gestegen, tegenover een groei van bijna 1% een jaar eerder.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Verdere groei eigen vermogen
Het eigen vermogen is bijna 23% hoger uitgekomen. Deze stijging is groter dan in 2020 (bijna 15%) en ook sterker dan het MKB-gemiddelde. De langlopende schulden zijn in 2021 met bijna 3% toegenomen. Deze stijging is beperkter dan in voorgaande jaren, maar in het MKB als geheel was juist een daling van bijna 4% te zien. Dit beeld wordt wellicht vertekend doordat hierin ook uitgestelde belastingbetalingen zijn opgenomen. De kortlopende schulden zijn relatief sterk gestegen: +20%, tegenover een daling van 2% een jaar eerder en +10,5% voor het MKB als geheel.

Lichte verbetering financiële positie
De financiële positie van bedrijven in de industrie is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 89. Dit betekent een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (bijna 84). De branche doet het daarmee iets beter dan het MKB-gemiddelde ruim 86%).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-20T08:51:26+02:0020 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bovengemiddelde omzet- en winstontwikkeling in de industrie

  • Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Ontvangt een werknemer een vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht van zijn werkgever? Dan zal deze vaak belastingvrij zijn.

Letselschadevergoeding door werkgever
Een werknemer die in dienst was bij een Veiligheidsregio werd door zijn werkgever aangesteld als vrijwilliger bij de brandweer. Tijdens die werkzaamheden raakte hij betrokken bij een ongeval. Hij hield daaraan blijvend letsel en bewegingsbeperking over. Zijn werkgever had een ongevallenverzekering afgesloten.
Deze ongevallenverzekering betaalde een letselschadevergoeding van circa €33.000 uit. De werkgever hield daarop circa € 13.000 belasting in en betaalde circa €20.000 aan de werknemer door.

Belast of belastvrij
De werkgever hield belasting in omdat hij meende dat de letselschadevergoeding voortkwam uit de dienstbetrekking en dus loon vormde. De werknemer was echter van mening dat de vergoeding geen loon vormde en dus belastingvrij was. De werknemer meende dat de volle €33.000 aan hem uitbetaald had moeten worden.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad was het, tot op zekere hoogte, eens met de werknemer. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in principe geen loon vormen en dus belastingvrij zijn. Dit is alleen anders als de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit.
Was de aansprakelijkheid van de werkgever bijvoorbeeld beperkt tot €25.000? Dan had de werkgever alleen over het meerdere (€8.000) belasting in moeten houden.

Nog even geduld
De werknemer moet nog even geduld hebben. De Hoge Raad heeft een gerechtshof gevraagd om uit te zoeken hoe hoog de vergoeding is die rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. Is dat een bedrag hoger of gelijk aan de circa €33.000? Dan is de gehele letselschadevergoeding onbelast.

Tip! Voordat de Hoge Raad het betreffende oordeel uitsprak, werd aangenomen dat een vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht belast was als deze zou rusten op bepaalde afspraken daarover in de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft nu uitgelegd dat dit anders ligt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T13:55:28+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

  • Ook bij diepslapers recht op compensatie van transitievergoeding

Ook bij diepslapers recht op compensatie van transitievergoeding

Er bestaat recht op compensatie voor de betaling van een transitievergoeding aan werknemers van wie het dienstverband vóór 1 juli 2015 slapend is geworden. De Centrale Raad van Beroep heeft daar uitspraak over gedaan.

Wat is een diepslaper?
Een diepslaper is een werknemer van wie het dienstverband vóór 1 juli 2015, de datum waarop de transitievergoeding is ingevoerd, slapend is geworden. Dat houdt in dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte vóór 1 juli 2015 ten einde is gekomen en de werkgever het dienstverband niet heeft beëindigd, maar heeft laten voortduren.

Geen compensatie?
Een werkgever die het dienstverband alsnog wilde beëindigen en bij het UWV aanklopte voor een compensatie van de uitbetaalde transitievergoeding, kreeg tot dusverre nul op het rekest. Het UWV redeneerde namelijk dat de werkgever het dienstverband al vóór 1 juli 2015 had kunnen beëindigen en toen was er nog geen transitievergoeding verschuldigd.
De jurisprudentie hierover was wisselend. Veel rechtbanken gingen met het UWV mee. Een aantal rechters dacht er echter anders over. Zij verwezen naar de bedoeling van de wetgever: het beëindigen van slapende dienstverbanden. Uiteindelijk was het laatste woord aan de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter.

Wel compensatie!
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het gaat om een maximeringsbepaling die alléén betrekking heeft op de hoogte van de compensatie. Deze bepaling bevat geen extra voorwaarde voor het recht op compensatie. De compensatieregeling is bedoeld om werkgevers een prikkel te geven dit soort arbeidsovereenkomsten te beëindigen. Zij kunnen die overeenkomsten echter enkel beëindigen als zij bereid zijn de transitievergoeding te betalen. Op het moment dat het UWV hen daarvoor niet compenseert, valt die bereidheid weg. De Centrale Raad van Beroep heeft nu duidelijk gemaakt dat er daarom ook recht op compensatie bestaat voor de betaling van transitievergoeding aan werknemers van wie het dienstverband vóór 1 juli 2015 slapend is geworden.

Let op! Werkgevers die nog dergelijke diepslapers hebben, kunnen nu dus overgaan tot beëindiging van het dienstverband, wetende dat ze recht hebben op compensatie van het UWV. Het is van belang er op te letten dat de compensatie tijdig – binnen 6 maanden na betaling transitievergoeding – wordt aangevraagd. De compensatie kan online worden aangevraagd met behulp van eHerkenning.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T12:25:47+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook bij diepslapers recht op compensatie van transitievergoeding

  • BMKB-regeling verlengd

BMKB-regeling verlengd

De Borgstellingsregeling MKB-kredieten (BMKB-regeling) is verlengd tot 1 juli 2023. Uit een evaluatie is namelijk gebleken dat deze regeling doelmatig en doeltreffend is.

Overheid staat borg
Via de BMKB-regeling staat de overheid borg voor een deel van een lening die een MKB-ondernemer afsluit bij een financiële instelling. Daardoor wordt eerder krediet verstrekt wanneer een ondernemer over onvoldoende onderpand beschikt.

Omvang borg
In de BMKB-regeling staat de overheid borg voor 90% van het borgstellingskrediet van maximaal €1,5 miljoen. Het aandeel van het borgstellingskrediet in het totale krediet is afhankelijk van de bedrijfssoort.

Drie bedrijfssoorten
Er zijn drie bedrijfssoorten voor het borgstellingskrediet te onderscheiden. Voor starters is het aandeel borgstellingskrediet maximaal driekwart met een maximum van €200.000.
Voor innovatieve bedrijven is het aandeel tweederde, terwijl in reguliere gevallen het aandeel borgstellingskrediet de helft bedraagt. De kredietverstrekker moet dus zelf altijd een deel van het krediet verstrekken.

Tip! Vanwege de Coronacrisis is de omvang van het maximale borgstellingskrediet in de reguliere BMKB-regeling, dus de derde groep uit de vorige alinea, tijdelijk verhoogd. Het aandeel borgstellingskrediet bedraagt tot die tijd maximaal driekwart in plaats van de helft. Deze tijdelijke uitbreiding loopt tot 1 juli 2022.

Hefboomwerking
De BMKB-regeling heeft als belangrijk voordeel de grote hefboomwerking. De uitkering aan schades is namelijk vele malen lager dan het totaalbedrag waarvoor borg wordt gestaan. De BMKB heeft daarom een duidelijke meerwaarde boven een subsidie.

Provisie
Ondernemers die van de regeling gebruikmaken, betalen eenmalig een provisie. De provisie loopt op naarmate de looptijd van het krediet toeneemt en loopt uiteen van 3,9 tot 5,85%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T12:14:41+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BMKB-regeling verlengd

  • Financieel goed jaar medische zorg, maar huisartsen blijven achter

Financieel goed jaar medische zorg, maar huisartsen blijven achter

De Coronapandemie heeft de medische zorg ook in 2021 onder druk gezet. De crisis heeft de risico’s (zoals hoge werkdruk en personeelstekort, oplopende zorgkosten, dubbele vergrijzing, inefficiëntie) blootgelegd en hier en daar geleid tot een versnelling van veranderingen. Financieel gezien was het een positief jaar voor de branche. Zowel de omzet- als de winstontwikkeling is in 2021 versneld.

Dit blijkt uit het SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Brede omzetgroei, maar grote winstverschillen
De medische zorg heeft in 2021 een omzetontwikkeling laten zien van 10,5%, tegenover bijna 6% een jaar eerder. Hiermee presteert de branche min of meer in lijn met het MKB-gemiddelde (+10,1%). De winst is met ruim 20% toegenomen, versus +10,5% in 2020. Hiermee blijft de zorg achter bij het MKB-cijfer (+37,6%).
De omzetgroei wordt breder gedragen dan in eerdere jaren: 75,5% van de zorgondernemers zag de omzet stabiliseren of toenemen (in 2020 was dit bijna 64%). De winstontwikkeling is echter minder eenduidig. Bijna 61% van de zorgondernemers heeft de winst in 2021 zien stabiliseren of stijgen, maar bijna een derde zag de winst juist met 50% of meer afnemen.

Sterke groei in vergelijking met Pre-corona
In vergelijking met de situatie voor de Coronacrisis heeft de medische zorg het in 2021 goed gedaan. Zowel de omzetgroei (+17,5%) als de winstontwikkeling (+42,6%) was aanzienlijk beter dan in 2019. De positieve cijfers worden beïnvloed door de continuïteitsbijdrage (CB) en compensaties voor de extra zorgkosten van de overheid.

Sterke winst tandartsen, huisartsen blijven achter
Binnen de branche valt op dat de huisartsen in 2021 zowel wat betreft omzet- als winstontwikkeling achterblijven bij het branchegemiddelde. Ook in vergelijking met 2019 laten huisartsen minder goede cijfers zien dan de branche als geheel. Tandartspraktijken, ambulante jeugdzorg en maatschappelijk werk lieten in vergelijking met 2020 én met 2019 een sterke winstontwikkeling zien, ruim boven het branchegemiddelde.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Personeelskosten opnieuw sterk omhoog
Net als in voorgaande jaren liepen de personeelskosten, met afstand de grootste kostenpost van een zorgorganisatie, op. De stijging van bijna 15% was echter veel sterker dan in eerdere jaren. In 2021 konden zorgmedewerkers via hun werkgever aanspraak maken op een Zorgbonus. Deze subsidie is in mindering gebracht op de personeelskosten. Desondanks lag de stijging van de personeelskosten in de branche duidelijk boven het MKB-gemiddelde van bijna +8%.

De loonkosten zijn in 2021 met ruim 9% gestegen, ten opzichte van bijna 5% voor het MKB als geheel. In 2020 liepen de loonkosten iets sterker op. De post ‘overige personeelskosten’, waaronder ook de inzet van uitzendkrachten valt, is erg sterk gestegen: ruim 81%, tegenover -19% een jaar eerder.

Financiële positie licht achteruit
De financiële positie van bedrijven in de medische zorg is licht verslechterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 88, tegenover bijna 90 een jaar eerder. De branche doet het daarmee nog wel beter dan het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T09:15:59+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Financieel goed jaar medische zorg, maar huisartsen blijven achter

  • Sterke ontwikkeling winst en brutomarges in de automotive

Sterke ontwikkeling winst en brutomarges in de automotive

De automotive heeft wat betreft winstontwikkeling een uitstekend jaar achter de rug. Door schaarste en leveringsproblemen staat het aantal transacties onder druk. Gemiddeld genomen is de marge per transactie echter toegenomen. Ook de omzetgroei trok aan, maar niet zo sterk als het MKB-cijfer. De verschillen binnen de branche waren echter groot en de complexiteit neemt verder toe.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzet op hoger niveau dan voor Corona
De omzet in de automotive is in 2021 met bijna 8% toegenomen. Daarmee blijft de branche licht achter bij het MKB-gemiddelde van ruim 10%, maar het betekent een sterk herstel van de krimp van bijna 5% in 2020. Ook in vergelijking met de situatie voor het begin van de Coronacrisis ligt de omzetontwikkeling in de automotive op een hoger niveau. In 2021 is de omzet met ruim 7% gestegen ten opzichte van 2019.

Bovengemiddelde winstgroei
De winstontwikkeling is op jaarbasis sterk toegenomen: +53,6%, tegenover +37,6% voor het MKB als geheel. Verder is de brutomarge met 7,5% gestegen, waar in 2020 een min van ruim 2% verscheen. De stijging van de winst wordt breed gedragen: bijna 61% van de autobedrijven heeft de winst zien stabiliseren of toenemen.

Ook als we vergelijken met de situatie voor de Coronacrisis heeft de automotive het wat betreft winst en brutomarge goed gedaan. De winstgroei ten opzichte van 2019 bedraagt 98,5%, die van de brutomarge +10%.

Handel floreert, gespecialiseerde reparatie onder druk
De verschillen binnen de branche waren vorig jaar opnieuw groot. De handel in auto’s en aanhangers (eventueel gecombineerd met reparatie) liet een bovengemiddelde winstgroei zien. Ondernemers die zich richten op gespecialiseerde reparaties, zoals carrosserieherstel, hadden het relatief zwaar, mogelijk doordat minder mensen de weg opgingen als gevolg van Corona en het thuiswerken.

Kosten onder controle
De bedrijfskosten zijn met iets minder dan 2% gestegen; een veel kleinere toename dan voor MKB mkb als geheel (+7%). De personeelskosten zijn met bijna 4% opgelopen, tegenover bijna +8% in het MKB. Verder zijn de ‘overige bedrijfsopbrengsten’ sterk toegenomen. Zowel de beperkte stijging van de personeelskosten als de grote toename van de overige bedrijfsopbrengsten hangt samen met de administratieve verwerking van de NOW-regeling. De autohandel en -reparatie heeft hier naar verhouding veel gebruik van gemaakt.

Vermogenspositie verder versterkt
Het eigen vermogen is met 21% gegroeid, nog iets sterker dan in 2020. De kortlopende schulden zijn licht gedaald, net als een jaar eerder. De langlopende schulden zijn met bijna 10% toegenomen, waar een jaar eerder nog een daling van bijna 2% uit de bus kwam.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Financieel gezond
De financiële positie van bedrijven in de automotive is licht verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 79. Dit is beter dan in het voorgaande jaar (ruim 74). De branche blijft wel achter bij het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-15T09:28:13+02:0015 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sterke ontwikkeling winst en brutomarges in de automotive

  • De bouw laat in 2021 opnieuw solide groeicijfers zien

De bouw laat in 2021 opnieuw solide groeicijfers zien

De bouw heeft ook in 2021 groei laten zien, maar door het relatief sterke voorgaande jaar steekt die wat magertjes af bij het MKB-gemiddelde. Absoluut gezien blijft de bouw echter goed draaien, al zijn de onzekerheid en de bouwkosten inmiddels sterk toegenomen. De netto-omzet is in 2021 met bijna 5% gestegen en de winstgroei is uitgekomen op ruim 7%.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Goede ontwikkeling omzet en winst
De omzetgroei van bijna 5% is nog iets sterker dan in 2020 (bijna 4%). Dit geldt ook voor de groei van de winst (ruim 7%, tegenover 5,5% een jaar eerder). Het groeitempo van zowel de omzet als de winst in de bouw blijft wel achter bij het MKB-gemiddelde (omzet +10%, winst bijna +38%). De ontwikkeling van de brutomarge is opnieuw positief: +7,3%, versus +10,7% voor het MKB als geheel.

In vergelijking met 2019, voor het begin van de Coronacrisis, laat de bouw een sterke groei zien. De omzet is met ruim 18% gestegen (bijna 16% voor het MKB als geheel). De winst is ruim 22% hoger. Daarmee blijft de bouw wel achter bij het MKB-gemiddelde van ruim 82%.

Groei breed gedragen
Binnen de bouw is het in 2021 in bijna alle segmenten beter gegaan dan in 2020. Zo is het deel van de bouwbedrijven dat de omzet stabiel heeft zien blijven of heeft zien toenemen, gestegen van bijna 55% in 2020 naar ruim 64% in 2021. Tegelijkertijd heeft ruim 60% van de bouwbedrijven de winst zien stabiliseren of stijgen (tegenover bijna 54% in 2020).

Loodgieters en installateurs blinken uit
Wat betreft deelbranches is de omzetontwikkeling vooral sterk bij de algemene burgerlijke en utiliteitsbouw. Dit segment profiteert onder meer van de sterke woningmarkt, maar ook van de sterke groei van logistieke gebouwen. Ook loodgieters, fitters en installateurs van bijvoorbeeld verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur laten een sterke omzetgroei zien. Zij behalen ook een sterk resultaat voor belasting. De algemene burgerlijke en utiliteitsbouw blijft wat betreft winstontwikkeling ten opzichte van 2020 juist achter bij het branchegemiddelde.

Hogere personeelskosten
De personeelskosten in de bouw zijn vorig jaar met bijna 8% gestegen. De loonkosten zijn met bijna 4% toegenomen, iets minder sterk dan in 2020. De stijging van de personeelskosten is in lijn met de gemiddelde ontwikkeling in het MKB, de loonkosten zijn in de bouw iets minder sterk dan gemiddeld gestegen.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Financiële positie licht verbeterd
Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage bouwondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op ruim 89. Dit betekent een kleine verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (ruim 87).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-15T09:21:01+02:0015 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

De bouw laat in 2021 opnieuw solide groeicijfers zien

  • Termijn teruggave BPM bij export niet heilig

Termijn teruggave BPM bij export niet heilig

Als je een gebruikte auto of motor exporteert, kun je onder voorwaarden een deel van de BPM terugkrijgen. Het verzoek om teruggaaf moet binnen dertien weken na het vervallen van de tenaamstelling in het kentekenregister worden gedaan. Deze termijn is echter niet heilig.

Teruggave bij export
Om concurrentievervalsing bij export tegen te gaan, kan de rest-BPM op een auto of motor bij export worden teruggevraagd. Bovengenoemde voorwaarde van dertien weken beoogt fraude met de BPM bij export tegen te gaan. De auto wordt dan tijdelijk in een buitenlands kentekenregister ingeschreven, terwijl het onduidelijk is of de auto daar ook definitief wordt ingeschreven.

Geen fraude
In een zaak die speelde bij de rechtbank Arnhem was geen sprake van fraude. De auto werd na de tijdelijke inschrijving in het kentekenregister in Frankrijk daar ook definitief ingeschreven. De rechtbank achtte in een dergelijk geval het overschrijden van de termijn van dertien weken niet fataal en besliste dat de rest-BPM diende te worden teruggegeven.

Voorwaarden
Voor teruggave van de BPM gelden nog meer voorwaarden. Zo mag de auto geen schade-auto zijn en moet deze rijwaardig zijn.

Let op! Als je een auto wilt exporteren, moet je deze eerst aanmelden bij de RDW. Meer informatie over de verplichtingen bij export van een auto vind je op hun site (rdw.nl).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-15T09:10:59+02:0015 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Termijn teruggave BPM bij export niet heilig

  • Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de DGA’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de DGA van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De DGA van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de DGA veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen omdat de DGA het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de DGA van de holding.

Tip! Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de DGA, loon aan de DGA en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de DGA? Dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de DGA en de werkmaatschappij gemaakt maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De DGA is dan zelf geen contractpartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de DGA’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de DGA en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de DGA’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De DGA heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:50:27+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

  • Sterk omzetherstel voor de branche transport en logistiek

Sterk omzetherstel voor de branche transport en logistiek

Voor transport en logistiek werd 2021 gekenmerkt door een sterk herstel, wat is terug te zien in een goede omzetontwikkeling. De onderlinge verschillen tussen ondernemers zijn weliswaar groot, maar over het geheel genomen staat de branche er goed voor. Dat is een prettig uitgangspunt, gegeven de huidige onzekerheid, hoge kosten en personeelsschaarste.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Sterke omzetontwikkeling
De omzet is in transport en logistiek in 2021 met bijna 12% op jaarbasis verbeterd. Dit betekent een flinke vooruitgang ten opzichte van 2020, dat een lichte omzetkrimp liet zien. De omzetontwikkeling over 2021 is de sterkste in jaren en ook beter dan het MKB-gemiddelde van ongeveer 10%. Niet alleen het sterke herstel van de wereldeconomie speelde de branche in de kaart, ook de hogere prijzen voor het vervoer van goederen droegen bij. Inmiddels zorgen de hogere loonkosten en sterk opgelopen brandstof- en materieelkosten echter voor bredere prijsdruk in de branche.

Ook als we vergelijken met de situatie voor het begin van de Coronacrisis, heeft transport en logistiek het goed gedaan. De omzetontwikkeling komt uit op bijna 12% ten opzichte van 2019.

Winst en brutomarge blijven achter
Ook de ontwikkeling van de winst en de brutomarge waren in 2021 duidelijk positief, al bleef de groei achter bij het MKB-gemiddelde. De brutomarge is met ruim 7% aangetrokken, tegenover een daling van bijna 3% een jaar eerder. Voor het MKB komt een gemiddelde groei van bijna 11% uit de bus. Het gewone resultaat voor belastingen komt voor de logistieke branche ruim 17% hoger uit, ten opzichte van een groei van bijna 6% in het voorgaande jaar. Het MKB-gemiddelde bedraagt bijna +38%.

In vergelijking met 2019 laat de winstontwikkeling een plus van ruim 8% zien. De brutomarge is in deze vergelijking met 6% aangetrokken.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Goederenvervoer presteert sterk
Binnen de logistieke branche waren de verschillen in 2021 opnieuw groot. Het goederenvervoer over de weg heeft een omzetgroei van gemiddeld ruim 11% en een winstgroei van maar liefst ruim 19% laten optekenen. Ook bij bedrijven actief in de opslag en dienstverlening voor vervoer laat zowel de omzet als de winst een positieve ontwikkeling zien. De binnenvaart (vracht-, tank- en sleepvaart) kende daarentegen een moeilijk jaar. De omzet en de winst komen in deze deelbranche lager uit dan een jaar eerder, maar ten opzichte van 2019 zijn de cijfers voor de binnenvaart wel sterk positief.

Loonkosten weer omhoog
De bedrijfskosten zijn in de branche als geheel in 2021 per saldo met bijna 7% gestegen, versus een daling van bijna 4% een jaar eerder. De personeelskosten (een belangrijke kostenpost in de logistiek) stegen met ongeveer 3%, waar in 2020 nog een daling van ruim 3% te zien was. Toch blijft de stijging in vergelijking met de jaren voor de Coronacrisis en met het MKB-gemiddelde (bijna 8%) bescheiden. De NOW-regeling kon weliswaar op deze post in mindering worden gebracht, maar het idee is dat transporteurs en logistieke ondernemers relatief weinig van deze steun gebruik hebben gemaakt. De loonkosten zijn met bijna 3% gestegen, tegenover een daling van ruim 4% een jaar eerder.

Lichte verbetering financiële positie
De financiële positie van bedrijven in de logistiek is iets verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1 procent), is uitgekomen op bijna 85. Dit betekent een kleine verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar. De branche doet het iets minder goed dan het MKB-gemiddelde.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:14:46+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sterk omzetherstel voor de branche transport en logistiek